20220407 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur –7 april 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 7 april 2022 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Passier. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Bos, Dada-Anthonij, Deldjou Fard, Van Heuven, Kendir,
Meerding, Peters, Van Steeg, Sungur, Van der Wilt en Zwanenberg.
Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,
Eerenberg, Van Hooijdonk, Streefland-Driesprong en Verschuure.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom bij het vragenuur van 7 april 2022. De eerste vraag
zal worden gesteld door de heer Bos.
1. Vragen van de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake "Moet Suhayb Salam zijn biezen pakken"? De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! De omstreden Imam en voorzitter Suhayb
Salam van de salafistische moskee Al Fitrah heeft vandaag via een videoboodschap kenbaar gemaakt
tijdelijke huisvesting te hebben aangehuurd aan de Beefland op bedrijventerrein Oudenrijn, onder de uitroep: "Wees verheugd en wees allemaal welkom in het nieuwe pand".
De Stadsbelang Utrecht-fractie is helemaal niet verheugd dat deze omstreden imam met zijn
organisatie is neergestreken aan de Beefland in Vleuten-De Meern in een pand dat alleen geschikt is als kantoor- en opslagruimte. De Stadsbelang Utrecht-fractie wil dat Suhayb Salam zijn biezen pakt en uit Utrecht vertrekt. Ze heeft de volgende vragen. 1.
2. 3. 4.
Is het college het met de fractie van Stadsbelang Utrecht eens dat het ongewenst en ongepast is
dat de salafistische organisatie Al Fitrah zijn moskee huisvest op de industrie- en kantoorlocatie Oudenrijn?
Hebben het pand en de ruimten die Al Fitrah huurt een bestemming en een gebruik dat aansluit bij de activiteiten van een moskee of een religieus centrum?
Zo nee, kan dan handhavend worden optreden? Zegt het college toe dat dit per direct zal gebeuren?
Zo, ja, hoe kan dat als daarvan geen gewag wordt gemaakt in de geactualiseerde bestemmingsen omgevingsplannen?
Vragenuur van 7 april 2022 5.
Wat denkt het college te doen om deze sektarische organisatie voor eens en altijd uit Utrecht te weren?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Ja, ik deel de zorgen
over Al Fitrah en haar direct aanverwante organisaties. Dat heb ik overigens al gezegd in de
vragenuren van 2 en 9 september jl. Het Verwey-Jonker Instituut heeft in zijn onderzoek Al Fitrah getypeerd als een organisatie met sektarische kenmerken die met de rug naar de democratische
samenleving staat en het participeren aan Al Fitrah ontmoedigt. Daar ligt een belangrijke basis voor de zorgen.
Het antwoord op de vragen 2, 3 en 4. De activiteiten die de stichting die het pand in Beefland
huurt naar eigen zeggen uitoefent, lijken inderdaad strijdig te zijn met het geldende
bestemmingsplan. Om die reden is terstond opdracht gegeven tot inspectie van het pand en het
gebruik ervan. Er zal handhavend worden opgetreden als daar aanleiding toe is. Indien er in het pand sprake is van onveiligheid kunnen aanvullende maatregelen worden genomen.
Het antwoord op vraag 5. Wij hebben op dit moment geen wettelijke gronden om de stichting
in absolute zin uit Utrecht te weren. Wij hebben in het antwoord op vraag 1 gezegd dat wij de zorgen - die in de raad breed naar voren komen - zeker delen. Dat betekent dat wij doen wat binnen de wet
in ons vermogen ligt om te voorkomen dat de stichting zich opnieuw in de stad vestigt. Tegelijkertijd staat het de particuliere eigenaren van de panden vrij om een bepaalde huurder of koper aan te nemen. Dat is het spanningsveld.
Nogmaals, binnen de wettelijke mogelijkheden die wij hebben, doen wij wat wij kunnen. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Het is goed om te horen dat het erop lijkt dat tegen het
bedrijfspand maatregelen kunnen worden getroffen. Ik vraag mij echter af of de gemeente nog
steeds met deze organisatie in gesprek is, of er nog gesprekken lopen en of wij op die manier enige invloed kunnen uitoefenen.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Waar het op neerkomt, is dat dit een heel
moeilijk te beïnvloeden organisatie lijkt te zijn. Dat weet ook mevrouw Meerding uit het verleden.
Het is voor mij van belang dat ik mij houd aan de mogelijkheden die ik heb, maar ook dat ik echt op zoek ga naar wat ik kan doen. Dat betekent dat het bestemmingsplan een aanknopingspunt biedt.
Wij bekijken en onderzoeken op dit moment welke mogelijkheden daaraan precies verbonden zijn.
Wij zijn namelijk wél gebonden aan wettelijke regels. Die bieden geen algemene ruimte om Al Fitrah uit Utrecht te weren.
De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Als partijen niet voldoen aan de bestemming,
dan ziet men vaak dat zij zeggen dat zij iets doen, maar vervolgens iets anders doen. Daar ben ik zeker bij deze organisatie - bang voor. Ik ben bang dat zij zullen zeggen het gebouw als
kantoorpand te gebruiken, maar dat daar in feite samenscholingen plaatsvinden om het geloof te beleven. Hoe gaat het college daarmee om? Ik denk dat wij er in het kader van toezicht en
handhaving bovenop moeten zitten, de boel goed in de gaten moeten houden en dat wij moeten handelen zodra men de fout in gaat. Hoe denkt het college daarover?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik heb zojuist al geprobeerd te zeggen dat toen
wij hiervan op de hoogte zijn gebracht, wij het pand meteen hebben geïnspecteerd. Er wordt
handhavend opgetreden als daartoe aanleiding bestaat. Het voorbeeld dat wordt gegeven, kan
2
Vragenuur van 7 april 2022 inderdaad daarvoor een aanleiding zijn. Als in het gebouw zaken plaatsvinden die in strijd zijn met het bestemmingsplan, dan biedt dat mogelijkheden om te handhaven.
De VOORZITTER: Dames en heren! Tot zover de behandeling van vraag 1.
In verband met de planning is nu vraag 8 aan de orde. Deze vraag is ingebracht door de
DENK-fractie.
8. Vragen van de heer Sungur (DENK) inzake Geen Pegida voor de Ulu Moskee. De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! De door het nazisme geïnspireerde anti-moslimbeweging
Pegida heeft aangekondigd om tijdens de ramadan op 14 april a.s. een haatdemonstratie te houden vóór de deuren van de Ulu-moskee. De enige doelen die Pegida hierbij voor ogen staan, zijn
verstoring van de openbare orde, haat zaaien en polariseren, alsmede het beledigen, intimideren en
provoceren van de moslimgemeenschap. Eerder hebben de haatdemonstraties van Pegida in Utrecht geleid tot wanordelijkheden, verkeershinder en zelfs tot belemmering van de religieuze vrijheid van moslims. De Utrechters hebben de vernielingen in Zuilen en Lombok nog vers in hun geheugen staan. In andere steden, bijvoorbeeld in Schiedam en Eindhoven, hebben de burgemeesters de haatdemonstraties van Pegida verboden. Ik stel hierover de volgende vragen. 1.
2. 3.
Is de burgemeester het met de DENK-fractie eens dat er in Utrecht geen plek is voor haat en dat haat zaaien en het beledigen van groepen nooit mag worden gezien als het beperken van de vrijheid van meningsuiting of van demonstratie?
Is de burgemeester het ermee eens dat het recht op demonstratie niet ten koste mag gaan van de godsdienstvrijheid?
Namens de Utrechtse moslimgemeenschap en duizenden andere Utrechters vraag ik de
burgemeester om de haatdemonstratie van Pegida bij de Ulu Moskee te verbieden. Is de
burgemeester daartoe bereid? Pegida heeft online aangekondigd dat ze zich niets zal aantrekken 4.
van een eventueel verbod en mogelijk alsnog zal komen om de barbecue te organiseren.
Wat denkt het college te doen als blijkt dat Pegida zich van een eventueel verbod niets aantrekt? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik denk dat het belangrijk is om te beginnen
met zeggen dat voor haat zaaien, groepsbelediging en andere strafbare feiten in Utrecht geen plek is. Die feiten vallen overigens niet onder de vrijheid van meningsuiting of het demonstratierecht.
Tegen strafbare feiten wordt opgetreden onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Dat om te beginnen.
De tweede vraag gaat over twee grondrechten, namelijk het recht op demonstratie en de
godsdienstvrijheid. Zowel de godsdienstvrijheid als het demonstratierecht zijn beide grondrechten die wij moeten beschermen. Per geval moet inderdaad zorgvuldig worden bezien hoe deze grondrechten zich tot elkaar verhouden.
Het antwoord op de derde vraag. Demonstreren is een grondrecht. Wij spreken daar vaak
over, ook in het vragenuur. Burgemeesters kunnen voorschriften en beperkingen aan een
demonstratie verbinden of, in een uiterste geval, een demonstratie verbieden. Dat kan als er wordt
gevreesd voor wanordelijkheden, als er sprake is van gezondheidsrisico's, of als het verkeer ernstig wordt belemmerd. Deze drie beperkingsgronden staan in de wet. Bij de beoordeling van een demonstratie moet een burgemeester niet de inhoud van een demonstratie bekijken, maar uitsluitend de drie genoemde zaken.
3
Vragenuur van 7 april 2022 Wij proberen zoals te doen gebruikelijk - ook in dit geval - contact te zoeken met de
organisator. Dat is tot op heden niet gelukt. Wij bekijken samen met de politie ook de risico-
inschatting. Dat is heel belangrijk, ook in de rechts- en de wetsgeschiedenis voor een eventuele
volgende stap. Daarbij wordt informatie gebruikt uit de kennisgeving van de demonstratie die is
ontvangen op 7 april jl., bijvoorbeeld ervaringen met recente demonstraties van Pegida in het land en ook ervaringen eerder met Pegida en andere demonstraties in Utrecht. De heer Sungur heeft terecht gememoreerd dat die niet altijd goed zijn verlopen. Er zijn eerder, naar aanleiding van de
demonstratie, wanordelijkheden geweest. Sowieso overweeg ik, op basis daarvan - wij zullen dat in de driehoek moeten bespreken - om ten minste voorschriften te stellen aan de locatie waar de demonstratie plaatsvindt. Dit is de stand van zaken van nu, want ik heb ook een risico-
inschattingsrapportage tegoed. Uiteindelijk zal op basis daarvan in de driehoek worden besloten of dit de minimale variant is, of dat meer noodzakelijk is. Of dat zo is, kan ik op dit moment nog niet zeggen.
Wat ik wél kan zeggen, is wat ik zal doen als Pegida zich niets aantrekt van een eventueel
verbod. Als de demonstratie en de organisator van een demonstratie het verbod negeert, wordt
daartegen opgetreden. Dat gebeurt waar mogelijk preventief, om wanordelijkheden in de stad te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bepaalde personen een gebiedsverbod krijgen. De heer BOS (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Als de gemeente geen contact met de
verwerpelijke organisatie krijgt, is dat dan geen aanleiding om met betrekking tot de risicoinschatting de lat vrij hoog te leggen of, liever, vrij laag?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! De risico-inschatting is niet het werk dat ik
doe. Het is belangrijk dat iedereen daarbij de eigen rol houdt. Het is een inschatting die ik van de diensten krijg. De politie is daarbij leidend. Dat betekent dat, als wij geen contact krijgen en men
bewust geen contact wil, bij het uiteindelijke oordeel altijd de vraag wordt meegewogen hoe wij met zo'n demonstratie omgaan.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik lees in de set vragen van de DENK-fractie dat de
demonstratie zal plaatsvinden in de vorm van een barbecue. In hoeverre moet daartoe een vergunning worden aangevraagd? Kan die vergunning worden geweigerd?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Die vraag kan ik op dit moment niet meteen
beantwoorden. Ik vind het wel een uitstekende vraag. Ik zal dat punt uitzoeken. Dat moet uiteraard worden meegewogen bij het oordeel over wat er wel en niet mag. Dat kan heel goed betekenen dat als wij een demonstratie zouden toestaan - ik zei al iets over een eventuele locatie - dat daarnaast ook andere voorschriften kunnen worden voorgelegd. Dat kan heel wel op dit punt betrekking hebben.
De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Ik wil de burgemeester bedanken. Wij wachten het
vervolg af. Wij zullen ons beraden op hoe dit zal uitpakken.
2. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD), de heer Peters (D66), de heer Te Hoonte (VVD), mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer El Abassi (DENK), de heer Schipper (SP), mevrouw
Raaijmakers (PvdA), de heer Van der Graaf (ChristenUnie), mevrouw Zwinkels (CDA) en mevrouw Heijne (GroenLinks) inzake Zet ook de knop om!
4
Vragenuur van 7 april 2022
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! "Onze energierekening stijgt, we moeten nú minder
afhankelijk worden van gas uit Rusland en we willen klimaatverandering tegengaan".
Met deze tekst voert de Rijksoverheid campagne om bedrijven en inwoners energie te laten
besparen door de verwarming lager te zetten. Een goed idee, waarbij wij hopen - en er eigenlijk
gewoon vanuit gaan - dat de gemeente Utrecht hieraan meedoet en dus de thermostaat omlaag zet. Daarom hebben wij de volgende vragen. 1. 2.
3. 4. 5.
In hoeverre geeft de gemeente Utrecht gehoor aan de oproep de knop om te zetten?
Hoeveel graden lager kan en zal de gemeente de verwarming in de eigen kantoorgebouwen zoals het Stadhuis en het Stadskantoor - zetten en welk verschil is er tussen overdag en 's nachts?
Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf weggelegd zodat ook huurders en gebruikers van de gemeentelijke gebouwen meedoen aan het lager zetten van de verwarming?
Is het college bereid om de verwarming niet alleen ten tijde van dit staartje van de winter, maar ook permanent, lager te zetten? Zo nee, waarom niet?
Hoe voorkomen wij dat bij mooi weer een graadje lager juist leidt tot het harder draaien van de koeling?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wij zien allemaal de
verschrikkelijke beelden. Ik ben het zeer met de vragenstellers eens dat wij de verantwoordelijkheid op ons moeten nemen. De vraag is eigenlijk wat de gemeente zal doen.
Wij zullen de knop omzetten. Dat betekent dat wij de thermostaat zullen instellen op 19
graden in plaats van 21 graden. Dat is vandaag op een aantal locaties al gebeurd. Dat is voor het
Stadhuis inmiddels ingeregeld. Overigens is het Stadhuis aangesloten op stadsverwarming. Dat zal geen verlaging van het gasgebruik ten gevolge hebben. Hetzelfde is gebeurd in het
wijkservicecentrum Vleuten-De Meern. Dat wordt gerenoveerd. Het ziet ernaar uit dat het gebouw in 2024 zal worden opgeleverd. Het gebouw wordt dan gasloos. Ook op de Tractieweg is de opdracht
gegeven om de instellingen te verlagen. Op de locaties waar centra voor Jeugd en Gezin zijn, hebben wij om medische redenen besloten de knop niet terug te draaien. Het is voor de pasgeboren baby's belangrijk dat de omgevingstemperatuur is zoals die is.
Het Stadskantoor is aangesloten op een warmte/koudeopslag. Dat betekent, gek genoeg, dat
als wij daar de thermostaat omlaag zouden draaien, dat uiteindelijk meer energie zal kosten. Er is
een berekening gemaakt. Daar laten wij de instellingen zoals ze zijn, maar ook daar wordt geen gas gebruikt.
Gevraagd wordt naar de nachttemperatuur. Die zullen wij op 15 graden zetten.
Er is een brief voor de huurders in de maak. Ik verwacht eigenlijk dat die deze week nog kan
worden verstuurd. Daarin staat dat dit voorbeeld moet worden gevolgd.
Wij zijn zeker bereid om te bekijken of wij het instellen van de lagere temperatuur permanent
kunnen maken. Wij zullen echter eerst evalueren of het netto energiegebruik daadwerkelijk afneemt. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat al die verschillende installaties vaak technisch
ingewikkeld zijn, waardoor het kan gebeuren dat het lager instellen van de temperatuur uiteindelijk meer energie kost, bijvoorbeeld als dat tot koeling zal leiden. In die gevallen zullen wij de
thermostaat niet lager zetten. Wij zullen in de zomer niet onnodig koelen, want dat is zonde van de energie.
5
Vragenuur van 7 april 2022 De heer PETERS (D66): Voorzitter! Wij hebben hier de vorige week ook al naar gevraagd, maar
toen kregen wij niet zo'n concreet antwoord. Ik ben heel blij met de concrete antwoorden die de wethouder nu geeft.
Is de wethouder ook bereid om aan alle Utrechtse ondernemers de oproep te doen om in hun
bedrijfspand de thermostaat een paar graden lager te zetten om zodoende het voorbeeld van het Rijk en de gemeente te volgen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze suggestie. Ik kan mij voorstellen
dat wij via de reguliere kanalen - die ook de afdeling Economische Zaken heeft - deze oproep zullen verwerken. Het antwoord is "ja".
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor zijn snelle
opereren. Ik merkte dat al toen ik vandaag het stadhuis binnenkwam en het wat kouder was. Dat vind ik prettig. Het is fijn dat wij op deze manier veel energie kunnen besparen.
3. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Bosch (PVV), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) en de heer Dijkstra (Een Utrecht) inzake ruimte voor URV op Sportpark Overvecht-Noord.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! In de laatste raadsvergadering is op 10 maart 2022
motie 91 ("Rust op Sportpark Overvecht-Noord") aangenomen, nadat er op 8 maart jl. een technische briefing was, waarbij veel partijen niet aanwezig konden zijn door volle agenda's vanwege
verkiezingstijd. Motie 91 ging over de gebruikers van Sportpark Overvecht-Noord, waaronder de Utrechtse Rashonden Vereniging (URV) en de voetbalclub EDO. Helaas brengt de motie, in
tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, vooralsnog helemaal geen rust bij de beoogde
gebruikers op het sportpark. Hoewel de motie unaniem werd aangenomen, roept de motie bij de PvdD-fractie toch wat verwarring op over de gevolgen ervan voor de URV.
Naar aanleiding van de noodkreet van URV over de zorgen over hun voortbestaan, die door
leden van de URV ook nog kracht bijgezet werd door met veel leden aanwezig te zijn op het
Stadhuisplein tijdens de installatie van de nieuwe raad, heeft de PvdD-fractie de volgende vragen. 1.
Ziet het college de waarde van de URV voor Utrecht, door hun aanbod van betaalbare puppy-, en pubercursussen, sociale contacten tussen baasjes onderling en tussen baasjes en honden en daarmee ook de bijdrage aan het welzijn van de honden die leren goed met elkaar en met
2. 3. 4.
5.
mensen om te gaan?
Is het college van mening dat de belangen van de URV voldoende zijn meegenomen in motie 91? Zo nee, hoe ziet het college het dan?
Hoe verhoudt dat wat de motie vraagt (om de week wisselend gebruik van het URV-veld tussen URV en EDO), zich tot het huurcontract van de gemeente en URV voor dit veld?
Wat is het precieze capaciteitstekort van EDO, uitgaande van de Utrechtse capaciteitsberekening,
rekening houdend met het kunstgras en de verlichting en hoe vaak zouden ze dan een extra veld echt nodig hebben?
Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motie en hoe zal het college het in de uitvoering waarborgen dat de belangen van de URV volledig en ruimhartig kunnen worden behartigd?
6
Vragenuur van 7 april 2022 Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het
antwoord op vraag 1. Ja, de hondenvereniging hebben net als andere sportverenigingen een belangrijke waarde voor Utrecht.
Het antwoord op vraag 2. Alle moties, ook motie 91, worden getoetst op uitvoerbaarheid. De
afspraken die URV over de verplaatsing van Zuilen naar Sportpark Overvecht Noord zijn gemaakt,
worden door de gemeente nagekomen. Er is een mediationtraject gestart om de belangen van alle partijen op het sportpark, dus ook die van URV, te wegen om tot uitvoerbaarheid van de breed gesteunde motie 91 te komen.
Het antwoord op vraag 3. URV wordt hoofdhuurder van veld 12 en kan daar vrij over
beschikken, net zoals voetbalvereniging EDO de hoofdhuurder is van de velden 16 en 17, met dien
verstande dat men als goede buren moet samenwerken met de andere gebruikers van het park, net zoals dat ook bij andere sportparken in Utrecht gaat. Sportpark De Vrijheid is een voorbeeld van
samenwerking tussen de Hondenvereniging Leidsche Rijn en de Voetbalvereniging Desto, waar dat ook heel goed gaat.
Het antwoord op vraag 4. Op dit moment heeft EDO zestien teams en er is voor het
voetbalseizoen '21-'22 geen capaciteitstekort. Het aantal teams van EDO kan per jaar verschillen. EDO kan vanaf volgend jaar uitgaan van twee velden. De Utrechtse capaciteitsberekening is een
berekening die uitrekent hoeveel sportvelden - in dit geval voetbal - voor de hele stad nodig zijn. Dat is gebaseerd op grasvelden die in het weekend maximaal tien uur worden bespeeld en kunstgrasvelden die zonder verlichting onbeperkt tot het donker is worden gebruikt en
kunstgrasvelden met verlichting die met inachtneming van de APV onbeperkt kunnen worden bespeeld.
Misschien is het goed om te zeggen dat de KNVB de wedstrijden indeelt. De indeling is soms
onregelmatig, waardoor de teams niet evenredig worden verdeeld over de uit- en thuislocatie. Veel
voetbalverenigingen nemen bij een indelingsprobleem eerst contact op met de KNVB. Dan worden in de roostering oplossingen bekeken, bijvoorbeeld door het gebruik van velden bij een andere, maar nabijgelegen vereniging. Het gebruik van elkaars velden op bepaalde tijdstippen op Sportpark
Overvecht Noord is nu het belangrijkste onderdeel van de mediation en de huidige gesprekken met de verenigingen.
Het antwoord op vraag 5. Er is een mediationtraject gestart. Er is een mediator gevonden die
deze week contact heeft gelegd met URV en EDO. Volgende week worden de eerste gesprekken gevoerd, waarbij de vertegenwoordigers van de verenigingen, de gemeente en Sport Utrecht
aanwezig zullen zijn. Onderhoud en beheer van veld 12 wordt gemonitord door de afdeling Vastgoed van de gemeente Utrecht. Er zijn op dit moment al verbeteringen uitgevoerd aan veld 12. In het komende seizoen zal daar extra aandacht voor zijn.
Het voorbeeld van Sportpark Vrijheid geeft aan dat de gemeente er ervaring mee heeft. Men
heeft er alle vertrouwen in dat alles goed zal verlopen.
In de komende gesprekken zullen wij op detailniveau met de betrokken verenigingen in
gesprek gaan, zodat vanaf 1 mei a.s. een nieuwe start, mét URV, EDO en de overige gebruikers met wederzijds respect voor elkaars belangen, op Sportpark Overvecht Noord plaatsvindt.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor de beantwoording, goed om
te horen. Wil de wethouder, als dit de uitkomst van het mediationtraject is, dit bijvoorbeeld in mei a.s. met een opening en een feestelijk moment ook met de wijk vieren?
7
Vragenuur van 7 april 2022 Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Dat lijkt mij een heel goed idee.
Ik wil daar zeker uitvoering aan geven.
Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Ook ik bedank de wethouder voor deze
beantwoording. Ik begrijp dat er een mediationproces gaande is. Is de wethouder bereid om de raad te informeren over de uitkomsten daarvan?
Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Dat zullen wij doen. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik hoop dat er in mei a.s. een mooie heropening van het
sportpark komt.
Hoe verhoudt het feit dat UWV hoofdhuurder wordt zich tot de motie, die oproept om tot een
goede verdeling te komen?
Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! De motie roept op om veld 12,
waarvan inderdaad UWV hoofdhuurder is om en om te verdelen. Het gesprek moet nu worden
gevoerd over de vraag of dat zaterdag-op-zaterdag-af is, of dat het gaat om halve zaterdagen. Wij proberen daar zo goed mogelijk gestalte aan te geven, in ieder geval met de partijen die daar met
respect voor elkaar op een goede manier sport willen bedrijven. Wij willen zo goed mogelijk uiting geven aan de breed gedragen motie.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de antwoorden. De
wethouder gaat ervan uit dat de mediation zal slagen. Daarmee zou het veld misschien gedeeld
moeten worden, maar dan zou ook geen financieel offer van URV gevraagd hoeven te worden. Wij
maken ons er een beetje zorgen over wat er gebeurt als de mediation mislukt en UWV toch met een financieel probleem blijft zitten.
Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Het is belangrijk dat in de
mediation alle energie wordt gestoken. Ik heb daar echter alle vertrouwen in. Dit is een wat-alsvraag die ik nu nog niet kan beantwoorden. Ik stel voor om eerst met de partijen een goed gesprek te
voeren om er op een goede manier uit te komen, zodat wij in mei a.s. feestelijk kunnen openen. 4. Vragen van de heer Zwanenberg (GroenLinks), mevrouw Biemans (PvdA), de heer Schipper (SP), de heer Bosch (PVV), de heer Dijkstra (EenUtrecht), de heer Bakker (D66), mevrouw Snippe (PvdD),
mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Spil (Stadsbelang Utrecht) en mevrouw Meerding (VVD) inzake Leegstand Burgemeester Reigerstraat.
De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Voorzitter! In de Burgemeester Reigerstraat staan al
jarenlang vier panden leeg, te weten de nummers 47 t/m 53. In 2017 stelden wij over deze panden ook al vragen, samen met de fracties van SP en PvdA.
Onder nummer 33 stelde de GroenLinks-fractie, samen met de fracties van D66, PvdA, PvdD,
SP, S&S en Denk, schriftelijk vragen onder de titel "Stop de leegstand". Er werd gevraagd op te treden tegen leegstand zoals die zich in de Burgemeester Reigerstraat voordoet. Ook de VVD-fractie stelde schriftelijk vragen over de leegstand van de genoemde panden. Dat was onder nummer 65.
8
Vragenuur van 7 april 2022 In december 2017 al stelden de fracties van SP, GroenLinks en PvdA mondeling vragen over de
Wagendwarsstraat 48, het pand dat is gelegen aan de achterzijde van de genoemde panden in de Burgemeester Reigerstraat.
Er hebben in het verleden diverse aanvragen van de eigenaar gelopen om de genoemde
panden te verbouwen of te slopen en te vervangen door nieuwbouw. De eerste aanvraag - voor nummer 53 - dateert van maart 2013.
De verleende vergunningen hiervoor zijn inmiddels ouder dan 3 jaar. Het beleid van de
gemeente is om vergunningen die binnen 3 jaar niet worden gebruikt in te trekken.
Het pand Wagendwarsstraat 48 heeft samenhang met de genoemde panden in de
Burgemeester Reigerstraat omdat de eigenaar het pand wilde slopen om te kunnen laden en lossen ten dienste van de toekomstige detailhandel in de genoemde leegstaande panden aan de Burgemeester Reigerstraat.
De Burgemeester Reigerstraat is onderdeel van een beschermd stadsgezicht. De leegstaande
panden vormen daarmee een mooi ensemble. De langdurige leegstand en het slechte onderhoud van de panden is de buurtbewoners en de aanpalende winkeliers echter al jarenlang een doorn in het
oog. Het is bovenal niet te verantwoorden dat deze panden in tijden van woningnood zeer langdurig leegstaan.
Dit leidt bij de fracties van GroenLinks, PvdA, SP, PVV, EenUtrecht, D66, PvdD, Student &
Starter, Stadsbelang Utrecht en VVD tot de volgende vragen. 1.
Is het college het met ons eens dat de langdurige leegstand op de Burgemeester Reigerstraat 47
2.
De eerder verleende vergunningen zijn allemaal ouder dan 3 jaar. Is het college bereid om deze,
3. 4.
5. 6. 7.
t/m 53 ongewenst is, al helemaal gezien de wooncrisis? conform het beleid, in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Is het college het met ons eens dat de nummers 47 t/m 53 beeldbepalende panden zijn?
Zo ja, is het college bereid om met de eigenaar om tafel te gaan om een plan te maken dat
behelst om op een zo kort mogelijke termijn behoud, onderhoud en gebruik van de panden te bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?
Is het college het met ons eens dat de gevels van de panden in ieder geval behouden moeten worden? Zo ja, kunnen wij dat voor de plannen voorwaardelijk maken?
Indien de eigenaar niet wil meewerken, kan het college dan onderhoud en gebruik van deze panden afdwingen? Bijvoorbeeld via bouw- en woningtoezicht?
Zo niet, wat heeft het college dan nodig om onderhoud en gebruik van de woningen af te dwingen?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wij zijn het ermee eens
dat langdurige leegstand, zeker in tijden van woningnood, ongewenst is. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zijn wij verscheidene keren met de vergunninghouder in gesprek geweest. De mogelijkheid is geboden om een aanvraag in te dienen om de kelder te verruimen. Deze
mogelijkheid heeft de vergunninghouder echter niet aangegrepen. De vergunninghouder houdt vast aan zijn oorspronkelijke plan waar echter geen vergunning voor is.
Om een en ander niet te frustreren, zijn wij nog niet overgegaan tot het intrekken van
verleende vergunningen. Op voorhand sluiten wij dat echter niet uit. Wij hopen dat de vergunninghouder zo snel mogelijk start met de ontwikkeling die is vergund.
De panden zijn gelegen in een beschermd stadsgezicht en hebben een dubbele bestemming:
waarde cultuurhistorie en waarde archeologie. Op grond daarvan zal, als het pand wordt verbouwd,
9
Vragenuur van 7 april 2022 een verscherpte beoordeling plaatsvinden over de voorgestelde verbouwing en zal bekeken worden of die past binnen de uitgangspunten van het beschermde stadsgezicht.
Er zijn bruikbare vergunningen op basis waarvan de eigenaar zou kunnen ontwikkelen. Er is
zowel ambtelijk als bestuurlijk overleg gevoerd. Wij zijn altijd bereid om in gesprek te gaan, maar de vergunninghouder moet zich wel aan de regels houden.
De tekeningen op basis waarvan de vergunning is verleend, lijken conform de bestaande
situatie te zijn. De gevels zouden daarbij worden behouden. Zodra de plannen worden uitgevoerd, zullen wij erop toezien dat dit zo is.
Alleen als een pand constructief voor de omgeving een gevaar vormt voor panden in de nabije
omgeving is het mogelijk om handhavend op te treden. Naar aanleiding van een melding zijn wij
enige tijd geleden bezig geweest en hebben wij geconstateerd dat er constructief geen gevaar is. Wij hebben wel een kozijn dat openstond aangetroffen. Dat is dichtgezet.
Wat is er nodig om eventueel gebruik en onderhoud af te dwingen? Voor het afdwingen van
goed onderhoud hebben wij op dit moment geen instrumentarium. Wij kunnen alleen optreden als er sprake is van een gevaarlijke situatie. Op dit moment ligt het wetsvoorstel Goed verhuurderschap bij de Raad van State. De gemeente Utrecht zet zich samen met de andere G4-gemeenten in om in die
wet voorwaarden voor goed onderhoud op te nemen. Via de leegstandsverordening, waar de raad al
eerder vragen over heeft gesteld - nr. 33 - is gezegd dat wij dat graag zouden willen doen, maar dat leegstandsaanpak ook afhankelijk is van financiële middelen voor handhaving en toezicht. Dus als u vraagt wat nodig is, dan bent u volgens mij vandaag begonnen met onderhandelen. Wellicht een suggestie.
De VOORZITTER: Dames en heren! Er zijn geen aanvullende vragen meer. De heer ZWANENBERG (GroenLinks): Voorzitter! De wethouder zegt dat er inderdaad een
vergunning is, maar dat die nog steeds niet wordt gebruikt. Wij hebben beleid om die te kunnen
intrekken. De wethouder zegt dat daar nu nog geen reden voor is. Wij vragen ons af wat dan wél een reden zou kunnen zijn om de vergunning in te trekken.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij willen de voortgang van de ontwikkeling
niet verder frustreren. Daarom hebben wij besloten de vergunning nog niet in te trekken. Mocht er
aanleiding toe zijn, dan zullen wij dat zeker wél doen. Met het intrekken van de vergunning wordt de ontwikkeling niet eerder gestart. Er is dan nog geen alternatief plan. Ik denk niet dat met het intrekken van de bouwvergunning de ontwikkeling wordt versneld.
5. Vragen van mevrouw Dada-Anthonij (D66) inzake ondernemers in de problemen. Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Gisteren kopte de NOS "Honderdduizenden
ondernemers in de problemen, KvK verwacht toename faillissementen".
De D66-fractie vindt dit een zorgelijk bericht, want ook in Utrecht zijn talloze ondernemers
bij wie het water na aan de lippen staat. Hoewel het ondernemers betreft, is dit geen onderwerp dat gaat over economie. Het is meer een onderwerp waarbij economie en schuldenproblematiek samenkomen.
Het resultaat van deze faillissementen zal er naar alle waarschijnlijkheid toe leiden dat de
ondernemers die tot nog toe een aandeel hadden in het draaiend houden van een bruisende en
10
Vragenuur van 7 april 2022 economisch florerende en weerbare stad, straks worden geconfronteerd met zaken als werkloosheid, armoede en maatschappelijke opvang. 1.
Hoe bereidt het college zich voor op de komende faillissementsgolf onder de Utrechtse
2.
Denkt het college dat er alles aan wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de Utrechtse
3.
ondernemers?
ondernemers geen schulden krijgen en niet in armoede terechtkomen?
Welke maatregelen kunnen er volgens de wethouder nog meer worden genomen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ook wij vinden dit een zorgelijk bericht. Wij
steunen bedrijven waar wij kunnen, zoals bijvoorbeeld met de compensatieregeling rondom de ozb en winstwaarschuwingen. Wij kunnen helaas niet voorkomen dat bedrijven failliet gaan, ook niet in de komende periode. Door de steunmaatregelen van het Rijk, zoals de NOW en de Tozo, de
Belastingdienst en financiële instellingen die tot nog toe uitstel van betaling verleenden, konden in de coronaperiode veel bedrijven overleven. Deze steun is echter gestopt. De Belastingdienst en de banken willen dat er weer betaald wordt. Tel daarbij op de onzekerheid die de oorlog in Oekraïne
met zich meebrengt en de hoge inflatie. Alles bijeen zou zeker kunnen leiden tot een hoog aantal faillissementen.
Onze inzet is natuurlijk om zoveel mogelijk ondernemers te helpen. Daarom hebben wij op
basis van moties de resterende TONK-middelen om die op een goede manier voor kwetsbare
ondernemers in te zetten. Via Ondernemers Centraal proberen wij ondernemers die in de problemen zitten samen met andere ondernemers en organisaties verder te helpen om te zien welke maatregelen wij kunnen nemen.
Toen de Tozo stopte, hebben wij 2.199 ondernemers opgebeld die van de Tozo
gebruikmaakten. Wij hebben toen bijna 1.800 adviezen uitgebracht voor vervolgdienstverlening
waaronder de schuldhulpverlening. Wij proberen met deze persoonlijke gesprekken door te gaan om passende oplossingen te zoeken.
Mochten er onverhoopt toch faillissementen zijn, dan staan wij klaar om de mensen verder te
helpen, bijvoorbeeld door personeel om te scholen voor andere banen of om het naar ander werk te begeleiden. Hetzelfde geldt voor ondernemers die onverhoopt failliet gaan. Daartoe hebben wij een volledig pakket met werken, opleiden en begeleiden opgesteld.
Gevraagd wordt of wij er alles aan hebben gedaan. Wat is "alles"? Vooralsnog proberen wij
zoveel mogelijk de gevolgen van corona te dempen. De andere dingen moeten daarbij worden opgeteld. Wij proberen dat beleid met de resterende inzet van de TONK-middelen te steunen. Vooralsnog zie ik geen mogelijkheden om daar bovenop nog meer te doen.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Wij hebben recent de motie aangenomen die de heer
Verschuure noemt, over de herbesteding van de TONK-middelen. Er komen nog grote problemen op de ondernemers af. De TONK-middelen worden opnieuw heel breed herverdeeld. Is de wethouder ervan overtuigd dat dit de juiste verdeling is, gezien de problemen die nog opdoemen, en dat er voldoende middelen zijn om de ondernemers die in de problemen komen te steunen?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij hebben er bij het verlenen van
steunmaatregelen voor gekozen de regeling zo breed mogelijk in te zetten. Als er veel
uitvoeringskosten moeten worden gemaakt, gaan de middelen niet zitten in steunmaatregelen, maar in de uitvoering. Dat willen wij niet. Wij denken dat wij met het pakket dat wij hebben neergelegd uitvoering hebben gegeven aan de motie die wij gezamenlijk hebben opgesteld. Daarin werd een
11
Vragenuur van 7 april 2022 oproep gedaan voor brede steun voor kwetsbare ondernemers, dus om niet één van de groepen te
kiezen. Wij hebben aansluiting gezocht bij groepen met een standaard bedrijfsindeling (SBI) die wij
ook hebben gebruikt bij de verdeling van de ozb. Overigens overleggen deze groepen met het MKB Midden-Nederland en met andere brancheorganisaties om te zien waar de hardste klappen vallen.
Wij denken dat wij daarmee de meest kwetsbare ondernemers kunnen helpen. Daarmee hebben wij
ons best gedaan om dit zo goed mogelijk te doen, maar ik sluit niet uit dat er ondernemers zijn die wij niet via de regeling kunnen helpen.
Mevrouw DADA-ANTHONIJ (D66): Voorzitter! Is Werk en Inkomen goed voorbereid op de
verhoogde instroom? Dat kan voor deze ontwikkeling mogelijk gevolgen hebben.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Mevrouw Dada-Anthonij vraagt of wij genoeg
mensen bij Werk en Inkomen hebben klaarstaan. Ik wil erop wijzen dat er op dit moment een historisch lage werkloosheid is. Er is veel vraag naar arbeid. Er is een enorme krapte op de
arbeidsmarkt. Ik veronderstelde dat de vraag ging over het helpen van ondernemers. Daar staan wij volop voor klaar. Dat doen wij ook via Werk en Inkomen. Het is niet zo dat wij een enorme hoeveelheid werklozen verwachten.
6. Vragen van mevrouw Oudejans (Student & Starter) en de heer Bosch (PVV) inzake openingstijden en hekken bij de Munt.
Mevrouw KENDIR (Student & Starter): Voorzitter! In de raadsbrief van 29 maart 2022 heeft het
college te kennen gegeven dat naar aanleiding van de uitkomst van het onderzoek door het Mulier Instituut is besloten om in het recreatieseizoen de openingstijden van de hekken bij de Muntsluis voort te zetten.
Utrechters, jong en oud, hechten grote waarde aan de Munt als recreatieplek. De landtongen
van de Muntsluis zijn in de zomer een populaire plek om verkoeling te zoeken. De afsluiting van de Munt na 22.00 of 23.00 uur maakt dat deze recreatiefunctie grotendeels vervalt. Onze fractie heeft hierover de volgende vragen.
1.
Op welk tijdstip zijn de recreanten bevraagd over hun mening betreffende de hekken op de
2.
Zijn de recreanten die gevraagd zijn de Muntsluis te verlaten ook meegenomen in het
3.
4.
landtongen van de Muntsluis? veldonderzoek?
Hoeveel overlastmeldingen zijn er in 2021 op deze locatie bij de gemeente en de politie gemeld? Wat is het verschil ten opzichte van 2020? Hoe is daar vervolgens door handhavers en politie op geacteerd?
Hoe legt de wethouder het tekort aan recreatieplekken uit in combinatie met het tegelijkertijd aanhouden van openingstijden voor een populaire recreatieplek?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Het Mulier Instituut heeft mensen op
mooie dagen bevraagd - dat hebben wij ze gevraagd - en op verschillende momenten van de dag, zowel overdag als 's avonds. Ik moet erbij zeggen dat dit niet gebeurde nadat de mensen zich al
hadden verplaatst. De mensen waren nog wel op de locatie, anders waren zij moeilijk te interviewen geweest.
De meldingen komen zowel bij de gemeente als bij de politie binnen. Bij de gemeente
kwamen in 2020 48 meldingen binnen en in 2021 8. Bij de politie kwamen in 2020 28 meldingen
12
Vragenuur van 7 april 2022 binnen en in 2021 10. Ik weet van die opsomming niet van elk individueel geval hoe er is geacteerd, maar er is veel werk aan geweest, met name in 2020 's nachts, als er veel lawaai was door veel
schreeuwende mensen, en veel omwonenden niet konden slapen. Nu blijkt dat mensen in de buurt veel minder overlast ervaren. Dat blijkt niet alleen uit de meldingen, maar ook uit onderzoek.
De Student & Starter-fractie zegt: wat zonde, minder recreatieplekken. Ik wil daar twee
kanttekeningen bij plaatsen. Het gaat om een relatief klein gebied na 22.00 of 23.00 uur. Het zijn voor andere mensen prima tijden om te slapen. De mensen hebben echt de hele avond kunnen
picknicken. Strikt genomen was het, voordat wij deze afspraak maakten, helemaal geen toegankelijk gebied. Ik ben mij er heel erg van bewust dat mensen het gebied wel gebruikten. Wat wij hebben
gedaan, is de plek voor grote delen van de dag legaliseren. Wij hebben 's nachts alleen de landtong afgesloten, maar niet de hele omgeving, zodat de mensen in de buurt een beetje beter konden
slapen. Wat mij betreft, is dat volledig in balans. Dat blijkt eigenlijk ook uit het onderzoek. Daar ben ik heel blij mee.
De VOORZITTER: Dank voor de antwoorden, wethouder. Mevrouw VAN DER WILT (D66): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. De Muntsluis is een
geliefde recreatieplek. De stad is aan het groeien, dus dat geldt ook voor de behoefte om vooral bij het water te recreëren. Hoe kunnen wij deze behoefte faciliteren, gezien het achterblijven van de visie Stadswater? Er zijn verscheidene recreatieplekken, maar bij het water is het natuurlijk weer anders.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Goede vraag. Vanwege de
klimaatverandering hebben wij steeds warmere zomers, niet elke zomer, maar wel gemiddeld
genomen. De stad groeit. De mensen hebben er dan behoefte aan om naar buiten te gaan. Wij
hebben het Mulier Instituut onderzoek laten doen naar het zwemwater in Utrecht. Ik verwacht dat wij daar voor de zomer nog bij de raad op terugkomen om de raad het rapport ter hand te stellen. Dan kan de raad zelf zien hoe groot de behoefte is en wat wij moeten doen om daaraan tegemoet te
komen. De volgende vraag is of wij dat kunnen waarmaken, financieel en anderszins. Volgens mij is dit een goed begin om het gesprek op gang te brengen.
Mevrouw KENDIR (Student & Starter): Voorzitter! Ik heb geen vervolgvraag. Bedankt voor de
beantwoording.
7. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), de heer Sungur (Denk), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw
Oudejans (Student & Starter), de heer Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw Hessel (SP), de heer Nolten (Bij1), de heer Zwanenberg (GroenLinks), de heer Admiraal (ChristenUnie) en de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake Locatie voor de Zorgzusters in Overvecht.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! De 26 vrouwen van Stichting de Zorgzusters helpen
Overvechters die wel wat hulp kunnen gebruiken omdat rondkomen moeilijk is, ook voor mensen die geen of net geen beroep kunnen doen op de Voedselbank. Ze zorgen voor pakketten met vers
voedsel en andere benodigdheden. De vrouwen doen dit helemaal vrijwillig, ze ontvangen er geen
subsidie voor. De Zorgzusters hebben ons gezegd dat zij al langer zoeken naar een plek in de wijk
om de pakketten te verdelen en om meer activiteiten te kunnen doen waar bewoners mee geholpen
zijn. Zij zeggen dat ze het jammer vinden dat ze veel geschikte plekken in de buurt zien, maar dat ze
13
Vragenuur van 7 april 2022 er geen gebruik van kunnen maken. Soms is niet duidelijk waarom niet en soms komt er een andere partij in met wie de gemeente een subsidierelatie heeft. 1.
2.
3.
De PvdA-fractie heeft de volgende vragen.
Deelt de wethouder het dat de Zorgzusters in Overvecht heel waardevol werk doen en dat het
wenselijk is dat zij hierbij worden gesteund, bijvoorbeeld met de zoektocht naar een geschikte ruimte?
Is er zicht op een geschikte locatie van waaruit de Zorgzusters hulp kunnen bieden? Zo ja, op welke termijn en zo nee, waarom niet en wat gaat de wethouder eraan doen om dit alsnog mogelijk te maken?
Kan de wethouder toezeggen dat de komende week met de Zorgzusters contact wordt
opgenomen en dat zij meer context kunnen krijgen waarom de zoektocht naar een geschikte
locatie zo lang duurt én dat zij meer duidelijkheid krijgen over de termijn waarop er een locatie zou kunnen zijn?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij zijn het natuurlijk met mevrouw Assen en de
andere vragenstellers eens dat de Zorgzusters in Overvecht heel waardevol werk doen. Ik heb daar
veel waardering voor. Wij steunen dat graag, ook bij de zoektocht naar huisvesting. Wat dat betreft heb ik goed nieuws. Net vandaag hebben de Zorgzusters met de gemeente Utrecht een
bruikleenovereenkomst gesloten voor het pand Winterboeidreef 10. Dat is het pand waar nu de
Meidenhuiskamer is gevestigd, alsmede een Marokkaans jurkenatelier. Wij steunen dat ook financieel met een bijdrage uit het initiatievenfonds van wijken. Daarbij is voor dit moment de zoektocht
afgerond, gelukkig. Voor de langere termijn hebben wij de Zorgzusters gezegd dat ze een beroep kunnen doen op een financiële bijdrage van Samen voor Overvecht.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Betekent dit dat het ook hier om tijdelijke huisvesting
gaat, of geldt de tijdelijkheid alleen de subsidie? Wat betekent dat voor het vervolg van de huisvesting?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan de heer Van Steeg zeggen dat het gaat om
tijdelijke huisvesting. Het gaat om een bruikleenovereenkomst in het kader van leegstandbeheer. De termijn heb ik op dit moment niet paraat. Dat zou een mogelijke vervolgvraag van u kunnen zijn.
Voorlopig zijn ze daar op een goede manier gehuisvest. Het antwoord dat ik mevrouw Assen gaf, is dat wij ons de huisvestingvraag van de Zorgzusters aantrekken, ook als er een vervolg nodig is.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Dit is best een snel resultaat voor mondelinge vragen. Ik
wil de wethouder bedanken. Ik hoop dat het in de toekomst ook qua communicatie en contact goed blijft lopen.
9. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), de heer Bosch (PVV), de heer Van der Zweth (PvdA),
mevrouw Oudejans (Student & Starter), de heer Bakker (D66), mevrouw Hellevoort (GroenLinks), de heer El Abassi (DENK) inzake Stop excessen met sleutelgeld.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! “Verhuurders stoppen met voordracht van nieuwe
huurders: ‘Er wordt in gehandeld’." Dat kopte de NOS op 5 april jl. In het artikel stellen grote
vastgoedeigenaren als Vesteda, Bouwinvest en Heimstaden dat zij af willen van het systeem waarbij een huurder bij vertrek een nieuwe huurder kan aandragen. Tot voor kort werkte het systeem van
14
Vragenuur van 7 april 2022 voordracht nog naar tevredenheid, maar met de toenemende krapte op de huizenmarkt nemen de
excessen toe. Huurders vragen vaak in ruil voor een voordracht aan de nieuwe huurder om spullen zoals de vloer en gordijnen over te nemen. Hiervoor worden steeds vaker buitensporig hoge
bedragen gevraagd, tot meer dan € 10.000,00. Dat is een verkapte en ongewenste manier om
sleutelgeld te vragen. De fracties van VVD, PVV, PvdA, Student & Starter, D66, GroenLinks en DENK vinden het goed dat vastgoedbedrijven dit probleem aan de kaak stellen en dat zij hun
toewijssysteem willen verbeteren. Tegelijkertijd kan het voordragen van een huurder ervoor zorgen dat een woning sneller wordt verhuurd en zo helpen om leegstand tegen te gaan. Dit brengt de fracties tot de volgende vragen: 1.
2.
3.
De in het artikel genoemde vastgoedbedrijven Vesteda, Bouwinvest en Heimstaden zijn in
verscheidene steden actief, waaronder ook in Utrecht. Speelt het verkapt vragen van sleutelgeld ook in Utrecht? Zo ja, hoe groot is het probleem?
Ziet de wethouder mogelijkheden om het toewijssysteem van vrije sector huurwoningen in
Utrecht te verbeteren, in overleg met de vastgoedbedrijven? Bijvoorbeeld door excessen rondom sleutelgeld aan te pakken en eisen te stellen aan voordrachten?
Is de wethouder bereid hierover het gesprek aan te gaan met Utrechtse vastgoedbedrijven (o.a. de partners van het Stadsakkoord Wonen)?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben via de netwerken van Development
Network Utrecht (DNU) en het Stadsakkoord Wonen geen signalen dienaangaande ontvangen, maar
omdat u de vragen vanmiddag indiende, zijn wij bij beleggers navraag gaan doen, onder andere ook bij Vesteda en Bouwinvest. Die zeggen geen concrete cijfers van sleutelgeldgevallen in Utrecht te hebben, maar ze zeggen ook de vinger aan de pols te houden. Zoals gezegd, zijn Vesteda en
Bouwinvest zeker in Utrecht actief. Het genoemde in het artikel, de zorgen en hun ideeën over de aanpak daarvan, wordt door Vesteda en Bouwinvest gedeeld, ook wat betreft Utrecht.
Het antwoord op vraag 2. Wij zijn blij om te zien dat de genoemde partijen in het artikel de
maatschappelijke verantwoordelijkheid op zich nemen. Met de Stadsakkoordpartners en de DNU-
leden voeren wij gesprekken over de verbetering van toewijzing van de vrijesectorhuurwoningen. Dat heeft bijvoorbeeld geleid tot de pilot om middenhuurwoningen met voorrang te verhuren aan
doorstromers uit de sociale huursector. Voor middenhuur hebben wij afspraken opgenomen in de huisvestingverordening over de toewijzing. Daarnaast spreken wij onze partners in het kader van
goed verhuurderschap en de bestrijding van discriminatie op de particuliere huurmarkt onder andere over de mogelijkheden voor een meer transparant wervings- en selectieproces van kandidaat-
huurders. Wij hebben met Utrechtse partners een actieplan geformuleerd om discriminatie op de
Utrechtse particuliere huurmarkt te bestrijden. Het transparante wervings- en selectieproces is dar
een onderdeel van. Wij hebben daar in de commissievergadering over gesproken. Ik herinner mij de inbreng van mevrouw Meerding nog.
In de gesprekken met partners zullen wij het probleem van het sleutelgeld de komende tijd
actief agenderen.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor de beantwoording. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn gekomen aan het einde van het vragenuur. Ik wens
iedereen nog een heel fijne avond toe.
De voorzitter sluit hierna, te 17.58 uur, het vragenuur.
15
Vragenuur van 7 april 2022 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 7 april 2022.
Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer Bosch (PVV), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) en de heer Dijkstra (Een Utrecht) inzake ruimte voor URV op Sportpark Overvecht-Noord. Wethouder Streefland-Driesprong • zal de raad informeren over de uitkomsten van het mediationproces dat gevoerd wordt met de sportverenigingen URV en EDO aangaande sportpark Overvecht-Noord. De resultaten worden uiterlijk mei 2022 verwacht.
Vragen van mevrouw Oudejans (Student & Starter) en de heer Bosch (PVV) inzake openingstijden en hekken bij de Munt.
Wethouder Van Hooijdonk • verwacht de raad uiterlijk in het tweede kwartaal van 2022 het onderzoeksrapport van het Mulier Instituut over het zwemwater in Utrecht te kunnen aanbieden.
16