20220630 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 30 juni 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 30 juni 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Assen, Dijkstra, Heijne, Koning, Maas, Nolten, De Pagter, Peters,
Ramaker, Van Steeg, Sungur, Vermeulen en Van der Zweth.
Tevens zijn aanwezig de commissieleden: Oskam, Şimşek en Wiegant. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg,
Oosters, Schilderman, Voortman en De Vries. Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur.
De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. Ik heet de
raadsleden, de wethouders en de overige aanwezigen van harte welkom. Ook de mensen die thuis de vergadering volgen, heet ik van harte welkom, net als de mensen op de publieke tribune. Dit is het laatste vragenuur voor het zomerreces.
Er zijn tien vragen ingediend. Als wij goed samenwerken, kunnen wij in dit uur alle vragen
behandelen. Als dat niet lukt, moeten vragen worden doorgeschoven tot na de zomer.
Ik heb doorgekregen dat de burgemeester in het buitenland is. Zij zal de vragen 4, 5 en 9
voor haar rekening nemen. Wij zullen daartoe digitaal contact met haar maken. Ik wil de aanwezige
raadsleden om hun toestemming vragen om na het behandelen van de vragen 4 en 5 meteen door te gaan met vraag 9. Dat is voor de burgemeester gemakkelijk. Ik zie instemmend geknik. Dat is hartstikke mooi.
1. Vragen van mevrouw Heijne (GroenLinks) inzake Park Transwijk dicht. Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! Het viel de GroenLinks-fractie op dat Park Transwijk
geruime tijd helemaal afgesloten is geweest om het evenement Central Park op te bouwen. Ook de
hondenveldjes waren afgesloten. Voor veel mensen is Park Transwijk dé plek om te ontspannen en
het is voor dieren een groen toevluchtsoord. Daarom vindt de GroenLinks-fractie het onwenselijk dat een openbare ruimte ten gunste van een commercieel evenement dermate lang voor mens en dier wordt afgesloten.
De GroenLinks-fractie heeft hierover de volgende vragen.
Vragenuur van 30 juni 2022 1. 2. 3. 4. 5.
Hoe lang is Park Transwijk in dit geval gesloten geweest?
Hoe vaak gebeurt het dat openbare parken voor langere tijd worden gesloten voor de opbouw van commerciële evenementen?
Is het college het met de GroenLinks-fractie eens dat wij het sluiten van publieke ruimten tot een minimum moeten beperken?
Wat is het beleid voor het sluiten van openbare ruimten voor commerciële evenementen?
Is het college bereid om afspraken te maken dat parken niet langer afgesloten zijn dan alleen de dag van het evenement zelf? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Het park is negen dagen
gesloten geweest, inclusief de twee evenementendagen.
Het antwoord op vraag 2. Zeker bij grotere evenementen is voor het veilig op- en afbouwen
van het evenement tijd nodig. Organisatoren bouwen soms in korte tijd bijna een kleine stad. Men kan daarbij denken aan het realiseren van podia, toiletten, watertappunten, afvalverzamelpunten, hekwerken en het zorgvuldig situeren en inrichten van de geluidsapparatuur.
Het organiseren van een evenement in een park vraagt ook om extra maatregelen,
bijvoorbeeld het leggen van rijplaten ter bescherming van het groen, het plaatsen van bouwhekken rond bomen en het aanbrengen van planken en bekisting rond de stam. Daarbij is het evident dat deze werkzaamheden, waarbij vaak grote voertuigen nodig zijn, op een veilige manier kunnen
plaatsvinden, veilig zowel voor de mensen die er werken als voor de bezoekers van het park. In dat geval is het noodzakelijk om het park enige dagen voor het publiek af te sluiten.
Enkele voorbeelden van evenementen in 2022 die niet vrij toegankelijk zijn en waarvoor de
openbare ruimte langere tijd wordt afgesloten, zijn: De Leuke Festival, Het Strand in Haarrijn en de Parade in het Moreelsepark.
Het antwoord op vraag 3. Ja, het college is het absoluut met de vragensteller eens. De
openbare ruimte in het algemeen en de parken in het bijzonder hebben naast allerlei andere functies ook een belangrijke recreatieve functie. Er wordt gesport, gewandeld en er wordt tot rust gekomen. Deze coalitie heeft als ambitie het aantal parken in de stad uit te breiden en ook om te zorgen voor een betere verspreiding van de recreanten. Het is van groot belang dat de parken zoveel mogelijk toegankelijk zijn.
Het antwoord op vraag 4. Wij streven ernaar om de afsluiting van de openbare ruimte en
parken zoveel mogelijk te beperken, juist om de recreatieve functie ervan zo veel en zo lang
mogelijk te borgen. Dat is vaak een kwestie van maatwerk en gebeurt in nauw overleg met de
organisator en de terreinbeheerder. Als richtlijn hanteren wij de uitgangspunten dat tijdens de open afbouwperiode het gebruik van de openbare ruimte in de omgeving zo lang mogelijk voor het
publiek toegankelijk moet blijven en om dat te realiseren en om toch veilig te kunnen werken worden daartoe voorzieningen getroffen. De op- en afbouw vindt niet plaats na 23.00 uur of vóór 7.00 uur, dit om de overlast voor de omgeving te beperken.
Het antwoord op vraag 5. Wanneer het maar even mogelijk is, maken wij de afspraak over de
afsluiting alleen op dezelfde dag met de organisator en leggen die vast in de vergunning. Gelet op de beantwoording van vraag 2, over hoeveel er moet gebeuren en dat er vaak sprake is van gevaarlijke
voertuigen waardoor de functies niet altijd zijn te combineren, is dat voor enkele grote evenementen niet realistisch. Afsluiting is in die gevallen niet alleen nodig voor de veiligheid, maar vaak ook om
maatregelen te treffen, bijvoorbeeld ter bescherming van het groen en het voorkomen van overlast voor omwonenden. Wij zijn met alle organisatoren in gesprek om te onderzoeken hoe wij de
afsluiting tot een minimumaantal dagen kunnen beperken. Wij gaan er dus wél mee aan de slag.
2
Vragenuur van 30 juni 2022 Indien afsluiting toch nodig is, bekijken wij hoe wij dat zodanig kunnen doen dat andere gebruikers van het gebied daarvan zo min mogelijk hinder ondervinden.
De heer PETERS (D66): Voorzitter! Mijn vraag bestaat uit twee delen. Ik hoorde de wethouder
spreken over negen dagen, maar ik heb van omwonenden berichten gekregen dat het park op 12
juni jl. al elf dagen dicht was. Ik vraag mij af hoe deze regels worden gehandhaafd en hoe dat in de praktijk gebeurt. Ik hoor in de beantwoording van de wethouder dat wordt bekeken hoe dit zo kort mogelijk kan worden gedaan. Ik zie echter dat op de donderdag voorafgaand aan het festival er al
fietsnietjes op het hondenveld liggen waardoor omwonenden hun honden niet kunnen uitlaten. De fietsnietjes zijn heel lichte dingen die ook op de ochtend van het festival zelf kunnen worden
neergelegd. Ik hoor de intentie van de wethouder, maar hoe gaat dat dan in de praktijk? Hoe zorgt de wethouder ervoor dat dit in de praktijk werkt?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! De informatie die ik heb, is dat het park maar
negen dagen dicht was. Ik zal bekijken of dat op die manier is gehandhaafd of dat het park langer dicht is geweest.
De opmerking van de heer Peters over de fietsnietjes kan ik niet beoordelen. Er moeten niet
alleen fietsnietjes worden neergezet, maar het gehele festival moet worden opgebouwd. Ik weet niet hoe dat is gedaan. De opmerking dat fietsnietjes veel ruimte innemen en dat er minder nodig kunnen zijn, betrek ik bij de gesprekken met de organisator.
Mevrouw OSKAM (PvdD): Voorzitter! Wij hebben gezien dat de bomen in Park Transwijk tijdens
het festival opvallend veel schade hebben opgelopen. Op foto's is te zien dat vooral de stammen erg beschadigd zijn. Is het college daarvan op de hoogte? Wat doet het om het Central Park Festival daarop aan te spreken en om het zo nodig te beboeten?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! De organisatoren wordt gezegd dat om de
boomstammen kisten moeten worden gebouwd of hekken worden gezet, zodat ze niet beschadigd
kunnen raken. Nadat daarover signalen binnenkwamen, hebben wij gevraagd hoe dat precies zit. Bij
de controle na het festival is dat niet geconstateerd, maar omdat dit punt nogmaals door de raad aan de orde is gesteld, zullen wij dat nogmaals checken. Mocht dat inderdaad het geval zijn, dan zullen wij vervolgstappen zetten.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Is de organisatie voor de negen dagen gefactureerd?
Hoeveel is dat?
Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Die informatie heb ik nu niet voorhanden. De
termijn is te kort. Ik kan dat navragen.
Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de PvdD-fractie voor het stellen van haar
vragen.
Ik vind negen dagen echt heel lang. Zijn er geen mogelijkheden om het festival in gedeelten
op te bouwen, zodat het park in elk geval gedeeltelijk kan openblijven ten behoeve van de omwonenden?
3
Vragenuur van 30 juni 2022 Mevrouw OOSTERS (wethouder): Voorzitter! Ik heb in mijn antwoorden geprobeerd hetzelfde
te zeggen. Het is niet oké als de openbare ruimte zo lang is afgesloten. Bij het gesprek en inzake de vergunningverlening zullen wij bekijken hoe wij de sluiting van het park zo veel mogelijk kunnen inperken. Het signaal van de raad daarover is duidelijk. Ik ga daar zeker mee aan de slag.
2. Vragen van mevrouw Vermeulen (GroenLinks), mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Van der Wilt
(D66), de heer Wiegant (SP), de heer Sungur (Denk), de heer Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Snippe (PvdD) en mevrouw Al-Saqaff (VVD) inzake Toezicht vrijwillige ouderbijdrage.
Mevrouw VERMEULEN (GroenLinks): Voorzitter! De afgelopen jaren hebben verscheidene
partijen in de gemeenteraad van tijd tot tijd vragen gesteld over de vrijwillige ouderbijdrage. Per 1 augustus 2021 is de wet vrijwillige ouderbijdrage verder aangescherpt en zijn scholen zelfs
verplicht te communiceren dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Het mag geen enkele consequentie hebben voor het kind als de ouders de ouderbijdrage niet betalen. In de wet staat ook dat de
bijdrage niet is bedoeld voor het financieren van lesmateriaal en andere structurele uitgaven. Wij
kregen recent toch weer een brief van ouders die dringend worden verzocht de ouderbijdrage voor
een bepaalde datum te voldoen. Dit gaat dus in tegen de wet. Het betreft ook nog eens een bedrag van 450 euro. In dit geval gaat het om het School voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO). Tegelijkertijd weten wij dat er meer scholen zijn waar het feit dat de ouderbijdrage vrijwillig is slecht wordt
gecommuniceerd. Daarnaast wordt de ouderbijdrage vaak niet alleen gekoppeld aan activiteiten
maar ook aan extra lesmateriaal. Bij de commissiebehandeling van de voorjaarsnota is dit onderwerp ook al aan bod gekomen. Er is door de wethouder een brief toegezegd. Toch leeft bij de fracties nog een aantal vragen over het toezicht op het vrijwillige karakter van de ouderbijdrage en de rol van de wethouder en gemeente daarbij. 1.
Is de wethouder ermee bekend dat er nog steeds scholen zijn, zoals de SvPO, die niet
communiceren dat de ouderbijdrage vrijwillig is en die op een dwingende manier aan ouders
communiceren dat ze de ouderbijdrage moeten betalen? Het verplichten van de ouderbijdrage is wettelijk verboden en daarnaast staat in het coalitieakkoord dat de gemeente erop wil toezien 2.
dat de vrijwillige bijdrage echt vrijwillig is. Hoe geeft de wethouder dit toezicht vorm?
Wij ontvangen signalen van scholen uit het primair onderwijs waar de vrijwillige ouderbijdrage niet alleen is bestemd voor extra activiteiten als een schoolreisje, maar ook voor aanvullend
lesmateriaal. Ook dit is volgens de hierboven genoemde wet niet toegestaan. Bovendien leidt dit tot grotere verschillen tussen scholen en kinderen en tot nog meer kansenongelijkheid. Is de
wethouder bereid om hierover met scholen het gesprek aan te gaan en om met schoolbesturen
hierover afspraken te maken? Welke consequenties kan de gemeente eraan verbinden als scholen zich niet aan de wet houden?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De signalen zijn mij helaas
bekend. De betreffende school en de schoolbesturen van zeven scholen van het primair onderwijs die hierover niet duidelijk waren in de eigen communicatie, zijn door ons daarop aangesproken, hebben dat onderkend en hebben beterschap beloofd. Wij zullen controleren of dat in de
schoolgidsen voor volgend jaar beter conform de wet is verwerkt en of scholen zich niet alleen aan de wet houden, maar ook aan wat wij allemaal willen.
De onderwijsinspectie ziet hierop uiteindelijk toe en heeft de bevoegdheid om in te grijpen. Ik
wil bekijken wat er na de zomer is gebeurd qua communicatie met de ouders. Ik ga er eerlijk gezegd
4
Vragenuur van 30 juni 2022 van uit dat wij dat, gezien de goede samenwerking die wij met de scholen hebben, op een goede en nette manier kunnen doen. Als scholen echt volharden, ben ik bereid om dat zelf bij de onderwijsinspectie te melden.
Wat wij ook monitoren, is hoeveel gebruikers van de U-pas hun budget gebruiken voor de
ouderbijdrage. Dat geeft ons enigszins inzicht in bij welke scholen dat vaker gebeurt en wat de
omvang daarvan is zodat wij ook zelf in de gaten kunnen houden welke trends waarneembaar zijn.
Het antwoord op vraag 2. Deze vraag is wat genuanceerder. Wij hebben bij OCW nagevraagd
waarvoor het geld mag worden gebruikt. Bij langdurige extracurreculaire activiteiten - dit is de term
die wordt gebruikt - is het wél is toegestaan om een ouderbijdrage te vragen, ook voor lesmateriaal. Met de vragen "wat is extracurreculair?" en "wat is langdurig" komt men in een grijs gebied terecht. Dat vergt inderdaad een gesprek met de scholen. Ik zal dat gesprek voeren. Bij de behandeling van de voorjaarsnota heb ik de raad een brief toegezegd. In dezelfde brief zal ik melden wat het antwoord van de scholen op de vraag is.
De heer MAAS (Volt): Voorzitter! Wij zijn afhankelijk geweest van signalen van ouders. Houdt
de gemeente zelf actief toezicht? Of blijft het zo dat wij afhankelijk zijn van ouders die naar ons toe komen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! In formele zin houden wij geen toezicht op het
onderwijs, maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om goed op te letten wat er gebeurt. Wij
zien en horen veel. Wij hebben regelmatig met scholen contact. Het is een onderwerp dat speelt, ook in de raad. Ik heb ook aan de collega's van Onderwijs gevraagd om ook af en toe zelf de
communicatie van scholen te bekijken. Wij doen het, maar een beetje in het informele circuit. Eigenlijk gaan wij er niet over, maar ik vind dat wij er wel over zouden moeten gaan.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Wordt er ook gemonitord welke effecten het heeft dat
sommige scholen veel minder ouderbijdragen innen dan andere scholen? Kan het schoolbestuur
inspringen om te voorkomen dat er grote ongelijkheid tussen de scholen ontstaat, bijvoorbeeld dat sommige scholen wel en andere niet op schoolreisje gaan?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Bij de behandeling van de voorjaarsnota hebben
wij in de nachtelijke uurtjes over deze vraag gesproken. Ook bij het thema solidariteit komt dit punt
aan de orde, maar ook bij de eventuele ongewenste effecten van de wetgeving. Dat is het onderwerp van gesprek met de schoolbesturen. Ik kom daar in de reeds toegezegde brief op terug.
De heer WIEGANT (SP): Voorzitter! Is het voor de besturen van de scholen juridisch mogelijk
om de ouderbijdrage van een school te gebruiken voor alle scholen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik vind dat een creatief idee. Ik weet niet wat de
wet daarover zegt. Ik onthoud mij van het doen van een uitspraak hierover, behalve dat ik het een interessant en creatief idee vind. Over dit thema komt een brief naar de raad toe. Die gaat over solidariteit buiten de grenzen van individuele scholen om.
Mevrouw VERMEULEN (GroenLinks): Voorzitter! Begrijp ik het goed dat in het coalitieakkoord
expliciet staat dat de gemeente erop wil toezien dat de vrijwillige bijdrage echt vrijwillig is? Hoe wil de wethouder dat doen?
5
Vragenuur van 30 juni 2022
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik wil zelf de communicatie van de scholen
bekijken en daarover met scholen in gesprek gaan. Vaak zijn mensen er prima van te overtuigen
waarom het goed is om de ouderbijdrage vrijwillig te maken. Als dat niet werkt, ben ik ervoor om het meer formele instrumentarium in te zetten, dus om de inspectie te verzoeken te doen wat ik heb
gezegd. Misschien komen wij in de zomer op nog andere gedachten, maar dit is de manier waarop wij hier nu vorm aan willen geven. Wij werken goed samen met de Utrechtse scholen. Ook zij zien het belang hiervan.
3. Vragen van mevrouw Oskam (PvdD) inzake Vleermuizen verliezen habitat Offerhausweg. Mevrouw OSKAM (PvdD): Voorzitter! Op het terrein aan de Offerhausweg staat een bunker die
altijd een onderkomen vormde voor vleermuizen. De Utrechtse Bomenstichting meldde deze week
aan het college en de raad dat deze bunker onlangs hermetisch is afgesloten met een ingemetselde stalen deur. Het vermoeden bestaat dat de deur is bedoeld om vleermuizen te weren, want anders waren er nog wel openingen voor hen overgehouden. De PvdD-fractie maakt zich zorgen over de vleermuizen en heeft daarover de volgende vragen. 1.
2.
3.
4.
5.
Klopt het dat de bunker op gemeentegrond staat en is de gemeente betrokken bij het
aanbrengen van de stalen deur? Indien dit niet zo is: beschikt de gemeente dan wél over de bevoegdheid om te handhaven?
Met welke reden is deze deur aangebracht? Is dat inderdaad om vleermuizen en eventueel
andere dieren te weren? Zo ja, waarom? En is er een vergunning voor de verstoring en verjaging van deze dieren door de provincie verleend?
Op welke manieren is rekening gehouden met vleermuizen en eventueel andere dieren? Zijn er
maatregelen genomen om de negatieve gevolgen van de deur voor vleermuizen op te vangen? Zo ja, welke?
Indien de deur niet is aangebracht om vleermuizen en andere dieren te weren: is het college
bereid om ervoor te zorgen dat er zo spoedig mogelijk weer openingen voor de vleermuizen
worden gecreëerd zodat ze weer in de bunker kunnen wonen en verblijven? Zo nee, waarom niet? Hoe heeft het college gereageerd op het verzoek van de Utrechtse Bomenstichting om handhavend op te treden? Wat is er sindsdien gebeurd?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1
is: nee. De grond en de bunker zijn van het Rijksvastgoedbedrijf. Dat heeft recent de deur laten
plaatsen omdat de oude afsluiting er tijdens een storm uit was gewaaid. Ook is het niet zo dat de
gemeente beschikt over de bevoegdheid om te handhaven. Dat is alleen het geval als er sprake is van een monument, want dan is de gemeente het bevoegd gezag.
Het antwoord op vraag 2. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft er een nieuwe deur in gezet omdat
de oude was weggewaaid. Het was zeker niet de bedoeling om vleermuizen te weren. Men had niet in de gaten dat er in de oude deur een doorvliegopening was. Ook hebben zij de provincie niet om toestemming gevraagd.
Het antwoord op de vragen 3 en 4. Wij hebben met het Rijksvastgoedbedrijf contact gehad.
Het heeft gisteren een aannemer opdracht gegeven om vandaag een doorvliegopening in de deur aan te brengen of om een nieuwe deur met een invliegopening aan te brengen. Het is ongelukkig dat dit is gebeurd, maar ik ben ook blij dat het ook snel is opgelost.
6
Vragenuur van 30 juni 2022 Het antwoord op vraag 5. Toen ik dat e-mailbericht zag, wilde ook ik graag weten hoe dit in
elkaar steekt. Wij hebben eerst uitgezocht of er sprake was van een monument. Dat bleek niet het geval te zijn. Vervolgens hebben wij het handhavingsverzoek op grond van onze wettelijke verplichting doorgezonden naar de provincie Utrecht. Daarna hebben wij ook het
Rijksvastgoedbedrijf gebeld. De brief dat het dit euvel zal verhelpen, heb ik de raad toegestuurd. De Utrechtse Bomenstichting ontvangt van de Bomenstichting nog een beslissing op haar handhavingsverzoek, maar intussen is het probleem zelf al opgelost.
Mevrouw OSKAM (PvdD): Voorzitter! Ik weet niet of de wethouder het weet, maar is bij deze
zaak een ecoloog betrokken geweest om te bekijken wat de gevolgen voor de vleermuizen waren in de tijd dat ze daar niet terechtkonden?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik zou dat zo niet weten. Eerlijk gezegd denk ik
van niet. Wij zijn er meteen op af gegaan om het euvel te verhelpen. Bij mijn weten is er geen ecoloog bij betrokken geweest.
4. Vragen van de heer Maas (Volt) inzake de lobby in Utrecht. De heer MAAS (Volt): Voorzitter! Volt heeft de volgende vragen inzake de recente berichten
van Follow the Money en Investico. De verwevenheid van lobbyisten met de lokale politiek baart ons
zorgen. Volt wil niet dat lobbyisten een te grote invloed hebben op de besluiten die in het Utrechtse stadhuis worden genomen. 1.
Hoe gaan het college en hogere ambtenaren om met lobbyisten? Hoe vaak op jaarbasis spreekt
2.
Welke voorzorgsmaatregelen neemt het college tegen oneigenlijke of overmatige beïnvloeding
3. 4.
het college met lobbyisten? van buiten?
Hoe zorgt het college voor transparantie in de verantwoording van de gesprekken met lobbyisten?
Is het college bekend met de in de artikelen geschetste gang van zaken rondom lobby’s zoals bij polder Rijnenburg?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank, Volt, voor de vragen. Ik denk dat
de onderwerpen "transparantie" en hoe om te gaan met lobby's heel belangrijk zijn. Veel van de opgaven waar de stad voor staat, vragen erom dat wij zowel bestuurlijk als ambtelijk contacten
hebben met allerlei partijen, zoals private partijen en ngo's. Dan is het noodzakelijk dat wij onze
afwegingen en keuzen zorgvuldig maken, zeker bij grote, ruimtelijke projecten. Het is niet zo dat wij bijhouden hoe vaak wij met externe partners spreken, want dat doen wij heel veel.
Het antwoord op de tweede vraag van de heer Maas, over de voorzorgsmaatregelen om ervoor
te zorgen dat wij niet oneigenlijk of overmatig worden beïnvloed. Voor het college geldt een gedragscode, waarmee inhoud wordt gegeven aan kernbegrippen als onafhankelijkheid,
dienstbaarheid en openheid over de gewenste houding bij het contact met externe partners. Wij
hanteren bij de praktische afspraken altijd het vierogenprincipe. Er is altijd een ambtenaar - soms
zijn er meer - aanwezig bij het gesprek met externen. Wij zien er bij de onderlinge contacten op toe dat in het licht van collegiaal bestuur wij heel scherp zijn op de goede afweging van belangen. Ook daar komt de gedragscode om de hoek kijken.
7
Vragenuur van 30 juni 2022 Wij moeten met externen samenwerken, anders zouden wij weinig voor elkaar krijgen, maar
de cursus integraal adviseren die onze adviseurs volgen, ziet erop toe dat dit op een goede manier gebeurt.
Het antwoord op vraag 3. Wij zijn heel graag transparant over de gesprekken. Als de raad daar
vragen over heeft, moeten die worden beantwoord.
Het antwoord op vraag 4. Wij zijn bekend met de set artikelen die de heer Maas naar voren
heeft gebracht. Daarin wordt Rijnenburg als voorbeeld genoemd van een grote locatie waarbij
projectontwikkelaars de grond grotendeels in eigendom hebben. Dat is overigens op meer plekken in het land het geval.
De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! De burgemeester noemde als voorbeeld
Rijnenburg. Ik wil graag een tweede voorbeeld inbrengen, namelijk de Ruimtelijke Strategie Utrecht '20-'40, het enorme visieplan. Hoe beoordeelt de burgemeester het als ik zie dat het
DevelopNetwerk Utrecht - een groot lobbynetwerk van projectontwikkelaars, beleggers en
woningbouwcorporaties - daarover vijf of zes jaar lang tweemaandelijks intensief overleg heeft
gevoerd met ambtenaren en wethouders, terwijl er maar één enkel gesprekje met wijkbewoners heeft plaatsgevonden. Is dat dan nog in verhouding met elkaar? Het lobbynetwerk is zeer intensief bij het overleg betrokken, maar de wijkbewoners niet of nauwelijks.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! De heer Dijkstra zegt dat de verhouding waarin
door het college is gesproken met externe partners en met wijkbewoners niet evenwichtig is. Ik vind het heel lastig om daarop te reageren en om daarover een oordeel te vellen. Ik ben niet betrokken
geweest bij het tot stand komen van deze gesprekken. Ik heb daar geen beeld van. Ik begrijp dat de heer Dijkstra dat zo heeft ervaren. Ik kan hem echter verzekeren dat door de gemeente doorgaans
over veel onderwerpen vaak met bewonersgroepen of met burgers afzonderlijk wordt gesproken. Dat betekent echter niet dat wijkbewoners altijd tevreden zijn met wat uiteindelijk het beleid van de gemeente wordt.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De burgemeester zegt dat er voor het college een
gedragscode is. Hoe is dat voor de overige ambtenaren? Hoe wordt hierover in het Stadskantoor gecommuniceerd?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Die code geldt ook voor ambtenaren. Wij
hebben daar vaak in de onderlinge gesprekken aandacht voor.
De heer MAAS (Volt): Voorzitter! Het gaat ons om transparantie. Die zou op alle fronten
zichtbaar moeten zijn. In dat kader vragen wij ons bijvoorbeeld af waarom de agenda van het college nog niet openbaar is en of dat op grond van de Woo niet de gang van zaken zou moeten zijn.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik weet niet of dat helemaal zo is. Dat zou ik
moeten nakijken. Volgens mij is een deel van onze afspraken openbaar. Ik zal dat nagaan. Eventueel bespreek ik dat in het college.
5. Vragen van mevrouw Nolten (BIJ1), de heer Sungur (DENK), mevrouw Hessel (SP) en mevrouw De Vries (PvdD) inzake Geen wapenstok voor boa's.
8
Vragenuur van 30 juni 2022 Mevrouw NOLTEN (BIJ1): Voorzitter! De minister van Justitie en Veiligheid heeft vorige week in
een Kamerbrief aangekondigd dat boa’s per 1 juli a.s. worden uitgerust met een korte wapenstok.
Ook krijgen boa’s op termijn handboeien in hun standaarduitrusting. Gemeenten die hun boa’s met een wapenstok willen uitrusten, kunnen een vergunning aanvragen bij de minister van Justitie en
Veiligheid. Het uitbreiden van de bevoegdheden is om verschillende redenen zorgelijk. Boa’s zijn geen politieagenten. De politie heeft een geweldsmonopolie en agenten krijgen daarom een
intensieve opleiding en trainingen voor het inzetten van geweldsmiddelen. Desondanks zien wij dat
de politie regelmatig meer geweld inzet dan volgens de wet is toegestaan. Dit is buitenproportioneel
geweld, waarbij de mensenrechten van de slachtoffers worden geschonden. Boa’s hebben een andere taak en krijgen daarvoor dus een andere training. Daarbij toont het onderzoek naar institutioneel racisme binnen de gemeente Utrecht aan dat er aanwijzingen zijn van institutioneel racisme bij Utrechtse boa’s. Dit resulteert ook in boa’s die etnisch profileren, waardoor inwoners met een
migratieachtergrond, vanwege hun afkomst, eerder worden aangesproken en dat er sneller wordt overgegaan tot het uitschrijven van een boete. 1.
2.
3.
De fracties van BIJ1, DENK, SP en PvdD stellen daarom de volgende vragen.
Deelt de burgemeester de mening dat Utrecht een veilige stad moet zijn voor alle inwoners en dat het verruimen van het geweldsmonopolie door het bewapenen van onvoldoende getrainde boa's dat in gevaar brengt en hierdoor onwenselijk is?
Is de burgemeester het eens met de opvatting dat Utrechters met een migratieachtergrond een
groter risico lopen om te maken te krijgen met buitenproportioneel geweld door boa's, gezien de aantijgingen van institutioneel racisme en etnische profilering?
Indien ja, kan de burgemeester toezeggen geen vergunning aan te vragen om boa's te bewapenen met een wapenstok? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Misschien is het goed om meteen de angel uit
deze discussie te halen door eerst het antwoord op vraag 3 te geven: Ik ben op dit moment niet voornemens om een vergunning aan te vragen om boa's te bewapenen met een wapenstok.
Het antwoord op vraag 1. Ik vind het inderdaad belangrijk dat het geweldsmonopolie bij de
politie ligt en dat ik eigenlijk, als er geweld zou moeten worden gebruikt, liever niet zie dat onze
boa's dat moeten doen. Ik deel de mening dat het erg belangrijk is om daar heel secuur mee om te
gaan. Als boa's wél geweld zouden gebruiken, bijvoorbeeld met een wapenstok, zou dat vragen om heel stevige extra trainingen. Ik vind het belangrijk om dat te melden.
Het antwoord op vraag 2. In 2021 zijn 61 klachten tegen boa's ingediend, vaak over het feit
dat de boa's niet optraden. Er is niet één klacht geweest over het gebruik van geweld door een boa. Ik vind het belangrijk om dat ten gunste van het heersende beeld van de boa's te zeggen.
In 2021 zijn er voor boa's 27 keer momenten geweest dat zij in een situatie terechtkwamen
waarbij het nodig werd gevonden om een vorm van geweld te gebruiken. Men moet dan denken aan het beetpakken of het van zich afduwen van mensen. Alle geweldsincidenten worden door boa's
gemeld en worden door een toezichthouder getoetst op rechtmatigheid. In geen enkel geval heeft de politie dit als buitenproportioneel beoordeeld.
Misschien is het ook goed om te zeggen dat wij zien dat onze boa's helaas vaak zelf het
slachtoffer zijn van geweld en agressie. Er zijn in 2021 69 meldingen gedaan van geweld tegen boa's door middel van spugen, slaan, wurgen, het op ze inrijden met een voertuig en andere.
Wij zijn aan de slag gegaan met de bevindingen van de commissie die het institutioneel
racisme bekeek. Ook dat punt is door de boa's uitgebreid besproken. Zij zijn daar serieus mee aan het werk gegaan. Ik denk dat het ook belangrijk is dat zij zich bij het moeilijke werk dat zij doen
9
Vragenuur van 30 juni 2022 door de raad gesteund voelen. Mijn verzoek aan de raad is om een keer met de boa's op stap te
gaan. Dan kunnen de raadsleden zien dat boa's hun werk vaak onder moeilijke omstandigheden gewetensvol en integer doen.
De heer KONING (D66): Burgemeester, ik ben erg blij met uw reactie, maar ik heb wel een
vraag met betrekking tot de wapenuitrusting. Klopt het dat gemiddeld genomen in Utrecht boa's niet staan te trappelen om de beschikking over geweldsmiddelen te krijgen?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik heb dat verzoek inderdaad niet gekregen. Wij proberen
vaak, als er situaties zijn waarvan wij verwachten dat die kunnen escaleren, om ook van de politie
back-up te hebben zodat de twee rollen zoveel mogelijk uit elkaar worden gehouden. Het is echter niet altijd mogelijk om dat te voorspellen.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik begrijp van de
burgemeester dat boa's zelf 69 keer zijn aangevallen. Inmiddels worden er bodycams gebruikt. Ziet de burgemeester andere mogelijkheden om de boa's beter te beschermen?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik denk dat de bodycams door de boa's zeer
gewenst zijn. De raad heeft daarover uitvoerig gediscussieerd. Er komen daarbij ook ethische zaken aan de orde. Het is goed om binnenkort weer met de boa's te spreken over hoe het nu met ze gaat
en hoe zij zelf de toenemende geweldstoename en de agressie zien en of daar eventueel wat aan te doen is. In de gesprekken met de boa's is mij duidelijk geworden dat zij zelf proberen om deescalerend op te treden. De benadering die zij kiezen en hun houding zijn misschien hun
belangrijkste wapens. Het vervolmaken van deze benadering past uitstekend bij Utrecht. Dat is waar zij zelf op uit zijn.
Mevrouw NOLTEN (BIJ1): Voorzitter! Wij zijn blij om dit van de burgemeester te horen. Worden
wij ervan op de hoogte gehouden als de burgemeester hierover van gedachten verandert?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik ga er voorlopig echt niet van uit dat zich op
dit terrein ontwikkelingen voordoen. Dat heeft men aan mijn beantwoording gemerkt. Maar als dat wel zo is, zal ik de raad daarover als eerste informeren. Ik heb de discussies over de camera's
meegemaakt. Ik vind oprecht dat de raad daarover dan het gesprek met mij moet aangaan. Ik hoop intussen dat de raad het gesprek met de boa's aangaat. Dat zou ik zeer toejuichen.
9. Vragen van de heer De Pagter (VVD) en mevrouw Zwinkels (CDA) inzake vernieling schaaktafels Máximapark.
De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! De afgelopen weken zijn op verschillende momenten in
het Máximapark twee schaaktafels vernield. Eén schaaktafel is verbrand en daardoor onbruikbaar en van een andere schaaktafel is het schaakbord verdwenen.
De schaaktafels zijn erg populair. Begin 2021 zegde het college, in antwoord op vragen van
de VVD-fractie (SV 2020/299), nog toe om twee extra schaaktafels te financieren. Die zijn niet lang daarna geplaatst.
De fracties van VVD en CDA vinden het heel zonde dat de twee schaaktafels zijn vernield.
Deze vernieling staat niet op zichzelf; de fracties hebben al vaker vragen gesteld over het vandalisme
10
Vragenuur van 30 juni 2022 in het Máximapark (zie de mondelinge vragen nr. 3 van 2 december 2021). De fracties van VVD en CDA stellen de volgende vragen. 1.
Wanneer is de vernieling van de schaaktafels geconstateerd? Is er enig spoor van de daders en
2.
Kan het college een inschatting geven van de hoogte van de schade? Is het college bereid om het
3.
4.
kon de gemeente of de politie nog handhaven?
herstel van de schaaktafels te financieren? Zo ja, op welke termijn kunnen de schaaktafels worden hersteld? Zo nee, waarom niet?
In antwoord op de mondelinge vragen van december 2021 gaf de burgemeester aan dat er een wijkboa wordt aangesteld met een taakaccent op het Máximapark. Is deze boa inmiddels aangesteld en kan het college de eerste effecten hiervan meedelen?
Welke maatregelen neemt het college verder om vernieling van de schaakborden en andere eigendommen in het Máximapark te voorkomen?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. De vernieling van één
van de tafels is gebeurd in het weekeinde van 4 op 5 juni van dit jaar. Wij weten van de andere tafel
niet precies wanneer die is vernield. De kosten voor de vervanging van beide schaaktafels bedragen € 2.128,00. Ze kosten € 1.064,00 per stuk. Inmiddels staan de schaaktafels die moeten worden
vervangen weer in bestelling. Die worden zo snel mogelijk geleverd. De gemeente zal ze zo spoedig mogelijk plaatsen.
Het antwoord op vraag 2. Ja, die is vanaf afgelopen februari actief, in ieder geval tot en met
december 2023. De eerste bevindingen zijn dat deze wijkboa ook goed in staat is om contacten te leggen met de aanwezige jongeren en beter wordt herkend en gezien. Maar wij kunnen niet nu al vaststellen wat de effecten zijn. Wij hebben daar meer tijd voor nodig.
Het antwoord op vraag 3. De Japanse tuin staat onder verhoogd toezicht. De afdeling
Handhaving neemt deze plek in haar ronde dagelijks mee. Ze surveilleert ook in de avond. Soms treft men daar ook grotere groepen mensen aan die de intentie hebben om met elkaar te barbecueën. Die worden op aan wijzingen van Handhaving verwezen naar een locatie elders in het park. De
doelgroepen die zij bij de schaaktafels aantreffen, zijn steeds wisselend van samenstelling. Men
probeert samen met de politie in beeld te brengen welk beeld dat oplevert. Ik kan de heer De Pagter
zeggen: ja, wij hebben extra toezicht. De wijkboa met taakaccent is er, maar dat heeft helaas niet tot gevolg dat er niets meer wordt vernield. Dat is zeer treurig. Ik ben dat zeer met de heer De Pagter eens.
De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Is er enig zicht op of de
daders in beeld zijn?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Die aanwijzing heb ik niet. Wij weten van één
tafel niet wanneer de vernieling heeft plaatsgevonden. De andere is in het weekend vernield. Mochten zich daarover ontwikkelingen voordoen, dan zullen wij dat de raad melden.
De VOORZITTER: Hartelijk dank, mevrouw de burgemeester. Veel succes met uw reis. Een heel
fijne terugreis toegewenst.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter, dank u wel!
11
Vragenuur van 30 juni 2022 6. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA), de heer Harris (SP), mevrouw Snippe (PvdD), de heer
Van den Enk (Student & Starter), de heer Van der Graaf (ChristenUnie), de heer Sungur, (DENK) en mevrouw Minnaert (Bij1) inzake Gokreclame in de openbare ruimte.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Midden in de stad, aan de Oudegracht, hangt een
enorm spandoek waarmee reclame wordt gemaakt voor gokken. Gokken is verslavend en heeft een negatief effect op de gezondheid. Het is onwenselijk dat gokken dermate in de openbare ruimte
wordt gepromoot. De discussie of gokreclame moet worden verboden, wordt breed gevoerd. Recent werd ook bekend dat Tilburg geen gokreclame meer zal toestaan in bushokjes en op reclamezuilen. Het is wenselijk dat ook Utrecht er in de openbare ruimte tegen optreedt. Wij hebben daarover de volgende vragen. 1.
2.
3.
Is de wethouder het ermee eens dat het onwenselijk is dat er in het midden van het centrum van Utrecht een gigantische gokreclame-uiting hangt? Welke mogelijkheden ziet de wethouder om aan gokreclame-uitingen paal en perk te stellen?
Dergelijke grote reclame-uitingen, of ze over gokken gaan of niet, zorgen voor ongewenste
vercommercialisering en verrommeling van de openbare ruimte. Is de wethouder het daarmee eens? Welke reactie mogen wij hierop van het college verwachten?
Ziet de wethouder kans om naar het voorbeeld van Tilburg gokreclame in bushokjes of via reclamezuilen te verbieden?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik zal de vragen 1 en 2
gecombineerd beantwoorden.
Ik ben het eens met de kwalificatie en het beeld dat wordt geschetst in vraag 2. Die sluit aan
bij de ambitie die in het coalitieakkoord staat, namelijk om daar meer actie tegen te ondernemen. Wij zullen het onderzoek naar hoe wij dat kunnen doen op korte termijn starten. Wij zullen bekijken hoe de reclameverordening en de beleidsregels mogelijkheden bieden om de omvang van de reclameuitingen in te perken.
Het onderwerp van de gokreclame is zeer actueel. Vandaag werd bekend dat een aantal oud-
voetballers en andere bekende Nederlanders niet langer mogen worden ingezet om gokreclame te
maken. Ook werkt de minister aan een landelijk verbod op het gebied van ongerichte gokreclame. De branche zelf heeft gezegd om vanaf april a.s. te stoppen met het maken van reclame in bushokjes en langs snelwegen. Dat betekent overigens niet dat iedereen zich er per direct aan zal houden. Dat leert de ervaring.
De gemeente blijkt beperkt te zijn in haar mogelijkheden om de reclame inhoudelijk te weren,
zowel juridisch als met het oog op een langlopende concessieovereenkomst met exploitanten. Ik
verwijs op dit punt graag naar een eerdere discussie die ook in de raad is gevoerd over het weren
van fossiele reclame. Daarover zijn in december 2020 schriftelijke vragen gesteld. In oktober 2021 is daartoe een initiatiefvoorstel ingediend.
Ik heb toegezegd om in het eerste kwartaal van 2023 de raad een brief te sturen waar de
resultaten in staan van de gesprekken met exploitanten. Ik stel voor om ook de resultaten van het
onderzoek waaraan ik zojuist refereerde toe te voegen en om daarin in te gaan op de excessief grote reclame-uitingen.
Het antwoord op vraag 3. Tilburg heeft het verbod op gokreclame opgenomen in de lopende
aanbesteding voor de exploitatie van reclame op bushokjes en reclamezuilen. Hun huidige contract loopt binnenkort af. In Utrecht geldt echter dat de concessie een looptijd heeft tot 2033. Het tussentijds wijzigen van die overeenkomst is risicovol en heeft juridische en financiële
12
Vragenuur van 30 juni 2022 consequenties. Ook hierover verwijs ik naar de discussie die daarover is gevoerd. Overigens heb ik in dit geval goed nieuws, namelijk dat het bewuste steigerdoek waarover vragen zijn gesteld en dat voor twee weken was vergund gisteren is weggehaald overeenkomstig de vergunde periode. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik ben het met de vragenstellers eens dat het
onwenselijk is om dergelijke gokreclames in de openbare ruimte te hebben. De wethouder zegt die reclame in te willen perken. Welke mogelijkheden heeft zij om dat op korte termijn te doen en wát zal zij dan doen?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Wat ik in ieder geval op korte termijn doe, is
dat onderzoek. Ik heb de raad een termijn toegezegd wanneer ik daarop terugkom. Ik kan dan ook iets meer zeggen over welke mogelijkheden ik heb. Ik heb vanwege de langlopende concessie een kleine winstwaarschuwing gegeven waarvan de raad al op de hoogte was.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Het is fijn dat wij zullen bekijken hoe wij sowieso
de grote reclame-uitingen kunnen weren of beperken.
2033 is nog echt ver weg. Kan de wethouder toezeggen om, ook al zitten wij er juridisch aan
vast, het gesprek te voeren om te bekijken of er aan beide zijden welwillendheid is om dat te doen en om te zien of wij, los van het strikt juridische, het op die manier toch misschien voor elkaar krijgen?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat dit vragen zijn die deel uitmaken
van het onderzoek. Ik zal ze bij het onderzoek betrekken.
7. Vragen van de heer Sungur (DENK), de heer Stam (VOLT), mevrouw Nolten (BIJ1), de heer Otto
(EenUtrecht), de heer Wiegant (SP), mevrouw Assen (PvdA), mevrouw De Vries (PvdD), mevrouw
Vermeulen (GroenLinks), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) en de heer Van Steeg (CDA) inzake discriminatielessen in het onderwijs.
De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Diverse docenten, onderwijsaanbieders en experts
hebben alarm geslagen over discriminatielessen op scholen. Volgens hen hangt de kwaliteit van deze
lessen op veel scholen af van de interesse van de docent, de school of de docentenopleiding voor het maatschappelijke probleem. Daarnaast lijken tijd en geld soms ook een rol te spelen. In de Utrechtse Antidiscriminatieagenda schrijft het college met scholen gesprekken te voeren over het thema
discriminatie en te inventariseren wat het al met dit thema doet. Wij hebben hierover de volgende vragen. 1.
Welk zicht heeft het college op het aanbod en de kwaliteit van lessen over discriminatie inzake
2.
Is het college bereid om met scholen uit Utrecht die nog onvoldoende aandacht besteden aan dit
de scholen in Utrecht?
onderwerp te spreken en om waar nodig hen te steunen en te wijzen op het belang van dit maatschappelijke probleem? Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) vermoedt dat veel
3.
scholen wel aandacht besteden aan discriminatie, maar niet op een effectieve manier.
Is het college bereid om - eventueel in samenspraak met Art.1 Midden Nederland en KIS - te bekijken welke methoden van discriminatielessen bewezen effectief zijn en om die als handvatten aan scholen en docenten in Utrecht aan te bieden?
13
Vragenuur van 30 juni 2022 4.
Is het college bereid om de raad jaarlijks te informeren over de staat van het
burgerschapsonderwijs in de gemeente en om daarbij ook expliciet aandacht te besteden aan het thema discriminatie?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Ik ben het zeer met de
vragenstellers eens dat het belangrijk is dat wij ook jonge kinderen met burgerschap en dus ook met antidiscriminatie leren omgaan. 80% van de basisscholen werkt met de methode van Vreedzaam. Dat is een uitstekende methode. Die is door het Nederlands Jeugdinstituut aangemerkt als effectief. De gemeente Utrecht heeft verder nog ondersteuning van allerlei theaterprogramma's die wij scholen aanbieden. Die zijn van heel goede kwaliteit.
Het antwoord op vraag 2. Het beeld dat ik heb, is dat wij in Utrecht zeker niet de alarmerende
signalen kennen zoals het landelijke onderzoek waar de vragensteller aan refereert. Ook hier is het
zo dat de gemeente er niet de hele dag bij is bij wat er in de klaslokalen gebeurt. De gesprekken die wij daarover voeren, geven ons echt het beeld dat het, gemiddeld genomen, hier goed op orde is. Het antwoord op vraag 3. Gevraagd wordt of wij in gesprek willen gaan met het
Kennisplatform Integratie & Samenleving en artikel 1. Dat doen wij al. Er is regulier overleg precies over dit thema. Wij willen dat voortzetten.
Het antwoord op vraag 4. Gevraagd wordt of het college u wil informeren, maar ook dat doet
het al, in de jaarlijkse brief die u ontvangt van wethouder Voortman. In het kader van de
Antidiscriminatieagenda is deze informatie opgenomen. Hetzelfde zal ook in de volgende brief het geval zijn.
Mevrouw VERMEULEN (GroenLinks): Voorzitter! Het zal de wethouder bekend zijn dat
Vreedzaam niet in alle scholen wordt toegepast. Er zijn scholen die dat niet doen.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat staat in het tweede deel van mijn
beantwoording. Op 20% van de basisscholen hebben wij ondersteuning voor ander aanbod,
bijvoorbeeld via theater en andere middelen. In de reguliere gesprekken die wij met het onderwijs hebben, ook via de Utrechtse onderwijsagenda en via de signalen die wij via Artikel 1 ophalen,
krijgen wij geen signalen dat er binnen de 20% dezelfde alarmerende zaken aan de hand zijn als in het landelijke onderzoek. Als men die signalen wél heeft, ontvang ik ze graag, want dan kan ik
gericht met de school spreken, maar ik heb de signalen nu niet, ook niet voor de 20%. Het zou echter mooi zijn als er meer scholen vreedzaam worden. Dat zijn wij met elkaar eens.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Spreekt de wethouder ook met de onderwijsinspectie? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ja, ik voer regelmatig gesprekken met de
onderwijsinspectie. Er staat een flink aantal onderwerpen op de agenda, waaronder ook burgerschap en de manier waarop dat aan de orde komt. De formele kant van het onderwijs is dat de inspectie toeziet op wat er in de klaslokalen gebeurt. Tegelijkertijd voelen wij ons verantwoordelijk om te zeggen dat ook wij daar iets van vinden. Er vinden gesprekken plaats en er is ondersteuning.
8. Vragen van mevrouw Assen (PvdA) inzake Leer van paarse krokodillen en voorkom dat actieve bewoners afhaken.
14
Vragenuur van 30 juni 2022 Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Al vaker heeft de PvdA-fractie in de raad aandacht
gevraagd voor situaties waarbij actieve en enthousiaste bewoners uiteindelijk afhaakten of dreigden af te haken omdat zij gefrustreerd raakten van het contact met de gemeente en het gebrek aan
resultaat dat hun inzet opleverde. Dit betrof vaak situaties rondom speelpleinen en speelplekken,
waar het niet om beheerde speeltuinen ging. Dit was bijvoorbeeld zo bij speelplaats de Kameleon en bij de speelpleinen in Geuzenwijk. Deze ervaringen werden vaak samengevat als bureaucratie, van het kastje naar de muur gestuurd worden, of de paarse krokodil uit de Ohra-reclame. Een tijd
geleden werd de PvdA-fractie benaderd door bewoners die sinds 2016 betrokken zijn bij Speelbos Zuilen aan de Fortlaan. Hun ervaringen lijken in veel opzichten op de ervaringen van bewoners die wij eerder spraken. Wie ooit de serie “Parks & Recreation” keek op Netflix. ziet helaas veel overeenkomsten. 1.
Wij hebben over de bovenstaande ervaringen de volgende vragen.
In het vorige college kon het gebeuren dat burgers met dermate veel verschillende ambtelijke afdelingen te maken hadden dat dit onder vier verschillende wethouders viel waardoor
coördinatie ontbrak met als gevolg dat veel tijd en energie verloren ging en resultaten uitbleven. Hoe voorkomt het college dat dit opnieuw de ervaring kan zijn van burgers die bij speelplekken 2.
3.
betrokken zijn?
Is het college bereid om over de ervaringen van de betrokken burgers in gesprek te gaan, om
daar lessen uit te trekken en om die in de raad aan de orde te stellen? Zo ja, op welke termijn kan dit plaatsvinden en zo niet, waarom niet?
Hoe kan in het Speelbos Zuilen en het daar tegenoverliggende in ontwikkeling zijnde gebied
ervoor worden gezorgd dat er meer integraal wordt gewerkt en dat er maar één aanspreekpunt voor burgers is?
Mevrouw SCHILDERMAN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Bij de vaststelling
van de visie Speelruimte op donderdag 10 maart jl. is ook motie 116 is overgenomen. Daarin stond
dezelfde vraag centraal die ook hier centraal staat. Bij het overnemen van de motie wordt gesteld om eind 2022 de raad te informeren over de coördinatie van het thema "spelen" in de ambtelijke
organisatie. Eind dit jaar komen wij hierop terug. Deze casus gebruiken wij ook als inspiratie. Wij zullen bekijken hoe dit bij het beleid kan worden betrokken.
Het antwoord op vraag 2. Wij zijn daartoe bereid. Het gesprek kan na het zomerreces worden
georganiseerd. De terugkoppeling wordt dan toegevoegd aan het stuk met betrekking tot motie 116. Het antwoord op vraag 3. Samen met de direct omwonenden, Jachtwerf De Klop, Scouting
Zuilen, Speelbos Zuilen en Kracht van Zuilen wordt een schetsontwerp voor het gebied aan de
Fortlaan opgesteld. Dat zal aan de buurt worden voorgelegd. Hierbij zijn verscheidene vakafdelingen betrokken om de integratie te waarborgen. Voor de wijkbewoners en de belanghebbenden is de
projectleider echter het aanspreekpunt. Diens naam en contactgegevens worden de wijkbewoners en de belanghebbenden in het wijkbericht medegedeeld.
Voor het project is een e-mailadres aangemaakt waarvan de inbox dagelijks wordt bekeken.
Na de realisering van het project wordt het overgedragen aan het beheer. Wij zorgen ervoor dat over de overdracht goede afspraken worden gemaakt over wie op dat moment het contact onderhoudt. 10. Vragen van de heer Sungur (DENK) inzake Gedwongen uithuisplaatsing van kinderen onzorgvuldig.
15
Vragenuur van 30 juni 2022 De heer ȘIMȘEK (DENK): Voorzitter! Een gedwongen uithuisplaatsing is een heftig instrument
dat alleen zeer zorgvuldig en goed gemotiveerd mag worden gebruikt. Nu blijkt dat gedwongen
uithuisplaatsing van kinderen onzorgvuldig, ongemotiveerd en soms zelfs onterecht gebeurt, met als gevolg dat ouders met hun handen in haar zitten en hun kinderen zien verdwijnen. Deze kinderen ervaren enorme stress, wat een schadelijk is voor hun
gezondheid en ontwikkeling. Een dergelijk instrument mag volgens ons alleen worden gebruikt als daar een goed onderzoek aan vooraf is gegaan. Wij hebben daarom de volgende vragen.
1.
Zijn er in Utrecht gevallen waarin onzorgvuldige uithuisplaatsing van kinderen heeft
2.
De inspectie heeft kanttekeningen gezet bij en adviezen gegeven over gedwongen
3. 4.
plaatsgevonden? Zo ja, hoe heeft dit kunnen gebeuren?
uithuisplaatsing van kinderen. Is de wethouder van plan om deze adviezen over te nemen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Wat wil de wethouder doen om ervoor te zorgen dat voortaan zorgvuldig wordt omgegaan met instrumenten als de gedwongen uithuisplaatsing van kinderen?
Is de wethouder bereid om de raad hierover per brief een terugkoppeling te doen toekomen? De heer DE VRIES (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Er is inderdaad
onderzoek gedaan: dossieronderzoek, interviews met ouders, kinderen en betrokken professionals. Zij hebben 45 gedwongen uithuisplaatsingen onderzocht. Wij weten niet of daarbij kinderen uit
Utrecht zijn betrokken, ook al omdat de inspectie daarover geen nadere informatie geeft. Het rapport van de inspectie geeft wel inzicht in het moeilijke werk van Jeugdbescherming en in de noodzaak om dit uitermate zorgvuldig en voorzien van een heel goed feitenonderzoek te doen.
Het antwoord op vraag 2. De aanbevelingen die eigenlijk naar de instellingen gaan, gaan
gedeeltelijk over de aanbevelingen die naar de instellingen gaan, over het betrekken van ouders en jeugdigen bij het besluit, over het beter informeren en over het rapporteren. Veilig Thuis Midden
Nederland werkt nu aan participatie van ouders en jeugdigen bij een eigen rapportage en aan het beter scheiden van de meningen en de feiten en sluiten aan bij het Landelijk Actieplan Feitenonderzoek. Ze doen ook gemeenten aanbevelingen over onafhankelijke
cliëntvertegenwoordiging en vertrouwenspersonen en over het organiseren van direct inzetbare praktische hulp voor gezinnen om de uithuisplaatsingen te voorkomen.
In Utrecht werkt Jeugdbescherming zoveel mogelijk samen met het buurtteam. Men kan
gezinnen direct praktische hulp bieden of kan die organiseren. In de werkwijze van de buurtteams
worden ouders, maar ook jeugdigen, verteld dat ze een belangrijke andere kunnen meenemen naar gesprekken en gebruik kunnen maken van onafhankelijke cliëntondersteuners van U-centraal.
Ouders en jeugdigen kunnen ook gebruikmaken van een onafhankelijke vertrouwenspersoon van het advies- en klachtenbureau Jeugdzorg.
Het antwoord op vraag 3. De rechter buigt zich over de aanvraag van de gedwongen
uithuisplaatsing. De gedwongen uithuisplaatsing kan alleen worden ingezet als de doelen van de
ondertoezichtstelling niet kunnen worden bereikt als een kind thuis blijft wonen. Het is uiteraard de bedoeling dat meer Utrechtse kinderen thuis of in een gezinsvorm kunnen opgroeien en uiteraard dat het aantal uithuisplaatsingen minder wordt. Daarom investeren wij in de opgave Wel Thuis. In
Utrecht werken partners samen in het Stedelijk Meedenkteam. Met het meedenkteam onderzoeken
wij met een concrete casus wat in Utrecht direct mogelijk is en wat er nog meer nodig is. Soms is een uithuisplaatsing nodig voor de veiligheid van kinderen, maar ook dan willen wij bekijken hoe wij meer verbindingen met thuis in stand kunnen houden.
16
Vragenuur van 30 juni 2022 Het antwoord op vraag 4. Zeker. Ik kan er in een brief op terugkomen. Wij zullen die de raad
in het najaar toesturen.
De VOORZITTER: Dames en heren! Wij hebben het gered, tien sets vragen in een uur. Ik wil
iedereen bedanken voor haar of zijn medewerking.
Ik wens iedereen een fijne avond. Ik wil de kijkers thuis een fijne zomer toewensen. Geniet
van de zon. Wij zijn in september met het vragenuur terug. Tot ziens! De voorzitter sluit daarop, te 18.04 uur, het vragenuur.
17
Vragenuur van 30 juni 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 30 juni 2022.
Vragen van mevrouw Vermeulen (GroenLinks), mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Van der Wilt (D66), de heer Wiegant (SP), de heer Sungur (Denk), de heer Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Snippe (PvdD) en mevrouw Al-Saqaff (VVD) inzake Toezicht vrijwillige ouderbijdrage. Wethouder Eerenberg • zal in een brief ingaan op de zaken die spelen rond de vrijwillige ouderbijdrage.
Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA), de heer Harris (SP), mevrouw Snippe (PvdD), de heer Van den Enk (Student & Starter), de heer Van der Graaf (ChristenUnie), de heer Sungur, (DENK) en mevrouw Minnaert (Bij1) inzake Gokreclame in de openbare ruimte. Wethouder Schilderman • zal in de al eerder voor het eerste kwartaal 2023 toegezegde brief over de resultaten van de gesprekken met exploitanten ook ingaan op de resultaten van het onderzoek naar de mogelijkheden om reclame voor gokken, ook de excessief grote reclame-uitingen, aan banden te leggen.
Vragen van mevrouw Assen (PvdA) inzake Leer van paarse krokodillen en voorkom dat actieve bewoners afhaken.
Wethouder Schilderman • zal na het zomerreces een gesprek organiseren met de betrokken bewoners en daarover terugkoppelen in de brief over de uitvoering van motie 116/2022, die eind 2022 naar de raad zal worden gestuurd.
Vragen van de heer Sungur (DENK) inzake Gedwongen uithuisplaatsing van kinderen onzorgvuldig. Wethouder De Vries • zal de raad in het najaar een brief sturen waarin wordt ingegaan op de adviezen van de inspectie ten aanzien van de gedwongen uithuisplaatsingen.
18