20220217 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 17 februari 2022 Vragenuur, gehouden op donderdag 17 februari 2022 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Saiah. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Dekkers, Gilissen, Te Hoonte en Van Steeg. Tevens zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Raaijmakers en Snippe. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Diepeveen, Eerenberg en Streefland-
Driesprong.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik open het vragenuur van 17 februari 2022. Er zijn zes
sets vragen ingediend.
1. Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) inzake Rol van Rijne Energie in MER. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Vrijwilligers van o.a. de Buren van Rijnenburg en
Reijerscop hebben in verkiezingstijd de moeite genomen om een debat te organiseren over de
"Noodzaak of Waanzin" van windmolens. Zij doen dit zonder financiële steun van de gemeente.
Rijne Energie is geselecteerd om het energielandschap in te vullen. Rijne Energie treedt op als
opdrachtgever voor de gecombineerde plan- en project-MER voor het energielandschap, waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het plan-MER-gedeelte. Rijne Energie is dus verantwoordelijk
voor de participatie over de MER. Belangrijk onderdeel daarvan is het serieus nemen van voor- en
tegenstanders. Opvallend genoeg zagen wij de afgelopen week dat Rijne Energie de lay-out en de opzet van de flyer van het debat kopieert om mensen voor hun project te winnen. 1.
Is het college het ermee eens dat het uitvoeren van een objectieve MER een onafhankelijke
2.
Hoe ziet het college, als medeverantwoordelijke voor de MER, deze actie van Rijne Energie?
3. 4.
houding van de opdrachtgever vraagt?
Is het college het met ons eens dat dit soort acties het vertrouwen van inwoners schaadt in een onafhankelijk uitgevoerd onderzoek? Zo nee, waarom niet?
Is het college bereid het opdrachtgeverschap voor de MER aan te passen en om dat in opdracht van de gemeente en voor rekening van het initiatief te laten uitvoeren?
Vragenuur van 17 februari 2022 5.
Zo nee, welke maatregelen is het college van plan te nemen om te waarborgen dat de onafhankelijkheid van de MER is gewaarborgd?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord de vragen van de heer Te Hoonte
namens collega Van Hooijdonk.
Het antwoord op vraag 1. Wij denken van niet. In de regel valt de verantwoordelijkheid onder
de initiatiefnemer om de wettelijk verplichte onderzoeken te laten uitvoeren. Soms is dat de
gemeente als er voor het plan geen initiatiefnemer is. Het bevoegde gezag, namelijk de gemeente, beoordeelt de MER. De gemeente is uiteraard onafhankelijk.
Het antwoord op vraag 2. Uitingen vallen vanzelfsprekend onder de vrijheid van
meningsuiting van Rijne Energie. Rijne Energie is uitgenodigd voor het debat als spreker. Rijne Energie heeft ook mensen uitgenodigd om aan het debat deel te nemen.
Het antwoord op vraag 3. Dat kunnen wij niet beoordelen. Wij maken ons er geen zorgen over
dat er binnenkort sprake zal zijn van een goede MER. De gemeente kan dat zelf toetsen. Het antwoord op de vragen 4 en 5. Naar onze mening is het niet nodig om de
onafhankelijkheid van de MER te waarborgen. In de praktijk sturen Rijne Energie en de gemeente de MER gezamenlijk aan en borgen tijdens het onderzoek de kwaliteit. De commissie MER kijkt als onafhankelijke organisatie mee.
De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! De wethouder suggereert dat Rijne Energie dit heeft
gedaan om mensen voor het debat uit te nodigen. De opsteller van het advies heeft op Twitter duidelijk gemaakt dat ze dit niet waardeert. Kan de wethouder in het licht daarvan de vraag nogmaals beantwoorden?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Mensen kunnen deze uiting verschillend zien.
Iedereen kan er een eigen oordeel over geven. Wij zien dit als een oproep voor steun voor het debat dat zal plaatsvinden.
2. Vragen van de heer Bakker (D66), mevrouw Assen (PvdA) en de heer Vonk (GroenLinks) inzake Mogelijke aanbesteding Pretty Woman.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Pretty Woman en Best Man (een samenwerkingsproject van
Stichting Specifieke Jeugdprojecten en De Rading Jeugd- en Opvoedhulp) bieden voorlichting,
preventie en hulpverlening aan jongeren tussen de 11 en 23 jaar die te maken hebben - of kunnen krijgen - met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit onderwerp is gezien het nieuws van de afgelopen maanden misschien nog wel actueler dan ooit.
Uit contact met Pretty Woman begrijpen wij dat de opdracht aan deze organisatie voor de stad
Utrecht in de sociale basis en basiszorg momenteel door de gemeente Utrecht in een nadere regel wordt gevat. Kort gezegd: de subsidie wordt omgezet in een aanbestedingstraject. De fracties van D66, GroenLinks en PvdA maken zich hierover zorgen en stellen daarom de volgende vragen. 1. 2.
Klopt het dat er een aanbestedingstraject wordt gestart?
Waarom wordt dit gedaan? Waarop heeft de aanbesteding precies betrekking?
De raad heeft eind 2020 met ruime meerderheid motie 324 "Toekomst van het aanbesteden in
het sociaal domein" aangenomen, met daarin de raadsuitspraak: "De tijd rijp is om in het (brede)
sociale domein een volgende stap te zetten en toe te werken naar een beleid waarin de inzet van het
2
Vragenuur van 17 februari 2022 instrument aanbesteden veel minder leidend en/of knellend is en om het geheel te verbinden aan de gewenste transformaties van het (brede) sociaal domein." 3.
Hoe rijmt het college de aanbesteding van het werk van Pretty Woman met motie 324? Waarom
4.
Welke doelen staan het college met deze aanbesteding voor ogen die niet anders dan via een
wordt deze keuze gemaakt?
aanbesteding kunnen worden bereikt?
Mocht de opdracht aan een nieuwe partij worden gegund, dan ontstaat een onwenselijke en
mogelijk onwerkbare situatie, zo begrijpen wij. In dat geval wordt een kwart van de huidige brede
opdracht van Pretty Woman elders ondergebracht, maar Pretty Woman blijft het resterende deel van het werk voortzetten, ook in de stad Utrecht. 5.
Ziet ook het college het risico van deze aanbesteding en is het bereid om deze aanbesteding te heroverwegen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Er is hier geen sprake van een aanbesteding, maar van een
subsidietender. Dat betekent dat wij een nadere regel publiceren - wij doen dat wel vaker - waar
partijen op kunnen inschrijven. Het is een zeer lichte vorm van mededinging. Sterker nog, ik denk dat het een van de meest lichte vormen is die er zijn. Waarom hebben wij daarvoor gekozen? De
afgelopen twee jaar hebben wij besloten om de overeenkomst met Pretty Woman steeds onderhands te verlengen, ook met het oog op de coronasituatie, toen alles in beweging was. Dit nog een keer
doen, zou betekenen dat wij de Europese aanbestedingsregels ten zouden komen; dan zou er een
Europese aanbesteding nodig zou zijn geweest. Door te kiezen voor een subsidietender hebben wij een Europese aanbesteding voorkomen.
Het antwoord op vraag 2. De aanbesteding heeft betrekking op preventie, laagdrempelige
begeleiding van jongeren en consultatie van andere partijen in de stad, met als doel om veel aan de
voorkant te organiseren en om te normaliseren. Wij gaan ervoor om de subsidie voor een periode van zes jaar te verlengen. Nadat wij deze hobbel hebben genomen, is er weer voor zes jaar continuïteit.
Het antwoord op vraag 3. Hoe verhoudt zich dit tot motie 324? Afgelopen maandag heb ik het
college een raadsbrief gestuurd. Die is onderweg. In deze brief hadden wij dit normaal gesproken de raad gemeld en hadden wij gezegd waarom wij voor de subsidietender hebben moeten kiezen. Ik heb daar zojuist de belangrijkste reden voor genoemd.
Het antwoord op vraag 4. Is er een alternatief? Ja, dat zou de begrotingssubsidie zijn. Dat is
het enige alternatief dat er is. Daarmee kunnen wij het nog één keer rechtstreeks doen. Echter, die subsidie mogen wij maar voor één jaar verstrekken. Die moet elk jaar opnieuw door de raad bij de begrotingsbehandeling worden vastgesteld. Dat biedt Pretty Woman minder zekerheid dan het doorlopen van de tender en zes jaar subsidie.
Het antwoord op vraag 5. Wij geven de tender zodanig vorm dat wij het belangrijk vinden dat
de kennis en de expertise zijn geborgd. Wij gunnen dit een partij die Utrecht goed kent. Aanvragers wijzen wij erop hoe ingewikkeld het is als er sprake is van een overgang van onderneming. Zo
proberen wij de mededinging te borgen - dat zijn wij wettelijk verplicht - met hopelijk voor ons allemaal voor zes jaar een goede uitkomst.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Wij zijn blij met de termijn
van zes jaar. Op grond van onze ervaringen heb ik het gevoel dat er iets te gemakkelijk wordt
gezegd dat er iets van Europa zou moeten. Kan de wethouder de raad informeren over de specifieke
3
Vragenuur van 17 februari 2022 passages in de Europese aanbestedingsregels waaruit zou blijken dat dit nu zou worden aanbesteed bij deze omvang van het subsidiebedrag?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik wil dit met alle liefde als bijlage toevoegen aan
de brief die al onderweg is. Men mag ervan uitgaan dat mensen die hiervoor hebben geleerd dit echt afwegen. Dat begint bij het proberen dit zo licht mogelijk te doen. In een andere context is al
gesproken over het Didamarrest. In dat arrest heeft de Hoge Raad gezegd dat het een-op-een
gunnen van zaken steeds minder de norm wordt voor overheden. Verwacht moet worden dat er mededinging georganiseerd moet worden, aldus de Hoge Raad.
Naar eer en geweten hebben wij gekozen voor de lichtst mogelijke vorm die zo lang mogelijk
blijft gelden. Ik zal de raad de juridische analyse doen toekomen.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Heb ik de wethouder goed begrepen dat de continuïteit
van het beleid zijn doel is en dat hij zuiver juridische overwegingen heeft om deze tender uit te schrijven?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat is correct. Zonder deze subsidietender
zouden wij hebben moeten aanbesteden. Dat hebben wij voorkomen.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording en voor de toezegging die is
gedaan aan mevrouw Assen. Het is heel goed om stil te staan bij het punt dat zij noemt. Is de
wethouder bereid om het contact hierover met Pretty Woman te zoeken, voor zover dat contact er nog niet is, en hen hierin goed mee te nemen? Ik zie toch allerlei onduidelijkheden over en weer.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat zal ik doen. Ik moet eerlijk zeggen dat dit mij
wel verbaast, want er is veel en goed contact met Pretty Woman. Zelfs is nog bekeken hoe wij de termijnen zodanig kunnen vormgeven - ik moet natuurlijk dingen zeggen die voor alle partijen
gelden - dat die voor Pretty Woman het gunstigst zijn. Ik weet dus niet anders dan dat wij hierover goed contact met elkaar hebben. In die zin ben ik verbaasd dat de heer Bakker spreekt van "onduidelijkheden". Ik zal dat nog eens dubbelchecken.
3. Vragen van de heer Dekkers (GroenLinks) inzake Programmatische uitgangspunten. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Onlangs ontving de gemeenteraad twee brieven
met Programmatische Uitgangspunten voor Veilingstraat 10 en Livingstonelaan 609. Mijn fractie heeft daarover de volgende vragen. 1.
Kan het college toelichten waarom wij gaan werken met Programmatische Uitgangspunten en wat de plek is van de plek van Programmatische Uitgangspunten in het Utrechtse Plan Proces (UPP)? Gaan wij ook in de andere sporen van het Utrechts Plan Proces met soortgelijke
2.
3.
documenten werken?
Krijgt de gemeenteraad in de toekomst altijd vastgestelde Programmatische Uitgangspunten toegestuurd zodat ze, net als Intentiedocumenten (Idoc’s), in een overzicht kunnen worden opgenomen?
Is het college het met de GroenLinks-fractie eens dat in Programmatische Uitgangspunten voor grotere ontwikkelingen een concretere uitwerking van de participatie is gewenst op basis van een inclusieve krachtenveldanalyse en een omgevingsanalyse?
4
Vragenuur van 17 februari 2022 4.
Is het college het met de GroenLinks-fractie eens dat in intentiedocumenten niet kan worden
voldaan met een algemene zin dat voor participatie het actieprogramma "Samen stad maken" op de Utrechtse manier de leidraad is, maar dat in een intentiedocument een concrete
participatieaanpak moet staan op basis van een inclusieve krachtenveldanalyse en een omgevingsanalyse?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik vervang collega
Verschuure bij het geven van de antwoorden op deze vragen.
Het antwoord op vraag 1. Het gaat over de UPP2-projecten waarbij wij als pilot met de PUP-
methodiek werken. PUP staat voor programmatische uitgangspunten. De raad heeft daarover in juni 2019 een brief gekregen van wethouder Verschuure. Het idee achter de PUP is dat wij als gemeente
afspraken maken met marktpartijen, al heel vroeg in het proces, veel vroeger dan wij gewend waren. De ervaring is dat als die afspraken later in het proces worden gemaakt, er dan al vaak te veel
afslagen genomen zijn. Dan ontstaat onduidelijkheid, zodat opnieuw moet worden onderhandeld. Dat is dus het idee achter PUP: eerder duidelijkheid over de ambities van een project. Dat is ook
precies de reden waarom in dat soort documenten in heel algemene zin wordt gesproken over wat er moet gebeuren.
Wij zijn aan het evalueren. Ook daarover is een brief aan de raad onderweg. De raad zal die
volgende week ontvangen. In deze brief is zowel sprake van verbeteringen van het Utrechts Plan Proces (UPP), als van een aankondiging van wat wij tot nog toe van de PUP hebben geleerd.
Het antwoord op vraag 2. Wij zullen de raad informeren over de evaluatie van de PUP in het
najaar. Het is de bedoeling dat de raad zijn normale positie in het UPP behoudt. Dat is later in het proces. Ik denk dat dit ook de reden is voor de GroenLinks-fractie om zich af te vragen wat de waarde is van wat er in de PUP staat. Wij doen het alleen bij UPP2. Bij UPP1, de
gebiedsontwikkelingen, doorlopen wij een proces waarbij wij met elkaar veel eerder het politiekbestuurlijke gesprek over de ambities hebben.
Het antwoord op vraag 3. Hoe werkt dat dan met het Participatieplan? Het is nadrukkelijk de
bedoeling dat bij alle UPP-projecten een participatieplan wordt opgesteld, maar dat moet eigenlijk
een los document worden. Daar staan inderdaad de krachtenveldanalyse, de beïnvloedingsruimte en de participatievorm in. Eigenlijk moeten wij de PUP zien als een soort voorloper daarvan die
aankondigt dat wij dat zullen doen. Het zijn allemaal heel verschillende documenten in het proces,
maar men mag verwachten dat er een participatieplandocument bestaat waarin al deze rijkheid, waar de GroenLinks-fractie terecht naar vraagt, terug te vinden is. Wij zien dus ook geen aanleiding om dat nog eens separaat in de PUP op te nemen, omdat het ook al in het Idoc in staat. Daarin wordt helemaal uitgewerkt hoe wij dat doen.
Het antwoord op vraag 4. Het is dus de bedoeling dat men in het Idoc kan vinden waar,
wanneer en hoe de participatie start als het Participatieplan gereed is. Daarin kan men alle informatie zien waar de heer Dekkers naar vraagt en hoe wij de betrokkenen informeren over het
Participatieplan. Namens het college wil ik zeggen dat wij, als wij de film terugspoelen, zien dat wij dat in een aantal Idoc's niet scherp doen, dus daarin staat niet wanneer het Participatieplan klaar is en waar men een en ander kan vinden. Ook gaan wij naar aanleiding van uw vragen nog eens
opnieuw naar de gebiedscoördinatoren, gebiedssecretarissen en projectmanagers, want dat zijn de drie functies die deze documenten opstellen en die dit signaal heel nadrukkelijk doorgeven. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank wethouder Eerenberg voor de vele mooie
technische woorden.
5
Vragenuur van 17 februari 2022
De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb de dingen bewust niet in afkortingen
genoemd, maar het is goed dat wij die een beetje leren.
De wethouder zegt dat de afgesproken participatieaanpak, concreet uitgewerkt, in een apart
document wordt gezet, maar dat is een document waarvan het onduidelijk is waar het is. Wij zien het niet. Is het niet handig om de participatieaanpak in zo'n Idoc op te nemen? Het moet wel helder zijn waar zo'n plan te vinden is.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat ben ik met de heer Dekkers eens. Ik kan mij
voorstellen dat ik wat ik daar zojuist over zei iets meer uitwerk in de brief die de raad de volgende week krijgt. Ik ga ervan uit dat de raad daar tevreden over is.
4. Vragen van de heer Gilissen (VVD), mevrouw Assen (PvdA), de heer Sungur (DENK), mevrouw
Sturkenboom (Student & Starter), de heer Van Steeg (CDA), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer Vonk (GroenLinks), de heer Van Deún (PVV) en de heer Saiah (D66) inzake Datalek SAVE. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Afgelopen dinsdag berichtte RTV Utrecht over het
zoveelste datalek bij Samen Veilig Midden-Nederland. Duizenden pagina’s van het intranet van
Samen Veilig waren via het internet toegankelijk. Het gaat om 06-nummers en mailadressen van
medewerkers, maar ook wachtwoorden voor instructiefilms en gemeenschappelijke websites. Voor zover bekend zijn er geen cliëntgegevens openbaar geworden. Naar aanleiding hiervan hebben wij hier namens alle fracties in de raad vragen over. Inmiddels hebben wij een brief gekregen van het
college, maar we zijn toch benieuwd hoe het college oordeelt over het zoveelste datalek bij Samen Veilig.
1. Deelt het college onze zorg in hoeverre de organisatie Samen Veilig in staat is op een zorgvuldige wijze met persoonsgegevens om te gaan? Zo nee, waarom niet?
Dit is niet de eerste keer dat de organisatie in opspraak komt vanwege het lekken van interne
gegevens. In een reactie op het datalek laat Samen Veilig weten zich te realiseren dat dit het vertrouwen in de organisatie niet ten goede komt.
2. Hoe duidt het college het feit dat dit opnieuw het vertrouwen van heel veel ouders, maar ook
kinderen, die afhankelijk zij van de ondersteuning en de zorg van Samen Veilig, heeft aangetast?
3. Welke consequenties zou dit zoveelste datalek moeten hebben voor de samenwerking tussen de gemeente Utrecht en Samen Veilig? Welke maatregelen kan en wil het college nemen?
4. Kan het college aangeven of de lessen die uit eerdere datalekken naar voren zijn gekomen al zijn opgevolgd door Samen Veilig?
5. Is het college bereid zelf een onafhankelijk onderzoek te gelasten naar de wijze waarop binnen Samen Veilig wordt omgegaan met persoonsgegevens en andere gevoelige informatie? Zo nee, waarom niet?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Helaas moet ik niet de leukste vragen
beantwoorden. Ik dank de vragenstellers. Ik bedoel daar niets mee over de vragen, maar het is heel erg slecht wat er is gebeurd.
Het antwoord op vraag 1. Wij delen de zorgen van de vragenstellers. Het is onacceptabel wat
er is gebeurd. De inspanningen die Samen Veilig levert - ze levert wél, daar moet ik wel eerlijk over zijn - zijn onder de streep gewoon onvoldoende om dit type datalekken te voorkomen.
6
Vragenuur van 17 februari 2022 Het antwoord op vraag 2. Juist voor het werk dat Samen Veilig Midden Nederland doet, is
vertrouwen essentieel. Ik ben het ermee eens dat de opeenvolging van dit soort datalekken natuurlijk het vertrouwen schaadt. Dat weet en vindt Samen Veilig zelf ook. Het wordt weer heel hard werken om het vertrouwen terug te winnen. Daarom is het belangrijk om dat extern onderzoek te doen,
zodat wij met enige spoed kunnen zeggen wat er aan de hand is en hoe de verbeteringen eruitzien.
Ik heb altijd te doen met medewerkers van Samen Veilig Midden Nederland, want zij hebben het hart absoluut op de goede plek. Zij doen heel moeilijk werk. Zij moeten het vertrouwen van ons allemaal genieten. Daarbij helpen datalekken op geen enkele wijze.
Het antwoord op vraag 3. Gisteren heb ik met mijn collega-wethouders uit de regio
gesproken. Vrij unaniem is men ontevreden over de datalekken, maar ook over hoe Samen Veilig ermee omgaat. Wij zullen een onafhankelijk onderzoek instellen naar het opvolgen van de aanbevelingen uit het eerdere onderzoek.
Het is goed te melden dat het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de gezamenlijke
wethouders in de regio. Wij willen weten of voor Samen Veilig Midden Nederland de adviezen en
plannen die Samen Veilig eerder heeft gemaakt voldoende zijn om zaken als deze te voorkomen. Wij willen graag weten wat er nog meer nodig is om de adviezen en de plannen te verbeteren.
Het antwoord op vraag 4. Samen Veilig heeft in 2019 verscheidene maatregelen genomen op
basis van de aanbeveling uit het onderzoek dat toen heeft plaatsgevonden van het CMT, maar de
recente datalekken roepen de vraag op of deze aanbevelingen voldoende zijn. Daarbij zijn wij terug bij het onderzoek dat loopt. Wij hopen dat dit snel iets zal opleveren.
Ook de inspectie heeft Samen Veilig vragen gesteld. Die zijn vorige week beantwoord. De
inspectie moet zich daar nog een oordeel over vormen. Naar aanleiding van de raadsbreed gestelde vragen zal ik de inspectie vragen haar bevindingen met ons te delen, zodat wij daarmee als opdrachtgever ons voordeel kunnen doen.
Het antwoord op vraag 5. Ja, daar ben ik toe bereid. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor deze antwoorden. Wordt wat er
speelt integraal bekeken in relatie tot het eerdere verbeterplan dat is opgesteld over het verbetertraject dat Samen Veilig zou moeten doorlopen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Gedeeltelijk overlappen de plannen elkaar, maar
het verbeterplan gaat ook over de cultuur binnen Samen Veilig Midden Nederland, dat daar voldoende wordt geleerd van ingewikkelde casussen en dat er ook tijd is voor reflectie bij
medewerkers. Er is overlap; daar zal naar gekeken worden. Maar het verbeterplan gaat ook over veel zaken die meer aan de zorginhoudelijke kant zitten en minder aan de kant van de dan bedrijfsvoering.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Ik stel deze vraag namens de heer Saiah - misschien kent u
hem. Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Het is onacceptabel dat dit gebeurt. Ik ben dat
helemaal met de wethouder eens. Kan de wethouder schetsen hoe het college met de verbeteringen
heeft meegekeken ten opzichte van de vorige keer dat het misging? Kan de wethouder daar nog iets meer beeld bij geven?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Daar zijn diverse gesprekken over gevoerd. Wij
voeren sowieso sinds een halfjaar met deze partijen losse gesprekken over de IT-beveiliging, ook naar aanleiding van het plan dat wethouder Voortman daarover heeft gepresenteerd. Dat zijn
7
Vragenuur van 17 februari 2022 gesprekken met kritische vragen, maar ook ik concludeer dat die dit niet hebben voorkomen. Er is dus werk aan de winkel. Er moet extern onderzoek worden gedaan. Verbeteringen moeten snel worden doorgevoerd om het vertrouwen terug te winnen. Dat is waar het om gaat.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Het is goed dat het college met zoveel voortvarendheid
onafhankelijk onderzoek laat doen. Dat spitst zich toe op het vraagstuk inzake persoonsgegevens en
informatieveiligheid. Ik vraag mij inmiddels wel af: zou het niet goed zou zijn als wij als gemeente en als opdrachtgever in een bredere audit nagaan in hoeverre Samen Veilig in staat is om deze heel
belangrijke taak uit te oefenen? Hoe denkt de wethouder daarover? Welke mogelijkheden ziet hij om in de komende tijd samen met Samen Veilig het perspectief van vertrouwen op te pakken?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Die vraag gaat mij eerlijk gezegd te ver. Dan
komen ook de wettelijke taken die Samen Veilig moet uitvoeren aan de orde. Daar wordt Samen
Veilig voor gecertificeerd. Er is een onafhankelijk instituut dat dat controleert. Samen Veilig heeft de
laatste keer het certificaat ontvangen. Ik zie geen aanleiding om te stellen dat alles wat Samen Veilig doet niet deugt en dat wij andere afspraken moeten maken. Ik vraag mij ernstig af wat het zou
betekenen als wij die conclusie zouden trekken, ook al omdat dit een wettelijke taak is die niet
zomaar elders kan worden gedaan. Volgens mij moeten onze inspanningen erop zijn gericht om Samen Veilig te helpen zich stevig te verbeteren.
Samen Veilig staat zelf aan de lat. Maar wij moeten achter deze hardwerkende mensen blijven
staan die heel moeilijke beslissingen over de samenleving moeten nemen. Ik ben zelf regelmatig op de werkvloer geweest. Er werken mensen die een warm hart voor de goede zaak hebben. Zij doen hun werk met veel passie. Volgens mij helpen wij die het allerbeste door hun omgeving te verbeteren.
5. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) inzake NS vangt en doodt duiven. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Onlangs kreeg de PvdD-fractie signalen dat NS op haar
stations met kooien duiven vangt en die vervolgens laat vergassen, omdat duiven ziektes zouden
overdragen. Recent onderzoek uit Duitsland wijst echter uit dat de ziekten die duiven eventueel met zich meedragen niet of nauwelijks gevaarlijk zijn voor mensen. De PvdD-fractie vindt het
onacceptabel dat dieren in zo'n kooi worden gevangen en vervolgens worden vergast. Van Stichting
Stadsduiven Hulp Nederland hoorden wij dat ook de beschermde kauwen in de kooien belanden. Het vermoeden bestaat dat ook deze beschermde diersoort wordt gedood. Wij wenden ons tot de wethouder met de volgende vragen. 1.
2. 3.
4.
Is het college op de hoogte van het feit dat NS duiven laat vangen en doden door een
bestrijdingsbedrijf en dat ook andere dieren daar de dupe van worden? Zo ja, wat heeft het college tot nog toe gedaan om dit te stoppen?
Wat vindt het college van het feit dat NS duiven op haar stations laat vangen en doden?
In het kader van Utrecht diervriendelijke stad: wat kan en zal het college doen om ervoor te
zorgen dat in ieder geval op de Utrechtse stations geen duiven en andere dieren door NS en andere partijen worden gevangen en gedood?
Zijn er nog andere bedrijven in Utrecht die op hun terrein duiven laten vangen en doden? Zo ja, welke bedrijven zijn dat? Wat kan het college doen om ook dat te stoppen?
8
Vragenuur van 17 februari 2022 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord deze vragen namens collega Van
Hooijdonk.
Ik kan mevrouw Snippe zeggen dat wij niet op de hoogte waren van deze praktijken van NS.
Wij danken u hartelijk voor de vragen en voor het feit dat u ons hierop attent maakte.
Wij begrijpen van NS dat ze zich in de eerste plaats zo veel mogelijk inzet op het weren van
duiven. Wij hebben NS de suggestie gedaan om de duiven in een duivenverblijf in de buurt van de overlastlocatie op te vangen. Dit als diervriendelijk alternatief voor de huidige werkwijze van NS.
Hierbij worden de eieren vervangen door gipsen eieren. NS heeft toegezegd intern te zullen nagaan of deze optie te overwegen is.
Het antwoord op vraag 3. Wij onderzoeken samen met NS of een duiventil een optie is door de
duiven van eten, drinken en nestgelegenheid te voorzien. In een til kunnen echte eieren worden vervangen door eieren van gips. De populatie wordt op die manier diervriendelijk beheerd. De overlast zal dan verminderen.
Het antwoord op vraag 4. Wij hebben vooral Hoog Catharijne bekeken. Dat is een niet
gemeentelijk openbaar terrein, waar voedselresten vogels kunnen aantrekken. Wij zullen de eigenaar
van Hoog Catharijne wijzen op ons dierenwelzijnsbeleid en hoe hij moet omgaan met duivenoverlast. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik neem die
mee naar de fractie en overleggen wat ons te doen staat.
6. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA) inzake Je zult maar buiten slapen met dit weer. Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Deze week is het onstuimig weer. Stormen razen
over ons land. Buiten waaien de pannen van het dak en vallen de bomen om, maar het is maar zeer
de vraag of dakloze mensen met dit weer binnen mogen slapen. Onlangs, met storm Corrie, was dat
niet het geval. Ook deze week slapen in Utrecht mensen noodgedwongen op straat, omdat het KNMI alleen code geel heeft afgegeven en nog niet code oranje. Inmiddels geldt code oranje, maar niettemin denk ik dat de volgende vragen nog heel actueel zijn. 1.
Is de wethouder het met de PvdA eens dat het onmenselijk en onveilig is dat mensen in deze
2.
Is de wethouder bereid om dit te veranderen en om binnen de G4 te pleiten voor het verruimen
3.
onstuimige weersomstandigheden buiten moeten slapen?
van de koudweerregeling (KWR), zodat ook bij code geel daklozen worden opgevangen? Zo nee, waarom niet?
Is het voor alle Utrechtse daklozen die dat willen morgen mogelijk om tijdens de storm binnen te schuilen en te slapen?
Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik begrijp
dat u zorgen hebt over het onstuimige weer en over mensen die buiten slapen. Dat begrijp ik.
Buiten slapen bij zware weersomstandigheden zoals kou en storm heeft niet onze voorkeur. Er
zijn met de G4 duidelijke richtlijnen afgesproken. Die zien er als volgt uit.
Voor koude geldt dat als de gevoelstemperatuur 0 graden of lager is, de koudweerregeling in
werking treedt. De G4 trekt gezamenlijk op. Ook als maar op één plek in de G4 de
gevoelstemperatuur onder 0 is, gaan toch in de G4-steden de opvangmogelijkheden open. Koude is vaak te voorzien. De koudweerregeling gaat altijd voor drie nachten open, ook al is het maar één nacht koud.
9
Vragenuur van 17 februari 2022 In 2016 is over storm afgesproken dat de opvang opengaat voor mensen die normaal
gesproken geen recht hebben op opvang, als door het KNMI code rood wordt aangekondigd en als dit 24 uur vooraf duidelijk is.
Stormen zijn vaak kort van tevoren duidelijk en ook kortdurend. Het is niet mogelijk binnen
enkele uren op G4 niveau - het is erg belangrijk om de maatregelen in G4-verband af te stemmen alle mogelijkheden te openen. Daar is echt een voorbereidingstijd van 24 uur voor nodig.
Vanochtend om 7.30 uur is over het weer door de G4 nog afstemming geweest. Dat gebeurde
niet omdat deze vragen werden gesteld, maar dat is een frequent groot en regulier overleg. Daarbij is besloten om niet open te gaan, omdat er geen code rood is afgegeven. Vandaag, vanwege de
actuele stormverwachting voor morgen, wordt binnen de G4 nogmaals een afweging gemaakt. De
verwachting is vooralsnog code oranje tussen 14.00 uur 's middags en 20.00 uur 's avonds. Dan is de inloop open en is iedereen daar van harte welkom.
Voor twee gemeenten van de G4 blijft dit een aandachtspunt waar wij veelvuldig en goed over
spreken, maar in G4 verband is er niet de intentie om dit te verruimen naar code geel. Sedert 2016 wordt ook naar storm bekeken en niet alleen naar koude. Tot op heden is opengaan bij storm niet
voorgekomen. Enkele keren was er alleen overdag storm. Dan kon men op alle inlooplocaties terecht. Het antwoord op vraag 3. Ik begrijp de zorgen van de PvdA-fractie. Tegelijkertijd is het
antwoord "nee". Zolang in G4-verband niet wordt besloten om de koudweerregeling-opvang ook te openen voor mensen die normaal gesproken geen recht hebben op opvang, kunnen zij niet binnen slapen. Om als G4-gemeenten samen te kunnen optrekken en om het beleid duidelijk te houden voor alle partijen, is onderdak alleen mogelijk als het KNMI opschaalt naar code rood.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Ik ben hoogst verbaasd over het feit dat de opvang
nu niet opengaat, aangezien dit echt is afgesproken na eerder gestelde mondelinge vragen van de PvdA-fractie. De raad heeft een brief gekregen dat de opvang al opengaat bij code oranje. Wil de wethouder niet alsnog overwegen en bekijken of morgen, als er sprake is van code oranje - wij weten dat al 24 uur van tevoren - de opvang open kan?
Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (wethouder): Voorzitter! Wij zijn zeer alert. Wij hebben
echt regulier overleg, ook morgenochtend en ook bij dit soort weersomstandigheden. Morgen is de
inloop gewoon open op het moment dat er storm wordt verwacht, overdag. Voor dak- en thuislozen die er graag een plekje willen hebben, is de opvang gewoon open. Dat zal overdag gelden.
Tegelijkertijd houden wij ons vast - ook omdat het heel belangrijk is om als G4 samen op te trekken - aan de regels die we nu met elkaar hebben afgestemd.
De VOORZITTER: Dames en heren! Dank voor de vragen en voor de beantwoording. Wij zijn
gekomen aan het einde van het vragenuur. Ik wens iedereen een heel fijne dag toe. De voorzitter sluit hierna, te 17.40 uur, het vragenuur.
10