CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20221201 vragenuur.doc

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 17 november, 24 november en 1 december6.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 1 december 2022

Vragenuur, gehouden op donderdag 1 december 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Namens het college zijn aanwezig burgemeester Dijksma en de wethouders Van Hooijdonk,

Schilderman en Streefland.

Aanwezig zijn de leden Bakker, Van Bergen, Dada-Anthonij, Van der Graaf, Van Heuven,

Meerding, Van Steeg, Van Vliet, Zwanenberg,

Voorts zijn aanwezig de commissieleden: Bergen, Duitscher, Peiris en Şimşek. Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag iedereen. Hartelijk welkom bij het vragenuur.

Ik heet ook de collega-raadsleden van harte welkom, net als de commissieleden, de wethouders, de mensen op de publieke tribune en alle andere mensen die met ons meekijken of meeluisteren.

Vanmiddag zijn acht vragen aan de orde. Wij moeten daar snel doorheen. De vragenstellers

mogen, als zij spreken, op hun plek in de raadszaal blijven zitten. Hetzelfde geldt voor de wethouders.

1. Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Duitscher (EenUtrecht) de heer Sungur,

Denk, mevrouw Assen (PvdA) mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Oul Fakir (Bij1) over het volwassen leven goed beginnen kan niet op straat.

Mevrouw DADA-ANTONIJ (D66): Voorzitter! Afgelopen maandag publiceerde de NOS een

artikel met de titel “Meer mensen op straat door overvolle maatschappelijke opvang”. In dat artikel meldt het Leger des Heils een stijging van 25% onder het aantal dak- en thuislozen dat bij hen

aanklopt. Dat is zorgelijk, maar dat de stijging onder dakloze jongeren tussen de 18 en 22 jaar op

de 50% ligt, is ronduit schrikbarend. Iedere jongere verdient een goed begin aan het volwassen leven en op straat is dat simpelweg niet mogelijk. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1.

Kan de wethouder zeggen of de genoemde procentuele stijgingen ook in Utrecht aan de orde

zijn? Als die in Utrecht van een andere orde zijn, kan de wethouder dan zeggen wat de omvang van deze stijgingen en dalingen is?

Vragenuur van 1 december 2022 2.

Welke extra maatregelen wil het college nemen om voor meer geschikte woonruimte te kunnen zorgen? Kan het de geplande maatregelen naar voren halen, of de lessen van de afgelopen zomer met betrekking tot het huisvesten van statushouders tot standaard beleid maken?

Ook de grens van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar wordt als factor genoemd bij het

bieden van de juiste steun voor jongeren. De problemen van jongeren die door de jeugdzorg

worden gesteund, verdwijnen niet als de jongeren 18 jaar worden. Kan de wethouder toezeggen

om in samenwerking met de wethouder Jeugd te onderzoeken hoe de hulpverlening kan worden

voortgezet en hoe die kan worden overgedragen aan de zorg voor volwassenen die voor mensen 3.

nodig is als ze de leeftijd van 18 jaar bereiken?

Het kabinet komt binnenkort met een nieuw plan dat is gericht op de aanpak van dakloosheid en maakt daartoe een bedrag vrij van EUR 65 miljoen per jaar. Kan de wethouder zeggen op welk

deel van dat bedrag Utrecht kan rekenen en kan zij toezeggen ook een deel van dat bedrag in te zetten voor het tegengaan van dakloosheid onder jongeren?

Wethouder STREEFLAND: Voorzitter! Dank voor de vragen.

Vraag 1. Deze vraag gaat over de forse stijging en of wij die in de cijfers terugzien. Die

stijging ziet het college nog niet terug. Het stadsteam Back Up begeleidt zo ongeveer alle dak- en

thuisloze jong-volwassenen en volwassenen die in de opvang verblijven of in een eigen netwerk zijn. De aantallen zijn redelijk stabiel, maar dat wil niet zeggen dat wij die goed monitoren en dat wij verwachten dat de aantallen zullen toenemen.

Vraag 2. Wij herkennen het grote en complexe vraagstuk dat meer geschikte woonruimte

voor mensen in onze stad en in de omliggende gemeenten die dak of thuisloos zijn nodig is. Op 3 november jl. hebben wij daarover uitvoerig gesproken en specifiek hebben wij gesproken over

passende woonruimte voor jongvolwassenen in kwetsbare posities. Begin oktober hebben wij de raad een raadsbrief gestuurd over het onderzoek over de aantallen. Wij zijn nu druk bezig om de totale

hoeveelheid betrokkenen goed in kaart te brengen en om zowel te bekijken aan welke knoppen wij

kunnen draaien om zo snel mogelijk tegemoet te komen aan deze prangende vragen. Wij zullen de

raad daarover in ieder geval zo snel mogelijk, het liefst al aan het begin van het nieuwe jaar, over te informeren.

Het antwoord op vraag 3. Wmo en Jeugd werken voor de inkoop al samen waardoor wij de

overgang van 18 min en 18 plus hebben veranderd zodat niet langer de leeftijd, maar de prangende

hulpvraag leidend is voor de hulp die wij bieden. Wij waren daar al eerder alert op. Dat betekent niet

dat alles heel goed gaat, maar wij proberen juist de leeftijdcategorie die de 18 jaar een knellend punt laat zijn aan bod komen. Vanmiddag kwam het landelijke plan naar buiten. Dat is inmiddels

gelanceerd. Het bestaat uit zes lijnen waarvan één specifiek voor jongeren. Wat dit voor Utrecht betekent, laten wij de raad in de decembercirculaire weten. Dan wordt ook de omvang van het

budget bekend. De uitwerking van een en ander zal de raad zo snel mogelijk bereiken, ongeveer in het eerste kwartaal van 2023.

2. Ho ho ho tegen de wegwerpboom in de openbare ruimte. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Een boom omzagen, hem vervoeren, vervolgens te

laten verpieteren - voorzien van ballen, lampjes en mogelijk een piek - en dan weggooien: de PvdDfractie vindt het gebruik van wegwerpkerstbomen verre van duurzaam en ook slecht voor de natuur. Ze heeft dit punt al paar maal aan de orde gesteld. Voor wat ons betreft, is het “ho ho ho” met de

wegwerpboom. Wij weten dat de gemeente nu meer duurzame keuzen maakt over kerstbomen in de

2

Vragenuur van 1 december 2022 eigen gebouwen, maar wij zien nóg een te zetten stap. Op diverse plekken in de openbare ruimte

worden jaarlijks wegwerpkerstbomen geplaatst. Wij zijn enthousiast over het geslaagde initiatief van een inwoner om een extra boom te planten op het Willem van Noortplein en om die in de donkere

dagen te gebruiken als kerstboom, want op het plein wordt vandaag een extra naaldboom geplant die in december als kerstboom dienst zal doen, maar die het hele jaar kan blijven staan. De PvdD-fractie heeft hierover de volgende vragen.

1.

Wat vindt het college van het initiatief van deze inwoner om een extra boom te planten en die te

2.

Is het college het met de PvdD-fractie eens dat het kappen en weggooien van kerstbomen slecht

3.

gebruiken als kerstboom in de decembermaand? Is het college daar - net als wij - blij mee? is voor de natuur en niet past in het circulaire beleid dat Utrecht voor ogen staat?

Hoeveel wegwerpbomen gemiddeld worden in de Utrechtse openbare ruimte per jaar gebruikt? Hoeveel daarvan worden er op initiatief van de gemeente geplaatst (en dus ook verwijderd) en hoeveel door organisaties, zoals (ondernemers)verenigingen, al dan niet met subsidie van de

4.

gemeente?

Kan het college toezeggen dat in alle wijken en liefst ook buurten een permanente kerstboom

wordt geplant met als doel te stoppen met wegwerpbomen op onze straten en pleinen? En dat

als het aanplanten van een nieuwe boom niet kan, dat dan gepoogd wordt een bestaande boom te gebruiken als kerstboom?

Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Inderdaad hebben die

een heel mooie titel.

Het antwoord op vraag 1. Wij zijn inderdaad blij met dit initiatief. De gemeente heeft

enthousiast meegewerkt aan het realiseren van dit initiatief. De boom is er via het initiatievenfonds gekomen.

Het antwoord op vraag 2. Het kappen van bomen om ze in een korte periode in de openbare

ruimte te laten staan heeft niet onze voor keur. Het hergebruiken van kerstbomen zou beter passen in het circulaire beleid van de gemeente.

Het antwoord op vraag 3. De gemeente Utrecht plaatst dit jaar 23 kerstbomen. Twee

kerstbomen worden bij twee begraafplaatsen geplaatst in opdracht van stadsbedrijven en 21

kerstbomen worden in opdracht van de wijkbureaus geplaatst, maar dat gebeurt op aanvraag van organisaties van winkeliers- en ondernemersverenigingen. De 23 kerstbomen worden door de

gemeente betaald en moeten dan ook 50% van de kosten betalen. Van de 23 kerstbomen zijn er twee vast en de andere worden na afloop verwijderd.

Het antwoord op vraag 4. Het planten van permanente kerstbomen in alle wijken kunnen wij

helaas niet toezeggen. Sparren en zilversparren die veel als kerstboom worden gebruikt, vragen om een specifieke groeiplaats. Op de meeste locaties waar op dit moment een aanvraag is voor een

kerstboom is er geen ruimte voor een boom die past op die specifieke groeiplaats. In het geval van

het Willen van Noortplein is dat even zoeken geweest, maar is uiteindelijk een locatie gevonden waar dat qua ruimte en qua onderhoud mogelijk is.

Op dit moment zijn er weinig of gaan grote zilversparren in de openbare ruimte en als ze er

zijn, staan ze vaak niet op plekken waar ze gewenst zijn, zoals in parken en in bosachtige gebieden. De VOORZITTER: Dames en heren! Dank u wel, wethouder! Zijn er fracties die aanvullende

vragen willen stellen? Ik constateer dat dit niet het geval is.

3

Vragenuur van 1 december 2022 De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Als men geen weg ziet om wegwerpbomen welke

manieren ziet de wethouder dan wél om te voorkomen dat er jaarlijks op last van de gemeente 22 bomen in de versnipperaar terechtkomen?

Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Ik heb geprobeerd te zeggen onderscheid te

maken tussen de bomen die op initiatief van de gemeente worden geplant en bomen die niet op initiatief van de gemeente worden geplant. Ik zie wel ruimte om te bekijken hoe wij dat anders

kunnen doen. Ik begrijp dat de heer Van Heuven een spagaat maakt, maar tot op heden hebben wij geen oplossing gevonden om aan beide standpunten tegemoet te komen. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk dank, wethouder. 3. Vragen van de heer Zwanenberg (GroenLinks) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake bladblazers. De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Voorzitter! Wij zijn blij dat na schriftelijke vragen van de

GroenLinks-fractie in 2014 en na mondelinge vragen van de PvdD-fractie in 2019 de gemeente

Utrecht sinds 1 februari van dit jaar geen gebruik meer zegt te maken van benzinebladblazers. Wie

schetste echter onze verbazing toen wij vorige week zagen dat veel mensen het groen overal met de hand hebben verzorgd, maar dat in de Burgemeester Verderlaan het bedrijf Van der Haar bezig was

met het in opdracht van de gemeente schoonblazen van de stoep met behulp van een bladblazer die op benzine liep?

Een stuk verderop, op het fietspad van de Kennedylaan naar de Meernbrug, waren

medewerkers bezig met een bladblazer die niet op benzine liep omdat hij elektrisch was. De blazer werd gebruikt om het gras naast het fietspad schoon te blazen waarna het gebladerte door een wagentje werd opgeveegd.

De gemeente zegt ecologisch beheer na te streven en wil op het gras een laag bladeren laten

liggen. Dat is een zeer effectieve methode om de grond te verrijken en om een gezond grasveld te bewerkstelligen. 1.

2.

Een en ander leidt bij de fracties van GroenLinks en PvdD tot de volgende vragen.

Is de wethouder ervan op de hoogte dat bedrijven die ze voor groenonderhoud inhuurt nog

steeds tweetaktbladblazers gebruiken? Zo ja, hoe kan dat en om hoeveel bladblazers gaat het dan? Zo nee, wat gaat ze daar aan doen?

Is de gemeente het met ons eens dat bladeren op het gras kunnen blijven liggen? Zo ja, waarom worden ze dan weggehaald? Zo nee, waarom niet?

Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Bedankt voor de vragen, ook al hebben die

niet zo'n mooie titel.

Het antwoord op vraag 1. De afspraak dat gebruik wordt gemaakt van elektrische bladblazers

is met alle aannemers gemaakt. Wij hebben helaas nog geen aanvraag kunnen doen, maar omdat er in dit geval geen sprake van was, wij vermoeden dat dit te maken had met het feit dat die op dat moment niet beschikbaar was, maar wij zullen dit met de aannemer en anderen bespreken om ervoor te zorgen dat dit niet vaker gebeurt.

Het antwoord op vraag 2. Wij kunnen zeggen blij te zijn omdat wij op veel plekken de

bladeren al kunnen laten liggen om zoveel mogelijk eraan bij te dragen dat wij de leefomgeving van insecten intact laten en dat daardoor de kwaliteit van de boden kan worden verbeterd. In veel

gevallen kan dat dan ook blijven liggen, maar niet in alle. Wij laten bijvoorbeeld het blad niet liggen

4

Vragenuur van 1 december 2022 als dat niet ten koste gaat van de veiligheid, toegankelijkheid en functionaliteit. Dat betekent dat wij

het blad nog wel opruimen op voet- en fietspaden, trapveldjes en gazons. Wij hebben de locatie niet precies kunnen achterhalen, maar ik kan mij voorstellen dat de locatie direct langs een fietspad was en dat het nodig was om het weg te blazen om ervoor te zorgen dat de bladeren niet alsnog op het

fietspad zou worden geblazen en dat daarmee het fietspad alsnog erg glad zou worden. Mocht men daarover meer willen weten, wij hebben de werkwijze toegelicht in een raadsbrief van vorig jaar.

De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Voorzitter! Dank. Fijn dat er navraag wordt gedaan. Wij

worden ervan graag op de hoogte gehouden. Wij zijn benieuwd. Ik zou het fijn vinden als de

gemeente zou vragen aan de bedrijven die ze inhuurt hoe vaak dit voorkomt omdat de gemeente heeft gezegd dat het niet meer zou gebeuren.

Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Wij gaan er eigenlijk vanuit dat de

aannemers zich houden aan deze afspraak, dus wij gaan er een beetje vanuit dat het antwoord zou

zijn "geen". Wij zullen er geen navraag naar doen, want om daar een brief aan te wijden, lijkt ons een beetje overdreven. Ik zal het antwoord de heer Zwanenberg laten horen.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank de wethouder voor deze beantwoording. 4. Vragen van de heer Van Vliet, de heer Bakker en mevrouw Dada-Anthonij (D66) inzake ‘Compensatie door het Rijk, goed nieuws voor Utrechtse cultuur, sport en welzijn?’

De heer VAN VLIET (D66): Voorzitter! In een bericht van het Rijk staat dat gemeenten en

provincies vanaf het voorjaar van 2023 structureel extra middelen krijgen om publieke en

maatschappelijke voorzieningen te compenseren voor hoge kosten. Dit werd door het ministerie van

Financiën bekendgemaakt in de Najaarsnota 2022. Het gaat bij deze prijsbijstelling jaarlijks in totaal om zo’n EUR 300 miljoen voor de periode 2023-2025; voor 2026 en 2027 loopt dat bedrag naar verwachting op tot circa EUR 400 miljoen.” Ook staat er dat “de middelen uit deze extra

prijsbijstelling terechtkomen in het gemeentefonds en het provinciefonds en daardoor vrij te

besteden zijn.” Helaas bleek maandag 28 november jl. dat er specifiek voor de sportsector geen extra geld komt.

De fractie van D66 heeft hierover de volgende vragen:

1.

Deelt het college onze mening dat het goed nieuws is voor Utrecht? Zo ja, waarom?

3.

Is het college het met ons eens dat deze middelen vooral ten goede moeten komen aan de

2.

4.

Hoeveel van dit geld verwacht het college dat er ter beschikking aan Utrecht wordt gesteld? Utrechtse cultuur-, sport- en welzijnssector; en is het bereid het binnenkomende geld hiervoor te oormerken? En zo niet, waar wil het college dit geld dan wél voor reserveren?

Kan het college de raad hierover in het begin van het jaar 2023 worden geïnformeerd? Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Wij zijn het met de D66-fractie eens dat dit

voor Utrecht in feite goed nieuws is. Er komt namelijk geld beschikbaar voor publieke en

maatschappelijke instellingen om die te compenseren voor de sterk gestegen kosten. Wij kunnen nu nog niet inschatten in welke mate deze genoemde compensatie voor de stad en voor haar

maatschappelijke organisaties toereikend is. Naast de genoemde regelingen heeft het Rijk voor

verschillende sectoren aparte regelingen aangekondigd. Het is nog onduidelijk in hoeverre deze regelingen voldoende zijn om de verschillende instellingen tegemoet te komen. De financiële

5

Vragenuur van 1 december 2022 uitwerking van de aangekondigde bedragen is nog niet helemaal bekend. De nadere uitwerking voor de culturele sector is pas in mei 2023 beschikbaar. Dat geeft veel instellingen onzekerheid. Wij zijn op dit moment aan het onderzoeken welke mogelijkheden wij hebben om de maatschappelijke

instellingen in onze gemeente tegemoet te komen. Dat doen wij afhankelijk van de behoefte en de

urgentie. Wij doen dit in aansluiting met amendement 99 dat de raad recent heeft aangenomen. Voor de tegemoetkoming ter compensatie van maatschappelijke instellingen is EUR 4,5 miljoen gereserveerd. Maatschappelijke instellingen zijn niet alleen culturele, maar zijn ook sportverenigingen en welzijnsinstellingen, maar behelzen ook zorg en opvang.

Op vraag 2 kan ik antwoorden dat het precieze bedrag nog niet bekend is. Nadere uitwerking

van deze regeling is nodig. De verdeling van de EUR 300 miljoen wordt op basis van actuele

inflatiecijfers over 2020-2022 gedaan. Die wordt waarschijnlijk bij de behandeling van de komende voorjaarsnota definitief. Wij hebben al geprobeerd om een kleine inschatting te maken. Wij denken dat het voor Utrecht ongeveer EUR 600 miljoen zal zijn.

Vraag 3. Ik kan zeggen dat allereerst de raad gaat over de besteding van middelen, dus ook

van deze middelen. De middelen komen ter beschikking via het gemeentefonds en wordt betrokken bij de voorjaarsnota.

Voor wat het college betreft, ligt het voor de hand om deze tegemoetkoming te oormerken

voor de compensatie van prijsstijgingen. Daaronder vallen ook de maatschappelijke instellingen. De

afweging van hoe deze middelen moeten worden ingezet, wordt daarbij ook gemaakt afhankelijk van hoe hoog de nood daarbij is.

Inzake vraag wanneer het college de raad zou kunnen informeren, kan ik zeggen dat wij met

twee verschillende onderdelen bezig zijn. Wij hebben aan de ene kant de incidentele middelen, EUR 4,5 miljoen, die de raad al ter beschikking heeft gesteld. Wij vinden dat dit geld is bedoeld voor maatwerk voor de directe nood. Wij doen ons best om vóór de kerst hiervoor een regeling af te

ronden. Dat is hard werken, maar vraagt ook om zorgvuldigheid. Wij doen ons best om dit vóór het

einde van het jaar klaar te hebben, maar dan wordt het echt iets voor onder de kerstboom, maar het is fijn dat het ook ergens in januari a.s. kan.

Het bedrag van het Rijk waar men naar vraagt, is structureel. Dat komt bij de voorjaarsnota

naar de raad toe. Over de inschatting daarvan heb ik daarnet al iets gezegd.

De heer VAN DER GRAAF (Christen Unie): Voorzitter! Het is fijn dat dit bedrag vrijkomt en dat

wij dat bij de voorjaarsnota zullen bekijken. Wij willen dat breed wordt bekeken waar de behoefte ligt. De sectoren cultuur, sport en welzijn zijn genoemd. Misschien zijn er ook andere

maatschappelijke organisaties waar ook behoefte is aan geld. Misschien kan de wethouder ook die bekijken.

Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Dat ben ik zeker van plan. Dat is er de reden

van dat ik daarnet ook zorg en opvang noemde.

De heer VAN VLIET (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording van de vragen. De

wethouder noemt maatschappelijke organisaties. Betreffen die cultuur, sport en welzijn?

Het tijdstip waarop wij zouden moeten worden geïnformeerd, heb ik aangepast. Ik heb

begrepen dat de raad de afspraak heeft gemaakt om niet vóór de kerst nog met brieven aan te komen. Ik vind het netjes om ons aan die afspraak te houden.

6

Vragenuur van 1 december 2022 Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Wij zullen ons richten op januari als dat de

wens van de raad is. Dat neemt niet weg dat wij alsnog proberen om de regeling zo snel mogelijk te

maken. Als wij echt denken dat wij eerder klaar zijn, zal ik proberen om van de afspraak af te wijken. Wij zullen daar nog op terugkomen.

De heer Van Vliet vroeg ook wat er nog onder viel. Ik heb al eerder gezegd dat dit voor wat

ons betreft ook omvat niet alleen cultuur, sport en welzijn, maar ook zorg en opvang.

5. Vragen van mevrouw Meerding (VVD) en de heer Bosch (PVV) inzake de toename van autoinbraken.

Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! De afgelopen weken ontving de VVD-fractie diverse

berichten van burgers die het slachtoffer zijn geworden van auto-inbraak. Meestal ging het hierbij

om auto's waaraan 's nachts vernielingen werden aangebracht, met als doel om onderdelen van de

auto te halen of in de auto achtergebleven spullen te stelen. De berichten kwamen uit verschillende delen van de gemeente, waaronder Leidsche Rijn en Oost. Dit is extra opvallend omdat deze

gebieden normaal gesproken niet in de top van gebieden staan met de meeste auto-inbraken. 1.

2. 3.

Dit brengt de fracties van VVD en PVV tot de volgende vragen.

Herkent het college de zorgelijke signalen over auto-inbraken in Utrecht en specifiek deze

wijken? Heeft de burgemeester de indruk dat het aantal auto- inbraken in Utrecht de laatste tijd is toegenomen?

Hoeveel auto-inbraken zijn er op dit moment voor het jaar 2022 geregistreerd bij de politie?

Worden er acties ondernomen door de politie en de gemeente op basis van de aangiften? Wat kan de gemeente nog meer doen om auto-inbraken te voorkomen?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Het antwoord op de vragen 1 en 2. Er zijn dit jaar tot nog

toe in Utrecht 2910 autokraken geweest. In Leidsche Rijn hebben 364 kraken plaatsgevonden en in

Oost 310. Leidsche Rijn is de wijk met de meeste autokraken, Oost staat op nummer 5. Er is sprake van een daling ten opzichte van vorig jaar, in Leidsche Rijn 6% minder en in Oost 25% minder, maar

in Overvecht is sprake van een flinke stijging; daar is een stijging van 206 naar 330 autokraken. Dat is fors. De afgelopen maand zijn er veel autokraken geweest. Dat brengt veel zorgen met zich mee, veel schade en een groot gevoel van onveiligheid bij de mensen die dit overkomt. Er is sprake van mobiele bendes.

Het antwoord op vraag 3. Gericht toezicht in de gebieden die opvallen, de zogenaamde hot

spots. In Leidsche Rijn en in Oost is het flexteam aan de slag. Wij doen iets nieuws dat heel bijzonder is. In Leidsche Rijn in maart jl. begonnen met een pilot waarbij een deel van de wijkbewoners

inbraaksensoren voor hun auto krijgen om herhaaldelijk slachtofferschap te voorkomen. Als er

beweging plaatsvindt, krijgen zij een alarm te horen. Als dat succesvol is, gaan wij daarmee door. In

Oost starten wij deze maand en indien nodig gaan wij ermee verder. Als mensen 112 bellen, komt er onmiddellijk politie. Wij hebben ook het zogenaamde donkere dagen offensief. Daarin bereiden wij

verscheidene acties voor om bewustwording te creëren bij mensen die op relatief kwetsbare plekken wonen. In Overvecht leggen wij daarop de nadruk.

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De burgemeester zei dat het om mobiele bendes gaat.

Heeft zij daar een nadere specificatie van? Zijn dat mensen uit Oost-Europa of mensen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit? Tot welke handelwijze leidt haar dit?

7

Vragenuur van 1 december 2022 Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Het is voor mij nu niet mogelijk om iets te zeggen over de

herkomst van deze mensen. Die gegevens heb ik niet. Ik weet wel dat in een aantal gebieden dankzij

alerte inwoners aanhoudingen zijn verricht. Wij zien ook dat dit in heel Nederland aan de orde is. Het zijn georganiseerde criminelen. Die zijn uit op specifieke auto-onderdelen. Zij stelen die overal in Nederland.

Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik wil de burgemeester bedanken voor haar

beantwoording. Ik heb veel goede dingen gehoord. Ik vind het bijzonder dat de burgemeester zei dat Leidsche Rijn er uit sprong en dat er in Overvecht een grote toename is van dit soort criminaliteit. Het staat mij bij dat in 2021 onderzoek is gedaan naar de hot spots van het autokraken. Toen

werden Hoog Catharijne en Transwijk Noord genoemd. Klopt het beeld dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden en dat nu andere wijken de hot spots zijn?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dat moet wel. Als ik de cijfers zie, blijkt overduidelijk dat

Leidsche Rijn koploper is en dat ook Overvecht flink naar voren komt. Het is niet per se onlogisch dat dit kan gebeuren. Wij zetten vooral dáár onze menskracht en middelen in op plekken waarvan wij weten dat het hot spots zijn. Onze inzet is flexibel. De VOORZITTER: Dank u wel, burgemeester. 6. Vragen van mevrouw Duitscher (EenUtrecht) inzake Vertegenwoordigt het bewonerspanel de stad? Mevrouw DUITSCHER (EenUtrecht): Voorzitter! Het bewonerspanel wordt geregeld ingezet als

middel om allerlei besluiten over de stad te rechtvaardigen. EenUtrecht is voorstander van het

raadplegen van bewoners over hun eigen stad. Maar hoe representatief is het bewonerspanel en is

dat het juiste middel om het in raadsvoorstellen en dergelijke op te voeren? Hoe verhoudt zich het

ten opzichte van andere participatiemiddelen? Daar heeft de EenUtrecht-fractie de volgende vragen over. 1.

Hoe representatief is het bewonerspanel voor de stad? o Qua aantallen t.o.v. de stadsbevolking.

o Wat betreft demografische kenmerken, hoe wonen mensen (huur, sociale huur, koop), %

vertegenwoordiging van wijken en buurten, opleidingsniveau, ondernemers/bedrijven, etc.

o Welke bewoners zijn ondervertegenwoordigd en oververtegenwoordigd en op welke

elementen? 2.

o Hoe is het verloop van de deelnemers aan het bewonerspanel?

o Hoe houdt het college rekening met eventuele onder- en oververtegenwoordiging?

o Doet het bijvoorbeeld aanvullend onderzoek in de buurt die het betreft of onder de groep

die niet representatief vertegenwoordigt is in het panel? 3.

o Graag willen wij van het college inzicht en duidelijkheid krijgen over de samenstelling van het panel.

o En is het college als transparante overheid bereid om dit op de website utrecht.nl zichtbaar

te maken voor de bewoners? 4. 5.

o Hoe verhoudt het bewonerspanel zich ten opzichte van de tweejarige inwonersenquête?

o Hoe verhoudt het bewonerspanel zich ten opzichte van de denkmee-utrecht.nl website waar willekeurige mensen die de site kennen hun mening kunnen geven over verschillende Utrechtse onderwerpen?

8

Vragenuur van 1 december 2022

Wethouder STREEFLAND: Voorzitter! Dank voor de vragen. Het beantwoorden van deze vragen

vergt veel informatie.

Aan het bewonerspanel nemen ongeveer 5500 Utrechters deel. Dat zijn inwoners van Utrecht

die in verschillende wijken wonen waarvan wij weten in welke subwijk zij wonen. Wij kennen ook hun leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.

In het panel zitten relatief veel mensen met een Mbo en Hbo opleiding en relatief weinig

jongere Utrechtse inwoners t/m 35 jaar. Per wijk verschilt het aantal panelleden tussen de 350 en

850 mensen. Dat is voldoende om per wijk uitspraken te kunnen doen. De resultaten van een peiling geven daarom een goede indicatie van de mening van alle Utrechters.

Mevrouw Duitscher vroeg ook naar een aantal andere kenmerken. Die zouden nog

uitgevraagd kunnen worden.

Mevrouw Duitscher vroeg hoe het verloop van de deelnemers aan het bewonerspanel is zoals

de aanwas van de panelleden. De meeste nieuwe panelleden komen uit de inwonersenquête en de gezondheidspeiling. Ook kunnen inwoners zichzelf via de website van de gemeente aanmelden.

In augustus jl. was er een onderzoek over het uitgaansleven waarvoor mensen zijn benaderd

via gemeentelijke sociale media. Daarmee hebben wij ook nieuwe leden geworven. Op deze manier proberen wij nieuwe en jongere panelleden te werven.

Voor wat betreft het verloop van de panelleden: aan het begin van elk kalenderjaar vragen wij

panelleden die de laatste drie vragenlijsten niet hebben ingevuld of zij lid van het panel willen blijven.

Hoe houdt het college rekening met eventuele onder- en oververtegenwoordiging? In de

peiling van augustus jl. hebben wij bijvoorbeeld rekening gehouden met een

ondervertegenwoordiging van jongeren. De vragenlijst is toen via de sociale media verspreid. Zo konden ook niet-leden de vragenlijst invullen.

In elke rapportage van het bewonerspanel staat een korte toelichting over de samenstelling.

Alle resultaten van het bewonerspanel staan op de website van de Gemeente Utrecht.

Hoe het bewonerspanel zich verhoudt tot de inwonersenquête. Er is een verschil tussen deze twee. Het panel is er voor het maken en het evalueren van het beleid en de inwonersenquête is bedoeld

voor monitoring. Verder kunnen wij via de inwonersenquête representatieve uitspraken doen over Utrecht en haar inwoners. Wij werken met een steekproef van de respondenten.

"Denk mee" is bedoeld voor online. Eén van de instrumenten is het uitzetten van een korte

vragenlijst. Het bewonerspanel is bedoeld voor het vormen en het evalueren van beleid.

De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Ziet het college mogelijkheden om gericht groepen

te werven die nu ondervertegenwoordigd zijn? Niet alleen met relevante vragen maar ook met andere middelen die deze groep aanspreken?

Wethouder STREEFLAND: Voorzitter! Zeker zien wij daartoe mogelijkheden en zijn wij daartoe

bereid. Het is niet zo dat wij dat nu niet doen. Het is alleen de vraag of deze werkwijze niet altijd de route is voor de mensen die wij juist willen bereiken. Dat is natuurlijk het brede palet van

participatie. Daardoor zien wij dat dit voor sommige groepen eigenlijk geen begaanbare weg is, maar wij doen wel onze uiterste best.

De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! Het verbaast mij toch een beetje dat de wethouder zegt

dat de bewonerspanels een representatieve uitspraak kunnen doen op wijkniveau, maar intussen

9

Vragenuur van 1 december 2022 zegt zij ook dat veel kenmerken, afgezien van leeftijd, geen afspiegeling zijn van de bevolking van de wijken. Hoe verklaart zij dat? Hoe verhouden die zaken zich tot elkaar?

Wethouder STREEFLAND: Voorzitter! Dat heeft natuurlijk te maken met de informatie die men

wil en mag vragen, zoals achtergrond en leeftijd. Dat zijn gegevens die gewoon gevraagd kunnen

worden. Dat doen wij ook. Veel andere informatie ligt veel gevoeliger. Ook DENK weet dat heel goed. Wij moeten er echt voor oppassen dat wij er geen gebruik van maken ter verkrijging van informatie

die wij niet hoeven te weten. Dat punt moet altijd goed worden bekeken. Ik wil best bekijken wat wij nog meer zouden willen doen, maar ook wij weten dat hoe meer informatie wij vragen hoe

gevoeliger de informatie kan zijn voor allerlei zaken waarvoor wij juist niet aan de lat staan. Mevrouw DUITSCHER (EenUtrecht): Voorzitter! Ik denk dat men vraag 3 niet helemaal goed

heeft begrepen. Ik vraag mij af of er op de website kan komen te staan hoe het panel is

samengesteld. Ik heb de pagina bekeken waar de wethouder op wees, maar dat staat er niet op. Ik

denk dat die informatie heel belangrijk is. Als men weet hoe het panes is samengesteld, voelt men

zich misschien eerder geroepen om mee te doen omdat bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn.

Wethouder STREEFLAND: Voorzitter! Inderdaad is het voorbeeld dat ik voor mij had liggen dat

er een kort gezegd wordt van welke samenstelling er sprake is. Mevrouw Duitscher zou nog even een berichtje kunnen sturen wat zij nog meer wenst te weten. Wat wij nu geven, is een korte samenvatting van de samenstelling van het panel.

7. Vragen van de heer Van der Graaf (ChristenUnie) inzake de brief over de aanpassingen in de kosten van de parkeervergunning.

De heer VAN DER GRAAF (Christen Unie): Voorzitter! Op 18 november 2022 ontvingen talloze

Utrechters een brief over aanpassingen in de kosten van de parkeervergunning. Ook Utrechters die geen parkeervergunning hebben, ontvingen deze brief. Daarnaast is de ChristenUnie fractie van

mening dat het de vraag is of het voor dergelijke wijzigingen noodzakelijk is om alle Utrechters met een parkeervergunning via een brief te informeren, temeer omdat deze vergunning vaak online is aangevraagd.

Omdat de ChristenUnie-fractie het belangrijk vindt om terughoudend te zijn met het

versturen van brieven vanwege de belasting daarvan voor het klimaat stelt ze de volgende vragen. 1.

Naar hoeveel Utrechters is deze brief de afgelopen week verzonden?

3.

Wat is de afweging geweest om deze brieven te versturen en niet om de mensen digitaal te

2.

4.

Klopt het dat deze brieven ook verstuurd zijn naar mensen die geen parkeervergunning hebben? informeren?

Op welke manier wordt de afweging gemaakt hoe wij de inwoners van Utrecht informeren, per brief of digitaal?

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Wij hebben

50.000 adressen aangeschreven. 29.000 daarvan waren gericht aan vergunninghouders die zelf ook het gevoel hebben vergunninghouder te zijn. 19.000 mensen hebben zelf niet het gevoel vergunninghouder te zijn, maar in onze juridische wereld is dat wel zo. Dat is één van de

achtergronden van de vragen van de ChristenUnie-fractie. 2.000 adressen zijn van ondernemers. Wij

10

Vragenuur van 1 december 2022 hebben gemeend die te moeten informeren vanwege de tariefsverhoging en ook vanwege de

verandering van de feestdagen. Los daarvan - de vraag was ook waarom papier? - is het antwoord dat wij niet van al die 50.000 adressen ook emailadressen hebben. Wij zouden dan voor een heel

ingewikkelde opgave komen te staan wie dan iets fysieks moet krijgen en wie iets per computer. Wij vinden echter wél dat wij een informatieplicht hebben. Dat is in het kort het verhaal.

De heer VAN DER GRAAF (Christen Unie): Voorzitter! Wordt er wel aan gewerkt om dat

technisch mogelijk te maken? Veel mensen hebben wel DigiD. Ik denk dat 90% de vergunning online heeft aangevraagd.

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Wij zijn ons volledige

vergunningensysteem aan het vernieuwen. Als dat klaar is, zijn wij waarschijnlijk beter in staat om

op basis van emailadressen te werken, maar dan nog zullen wij denk ik wel steeds blijven afwegen of wij zeker willen weten dat mensen worden bereikt. Papier is daar een goede garantie voor, maar de techniek schrijdt voort. Wij kunnen straks dingen die wij nu nog niet kunnen.

8. Vragen van de heer Van Steeg (CDA), de heer Bosch (PVV) en mevrouw Al Saqaff (VVD) inzake Parkeeroverlast Sportpark Voordorp.

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De uitbreiding van betaald parkeren in Utrecht plaatst

de sportverenigingen in de stad voor nieuwe uitdagingen. Aan sportverenigingen worden andere eisen gesteld dan aan woonwijken, zo ook aan Sportpark Voordorp. De Voorveldselaan zou een

betaald parkeren gebied worden. Om hiervoor een goede regeling te treffen, nam de raad op 8 juli 2021 met een ruime meerderheid amendement 62 aan. In het amendement wordt het college

opgeroepen om rond het sportpark een afzonderlijk parkeerregime te vestigen. Dat is tot op heden niet gebeurd, waardoor de sportverenigingen Hercules en Sporting 70 veel overlast ervaren van

langparkeerders en parkeerders uit omringende wijken, waar wél betaald parkeren is. De fracties van CDA, PVV en VVD willen dat er op die plaats zo snel mogelijk een apart parkeerregime tot stand komt. Zij stellen de volgende vragen. 1.

Herinnert het college zich amendement 62 en de wens van de raad om voor Sportpark Voordorp

2.

Waarom duurt het zo lang om tot een goede regeling te komen? Waarom wordt de raad daarover

3.

een apart parkeerregime te bewerkstelligen? niet geïnformeerd?

Welke stappen heeft het college gezet om het amendement uit te voeren en om op die manier parkeeroverlast voor de betrokken sportverenigingen te voorkomen?

Is de het college bereid om op zo kort mogelijke termijn met de verenigingen tot een

oplossing te komen en om in sportpark Voordorp een passend parkeerregime te bieden?

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Uiteraard

herinneren wij ons het amendement nog. Dat heeft onder andere de grens opnieuw getrokken van de parkeergebiedjes hier. Dat waren er in dit gebied - Voordorp, Veemarkt en het sportpark -

uiteindelijk vijf. In vier van de gebiedjes is een draagvlakmeting gedaan, niet in het sportpark, maar wel in de andere vier. Drie daarvan hebben ingestemd, maar één niet. Dat was een gebiedje in

Voordorp. Vóór en na de meting zijn met de sportverenigingen gesprekken gevoerd. Er is geen

meting gedaan omdat toen de parkeerdruk nog niet hoog genoeg was, geen 80%. Het is een gebied

11

Vragenuur van 1 december 2022 dat zich ook niet echt goed leent voor een meting omdat het geen gewone adressen zijn; er zijn er maar vijf.

Met de sportverenigingen is afgesproken - vóór de meting waren zij geen voorstander van

betaald parkeren, maar toen de effecten van betaald parkeren merkbaar werden, waren zij er wél

voorstander van. Nu zijn wij in de situatie dat is afgesproken dat wij de raad een voorstel doen over het op die plaats invoeren van betaald parkeren. Vooralsnog houden wij ons daaraan. Wij hebben

besloten om een aantal gebieden - Voordorp is er daar één van - waar een hoge parkeerdruk is wij dat betrekken bij onze afweging over de volgorde der dingen. Alles afwegende denken wij dat wij

daarop wachten. Dat zou betekenen dat de raad eerst een voorstel krijgt, daar een keuze in maakt. Ik stel mij voor dat deze gebieden vooraan in de rij staan, juist om de overlast te bestrijden. Men kan

overwegen om het betaald parkeren rondom de sportverenigingen eerder in te voeren. Dat zou niet ons advies zijn omdat er dan in Voordorp grotere problemen zullen komen. Als de raad dat alles

afwegende wél graag wil, dan stel ik voor om een actuele motie in te dienen zodat het college echt een opdracht krijgt. Dan kan het college dat uitvoeren door gebruik te maken van een

maatwerkinstrument dat sinds een jaar in het beleid aanwezig is. Dan kunnen wij dat doen, maar dan wil ik wel zeker weten dat ik van de meerderheid van de raad daartoe de opdracht heb gekregen. De VOORZITTER: Dames en heren! Zijn er nog partijen die aanvullende vragen hebben? De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording.

Natuurlijk kunnen wij een actuele motie indienen. Dat wil ik graag doen, maar het amendement is

meer dan een jaar oud. Nu zegt de wethouder dat er een nieuw parkeerregime komt. Dat had echt eerder gekund. In het amendement wordt gevraagd om met de verenigingen een apart regime te

bewerkstelligen. Waarom is dat niet eerder gebeurd? Als het moet, zullen wij natuurlijk nadenken over het indienen van een actuele motie.

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heb ik dat net gezegd. Ik

wordt er wel eens van beschuldigd dat ik niet luister, maar de verenigingen wilden dat niet, dus

daarom hebben wij dat niet gedaan. Pas toen de effecten duidelijk werden van het betaald parkeren in de omgeving, kreeg men meer last van overlast. Inmiddels willen ze wél betaald parkeren, maar zijn we in een nieuw regime terechtgekomen. Ik heb zojuist een handreiking gedaan waarvan ik verwacht dat het een oplossing is. Als men dat in meerderheid echt wil, dan kunnen wij alsnog

versneld betaald parkeren invoeren, maar dan krijgt Voordorp waarschijnlijk meer last dan nu. Dit zijn de voor- en nadelen die men tegen elkaar moet afwegen.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank wethouder Van Hooijdonk en iedereen die hier

aanwezig was evenals de mensen die hebben meegekeken. Een hele fijne avond en graag tot de volgende keer.

12

Vragenuur van 1 december 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 1 december 2022

Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Duitscher (EenUtrecht) de heer Sungur, Denk,

mevrouw Assen (PvdA) mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Oul Fakir (Bij1) over het volwassen leven goed beginnen kan niet op straat. Wethouder Streefland • zal de raad in het eerste kwartaal van 2023 informeren over het aantal jongeren in kwetsbare posities en de mogelijke oplossingen voor dat probleem.

• zal de raad zo snel mogelijk, uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023, laten weten wat het plan van het kabinet voor de aanpak van dakloosheid voor Utrecht in financiële zin betekent.

Vragen van de heer Zwanenberg (GroenLinks) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake bladblazers. Wethouder Schilderman • zal bij het betrokken bedrijf navragen waarom er nog is gewerkt met benzinebladblazers en zal de raad in het eerste kwartaal van 2023 laten weten wat dit heeft opgeleverd.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c7a497b7-a7f0-4c83-a371-3aea2221f95b