20220602 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 2 juni 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 2 juni 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Bos, Bosch, Dekkers, Hessel, Hornsveld, Maas, Meerding, Peters,
Ramaker, Sasbrink en Snippe.
Tevens zijn aanwezig de commissieleden: Biemans en Temming. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,
Streefland en Voortman.
Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom bij het vragenuur van 2 juni 2022. Ik heet iedereen
van harte welkom, de raadsleden, de wethouders en de overige aanwezigen. Ook de mensen die thuis de vergadering volgen, heet ik van harte welkom.
Het is vandaag een feestelijke dag. Utrecht heeft vandaag precies 900 jaar stadsrechten. Ik
stel voor om snel met de vragen te beginnen, zodat ook wij snel aan de festiviteiten kunnen deelnemen.
1. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), Fattal (GroenLinks), Van Steeg (CDA), Bosch (PVV), Chirino (ChristenUnie), Assen (PvdA) en Nolten inzake Zorgen (BIJ1) inzake zorgen over drogeren door middel van "needle spiking".
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! In verschillende media verschenen de afgelopen weken
berichten over een nieuwe zorgwekkende dreiging in het uitgaansleven: stiekem gedrogeerd worden
met een injectienaald, ook wel "needle spiking" genoemd. Verschillende jongeren hebben melding of aangifte gedaan van vermoedelijke drogering via "needle spiking" tijdens het uitgaan. Er is nog veel onduidelijk over het aantal slachtoffers en met welke stoffen ze zijn geïnjecteerd, maar het is
duidelijk dat hiervan in heel Nederland steeds meer melding wordt gemaakt. De vragenstellende fracties vrezen dat drogering via "needle spiking" ook in Utrecht kan gebeuren, gezien de grote studentenpopulatie en het drukke uitgaansleven. Dit brengt de fracties tot de volgende vragen.
Vragenuur van 2 juni 2022 1.
Is de burgemeester bekend met de nieuwe dreiging van drogering via "needle spiking" en deelt
2.
Is de gemeente alert op eventuele meldingen hierover? Zijn er voorzorgsmaatregelen getroffen?
zij de zorgen van de fracties hierover?
Zijn er in Utrecht al meldingen van "needle spiking" gedaan?
In Amsterdam kon, volgens de politie, een vrouw geen aangifte van "needle spiking" doen,
omdat ze ondanks een medische check niet officieel was getest op het gebruik van drugs. 3.
Hoe wordt in Utrecht omgegaan met meldingen van "needle spiking"? Worden mogelijke
4.
Houdt de burgemeester de ontwikkelingen van "needle spiking" goed in de gaten? Is zij bereid
slachtoffers via zorgprofessionals en politie op de juiste manier geïnformeerd en doorverwezen? om, als de situatie erom vraagt, vervolgstappen te zetten zoals extra toezicht of een voorlichtingscampagne in samenwerking met de horeca?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik dank mevrouw Meerding en de andere
indienende fracties hartelijk voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Ja, dat doe ik zeker. De gemeente is alert op eventuele signalen. Wij
hebben contact met horecaondernemers, horecabeveiligers, Koninklijke Horeca Nederland, de politie en Jellinek. Wij hebben de genoemde partijen gevraagd om alert te zijn op signalen hiervan. Wij
werken samen aan een handelingsperspectief voor ondernemers die een melding krijgen van needlespikers, zodat ze sneller en op een gemakkelijke manier te weten komen wat de dingen zijn die ze meteen moeten doen.
Op dit moment heeft de gemeente één signaal van een horecaondernemer van needle-spiking
ontvangen en er is bij de politie één keer aangifte gedaan van een mogelijke drogering via needlespiking. De meest recente zaak heeft de politie in onderzoek. Op dit moment heb ik hierover geen
nadere informatie omdat niet werkelijk bekend is wat er precies is gebeurd en of er werkelijk sprake is van drogering. Dat wordt uitgezocht.
Ja, ik ben bereid, als de situatie erom vraagt, om vervolgstappen te zetten, zoals extra
toezicht of een voorlichtingscampagne in samenwerking met de horeca. Zodra de politie of de
horeca een melding krijgt van needle-spiking, wordt de melder onmiddellijk geadviseerd zo spoedig
mogelijk voor bloedonderzoek naar een arts te gaan en om bij de politie aangifte te doen. Ook wordt altijd geadviseerd om contact op te nemen met zorgpartijen en/of slachtofferhulp.
Wij staan met al die partijen in nauw contact. Wij werken aan een handelingsperspectief. Wij
nemen dit erg serieus en proberen, voor zover dat kan, er bovenop te zitten. Dit is een nieuwe ontwikkeling. Ik ben er, net als de vragenstellers, heel erg bezorgd over.
De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Vindt u het nodig om over dit onderwerp een
voorlichtingscampagne te organiseren?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Daar moet ik eerst goed over nadenken. Ik wil
niet allerlei mensen op ideeën brengen. De vraag van de heer Dekkers tekent het dilemma.
Wat wij nu doen, is ons samen met betrokken partijen er helemaal op voorbereiden. Als dit
verschijnsel zich vaker voordoet, komt er een moment waarop wij een voorlichtingscampagne zullen moeten overwegen. Ik denk echter dat het belangrijk is om er nu voor te zorgen dat iedereen weet wat hij of zij moet doen als dit aan de orde is. Uit veel landelijke media blijkt dat veel mensen zich ervan bewust zijn dat dit kan gebeuren.
2
Vragenuur van 2 juni 2022 Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Ik zie
dat de burgemeester dit serieus neemt. Ik heb toevallig iemand gesproken die in Utrecht het
slachtoffer is geworden van needle spiking. Zij zei dat de politie haar in eerste instantie heeft geadviseerd om geen aangifte te doen. Daar liggen wellicht punten ter verbetering.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het is goed dat mevrouw Meerding dit zegt. Het
is wél de bedoeling dat aangifte wordt gedaan volgens de afspraken die wij met de politie hebben gemaakt. Ik zal dit punt via de driehoek agenderen, zodat wij dit goed vastleggen.
2. Vragen van de heer Maas (Volt), mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Hessel (SP), mevrouw
Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Stylianou (D66), de heer Bosch (PVV), de heer Sungur (DENK),
mevrouw Raaijmakers (PvdA), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Sasbrink (PvdD), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Chirino (ChristenUnie), mevrouw Fakir (BIJ1), mevrouw Duitscher (Een Utrecht) en de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) inzake Transitie huishoudelijke zorg Wmo. De heer MAAS (Volt): Voorzitter! Er zijn flinke problemen met de uitvoering van de
huishoudelijke zorg in het kader van de Wmo. Door aflopende contracten is een nieuwe
aanbesteding uitgeschreven. De stad is verdeeld in twee delen, een noordelijk en een zuidelijk.
Huishoudelijke hulpen zijn verplicht om over te stappen naar een aanbieder in het deel waar zij
wonen. Daarom moeten zij vaak overstappen op een andere aanbieder. Dat is niet erg gemakkelijk. Het gevolg is dat 40% van de hulpen niet heeft gesolliciteerd. Op 13 mei jl. stonden voor nieuwe cliënten nog 300 aanvragen open en voor bestaande cliënten nog 440. Het betreft hier vaak
kwetsbare mensen met ernstige beperkingen. Velen werden jarenlang door dezelfde hulp bediend, maar hebben nu geen hulp meer.
De Volt-fractie heeft hierover de volgende vragen.
1.
Herkent de wethouder de ernst van de situatie? Kan zij de huidige wachtlijst met ons delen,
2.
Kan de wethouder uitleggen wat de reden is van de ingewikkelde overstapregeling voor het
onderverdeeld in Noord en Zuid en per wijk?
huidige personeel en of dit inderdaad, zoals de FNV stelt, een bezuinigingsmaatregel is omdat
dan minder reisgeld hoeft te worden betaald? Klopt het dat dit niet in overeenstemming is met raadsbrief 9027354, waarin de toenmalige wethouder, de heer Van Ooijen, stelt dat de
aanbieders zich maximaal zullen inzetten om de nieuwe medewerkers zich op de nieuwe plek thuis te laten voelen en om hen als werknemers over te nemen met behoud van zowel de 3.
4.
primaire als de secundaire arbeidsvoorwaarden?
Wat vindt de wethouder van de suggestie van de FNV om de voorgenomen tweedeling in de stad los te laten en om de besluiten en regelingen aanzienlijk te vereenvoudigen zodat de Wmogerechtigden op de wachtlijst zo spoedig mogelijk van hulp worden voorzien?
Welke stappen wil de wethouder zetten om de situatie zo snel mogelijk te veranderen en om ervoor te zorgen dat de mensen die wachten op huishoudelijke hulp die eindelijk krijgen?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Het is niet voor het
eerst dat wij spreken over huishoudelijke hulp en ook niet voor het laatst. Wij hebben de raad hierover vaak geïnformeerd.
Ik ben zeer bekend met de situatie die de heer Maas omschrijft. Ik neem zijn woorden heel
serieus.
3
Vragenuur van 2 juni 2022 De hulpen die ik heb gesproken, zijn gecombineerd met die van de FNV. Wij spreken elke
maand met de FNV. Deze hulpen zeiden de vertrouwde relatie met hun cliënten te willen behouden. Zij zien op tegen een overstap naar een andere werkgever. Tegelijkertijd zie ik dat aanbieders alles
in het werk stellen om een overgang, zowel voor hulpen als voor cliënten, zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hierover ga ik binnenkort opnieuw met de aanbieders en hulpen in gesprek. Wij spreken elkaar maandelijks.
De zorgen die men zich maakt over de cliënten op de wachtlijst herken ik zeer goed. Na de
tweede transitie op 2 mei jl. is de wachtlijst opgelopen. Het is een aanzienlijke lijst, er staan 700 cliënten op. Ik ben, net als de raad, zeer ongelukkig met dat aantal. De raad is hierover in de raadsbrief van 23 maart jl. en in de technische sessie van 13 mei jl. geïnformeerd.
Het totale aantal wachtende cliënten dat is overgekomen van verlatende aanbieders is 342.
Het aantal wachtende nieuwe cliënten is 365. In Noord staan 204 cliënten op de wachtlijst en in Zuid 503.
De meeste wachtenden zien wij in de wijken Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. In de
binnenstad, Dichterswijk en Rivierenwijk zijn bijna geen wachtenden.
Het is de verwachting dat alle cliënten van verlatende aanbieders nog in juni van dit jaar
kunnen worden geplaatst.
Het antwoord op vraag 2. De overstap van hulpen is ook het gevolg van de door de raad
vastgestelde visie die wij uitgebreid hebben besproken. Daarin is het uitgangspunt om per 1 januari 2022 met een beperkt aantal aanbieders wijkgericht te werken om op die manier een betere vroegsignalering te bewerkstelligen en om voor cliënten een betere verbinding met zorg en
ondersteuning in de wijk mogelijk te maken. Eerst hadden wij er 17 of meer, zonder enige sturing. Het worden er helaas vier. Wij vinden de situatie zorgelijk.
De transitie is gemotiveerd op grond van de inhoud en niet op grond van een besparing van
bijvoorbeeld reiskosten. Wij hebben hiervoor gezamenlijk gekozen. De transitie hoort erbij. De
aanbieders doen er echt alles aan om de medewerkers zorgvuldig en op een gemakkelijke, maar zo goed mogelijke manier over te nemen, zonder sollicitatie. Zowel de primaire als de secundaire
arbeidsvoorwaarden worden daarbij overgenomen. Voor tientallen van elders overgekomen hulpen heeft de overgang geleid tot een verbetering van de arbeidsvoorwaarden en de beloning, omdat in tegenstelling tot de vroegere situatie nu de cao zorgvuldig wordt toegepast.
Het antwoord op vraag 3. Wij hebben gekozen voor wijkgericht werken, omdat daardoor de
zorg beter wordt. Wij zien in het andere deel van het sociale domein hetzelfde. Het loslaten van de
tweedeling draagt niet per se bij aan een betere zorg, maar ik blijf de nodige aandacht geven aan de zorgen van de hulpen. Wij moeten de wachtlijsten aanpakken door vol in te zetten op het behouden en werven van medewerkers, maar wij moeten ook nieuwe mensen vinden. Aanbieders zien het
belang van het behoud van de hulp en zijn zeer bereid om afspraken op maat te maken. Daarom
gaan zij met alle hulpen in gesprek. Als blijkt dat een hulp niet kan of wil kiezen tussen cliënten in verschillende gebieden, is maatwerk zeker mogelijk.
Het antwoord op vraag 4. Ik begrijp uw zorgen ten zeerste. Ik wil net als u dat alle cliënten in
Utrecht de zorg krijgen die zij nodig hebben. Het is goed om ons te realiseren dat er nog een
belangrijke andere oorzaak van de wachtlijsten en de krapte op de arbeidsmarkt is, maar dat is een landelijk probleem. Dat probleem is niet eenvoudig op te lossen. Hierover voeren wij al sinds vorig jaar gesprekken met de FNV, de Wmo-cliëntenraad en de aanbieders. Binnenkort spreken wij de
zorgaanbieders opnieuw tijdens het periodiek overleg over de wachtlijsten, de gebiedsindeling en de overgang van hulpen.
4
Vragenuur van 2 juni 2022 Wij zoeken ook naar nieuwe manieren om hulpen te werven, bijvoorbeeld door in te zetten op
een gezamenlijke wervingscampagne, het uitbreiden van opleidingsplaatsen en door aansluiting te zoeken bij potentiële kandidaten die een traject naar werk zien zitten.
Mevrouw HESSEL (SP): Voorzitter! Hoe verhoudt zich het feit dat de vier aanbieders nu werken
met onderaannemers? Ik ken in de binnenstad verschillende mensen die hulp uit Overvecht krijgen. Onderaannemers zijn niet verplicht om wijkgericht te werken. Heeft de wethouder in beeld hoeveel onderaannemers er zijn? Wat is de zin van wijkgericht werken als dat niet gebeurt?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze vragen. Bij het oplossen of bij
het proberen de wachtlijsten zo snel mogelijk te verkorten, moeten wij zo snel mogelijk gaan werken met een beperkt aantal onderaannemers. Dat zijn er nu vier. Dat is een aflopende zaak, maar helpt ons wel om de vraag naar hulp tijdelijk op te lossen.
Mevrouw RAMAKER (VVD): Voorzitter! Het is een lang verhaal. De wethouder heeft veel
woorden nodig. Kan de wethouder een schriftelijk overzicht maken met alle data die zij heeft genoemd?
De wethouder zei dat in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern geen wachtlijst is. Ik ben echter
wél benieuwd hoe groot de vraag naar hulp daar is.
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Ik gebruik veel woorden voor een complex
probleem dat wij al lange tijd proberen aan te pakken. Dat is niet alleen in Utrecht zo. Natuurlijk wil
ik de data delen met de raad. De meeste wachtenden zijn in Leidsche Rijn en in Vleuten-De Meern. In de binnenstad en in Dichterswijk zijn bijna geen wachtenden. Wij kunnen deze gegevens met de raad delen.
Mevrouw HORNSVELD (GroenLinks): Voorzitter! Hoorde ik de wethouder zeggen dat naar
verwachting de bestaande cliënten heel snel - ik hoorde juni en juli - zullen worden geholpen?
Mevrouw STREEFLAND (wethouder): Voorzitter! Dat klopt. Wij hebben die verwachting - dat is
altijd spannend - want er wordt enorm hard gewerkt om zo snel mogelijk oplossingen op maat te bieden. De verwachting is dat dit eind juni a.s. zal worden gerealiseerd. Wij zullen de raad erover informeren als het anders blijkt te zijn. Wij vinden dat belangrijk.
De heer MAAS (Volt): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de uitgebreide informatie. Het is
duidelijk dat de raad zich veel zorgen maakt. Eind juni is een enorm lange termijn voor mensen die echt op hulp zitten te wachten, maar dat hoef ik u niet uit te leggen. Wij hopen dat wij er het maximale uit kunnen halen om dit probleem op te lossen.
3. Vragen van de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake "Wat is waar betreffende de dieselgeruchten over twintig nieuwe kraantrechtercombinaties?"
De heer TEMMING (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Naar aanleiding van enkele
verontrustende, maar hardnekkige berichten van betrokken "anonieme" Utrechtse ambtenaren over de in maart jl. vergunde aanbesteding van € 6 miljoen inzake kraantrechtercombinaties voor ondergrondse afvalcontainers heeft de Stadsbelang Utrecht-fractie de volgende vragen.
5
Vragenuur van 2 juni 2022 1.
Heeft de gemeente deze aanbesteding definitief vergund? Zo ja, welke afdeling heeft de
2.
Klopt het dat de aanbesteding twintig elektrische kraantrechtercombinaties betreft?
3. 4. 5.
6.
aanbestedingsspecificaties opgesteld en goedgekeurd?
Zijn bij de aanbesteding ook twintig voertuigen (vrachtwagens) betrokken waarop deze kraantrechters worden gemonteerd?
Zo nee, dienen deze nog aanbesteed te worden en wordt voor 20 elektrische vrachtwagens een tender uitgeschreven?
Indien vraag 3 met "ja" wordt beantwoord, zijn de twintig vrachtwagens waarop de
kraantrechters worden gemonteerd voorzien van brandstofmotoren? Zo ja, welke brandstof gebruiken deze motoren?
Indien het eerste deel vraag 5 met "ja" wordt beantwoord: -
kan het college dan uitleggen hoe dit heeft kunnen ontstaan en hoe dit strookt met de
ambities van onze voertuigenvloot?
Indien het eerste deel van vraag 5 met "ja" wordt beantwoord, weet het college dan of dit
nog te herstellen is en hoeveel het dan zal kosten?
Indien het eerste deel van vraag 5 met "ja" wordt beantwoord, welke conclusies verbindt het
college of de verantwoordelijk portefeuillehouder dan aan deze kostbare fout?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik dank de heer Temming voor de vragen. Ik
beantwoord ze namens collega Verschuure.
Het antwoord op vraag 1. De aanbesteding is definitief gegund door Stadsbedrijven, afdeling
Inzamelen, Markten en Havens, in samenwerking met Concerninkoop.
Het antwoord op de vragen 2 en 3. Het antwoord op beide vragen is "ja". In de aanbesteding
zijn inzamelvoertuigen voor het ledigen van ondergrondse containers aanbesteed. Een dergelijk
voertuig bestaat uit een chassis met cabineopbouw en kraan. De configuratie van de opbouw en de
kraan bepalen de mogelijkheden voor een chassis. Het is daarom gebruikelijk om ze als één geheel aan te besteden.
Het antwoord op vraag 4. Het antwoord daarop is "nee". De voertuigen zijn voorzien van
brandstofmotoren. Ze voldoen aan de Euro 6-norm en zijn geschikt voor het gebruik van HVO100. Dat is diesel die wordt geproduceerd uit afval van vetten en oliën, waardoor een CO2-reductie van
89% ten opzichte van standaarddiesel kan worden gerealiseerd. Wij hebben de aanbesteding gedaan voor de aanschaf van maximaal 20 voertuigen voor ondergrondse afvalinzameling. Wij hebben de opdrachtgever de opdracht gegeven om 17 stuks aan te schaffen. Daarmee hebben wij de oude,
afgeschreven wagens vervangen en schaffen wij extra voertuigen aan om in te spelen op de toename van het aantal ondergrondse containers.
Het antwoord op vraag 5. Ik heb dit antwoord al gegeven, het antwoord is "ja".
Het antwoord op vraag 6. De verduurzaming van ons wagenpark komt in diverse beleids- en
uitvoeringsplannen aan bod, net als het uitvoeringsprogramma "Utrecht kiest voor schone lucht
2020-2025" en de Grondstoffennota 2020. Daarin staat dat wij, als het kan, elektrisch aangedreven
voertuigen aanschaffen. Zware voertuigen, zoals reinigingsvoertuigen, willen wij in 2030 emissieloos
hebben. Voor de aanbesteding in de markt is gezet, hebben wij een marktonderzoek laten doen naar de beschikbare inzamelvoertuigen die geschikt zijn voor de inzameling van ondergrondse
afvalcontainers in Utrecht. Een Utrechtse inzamelwagen moet moeilijk bereikbare containers kunnen
legen en moet ook in smalle, oude straten passen. Een inzamelwagen moet daarom zo kort mogelijk zijn en moet een kleine draaicirkel hebben. In het onderzoek zijn wagens met verschillende typen brandstof, zoals CMG, LNG en groene en grijze waterstof getoetst op de geschiktheid voor de
6
Vragenuur van 2 juni 2022 inzameling in Utrecht. Uit het marktonderzoek is gebleken dat een dieselvoertuig op het moment van aanbesteden de enige beschikbare optie was binnen de voorwaarden. De gekozen optie is ook de meest duurzame.
Wij voldoen hiermee aan de ambities die wij onszelf hebben gesteld. Wel volgen de
ontwikkelingen elkaar snel op. Bij een volgende aanbesteding zullen wij opnieuw bekijken welke mogelijkheden de markt ons kan bieden alvorens de opdracht in de markt te zetten. Het is niet
raadzaam de gunning nu in te trekken, want dat zou niet leiden tot een duurzame oplossing. Dat
zou ook veel tijd kosten. Wij zijn dan al gauw twee jaar verder. Wij doen ons best om het ophalen van ondergronds afval zo schoon mogelijk te doen. Het afval moet toch worden opgehaald. Wij voldoen hiermee aan onze eigen ambities.
De heer BOSCH (PVV): Voorzitter! De wethouder zegt dat er geen elektrische voertuigen zijn,
maar volgens mij zijn die er wel.
Het college schaft deze voertuigen aan. Ze moeten in 2030 worden afgevoerd. Dan voeren wij
voertuigen af van nog geen acht jaar oud. Wat vindt het college zelf van deze kapitaalvernietiging? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Er zijn inderdaad elektrische
inzamelvoertuigen. In verschillende steden rijden die al. Het gaat dan echter vaak om kleine proeven om ervaring op te doen. Garantie, technische ondersteuning en de levering van onderdelen zijn echter vaak onzekere factoren.
Ik heb al gezegd dat de manieren van keren en het rijden door smalle straten belangrijke
eisen zijn die aan de voertuigen worden gesteld. Aan dat pakket van eisen kan niet worden voldaan met elektrische voertuigen. Die voertuigen zijn er dus niet. Ook al zou men die willen hebben, kan dat niet.
De heer BOSCH (PVV): Voorzitter! Ik heb een punt van orde. Mijn vraag wordt niet beantwoord. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! De vraag was volgens mij of dat dan geen
kapitaalvernietiging is.
De heer BOSCH (PVV): Ja. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat zou het zijn als je er nu voor zou kunnen
kiezen om het hele wagenpark elektrisch te maken. Die oplossing is echter niet voorhanden. Het is dus geen kapitaalvernietiging.
De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Ik zie hier staan: "We are proud to announce
the first 100% fully electric Geesink. The project was launched to joy the increasing number of all-
electric RVs for use in urban areas." Dit is een bericht van 3 juli 2021. Het is een nieuwsbericht van
Geesink, die de aanbesteding heeft gewonnen. Het is een 100% volledig elektrische vrachtwagen; een omgebouwde DAF. De wethouder zegt nu dat alleen dieselauto's geschikt zijn. Dat is goed voor de
lage instap, die heel belangrijk is, maar deze DAF heeft een lage instap. Men kan niet zeggen dat er geen elektrisch alternatief is, want dat is er wel. Kort, klein en gemakkelijk in de stad.
Op wat de wethouder zegt, wil ik een uitgebreide toelichting hebben. Ik wil ook de
aanbestedingsregels hebben. Ik wil dat allemaal zien. Het is gewoon niet waar wat het college nu zegt.
7
Vragenuur van 2 juni 2022
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Als de heer Bos zegt dat ik onwaarheden sta te
verkondigen, moet hij andere maatregelen nemen. Wat ik heb begrepen, is dat moeilijk bereikbare
containers geleegd moeten kunnen worden en moeten in smalle straten moeten kunnen rijden. De wagens waar de heer Bos op doelt, rijden weliswaar in een aantal steden, maar dan zijn het kleine proeven om ervaring op te doen.
De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Ik wil toezeggingen hebben. Ik wil op mijn
vragen antwoorden hebben. Ik wil de toezegging hebben dat er een uitgebreide toelichting komt,
inclusief de specificaties van deze aanbesteding en ook een voertuigenvergelijk. Ik zie dat dit soort wagens operationeel zijn. Het zijn geen kleine proeven. Die wagens zijn een handzaam product. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik vind het prima om te laten zien welke
voorwaarden wij hebben gesteld. Ik kan de toezegging gestand doen. Ik zal dan nog een keer uitleggen waarom wij van mening zijn dat het niet kon.
4. Vragen van mevrouw Biemans (PvdA), de heer Peters (D66), de heer Te Hoonte (VVD), de heer
Dijkstra (EenUtrecht), de heer Essabiri (DENK) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake versnellen energie-besparingsmaatregelen.
Mevrouw BIEMANS (PvdA): Voorzitter! De NOS berichtte deze week dat de energieprijzen per 1
juli verder stijgen met 25 tot 30 %. Het lijkt er niet op dat de prijzen dit jaar weer zullen dalen. Dat
betekent dat mensen in de komende herfst en winter nog veel meer in de problemen komen met hun energierekening dan werd verwacht. Uit de raadsbrief "Energiearmoede" van 1 juni jl. wordt duidelijk dat de gemeente een goed begin heeft gemaakt met de aanpak van energiearmoede. Daar zijn wij
blij mee. Toch denken wij dat er, gezien de ontwikkelingen, snel meer nodig is. Normaal gezien is
het logisch om te starten met pilots en om maatregelen zorgvuldig in te voeren. Nu echter is haast geboden. Om vóór het einde van het jaar de energiebesparingsmaatregelen te hebben uitgevoerd,
moet er nu mee worden begonnen. Daarbij is de energie die wordt bespaard altijd de goedkoopste. 1.
Dit brengt ons tot de volgende vragen.
Ziet de wethouder mogelijkheden om de inzet van het fixteam, zoals bij de pilot van Mitros, snel verder uit te breiden naar andere sociale huurcomplexen met een laag energielabel met als doel zoveel mogelijk woningen, waar een risico is op energiearmoede, energiezuiniger te hebben
2. 3.
gemaakt vóór de start van de koude maanden.
Ziet de wethouder andere mogelijkheden om de energiebesparingsmaatregelen bij de risicogroepen te versnellen?
Ziet de wethouder mogelijkheden om extra maatregelen te nemen die snel effect kunnen
hebben, zoals bijvoorbeeld een inruilactie voor oude drogers, koelkasten en vriezers voor een energiezuiniger variant? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord deze vragen uit naam van
wethouder Van Hooijdonk.
Volgens mij is er vanochtend in de raad over dit onderwerp een debat geweest. Wellicht
overlappen sommige dingen elkaar.
Het antwoord op vraag 1. Deze vraag gaat over de pilot van Mitros. Wij zorgen ervoor dat als
blijkt dat deze pilot resultaat oplevert, wij snel kunnen omschakelen naar andere
8
Vragenuur van 2 juni 2022 woningbouwcomplexen. Wij bereiden dat voor in samenwerking met woningbouwcorporaties. De
pilot is in het najaar. Wij informeren de raad over de uitkomst en het vervolg ervan. Dat zal in het vierde kwartaal van dit jaar gebeuren.
Het antwoord op vraag 2. Ja, in onze brief van gisteren, 1 juni, over energiearmoede, hebben
wij een flink aantal maatregelen genoemd, zoals de energiebox, hulp bij aanbrengen van
emissiebesparende maatregelen, deur aan deur benadering en de energiecoach. Wij zetten daarmee serieuze stappen om risicogroepen te steunen of om versneld energie te besparen. Wij monitoren doorlopend of de maatregelen effectief zijn en passen die waar nodig aan.
Het antwoord op vraag 3. In het nieuwe coalitieakkoord is de ambitie uitgesproken om nadere
stappen te zetten, zoals collectieve inkoop, betaalbaar witgoed, energieadviseurs, betaalbare
leningen en subsidie voor ondersteuning. Wij sluiten ook aan bij de bevindingen van Stichting
Studenten Huisvesting (SSH) die een pilot lanceert voor het leasen van energiezuinig en betaalbaar
witgoed. De vraag behelst of ik maatregelen zie voor extra maatregelen. Dit zijn de maatregelen die wij zien. Wij blijven maatregelen bekijken om te kunnen nemen. Ik ben het met het standpunt van
mevrouw Biemans helemaal eens - volgens mij wordt dat standpunt door velen ingenomen - dat wij alles moeten doen om mensen te helpen de energierekening omlaag te brengen.
Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Als er een inruilactie komt, kan de wethouder dan
toezeggen dat de onderdelen van de ingezamelde elektronica op circulaire wijze worden verwerkt? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! In dat detail heb ik mij nog niet verdiept, maar
wij vinden duurzaamheid en circulariteit erg belangrijk. Ik wil mevrouw Snippe toezeggen dat wij bij de extra maatregelen die wij nemen dit punt in het oog zullen houden.
Wij houden de raad op de hoogte van onze inspanningen op het gebied van energiearmoede. Mevrouw BIEMANS (PvdA): Voorzitter! De reden waarom ik deze vragen stel en waarom ik niet
alleen de raadsbrief heb geagendeerd - die ik vanzelfsprekend heb gelezen - is omdat haast is
geboden. Als wij geen tijd meer hebben om alles uit te voeren, moeten wij daarna toch bekijken hoe dat heeft gewerkt. Mijn vraag is of wij nu niet méér kunnen doen. Ik meen dat ik goed heb gehoord dat het antwoord op die vraag "nee" is.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Wij doen nu wat wij kunnen. Wij nemen een
veelheid aan maatregelen. Maar wij moeten de maatregelen wel de kans geven om te werken. Wij moeten eerst doen wat het eerst aan bod is. Het is echter goed om te bekijken wat wij nog meer kunnen doen. De urgentie die mevrouw Biemans voelt, voel ik ook.
5. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) en de heer Zwanenberg (GroenLinks) inzake groenvernietiging door woningbouwcorporaties.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Recent trok de "Groengroep 507" uit Lombok aan de
bel omdat woningcorporatie Bo-Ex groene tuinen vernietigt. Echter, de biodiversiteit staat ernstig
onder druk. Woningcorporaties, wijkbewoners en de gemeente doen zelf steeds meer om groen te behouden en te versterken.
Deze keer ging het om de tuin bij een woning aan de Bandoengstraat waar een oude vlier en
verscheidene andere oude bomen zijn verwijderd. Eerder ging het mis bij tientallen meters
ligusterhaag in de Semarangstraat. Die werd vorig jaar per ongeluk tot 1.10 m teruggesnoeid, terwijl
9
Vragenuur van 2 juni 2022 met de omwonenden was afgesproken dat de haag zou worden gesnoeid tot 1.80 m. Daarnaast meldden wijkbewoners diverse kleinere incidenten inzake de renovatie door Bo-Ex in Lombok,
bijvoorbeeld het volledig verwijderen van klimop terwijl was afgesproken om die tot 2 meter te laten staan. Zonder de inzet van de omwonenden zou nog veel meer groen zijn verwijderd.
De raad krijgt helaas vaker signalen dat woningbouwcorporaties - niet alleen Bo-Ex - bij een
wisseling van de huurder een tuin helemaal leegtrekken, zogenaamd vanwege "onderhoud", omdat de mensen er "last van hebben" of omdat het huis "schoon opgeleverd moet worden".
De fracties van PvdD en GroenLinks delen daarom de verbazing en de ontzetting van de
bewonersgroep Groengroep 507 over de actie van Bo-Ex om - nota bene midden in het
broedseizoen - een groen en biodivers ingerichte tuin, waar vele dieren een schuilplaats vonden, te laten leegtrekken. Diverse bomen, een oude vlier en nestgelegenheid voor vogels zijn verwijderd. Vooral het feit dat Bo-Ex hier zelf de opdracht toe geeft en ze pas na het signaal van de omwonenden is gaan nadenken, maakt ons ongerust.
Naar aanleiding hiervan stellen wij de volgende vragen.
1.
Hoe kan het dat Bo-Ex zelf, in het broedseizoen, opdracht geeft om een groene en door vele
2.
Wat vindt het college ervan dat pas na een signaal van alerte omwonenden Bo-Ex tot het inzicht
3.
4.
5.
vogels en insecten bewoonde tuin leeg te maken?
kwam verkeerd bezig te zijn en de werkzaamheden stillegde?
Wat is het groenbeleid van Bo-Ex? Welke afspraken zijn er gemaakt over het behoud en het onderhoud van het groen in de tuinen en in de gemeenschappelijke ruimten rond hun woningbezit?
Kan het college toezeggen met Bo-Ex - en indien nodig ook andere corporaties - in gesprek te gaan om af te spreken dat er vanaf nu in de tuinen alleen nog maar zeer terughoudend mag worden gesnoeid?
Op SV 60/2019 (Duurzaamheid en groen in de prestatieafspraken) antwoordde het college dat
het in gesprek zou gaan met corporaties over de kansen om tuinen en andere corporatiegrond
zo groen en biodivers mogelijk in te richten. Wat is er uit die gesprekken voortgekomen? En wat is hierover vastgelegd in de prestatieafspraken met Bo-Ex en met andere corporaties? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.
Wij vinden dit een kwalijke zaak. Wij hebben daarom vandaag met Bo-Ex contact gezocht. Bo-
Ex heeft gezegd meer tijd nodig te hebben om op deze vragen te reageren. Dat betekent dat wij de raad op de hoogte zullen houden van de aangekondigde reactie van Bo-Ex.
Wij verwachten van onze partners in de stad dat zij zorgvuldig met afspraken en opdrachten
omgaan en dat er adequaat en zorgvuldig wordt gewerkt. Dat is in dit geval duidelijk niet goed gegaan.
Wij gaan bij Bo-Ex precies na wat er is gebeurd. Wij zijn blij om te horen dat de omwonenden
alert hebben gereageerd en dat de werkzaamheden zijn stilgelegd.
Het antwoord op vraag 3. Bo-Ex heeft momenteel helaas nog geen actief groenbeleid, maar is
bezig om dat te ontwikkelen. Bo-Ex hanteert wél het principe "groen, tenzij". De inzet van Bo-Ex is om rondom de complexen zo veel mogelijk groen te behouden. Daarnaast informeert Bo-Ex de
huurders over het onderhoud van de tuin en de biodiverse en klimaatadaptieve keuzes die bewoners kunnen maken. Ik moet daarbij echter - volgens Bo-Ex - twee kanttekeningen maken: Bo-Ex zegt
dat ze zich het recht voorbehoudt om groen te verwijderen als er sprake is van grote overlast en/of
gevaarlijke situaties waarvoor ze aansprakelijk zou kunnen zijn. Bo-Ex zegt ook dat ze de huurders die de woning betrekken enige mate van keuze wil bieden.
10
Vragenuur van 2 juni 2022 Bij de prestatieafspraken 2020-2026 is groen meer dan voorheen een gespreksonderwerp
geweest. Er is gesproken over het principe "groen, tenzij". De inzet van de corporaties is om rondom complexen groen zo veel mogelijk te behouden, maar ook om nieuwe huurders in het geval van
mutaties van grondgebonden woningen tuinen zo groen mogelijk aan te bieden. Ook hebben wij bij
corporaties benadrukt huurders zo veel mogelijk te informeren over het onderhoud van de tuin en de biodiverse en klimaatadaptieve keuzes die zij daarbij kunnen maken. Dat betekent dat groenbehoud in tuinen een plek heeft gekregen in de prestatieafspraken. Wij hebben het afgelopen jaar met corporaties een aantal aanvullende sessies gehouden om verder te praten over kansen met betrekking tot circulariteit, groen en diervriendelijk bouwen.
De heer PETERS (D66): Voorzitter! De D66-fractie deelt de zorgen van de fracties van PvdD en
GroenLinks. Toen ik dit hoorde, ging bij mij een belletje rinkelen. Volgens mij heeft de raad nog niet
zo lang geleden gesproken over Bo-Ex en over het feit dat de woningen door vertrekkende bewoners schoon moesten worden opgeleverd, ook als zich daarin nog goede meubelen, goede vloeren en
andere goede zaken bevonden. De wethouder heeft destijds gezegd daarover met Bo-Ex in gesprek
te gaan. Ik vraag mij af: als er bij de tuinen geen rekening wordt gehouden met circulariteit, gebeurt dit dan wel bij meubels e.d. bij verhuizingen?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dit is niet de eerste keer dat deze punten aan de
orde zijn. In Complex 507 in Lombok heeft onlangs iets vergelijkbaars plaatsgevonden. Ik denk ook dat met het voorbeeld van de heer Peters er alle aanleiding is om met Bo-Ex nader in gesprek te gaan. Ik kom hierop sowieso schriftelijk terug, ook op wat er in dit geval specifiek is gebeurd betreffende de circulariteit van meubels.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Ik geloof dat Bo-Ex de intentie heeft uitgesproken om
groen te behouden, maar de praktijk blijkt vaak anders te zijn. Ik maak mij er een beetje zorgen over dat Bo-Ex een voorbehoud maakt als er sprake is van overlast en gevaar. Dat wordt ook vaak als argument gebruikt om groen zeer rigoureus te verwijderen.
Ik wil de wethouder vragen om Bo-Ex begeleiding aan te bieden om te laten zien hoe de
gemeente dit doet en om te bekijken of er harde afspraken kunnen worden gemaakt over de voorwaarden bij het vaststellen wanneer iets overlastgevend is.
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb al gezegd dat de gemeente een aantal
gesprekken met de corporaties heeft gevoerd, onder andere over diervriendelijk bouwen, groen en
circulariteit. Als wij bij de gesprekken met Bo-Ex aanleiding zien om daar nog extra op in te gaan en om wat handreikingen te doen zodat wat in theorie wordt beleden ook in de praktijk wordt uitgevoerd, dan zullen wij dat zeker niet nalaten. Wij komen hierop terug.
De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn aan het einde van het vragenuur gekomen. Ik wens
iedereen een heel fijne avond toe.
De voorzitter sluit daarop, te 17.44 uur, het vragenuur.
11
Vragenuur van 2 juni 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 2 juni 2022.
Vragen van de heer Maas (Volt), mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Hessel (SP), mevrouw Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Stylianou (D66), de heer Bosch (PVV), de heer Sungur (DENK), mevrouw
Raaijmakers (PvdA), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Sasbrink (PvdD), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Chirino (ChristenUnie), mevrouw Fakir (BIJ1), mevrouw Duitscher (Een Utrecht) en de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) inzake Transitie huishoudelijke zorg Wmo. Wethouder Streefland • zal de raad uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 per raadsbrief een overzicht sturen van de door haar genoemde data, zoals wachtlijsten en tekorten rond de huishoudelijke hulp in de diverse wijken.
Vragen van de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake "Wat is waar betreffende de dieselgeruchten over twintig nieuwe kraantrechtercombinaties?" Wethouder Voortman • zal de raad uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 per raadsbrief informeren over de keuze voor kraantrechtercombinaties met een brandstofmotor voor het legen van afvalcontainers in plaats van (volledig) elektrische exemplaren in de recente aanbesteding. In de brief neemt zij tevens de specificaties van de aanbesteding en een voertuigenvergelijk met de gekozen en elektrische exemplaren op.
Vragen van mevrouw Biemans (PvdA), de heer Peters (D66), de heer Te Hoonte (VVD), de heer
Dijkstra (EenUtrecht), de heer Essabiri (DENK) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake versnellen energiebesparingsmaatregelen. Wethouder Voortman • zal de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van 2022 per raadsbrief informeren over de resultaten van de pilot “fixteam” van Mitros, die als doel heeft om snel energiebesparende maatregelen door te voeren in de woningen met een laag energielabel.
Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) en de heer Zwanenberg (GroenLinks) inzake groenvernietiging door woningbouwcorporaties.
12
Vragenuur van 2 juni 2022
Wethouder Diepeveen • zal de raad uiterlijk in het derde kwartaal van 2022 per raadsbief informeren over de uitkomsten van het gesprek met Bo-Ex over de leeghalen van tuinen wanneer huurder een woning verlaat en over de circulariteit van achtergebleven meubels en vloeren e.d.
13