CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20220414 vragenuur.doc

Gemeenteraad 19 mei 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 17 en 24 februari en 10 en 31 maart en 7, 14 en 21april 20227.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur –14 april 2022

Vragenuur, gehouden op donderdag 14 april 2022 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Al-Saqaff, Assen, Dijkstra, Hessel, Te Hoonte, Peters, Van Steeg,

Stylianou, Sungur, Van der Zweth en Zwinkels.

Namens het college zijn aanwezig: de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Verschuure en

Voortman.

Griffier: de heer Corten.

Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom bij het vragenuur van 14 april 2022. Ik vind het

hartstikke leuk dat het vragenuur vanaf nu weer uit de raadzaal komt. Degenen die de vragen stellen, kunne dat vanachter het katheder doen. Ook degenen die de vragen beantwoorden, mogen dat vanachter het katheder doen.

De eerste vraag zal worden gesteld door mevrouw Stylianou. Aanvullende vragen kunnen door

de raadsleden vanaf hun zitplaats worden gesteld.

1. Vragen van mevrouw Stylianou (D66), mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Van den Brink (Student & Starter) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake "Tekorten HIV preventie pil (PrEP)".

Mevrouw STYLIANOU (D66): Voorzitter! In de afgelopen week, op 8 april 2022, publiceerde het

AD/UN het bericht dat de GGDrU een tekort heeft aan plekken voor de hiv-preventiepil PrEP. Dit is

zorgelijk omdat mensen nu niet een extra mogelijkheid krijgen om zichzelf en hun seksuele partners te beschermen. Op dit moment staan meer dan driehonderd mensen op de wachtlijst. Sommigen van hen raakten in afwachting van dit preventiemiddel met hiv geïnfecteerd. Het is al langer bekend dat er te weinig plekken zijn voor de hiv-preventiepil PrEP. Er lijkt echter geen vooruitgang te worden

geboekt. Daarom stellen de fracties van D66, VVD, GroenLinks, Student en Starter, PvdA, PvdD, SP, Stadsbelang Utrecht, EenUtrecht, Bij1 en Volt hierover de volgende vragen. 1.

Is de wethouder het met de vragenstellers eens dat het onverteerbaar is dat mensen die op de wachtlijst staan toch met hiv besmet zijn geraakt en dat er sprake is van een noodsituatie?

Vragenuur van 14 april 2022 2.

Klopt het dat het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport weinig tot geen schot in de

3.

Deelt het college de mening dat het oplossen van de rij wachtenden ook een taak is van de

zaak heeft gebracht? Zo ja, wat doen het college en de GGDrU daar dan aan?

gemeente als deelnemer aan de GGDrU? Zo ja, kan het college dan toezeggen zich in te spannen om de wachtlijst op korte termijn te verkorten, bij voorkeur in afstemming met het Aidsfonds en

4.

met andere organisaties?

Mochten de structurele tekorten niet door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

kunnen worden aangevuld, wat is dan de volgende stap van het college? Hoe neemt de gemeente Utrecht in deze zaak dan haar verantwoordelijkheid op zich?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik ben het ermee eens dat het fijn is om hier weer

op deze manier te kunnen staan. Ik dank ook de vragenstellers voor deze vragen.

Het antwoord op vraag 1. Uiteraard ben ik het met de vragenstellers eens dat het zorgelijk is

dat mensen een hiv-infectie oplopen. Het is van groot belang dat mensen preventieve middelen

gebruiken. Behalve de PrEP-pillen kunnen ook andere preventieve maatregelen worden genomen die kunnen helpen om een hiv-infectie te voorkomen.

Het antwoord op vraag 2. Het PrEP-programma is eigenlijk een landelijke pilot die loopt tot en

met augustus 2024. Daar is echter nog wel het een en ander op af te dingen. In onze regio worden

wij benadeeld door een verdeelsleutel. Dat betekent dat wij € 250.000 tekortkomen om iedereen die graag een PrEP-pil wil hebben via de GGD-kanalen te helpen. Wij hebben daar met VWS lange en goede gesprekken over gevoerd. Op 7 april jl. is daar helaas de boodschap uitgekomen dat men

kiest voor een traject van opnieuw bekijken en opnieuw evalueren. Dat betekent dat men pas in de loop van 2023 of in januari 2024 eventueel een herverdeling van de budgetten wil bekijken. Dat is buitengewoon teleurstellend.

Er zijn twee kanalen waarlangs men de PrEP-pillen kan krijgen, namelijk via de huisarts en via

de GGD. Via de huisarts kost dat ongeveer € 30 per maand en via de GGD € 7,50. Het is gek dat iets waarvan wij bijna allemaal vinden dat het belangrijk is, via twee kanalen onder afzonderlijke

condities te verkrijgen is. Eén van de lobbyboodschappen is: laten wij dit op een uniforme en goede manier doen.

Het antwoord op vraag 3. Ik heb gelezen dat Amsterdam kampt met een vergelijkbaar

dilemma. Daar heeft men huisartsen bereid gevonden om een gedeelte van de wachtlijst over te nemen. Ik wil dat ook in Utrecht het gesprek daarover met huisartsen wordt gevoerd, maar dan voorzien van twee kanttekeningen: ten eerste dat daar andere financiële voorwaarden aan zijn

verbonden - wij moeten goed bekijken wat dat voor de doelgroep betekent - en ten tweede dat huisartsen het waanzinnig druk hebben. Zij moeten dit er wel bij kunnen doen.

Het antwoord op vraag 4. Ik zal de raad binnenkort een brief sturen waarin ik uitgebreid zal

informeren over de uitkomsten van de lobby, niet alleen over de PrEP-middelen, maar ook over de

ASG-middelen. Wij zullen voor de raad inzichtelijk maken wat de tekorten zijn, wat de consequenties zijn en, als dit lang duurt, waar eventueel ruimte is, zodat wij de wachtlijsten kunnen verkleinen om de meest kwetsbare groep vooraan te kunnen zetten.

Mevrouw STYLIANOU (D66): Voorzitter! De wethouder zegt met de huisartsen te gaan praten.

Spreekt hij ook met het Aidsfonds en andere organisaties over de tekorten en over een oplossing voor de langere termijn?

2

Vragenuur van 14 april 2022 De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat vind ik een goede suggestie. Ik heb dat

gesprek tot nog toe persoonlijk niet gevoerd, maar in de lobbyboodschap - behalve meer geld voor

Utrecht is ook de boodschap: hoe regelen wij dat in dit land? - zijn het heel goede partners om mee op te trekken. Ik zal de handschoen oppakken en er in de brief die ik bij antwoord 4 heb genoemd op terugkomen.

2. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Bosch (PVV), de heer Zwanenberg (GroenLinks) en mevrouw Passier (Volt) inzake "huurprijzen gebouw A van de Wilhelminawerf".

De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Het college en de gemeenteraad hebben op

6 april jl. van de bewoners van Gebouw A van de Wilhelminawerf een brandbrief ontvangen. De aanleiding van deze brief is het niet nakomen van de afgesproken huurprijzen door

projectontwikkelaar Kondor Wessels Projecten (KWP). De bewoners voelen zich gesteund door de

rechtszaak die de gemeente Utrecht tegen KWP heeft aangespannen. Met KWP hadden de bewoners al eerder slechte ervaringen, maar zij maken zich nu grote zorgen. Die zorgen betreffen de

verschillen in huurprijzen tussen de panden, de angst dat de huurprijzen nog verder stijgen, het fors hoger uitvallen van de prijzen voor stadsverwarming en de hoogte van de servicekosten ten opzichte van de slechte kwaliteit van het onderhoud van de gezamenlijke ruimten. Wij delen de zorgen van

deze bewoners - zeker nu betaalbaar wonen zo ontzettend onder druk staat - en stellen hierover de volgende vragen. 1.

Is het bij het college bekend dat er voor de verschillende panden verschillende huurprijzen

2.

Ziet het college opties om iets aan de verschillen van de huurprijzen te doen? Zo ja, op welke

3. 4.

worden gehanteerd? Zo ja, weet het college wat de oorzaak van die verschillen is? wijze? Zo nee, waarom niet?

Is zolang deze zaak onder de rechter ligt het afdwingen van een huurbevriezing een mogelijkheid? Zo ja, is het college bereid om dat middel in te zetten?

Kan de gemeente de bewoners voor wat betreft hun andere zorgen - een nog verdere stijging van de huurprijzen alsmede een stijging van de energieprijzen en de servicekosten geruststellen en/of nog iets anders voor de bewoners betekenen?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. De affaire Wilhelminawerf is helaas een langlopende rechtszaak. Op

9 mei a.s. is de rolzitting aan de orde.

De brandbrief is voor mij de aanleiding om binnenkort te spreken met een delegatie van de

briefschrijvers. Het lijkt mij goed om door te nemen hoe de zaken ervoor staan. Over de verschillen

qua huurprijzen heeft de gemeente Utrecht in 2016 afspraken gemaakt over de huurprijzen van Blok A en de andere blokken. Die afspraken waren erop gericht om in Blok A middenhuurwoningen te realiseren, nog niet volgens het regime van het Actieplan Middenhuur, maar avant la lettre. De

projectontwikkelaar is de afspraken echter niet nagekomen. Dat is de reden van de rechtszaak die in

verschillende raadsbrieven en raadsdebatten is toegelicht. Van de verschillende huurprijzen die er nu zijn, was het college vóór de komst van de brandbrief niet op de hoogte. De huidige huurprijzen zijn door de belegger bepaald. Daar is de gemeente niet bij betrokken geweest.

Het antwoord op vraag 2. Het college heeft geen middelen om zich te mengen in contractuele

afspraken tussen huurder en verhuurder. Toen duidelijk werd dat de ontwikkelaar en de belegger zich niet gebonden voelden aan de in 2016 met de gemeente gemaakte afspraken over de

3

Vragenuur van 14 april 2022 huurprijzen, is het college daarover direct met hen in gesprek gegaan. Helaas hebben die

gesprekken niet geleid tot het aanpassen van de huurprijzen. De huurprijzen kunnen niet direct

worden afgedwongen via de rechterlijke procedure die nu loopt, want de gerechtelijke procedure is gericht tegen de projectontwikkelaar en niet tegen de belegger. Wij vragen de rechter om het niet

nakomen van de gemaakte afspraken door de projectontwikkelaar te kwalificeren als onrechtmatige daad en als een reden voor een schadestartprocedure, met misschien wél een indirect effect op de belegger.

De eerste zitting bij de rechtbank is op 9 mei a.s. Daarna beraadt men zich op een uitspraak.

Tot die tijd is er geen nieuwe informatie te verwachten. Andere opties ziet het college eerlijk gezegd op dit moment niet.

Het antwoord op vraag 3. Die middelen heeft de gemeente niet. Huurbevriezing is geen

instrument dat wij kunnen inzetten. Door het Rijk worden wel dingen geregeld, bijvoorbeeld voor de sociale huursector in het afgelopen jaar. Dat weten wij allemaal. In 2021 is voor het eerst een

wettelijke afspraak gemaakt om de huurverhoging in de vrije sector te beteugelen. De maximale

huurverhoging van de consumentenprijsindex is inflatie plus één procent. Dat kennen wij ergens

van. Dat hadden wij in Utrecht via het actieplan Middenhuur zelf al vastgesteld. Wij hebben met IVBN, de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland, afspraken gemaakt voor de

bestaande huur. Die gaan in dezelfde richting, maar "CPI+1%" is wettelijk vastgelegd voor dit jaar en de komende jaren. En natuurlijk worden in het recente regeerakkoord ook afspraken gemaakt over het reguleren van de huurprijzen in de vrije sector. Het zal duidelijk zijn dat de gemeente Utrecht volop in die richting blijft lobbyen.

Het antwoord op vraag 4. Geen rechtstreekse invloed dus. In tegenstelling tot de bewoners

van de sociale huur kunnen bewoners van de vrije sector niet naar de huurcommissie. Ook dat punt maakt deel uit van onze bestendige lobby om dat wel voor elkaar te krijgen.

Ten aanzien van de warmtetarieven maakt de gemeente met Eneco afspraken over de

verduurzaming en de afsluittarieven van de stadsverwarming, maar niet over de leveringsprijzen, want die worden landelijk bepaald. De nieuwe Warmtewet zal echter leiden tot een nieuwe regulering.

De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Wij maken vaker afspraken over een pakket Sociaal,

een pakket Middenhuur en een pakket Vrije sector. Dat kunnen in theorie dezelfde woningen zijn,

maar dan met verschillende huurprijzen. Is dit iets waarover wij ons moeten verbazen, of is dit iets dat in vele projecten zo is?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In het licht van de gemaakte afspraken voor de

Wilhelminawerf is dit iets waar wij ons oprecht over moeten verbazen, zeker.

De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De partijen in kwestie gaan dus doodleuk door

met het verhogen van huren, terwijl die al veel te hoog zijn, anders dan was afgesproken. De

wethouder maakt zich daar net als wij boos over. Kan de wethouder kenbaar maken dat dit steeds maar doorgaat en dat dit ongepast en ongewenst is?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Deze suggestie van de heer Van der Zweth neem

ik graag tot mij. Ik zeg toe dat wij daarover in de richting van de verhuurder zeker iets zullen laten weten.

4

Vragenuur van 14 april 2022 3. Vragen van mevrouw Hessel (SP), mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Bosch (PVV), mevrouw Kendir (Student & Starter), mevrouw Nolten (BIJ1), mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Hornsveld (GroenLinks), de heer Dijkstra (EenUtrecht), de heer Maas (Volt) en mevrouw Chirino (ChristenUnie) inzake Voedselbank Overvecht. Mevrouw HESSEL (SP): Voorzitter! Door de grote toename aan aanvragen uit de wijk is de ene dag dat de voedselbank Overvecht open is voor buurthuis Burezina niet meer genoeg. De voedselbank wil zelf graag vaker open zijn en geeft dit al meer dan een jaar lang te kennen, zowel bij de gemeente als bij de beheerder van buurthuis Burezina. Om onduidelijke redenen wordt dit steeds geweigerd. Een bijkomend voordeel van ruimere openingstijden is dat de voedselbank dan haar mbo-stageplekken zou kunnen uitbreiden. Er is een groot tekort aan stageplekken. 1. 2. 3. 4.

Is de wethouder het met ons eens dat door de toegenomen vraag bij de voedselbank ruimere openingstijden nodig zijn?

Is de wethouder het met ons eens dat het wenselijk is om voor meer mbo-stageplekken te zorgen en dat ruimere openingstijden daaraan kunnen bijdragen?

Waarom heeft de gemeente, ondanks het langdurig wijzen op de situatie, voedselbank Overvecht nog niet aan ruimere openingstijden weten te helpen?

Kan de wethouder toezeggen ervoor te zorgen dat de voedselbank Overvecht vanaf mei minstens drie dagen in de week open kan zijn? Zo nee, waarom niet? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik dank de fracties voor de gestelde vragen.

Gevraagd wordt of ik het ermee eens ben dat door de toegenomen vraag ruimere openingstijden nodig zijn. Het is niet aan mij om te bepalen welke openingstijden precies nodig zijn. De voedselbanken in Utrecht worden beheerd door de Stichting Voedselbanken Utrecht (SVU). Dat is een onafhankelijke stichting die zelf bepaalt wat nodig is om voedsel te kunnen uitgeven aan kwetsbare Utrechters. Om dat te kunnen faciliteren, hebben de SVU en de gemeente een meerjarige subsidierelatie, waarbij de SVU ervoor zorgt dat er in Overvecht een centrale opslag- en inpaklocatie is en dat er in de wijken uitgiftepunten zijn. Het is goed om te weten dat het buurthuis Burezina een accommodatie in zelfbeheer is, met een bestuur bestaande uit actieve bewoners. Het is geen accommodatie waarvan de gemeente kan zeggen waarvoor die wordt gebruikt.

De tweede vraag is of ik het wenselijk vind dat er meer mbo-stageplekken komen. Ja, ik vind

dat wenselijk en ook erg belangrijk. Daarom heeft de gemeente een subsidieregeling waarmee organisaties uit de stad worden gesteund bij het creëren van mbo-stageplekken. Ik probeer er ook voor te zorgen dat de gemeente zelf meer mbo-stageplekken creëert.

De SVU bepaalt het reilen en zeilen van de organisatie zelf en daarmee ook of mbo-

stageplekken moeten worden gecreëerd. Natuurlijk kunnen wij de SVU wel attenderen op de mogelijkheid daartoe. Ik ben ervan op de hoogte dat het aantal te verstrekken voedselpakketten in Overvecht snel stijgt en dat de bestaande uitgiftepunten in Burezina en De Boog onder druk staan. Ik heb daarom binnenkort een gesprek met wethouder Streefland om te bezien wat er in onze eigen buurtcentra in Overvecht mogelijk is om de voedseluitgifte te garanderen, binnen de regels die gelden voor de programmering van de buurtcentra. Ik kan dus wel toezeggen dat SVU drie dagen per week voedseluitgifte kan organiseren conform de stedelijke uitspraken. Dat betekent concreet een dag per week in De Boog, een dag per week in Burezina en een derde dag in een ander gemeentelijk buurtcentrum in Overvecht, bijvoorbeeld De Jager. Dat is waarvoor ik mij graag wil inzetten.

5

Vragenuur van 14 april 2022 De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Wordt hiermee ook voorzien in de behoefte die er in Overvecht is? Hoe denkt de wethouder daarover? De wethouder gaat in gesprek met wethouder Streefland en zegt dat de uitgifte op andere plekken wordt geregeld. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Die beoordeling laat ik over aan de SVU. Ik ga uit van de deskundigheid van SVU. Zij weten hoeveel pakketten er nodig zijn, hoeveel ze kunnen uitdelen en wat een goede modus is. Dat punt moet ik met SVU bespreken. Mevrouw HESSEL (SP): Voorzitter! Weet de wethouder dat er in De Boog weinig tijd is omdat de boel om 15.00 uur schoon moet worden opgeleverd? Burezina heeft een uniek concept om er te kunnen winkelen. Ik vind dat een voor een voedselbank respectvol concept, waarbij de mensen de producten kunnen pakken die ze nodig hebben, onder begeleiding van mbo-stagiaires. Er is ook een plek voor hbo-stagiaires.

De winkel is maar één dag per week open. Daarna staan de producten zes dagen lang achter

slot en grendel. Is er geen mogelijkheid om daarover in gesprek te gaan? Het schijnt van de beheerder af te hangen of de winkel vaker open kan. De beheerder vindt het maar niets dat de winkel zes dagen per week dicht is.

Ik vind dat De Boog op een heel respectvolle manier werkt. Je kunt deze zaak niet vergelijken

met een voedselbank in een buurthuis waar de mensen een tasje met spullen krijgen zodat de organisatie aan haar plicht heeft voldaan. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ten eerste vind ik dat mevrouw Hessel niet met veel respect spreekt over de manier waarop andere voedselbanken werken. Ik heb zelf ook veel waardering voor de manier waarop de vrijwilligers daar hun werk doen. Ik ben het wel met haar eens dat het idee van een sociale winkel inderdaad erg aantrekkelijk is, omdat de mensen dan zelf kunnen kiezen wat zij willen hebben. Tegelijkertijd maakt dat punt het moeilijker voor wat de uitgifte betreft. In een winkel kan men geen ruimte gebruiken die men vervolgens weer voor andere zaken gebruikt. In een buurtcentrum kan een ruimte vaak op één dag voor verschillende activiteiten worden gebruikt. Dat maakt een sociale winkel qua huisvesting veel ingewikkelder. Als de voedselbank in een buurtcentrum in zelfbeheer moet worden ondergebracht, maken wij inbreuk op de autonomie van het bestuur. Ik wil niet te snel besluiten waar de voedselbank moet komen en ook niet dat die de

hele dag duurt. Ik moet ook rekening houden met het bestuur van een buurtcentrum in zelfbeheer.

Ik neem aan dat ook mevrouw Hessel niet zou willen dat wij gemakkelijk heenstappen over afspraken die wij daarmee hebben gemaakt. 4. Vragen van de heer Peters (D66), mede gesteld namens mevrouw Fattal (GroenLinks), mevrouw

Al-Saqaff (VVD), de heer Talhaoui (PvdA) en mevrouw Chirino (ChristenUnie) inzake "Oekraïense Vluchtelingen die willen werken, laten werken".

De heer PETERS (D66): Voorzitter! De lente is op komst en ondernemers staan te popelen om

gasten te ontvangen op het terras of in hun zaak. Voor veel ondernemers is het echter geen gewone lente. Waar zij vóór corona amper moeite hadden met het vinden van personeel is er op dit moment een ongekend grote vraag naar personeel. Vanwege het personeelsgebrek voelen ondernemers zich gedwongen om hun onderneming sommige dagen eerder of zelfs helemaal te sluiten.

Tegelijkertijd ontvangt Utrecht met open armen vluchtelingen. Helaas staat de wetgeving niet

toe dat zij hier allemaal direct aan het werk mogen gaan. Oekraïners hebben wél de mogelijkheid om

6

Vragenuur van 14 april 2022 hier te werken. De ondertekenende fracties kunnen zich heel goed voorstellen dat bij sommige Oekraïners de behoefte bestaat om inderdaad hier aan het werk te gaan. 1.

Welke acties onderneemt het college om Utrechtse ondernemers voor de komende lente en het

2.

Welke extra mogelijkheden ziet de wethouder om Oekraïense vluchtelingen, die graag aan het

3.

zomerseizoen te steunen bij het vinden van personeel? werk willen, daartoe de mogelijkheid te geven?

Is het bijvoorbeeld mogelijk dat de ondernemers die behoefte aan personeel hebben hun vacatures bij de verschillende opvangcentra kunnen afgeven?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Werkgevers zitten te

springen om mensen. Aan de andere kant zijn er Oekraïners die graag willen werken. Hoe kunnen wij die twee groepen bij elkaar brengen?

Wij zijn sowieso bekend met de tekorten in diverse sectoren. Wij organiseren activiteiten om

werkzoekenden daarop te wijzen. Wij hebben bijvoorbeeld samen met de horecasector de Dag van de Gastvrijheid georganiseerd, om werkzoekenden te koppelen aan de vrijetijdseconomie. Op dit moment hebben wij nog geen speciale activiteit om werkzoekende Oekraïners te koppelen aan

specifiek seizoenswerk, zoals in de horeca en in de evenementenbranche, maar uiteraard kunnen

werkgevers die op zoek zijn naar personeel gebruikmaken van de mogelijkheden die de gemeente biedt. Ik kom daar zo bij de beantwoording van de andere vragen op terug.

De heer Peters vraagt mij welke extra mogelijkheden er zijn om Oekraïners de mogelijkheid te

bieden om te werken. Wij vinden het heel erg belangrijk om ook Oekraïense vluchtelingen de mogelijkheid te geven om aan het werk te gaan en om ze daartoe te faciliteren. Momenteel

communiceren wij daarom onze werkwijze met onze samenwerkingspartners en opvanglocaties, om

Oekraïners die willen werken naar het juiste loket te kunnen verwijzen. Regionaal is afgesproken om het Regionaal Mobiliteits Team als centraal loket te laten functioneren. Het Regionaal Mobiliteits Team is een samenwerking van de gemeente, sociale partners, het UWV en het onderwijs. Dat is opgestart in de coronatijd om mensen aan het werk te helpen. Dat willen wij nu gebruiken om Oekraïners die dat willen aan het werk te krijgen. Het Regionaal Mobiliteits Team maakt een

inschatting van wat de Oekraïners nodig hebben en verwijst door naar de juiste publieke en private partij. Dat zou een uitzendbureau kunnen zijn, maar ook een andere aanbieder van werk dat goed past bij de betrokken persoon.

Gevraagd is of het mogelijk is dat de ondernemers die behoefte hebben aan personeel hun

vacatures bij de verschillende opvangcentra kunnen afgeven. Dat lijkt mij niet de handigste route. Wij denken dat ondernemers het best kunnen worden doorverwezen naar het werkgeversservicepunt,

intermediairs of uitzendbureaus. Daarmee kunnen wij beter matchen. Daarmee voorkomen wij ook

versnippering van informatie, waardoor een en ander juist minder inzichtelijk wordt voor werkgevers

en Oekraïners. En daarmee houden wij ook zicht op de kwaliteit van het aangeboden werk. Wij willen immers dat het werk dat wordt aangeboden goed werk is.

Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Er is een aantal andere gemeenten in Nederland, met

name Amsterdam, Rotterdam en Venlo, waar veel coördinatie is om Oekraïners aan het werk te

helpen. Kan de wethouder toezeggen om die ervaringen hierbij te betrekken en ook ervaringen zoals het omzetten en vertalen van diploma's en dergelijke daarbij te betrekken?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ja, dat kan ik zeker toezeggen, sterker nog,

misschien heb ik dat niet duidelijk genoeg gemaakt. Wij zijn hier in Utrecht al bezig om Oekraïners

7

Vragenuur van 14 april 2022 aan het werk te helpen. Ik wil toezeggen dat ik de raad op de hoogte hou van wat wij op het gebied

van het matchen van werkgevers en werkzoekende Oekraïners aan het doen zijn. Als men mij de tijd geeft om daar wat meer van in beeld te krijgen, dan wil ik graag toezeggen dat ik de raad daarover zal informeren. Het beste is via de dashboardbrief, maar als het eerder kan, dan zal ik dat eerder doen, zodat de raad dan eerder kan zien wat wij doen.

Mevrouw AL-SAQAFF (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie vindt het goed om te horen dat er

activiteiten worden georganiseerd om mensen aan het werk te helpen, maar wij zien dat de horeca een dringende oproep doet, want de horeca heeft in de zomer echt meer personeel nodig. Is de

wethouder bereid om in de stad activiteiten te organiseren om werkzoekende Oekraïners of andere

werkzoekenden te koppelen aan ondernemers? Wat er nu gebeurt, via loketten en dergelijke, is ook

belangrijk, maar de tijd dringt. Wij willen graag een meer actieve houding van het college zien. Is de wethouder bereid om dat te doen?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Misschien heb ik dat zojuist niet duidelijk

genoeg gezegd, maar wij hebben juist tal van activiteiten die wij samen met werkgevers doen - denk aan dagen waarop wij werkgevers en werkzoekenden bij elkaar brengen. Die willen wij ook met de horeca doen.

De heer PETERS (D66): Voorzitter! Ik ben blij met de actieve houding van het college en met de

antwoorden die de wethouder zojuist heeft gegeven. De toezegging dat wij op de hoogte worden gehouden, is fijn.

Ik wil de volgende suggestie doen. Vrijwilligersorganisaties zijn bereid om mee te helpen om

de taalbarrière te slechten. Ik hoop dat de wethouder bereid is om die organisaties actief bij het beleid te betrekken.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat vind ik een goed idee. Volgens mij zijn wij

daar al mee bezig. Ik vind het zeker een goede suggestie. Ik denk dat het goed is voor de

Oekraïners, maar ook voor de ondernemers die zitten te springen om mensen. Wij willen natuurlijk dat zij hun gasten goed kunnen ontvangen.

5. Vragen van de heer Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw Zwinkels (CDA), de heer Sungur (DENK),

mevrouw Hessel (SP) en de heer Bosch (PVV) inzake "Extreem hoge verdichting nieuwe woningen én leefbaarheid in Utrechtse buurten/wijken".

De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (afgekort

RSU2040) streeft het huidige college, gesteund door een minimale raadsmeerderheid (15 juli 2021),

een woningverdichting na die ongekend hoog is en (nog) nergens in Nederland voorkomt. De nieuwe wijk Merwede staat model voor deze aanpak met enkele nieuwe stadscentra. Onze zorg is dat de RSU2040 een verdichting nastreeft die niet samengaat met onze eisen aan een leefbare buurt en

wijk. Het gaat ons dan vooral om voldoende toegankelijk groen (bijv. parkje of bomen in de straat)

en plekken voor ontmoeting (bijv. bankjes of een plein) in de openbare ruimte én voldoende ruimte voor buurtcultuur (binnen en buiten), buurtruimtes (binnen) en buurtsport (bijv. een tennisveldje of trapveldje).

8

Vragenuur van 14 april 2022 Wij zijn niet bekend met voorbeelden van buurten of wijken elders in Europa waar men met

vergelijkbare extreme woningdichtheden (150 tot 250 woningen per hectare) toch in staat is geweest een leefbare buurt of wijk te creëren die voldoet aan de hier beschreven eisen. Vandaar onze volgende mondelinge vragen aan het college.

1.

Is het college zich ervan bewust dat het met de RSU2040 een woningdichtheid nastreeft die

2.

Is het college het met ons eens dat de beoogde woningdichtheid in de RSU2040 een risico

ongekend hoog is en nog nergens in Nederland is gerealiseerd en zelfs niet is gepland?

betekent voor de leefbaarheid van buurten en wijken omdat wij geen voorbeelden kennen van

dergelijke buurten en wijken elders in Europa waar men wel in staat zou zijn om bij dergelijke 3.

4.

extreme woningdichtheden de leefbaarheid voldoende te garanderen?

Kan het college zeggen waarom het met zekerheid denkt voldoende leefbaarheid te kunnen

garanderen bij dergelijke hoge woningdichtheden in Utrecht (150 tot 250 woningen per hectare), waarbij kan worden verwezen naar belangrijke voorbeelden en ervaringen elders in Europa? Is het college bereid om alle plannen gebaseerd op de RSU2040 voorlopig niet verder uit te

werken, zo lang er geen zekerheid is of de leefbaarheid bij dergelijke hoge woningdichtheden kan worden gegarandeerd?

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. De heer Dijkstra zegt

dat zulke woningdichtheden nog nergens zijn gerealiseerd. Dat klopt volgens ons niet helemaal. Ik wil erop wijzen dat het door de heer Dijkstra genoemde aantal woningen per hectare alleen in de

Merwedekanaalzone en het Beurskwartier is gepland en zeker niet in het overige deel van Utrecht. Er zijn voorbeelden waar vergelijkbare dichtheden zijn, bijvoorbeeld in Zijdebalen in Utrecht, in de Pijp en in de Westerdokbuurt in Amsterdam, maar ook in de Coolhaven in Rotterdam en in Holland Park in Diemen. Dat zijn vergelijkbare projecten. Utrecht is niet de meest dichtbebouwde stad van

Nederland. Rotterdam, Den Haag en Amsterdam gaan Utrecht daarbij voor. Het is maar net welke

oppervlakte wordt bekeken en hoeveel woningen daar per hectare worden gerealiseerd. Het maakt ook nogal wat uit of bij de Merwedekanaalzone het water en de omliggende parken worden betrokken.

Ik snap de zorgen van de heer Dijkstra echter wel. Wij hebben voor de Ruimtelijke Strategie

Utrecht een barcode ontwikkeld. Zaken als groen, sport en andere voorzieningen moeten

meegroeien met het aantal woningen dat wordt gerealiseerd. Wij hebben uitgerekend dat als wij 10.000 woningen bouwen, wij 540 voetbalvelden aan extra ruimte nodig heeft. Die willen wij realiseren door dubbel ruimtegebruik en dergelijke. Dat wordt uitgebreid beschreven in de Ruimtelijke Strategie Utrecht.

Wij denken dat wij de groei van de stad in goede banen kunnen leiden via de barcode die wij

hebben ontwikkeld. Wij proberen daarmee te borgen dat er voldoende groen en voorzieningen zijn. De heer Dijkstra vraagt naar vergelijkbare plannen in Europa. In Europa zijn Parijs, Hamburg

en Barcelona vergelijkbare hoofdstedelijke milieus. Wij zullen echter niet heel Utrecht transformeren.

Ons idee is om een "tienminutenstad" te maken, waarin wij een aantal knooppunten willen realiseren. In Leidsche Rijn Centrum halen wij vergelijkbare dichtheden.

Gevraagd wordt of wij de plannen willen opschorten. Dat zouden wij heel onverstandig

vinden, gezien de hoge woningnood die Utrecht kent en de uitgebreide behoefte aan woningen die er is.

Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Kan de wethouder toezeggen om voortaan bij nieuwe

gebiedsontwikkelingen echt inzichtelijk te maken wat de dichtheid voor de omgeving doet en om een

9

Vragenuur van 14 april 2022 menselijke maat te geven aan het plan, zodat de mensen de consequenties ervan beter kunnen overzien?

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heeft mevrouw Zwinkels dit al

eerder gevraagd. Wij hebben zeker bij grote gebiedsontwikkelingen gezegd dat wij dat proberen te doen. Wij zeggen dan ook hoe groot de openbare ruimte is en welke voorzieningen er komen. Als het kleinere plannen zijn, willen wij dat tonen in relatie tot de omgeving.

De heer DIJKSTRA (EenUtrecht): Voorzitter! Tijdens een recent werkbezoek aan het

Beurskwartier zei een van de ambtenaren dat de dichtheid die daar wordt gerealiseerd, ongekend

hoog is. Die is elders in Nederland onbekend. Kan de wethouder toelichten hoe deze informatie zich verhoudt tot de antwoorden die hij zojuist heeft gegeven? De wethouder lijkt te ontkennen dat Utrecht hier iets unieks doet, maar dat wordt dus door een van de ambtenaren weersproken.

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! De heer Dijkstra schetst een situatie alsof op

basis van de Ruimtelijke Strategie Utrecht in heel Utrecht dichtheden van 250 woningen per hectare

worden gerealiseerd. Ik heb gezegd dat dit aantal niet klopt, maar er zijn plekken in de stad waar dat wél zo is, onder andere in het Beurskwartier en in de Merwedekanaalzone. Daar zijn weliswaar hoge dichtheden die voor Utrecht uniek zijn, maar ik heb zojuist gezegd dat men die in hun omgeving

moet zien. Rond Utrecht Centraal vinden wij het verantwoord om er hoge dichtheden neer te zetten. Van de Merwedekanaalzone maken wij echter een autoluwe wijk, waardoor de openbare ruimte er een hoge kwaliteit heeft. Daarover heeft de raad veel gedebatteerd. Het beeld dat heel Utrecht verandert in een stad waar de dichtheid 250 woningen per hectare is, klopt niet.

6. Vragen van de heer Sungur (DENK), de heer Bosch (PVV), mevrouw Minnaert (Bij1), de heer

Schipper (SP), mevrouw Oudejans (Student&Starter), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Van der Zweth (PvdA), Bakker (D66) en mevrouw Hellevoort (GroenLinks) inzake "Geen huurverhoging door woningcorporaties".

De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! De minderbedeelde Utrechter wordt hard geraakt door de

voortdurend stijgende kosten voor levensonderhoud. De inflatie klom naar 12%, de energieprijzen blijven maar stijgen en de boodschappen zijn ook niet meer te betalen. Voorlopig is er geen goed vooruitzicht. De gemiddelde Utrechter grijpt naar het hart en kijkt gespannen naar wat er met de

huurprijzen gaat gebeuren. Andere woningcorporaties zoals Anna Paulowna nemen het voortouw en voeren geen huurverhoging door, omdat ze het ongepast vinden om nu, boven op de andere prijsstijgingen, per 1 juli aanstaande ook nog de huurprijzen te verhogen. 1.

2.

3.

Wij stellen daarom de volgende vragen.

Is het college het met ons eens dat naast de inflatie en de stijgende energielasten een stijging

van de huurprijzen met name de Utrechters met een kleine portemonnee extra hard zal treffen waardoor ze financieel in de problemen kunnen komen?

Is het college bereid om in dit kader de Utrechtse woningbouwcorporaties - zoals Portaal, Mitros en Bo-ex - dringend te verzoeken voor 2022 geen huurverhogingen door te voeren? Zo nee, waarom niet?

Welke mogelijkheden ziet het college om de Utrechters tegemoet te komen vanwege de heftige effecten van de recente prijsstijgingen?

10

Vragenuur van 14 april 2022 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! De heer Sungur stelt een belangrijk onderwerp

aan de orde. Ik beantwoord de vragen mede namens collega Voortman.

Het antwoord op vraag 1. Wij zijn ons er terdege van bewust dat de stijgende kosten van

energielasten en inflatie huurders met een kleine portemonnee mogelijk extra hard treffen en hen financieel in de problemen kunnen brengen.

Het antwoord op vraag 2. De betaalbaarheid is een jaarlijks terugkerend onderwerp bij

gesprekken over de prestatieafspraken. Daarbij bespreken wij de betaalbaarheid in een bredere

context. Het gaat dan niet alleen om de huurverhogingen, maar ook om andere kostenposten, zoals de energielasten, dus om de woonlasten. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen inzake de

betaalbaarheid zullen wij daar dit jaar extra de nadruk op leggen en aandacht voor vragen. Deze breed gestelde mondelinge vragen zijn daarvoor nog een extra aansporing.

De toegestane maximale huurverhoging voor sociale huurwoningen per 1 juli a.s. is

vastgesteld op 2,3%. Dat is gebaseerd op het gemiddelde inflatiepercentage tot aan december 2021 en ligt daarmee gelukkig wel een stuk lager dan de huidige hoogoplopende inflatie. Er komt echter ook weer een volgend jaar. Het is een grote zorg.

Het antwoord op vraag 3. Vanaf 1 januari 2021 is de pilot huurkorting definitief gemaakt,

waardoor kwetsbare huurders, die hiervoor in aanmerking kwamen, structureel minder huur betalen. Het gaat hier om meer dan alleen huurders ben corporaties. In het algemeen staan wij voor een

ruimhartig en sociaal armoedebeleid dat is gericht op rondkomen en meedoen. Daartoe heeft de gemeente een aantal regelingen in het leven geroepen, waaronder de U-pas, de U-polis, de

individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en kwijtschelding van lokale belastingen. Als gevolg van de hoge energiekosten, is onlangs landelijk besloten dat de vergoeding voor

energiekosten voor mensen met een laag inkomen is verhoogd van € 200 naar € 800. In Utrecht is

dit bedrag al uitgekeerd aan een groep inwoners die bij ons bekend zijn en die een inkomen hebben tot aan 125% van het wettelijk sociaal minimum. De aanvraagprocedure voor de groep met een laag inkomen die wij niet kennen, zal binnenkort afgerond zijn. Ook zij kunnen dan de € 800

tegemoetkoming ontvangen. Daarnaast richt Utrecht zich structureel met de actieagenda "Utrecht

schuldenvrij" op het voorkomen en het vroegtijdig opsporen en duurzaam oplossen van schulden. De heer PETERS (D66): Voorzitter! De wethouder sprak zojuist over de energiebesparing.

Wordt er, gezien de hoge urgentie, op dit moment met woningbouwcorporaties gesproken over concrete maatregelen om versneld energie te kunnen besparen?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zei zojuist dat de woonlasten in brede zin het

onderwerp zijn van de prestatieafspraken, waarover de komende maand opnieuw de gesprekken beginnen. De energielasten en de besparingsmogelijkheden op korte termijn spelen in die gesprekken wel degelijk een rol.

De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor deze beantwoording. Ik

begrijp dat hij deze aanmoediging betrekt bij de gesprekken met de woningbouwcorporaties. Wanneer kunnen wij een terugkoppeling van dit onderdeel verwachten?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Op 1 juli a.s. gaat de huurverhoging in; in mei a.s.

kunt u de door u genoemde terugkoppeling tegemoetzien. Dan kom ik met nadere berichten hierover.

11

Vragenuur van 14 april 2022 7. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Raaijmakers (PvdA), de heer Sungur (Denk), de heer Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw Dada-Anthonij (D66), mevrouw Sasbrink (PvdD), mevrouw Hessel (SP) en mevrouw Van den Brink (Student & Starter) inzake "Sluit geen Utrechtse gezinnen af van water".

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Vorige week heeft een rechter in Den Haag besloten dat

het niet per definitie onrechtmatig is om gezinnen af te sluiten van water als ouders de rekening

hiervoor niet kunnen betalen. Dit meldt Defence for Children nadat zij en het Nederlands Juristen

Comité voor de Mensenrechten de Nederlandse Staat hierover voor de rechter hebben gedaagd. Zij

oordelen dat afsluiten van water in strijd is met kinder- en mensenrechten. Zo hebben kinderen op

grond van het Kinderrechtenverdrag van de VN het zelfstandige recht op schoon drinkwater, wat ook volgt uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechter oordeelt echter dat dit recht niet absoluut is. Wel oordeelt hij dat waterbedrijven gezinnen niet zomaar mogen afsluiten. De genoemde fracties hebben hierover de volgende vragen. 1.

2.

Is bekend hoeveel huishoudens afgelopen jaar in Utrecht afgesloten zijn van drinkwater en hoe vaak dit gezinnen met kinderen betrof? Zo ja, hoe vaak is dit voorgekomen en zo niet, kan dit alsnog in beeld worden gebracht?

Als de praktijk nu kán zijn dat gezinnen worden afgesloten van water, in welke situatie kan een publiek waterbedrijf daar nu toe besluiten? En is de wethouder het ermee eens dat eerder

stappen moeten worden gezet om gezinnen voor wie afsluiting dreigt in contact te brengen met 3.

bijvoorbeeld schuldhulpverlening?

Is de wethouder het met de PvdA-fractie eens dat kinderen nooit afgesloten zouden moeten worden van schoon drinkwater, omdat schoon drinkwater een basisbehoefte is? Zo ja, welke

afspraken bestaan hierover met de publieke waterbedrijven in Utrecht. Als die afspraken er niet zijn, is de wethouder dan bereid om die te maken? Zo nee, waarom niet?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de gestelde vragen.

Het antwoord op vraag 1. Waterbedrijf Vitens laat weten dat in de afgelopen jaren geen

huishoudens zijn afgesloten van drinkwater in verband met de coronapandemie. In de jaren voor

corona kwam het afsluiten van drinkwater zeer zelden voor. Of dit toen al is gebeurd bij gezinnen met kinderen is niet bekend. Dat kan Vitens niet zien en ons zijn daarvan geen gevallen bekend Het antwoord op vraag 2. Ja, het afsluiten van drinkwater is mogelijk als de bewoner de

rekeningen niet betaalt en hij of zij geen schuldhulpverlening wil accepteren. Het gaat om die combinatie. Ik kom daarop dadelijk terug.

Het antwoord op vraag 3. Ik ben het hartgrondig eens met de stelling dat kinderen nooit van

schoon drinkwater afgesloten zouden moeten worden, omdat schoon drinkwater een basisbehoefte is. Niet alleen als in het huis kinderen wonen, maar geen enkele bewoner zou zonder drinkwater

mogen leven. Het is immers niet voor niets - zoals mevrouw Assen zei - dat het beschikken over drinkwater een mensenrecht is. Om die reden zijn er landelijk met alle waterbedrijven afspraken gemaakt om afsluiting van water zo veel mogelijk te voorkomen.

De gemeente ontvangt in alle stadia van een betalingsachterstand signalen van het

waterbedrijf. Wij bieden dan op verschillende manieren hulp aan. Dat gebeurt eerst via

vroegsignalering en uiteindelijk via crisisschuldhulpverlening. Intussen probeert het waterbedrijf zelf ook op verschillende manieren met de bewoner in contact te komen. Pas als blijkt dat iemand echt niet zal betalen en dat de persoon geen hulp wenst te ontvangen, kan worden afgesloten. Om die

reden komt afsluiting zeer sporadisch voor. En als het gebeurt, is het vaak van korte duur. Zodra de

12

Vragenuur van 14 april 2022 huurder alsnog betaalt of schuldhulpverlening accepteert, wordt het water meteen weer aangesloten. Gelukkig maar.

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor haar zeer duidelijke

antwoorden.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Graag gedaan. 8. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Studentenhuisvesting, ook voor mbo. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Afgelopen maandag was de koepelorganisatie BoKs op

bezoek bij de fractievergadering van CDA Utrecht. Wij hebben gesproken over diverse onderwerpen inzake studentenhuisvesting. Van ramen wassen, gemeenschappelijke ruimten in (on)zelfstandige

studentenwoningen en hoge servicekosten tot het bieden van een duurzame, leefbare, betaalbare en

(sociaal) veilige woonomgeving. Ook voor mbo-studenten is dit een grote uitdaging. Hun kansen zijn om diverse redenen nog kleiner dan dat zij een kamer weten te vinden. De plannen voor een campus aan de Onderwijsboulevard in Kanaleneiland biedt in de toekomst mogelijk een deel van de oplossing.

Wij hebben de volgende specifieke vragen over de ontwikkeling van deze onderwijsboulevard

en campus in Kanaleneiland, onder andere in samenwerking met MBO Utrecht. Zie ook het eerdere artikel van RTV Utrecht1. 1. 2. 3. 4.

Wat is de actuele stand van zaken van deze ontwikkeling in Kanaleneiland?

Hoe wil het college stimuleren dat indien hier ook studentenwoningen worden gerealiseerd, deze ook echt beschikbaar komen voor mbo-studenten?

Is het college bereid om in overleg te treden met partners als SSH om te zien hoe dit met voorrangsregels kan worden gewaarborgd?

Wanneer kan het college ons in een brief over de voortgang informeren? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Er kan nooit genoeg aandacht voor mbo-

studenten zijn, dus dank voor deze vragen.

Het antwoord op vraag 1. Wij hebben het intentiedocument in februari jl. vastgesteld. Daar is

de raad in 2021 over geïnformeerd. In januari van dit jaar zijn de programmatische uitgangspunten vastgesteld. Daar heeft de raad een raadsbrief over ontvangen. Wij hebben daarbij de voorkeur

uitgesproken om afspraken te maken met SSH en om die afspraken daar onder te brengen. Daarna is samen met de projectontwikkelaar gestart met het opstellen van de bouwenvelop, waarin de eisen,

wensen en voorwaarden van het plan staan. Dat is naar verwachting deze zomer gereed. Vervolgens

zal het bestemmingsplan worden vastgesteld of worden gewijzigd. Hopelijk start de bouw in 2023 of 2024.

Er worden boven op de nieuwe onderwijsvoorziening 600 woningen gerealiseerd, waarbij

ingezet wordt op zo'n 45% onzelfstandige eenheden en 55% zelfstandige eenheden. Wij willen

onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om de onzelfstandige eenheden al dan niet gedeeltelijk met voorrang aan mbo-studenten te verlenen. Bij zelfstandige eenheden schijnt dat ingewikkeld te zijn vanwege regelgeving die ik niet precies ken. Wij zullen dat punt echter wél bij de bouwenvelop betrekken, om te bekijken wat wij daaraan kunnen doen.

13

Vragenuur van 14 april 2022 Wij willen natuurlijk hierover met de uiteindelijke afnemer in overleg gaan met de inzet die ik

zojuist al heb genoemd. Wij zullen de raad vanzelfsprekend bij de vaststelling van de bouwenvelop nader informeren met een raadsbrief. Wij verwachten dat dit na de zomer van 2022 zal gebeuren.

Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Ik begrijp van de wethouder dat er meer mogelijkheden

zijn bij de onzelfstandige woningen dan bij zelfstandige woningen. De reden daarvan is blijkbaar nog niet bekend. Ik wil de wethouder in ieder geval oproepen om ons te informeren over wat daarbij de

belemmeringen kunnen zijn. Kunnen wij het aandeel "onzelfstandige huur" dan vergroten, zodat wij

op die manier de voorrang voor mbo-studenten daarmee automatisch ook kunnen vergroten? Dat is een vraag aan de wethouder, maar misschien ook een oproep. Ik kijk uit naar de raadsbrief en naar de bouwenvelop.

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik hoorde verscheidene vragen, maar ik kan

toezeggen dat wij na het vaststellen van de bouwenvelop de raad daarover zullen informeren.

Vooralsnog zijn dit de programmatische uitgangspunten waarover wij u al eerder hebben

geïnformeerd en die zijn vastgesteld in percentages.

De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn gekomen aan het einde van het vragenuur. Ik wens

iedereen een fijne avond toe.

De voorzitter sluit hierna, te 17.54 uur, het vragenuur.

14

Vragenuur van 14 april 2022

Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 14 april 2022.

Vragen van mevrouw Stylianou (D66), mevrouw Ramaker (VVD), mevrouw Hornsveld (GroenLinks), mevrouw Van den Brink (Student & Starter) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake Tekorten HIVpreventiepil (PrEP).

Wethouder Eerenberg zal de raad uiterlijk in het derde kwartaal een brief sturen waarin hij uitgebreid zal informeren over

de uitkomsten van de lobby over de PrEP-middelen en de ASG-middelen en waarin hij inzichtelijk zal maken hoe groot de tekorten zijn, wat de consequenties daarvan zijn en wat eventuele

mogelijkheden om de wachtlijsten te kunnen verkleinen. zal in de genoemde brief ook ingaan op

het resultaat van de gesprekken die hij zal voeren met het Aidsfonds en andere organisaties over een oplossing voor de langere termijn.

Vragen van de heer Peters (D66), mede gesteld namens mevrouw Fattal (GroenLinks), mevrouw AlSaqaff (VVD), de heer Talhaoui (PvdA) en mevrouw Chirino (ChristenUnie), inzake Oekraïense Vluchtelingen die willen werken, laten werken. Wethouder Voortman • zal de raad uiterlijk in het derde kwartaal informeren - via de dashboardbrief, of zo mogelijk eerder - wat er in Utrecht allemaal gedaan wordt om gevluchte Oekraïners aan het werk te helpen.

Vragen van de heer Sungur (DENK), de heer Bosch (PVV), mevrouw Minnaert (Bij1), de heer Schipper

(SP), mevrouw Oudejans (Student & Starter), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Van der Zweth (PvdA), Bakker (D66) en mevrouw Hellevoort (GroenLinks) inzake "Geen huurverhoging door woningcorporaties".

Wethouder Diepeveen • zal in de gesprekken met de woningcorporaties extra aandacht vragen voor de betaalbaarheid van de woonlasten en in de raad in mei 2022informeren wat dit heeft opgeleverd.

15

Vragenuur van 14 april 2022

Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Studentenhuisvesting, ook voor mbo. Wethouder Verschuure • zal de raad na de vaststelling van de bouwenvelop campus Onderwijsboulevard Kanaleneiland - naar verwachting kort na de zomer van 2022 - nader informeren via een raadsbrief.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f1ca96cc-80fd-4baf-9c23-20abab5c7658