CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20220901 vragenuur.doc

Gemeenteraad 15 september 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 16 en 30 juni en 25 augustus en 1 september 20227.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 1 september 2022

Vragenuur, gehouden op donderdag 1 september 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Dada-Anthonij, Chirino, Hessel, Maas, Peters, Simsek, Snippe, Stam,

Van Steeg, Raaijmakers, Ramaker, Vermeulen en Van der Wilt.

Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Oosters en

Voortman.

Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur van 1 september

2022. Ik heet iedereen van harte welkom, ook de mensen op de publieke tribune en alle mensen die thuis meekijken en meeluisteren.

Er zijn zeven sets vragen ingekomen. Het is bekend dat de nieuwe afspraken uit het presidium

tot gevolg hebben dat de vragenstellers zelf mogen bepalen of zij bij het stellen van de vragen op

hun vaste zitplaats blijven of gebruikmaken van het spreekgestoelte. Volgens mij is het heel efficiënt als zij op hun vaste zitplaats blijven zitten.

1. Vragen van de heer Stam (Volt) en mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) inzake afzetting Jaarbeursplein.

De heer STAM (Volt): De fracties van Volt en Utrecht Solidair verbazen zich over het

sportevenement dat sinds 22 augustus jl. op het Jaarbeursplein wordt opgebouwd. Het plein wordt zes weken lang volledig afgezet voor een commercieel evenement en is tijdens de gehele periode

niet toegankelijk voor het publiek. Bovendien prijkt over het hele plein de naam van de gokwebsite die het evenement sponsort.

De vergunningsaanvraag voor dit evenement is zes weken voor de start van het evenement,

op 14 juli jl., gepubliceerd. Er is nog geen besluit genomen over deze aanvraag, terwijl het twaalf

weken duurt om een eventueel bezwaar te behandelen. Met zo’n late aanvraag en een ontbrekend

besluit over de vergunning hebben Utrechters dus geen kans om bezwaar te maken tegen de komst van het evenement. Ze hebben daar echter wel recht op. De gemeenteraad krijgt vaker signalen van evenementenvergunningen die pas laat of helemaal niet worden gepubliceerd. De vragenstellende fracties zijn van mening dat dit slecht is voor het vertrouwen in de Utrechtse politiek en stellen daarom de volgende vragen.

Vragenuur van 1 september 2022 1.

Wat vindt het college ervan dat het Jaarbeursplein zes weken lang wordt afgezet door hekken

2.

Wat zijn de overwegingen geweest om toe te staan dat dit evenement zes weken lang van het

3. 4.

voorzien van gokreclame?

Jaarbeursplein gebruikmaakt?

Waarom is het late aanvraagmoment van de vergunning geen bezwaar geweest voor de toekenning?

Hoe denkt het college ervoor te zorgen dat Utrechters bij toekomstige evenementen gebruik kunnen maken van hun recht om bezwaar te maken?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Het college is absoluut

niet blij met de gokreclame. Gokken is verslavend en problematisch gokgedrag is schadelijk voor de gezondheid van Utrechters. De organisator van het sportevenement, Sportworx, heeft BetCity als

sponsor voor het Zomerstadion geworven. Gezien de negatieve effecten daarvan vindt het college het onwenselijk dat er op het Jaarbeursplein en op zo'n prominente locatie gokreclame is te zien.

Gelukkig verdwijnen de hekken rond het stadion na de opbouwfase, zodat het evenement dan een iets meer open karakter heeft.

Ik heb het signaal over de reclame aan Sportworx overgebracht, maar helaas hebben wij op dit

moment geen instrumenten om gokreclame of sponsoring door gokbedrijven tegen te gaan. Wij zijn

daarom blij met de maatregelen die het Rijk heeft aangekondigd: de inzet van aanbieders van online kansspelen wordt gefaseerd verboden. Per 1 januari 2024 is het programma- en

evenementensponsoring niet langer toegestaan. Vanaf 1 januari 2025 volgt het verbod op

sponsoring op sportlocaties en shirtsponsoring. Het college vindt dat een goede ontwikkeling.

Het antwoord op vraag 2. De activiteiten die in het stadion plaatsvinden, zijn voor de stad

zowel maatschappelijk als sportief van waarde. Er vinden sportevenementen plaats voor diverse doelgroepen: beachvolleybal, badminton en basketbal. De evenementen waar topatleten aan

meedoen, zijn inspirerend voor Utrechters en dragen bij aan de sociale cohesie, het plezier en de

trots van de burgers. Er vinden in het stadion ook activiteiten plaats waaraan Utrechters zelf kunnen deelnemen.

Het bestemmingsplan voor het Jaarbeursplein staat één keer per jaar een dergelijk

grootschalig evenement toe met een duur van maximaal 30 dagen, exclusief de op- en afbouw van het evenement.

Het antwoord op vraag 3. Wij hebben de vergunningaanvraag al op 27 mei 2022 ontvangen,

ruim twaalf weken voor de aanvang van het evenement. De vergunning is verleend op 17 augustus 2022. Publicatie van de aanvraag heeft helaas pas plaatsgevonden op 14 juli jl. Er zijn naar aanleiding van deze publicatie geen zienswijzen ingediend.

Het antwoord op vraag 4. Zoals in het coalitieakkoord staat, willen wij de communicatie over

evenementen verbeteren. Wij willen over evenementen proactief communiceren. Op dit moment publiceren wij een evenementenkalender, een overzicht van het hele jaar en publiceren wij de

vergunningaanvraag. Het zal niet mogelijk zijn om tussen de aanvraagverlening en het bezwaar

genoeg tijd over te houden zodat bezwaar en beroep helemaal kunnen worden doorlopen. Burgers

hebben gelukkig ook andere middelen om hun bezwaren te uiten, zoals een zienswijze vooraf naar aanleiding van de publicatie van de vergunningaanvraag of van de voorlopige voorziening.

2. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD), de heer Stam (Volt), mevrouw Minnaert (Bij1) en de heer Van Steeg (CDA) inzake: Rechter trekt streep door festival Wilhelminapark.

2

Vragenuur van 1 september 2022 Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! In het Wilhelminapark zou van 9 tot en met 11 september

een bierfestival plaatsvinden. De gemeente verleende daartoe een vergunning, maar na een bezwaar van de Stichting Wilhelminapark en een omwonende heeft de rechter de vergunning na een

spoedprocedure geschorst. Hij deed een zeer kritische uitspraak: het Wilhelminapark wordt als

rijksmonument onvoldoende beschermd. De bodem van het park is aan het verdichten met alle

negatieve gevolgen voor bomen, planten en grasweiden van dien. Ondertussen staat de gemeente alleen al in de maand september in het Wilhelminapark twee festivals toe. "Verder ontbreekt het

volgens de rechter aan een samenhangend beeld van het totaal aan opeenvolgende evenementen dat in het park wordt toegestaan", zo schrijft DUIC2.

De PvdD-fractie vraagt al jaren om een samenhangend festivalbeleid. De fracties van PvdD,

Volt, Bij1 en CDA stellen de volgende vragen. 1.

Legt het college zich neer bij de uitspraak van de rechter, of gaat het in beroep? Indien dat

2.

In hoeverre herkent het college het oordeel van de rechter dat de bodem van het Wilhelminapark

3.

laatste: waarom?

aan het verdichten is en dat de gemeente niet aan een oplossing werkt?

Wat vindt het college van de uitspraak van de rechter dat de gemeente Utrecht het bijzondere

karakter van het Wilhelminapark als Rijksmonument miskent en dat het aan een samenhangend beeld van het totaal aan opeenvolgende evenementen ontbreekt, met andere woorden, dat er

4.

derhalve geen samenhangend festivalbeleid is?

Hoe denkt het college opvolging te geven aan de kritiek van de rechter? Is het college van plan om de uitspraak van de rechter terzijde te leggen?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Wij kunnen ons vinden

in de kritiek van de rechter. Daarom kiezen wij ervoor het park te mijden. In goed overleg met de

Utrechtse evenementenvereniging is bepaald om voorlopig alternatieven voor het park te zoeken.

Het betreft een voorlopige voorziening in afwachting van de uitspraak op de bezwaarprocedure. Het bezwaar gaat nog door. Daarop kan ik niet vooruitlopen, zolang de procedure gaande is. Deze

procedure loopt echter te lang voor het bierfestival. Daarom zoeken wij in goed overleg naar een alternatieve locatie.

Het antwoord op vraag 2. Het college erkent het oordeel van de rechter dat de bodem van het

Wilhelminapark aan het verdichten is. In 2019 zijn lucht en meststoffen in de ondergrond gebracht waardoor de bomen beter groeien. Wij overleggen altijd met de organisatoren hoe wij het park zo goed mogelijk kunnen beschermen. De precieze stand van zaken en de aanpak van de

bodemverdichting hebben wij op deze termijn niet voldoende kunnen achterhalen. Wij komen hierop op korte termijn op terug.

Het antwoord op vraag 3. Wij miskennen het bijzondere karakter van het Wilhelminapark als

rijksmonument niet. Om er evenementen te kunnen organiseren, leggen wij aanvullende

voorwaarden op. Volgens ons kan het reguliere gebruik van de grote weide en de wandelpaden

worden aangevuld met gebruik door evenementen. Dat hebben wij volgens de rechter in ons besluit onvoldoende gemotiveerd. Wij erkennen zeker dat het op sommige plaatsen inzake evenementen piept en kraakt. Daarom zullen wij, zoals in het coalitieakkoord staat, aan de slag gaan om een

samenhangend evenementenbeleid te bewerkstelligen. Wij willen vaart maken met het opstellen van locatieprofielen. Wij zullen de raad daarover later dit jaar informeren.

Het antwoord op vraag 4. Wij leggen de uitspraak van de rechter zeker niet naast ons neer.

Die uitspraak toont ons de urgentie en motiveert ons om vaart te maken met het opstellen van

locatieprofielen voor evenementen, om een goede afweging te kunnen maken van de mogelijkheden

3

Vragenuur van 1 september 2022 voor evenementen in de stad, om de spreiding daarvan te stimuleren en om de balans van leefbaarheid en levendigheid goed te kunnen bewaken.

3. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD), mevrouw Hessel (Utrecht Solidair), de heer Talhaoui (PvdA), mevrouw Fattal (GroenLinks) en de heer Van Steeg (CDA) inzake geluidsoverlast festival Haarrijnseplas.

Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Afgelopen vrijdag en zaterdag vond aan de Haarrijnseplas

een festival plaats dat in de wijde omtrek voor geluidsoverlast zorgde. Volgens het AD/UN, dat zich onder meer baseert op verschillende tweets, regende het vrijdag klachten uit Vleuten en Leidsche

Rijn en waren er veel meldingen in de gemeentelijke Slim Melden-app. Omwonenden klaagden over

een veel te hard geluid, dat bij een inwoner thuis een piek van 66dB bereikte. De PvdD-fractie brengt al jaren het probleem van geluidsoverlast door festivals ter sprake.

De fracties van PvdD, Utrecht Solidair, PvdA, GroenLinks en CDA stellen hierover de volgende

vragen. 1. 2. 3.

4.

Herkent het college het probleem van de enorme geluidsoverlast? Zo nee, waarom niet?

Hoe verhoudt de meting van 66dB door een inwoner op 2 kilometer afstand zich tot de in de vergunning toegestane limiet?

Waren er bij het festival handhavers van de gemeente aanwezig en in hoeverre hebben zij overtredingen geconstateerd met betrekking tot te hard geluid? Hebben zij daartegen opgetreden?

Is het college bereid om zo snel mogelijk een samenhangend festivalbeleid aan de raad voor te leggen met daarin in elk geval ook regels en voorwaarden voor festivals in parken, maximale

geluidsniveaus, communicatie met omwonenden en handhaving, liefst nog voorafgaand aan het volgende festivalseizoen? Zo nee, waarom niet?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Eerst wil ik benadrukken

dat ik het heel vervelend vind dat Utrechters hinder hebben ondervonden van het evenement. Ik heb dat punt vaak horen noemen. Het is bij dergelijke evenementen een bekend verschijnsel dat

sommigen er graag naartoe gaan en ervan genieten, maar dat anderen er hinder van ondervinden. Ik weet dat een groep Utrechters overlast heeft ervaren. Er zijn 275 meldingen gedaan van geluidsoverlast afkomstig van het festival in Haarrijn.

Het antwoord op vraag 2. Volgens de metingen heeft het evenement zich aan de

geluidsnormen gehouden. Wij verwachten dat de atmosferische en meteorologische factoren -

bewolking en wind - van buiten de invloedsfeer van het evenement een rol hebben gespeeld bij het

dragen van het geluid. Op basis van de meldingen en de waarnemingen van de organisatoren van het evenement is geprobeerd het geluid aan te passen, maar dat heeft niet tot het gewenste resultaat

geleid. Met geluidsmetingen en het geven van informatie proberen wij de overlast te verminderen. Het valt niet uit te sluiten dat sommige omwonenden overlast blijven ondervinden.

Het antwoord op vraag 3. Het is een groot evenement. Gemeentelijke adviseurs zijn erbij

aanwezig om toezicht te houden. Zij hebben geen overtreding van de geluidsnormen geconstateerd. Het antwoord op vraag 4. Namens het college ga ik graag aan de slag om het

evenementenbeleid in Utrecht steviger te maken. Het spreekt voor zichzelf dat er behoorlijk wat te doen is. De huidige situatie is zowel voor omwonenden als voor bezoekers en organisatoren verre van optimaal. Zoals in het coalitieakkoord staat, gaan wij aan de slag met het opstellen van

locatieprofielen. Er zijn nog veel meer punten die het evenementenbeleid in Utrecht kunnen

4

Vragenuur van 1 september 2022 verstevigen. Het doel is de balans te vinden tussen leefbaarheid en levendigheid. Het college voelt

die urgentie, maar ik kan niet beloven dat het al voor het komende festivalseizoen zover is. Vanwege het gebrek aan capaciteit en het grote belang van een zorgvuldig en goed gedragen proces is dat voor de gemeente helaas niet haalbaar.

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt in feite dat dit is gebeurd, maar dat

zij er niets aan kan doen. Welke conclusie trekt zij hieruit in het licht van het komende festivalseizoen? Wat kan zij doen om dit soort overlast te voorkomen?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp die vraag heel goed. Naar aanleiding

van de berichten die bij ons binnenkwamen, heb ik gevraagd of men aan de geluidsnormen heeft voldaan. Dat zijn de normen die op dit moment in het beleidskader staan. Er is aan de normen

voldaan. Er zijn externe factoren geweest waardoor het geluid dermate ver is gedragen. Dat is zeer

onwenselijk, maar het is niet zo dat wij kunnen besluiten om bij Haarrijn geen evenementen meer te organiseren. Natuurlijk zullen wij bekijken wat wij met de locatieprofielen kunnen doen en of de juiste geluidsnormen bij de juiste locaties zijn gevonden, maar dit zijn de kaders waarmee het college moet werken.

De heer PETERS (D66): Voorzitter! De D66-fractie betreurt het dat veel mensen overlast

hebben ervaren van het festival, maar ook wij vinden dat er ruimte moet zijn voor een feestje, waar

nu eenmaal overlast bij hoort. Kan de wethouder toezeggen dat die ruimte er blijft en dat wij niet in een verkramping schieten waarbij wij de normen omlaag bijstellen?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik hoop dat ik al heb gezegd dat het doel is om

een balans te vinden tussen leefbaarheid en levendigheid. Daar hoort geen verkramping bij.

Mevrouw HESSEL (Utrecht Solidair): Voorzitter! Als er op kilometers afstand dermate veel

klachten zijn, is er echt wat aan de hand met de normering. Is de wethouder bereid om te bekijken of de normen niet omlaag moeten worden bijgesteld?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp de woorden van mevrouw Hessel heel

goed. Die klinken als een logische oplossing. Wij kunnen dat besluit echter niet op basis van één

festival nemen. Ik heb al gezegd dat ook externe factoren hierbij een rol hebben gespeeld. Daardoor droeg het geluid heel ver. Dat is kwalijk en het is vervelend dat veel wijkbewoners daar last van hebben gehad. Echter, dit zijn de kaders waarmee het college moet werken.

Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Is de wethouder het met ons eens dat de geluidsnormen

moeten kunnen worden aangepast aan - bijvoorbeeld - meteorologische factoren en dat het geluid bij ongunstig weer zachter moet?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Op die vraag heb ik op dit moment geen

antwoord. De materie is te ingewikkeld om die maatregelen op welke meteorologische factoren te baseren. Ik kan dit voorstel niet op deze manier toezeggen en kan er geen uitspraak over doen.

4. Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), de heer Bakker (D66), mevrouw Al-Saqaff (VVD), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), de heer Sungur (DENK), mevrouw

5

Vragenuur van 1 september 2022 Sasbrink (PvdD), de heer Talhaoui (PvdA), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Duitscher

(EenUtrecht), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), mevrouw Nolten (Bij1) en mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) inzake: geen ruimte voor racisme in Stadion Galgenwaard.

Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Sport zou, ondanks het competitieve element,

moeten verbinden. Toch hebben wij het andere uiterste weer kunnen zien. Ditmaal in Galgenwaard

tijdens de wedstrijd FC Utrecht - Ajax. Een doelpunt van Brobbey was voor supporters aanleiding om oerwoudgeluiden te maken en om voorwerpen op het veld te gooien. Aangezien dit niet een incident is dat op zichzelf staat, is de maat vol en wordt het hoog tijd om dit soort gedrag met passende maatregelen te beantwoorden.

Wat overeengekomen is met de Pactpartners, zoals beschreven in de Utrechtse

antidiscriminatieagenda, biedt vooral handvatten van preventieve aard. Het is, gezien het feit dat dit soort excessen nog steeds kan plaatsvinden, goed om duidelijkheid te scheppen over maatregelen van repressieve aard. Zo is vooraf duidelijk welke consequenties worden verbonden aan dit soort onacceptabel en gevaarlijk gedrag.

Hoe dan ook moet in de sport een omgeving worden gecreëerd waar geen ruimte is voor

racisme.

De D66-fractie stelt daarom de volgende vragen.

1.

Is het college het met ons eens dat er geen ruimte kan en mag zijn voor racisme op de Utrechtse

2.

Is het college bereid om zowel met FC Utrecht als met de politie en de KNVB in gesprek te gaan

3.

sportvelden en bij FC Utrecht in het bijzonder?

om snel tot effectieve maatregelen te komen waarmee tegen dit soort schadelijke en schandelijke gedragingen kan worden opgetreden?

Welke mogelijkheden ziet het college om, waar nodig, harder op te treden tegen Utrechtse

sportclubs waar racisme en discriminatie bij herhaling plaatsvindt en waar niet effectief wordt opgetreden?

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik zal die in één keer

beantwoorden, want ik ben het zeer eens met de vragenstellende fracties dat op de sportvelden en in de stad geen ruimte is voor discriminatie. Ik was die middag bij de wedstrijd aanwezig. De driehoek

was voorbereid op een risicowedstrijd. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het heel erg vind dat een kleine groep hooligans en raddraaiers de wedstrijd voor heel veel anderen verpestte. Het was echter heel goed om te zien dat een groot deel van het stadion echt afstand nam van wat er gebeurde.

Tegelijkertijd is mij gevraagd wat wij kunnen doen. Op dit moment kan de aanklager van de

KNVB onderzoek doen naar de racistische geluiden. Als je mensen daarop kunt betrappen - daar

worden camerabeelden voor gebruikt - kunnen die een stadionverbod voor heel Nederland krijgen. In de zogenaamde vierhoek - dat is een feitelijk formeel niet bestaand overleg van de driehoek

samen met FC Utrecht - hebben wij al eerder afspraken gemaakt over hoe wij het geweld en het racisme in en rond het stadion zullen aanpakken. Dat betekent dat wij in aanvulling op

stadionverboden ook gebiedsverboden uitreiken, zodat mensen op zo'n moment niet meer in de

buurt kunnen komen, dat wij samen met de club verschillende maatregelen nemen om ook met de harde kern het gesprek aan te gaan en dat wij inderdaad niet alleen aan de preventieve kant, maar

ook repressief laten zien dat wij dit soort wangedrag niet tolereren. Ik denk dat het belangrijk is dat

de club daarvoor staat, dat ik als burgemeester daarvoor sta en dat ook de stad ervoor staat. Daarom

6

Vragenuur van 1 september 2022 is het goed dat de raad deze vragen dermate breed heeft gesteld, want ook dat is een signaal aan die mensen die dit doen.

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ook ik kom nogal eens bij FC Utrecht. Ook bij eerdere

wedstrijden dit seizoen was het al raak: tegen Vitesse en tegen Cambuur. Ik ben samen met mijn

zoon het stadion uitgegaan, want de tegels vlogen ons om de oren. Het gaat helemaal de verkeerde kant op. Hoe beoordeelt de burgemeester de beveiliging die FC Utrecht in het stadion zelf regelt,

vergeleken met de gemeentelijke opdracht die er is? Gaat dat goed? Wat kan de gemeente nog meer doen om ervoor te zorgen dat dit niet meer gebeurt?

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik herken het beeld dat de heer Van Steeg

schetst. Eigenlijk was het vóór de zomerstop al steeds raak: ME in preparatie of daadwerkelijk

ingezet. Zelfs bij wedstrijden waarvan je eigenlijk verwachtte - zoals de wedstrijd tegen Cambuur -

dat ze niet uit de hand zouden lopen - gebeurde dat. De beveiliging in het stadion was vol op kracht. Buiten het stadion hadden wij ME in preparatie van ver uit het land. De omgeving van het stadion en

de sluiproutes die er waren - via welke supporters naar andere delen van het stadion konden komen - zijn afgesloten. Na elke wedstrijd vindt een evaluatie plaats waar de politie en de mensen van

openbare orde en veiligheid en de club zelf bij zijn om te bekijken wat wij ter verbetering nog meer kunnen doen. Echter, het begint en eindigt met het gedrag van mensen zelf. Daar maak ik mij

zorgen over. De heer Van Seumeren zei recent dat er groepen zijn die wij eerder niet zagen en dat

het gebruik van drugs problematisch is. Ik onderschrijf dat. Ik denk dat druggebruik een hardnekkig probleem is. Er is een escalatieladder. Wij zijn die nu omhoog aan het gaan. Ik wil dat eigenlijk

voorkomen, want daarmee treffen wij uiteindelijk alle supporters. Dat willen wij zo lang mogelijk voorkomen.

De heer SIMSEK (DENK): Voorzitter! Ik vraag mij af of de burgemeester de mogelijkheid kan

verkennen om als sanctie een deel van het stadion af te sluiten als dit soort dingen vaker gebeurt? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat is een optie. Er is een escalatieladder. De

laatste trede is dat er helemaal geen publiek meer in het stadion is. Er zitten echter altijd stappen

tussen. Dat is één van de zaken die met de club moeten worden besproken. Wij doen dat niet alleen. Het is wel iets dat altijd een optie kan zijn.

Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Het is zeer onwenselijk om een hele groep te

straffen voor het gedrag van een enkeling. Zou kunnen worden onderzocht wat op individueel niveau mogelijk is?

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat is precies wat wij op dit moment doen. Wij

proberen heel goed in beeld te krijgen wie de daders zijn. Zijn die betrokken bij een

persoonsgerichte aanpak, of zouden zij daar niet in moeten zitten gezien hun gedrag? Wij hebben

mensen op de korrel. Dat betekent dat wij gebiedsverboden kunnen uitreiken. Daarmee kunnen wij zo gericht mogelijk proberen de mensen die grote problemen veroorzaken eruit te halen. Daar

begint het mee. Ik hoop echter dat het daarmee ook kan eindigen. Dat weet ik nu echter niet zeker. 5. Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66), de heer Van Vliet (D66), mevrouw Hornsveld

(GroenLinks), mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Duitscher (EenUtrecht),

7

Vragenuur van 1 september 2022 mevrouw Nolten (Bij1), mevrouw Oul Fakir (Bij1) en mevrouw Oudejans (Student & Starter) inzake: Uitgaan hoort ook bij ontwikkeling van 18 -.

Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst "De Staat

van de Jeugd" van dinsdag 23 augustus jl. vertelden twee jongeren van Young Minds hoe zij en hun leeftijdgenoten de afgelopen jaren het leven met corona hebben ervaren. Eén van de punten die bij deze jongeren naar voren kwamen, is dat hun sociaal-emotionele ontwikkeling vertraging heeft opgelopen, namelijk het in aanraking komen met leeftijdgenoten, het uitvinden van waar hun

interesses liggen en het experimenteren op andere gebieden. Kortom, alles wat pubers zouden moeten kunnen doen, is er flink bij ingeschoten.

Eén van de mogelijkheden om aan de oplossing hiervan bij te dragen, lijkt ons de leden van

deze groep in staat te stellen elkaar in uitgaansgelegenheden en op (culturele) events te ontmoeten. 1. 2.

3.

Op welke manier kan het college uitgaansgelegenheden voor minderjarigen faciliteren?

Kan in samenspraak met deze jongeren door zowel de culturele sector als door ondernemers

worden onderzocht hoe er financieel toegankelijke events kunnen worden georganiseerd om de interesses en voorkeuren van deze groep te helpen ontwikkelen?

Kan de wethouder, indien zij de bovenstaande vragen positief kan beantwoorden, de raad op de hoogte houden van de voortgang ervan? Als zij dat niet kan, kan zij dan zeggen waarom dat zo is?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Hartelijk dank voor de vragen. De genoemde

levensfase is voor jongeren heel belangrijk. Zij leren op hun eigen benen te staan, ontwikkelen hun

identiteit en leren omgaan met sociale uitdagingen. Zij hebben daarbij behoefte aan leeftijdgenoten. Wij zien dat voor deze groep ontmoetingen belangrijk zijn.

In de nachtvisie formuleren wij ambities voor de nacht. Het aanbod voor minderjarigen is er

daar één van. De rol die de gemeente daarbij kan spelen, wordt in aanloop naar de nachtvisie onderzocht.

Het antwoord op vraag 1. Het ligt het meest voor de hand om te experimenteren met avonden

voor minderjarigen in bestaande uitgaansgelegenheden. Er wordt gewerkt aan een nachtvisie die

eind 2020 wordt gepresenteerd. Deze nachtvisie wordt opgesteld in overeenstemming met andere

beleidsterreinen zoals volksgezondheid, economische zaken, evenementen, VTH en OOV. Daarnaast zijn veel gesprekken gevoerd met de nachtsector, ondernemers en bezoekers van de

uitgaansgelegenheden. In de gesprekken met uitgaansgelegenheden kwam het gemis van het aanbod van 18- regelmatig naar voren. De reden voor uitgaansgelegenheden om die niet te

organiseren, is dat die avonden niet rendabel zijn. Wij gebruiken bij het plan ook de ervaringen die

wij hebben opgedaan bij de disconnected feesten in 2015. Jongeren, horeca, politie en de gemeente Utrecht hebben hiermee destijds mogelijkheden van alcoholvrije feesten onderzocht.

Het antwoord op vraag 2. Utrecht heeft een nachtoverleg waarbij verschillende

uitgaansgelegenheden zijn aangesloten. Hier kan input worden gevraagd aan de nachtsector voor ideeën om deze jonge doelgroep bij het uitgaan te bedienen. Ik zal daarbij zeker ook met Young Minds in gesprek gaan om hun input te betrekken bij de nachtvisie.

Voor toegankelijke events zijn in alle wijken in Utrecht één of meer jongerenhuiskamers.

Jongeren onder de 18 jaar kunnen elkaar daar ontmoeten. Jongerenwerk is hierbij voortdurend in gesprek met de jongeren over hun behoeften. Er worden ook jongerenfeesten georganiseerd.

Daarnaast zijn er in de drie wijken jongerencultuurhuizen en is in Leidsche Rijn en in Vleuten-De Meern onlangs extra subsidie verstrekt voor het jongerencultuurprogramma.

8

Vragenuur van 1 september 2022 Het antwoord op vraag 3. Ja, dat kan. Ik zal dat ook doen in het kader van de nachtvisie. Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Ik heb zelf een zestienjarige in huis. Die is een

beetje op de hoogte van wat er speelt, maar toch merk ik dat het niet erg bekend is wat er

beschikbaar is. Ziet de wethouder daarin een rol voor de gemeente om daar meer ruchtbaarheid aan te geven?

Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik vind dat een mooie vraag. Ik denk dat er veel

gebeurt en dat er veel mogelijk is. Met de nieuwe dingen zullen wij zeker rekening houden. Ik zal bekijken of wij bij de jongerencultuurhuizen de blik naar buiten kunnen overbrengen.

6. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), de heer Stam (Volt), de heer Sungur (DENK), mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Snippe (PvdD), mevrouw Chirino (ChristenUnie), de heer Otto (EenUtrecht), mevrouw Oul Fakir (Bij1), mevrouw Kendir (Student & Starter) en mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) inzake: We laten niemand in de kou staan.

Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! De energieprijzen zijn per 1 juli jl. verder gestegen

met 25 tot 30 % en verdere stijgingen lijken eraan te komen. Bovendien, zo berichtte de NRC op 30 augustus jl., moeten steeds meer mensen (nu al 56% van de huishoudens) noodgedwongen een

variabel energiecontract afsluiten. Daarmee voelen zij de schommelingen op de energiemarkt direct in hun portemonnee, omdat de aanbieders de prijsstijgingen meteen kunnen doorvoeren. Mensen

zijn hierdoor gedwongen hun gasverbruik drastisch te verlagen. Naast de dagelijkse boodschappen

is energie de belangrijkste kostenpost waarop kan worden bezuinigd. Voor steeds meer mensen zal

dit betekenen dat zij hun eigen huis niet meer tot een leefbare temperatuur kunnen verwarmen. Dat betekent dat een groep mensen in onze stad de komende winter - waaronder ook kwetsbare

ouderen en kinderen - noodgedwongen in hun eigen huis in de kou zullen zitten. In Engeland

hebben musea en bibliotheken de handen ineengeslagen en bereiden zich erop voor om deze winter warme plekken te realiseren voor mensen die hun eigen huis niet meer kunnen verwarmen. Hoewel

het verschrikkelijk is dat dit überhaupt nodig is, kan dit ook voor veel mensen in Utrecht deze winter uitkomst brengen. Dat brengt ons tot de volgende vragen. 1.

Wordt in Utrecht nagedacht over het in de winter openstellen van warme publieke plekken voor

2.

Is de wethouder bereid om met bibliotheken, musea en andere maatschappelijke plekken in

Utrechters die dat nodig hebben?

gesprek te gaan om dergelijke warme toevluchtmogelijkheden in Utrecht te creëren en te bespreken wat deze organisaties hiervoor nodig hebben?

Naast dergelijke noodmaatregelen is het van groot belang dat mensen op een structurele

manier worden gecompenseerd voor de hogere energielasten. Motie 352 (Structurele

Energieregeling), waarin gevraagd werd om mensen op lange termijn te compenseren, is op 11 november door het college overgenomen. 3.

4.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van motie 352, waarbij onderzocht zou worden of en hoe minima op een structurele wijze ondersteund kunnen worden bij het betalen van hun energierekening waardoor energiearmoede kan worden voorkomen?

Wij hebben vernomen dat de uitbetaling van de extra energietoeslag van € 500 (bovenop de € 800) nog niet is gebeurd. Wanneer is dit te verwachten? In hoeverre heeft de doelgroep al

gebruikgemaakt van deze regeling en hoe kunnen wij ervoor zorgen dat wij nog meer mensen bereiken die hiervoor in aanmerking komen?

9

Vragenuur van 1 september 2022

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Dit is inderdaad een zeer

urgent onderwerp, dat velen bezighoudt. Wij bekijken op dit moment wat wij kunnen doen. Wij overleggen met het Rijk. Wij lobbyen om ervoor te zorgen dat juist daar de juiste maatregelen

worden genomen. Wij bekijken ook wat wij zelf extra kunnen doen en wat wij al doen, en vooral hoe wij dat zo simpel mogelijk kunnen doen om de mensen echt te bereiken. Ik ben ook in gesprek met organisaties in de stad over de ideeën die zij hebben om de mensen echt te kunnen helpen.

Mevrouw Raaijmakers vraagt om na te denken over het in de winter openstellen van warme

publieke plekken voor Utrechters die zo'n plek nodig hebben. Nee, dat is niet iets waarmee wij bezig zijn, want wij vinden dat men ook in de winter gewoon in het eigen huis moet kunnen zijn als men dat wil. Het is zeker verstandig om energie te besparen door onder andere de verwarming minder hoog te zetten en door je warmer te kleden, maar wij vinden niet dat mensen vanwege de

energieprijzen hun huis moeten ontvluchten. Dat is echt een ondergrens waar wij niet doorheen

willen zakken. Als mensen met energie besparen hulp nodig hebben, dan bieden wij die in de vorm

van de energiebox en het fixteam. Als mensen alsnog financieel in de knel komen, dan helpen wij ze daarbij.

Het is iets anders als mensen geen huis hebben. Als het kouder wordt, dan zetten wij voor

hen uiteraard de koudweerregeling in, die ook voorziet in opvang overdag.

Gevraagd is of ik met bibliotheken, musea e.d. in overleg wil gaan. De bibliotheek en de

buurthuizen zijn openbaar toegankelijk, maar hun functie is niet om mensen op te vangen die van huis gaan om verwarmingskosten te besparen. Het zijn juist plekken om je buurtgenoten te ontmoeten en om bijvoorbeeld te lezen of te leren. Het is goed als mensen daarvan meer

gebruikmaken, maar dan om díe reden, en niet als opvangplek om het huis te ontvluchten. Hoe gaat het met de uitvoering van de motie over een structurele

energiecompensatieregeling? Vanaf eind vorig jaar passen wij via de individuele bijzondere bijstand maatwerk toe als burgers in de knel komen met hun energierekening. De mensen krijgen dan het

verschil gecompenseerd dat tussen het oude en het nieuwe contract bestaat. Dat is elke maand het geval. Dat is niet eenmalig, zoals de energietoeslag. Hoe de energieprijzen zich vervolgens op de

lange termijn ontwikkelen, is vanzelfsprekend niet duidelijk. Als wij alleen de inwoners die onder de

huidige grens van het armoedebeleid vallen structureel willen bijstaan, dan kost het jaarlijks uitkeren van € 1.300 aan deze groep - dat is het bedrag dat nu via de energietoeslag wordt betaald - € 30

miljoen. Daarom blijven wij bij het Rijk aandringen op het nemen van structurele maatregelen, zoals het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen, en zullen wij daarnaast zelf ruimhartig maatwerk blijven toepassen ten behoeve van inwoners die in de knel komen.

De uitbetaling van de energietoeslag, de extra € 500, heeft nog niet plaatsgevonden. Daartoe

moet nog een en ander worden geregeld, maar wij streven ernaar dit najaar de betaling te verrichten. Inwoners die al € 800 hebben gehad, zullen automatisch € 500 ontvangen. Die hoeven dat niet zelf aan te vragen. Degenen die voor het eerst een aanvraag doen - er zullen ook mensen zijn die de € 800 nog niet hebben aangevraagd terwijl zij daar wél recht op hebben - krijgen in één keer € 1.300.

Dit is een onderwerp waarvan ik mij kan voorstellen dat wij daar nog vaak over zullen

spreken. Ik hou de raad op de hoogte van elke stap die wij zetten en ook van wat wij in de tussentijd doen.

10

Vragenuur van 1 september 2022 De heer PETERS (D66): Voorzitter! Ik ben blij dat de wethouder de fixteams noemt. De D66-

fractie heeft daar al vaker aandacht voor gevraagd. Kan de wethouder inzicht geven in de voortgang daarvan? Hoe vaak wordt daarvan gebruikgemaakt?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Die wetenschap heb ik nu niet paraat. Ik wil

toezeggen om in de eerstvolgende brief die daarover gaat daarop in te gaan.

Mevrouw CHIRINO (ChristenUnie): Voorzitter! Ik ben blij met de beantwoording van de

wethouder. Het kost veel energie en geld om een huis te verwarmen, maar ook om dat te verkoelen. Kan de gemeente ook helpen bij hetere zomers? Kan de wethouder ons daarover informeren?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat is gedeeltelijk een ander onderwerp. Wij

spreken nu over energiearmoede. Ik ben geneigd om te zeggen dat ook dit kan, maar ik weet niet precies wat het logische haakje is. Als de ChristenUnie-fractie ermee akkoord gaat dat ik hierop terugkom, wil ik toezeggen hoe wij dat het beste kunnen doen.

Mevrouw CHIRINO (ChristenUnie): Voorzitter! Ik wil mijn vraag best verduidelijken. Die gaat

inderdaad over energiearmoede, zoals het niet kunnen betalen van de energierekening om te verwarmen, maar het kan ook een energierekening om te verkoelen zijn.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Spreekt de ChristenUnie-fractie dan over

airconditioning? Volgens mij gaat dat nu een beetje te ver. Ik wil toezeggen om even te bekijken wat

wij daaraan kunnen doen. Je kunt daarbij denken aan schermen, maar maatregelen die leiden tot het gebruik van meer elektriciteit lijken mij in het licht van de stijgende energieprijzen niet logisch.

Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Ik heb nog vele vragen. Voor veel mensen is € 500

veel geld. Het zou kunnen helpen als zij weten wanneer zij weten wanneer zij dat krijgen. "Najaar" is dan heel breed.

Ik wil even terugkomen op de warme plekken. Ik vind het antwoord van de wethouder daarop

teleurstellend. Ik ben het met de wethouder eens dat dit een ondergrens is waar wij eigenlijk niet

doorheen willen, maar ik ben ook bang dat wij wel al zover zijn. Liever te vroeg en ons daar goed op voorbereiden dan er naderhand op terug te komen. Ik weet dat de wethouder zich inzet om taboes

op armoede te doorbreken. Zou het proactief hieraan gehoor geven niet juist een taboe op armoede kunnen doorbreken?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik wil best met organisaties in de stad spreken

om te weten hoe zij hierover denken. Ik denk echter dat dit juist het stigma op armoede versterkt. Ik zet liever in op mogelijkheden waardoor mensen thuis kunnen blijven - de maatwerkvoorziening doet dat - en om pas dan te bekijken welke andere dingen wij nog kunnen bedenken, zoals het

creëren van opvangplekken. Ik wil best deskundigen vragen hoe zij hierover denken, maar ik ben er niet enthousiast over. Ik denk dat ik dat duidelijk heb gemaakt. Dit betekent echter niet dat ik niets doe om mensen met energiearmoede te helpen, integendeel, maar ik denk dat dit op andere manieren beter kan.

7. Vragen van de heer Sungur (DENK), mevrouw Oul Fakir (BIJ1), mevrouw Chirino (ChristenUnie), mevrouw Kendir (Student & Starter), de heer Stam (VOLT), mevrouw Hessel (SP), de heer Stam

11

Vragenuur van 1 september 2022 (PvdA), de heer Otto (EenUtrecht), mevrouw Snippe (PvdD), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) en mevrouw Van der Wilt (D66) inzake: Energietoeslag voor studenten.

De heer SIMSEK (DENK): Voorzitter! Uit een rondvraag van Nieuwsuur blijkt dat vele

studentensteden, waaronder Utrecht, studenten structureel uitsluiten van energietoeslag.

Uitzonderingen hierop zijn Zwolle en Delft. Dit terwijl juristen stellen dat de uitsluiting van studenten

van energietoeslag onrechtmatig is. Eerder hebben wij hier al mondelinge vragen over gesteld. In een aantal steden zijn studenten naar de rechter gestapt om energietoeslag voor studenten af te

dwingen. Inmiddels heeft de rechter in Nijmegen uitgesproken dat studenten niet als groep van deze regeling mogen worden uitgesloten.

Hierover stellen wij de volgende vragen.

1.

Hoe komt het dat Zwolle en Delft wel energietoeslag kunnen verlenen aan studenten en Utrecht

2.

Kunnen wij als wij handelen in lijn met Zwolle en Delft nu al een beroep doen op rijksmiddelen?

3.

4.

niet? Valt daar voor Utrecht iets uit te halen? Zo nee, waarom niet?

Wat betekent het besluit van de rechter in Nijmegen voor de studenten uit Utrecht? Is de

gemeente het met de fracties eens dat studenten niet als groep van energietoeslag mogen worden uitgesloten?

Op welke manier wil de gemeente ervoor zorgen dat Utrechtse studenten niet van energietoeslag worden uitgesloten?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.

Het antwoord op de vragen 1 en 2. De situatie in Zwolle en Delft. Daar is de situatie anders

dan in Utrecht, omdat daar verhoudingsgewijs minder studenten zijn dan in Utrecht. In Utrecht zou de potentiële doelgroep meer dan verdubbelen als ook studenten een aanvraag kunnen indienen.

Uitkeringstechnisch en financieel gezien is het daarom niet mogelijk om ook in Utrecht over te gaan tot het geven van een uitkering. Daar is echt een landelijke oplossing voor nodig. Dat neemt

natuurlijk niet weg dat ook wij zien dat studenten in de knel komen en dat zij deze financiële

tegenslag niet kunnen oplossen. Wij zien ook de noodzaak om daarnaar te handelen. Daarom hebben wij gisteren, samen met dertien studentensteden en een flink aantal politieke jongerenorganisaties een brief gestuurd naar de ministers Schouten en Dijkgraaf.

Het antwoord op de vragen 3 en 4. De Rechtbank Gelderland heeft in de zaak van de

betrokken student geoordeeld dat het uitsluiten van studenten bij de toekenning van energietoeslag onrechtmatig is. Ik ben het ermee eens dat studenten niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten. Ook onder studenten zijn er schrijnende gevallen die moeten worden geholpen. Wij willen daarom graag dat studenten voor de gestegen kosten worden gecompenseerd. Maar een individuele gemeente kan dat niet doen. Daarom hebben wij de lobbybrief gestuurd.

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) heeft de studenten beter in beeld. Wij weten

bijvoorbeeld van onze inwoners niet wie er student is, laat staan wie uitwonend is en wat de situatie is. DUO kan deze groep sneller en efficiënter bedienen dan individuele gemeenten. Studenten die in de tussentijd geldzorgen hebben, kunnen zich bij ons melden.

Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Ik ben heel blij dat

de oproep landelijk is gedaan. Vóór de vakantie hebben enkele fracties daarom gevraagd. Het is mooi dat dit signaal is gegeven.

12

Vragenuur van 1 september 2022 De D66-fractie krijgt berichten van gestresste studenten die zich afvragen wat Utrecht doet

als er landelijk niets gebeurt. Ik ben benieuwd of de wethouder toch nog mogelijkheden ziet, wetende dat het hier gaat om een landelijk vraagstuk.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Wij willen niet dat mensen niet bij ons komen

omdat zij denken dat wij ze niet helpen. Ik wil zeker samen met studentenorganisaties en

onderwijsinstellingen bekijken wat wij kunnen doen om dit punt extra onder de aandacht te brengen. Ik zeg toe dat in dezelfde brief waarin ik op de fixteams inga ook op dit punt zal ingaan.

Mevrouw VERMEULEN (GroenLinks): Voorzitter! Ook wij hebben de brief naar het Rijk gezien.

Wij zijn daar heel blij mee. Wanneer verwacht de wethouder daar een reactie op?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp die vraag. Wij zien de nood onder

studenten. Wij willen niet wachten tot sint-juttemis. Ik heb begrepen dat het ministerie nog vóór Prinsjesdag de knoop doorhakt inzake de energietoeslag voor studenten. Dat is al vrij snel. Dan weten wij wat dat voor de Utrechtse studenten betekent.

De heer MAAS (Volt): Voorzitter! De wethouder zegt dat de Dienst Uitvoering Onderwijs een

geschikte organisatie is om studenten te helpen. Echter, de vraag die wij stellen, is niet dat het

student zijn een toekenningsgrond moet worden voor energietoeslag, maar dat dit niet langer een uitsluitinggrond moet zijn. Hoezo mengt DUO zich dan hierin? Als het zo is dat het voor deze regeling niet uitmaakt of iemand student is of niet, dan is DUO toch niet nodig?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het gaat erom welke organisatie het best kan

helpen. Mijn standpunt is dat studenten die dit nodig hebben, moeten kunnen worden geholpen. De tweede vraag is wie dat het beste kan doen. Wij hebben op dit moment 23.000 mensen die een

beroep op de energietoeslag kunnen doen. Wij zijn al die vragen aan het behandelen. Als wij daar

ook studenten bij moeten nemen - los van het feit dat daar ook meer gegevens voor moeten worden aangeleverd, omdat dit over een specifiek deel van de studenten zal gaan - dan gaat dat ten koste van de aanvraag van andere mensen. Wij denken dat studenten sneller en beter kunnen worden

geholpen door DUO dan door gemeenten. Ik ben het ermee eens dat studenten niet bij voorbaat moeten worden uitgesloten, maar ik denk dat DUO de beste organisatie is om dat goed te doen.

Mevrouw CHIRINO (ChristenUnie): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen dat wij enerzijds

niet in beeld hebben wie studenten zijn en dat DUO dat beter kan doen, maar dat anderzijds

iedereen die het geld nodig heeft de aanvraag zou moeten kunnen doen en dat de gemeente die mensen wil helpen. Als de wethouder vindt dat iedereen die het geld nodig heeft, moet worden

geholpen, kunnen wij dan niet beter dat laatste doen - dat iedereen die het geld nodig heeft de aanvraag zou moeten kunnen doen - als wij toch niet weten wie studenten zijn en wie niet?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Nee, want als wij zeggen dat het niet uitmaakt

of iemand student is of niet en wij alle vragen in behandeling nemen, dan betekent dit dat wij een

veel groter aantal aanvragen krijgen. Echter, op dit moment is de druk al enorm hoog. Het knarst en piept ook bij ons. Als wij ook aanvragen van studenten in behandeling zouden nemen, dan gaat dat ten koste van de groep die sowieso recht heeft op de toeslag. Ik denk dat wij via DUO de oplossing

13

Vragenuur van 1 september 2022 kunnen bewerkstelligen waar de uitkering misschien ook automatisch kan worden toegekend. DUO heeft inzage in gegevens van studenten die wij niet hebben.

Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Dat DUO inzage heeft in de gegevens, lijkt mij evident.

Wij hebben ervaring met de uitvoering van zo'n toeslag - in Nederland hebben wij daar ervaring mee - maar is het verstandig dat deze procedure centraal verloopt? Is het niet beter dat dit lokaal wordt gedaan, tegelijk met de uitvoering van andere toeslagen?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ja, dan zou de uitvoering via een andere

organisatie lopen.

Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Nee, ik bedoel de uitkering lokaal doen. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Maar dan ontstaan verschillen tussen

gemeenten. Bij DUO zijn de rekeningnummers van de studenten bekend. Zij weten wie student is. Zij weten daarover veel meer dan wij. Bij ons zal het altijd zo zijn dat een student een toeslag apart

moet aanvragen en dat wij vervolgens zijn of haar situatie moeten bekijken. Wij moeten dan veel

meer zaken beoordelen. Het lijkt mij juist logisch dat DUO dat doet, zeker omdat wij al een heleboel aanvragen doen, 23.000. Dat is echt een flink aantal. Ik zou het vervelend vinden als dit ten koste gaat van andere mensen die ook in nood verkeren.

De heer SIMSEK (DENK): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank iedereen, de wethouders, de raadsleden en

iedereen die thuis meekeek.

Ik wens iedereen een fijne avond toe. Tot de volgende keer. De voorzitter sluit daarop, te 17.53 uur, het vragenuur.

14

Vragenuur van 1 september 2022

Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 1 september 2022.

Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), de heer Stam (Volt), de heer Sungur (DENK), mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Snippe (PvdD), mevrouw Chirino

(ChristenUnie), de heer Otto (EenUtrecht), mevrouw Oul Fakir (Bij1), mevrouw Kendir (Student & Starter) en mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) inzake: We laten niemand in de kou staan. Wethouder Voortman

• zal in de eerstvolgende raadsbrief over dit onderwerp ingaan op de voortgang met de flixteams.

Vragen van Sungur (DENK), Oul Fakir (BIJ1), Chirino, (ChristenUnie), Kendir (Student & Starter), Stam

(VOLT), Hessel (SP), Stam (PvdA), Otto (EenUtrecht), Snippe (PvdD), Kleinrensink (GroenLinks) en Van der Wilt (D66) inzake Energietoeslag voor studenten. Wethouder Voortman • zal in het overleg met studentenorganisaties en onderwijsinstellingen ook ingaan op de vraag wat Utrecht kan doen als er landelijk niets gebeurt, en daarop terugkomen in de eerstvolgende raadsbrief over dit onderwerp.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4db1a1b4-6338-4821-abc6-cc303dcab43b