20221013 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 13 oktober 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 13 oktober 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Dijkstra, Heijne, Hessel, Kendir, Raaijmakers en Van
der Wilt.
Vries.
Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg, Schilderman, Streefland en De
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. Ik heet iedereen
die thuis met ons meekijkt hartelijk welkom. Ik heet ook de collega-raadsleden van harte welkom,
net als de commissieleden, wethouders en iedereen die op de publieke tribune zit. Ook heet ik van harte welkom de mensen die hier aan het werk zijn om ons werk mogelijk te maken. Er zijn vijf sets vragen ingekomen.
1. Vragen van de heer Dijkstra (EenUtrecht) en de heer Maas (Volt) inzake Bewoners aan bod bij sociaal makelen.
De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! Recent (juli 2022) is de tussenevaluatie "Sterke
basis, ambitieus perspectief" beschikbaar, waarin het werk van een zestal belangrijke partners in het sociaal domein is geëvalueerd, waaronder ook dat van Stichting DOCK. De gemeente heeft in 2018 DOCK het sociaal makelen gegund, waarbij verscheidene partijen zich met een aanbod konden
inschrijven. DOCK heeft op basis daarvan een opdracht om zes jaar lang (2019-2023) in Utrecht het sociaal makelen te organiseren, oftewel het "verbinden van bewoners" in onze stad, in het bijzonder
ook de kwetsbare bewoners. Destijds is door de gemeente met DOCK afgesproken dat in de loop van die zes jaar een deel van het werk (ca. 20%) zou worden uitbesteed aan bewonersgroepen/initiatieven.
Een onderzoek onder cliënten c.q. Utrechters naar het functioneren van DOCK lijkt niet
beschikbaar te zijn. De tussenevaluatie (juli 2022) beschrijft enkele kritische en zeer zorgelijke
"belemmerende elementen" die vooral veel vragen oproepen, en sluit af met een reflectie die spijtig
Vragenuur van 13 oktober 2022 genoeg heel summier is en nagenoeg alleen gaat over de "onmogelijke taak" van DOCK en dat er
(nog steeds) hard gebouwd wordt aan de eigen interne organisatie. Vandaar de volgende vragen. 1.
2. 3. 4.
Deelt het college de indruk dat de tussenevaluatie te weinig ingaat op de mate waarin DOCK wel of niet de beoogde afgesproken doelstellingen voldoende realiseert en voldoende "impact heeft op het leven van bewoners"?
Is er een evaluatie beschikbaar van de inzet van DOCK waarin Utrechters c.q. cliënten de resultaten en de aanpak van DOCK beoordelen?
Wat is nu het oordeel van het college over het functioneren van DOCK?
Is het college bereid om bij het aanbesteden van het sociaal makelen in 2023 ruimte te
organiseren voor bewonersalternatieven waarbij betrokken burgers direct meedingen op het sociaal makelen in de eigen buurt of wijk?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Deze vragen zouden worden beantwoord door
wethouder Voortman, maar omdat zij hier niet aanwezig kan zijn, neem ik vanmiddag haar taak over. In de wijken gebeurt veel aan formele en informele zorg. In deze tijd is nog meer dan anders
de vraag aan de orde hoe wij de inwoners die zorg nodig hebben, kunnen bereiken. Al eerder is gezegd dat wij prioriteit geven aan outcome en sturing. Daar kan men het college aan houden.
Het antwoord op vraag 1. De beoordeling of er is gebeurd wat is afgesproken, vindt plaats in
de jaarlijkse subsidiecyclus. Daar toetsen wij op. Ook spreken wij over actuele ontwikkelingen en
bijstellingen betreffende het accounthouderschap. Wij proberen dat met vertrouwen te doen, maar wel voorzien van enige zakelijkheid.
Het antwoord op vraag 2. Er is met betrekking tot DOCK geen evaluatie gedaan. Het
bewonersperspectief is wel bij de tussenevaluatie betrokken. DOCK is dit jaar gestart met een pilot
om de ervaringswijzer in te zetten bij het ophalen van ervaringen van burgers. De uitkomst van deze pilot verwachten wij in het vierde kwartaal van 2022. DOCK betrekt het bewonersperspectief bij het jaarlijkse rapport over de verantwoordelijkheden.
Het antwoord op vraag 3. Wij zien dat DOCK veel en goed werk verricht, maar er is nog meer
te doen. Dat is waar de heer Dijkstra op doelt.
Het antwoord op vraag 4 kan op dit moment nog niet worden gegeven. De komende periode
gebruiken wij om het proces aangaande de nieuwe opdracht vorm te geven. Hetzelfde staat in de
raadsbrief. Wij betrekken de raad daar vanzelfsprekend graag bij. Ik weet dat dit ook voor EenUtrecht een belangrijk onderwerp is.
De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! Op welke manier en wanneer komt het voorstel om
aan te besteden dan naar de raad toe? Is daar al iets van bekend?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp die vraag heel goed. Het voorstel zal
de raad in de komende periode worden gedaan, bijvoorbeeld in het eerste kwartaal van 2023. Wij
hebben gezegd met het project rond 2025 aan de slag te gaan. Het lijkt mij goed om de raad in het eerste kwartaal van 2023 te informeren over het tijdstip waarop wij ermee starten.
2. Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), mevrouw Al-Saqaff (VVD), mevrouw Raaijmakers (PvdA), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Chirino (ChristenUnie),
mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), de heer Sungur (Denk) en mevrouw Duitscher (EenUtrecht) inzake jongeren met schulden blijven in Utrecht in beeld.
2
Vragenuur van 13 oktober 2022 Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Vorige week donderdag (06/10/2023) kwam de
NOS met het bericht dat veel jongeren met schulden pas laat hulp krijgen, omdat veel gemeenten
deze jongeren vaak niet in beeld hebben. Bovendien blijkt ook dat door gemeenten prioriteit wordt gegeven aan burgers met grotere schulden. Om schulden onder jongeren tegen te gaan, is zulk
beleid niet wenselijk. Vaak gaan de jongeren zelf op zoek naar oplossingen die worden gevonden
door het maken van nieuwe schulden, te stoppen met het betalen van de zorgverzekeringspremie of door het laag houden van het maandbedrag voor gas en elektriciteit, terwijl de daadwerkelijke
kosten doorgaan of zelfs toenemen. Deze begrijpelijke, maar zeer onwenselijke schijnoplossingen leiden tot grotere schulden.
Utrecht is een stad waar flink wordt ingezet op de schuldenproblematiek bij jongeren. Dat
blijkt uit de brief van 20 september jl. Wij hopen dat Utrecht een stad is waar jongeren met financiële problemen in beeld komen en blijven om te voorkomen dat hun problemen onoplosbaar worden en omdat ze met een achterstand aan het volwassen leven moeten beginnen. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1.
Bestaat er in Utrecht een compleet beeld van de geldproblemen onder jongeren? Als dat beeld er
2.
Is de wethouder het met ons eens dat jongeren met schulden snel alle mogelijke steun moeten
3.
4.
niet is, kan de wethouder dan toezeggen ervoor te zorgen dat dit beeld er komt? krijgen die zij nodig hebben?
Wordt door de gemeente Utrecht een vorm van "triage" toegepast? Als dat het niet geval is, kan de wethouder dan toezeggen om de raad te informeren over de prioriteiten die inzake de schuldhulpverlening aan de orde zijn?
Doordat de wet nog niet toestaat dat schulden - bij o.a. internet- en telefoniebedrijven - bij de gemeente worden gemeld, worden de gemeente en uiteindelijk ook de inwoners die deze
problemen hebben op achterstand gezet bij het bieden en ontvangen van hulp. Is de wethouder bereid om dit punt bij de regering onder de aandacht te brengen en om te lobbyen voor een aanpassing van de wet op dit punt?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Er is geen compleet beeld van het aantal Utrechters met geldzorgen
of schulden. Als ik alle inwoners met problematische schulden in beeld kon brengen, dan deed ik dat graag, maar dat is helaas niet mogelijk. Zowel over jongeren als over andere Utrechters met
problematische schulden is beperkt informatie beschikbaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in beeld gebracht dat in 2020 in Utrecht 1170 problematische schulden hadden. Dit soort cijfers is beperkt, omdat niet alle schulden bij bedrijven daarbij worden betrokken.
Het antwoord op vraag 2. Ik vind dat wij alle Utrechters met dit soort problemen moeten
helpen om zo snel mogelijk schuldenvrij te worden. Jongeren verdienen daarbij speciale aandacht. Daarom hebben wij een jongerenteam. Dat kent een aangepaste aanpak. Wij hebben recent de
studentenschuldsanering ingevoerd, zodat deze jongeren op school kunnen blijven of kunnen blijven studeren, terwijl zij toch financieel kunnen worden gesteund. Lang niet alle jongeren met schulden
maken gebruik van deze hulp. Daarom werken wij samen met onder andere de onderwijsinstellingen om bij jongeren geldproblemen te signaleren en om hen hulp te bieden. Wij proberen op deze manier jongeren met geldzorgen beter te bereiken, maar helaas lukt dat nog niet bij allemaal.
Het antwoord op vraag 3. Triage doen wij niet. Als iemand geldproblemen heeft, ongeacht van
welke omvang, dan helpen wij graag. Het klopt echter wel dat wij met vroege signalering jongeren
minder goed bereiken, omdat ze vaak geen schulden hebben bij verhuurders of nutsbedrijven, wat
3
Vragenuur van 13 oktober 2022 wij bij anderen vaak wél zien. Wij kunnen wat de signalen betreft jongeren geen prioriteit geven, omdat wij niet weten wat de leeftijd is van de inwoner met betalingsachterstand. 5.
Het antwoord op vraag 4. Ik ben graag bereid om dit punt bij de regering onder de aandacht te brengen en om te lobbyen voor een aanpassing van de wet op dit punt.
Mevrouw KENDIR (Student & Starter): Voorzitter! Wat kan de gemeente preventief doen om
schulden bij jongeren te voorkomen?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik moet de raad het antwoord op deze vraag
schuldig blijven. Ik wil op deze vraag een degelijk antwoord kunnen geven. Ik kan toezeggen dat mijn collega de raad daarover informeert.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! De raad was deze week op bezoek bij een
buurtteam. Daar was een Werkwinkel. Werk is een van de middelen om jongeren niet in
geldproblemen te laten komen. De Werkwinkel was duidelijk over welke doelgroep ze niet goed
bereikte, namelijk jongeren. Ik wil graag van de gemeente horen wat ze doet om deze groep beter te bereiken.
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat dit een goed punt is. Wij kunnen
dat betrekken bij het aantal extra mogelijkheden dat wij hebben om jongeren te bereiken. De
Werkwinkel vraagt niet alleen welke schulden iemand heeft, maar vooral wat men kan doen om die op een duurzamere manier af te lossen. Als de Werkwinkel zegt dat dit advies beschikbaar is voor
een bredere groep, dan kan dat. Ik weet echter van de Werkwinkel zelf dat jongeren daar niet graag zelf komen. Er is soms bij de jongeren zelf aarzeling om hulp te accepteren.
Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Ik hoor zeggen dat wordt samengewerkt met
onderwijsinstellingen. Ik hoop echter ook dat sportclubs en studentenverenigingen - waar mensen zijn die door jongeren worden vertrouwd - de jongeren voorlichting kunnen geven.
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik hoop dat dit vanzelfsprekend is, maar als
dat niet zo is, is dat een zeer goed advies. Ik zal dat punt doorgeven.
3. Vragen van mevrouw Van der Wilt (D66), mede namens mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Meerding (VVD), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), de heer
Zwanenberg (GroenLinks), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer Dijkstra (EenUtrecht) en de heer Stam (PvdA) inzake Veilig wonen voor iedere Utrechtse student.
Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Deze week werden verscheidene fracties
onaangenaam verrast door het bericht dat een studente in haar eigen huis ervaringen had met
seksueel grensoverschrijdend gedrag. Uit de berichtgeving van DUB lijkt het beeld naar voren te komen dat de melder tegen een muur is aangelopen in het contact met de Stichting Studenten
Huisvesting (SSH). SSH lijkt actie te willen ondernemen via het reguliere overlastteam, maar dit staat in schril contrast met het feit dat de melder haar huis heeft moeten verlaten. Wat ons betreft, heeft iedereen recht op een veilig huis. Grensoverschrijdend gedrag heeft in onze stad geen plaats. Daarom roept het artikel bij de fracties de volgende vragen op. 1.
Kan het college in gesprek gaan met de SSH om te onderzoeken welke meldstructuren zij hebben
4
Vragenuur van 13 oktober 2022
2.
voor overlast en of dit afdoende is, ook in zulke kwetsbare persoonlijke zaken?
Ziet het college mogelijkheden om de SSH te bewegen tot het opstellen van een protocol of
vertrouwenspersoon – die ook mandaat binnen de organisatie heeft – om dergelijke situaties aan te pakken?
Samenwonen met leeftijdsgenoten kent veel voordelen voor persoonlijke en sociale ontwikkeling,
naast dat het ‘gewoon gezellig’ is. Hierin verschilt de SSH fundamenteel van andere
verhuurinstanties in de stad, omdat de SSH veelal kamers met gemeenschappelijke ruimten verhuurt. Toch kan de problematiek van grensoverschrijdend gedrag in huiselijke sfeer breder spelen, zeker als wij het beginnen van zogenoemde friends- of golden-girls-woningen stimuleren. 3.
4.
Is het college bereid dit in te brengen in de bestuurlijke overleggen die het heeft met de
verschillende woningbouwcorporaties en met private verhuurinstanties om de veiligheid van eventuele melders en/of slachtoffers te waarborgen en om hen bescherming te bieden?
Ziet het college mogelijkheden om meldstructuren en/of vertrouwenspersonen voor (sociale) veiligheid van bewoners te betrekken bij de prestatieafspraken met woningcorporaties?
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Het college vindt alle vormen van seksueel
grensoverschrijdend gedrag onacceptabel. Dat is er de reden van dat het college een programma
heeft dat zich richt op het terugdringen van intimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de openbare ruimte. In de privésfeer - er is een studentenwoning in Zeist aan de orde - vinden wij het belangrijk dat de politie hierbij werd betrokken. Ik zal ook ingaan op de gestelde vragen.
Het antwoord op vraag 1. De Stichting Studenten Huisvesting zegt op verschillende manieren
te proberen de drempel om overlast te melden zo laag mogelijk te houden. Wij zijn met SSH hierover in gesprek gegaan. De SSH heeft ons verteld hoe het protocol eruitziet. Men heeft twee
woonconsulenten in dienst. Die zijn fulltime bezig met overlastmeldingen. Er zijn helaas ook
meldingen bij die zijn gericht op ongewenst seksueel gedrag. Deze medewerkers weten hoe zij met
dergelijke meldingen moeten omgaan. Indien van toepassing, adviseert SSH om aangifte te doen bij
de politie. Daarnaast hebben deze medewerkers contacten met instanties die zijn gespecialiseerd in het begeleiden en bieden van professionele hulp aan slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag. Zij kunnen de melder met deze instanties in contact brengen. De SSH gaat altijd met de melder in
gesprek, maar ook met degene die de vermeende overlast veroorzaakt. Vervolgens wordt gezocht naar een oplossing die uiteraard per situatie kan verschillen. Huurders kunnen klachten op
verschillende manieren melden. Dat kan bij de beheerder of bij de propertymanager van het
woongebouw. Ieder verhuurteam van de SSH werkt sinds een halfjaar met deze propertymanagers. Deze managers werken samen met de beheerder en zijn een aanspreekpunt voor de huurders van het complex. Daarnaast proberen zij ook direct bereikbaar te zijn via app, mail en telefoon.
Het antwoord op vraag 2. Het protocol is er al, maar ik vind het belangrijk om hierover met de
SSH en de huurders in gesprek te gaan.
Het antwoord op vraag 3. Er is bestuurlijk overleg met de corporaties. Het valt onder de
verantwoordelijkheid van de verhuurder om te zorgen voor een veilige woonomgeving. Corporaties hebben een eigen meldstructuur en protocollen. Natuurlijk zullen wij dit onder de aandacht van de corporaties brengen.
Het antwoord op vraag 4. De prestatieafspraken. Het overleg is breder dan die afspraken. Wij
zijn met de corporaties in gesprek, maar dit gebeurt juist ook in de particuliere huur. Daar wonen ook mensen bij elkaar. Wij onderzoeken of wij dit een plek kunnen geven in de Wet goed
verhuurderschap. Er komt een verhuurdervergunning aan. Wij willen die hierbij een plek geven.
5
Vragenuur van 13 oktober 2022 Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Het is fijn om te horen dat er dermate snel contact
met de SSH is geweest. Er lijkt een verschil te zijn tussen plan en praktijk te zijn. Er zijn veel mooie protocollen. De fracties vragen zich af of die voldoende zijn. Ik proef er geen reflectie op van het
college of de SSH. Ik probeerde dat punt aan te kaarten. Iets kan op papier kloppen, maar hoe het in de realiteit is, blijft de vraag. Ik ben ook nieuwsgierig wanneer de terugkoppeling komt van hetgeen kan worden gedaan in het licht van de Wet goed verhuurderschap.
De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! De protocollen zijn er. Dat zegt ook de SSH, maar
het gesprek daarover - de vraag hoe ze landen in de praktijk - is er de reden van dat wij dit gesprek gaan voeren. Wij willen dat met de verhuurders doen. De verhuurders hebben zich verenigd in BoKS. Uit mijn hoofd zeg dat wij op de terugkoppeling van de Wet goed verhuurderschap
terugkomen in het derde kwartaal, Q3.
4. Vragen van mevrouw Heijne (GroenLinks) inzake “Verloren groen Regenboogschool Wevelaan”. Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! De basisschool de Regenboog aan de Wevelaan
wordt sinds maart jl. verbouwd. Binnenkort keren de kinderen weer in het gebouw terug. Er zijn veel energiebesparende maatregelen genomen en de school gaat van het gas af. Dat zijn zaken die de GroenLinks-fractie van harte toejuicht. Minder blij is de GroenLinks-fractie met de toegevoegde verharding.
Vorige week kregen wij van buurtbewoners het bericht dat er een derde uitgang is
gerealiseerd met een breed tegelpad en een verhoogd bordes. Hierdoor is een groot stuk groen doorsneden en deels verdwenen. 1.
Deelt het college de mening van de GroenLinks-fractie dat het zonde is dat er op deze manier op
2.
Hoe verhoudt de nieuwe verharding zich tot de wens uit het coalitieakkoord tot het vergroenen
3.
4.
gemeentelijke grond groen verdwijnt in ruil voor tegels? van schoolpleinen?
Kan het college toezeggen met het bestuur van de school in gesprek te gaan om een oplossing te bewerkstelligen waarbij minder groen verloren gaat en het verloren groen ruimhartig wordt gecompenseerd?
Naast de teleurstelling over het verloren groen uiten omwonenden frustratie over de stroeve
communicatie tussen de omwonenden en de school. Ziet het college mogelijkheden om via het wijkbureau een rol te spelen in de communicatie van de school en de buurtbewoners?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het antwoord op vraag
1. Zowel de grond als de opstal zijn eigendom van het schoolbestuur. Het project dat men heeft
gedraaid, had wel degelijk de bedoeling meer groen toe te voegen. Als men de kavel in zijn geheel bekijkt, is aan het nieuwe schoolplein meer groen toegevoegd.
Om de drukte rondom de school te spreiden, is een extra ingang gecreëerd. Wij vinden het
belangrijk dat de toegankelijkheid van al die ingangen op orde is. Daarom is er voor verharding gekozen, om de ingang goed en eenvoudig te kunnen bereiken.
Er is een informatiebijeenkomst geweest waarbij gesprekken met de buurt zijn gevoerd. Als
gevolg van deze gesprekken is het ontwerp aangepast. Het betegelde gedeelte is versmald. Dit is allemaal door de school georganiseerd en door de school besloten.
Er is een omgevingsvergunning verstrekt. Wij hebben bekeken of die voldoet aan alle
voorwaarden. Dat is zo.
6
Vragenuur van 13 oktober 2022 Het antwoord op vraag 2. Het coalitieakkoord. Wij houden vast aan de ambitie om
schoolpleinen te vergroenen. Dat is ook in dit geval gebeurd.
Het antwoord op vraag 3. Wij hebben een gesprek gevoerd met de school en het
schoolbestuur. Er is geen groen verloren gegaan, maar op andere plaatsen aangebracht en zelfs toegevoegd.
Het antwoord op vraag 4. Het schoolbestuur heeft op 8 november a.s. een gesprek met
omwonenden en het wijkbureau. Wij treden daar als een soort begeleider op. Het is goed om de
uitkomsten van dat gesprek af te wachten. Omdat er een nieuwe ingang is en omdat er omwonenden zijn die zeggen dat een nieuwe ingang iets doet met hun woonomgeving willen wij bekijken of er op
onze grond in de openbare ruimte maatregelen te nemen zijn om die impact te verkleinen. Dat is het onderwerp van gesprek op 8 november a.s.
Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! Hartelijk dank voor de duidelijke beantwoording.
Het leek er inderdaad op dat er veel groen verdwijnt. Ik ben heel blij om te horen dat dit kennelijk niet zo is. Hartelijk dank en fijn voor de bemiddelende rol die wordt gepakt.
5. Vragen van mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), de heer Sungur (DENK) en de heer Dijkstra (EenUtrecht) inzake Vervuild historisch centrum van Utrecht.
Mevrouw HESSEL (Utrecht Solidair): Voorzitter! De historische binnenstad is enorm vervuild
door hoofdzakelijk blauwe zakken bedrijfsafval. Vóór juli 2022 kon de gemeente niet handhaven,
omdat er geen regelgeving voor bedrijfsafval was. Het vergde jaren van protest van inwoner Sjoerd de Boer om regelgeving in te voeren. Nu ontbreekt het aan handhaving. Bij de Drakenburgstraat duurde het tien dagen voor er een berg van minstens vijftig zakken werd opgeruimd. 1. 2.
3.
De fractie van Utrecht Solidair heeft derhalve de volgende vragen.
Vindt het college stadsreiniging een kerntaak van de gemeente? Waarom wel of waarom niet?
Is het college bereid om een gedeelte van het budget van Utrecht Marketing te verplaatsen naar
Stadsreiniging/Stadsbedrijven, zodat Utrecht Marketing echt een mooi en vooral schoon Utrecht kan laten zien?
Kan het college aangeven hoe het sneller op de losse bedrijfsafvalzakken zal handhaven? Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wij vinden het reinigen
van de stad een belangrijke taak van de gemeente. Wij hebben de raad deze week een brief gestuurd over de versoberingopgave in de openbare ruimte.
Het antwoord op vraag 1. Wij hebben er bewust niet voor gekozen om het ambitieniveau op
schoon te verlagen.
Het antwoord op vraag 2. Het college kan niet zomaar geld weghalen bij Utrecht Marketing en
kan niet zomaar schuiven tussen programma's. Het budgetrecht voor het verschuiven van het budget ligt bij de raad en niet bij het college.
Het antwoord op vraag 3. Sinds 1 augustus jl. wordt er gecontroleerd op het verkeerd
aanbieden van bedrijfsafval, conform de nieuwe regels. Tot op heden hebben wij de volgende resultaten bereikt:
- 54 waarschuwingen aan ondernemers die hun containers op het verkeerde tijdstip buiten hadden gezet;
- een dwangsom aan twee ondernemers die een overtreding voor de tweede maal hadden begaan; - 100 klikohangers gehangen aan anonieme bedrijfsafvalcontainers;
7
Vragenuur van 13 oktober 2022 - het uiteindelijk verwijderen van 30 anonieme bedrijfsafvalcontainers.
Handhaven is een kwestie van lange adem en is niet iets dat in één dag is gebeurd. Op
locaties waar wij anonieme bedrijfsafvalcontainers hebben verwijderd, beginnen ondernemers hun
afval in losse zakken aan te bieden. Op locaties waar dat gebeurt, zullen wij intensiever controleren. De afdeling Handhaving is in overleg met Stadsbedrijven om het afval sneller te verwijderen.
Wij verwachten stukje bij beetje het gewenste resultaat te behalen, maar ik moet wel zeggen dat het invoeren en handhaven van nieuwe regels tijd vergt.
De heer DIJKSTRA (Een Utrecht): Voorzitter! Kan de wethouder zeggen waarom het zolang
heeft geduurd voordat de problemen echt zijn opgepakt?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat wij een verschil van inzicht
hebben in wat "lang" is. In juli jl. zijn de nieuwe regels gepubliceerd. Wij zijn in augustus gaan
handhaven. Er is een periode van een kleine maand geweest waarin de eerste informatie is verstrekt bij het ingaan van de regels. Vervolgens is er gehandhaafd, maar wij merken dat het veel aandacht
vraagt als het bijplaatsen van afval aan de orde is en er moet worden bekeken of iets bedrijfsafval of huisvuil is. Veel mensen kiezen vaak een gemakkelijke weg. Het is sowieso erg lastig om erachter te komen wie er schuldig is. De nieuwe regels voor bedrijfsafval dragen daaraan bij. Om die reden
hebben wij een last op dwangsom kunnen opleggen. Maar als de zakken anoniem zijn, is het lastig om te handhaven, omdat wij dan niet weten wie wij moeten aanspreken.
Mevrouw HESSEL (Utrecht Solidair): Voorzitter! Hoeveel boetes zijn tot nog toe uitgedeeld? Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Er zijn twee last onder dwangsommen
opgelegd. Bij een volgende overtreding zal een boete worden gebeurd.
De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn gekomen aan het einde van het vragenuur. Ik wens
iedereen een heel fijne avond toe.
De voorzitter sluit hierna, te 17.29 uur, het vragenuur.
8
Vragenuur van 13 oktober 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 13 oktober 2022.
Vragen van de heer Dijkstra (EenUtrecht) en de heer Maas (Volt) inzake Bewoners aan bod bij sociaal makelen.
Wethouder Streefland • deelt mee dat het college de raad in het eerste kwartaal van 2023 zal informeren over het tijdstip waarop gestart zal worden met de aanbesteding van het sociaal makelen.
Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), mevrouw Al-Saqaff (VVD), mevrouw Raaijmakers (PvdA), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Chirino (ChristenUnie),
mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), de heer Sungur (Denk) en mevrouw Duitscher (EenUtrecht) inzake jongeren met schulden blijven in Utrecht in beeld. Wethouder Streefland • deelt mee dat het college de raad uiterlijk in Q1 2023 zal informeren over wat de gemeente preventief kan doen om schulden bij jongeren te voorkomen.
9