20220922 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 22 september 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 22 september 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Deldjou Fard, Hornsveld, Meerding, Raaijmakers,
Sasbrink, Van Steeg, Sungur en Vermeulen.
Tevens is aanwezig het commissielid: Van den Enk. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg,
Oosters, Schilderman en Streefland. Griffier: mevrouw Van Hall. Opening van het vragenuur.
2022.
De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur van 22 september Ik heet de mensen van de raad en van het college, de griffier, de mensen op de publieke
tribune en de mensen die thuis meekijken en meeluisteren van harte welkom bij het vragenuur van deze week.
Er zijn acht sets vragen ingekomen. Er is tempo nodig om ze allemaal te behandelen.
1. Vragen van de heer Van Steeg (CDA) mevrouw Meerding (VVD) en de heer Bosch (PVV) inzake Steekincidenten rond Utrecht Centraal.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Opnieuw was er de afgelopen week een steekincident
bij Utrecht Centraal. Met name onder het "bollendak" bij Utrecht Centraal vonden de laatste tijd
verscheidene steekincidenten plaats. Dit op zichzelf is al ernstig genoeg, maar zeker op een plein
midden in Utrecht, waar dagelijks veel burgers komen, zou de veiligheid moeten zijn gewaarborgd. Het is in de ogen van de fracties van CDA, VVD en PVV onacceptabel dat het plein onder het
bollendak, een visitekaartje van Utrecht, onveilig aanvoelt en wordt geplaagd door een reeks veiligheidsincidenten. De genoemde fracties hebben de volgende vragen.
Ik dank de burgemeester voor de brief die zij de raad hierover heeft gestuurd, waardoor een
aantal vragen al is beantwoord. 1.
Hoeveel geweldsincidenten hebben dit jaar rond Utrecht CS - en onder het bollendak in het
bijzonder - plaatsgevonden? Wij hebben gezien dat de burgemeester gebiedsverboden heeft
Vragenuur van 22 september 2022 ingesteld. Kan zij daar meer specifiek op ingaan? Ik heb ook gezien dat inzake handhaving van
het gebruik van alcohol en drugs - dat gebruik is op die plaats volgens mij verboden - strakker kan worden gehandhaafd. Kan zij daarop ingaan? Ook graag specifiek op de samenwerking van 2. 3.
4.
de politie en de handhaving.
Deelt het college de mening dat alles in het werk moet worden gesteld om de veiligheid rond en onder het bollendak te waarborgen?
Zo ja, is het college bereid extra maatregelen te nemen, bijvoorbeeld het opleggen van een gebiedsverbod aan bekende daders, zodat steekincidenten en andere overlast worden voorkomen en zodat Utrechters zich op het plein weer veilig kunnen voelen?
Op welke manier zal het college de handhaving op drugs- en alcoholgebruik in het gebied aanscherpen?
Inmiddels heeft de gemeente bekendgemaakt dat de veiligheidsincidenten gedeeltelijk zijn
toe te schrijven aan een groep zogenaamde veiligelanders. Er worden extra maatregelen genomen. 5. 6. 7.
Kan het college aangeven wat de omvang is van de groep die voor overlast zorgt?
Welke stappen zet het college samen met de landelijke overheid om deze groep uit Utrecht en uit Nederland te laten vertrekken?
Zijn er nog andere groepen te identificeren die rond het station voor overlast zorgen? Welke mogelijkheden ziet het college om effectiever op te treden?
In de brief werd duidelijk dat er sprake is van een groep veiligelanders, ongeveer vijftig
personen. Er wordt een persoonsgerichte aanpak ingesteld. 1.
Om welke incidenten gaat het?
3.
Hoe ziet de persoonsgerichte aanpak eruit?
2. 4. 5.
Voor welke overlast zorgen de veiligelanders? Het gaat niet alleen om de groep veiligelanders, maar ook om andere personen.
Worden ook andere middelen ingezet, bijvoorbeeld zorgaanpak, zodat de overlast bij het bollendak wordt verminderd?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik dank de fracties voor de gestelde vragen.
Het klopt inderdaad dat ik een deel van de vragen die de heer Van Steeg beoogde te stellen al
bij brief heb beantwoord. Het lijkt mij derhalve fair om alleen in te gaan op de andere vragen.
De geweldsincidenten. Ik moet precies zijn. Het gaat niet om het hele Stationsgebied. De
cijfers die ik nu geef, zijn geconcentreerd op en rond het bollendak. In 2020 zijn bij de politie 128 registraties geweest, waaronder 6 winkeldiefstallen en 9 zakkenrollerijen. In 2021 zijn er 195
registraties geweest, waaronder 13 winkeldiefstallen en 9 zakkenrollerijen. In 2022 tot nog toe zijn er 226 registraties geweest, waaronder 24 winkeldiefstallen en 19 zakkenrollerijen.
Gevraagd is of wij op het terrein van de alcohol en handhaving iets doen. Wij hadden er
stewards en extra toezicht en handhaving. Ook de politie lette op. Eén keer per maand worden er
grootschalige schoonveegacties georganiseerd. Tegelijkertijd kan er nog meer gebeuren. Men heeft
in de brief kunnen lezen dat wij toezicht, handhaving en de politie opplussen. Dat betekent dat voor wat betreft alcohol - in het Stationsgebied geldt een alcoholverbod - de politie en TOR handhavend
kunnen optreden op grond van de APV. Ook het bezit - niet het gebruik - van harddrugs is op grond van de APV strafbaar. Wanneer ze dat aantreft, treedt de politie handhavend op.
Gevraagd is naar de samenwerking. Het is heel belangrijk dat de koppels van de boa's en de
politie goed op elkaar zijn ingespeeld. Ik heb tot nog toe niet de indruk gehad dat dit niet het geval is. Ik ben overigens blij dat de politie twee dedicated teams aan het toezicht in de binnenstad
2
Vragenuur van 22 september 2022 toevoegt. Er is geregeld overleg tussen de verschillende partijen. Die zullen goed blijven samenwerken.
De persoonsgerichte aanpak. Daarbij is sprake van verschillende groepen mensen. Wij zien
dat het aantal veiligelanders toeneemt. Ik zal aan het einde van het vragenuur zeggen wie dat precies zijn. Het is niet de enige groep. Wij zien dat ook een aantal mensen met een achtergrond van
arbeidsmigratie uit het voormalige Oost-Europa problemen veroorzaakt. Er is ook een kleinere groep - bekende mensen uit Utrecht - met drank- en of drugsproblemen. Een persoonsgerichte aanpak -
daar hebben wij ook het Rijk bij nodig - is bekijken wie de betrokken persoon is, wat de delicten zijn en de overlast is die de persoon heeft veroorzaakt. Daarop willen wij een op maat gesneden
antwoord geven, maar er kan ook sprake zijn van vreemdelingendetentie. Als iemand zich crimineel gedraagt, moet hij of zij uit de samenleving worden gehaald, net zo goed als anderen die zich crimineel gedragen.
De VOORZITTER: Burgemeester, zou u tot een afronding kunnen komen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ja, dat is nu het geval. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik wil de burgemeester bedanken voor de extra inzet.
Ik denk dat die heel hard nodig is. Zij noemt een aantal dingen dat zal veranderen: de extra inzet van de politie en mogelijke gebiedsverboden.
De VVD-fractie is voorstander van preventief fouilleren. Kan de gemeente Utrecht dat middel
inzetten? Hoe denkt de burgemeester daarover?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Als het echt uit de hand loopt en iemand ergens
weg moet zijn, heb ik helemaal niets aan preventief fouilleren. Dan is het oppakken en opsluiten.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik bedank de burgemeester voor de beantwoording in
haar brief. Ik blijf graag ook op de hoogte van de persoonsgerichte aanpak, met name van de groep
die deze aanpak betreft. Het is voor de gemeente ontzettend moeilijk om daartegen op te treden. Wij hebben samenwerking met het Rijk nodig. Ik hoor graag welke resultaten dat oplevert.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat zeg ik graag toe. Uiteraard is ook
wethouder Streefland nauw betrokken bij de overleggen. De heer Van Steeg heeft gelijk. Dit is een heel ingewikkeld probleem. Als dit gemakkelijk oplosbaar was, dan had het kabinet dat allang gedaan. Wij hebben de samenwerking echt nodig. De urgentie is groot. Wij zijn een
mensenrechtenstad. Het draagvlak voor het opvangen van mensen moet groot blijven. Dat betekent ook dat wij stevig optreden waar situaties zijn die niet door de beugel kunnen. Ik hou de raad heel graag van de vorderingen op de hoogte.
2. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) en de heer Zwanenberg (GroenLinks) inzake het voorkomen van groenverwijdering van het binnenterrein achter Harz/Karpaten in Lunetten.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Vorige maand werden bewoners van Lunetten via een
wijkbericht geïnformeerd over de voorgenomen kap van 22 vergunningsplichtige bomen en het
verwijderen van nog meer bomen en struikgewas. In het wijkbericht staat: "Er staan te veel bomen op het binnenterrein achter de huizen [...] hierdoor verdrukken bomen elkaar, is het erg donker en zijn
3
Vragenuur van 22 september 2022 er veel meldingen over sociale onveiligheid." Een onaangenaam bericht waarover de buurtbewoners bij de raad aan de bel trokken.
Burgers willen niet dat in hun wijk groen wordt verwijderd. Zij maken zich zorgen over de
dieren die in het betreffende bosplantsoen leven. De fracties van PvdD en GroenLinks delen die zorgen en zijn bovendien niet van de noodzaak overtuigd om dermate veel natuur uit het
bosplantsoen op het binnenterrein achter Harz/Karpaten/Apennijnen te verwijderen. Het merendeel
van de bomen dat de gemeente wil kappen, heeft een voldoende of goede toekomstverwachting. Het is een gegeven dat bomen licht tegenhouden, maar daarmee zorgen ze ook voor schaduw, gaan ze hittestress tegen en vormen ze een schuilplaats voor dieren. Juist in een bosplantsoen zou aan de natuur ruimte moeten worden gegeven en zou de gemeente terughoudend moeten zijn met het bestempelen van bomen als "ongewenst". 1.
2.
3. 4. 5.
Daarom stellen de fracties de volgende vragen.
Als redenen voor kap worden gegeven: bomen verdrukken elkaar, bomen zorgen dat het erg donker is en er zijn meldingen over sociale onveiligheid. Welke van deze redenen is doorslaggevend geweest voor het besluit om een kapvergunning aan te vragen?
Realiseert het college zich dat wanneer na de kap de overblijvende bomen meer groeiruimte
krijgen, deze bomen ook meer licht zullen wegnemen en het op het binnenterrein nog steeds donker blijft?
Van hoeveel verschillende adressen zijn meldingen over sociale onveiligheid ontvangen?
Zijn er inmiddels al zienswijzen of andere reacties op het wijkbericht ingekomen? Zo ja hoeveel? Behalve de 22 vergunningsplichtige bomen wil de gemeente ook een aantal zaailingen en aan
weerszijden van het pad 2 meter struikgewas verwijderen. Is het college zich ervan bewust dat juist dit struikgewas de plek is waar egels, muizen en vogels in schuilen en dat die zich
momenteel voorbereiden op hun winterslaap? Hoe wordt in de planning van werkzaamheden 6. 7.
rekening gehouden met enerzijds broedseizoen en anderzijds winterslaapseizoen?
Kan het college toezeggen de hier voorgenomen natuurvernietiging te heroverwegen? Als de bomenkap onverwacht door zou gaan, waarmee en wanneer worden de 22
vergunningsplichtige bomen dan gecompenseerd? En op welke manier vindt compensatie plaats voor de te verwijderen dunnere bomen en het struikgewas?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. De aanleiding voor
de ingreep is dat de bomen te dicht op elkaar staan en elkaar verdrukken. Door nu in te grijpen, verbeteren wij de kwaliteit van een bosplantsoen en behouden wij het voor de toekomst. Een
kwalitatief goed bosplantsoen bestaat uit een gelaagde opbouw met een kruidenlaag, heesters en
jonge en oudere bomen. Ik denk dat men de opsomming moet zien als een contextbeschrijving in plaats van de volledige weergave van de reden.
Het antwoord op vraag 2. Door gericht in te grijpen, komt er lucht en licht in de
bosplantsoenen en ontstaat er meer gelaagdheid. Dit geeft een andere schaduwwerking dan de huidige situatie. Nu staan er hoge bomen die een massieve schaduw geven.
Het antwoord op vraag 3. In 2021 zijn rond dit bosplantsoen 57 meldingen gedaan waarvan
50 politiemeldingen over uiteenlopende zaken van diefstal tot overlast. Daarnaast zijn bij de
gemeente zeven meldingen ingekomen over onder andere drugsoverlast en verblijf door dak- en
thuislozen. Wij kunnen niet zeggen van hoeveel verschillende adressen berichten zijn ontvangen. Het antwoord op vraag 4. Nee, er is geen zienswijze ingediend. Naar aanleiding van het
wijkbericht heeft de wijkopzichter met een bewoner gesproken en heeft gezegd welke bomen
4
Vragenuur van 22 september 2022 worden bedoeld. De bewoner dacht dat er andere en/of meer bomen zouden worden gerooid en zei door het antwoord gerustgesteld te zijn.
Het antwoord op vraag 5. Wij houden aan weerszijden van het pad één meter vrij. Dat wordt in
het wijkbericht vermeld. Egels houden vooral op droge en rustige plekken hun winterslaap. De eerste meter naast het pad is vaak nat en druk. Dat is een stuk meer dan rond de andere plekken langs de flat. Wij verwachten niet dat dieren op die plek overwinteren, aangezien de rest van het gebied veel betere schuilmogelijkheden heeft. Daarbij worden bij groenwerkzaamheden altijd direct vóór de
werkzaamheden gebieden gecheckt en daarmee wordt eventuele ongewenste verstoring van flora en fauna voorkomen. Wij zullen deze procedure ook volgen bij groenwerkzaamheden.
Het antwoord op vraag 6. Wij zijn niet van plan om die toezegging te doen. Wij vinden het
namelijk van belang dat wij in ons bosplantsoen onderhoud plegen. Wij doen dat om de kwaliteit van het bosplantsoen - specifiek de biodiversiteit - in stand te houden en te verbeteren met het oog op de toekomst. Dat zal er bovendien voor zorgen dat bomen elkaar niet verdrukken en dat er een evenwichtige samenstelling van bomen, heesters en andere begroeiing kan ontstaan.
Het antwoord op vraag 7. De vergunningsplichtige bomen worden gecompenseerd door de
aanplant van 22 nieuwe bomen met een omtrek van 20 tot 25 cm. Wij volgen hiermee de
herplantplicht en de APV binnen drie jaar. Dunnere bomen en struiken worden niet direct gecompenseerd, omdat ze geen onderdeel uitmaken van de herplantplicht.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Het is fijn om te horen dat het college een zorgvuldige
afweging heeft gemaakt. Vindt de wethouder niet dat in de wijkberichten die afweging beter kan worden gecommuniceerd dan nu is gebeurd en dat de context juist verwarring heeft geschapen?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Bij nader inzien zijn wij het met de PvdD-
fractie eens dat wij dit beter anders hadden kunnen verwoorden. Wij zullen daar in de toekomst op letten.
3. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA), de heer Van Heuven (PvdD), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), de heer Peters (D66), mevrouw Heijne (GroenLinks), mevrouw Oudejans (Student &
Starter), mevrouw Alblas (ChristenUnie), de heer Temming (SBU) en mevrouw Passier (Volt) inzake Energieverbruik digitale reclameborden.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Er zijn de afgelopen jaren in het straatbeeld van
Utrecht steeds meer digitale reclameborden opgedoken. Deze trend zie je in steden wereldwijd. De Guardian heeft achterhaald dat 1 digitaal reclamebord in Manchester evenveel elektriciteit gebruikt
als drie huishoudens. In deze tijd van energietekorten wordt veel gesproken over energiebesparing. Daarom vinden wij het belangrijk om ook in Utrecht oog te hebben voor niet-noodzakelijk energieverbruik in de openbare ruimte en stellen wij de volgende vragen. 1.
Is de wethouder het met ons eens dat energiebesparing een belangrijk doel is dat ook in de
2.
Hoeveel energie verbruiken de digitale reclameborden in Utrecht? En welke invloed heeft de
3.
openbare ruimte moet worden nagestreefd?
gemeente Utrecht op het bestaan en gebruik van deze reclameborden?
Is het college bereid om maatregelen te nemen om energieverspilling door reclame-uitingen in de openbare ruimte tegen te gaan? Zo ja, aan welke maatregelen denkt het college?
5
Vragenuur van 22 september 2022 Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag
1. Wij zijn het met de indieners van deze vragen eens dat energiebesparing een belangrijk doel is en dat dit moet worden nagestreefd. In het coalitieakkoord staat dat wordt nagestreefd om waar mogelijk verlichting te dimmen en om onnodige verlichting weg te halen.
Het antwoord op vraag 2. Ik kan inzicht in het energiegebruik geven. In Utrecht staan in totaal
479 abri's, 230 reclamevitrines van 2 m² en 10 billboards. Verreweg het grootste deel daarvan
beschikt over analoge reclame. Er zijn 51 digitale LED-schermen waarvan 10 billboards van 6,5 m², 32 vrijstaande reclamevitrines van 75in en 9 abri's, ook van 75in.
Het energiegebruik van billboards is op jaarbasis 7.811 kWh; het energieverbruik van de
75in-schermen, dus de abri's en de vrijstaande reclame is 1.911 kWh en ieder digitaal scherm heeft
sensoren die ervoor zorgen dat de lichten automatisch worden aangepast aan de situatie, dus tijdens bewolkte dagen, in de schemering en 's nachts is het stroomgebruik lager.
Vooruitlopend op vraag 3 is de digitale reclame in 2017 onderdeel is geweest van de uitvraag
van de aanbesteding naar de exploitatie van reclame in de openbare ruimte. In die aanvraag was duurzaamheid één van de gunningcriteria. Dat was aan te tonen met de omvang van het
energieverbruik en de geschatte energieopbrengst, dus hoe hoger de hoeveelheid duurzaam
opgewekte energie hoe hoger de score. De exploitant heeft 96 abri's voorzien van een zonnepaneel en 316 van een seleendak. De toepassing van digitale reclame is daarmee onderdeel van deze
concessie. Wij kunnen de afspraak daaromtrent dus niet eenzijdig wijzigen zonder juridische en
financiële consequenties. De overeenkomst heeft een looptijd van 15 jaar - t/m 31 oktober 2033 -
met de mogelijkheid voor een verlenging met 5 jaar. In het coalitieakkoord hebben wij genoteerd dat reclameverlichting 's nachts uit gaat. Wij bekijken de mogelijkheden van andere vormen van
energiebesparing. Wij spreken daarover met de exploitant. Wij zijn bereid om de raad daarover te informeren in de al toegezegde brief over reclame in het eerste kwartaal van volgend jaar.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor deze nagenoeg
complete beantwoording alsmede voor de toezegging die zij heeft gedaan. Ziet zij nog andere
mogelijkheden om energieverspilling in de openbare ruimte tegen te gaan? Wil zij die onderzoeken? Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Wij zullen altijd bekijken of er andere
mogelijkheden zijn. Wij staan altijd open voor suggesties. Mocht men ergens een plek zien waarvan
men denkt dat er energieverspilling gaande is, laat ons dat dan weten. Soms heeft dat te maken met een aanbesteding. Dat betekent dat wij niet altijd eenzijdig de regels kunnen opleggen.
4. Vragen van mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) mede namens mevrouw Assen (PvdA), De heer Van Bergen (CU), de heer Simsek (DENK), mevrouw Oul Fakir (BIJ1),
mevrouw De Vries (PvdD), mevrouw Kendir (S&S) en mevrouw Duitscher (EenUtrecht) inzake Demonstratie Utrecht Wij Maken Plek.
Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Maandenlang leefden vluchtelingen in Ter
Apel op straat. Maandenlang zagen wij inhumane taferelen. Artsen Zonder Grenzen kwam voor het eerst in Nederland in actie. Een drie maanden oude baby overleed in Ter Apel. In ons land.
Nederland gaat de straat op om te protesteren. En wat deed de regering? Die deed er nog een
schepje bovenop. Die sloot een asieldeal, die een schandelijke schending is van de mensen- en
kinderrechten. Die stuurde mensen uit Ter Apel weg naar andere barre omstandigheden. Dit keer verspreid over het hele land.
6
Vragenuur van 22 september 2022 Afgelopen zaterdag was er in Utrecht een drukbezochte demonstratie van Migreat, waar de
betogers vroegen om een humaan asielbeleid. Zij riepen de gemeente op om plek te maken voor de opvang van meer kwetsbare mensen. Deze week kwam het nieuws naar buiten dat het extra
aanmeldcentrum in Bant, waarmee de druk op Ter Apel verlicht had kunnen worden, weer van de baan is. Er is nog steeds een schrijnend gebrek aan goede faciliteiten en opvang.
Utrecht sprong de afgelopen jaren verscheidene keren in om te helpen. Dat vindt de
GroenLinks-fractie mooi. Maar nog steeds is er behoefte aan meer actie. Want de nood is hoog! De
gemeenteraad krijgt dagelijks berichten van Utrechters met de oproep: Vang meer mensen op, help! De fracties willen, net zoals al deze Utrechters en demonstranten, dat het college alles op
alles zet om nog meer te helpen. 1.
Dat brengt de GroenLinks-fractie op de volgende vragen.
Op 26 augustus heeft de GroenLinks-fractie schriftelijke vragen gesteld over de noodsituatie in
Ter Apel, met het verzoek deze eerder dan gebruikelijk te beantwoorden De beantwoording is er echter nog steeds niet. Een van de vragen was: Wil de wethouder onderzoeken of er in Utrecht (of in de provincie Utrecht) een extra aanmeldcentrum kan komen? Graag een reactie op deze
2.
vraag.
Een andere vraag was: Vang meer asielzoekers op in Utrecht. Afgelopen zaterdag riepen ook de demonstranten hierom. Denk ook aan de opvang van de kwetsbare groepen. Wij weten dat Utrecht al veel doet om te helpen en dat waarderen wij. Echter, de situatie in Ter Apel is
mensonterend en andere gemeenten laten het afweten. Daarom vragen wij het college of wij in onze stad nog meer mensen in onze stad humaan willen en kunnen opvangen. Graag een 3.
reactie.
Tijdens de demonstratie gaf de organisatie LGBT Asylum Support in hun toespraak aan dat er nu in Utrecht geen plek is voor het specifiek opvangen van LHBTIQ-asielzoekers. Rotterdam heeft
dit als enige stad al geregeld. Is de wethouder bereid om spoedig met de organisatie in gesprek te gaan over hoe dit ook in Utrecht vorm kan krijgen en om de raad hierover per brief te 4.
informeren?
Humane opvang betekent dat mensen op zijn minst zelf kunnen koken. Dat klinkt als iets kleins, maar voor mensen die alles hebben achtergelaten, is het een kans om zelf eten te koken. Over de situatie in het Star Lodge Hotel blijven de fracties berichten krijgen. Wat wil en kan de
wethouder doen om aan de oproepen over het eigen eten kunnen koken tegemoet te komen? Wil de wethouder toezeggen dat op de toekomstige opvangplekken daar meer rekening mee wordt 5.
gehouden?
Hoe kijkt het college aan tegen het beperken van gezinshereniging, zoals de nieuwe landelijke asieldeal dat voor ons in petto heeft?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen en voor de betrokkenheid
bij dit belangrijke onderwerp.
Het antwoord op vraag 1. Zoals wij gisteren zagen bij de beantwoording van de vragen van de
GroenLinks-fractie - excuses voor het feit dat het lang duurde; maar de mensen die eraan werkten, hadden het druk - doen wij in Utrecht heel veel. Wij hebben de Jaarbeurs opengesteld voor Oekraïners. Daarvandaan worden vluchtelingen ergens ondergebracht. Het is een soort
aanmeldcentrum geworden. Het team uit Utrecht is naar Ter Apel gegaan om te helpen bij het
aanmeldproces en het opzetten van de vooropvang in Zoutkamp. Het Rijk overlegt op dit moment
met andere gemeenten over een aanmeldcentrum. Het is duidelijk dat Utrecht veel doet. Wij spreken niet over een aanmeldcentrum. Met andere gemeenten wordt daarover wél gesproken.
7
Vragenuur van 22 september 2022 Het antwoord op vraag 2. De raad heeft een overzicht gekregen van dingen die wij doen om
asielzoekers op te vangen en om statushouders snel te huisvesten. Staatssecretaris Van der Burg heeft Utrecht verscheidene keren als voorbeeld genoemd in de hoop dat andere gemeenten ons
daarin zouden volgen. Als dat zou gebeuren, zouden wij geen noodopvang nodig hebben en ook geen verdeelsleutel.
De veiligheidsregio's dienen twee keer 225 plekken crisisnoodopvang te realiseren. De regio
Utrecht heeft nu 270 plekken gerealiseerd. Wij onderzoeken nu waar ruimte is voor nieuwe plekken. Eind 2022 - begin 2023 gaat Plan Einstein aan de Pahud de Mortangesdreef open met 300 plekken, in elk geval voor drie jaar. Wij monitoren of Utrecht naar evenredigheid asielopvangplekken realiseert, ook met het oog op de toekomst. In het vierde kwartaal kom ik daarop terug.
Het antwoord op vraag 3. De locatie Rotterdam is geen asielopvanglocatie van het COA. Het
beleid van het COA is erop gericht om deze groep veilig, maar niet apart, op te vangen. Ze hebben speciale functionarissen voor deze groep. Wij hebben de raad daarover al eerder geïnformeerd. De
locatie in Rotterdam is een particulier initiatief. Wij zullen met partijen in gesprek gaan en zullen de voor- en nadelen afwegen. Wij komen daar in een raadsbrief op terug, maar dat zal pas in 2023 gebeuren.
Het antwoord op vraag 4. Ik ben het ermee eens dat bij langdurige opvang zelfregie en het
zelf koken erg belangrijk is. De realiteit is dat deze noodsituatie en deze noodopvang het moet doen met gebouwen waarvan wij gelukkig de andere kwaliteiten kunnen waarborgen, maar dat
bijvoorbeeld in de Voorveldse Polder zelf koken niet kan. Dat heeft met veiligheidsaspecten te
maken. Wij proberen onder de aandacht te brengen dat allerlei andere activiteiten, zoals Eet Mee, samen barbecueën of met elkaar eten bij Hercules heel belangrijk zijn.
Wij bespreken de situatie geregeld met het COA. Zij sluiten de contracten met de eigenaren
van de restaurants af. Wij kunnen bekijken wat er nog kan, maar voor deze locaties is dat erg
ingewikkeld. Wij willen daar zeker in de toekomst rekening mee houden. Het was aanvankelijk niet de bedoeling dat deze groep hier zo lang zou zijn.
Het antwoord op vraag 5. Ik hecht eraan om helder te maken dat deze deal bij de gesprekken
van het VNG en het Rijk niet aan de orde zijn geweest. Dat is echt uitsluitend een besluit van het kabinet geweest.
Utrecht is een mensenrechtenstad en een kinderrechtenstad. Dat betekent dat wij deze
verdragen niet alleen respecteren, maar ook richting geven. Internationale verdragen, zoals rechten van het kind of het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, schrijven ons voor dat
statushouders zo snel mogelijk met hun gezinnen moeten worden verenigd. In hoeverre het
kabinetsbeleid juridisch standhoudt, wordt door veel migratie-experts betwijfeld. Dat punt zal in rechtszaken zeker aan de orde komen. Wij hopen dat de juridische lijn snel duidelijk wordt. Ik
verwacht dat als gezinshereniging heel lang duurt de betrokken statushouder zich veel minder goed kan concentreren op zijn of haar inburgering. Dat is zeer onwenselijk. Misschien kan de raad zijn stem laten horen bij de fracties in Den Haag en lokaal kan meehelpen bij het vergroten van het
aantal woningen. Woningen bepalen of mensen met hun gezin naar Nederland kunnen komen. Laten wij ervoor zorgen dat het lukt om het benodigde aantal woningen er neer te zetten, duurzaam of tijdelijk.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik begrijp goed dat het aantal ruimten om te koken
beperkt is en dat wij daar niet veel aan kunnen doen. Er worden soms initiatieven genomen die beter zijn. Kan het college met die partijen om de tafel gaan om te bekijken of er meer kan worden samengewerkt?
8
Vragenuur van 22 september 2022
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp die vraag heel goed, die is al vaker
gesteld. Het vervelende is dat wij niet zelf de relatie, het onderhoud en het contract regelen. Dat
doet het COA zelf samen met hoteleigenaren. Daar zijn vele gesprekken over gaande. Er zijn echter veel nationaliteiten mee gemoeid. Ik zie wel een mogelijkheid op opnieuw het gesprek aan te gaan, maar ik weet niet of de uitkomst daarvan is zoals wij die graag zien.
Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Veel dank voor de antwoorden. Spreekt
Utrecht zich uit tegen gezinshereniging? Dat is een schending van de mensenrechten.
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp die vraag en dat de raad als
volksvertegenwoordiging die moet stellen. Het college is een uitvoerende instantie die een
bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt. Wij zullen altijd, binnen de mogelijkheden die wij hebben, in onze mensenrechtenstad een humaan en passend asielbeleid voeren.
5. Vragen van de heer Bakker (D66) mede namens de heer Van Steeg (CDA), de heer Stam (PvdA), mevrouw Al-Saqaff (VVD), de heer Maas (Volt), de heer Bosch (PVV) en de heer Gaillard
(Stadsbelang Utrecht) inzake een kortetermijnoplossing voor Sportpark Overvecht-Noord. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! De afgelopen tijd was de raad nauw betrokken bij de
ontwikkelingen op sportpark Overvecht-Noord. De twijfels van een meerderheid van de raad over de uitvoerbaarheid van het plan waren groot. In motie 123 van dit jaar is gesteld dat er voor de
middellange termijn een definitieve oplossing moet komen op basis van de uitgangspunten van motie 91. Wij kijken uit naar de uitwerking ervan, maar ook op korte termijn is actie nodig.
Mediation heeft tot op heden niet geleid tot een oplossing en van optimaal gebruik van de
(voetbal)velden lijkt geen sprake te zijn. Ook worden door verscheidene gebruikers van het sportpark problemen ervaren met parkeren. Afgelopen zaterdag moesten wedstrijden van EDO worden
afgelast, terwijl het veld van URV niet werd gebruikt. De fracties van D66, CDA, PvdA, VVD, Volt, SBU en PVV hebben de volgende vragen. 1.
2. 3.
Klopt het dat afgelopen week wedstrijden van voetbalvereniging EDO moesten worden afgelast als gevolg van slecht weer en een tekort aan veldcapaciteit terwijl het veld van URV niet werd gebruikt?
Deelt het college de mening dat het ongepast is om EDO te zeggen dat die de wedstrijden ook buiten het sportpark af kan werken terwijl er op het veld van URV ruimte was?
Waarom kan er geen gebruik worden gemaakt van het URV-veld nu een oplossing niet gevonden wordt via mediation, bijvoorbeeld op zaterdagochtend? Kan het college exact aangeven waarom het de gebruikers van het sportpark over de verdeling van de velden geen afspraken op kan
4.
leggen?
Wat is de stand van zaken van het toegezegde gebruikersoverleg van sportpark OvervechtNoord? Hoe wordt het probleem van het parkeren op piekmomenten opgelost?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1.
Via sociale media hebben wij begrepen dat EDO het afgelopen weekeinde twee wedstrijden heeft afgelast. Vorige week hebben wij met EDO overleg gevoerd en hebben wij besproken welke
mogelijkheden er op korte termijn zijn voor het plannen van wedstrijden. EDO heeft haar zorgen
geuit over de thuiswedstrijden in het licht van de maximale capaciteit. Wij begrijpen dat, maar het is
9
Vragenuur van 22 september 2022 een realiteit waar ook veel andere verenigingen in Utrecht mee te maken hebben. Om alle sporters te laten sporten, is het nodig dat velden maximaal worden gebruikt, conform de Utrechtse
capaciteitsberekening. Veel voetbalverenigingen nemen bij indelingsproblemen eerst contact op met de KNVB. Dan worden via de roostering oplossingen bekeken voor het gebruik van velden bij een
nabijgelegen andere voetbalvereniging of naar het verplaatsen van de wedstrijd naar een andere dag. Veelal worden dan wedstrijden op vrijdagavond of op een andere doordeweekse dag gespeeld. De
gemeente Utrecht en Sport Utrecht willen meedenken en adviseren hoe dat op Sportpark Overvecht Noord kan en of wij EDO daarbij kunnen steunen.
Het antwoord op vraag 2. Wij zijn van mening dat de ruimte op de gemeentelijke sportparken
optimaal zou moeten worden benut. Dat geldt voor de velden van EDO, maar ook voor het veld van URV. Wij vragen de inzet van verenigingen of sportparken en dus ook om daartoe samen een
oplossing te vinden. Dat blijft onze inzet en is op korte termijn de enige mogelijkheid. Wij blijven doorgaan met de uitwerking van de moties en sluiten geen oplossingen uit, zoals de raad heeft gevraagd.
Het antwoord op vraag 3. Wij zijn van mening dat de ruimte op de sportparken zo intensief en
optimaal mogelijk moet worden gebruikt. Dat is nu van belang en dat zal in de toekomst alleen maar groter worden. In onze zich verdichtende stad is er geen andere mogelijkheid dan daarop in te
zetten, zowel bij binnensport als bij buitensport. In dat kader gaan wij met UWV verder in gesprek
over de vraag hoe wij tot een optimale bezetting van de velden kunnen komen en wat dat betekent voor het gebruik van de velden. Dat geldt ook voor het gebruik van de velden van EDO op zondag. Het antwoord op vraag 4. Om het mediationtraject niet te verstoren, is gewacht met het
plannen van het gebruikersoverleg. Deze week wordt voor het gebruikersoverleg de uitnodiging verstuurd. Dat zal gaan over de programmering van het hele sportpark. Wij vragen dan meteen
wanneer de verenigingen het parkeerdrukonderzoek willen laten uitvoeren. De afspraak was dat zij daartoe een moment zouden aanwijzen zodat er sprake zal zijn van een representatieve meting.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Dit gaat
natuurlijk over de korte termijn. Ik hoop dat de verenigingen op het sportpark er samen uitkomen, dat zal moeten.
Ik hoorde de wethouder iets zeggen over de lange termijn en de motie daarover die is
aangenomen.
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Zoals ik heb geprobeerd te zeggen, is dat een
punt waarop wij ons richten. Wij zijn bezig met de lange termijn, maar dat is een zeer gevoelige
materie. Ik zal daar niet op vooruitlopen. Wij zijn daarover met partijen in gesprek. Er wordt aan gewerkt.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Dit punt gaat over het veld van URV dat niet wordt
gebruikt. Klopt het dat er ook drie velden van FC Utrecht zijn die het grootste deel van de tijd niet worden gebruikt? Is de wethouder het met ons eens dat aangezien ook dat voetbalvelden zijn die
misschien heel geschikt zijn om het probleem van EDO op te lossen? Kan dit punt worden betrokken bij het gebruikersoverleg?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Daar ben ik het mee eens. Dit punt zal bij het
gebruikersoverleg worden betrokken.
10
Vragenuur van 22 september 2022 Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Wij geloven dat mediation een goede plek
moet krijgen. Die oproep geef ik graag namens de GroenLinks-fractie mee. Het gesprek moet dáár plaatsvinden en minder in de raad. Ik hoop dat de partijen er gezamenlijk uitkomen.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Ook ik hoop dat de mediation lukt, maar begrijp ik het
goed dat de wethouder niet wil ingrijpen en niet wil zeggen - als de verenigingen het veld niet nodig hebben - dat het veld for the time being aan een andere club ter beschikking wordt gesteld? Ik begrijp het probleem eigenlijk niet.
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Wij willen graag een duurzame oplossing
bewerkstelligen. Wij hebben met UWV en EDO afspraken gemaakt. Ik ben het gesprek open ingegaan, maar niet met een gestrekt been. Ik geef gehoor aan de oproep. Wij proberen er op die manier uit te komen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat het zal lukken.
6. Vragen van de heer Sungur (DENK), mevrouw Van der Wilt (D66), de heer Maas (Volt), mevrouw De Vries (PvdD), mevrouw Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Noura Oul Fakir (BIJ1), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), mevrouw Assen (PvdA) en mevrouw Kendir (Student & Starter) inzake Roep om gezonde schoollunches.
De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Sinds enkele jaren pleiten verschillende fracties via
vragen en moties voor het verzorgen van gezonde lunches op scholen. Wij zijn dan ook blij dat de
roep om gezonde schoollunches in het nieuwe coalitieakkoord een plek heeft gekregen. Echter, de
nood is erg hoog. Het kan voor wat ons betreft niet snel genoeg. In Rotterdam is recentelijk een 11jarig kind flauwgevallen, omdat het gezin geen geld voor eten meer had. Het vooruitzicht is duister voor arme gezinnen, ook in Utrecht. De winter komt eraan, de energierekening blijft hoog en de inflatie verbreekt elk record. Gezien deze omstandigheden hebben wij de volgende vragen. 1.
Is het voor te stellen dat ook in Utrecht kinderen met een lege maag naar school gaan en deelt
2.
Is het college het met ons eens dat gezien de omstandigheden rondom prijsstijgingen de
3. 4.
het college dat geen kind zonder eten op school zou moet zitten?
urgentie om gezonde (en waar mogelijk duurzame) schoollunches aan te bieden enorm is toegenomen en dat er op deze belofte snel moet worden ingezet?
Op welke termijn gaat het college schoollunches en/of -ontbijt faciliteren?
Wanneer kan de raad uitgebreid worden geïnformeerd over de wijze waarop hier een start aan zal worden gegeven?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1.
Ja, natuurlijk delen wij uw zorgen, ook wij ontvangen signalen dat er in Utrecht kinderen zijn die met onvoldoende voedsel of onvoldoende fit naar school gaan, met alle problemen van dien. Ja, dat probleem moet prioriteit krijgen.
Het antwoord op vraag 2. Deze urgentie wordt zeker door schoolbesturen gedeeld. Ik heb
eergisteren een gesprek gehad met de partners van de Utrechtse onderwijsagenda. Wij hebben een
soort inventarisatie opgesteld van hetgeen de komende herfst op ons afkomt. Er is een energiecrisis.
Bij sommige gezinnen thuis zal het misschien letterlijk koud zijn. Er is een inflatie gaande, als gevolg waarvan mensen onvoldoende kunnen eten. Mogelijk komt er opnieuw corona met het bijkomende
ziekteverzuim. Ik heb de schoolbesturen opgeroepen om voor dit najaar een actieplan op te stellen
om een aantal van deze zaken met spoed aan te pakken. Daar wordt nu aan gewerkt. Dat moet echt
11
Vragenuur van 22 september 2022 binnen een aantal weken klaar zijn. De problemen hebben zeker onze aandacht en hebben prioriteit, dus ook van de scholen.
Het antwoord op vraag 3. Op een aantal scholen is al actie gaande. Op twee scholen zijn
lunchmaatjes. Op drie scholen is groentjessoep. Er is een aantal scholen dat een broodlokaal heeft waar kinderen anoniem brood kunnen halen. Wij weten dat een aantal docenten door middel van
individueel maatwerk ervoor zorgt dat kinderen een ontbijt of lunch krijgen. Er gebeuren gelukkig mooie dingen.
De volgende stap moet in twee fases worden gezet. De eerste fase is doen wat nodig is,
bijvoorbeeld iets met een broodkar. Wij denken aan dat soort ideeën. Voor de langere termijn geldt hetzelfde wat in het coalitieakkoord aan de orde is en dat op alle scholen goed wordt ingebed: wij kiezen voor een aanbieder en doen alles netjes volgens de regels van inkoop.
Het antwoord op vraag 4. In het vierde kwartaal - al heel snel - hoort de raad meteen wat de
herfstacties hebben opgeleverd en hoe wij het beleid voor de € 1 miljoen over de hele stad kunnen uitrollen.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Wij zijn altijd voorstander geweest van schoollunches.
Ziet de wethouder gezien de ontwikkelingen in de stad reden om een andere prioriteit te stellen? Zijn er inderdaad plekken waar kinderen vaak geen lunch krijgen, dus dat er met dit initiatief op andere scholen wordt gestart?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ongelijke investering - gelijke kansen. Dat
schoot tegelijk door twee hoofden heen. Daartoe hebt u verscheidene keren opgeroepen. Het college denkt er ook zo over. Dit moet op de scholen waar het het hardst nodig is het eerst en het meest gebeuren.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Is het laaghangende fruit misschien het feit dat het
broodprotocol op verscheidene scholen zal worden uitgerold?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het lage fruit, want er is ook een EU-programma
om op scholen gratis fruit uit te delen. Zeker in de herfstacties - dus op korte termijn - is dat
onderwerp van gesprek. Eén van de onderwerpen die schoolbesturen terecht terugzeggen, is: mogen wij daar ook middelen voor gebruiken, nu de nood hoog is? Dat is dan het vervolggesprek dat wij krijgen.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Het is goed om te horen dat ook dat actieplan en de
verdere ontwikkelingen worden ingezet. Worden ook de leerlingen zelf erbij betrokken? Wordt bekeken hoe die het best van het aanbod gebruik kunnen maken?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat verschilt in het licht van de korte of van de
lange termijn. Voor de korte termijn is het de vraag wat deze herfst op ons af komt. Dan is het
ingewikkeld om daarover met leerlingenraden in gesprek te gaan, omdat de beslissing snel moet
worden genomen. Voor de structurele inbedding - de ambitie uit het coalitieakkoord - zullen wij ook met kinderen spreken, ook met jonge kinderen, gezien de motie voor de vierjarigentoets.
Mevrouw HORNSVELD (GroenLinks): Voorzitter! Ik hoor op korte termijn iets met een
broodkar. Denkt u dat het genoeg is om de problemen op te lossen?
12
Vragenuur van 22 september 2022
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! De achtergrond van die opmerking was dat men
voor een beetje flexibele oplossing kiest, in de vorm van een kar die bij een school kan staan en dan
weer kan doorgaan naar een andere school, zodat snel verscheidene plekken kunnen worden bereikt. Dit is één van de ideeën van eergisteren. Daar wordt nu aan gewerkt.
De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Wij zijn blij dat er zowel op
de korte als op de lange termijn aan dit probleem wordt gewerkt. Wij wachten de brieven met belangstelling af.
7. Vragen van mevrouw Assen (PvdA) en mevrouw Vermeulen (GroenLinks) inzake het verhelpen van drempels bij realisatie KDV’s en BSO’s, zeker nu tekorten zo groot zijn.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Het is een bekend probleem: de enorme
personeelstekorten bij kinderdagopvangorganisaties hebben grote invloed op onze regio. Ouders maken mee hoe contracten met aanbieders plotseling worden stopgezet waardoor zij geen
kinderdagverblijf (KDV) of buitenschoolse opvang (BSO) meer hebben. Kortom: de nood is hoog en de gevolgen zijn nijpend.
Toch is het verre van gemakkelijk om een opvang te starten. Terecht natuurlijk als het gaat
om kwaliteit en veiligheid, maar niet waar het raakt aan bureaucratie.
Onlangs bereikten de fracties van de PvdA en GroenLinks signalen dat het opzetten van een
kinderdagverblijf door regelgeving onnodig lang duurt en mogelijk niet lukt zonder dat er zorgen
zijn over geboden kwaliteit of over andere inhoudelijke waarborgen, die er natuurlijk terecht zijn. Zo duurt de toets op brandveiligheid dermate lang dat de geplande openingsdatum in gevaar komt en loopt de geldigheidstermijn van de al afgegeven goedkeuring van de Inspectie Kinderopvang binnenkort af.
De fracties van PvdA en GroenLinks vinden dit niet te rijmen met de enorme behoefte aan
plekken in KDV’s en BSO’s en stellen daarom de volgende vragen. 1.
Herkent de wethouder de signalen dat dergelijke checks in sommige gevallen ongewenst veel tijd
2.
Is de wethouder het met ons eens dat in tijden als deze, waarin de nood hoog is en de behoefte
3.
in beslag nemen als het gaat om de totstandkoming van kinderdagverblijven?
aan plekken in de opvang groot, processen als deze sneller zouden moeten gaan? Zo ja, wat is de wethouder bereid daaraan te doen? Zo niet, waarom niet?
Is de wethouder bereid om mogelijkheden te bekijken om dergelijke processen rondom regelgeving en checks te versnellen zodat de realisatie van kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang in onze stad wordt bevorderd?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wij zijn het ermee eens dat
er in de kinderopvang veel te doen is. Veel ouders wachten lang op een plekje. Voor veel ouders is het elke week weer spannend of de opvang doorgaat of niet.
Het antwoord op vraag 1. Wij hebben dat nagevraagd bij de betrokken afdelingen. Dat zijn er
twee: ten eerste de inspectie kinderopvang inzake de pedagogische kwaliteit en ten tweede de
afdeling die alles doet wat te maken heeft met vergunningen, planologie en brandveiligheid. Die
herkennen de genoemde trend niet. Die zeggen dat men zich doorgaans netjes aan de wettelijke
termijnen houdt. Daar zal ik op ingaan met betrekking tot brandveiligheid. Dat verloopt via de waboprocedure. Dat is allemaal wettelijk vastgelegd. Dat betekent een ontwerpvergunning die zes weken
13
Vragenuur van 22 september 2022 ter inzage ligt. Daarna kost het zes weken om die te verlenen. Deze tijd zit er bewust tussen. Dat
betekent dat tussen de aanvragen inderdaad werkelijk een periode van achttien weken ligt. Dat is een wettelijke termijn. Wij kunnen die niet versnellen.
Er gloort hoop aan de horizon: de Omgevingswet. Die zal allerlei processen, waaronder deze,
versnellen.
Voor alles wat te maken heeft met het pedagogische klimaat, bijvoorbeeld de inspectie van de
kinderopvang, is een landelijke registratie nodig. Na deze landelijke registratie heeft de locatie drie maanden de tijd om open te gaan. Onze inspecteurs werken er altijd aan mee dat het binnen drie maanden lukt, maar soms is het alleen een kwestie van dagen.
Het antwoord op vraag 2. Ik ben het met de vragenstellers eens dat wij zo snel mogelijk
moeten handelen, maar er is sprake van het veilig gebruiken van gebouwen waarin zich kleine
kinderen bevinden. Brandveiligheid is uitermate belangrijk, net als pedagogische kwaliteit. Die moet in orde zijn, bijvoorbeeld het vier ogen principe. Waar het sneller kan, doen wij het sneller. De
Omgevingswet zal ons helpen, maar wij zullen niet tornen aan kwaliteit en veiligheid van jonge kinderen.
Het antwoord op vraag 3. Ik heb al gezegd dat de inspectie graag meewerkt binnen de
grenzen van de wet. Het kan gebeuren dat een voorinspectie wordt gedaan, bijvoorbeeld als men nog een beetje met de verbouwing bezig is om alvast te bekijken wat mogelijk is. Verder zijn wij afhankelijk van de nieuwe wettelijke termijnen. Als die sneller kunnen, dan gáán wij sneller. Mevrouw VERMEULEN (GroenLinks): Voorzitter! Wij hebben een vraag over de
brandveiligheidsvergunningen. Die lijken ons soms wel 26 weken te duren. Daardoor wordt ook het overige proces vertraagd. Vooral de brandveiligheidsvergunning kent een achterstand. Herkent de wethouder dat? Kan hij daar iets aan doen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik herken niet dat alle
brandveiligheidsvergunningen en alle Wabo-procedures deze vertraging standaard hebben, dus dat er een achterstand is. Ik sluit niet uit dat dit kan gebeuren. Dan zullen wij moeten bekijken wat er aan de hand is, maar deze vertraging is er niet altijd.
8. Vragen van de heer Van den Enk (Student & Starter), mevrouw Fattal (GroenLinks),
de heer Koning (D66), de heer Sungur (DENK) en mevrouw Assen (PvdA) inzake overlast rondom het Stationsplein.
De heer VAN DEN ENK (Student & Starter): Voorzitter! Afgelopen weken werd de overlast onder
het Stationsplein steeds duidelijker. Er zijn al verschillende maatregelen toegepast, waaronder extra toezicht door verschillende partijen. Ondanks extra handhaving blijft de situatie onveilig. De
burgemeester zei afgelopen dinsdag in het AD dat er aanvullende maatregelen zullen komen. De
fracties van Student & Starter, GroenLinks, D66, DENK en PvdA stellen hierover een aantal vragen. 1. 2. 3.
Welke aanvullende maatregelen is de burgemeester van plan om tegen de overlast te nemen?
Wat doet het college in het kader van preventie aan hulpverlening voor potentiële daders in deze omgeving?
Is het college van plan om naast de handhaving ook de hulpverlening voor potentiële daders op te schalen?
14
Vragenuur van 22 september 2022 Daarnaast zei de burgemeester dat de overlast vooral wordt veroorzaakt door ‘veiligelanders’.
Naar aanleiding van deze constatering hebben de fracties van Student & Starter en GroenLinks een aantal vragen. 4. 5. 6.
Hoe definieert de burgemeester het begrip "veiligelanders"?
Deelt het college de mening dat ‘veiligelanders’ een misleidende term is omdat niet alle mensen die hieronder vallen in het land van herkomst daadwerkelijk veilig zijn?
Is het college van plan om te onderzoeken wat daadwerkelijk de achterliggende oorzaak is van de steekpartijen en andere overlast?
Daarnaast zien de fracties extra overlast in de vorm van wildplassers in de fietsenstalling en
hebben ook hierover een aantal aanvullende vragen. 7.
Sinds eind juni worden stewards ingezet om overlast, waaronder wildplassen, tegen te gaan.
8.
Is het college bereid om de effecten van de extra handhaving en van de extra inzet van de
9.
Heeft het college inzicht in de effecten die dit tot nog toe heeft gehad? stewards te evalueren?
Is het college van plan rondom het Stationsplein extra openbare toiletten te realiseren? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank. Het antwoord op vraag 1. De
aanvullende maatregelen heb ik de raad gisteren toegestuurd. Die maatregelen behelzen extra
toezicht door gemeentelijke handhavers en politie. Ter ondersteuning wordt cameratoezicht ingezet. Er zijn gebiedsverboden opgelegd aan personen die herhaaldelijk overlast hebben veroorzaakt.
Tevens is er een verblijfontzeggingsgebod voor het Stationsgebied in de maak. Dat betekent dat
door de politie aan personen die in dat gebied de openbare orde verstoren onmiddellijk een tijdelijke verblijfsontzegging kan worden opgelegd. De duur van die verblijfsontzegging hangt af van het incident. De duur is altijd proportioneel.
Het antwoord op vraag 2. Preventie wordt zeker toegepast. Het is heel belangrijk om
hulpverlening te organiseren om bijvoorbeeld mensen te kunnen helpen als zij willen terugkeren of als zij zorg nodig hebben.
Het antwoord op vraag 3. Er is intensieve samenwerking met het Rijk. Gisteren is bekend
geworden dat er in de miljoenennota € 45 miljoen beschikbaar is gesteld voor gespecialiseerde
opvang en voor teams om deze problematiek aan te pakken. Wij willen eigenlijk in samenwerking
met het Rijk een persoonsgerichte aanpak opstellen die op deze doelgroep is gericht. Wij zullen dat
voor wat mij betreft per persoon doen. Wij hebben besloten om met vijftig mensen te beginnen. Ook
voor andere doelgroepen - niet uit de eerdergenoemde categorie - zijn persoonsgerichte aanpakken beschikbaar, maar die waren er al.
Het antwoord op de vragen 4 en 5. Die definitie is niet door mij gemaakt, maar die hanteert
het kabinet. Dat betekent dat asielzoekers uit veilige landen voorkomen op een lijst van veilige
landen. In het algemeen komen deze mensen niet in aanmerking voor bescherming. Er valt binnen
de groep wel degelijk onderscheid te maken tussen mensen met een kansarm asielverzoek die kort in procedure zijn en mensen die in de illegaliteit zijn beland. Overigens hoort men van de
laatstgenoemde groep vaak niets. Het is een kleine groep - in de vraagstelling is sprake van 3% - en
ik hecht eraan te zeggen dat niet iedereen in die groep problemen veroorzaakt. Ook dat moet helder zijn.
Het antwoord op vraag 6. Wij zijn inderdaad bezig om dat punt te onderzoeken en om een
meer gedetailleerd beeld te krijgen wie de veiligelanders precies zijn. Wij weten dat een deel van
deze groep in Amsterdam een gebiedsverbod heeft. Het zijn groepen mensen die ook elders echt problemen veroorzaken. Dat is geen uniek Utrechts fenomeen.
15
Vragenuur van 22 september 2022 Het antwoord op vraag 7. Wij financieren stewards tijdelijk. Wij denken dat dit wel degelijk
soelaas biedt, ook voor mensen die geen problemen veroorzaken, maar die bijvoorbeeld wél op zoek zijn naar zaken en hulp nodig hebben. Stewards hebben al een paar keer vechtpartijen weten te
voorkomen. Wij zien wel degelijk dat die inzet werkt. Zij doen dat in aanvulling op extra handhaving en politie.
Het antwoord op vraag 8. Wij zijn zeker bereid om deze problematiek met de driehoek te
evalueren. Wanneer de conclusies en vervolgstappen bekend zijn, laten wij de raad dat weten. Het antwoord op vraag 9. Er zijn problemen omdat in de fietsenstallingen in het
Stationsgebied wildplassen voorkomt. Daarom is bij de taxistandplaats bij het Centraal Station
tijdelijk een extra mobiel openbaar toilet geplaatst. Het is een tijdelijke maatregel, uit nood geboren. Wij zijn niet bezig met het realiseren van een extra toiletvoorziening. Er zijn in dat gebied wél
voorzieningen. Dat betekent niet dat als er geen voorziening is mensen de vrijheid kunnen nemen om te doen wat ze willen.
De griffier zegt dat dit mannen zijn. Dat klopt. Wij vrouwen doen dat niet. Ik durf daar
overigens niet mijn hand voor in het vuur te steken.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Dank voor de nuance die de burgemeester in haar
antwoorden aanbrengt met betrekking tot de groep waarvan sprake was.
Hoe voorkomen wij dat wij met deze maatregelen het probleem niet verplaatsen, zoals vanuit
Amsterdam naar Utrecht en binnen de grenzen van Utrecht is gebeurd?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat is niet eenvoudig. Daarom heb ik de hulp
van het Rijk ingeroepen. Voor een deel moet deze groep helemaal niet in Nederland moet zijn.
Sommige van deze mensen vinden kennelijk dat waar zij zich ophouden een soort wetteloosheid mag heersen die voor anderen niet acceptabel is. Dat betekent inderdaad dat deze maatregelen
vooral repressief zijn en hopelijk de mensen zich laten gedragen, maar daarmee hebben wij het probleem niet per se opgelost. Daar is hulp van het Rijk voor nodig.
De heer VAN DEN ENK (Student & Starter): Voorzitter! Is de burgemeester bereid om eventueel
onder het bollendak een korte test te doen om te zien of het wildplassen kan voorkomen? Het zou mooi zijn als wij niet iedereen dwingen om op het Centraal Station naar de wc te gaan.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik wil niet vervelend doen, maar in het licht van
de problemen waar wij onder het bollendak mee te maken hebben, is dit mijn laatste probleem. Als ik daar capaciteit moet inzetten en dure onderzoeken moet laten doen - terwijl wij echt wel iets anders te doen hebben - vind ik dat een onverstandige inzet van menskracht en middelen. Het antwoord is helaas "nee".
De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn aan het einde gekomen van het vragenuur. Voordat
wij afsluiten, wil ik vragen om de volgende keer de vragen korter te stellen, minder vervolgvragen te stellen en het college de kans te geven om de vragen in drie minuten te beantwoorden. Ik wens iedereen een heel fijne avond toe.
De voorzitter sluit hierna, te 18.00 uur, het vragenuur.
16