20220203 vragenuur.doc
Tekst van het document
2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 3 februari 2022
Vragenuur, gehouden op donderdag 3 februari 2022 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Bijsterbosch. Aanwezig zijn de leden: Bakker, Deldjou Fard, Gilissen, Heijne, Schipper, Sturkenboom, Vonk
en Van der Zweth.
Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,
Eerenberg, Verschuure en Voortman.
Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Hajtić en Snippe.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik open het vragenuur van deze druilerige donderdag
3 februari 2022.
Het is op dit moment 17.10 uur. Wij zijn dus iets later begonnen dan gewoonlijk. Dat betekent
dat wij dit vragenuur iets langer laten doorlopen. Wij hebben tot maximaal 18.10 uur de tijd. 1. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA) inzake Extraatje gezinnen geraakt door de kostendelersnorm.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De kostendelersnorm houdt in dat gezinnen met
een bijstandsuitkering tot honderden euro's per jaar worden gekort op hun uitkering als hun
thuiswonende kinderen de leeftijd van 21 jaar bereiken. Het gaat hierbij vaak om éénoudergezinnen, die daardoor ernstig in de problemen kunnen komen en/of onder druk komen te staan. Jongeren worden belemmerd in hun ontwikkeling omdat ze moeten bijdragen aan het huishouden, of zij worden de overspannen woningmarkt opgestuurd. In het regeerakkoord is afgesproken dat thuiswonende kinderen tot 27 jaar vanaf volgend jaar niet meer meetellen voor de
kostendelersnorm. Vooruitlopend op de nieuwe maatregel geeft de gemeente Eindhoven
bijstandsgezinnen die vanwege de kostendelersnorm minder uitkering ontvangen vanwege
thuiswonende kinderen vanaf april een compensatie van € 40,00 per maand, ook al is dit strikt formeel niet toegestaan, maar dit helpt gezinnen in zo'n situatie absoluut. Wij hebben hierover de volgende vragen.
Vragenuur van 3 februari 2022 1.
Is de wethouder het met ons eens dat het zeer onwenselijk is voor het gezin en de jongeren zelf
2.
Is de wethouder bereid om ook in Utrecht bijstandsgezinnen met volwassen kinderen
3.
dat zij door de kostendelersnorm in de problemen komen?
maandelijks te compenseren voor de korting op hun uitkering tot de nieuwe maatregel in werking treedt? Zo nee, waarom niet?
Ziet de wethouder, ook met het regeerakkoord in het achterhoofd, meer ruimte om te werken vanuit vertrouwen en om mensen minder (snel) te korten op hun uitkering?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! De heer Van der Zweth vraagt of ook ik het
onwenselijk vind dat mensen vanwege de kostendelersnorm in de problemen komen. Ja, want dat
hoort inderdaad niet. De Participatiewet is bedoeld om mensen in een kwetsbare financiële situatie
bestaanszekerheid te geven. De kostendelersnorm is een ingewikkelde regeling en gaat uit van een
gezamenlijke verantwoordelijkheid voor vaste woonlasten zonder dat nader te regelen, maar juist dat werkt financiële afhankelijkheid in de hand en geeft mensen financiële onzekerheid omdat dit het
inkomen kan wijzigen zonder dat men daarop zelf invloed heeft. Wij weten dat dit tot problemen kan
leiden. Wij hebben daarom hiervoor bij het Rijk nadrukkelijk aandacht gevraagd. Wij zijn blij dat dit is opgepakt door middel van een wijziging van de kostendelersnorm die vanaf 1 januari 2023 in het coalitieakkoord is opgenomen.
De heer Van der Zweth vraagt of ik bereid ben om ook in Utrecht bijstandsgezinnen met
volwassen kinderen maandelijks te compenseren. Wanneer er sprake is van een onwenselijke of
problematische situatie, leveren wij maatwerk. Dat blijven wij ruimhartig doen. Wij benutten dus de ruimte die er nu al is om de kostendelersnorm niet toe te passen in situaties die daarom vragen.
Iedereen met een laag inkomen kan een extraatje goed gebruiken, maar dat geldt helaas niet alleen voor mensen op wie de kostendelersnorm van toepassing is. Een beperkte categoriale maandelijkse compensatie, zoals Eindhoven die wil toepassen, zal problematische situaties niet voorkomen, is geen logische manier om te anticiperen op de nieuwe wetgeving en kan ook juridische risico's
veroorzaken, omdat de inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk. Echter, zodra duidelijk is hoe de nieuwe wetgeving eruit zal zien en wat de consequenties ervan zijn, kunnen wij beoordelen hoe
wij daarop kunnen anticiperen. De verwachting is dat deze duidelijkheid er op heel korte termijn zal komen. Wij willen liever vandaag dan morgen van de kostendelersnorm af, om zo te voorkomen dat maatwerk nodig is, maar uitvoeringstechnisch en financieel is de kostendelersnorm wél een grote uitdaging, ook omdat de financiële middelen ervoor pas vanaf 1 januari 2023 zijn geregeld.
Werk vanuit vertrouwen moet altijd het uitgangspunt zijn. Uit het coalitieakkoord blijkt dat
vertrouwen en ruimte voor maatwerk belangrijke uitgangspunten zijn. Die steunen wij ten volle. De mogelijkheden die er daarvoor zijn, blijven wij vanzelfsprekend benutten.
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik zie dat de heer Van der Zweth nog een aanvullende vraag
wil stellen.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor haar beantwoording.
Met compensatie worden gezinnen die flink worden gekort toch een beetje geholpen in de opmaat naar de nieuwe wet, als zij helemaal worden gecompenseerd. Een gezin zou daarmee behoorlijk
worden geholpen. Kan de wethouder toch proberen om te zien of wij daar iets mee kunnen doen? Zij hoeft deze vraag niet nu al te beantwoorden, maar kan hierop ook later terugkomen. Alle beetjes helpen.
2
Vragenuur van 3 februari 2022 Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik heb al gezegd dat dit uitvoeringstechnisch
en financieel erg moeilijk is. Ik heb vorige week met de minister gesproken. Die zei dat dit dingen zijn die zij echt snel wil regelen. Wat ik haar heb gezegd, is dat ik graag help om dat zo snel
mogelijk bij wet te regelen. Dat is het beste. Als wij weten hoe dat eruit kan zien, weten wij ook hoe wij daarop het best kunnen anticiperen.
2. Vragen van de heer Bakker (D66) inzake hulp bij kwijtschelding van lokale heffingen voor mensen met lage inkomens.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! De afgelopen week lag bij veel Utrechtse huurders de
envelop met de belastingaanslag lokale heffingen weer op de mat. Voor huishoudens met een laag inkomen is de te betalen som flink, zeker gezien de stijgende energieprijzen en de inflatie die doorwerken in de bedragen die met het doen van de dagelijkse boodschappen zijn gemoeid.
Al eerder pleitte de D66-fractie samen met andere raadsfracties voor het onderzoeken van de
financiële draagkracht van Utrechters - met name die van gezinnen - in relatie tot de heffingen.
Gezien de stijgende kosten van het levensonderhoud maken wij ons zorgen over een deel van
de inwoners van Utrecht met een laag inkomen dat dit jaar niet in staat is de kosten van de heffing te betalen.
De mogelijkheid van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen - indien er te weinig
financiële draagkracht is - is vaak niet bij burgers bekend. Ook wordt het niet eenvoudig gevonden om kwijtschelding aan te vragen. De D66-fractie stelt daarom de volgende vragen. 1.
Herkent het college de situatie dat door de stijgende energieprijzen en de hoge inflatie veel Utrechters met een laag inkomen op dit moment financieel in zwaar weer zitten? En is het college het met de D66-fractie eens dat deze groep inwoners waarschijnlijk (te) weinig
2.
draagkracht zal hebben om de gemeentelijke belastingen te betalen?
Heeft het college in beeld welke groepen dit (precies) betreft? Worden er ook inwoners met een laag inkomen, maar met een eigen huis, bij betrokken?
Recent maakte het college bekend dat het inwoners met stijgende energielasten en weinig
financiële draagkracht zal compenseren, waar nodig via bijzondere bijstand. Het college hoopt hiermee energiearmoede en schulden te voorkomen. 3.
Is het college bereid om inwoners, waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat zij in financieel zwaar weer verkeren - bijvoorbeeld omdat zij bijzondere bijstand hebben
aangevraagd - proactief te informeren over de mogelijkheden van kwijtschelding van de 4.
aanslagen en om ze te helpen bij het aanvragen daarvan?
Zo ja, op welke wijze wil en kan het college dit doen? Kan dat gebeuren met behulp van buurtteams of sociale raadslieden?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Inderdaad raken inflatie
en hoge energieprijzen veel Utrechters. Inderdaad worden financieel kwetsbare inwoners er harder
door getroffen. Wij weten dat deze groepen weinig tot geen buffers hebben om de prijsstijgingen op
te vangen. De problemen met het rondkomen in het algemeen zullen toenemen, dus ook het betalen van gemeentelijke belastingen kan een groot probleem worden.
Het antwoord op vraag 1. Of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt
voornamelijk bepaald aan de hand van inkomen en vermogen, dus niet op basis van de kosten voor
energie of boodschappen. Het Rijk stelt de inkomens- en vermogensgrenzen vast. De gemeente kan die grenzen niet verhogen.
3
Vragenuur van 3 februari 2022 Het antwoord op vraag 2. Wij verwachten dat alle inwoners met een laag inkomen door de
prijsontwikkelingen worden geraakt. Voor kwijtschelding wordt echter 100% van de bijstandsnorm als inkomensgrens gehanteerd. Dat betekent dat maar een deel van de inwoners die onder het
Utrechtse armoedebeleid valt - in Utrecht is dat tot 125% van het minimum - in aanmerking komt
voor kwijtschelding, ongeacht de kosten die ze maken. Ook de mensen met een eigen huis hebben last van de prijsstijgingen.
Een kwijtscheldingverzoek wordt getoetst aan het inkomen en het vermogen. Bij
belastingplichtigen met een eigen woning telt een eventuele overwaarde van de woning mee als vermogen bij de kwijtscheldingtoets. In bijna alle gevallen zal de overwaarde van een zodanige
omvang zijn dat de vermogenstoets niet wordt gehaald en dat een kwijtscheldingverzoek mede daarom wordt afgewezen.
Het antwoord op de vragen 3 en 4. Wij wijzen via diverse routes actief op de mogelijkheid van
kwijtschelding, zowel door de gemeente als door de BghU. Via de wijkbureauteams probeert de BghU zoveel mogelijk mensen te bereiken. Daarnaast organiseert de BghU aan het begin van het
belastingjaar, als de meeste aanslagen worden verstuurd, op het stadskantoor en op enkele
wijkbureaus inloopdagen waar inwoners hierover meer informatie kunnen krijgen. Vorig jaar werd dit vanwege corona helaas beperkt.
Wij attenderen inwoners die bijstand aanvragen via de rondkomengesprekken op de
mogelijkheid van kwijtschelding. Ook bij de schuldhulpverleners is de optie voor kwijtschelding goed in beeld en worden inwoners gesteund bij het doen van de aanvraag. Inwoners die een uitkering ontvangen, informeren wij één keer per jaar over de mogelijkheid van kwijtschelding. Ook het
afgelopen voorjaar is dat bij de maandelijkse uitkeringsspecificatie gebeurd. Binnenkort zal dit opnieuw gebeuren.
Automatische toetsing op kwijtschelding wordt al gedaan voor inwoners die bij hun eerste
kwijtscheldingaanvraag de BghU toestemming geven om een jaarlijkse check op de kwijtschelding te doen. Dan beoordeelt de BghU jaarlijks de inkomensgegevens via het inlichtingenbureau. Als men aan de norm voldoet, volgt de kwijtschelding automatisch.
Ik wil ingaan op de suggestie of wij iedereen met een aanvraag voor bijzondere bijstand
kunnen informeren. Dat lijkt ons niet verstandig, omdat veel aanvragers van bijzondere bijstand een inkomen hebben dat hoger is dan de norm die voor kwijtschelding wordt gehanteerd en die ik net noemde, de 100% versus de 125%. Wel onderzoeken wij of wij de groep inwoners met een
bijstandsuitkering kunnen informeren over de kwijtschelding van de nog te verstrekken compensatie voor energiearmoede, de € 200.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Het is fijn dat de wethouder uitgebreid op de vragen is
ingegaan. Ik hoor vaak dat de informatievoorziening - vooral als men contact heeft met de BghU als moeizaam wordt ervaren. Misschien kan de wethouder toezeggen om dat punt eens tegen het licht te houden, om te kunnen zien hoe dat door burgers die met deze problematiek te maken hebben wordt ervaren. Dit knaagt ergens bij mij.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik wil natuurlijk heel graag dat mensen de
mogelijkheden kennen. Als er meer mogelijkheden zijn om dit bij de mensen onder de aandacht te
brengen, dan is dat altijd goed. Ik heb een rij dingen genoemd, maar ik wil altijd bekijken wat beter kan. Ik houd mij aanbevolen voor suggesties daartoe.
3. Vragen van de heer Hajtic (DENK) inzake Armoede onder Syrische statushouders in Utrecht.
4
Vragenuur van 3 februari 2022
De heer HAJTIĆ (DENK): Voorzitter! Gisteren is in het AD een artikel verschenen waarin sprake
is van zorgwekkende cijfers over armoede onder Syrische statushouders in de zogeheten
achterstandswijken. Het onderzoek waaruit dat blijkt, is uitgevoerd door het Kennisplatform Inclusief
Samenleven. Uit de cijfers blijkt bijvoorbeeld dat in Utrecht het percentage huishoudens met een laag inkomen 9,6% is. In Overvecht is dat 20,2% en onder huishoudens met een Syrische achtergrond is dat zelfs 63,4%. Er worden hiervoor door onderzoekers verschillende oorzaken genoemd, denk bijvoorbeeld aan de beruchte lening die mensen moeten afsluiten bij DUO voor hun
inburgeringsexamen. Het AD spreekt zelfs van "een nieuwe onderklasse". Ook valt op dat er bijna geen Syriërs in de schuldhulpverlening zijn opgenomen. Mijn fractie maakt zich zorgen over de positie waarin Syrische statushouders zich bevinden. Daarover wil ik de wethouder graag de volgende vragen stellen. 1.
Is het college bekend met het bovengenoemde onderzoek en hoe duidt het de resultaten ervan?
3.
Hoe bekijkt het college de aanbevelingen van de onderzoekers? Is het bereid om deze
2.
Hoe verklaart het college dat Syriërs heel weinig van schuldhulpverlening gebruikmaken? aanbevelingen over te nemen en te verankeren in het beleid? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik dank de DENK-fractie voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Ja, wij zijn daarmee bekend. Een goede duiding van de resultaten
kan pas na een nadere bestudering worden gegeven. Het maakt veel uit hoe lang de mensen in
Nederland zijn en of ze al dan niet zijn ingeburgerd. Tot 1 januari jl. moesten statushouders een lening afsluiten om de inburgeringcursussen in te kopen. Als het examen op tijd wordt gehaald, wordt de lening omgezet in een gift. Sommige cijfers van het onderzoek zijn van jaren geleden, bijvoorbeeld de cijfers inzake schuldsanering. Die hebben dan ook nog alleen betrekking op de Wsnp. Dat maakt het heel lastig om uit de huidige situatie conclusies te trekken.
Het antwoord op vraag 2. Het weinige gebruik dat van de schuldhulpverlening wordt gemaakt,
heeft voor een deel te maken met het vorige antwoord. Vluchtelingen uit Syrië zijn de afgelopen
jaren de grootste groep nieuwe statushouders. Veel van deze mensen zijn nog maar heel kort in
Nederland. Dat verklaart enerzijds een relatief hoog percentage bijstandsgerechtigden. Ik denk dat dit ook een mogelijke verklaring is waarom zo weinig serieus wordt gebruikgemaakt van
schuldhulpverlening. Daarnaast is het voor veel vluchtelingen niet vanzelfsprekend dat de overheid een betrouwbare partner is die wil helpen. Dat vergt extra energie.
Het antwoord op vraag 3. In de loop van 2022 zullen wij een nieuw armoedebeleid maken,
onder andere op basis van de meest actuele armoedemonitor en de minima-effectrapportage. Deze informatie wil ik bij het traject betrekken. De raad wordt het nieuwe armoedebeleid eind 2022
aangeboden. Wij verwachten dat bij nieuwe statushouders de problematiek zich vanaf 1 januari jl. minder sterk zal voordoen vanwege de nieuwe Wet inburgering omdat de gemeente nieuwe
statushouders het eerste halfjaar ontzorgt. Wij zullen daartoe het instrument "Het huishoudboekje" inzetten en Vluchtelingenwerk begeleiden bij het aanbieden van trainingen voor het omgaan met financiën.
Het tweede punt uit de nieuwe Wet inburgering is dat statushouders van de gemeente een
taalaanbod krijgen zodat zij daarvoor niet langer een lening hoeven af te sluiten. Wij denken dat dit effect zal hebben op de financiële positie van Syrische vluchtelingen.
De heer HAJTIĆ (DENK): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor het beantwoorden van de
vragen.
5
Vragenuur van 3 februari 2022
4. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD), de heer Schipper (SP) en mevrouw Heijne (GroenLinks) inzake Lichtvervuiling Holland Casino.
Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Op 28 november 2017 vernamen wij dat Holland Casino
wilde vasthouden aan een "lichtorgel" op de nieuwe locatie aan de Winthontlaan, ondanks felle
tegenstand van de welstandscommissie. De PvdD-fractie stelde er mondelinge vragen over en kwam erop terug in de commissievergadering Bestemmingsplan casino (17 mei 2018). Inmiddels is het gebouw opgeleverd en is het "lichtorgel" in werking gesteld, tot groot ongenoegen van de
omwonenden: een zeer groot deel van de gevel is hel verlicht, het licht staat de hele nacht aan en
veroorzaakt overlast voor mens en dier. Het gebouw zou duurzaam en diervriendelijk worden, maar dat blijkt vanwege de licht- en horizonvervuiling en de energieverspilling niet zo te zijn.
Het college heeft eerder een "grootstedelijk gebaar" willen maken door een "lichtorgel" toe te
staan dat in de omgeving van het casino blijkbaar belangrijker is dan het welzijn van mens en dier. 1.
2.
3.
4.
De fracties van PvdD, SP en GroenLinks stellen hierover de volgende vragen.
Is het college nog steeds van mening dat "een grootstedelijk gebaar" de voorkeur geniet boven
het tegengaan van lichtvervuiling en overlast voor mens en dier? Zo ja, waarom? Zo nee, hoe zit dat dan?
Het college zegt ambitieuze klimaatdoelen te hebben en vraagt inwoners en bedrijven om
daaraan mee te werken. Hoe rijmt dit met het feit dat het casino voor deze verlichting dermate veel energie mag verbruiken, ook ’s nachts?
Het casino is geopend van 10 tot 22 uur. Is het college bereid om aan het casino op te leggen dat het licht in ieder geval na sluitingstijd volledig uitgaat om lichtvervuiling en energieverspilling tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Is het college bereid om tijdens de openingstijden van het casino ervoor te zorgen dat het licht op een lagere sterkte brandt? Zo nee, waarom niet?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! In 2018 heeft de raad het bestemmingsplan
voor de bouw van het casino vastgesteld. Omdat er sprake was van een gecoördineerde
besluitvorming hebben wij tegelijkertijd een omgevingsvergunning verleend. In deze vergunning
hebben wij de voorwaarden opgenomen voor de gevelverlichting van het casino. Deze voorwaarden
zien erop toe dat de maximale lichtsterkte wordt toegepast. Daarnaast mogen uitsluitend de kleuren van het logo van Holland Casino worden toegepast en mag de kleur maar één keer per halfuur worden gewisseld.
Het antwoord op vraag 1. De gevelverlichting die is bepaald binnen de voorwaarden van 2018
vonden wij acceptabel en dat vinden wij nog steeds. Wij vinden dat de in 2018 toegepaste gevelverlichting geen negatief effect op de kwaliteit van de omgeving heeft. Ook de
verkeersveiligheid komt niet in het geding. Gezien vanuit economisch perspectief is het van toegevoegde waarde om deze accenten aan de entree van de stad toe te voegen.
Het antwoord op vraag 2. Wij hebben in 2018 de wens van Holland Casino om gevelverlichting
toe te passen gehonoreerd door het toepassen van indirecte en energiezuinige LED-verlichting.
Het antwoord op vraag 3. De voorwaarde om na sluitingstijd geen verlichting toe te passen, is
niet in de vergunning opgenomen. Wij achten het niet wenselijk om hierop na drie jaar terug te komen en om de verlichting uit te laten zetten. Het is bovendien onze verwachting dat als de
beperkende maatregelen inzake corona worden verruimd het casino de openingstijden aanpast, zodat het gebouw vanaf de snelweg zichtbaar zal moeten zijn.
6
Vragenuur van 3 februari 2022 Het antwoord op vraag 4. De lichtsterkte voldoet aan de in de vergunning opgenomen
voorwaarden. Wij kunnen die niet met terugwerkende kracht beperken. Het bestaansrecht kan niet zomaar worden ingeperkt.
De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Dat het met de vergunningen zo is geregeld, lijkt mij
helder. Maar dat is iets anders dan dat er helemaal van wordt afgezien om samen met Holland Casino te bekijken of het niet een onsje minder kan. Is de wethouder daartoe bereid?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Toen het casino werd gebouwd, vroeg Holland
Casino om de kleuren steeds te laten wisselen. Wij hebben gezegd dat wij dat wilden beperken,
zodat het beeld wat rustiger zou worden. Dat is de concessie die is gedaan. Wij kunnen altijd iets
vragen, maar ik weet dat het voor het casino heel belangrijk is om zich op deze wijze te uiten. Zo is het gebouw ook vormgegeven. Wij kunnen dus altijd een vraag stellen, maar ik denk het antwoord daarop al een beetje te weten.
Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Schipper.
Ik wil de wethouder vragen om de vraag aan het casino met volle overtuiging te stellen. Ik hoor in
zijn antwoord dat hij weliswaar de vraag zal stellen, maar dat hij het antwoord al kent. Ik zou daar wat meer pit in willen zien.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik wil natuurlijk elke vraag met overtuiging
stellen, maar ik wil erop wijzen dat de raad in 2018 het bestemmingsplan heeft vastgesteld waarin
dit allemaal onderwerp van het plan was. De volledige raad heeft dat besluit genomen, met als doel dat aan de rand van de stad een gebouw zou komen dat licht uitstraalde waarmee een stedelijke uitstraling werd gecreëerd. Om dat, nu het gebouw klaar is, te veranderen, lijkt me lastig.
Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bedankt voor de beantwoording. Ik sluit mij aan bij het
type vraag van de heer Schipper en mevrouw Heijne. Ik zou willen dat de wethouder bereid is om al het mogelijke te doen om er toch nog iets aan te veranderen. In theorie leek alles goed te zijn. De wethouder houdt zich daaraan vast. In de praktijk is er echter niet veel sprake van rust. Ik doe nogmaals de dringende oproep om er iets aan te doen.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heb ik drie keer de vraag gekregen
- van de heer Schipper, van mevrouw Heijne en van mevrouw Snippe - om Holland Casino deze vraag te stellen. Ik heb drie keer het antwoord "ja" gegeven. Ik zal dat ook nu doen.
6. Vragen van mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Bakker (D66), de heer Vonk
(GroenLinks), de heer Gilissen (VVD), mevrouw Assen (PvdA) inzake Hype die HPV-vaccinatie. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! U hebt mij het gras een beetje voor
de voeten weggemaaid. Afgelopen maandag kwam het heugelijke nieuws naar buiten dat nu zowel meisjes als jongens de vaccinatie tegen HPV kunnen krijgen via het Rijksvaccinatieprogramma.
Bovendien is de vaccinatieleeftijd verlaagd van 13 naar 10 jaar. De HPV-vaccinatie beschermt voor
95% tegen langdurige HPV-infecties die kanker veroorzaken. Naast het feit dat de leeftijdsgrens is verlaagd en er nu ook jongens voor vaccinatie in aanmerking komen, biedt het RIVM jongens en
meisjes tot 18 jaar die de vaccinatie nog niet hebben gehad de gelegenheid om die in 2022 en 2023
7
Vragenuur van 3 februari 2022 alsnog te halen. Ook komt het RIVM met een inhaalcampagne om jongeren die in het verleden de boot hebben gemist alsnog te stimuleren om de HPV-vaccinatie te halen. Voor jongvolwassenen
ouder dan 26 jaar worden de kosten voor deze vaccinatie bij de jongvolwassenen zelf in rekening gebracht. En dat terwijl er nog een groep jongvolwassenen is die destijds door desinformatie en
onvoldoende draagvlak de HPV-vaccinatie niet heeft gehaald. Hierdoor moeten zij zelf de kosten van € 350 betalen. 1.
2. 3.
Daarom stellen de fracties van Student & Starter, D66, GL, VVD en PvdA de volgende vragen.
Is de wethouder bereid om samen met partners in de stad, bijvoorbeeld via de vaccinatie-
alliantie, actief in te zetten op communicatie en andere manieren om deze HPV-vaccinatie onder de aandacht te brengen?
Welke middelen en manieren worden ingezet om die doelgroepen te bereiken die normaliter lastiger te bereiken zijn?
Is het college bereid om richting het Rijk te lobbyen om ook de HPV-vaccinatie voor jongvolwassenen boven de 26 jaar in het rijksvaccinatieprogramma op te nemen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de goede vragen. Wat gaan wij doen
om op deze extra vaccinatie de aandacht te vestigen?
Het antwoord op vraag 1. Ik moet eerlijk zeggen dat dit wel een beetje balanceren wordt
omdat veel partners, de GGD is de bekendste, nog echt heel druk bezig zijn met de
coronavaccinaties. Dat neemt niet weg dat wij kans zien om nu ook in de communicatie veel ruimte te maken voor de HPV-vaccinatie. De website van de gemeente wordt heel goed bezocht door
ouders, jeugd en gezinnen in Utrecht, net als de sociale media waarvan wij via de JGZ gebruikmaken, zoals Instagram, YouTube en SnapChat. Wij hebben echt een goed bereik. Wat daarbij helpt, is dat door het Rijk is besloten om de vaccinatie te vervroegen, namelijk van groep 7 naar groep 5. Dat geeft een veel logischer moment voor contact met ouders omdat die dan veel dichter bij het rijksvaccinatieprogramma zijn.
Het antwoord op vraag 2. Het meest effectieve middel om doelgroepen te bereiken en om die
te vaccineren, wordt gevormd door kleinschalige locaties. Die zijn echter, omdat wij nog bezig zijn
met de coronaoperatie, ingewikkeld te organiseren. Wij zetten ons in voor drie locaties. Wij zullen in ieder geval ook in Overvecht een locatie inrichten. Wij hebben geleerd dat het loont om daar een
locatie te hebben door er sleutelfiguren bij te betrekken. Wij zullen dat opnieuw doen, ook voor de HPV-vaccinatie.
Het antwoord op vraag 3. De lobby voor 26-jarigen. Mijn ervaring met dit soort lobby's is dat
het ministerie goed naar de Gezondheidsraad luistert. De Gezondheidsraad heeft over de effectiviteit bij mensen van boven de 26 jaar eigenlijk nog geen uitspraak gedaan. Hoe moeten wij "geen uitspraak" interpreteren? Is het beleid dan qua gezondheidswinst niet effectief, of heeft de
Gezondheidsraad er niets over gezegd? Wij zullen VWS vragen of de Gezondheidsraad daarover iets wil zeggen, want zodra die iets positiefs zegt, gaat het de goede kant op. Als de Gezondheidsraad zegt dat iets niet effectief is, heeft een lobby weinig zin. Wij bekijken of wij VWS ertoe kunnen bewegen om de gezondheidsraad te bevragen.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ik meen op de achtergrond te horen dat wethouder
Eerenberg veel SMS'jes krijgt. Van harte gefeliciteerd met zijn uitverkiezing tot de beste jonge bestuurder in Nederland, natuurlijk ook namens de VVD-fractie.
De wethouder geeft een zeer concrete opsomming van acties die worden ingezet. Ik mis er
echter één, de scholen. Ik vraag mij af of het college bereid is om ook dit punt via de Utrechtse
8
Vragenuur van 3 februari 2022 onderwijsagenda met scholen te bespreken, zodat wij echt alles doen om de ontvangst, de
betrokkenheid en het motiveren van mensen om de HPV-prik te halen via het onderwijs en laagdrempeligheid tot stand kunnen brengen.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Daar ben ik zeker toe bereid. Ik zet daar wel een
kleine kanttekening bij. Wij hebben met het onderwijs het gesprek over de coronavaccinatie vaak
gevoerd. Er wordt in het onderwijs verschillend gedacht over hoever men moet gaan met het geven van informatie over het vaccineren. Niettemin vind ik dat wij die inzet moeten volhouden. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Ook wij feliciteren de heer Eerenberg.
Op de envelop staat "bescherming tegen het HPV-virus voor jongens en voor meisjes". Zouden
wij daar niet "voor alle kinderen" van kunnen maken? Dat scheelt inkt en is veel inclusiever.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat is een goede suggestie van de GroenLinks-
fractie. Ik vrees dat de enveloppen van het RIVM zijn. Ik heb daar betrekkelijk weinig invloed op,
maar wij spreken regelmatig met het RIVM. Ik zal het voorstel van de heer Vonk met één van mijn reguliere contacten bij het RIVM bespreken.
Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Allereerst feliciteren wij wethouder
Eerenberg. Zijn onderscheiding is dik verdiend.
Kunnen wij geen buurtvaders en wijkmoeders inzetten om de groepen te bereiken die normaal
gesproken moeilijk bereikbaar zijn?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik heb daarover al iets gezegd. Ik zou dat heel
graag willen. Ik denk dat het goed is. Het is een heel effectief middel. Als wij deze vraag aan
buurtmoeders, buurtvaders en sleutelpersonen stellen, dan zeggen ze dat ze nog druk met corona bezig zijn. Misschien ontstaat er meer ruimte om ook over andere onderwerpen te spreken. Ik gun ons van harte dat die ruimte er komt. Wij zijn daar hard aan toe.
6. Vragen van mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Vonk (GroenLinks), mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD) en de heer Bakker (D66) inzake Ruimte voor huisartsenpraktijken.
Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Afgelopen week vernamen wij dat uit
onderzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) blijkt dat ruim driekwart van de
huisartsenpraktijken kampt met huisvestingsproblemen. Uit een peiling van de LHV komt naar voren dat 77% van de 1.800 huisartsen die zijn bevraagd problemen hebben met het uitbreiden van hun praktijk of met het vinden van een nieuwe ruimte. 43% zegt geen nieuwe patiënten te kunnen
aannemen en 40% kan geen extra personeel inhuren of opleiden. Daarnaast ervaren huisartsen dat
ze van het kastje naar de muur worden gestuurd als ze bij de gemeente aankloppen voor hulp bij het vinden van een geschikte ruimte.
Met de druk die al op de zorg is, blijven huisartsenpraktijken hierdoor noodgedwongen in een
te krap jasje zitten, met als gevolg dat er patiëntenstops moeten worden ingevoerd en praktijken uit de wijk vertrekken. Hierdoor wordt ook de drempel om naar een huisarts toe te gaan vele malen
hoger. De fracties van Student & Starter, GroenLinks, PvdA, VVD en D66 vinden dit geen wenselijke
ontwikkeling. Zorg moet immers dichtbij en toegankelijk zijn en de werkdruk voor zorgprofessionals moet lager worden. Daarom stellen de fracties van Student & Starter, GL, PvdA, VVD en D66 de
9
Vragenuur van 3 februari 2022 volgende vragen. 1. 2. 3. 4. 5.
Hoe is de situatie in Utrecht? Is in het beeld dat LHV schetst Utrecht herkenbaar?
In welke wijken doet het probleem zich voor dat huisartsen ruimtegebrek ervaren en uit de wijk vertrekken?
Op welke wijze kan het college huisartsenpraktijken steunen in hun zoektocht naar het vinden van een geschikte praktijkruimte?
Op welke wijze wordt bij nieuwbouw- en renovatieplannen rekening gehouden met betaalbare ruimten voor huisartsen?
Is het college bereid om in te gaan op de aanbevelingen van het LHV en om een loket in te stellen ten behoeve van huisvesting voor huisartsenpraktijken?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De vragen zijn relevant,
zeker in een groeiende stad. Wij voeren hierover gesprekken met de huisartsenkoepel. Die heeft zelf onderzoek gedaan. Ze zegt dat de situatie in Utrecht gelukkig rooskleuriger is. Dat is het woord dat de huisartsenkoepel gebruikt, maar er zijn ook leden die zeggen dat het ingewikkelder wordt. Wij
hebben daarover van Huisartsen Utrecht Stad (HUS) een conceptrapport ontvangen. Wij hebben met HUS afgesproken dat wij moeten samenwerken om het rapport concreter te maken omdat ook wij graag willen weten waar het knelt, want dat kan ik op dit moment nog niet zeggen. Er is wel werk
aan de winkel. De gemeente zal een team inrichten dat specifiek aan de slag gaat met zoeken naar het antwoord op de vraag hoe wij ervoor kunnen zorgen dat er in alle wijken van de stad
laagdrempelige toegang tot de zorg is. Het team zal dat doen op basis van de twee jaar geleden
vastgestelde visie op de zorg in de stad. De gemeente wil ervoor zorgen dat Utrecht een leefbare stad is en wil werken met wijkprofielen. Daaruit zal moeten blijken of er per wijk een tekort is of niet.
Hoe zullen wij dat doen? Bij nieuwbouwprojecten rekenen wij vierkante meters toe aan
zorgcentra, bijvoorbeeld in de Merwedekanaalzone. Het is daarna aan de markt - daar kunnen wij nog een hele boom over opzetten - om de vierkante meters te gebruiken, maar dan zijn ze er in ieder geval wel.
Als er sprake is van de bestaande stad en wij tot de conclusie komen dat er een tekort is, dan
hebben wij twee instrumenten: het makelpunt om te zien of ons eigen vastgoed of het vastgoed van derden voor een gezondheidscentrum kan worden benut. Dat zal vaak om medegebruik gaan. Wij moeten een gesprek met huisartsen voeren over hoe wij dat doen. Wij kunnen ook het
bestemmingsplaninstrumentarium inzetten om in een wijk meer maatschappelijke functies mogelijk te maken. Dat is de aanpak die ons voor ogen staat. Het is goed om te weten dat dit formeel gezien
geen gemeentelijke taak is, zoals bijvoorbeeld bij het onderwijs wél het geval is. De gemeente moet de huisvesting van het onderwijs organiseren.
Wij willen absoluut de zorg faciliteren. Wij willen partijen die verbinding brengen en wij willen
bij nieuwbouwprojecten de vierkante meters organiseren, maar uiteindelijk is het zo dat de vierkante meters moeten worden gebruikt door de huisartsen zelf.
Zodra wij met de HUS het rapport hebben verfijnd en weten hoe de aanpak met de
wijkprofielen precies zal lopen, zullen wij de raad daar een brief over sturen. Ik verwacht dat dit in
het derde kwartaal van dit jaar kan. Maar ik denk dat wij er ook nog over zullen spreken, omdat wij ongetwijfeld dilemma's zullen tegenkomen die bekend zijn. In een groeiende stad zijn vierkante
meters schaars. Een huisarts is zeer nodig, maar een vierkante meter kan maar één keer worden uitgegeven, dus hoe doen wij dat dan? Dat is de vraag.
10
Vragenuur van 3 februari 2022 De VOORZITTER: Dames en heren! Ook de spreektijd van wethouder Eerenberg is schaars. Hij
heeft er een compleet, maar iets te lang verhaal van gemaakt. Echter, gezien de felicitaties eerder, denk ik dat iedereen met mildheid naar de wethouder luistert.
Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! De wethouder vertelde een compleet
verhaal. Het is fijn dat er een brief zal komen. Het is goed dat wij hierover het gesprek zullen voeren. Dat gesprek krijgt zeker een vervolg.
7. Vragen van mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), de heer Sungur, (DENK) en mevrouw Assen (PvdA) inzake MBO-verkiezingsfestival ook in Utrecht!
Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Op 14, 15 en 16 maart 2022 mag iedereen
van 18 jaar en ouder naar de stembus gaan om te stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Echter, veel jongeren maken geen gebruik van hun stemrecht. Om dit te veranderen, zet de Nationale Jeugdraad (NJR) zich in. Samen met ProDemos organiseren deze jonge gamechangers - verspreid over het land - een verkiezingsfestival. Tijdens dit verkiezingsfestival gaat een grote groep studenten aan de slag met thema’s over de gemeenteraadsverkiezingen. Door middel van
workshops, gesprekken met lokale raadsleden en andere interactieve activiteiten informeren en
inspireren zij jongeren over onze democratie en onze rechtsstaat. Op deze manier zien jongeren dat politiek helemaal niet zo ingewikkeld is, maar wél heel belangrijk. Stemmen is de eerste stap naar een échte representatie in de politiek.
Dat brengt de fracties op de volgende vragen.
1.
Utrecht heeft maar liefst 17.000 mbo-studenten. Utrechtse mbo-onderwijsinstellingen zijn niet
2.
Welke soortgelijke activiteiten in dit kader organiseren Utrechtse mbo onderwijsinstellingen zelf
3.
aangemeld om aan de verkiezingen deel te nemen. Wat is daar de reden van? voor mbo-studenten?
Is het college het met ons eens dat participatie van jongeren ook bij lokale verkiezingen erg belangrijk is? Op welke manier kan het college daar samen met de Utrechtse
onderwijsinstellingen aan bijdragen? Welke kansen zijn er zodat ook Utrechtse mbo-jongeren in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen activiteiten te doen hebben? Het doel is om mbostudenten te informeren over de verkiezingen en om ze te motiveren om te gaan stemmen.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Navraag op vier Utrechtse mbo's en ProDemos
heeft opgeleverd dat er slechts plek is voor tien mbo-instellingen, maar dat er flink veel meer
aanmeldingen waren van mbo's die aan dit leuke initiatief wilden meedoen. ProDemos heeft moeten loten. Het Grafisch Lyceum had zich aangemeld, maar is helaas uitgeloot. Ze wilden graag meedoen omdat ze vorige keer, bij de landelijke verkiezingen, wél mee konden doen.
De meeste mbo-instellingen in Utrecht maken gebruik van het aanbod van ProDemos inzake
de verkiezingen en passen dat toe in de lessen over burgerschap.
Alle mbo-instellingen onderschrijven het belang van de gemeenteraadsverkiezingen en
hebben er allemaal volop aandacht voor. Ik kan daar voorbeelden van noemen, maar ik moet mij qua spreektijd beperken.
Wij zijn het met mevrouw Deldjou Fard eens dat de participatie van jongeren bij lokale
verkiezingen ontzettend belangrijk is. Wij besteden daar veel aandacht aan. Ook de mbo's doen dat. Wij werken daarbij mogelijk samen. Bij MBO Utrecht loopt een project waarbij studenten zich
inzetten voor het verkiezingsproces in de Jaarbeurs. Bij de landelijke verkiezingen vorig jaar was dat
11
Vragenuur van 3 februari 2022 heel succesvol. Er worden bij sommige mbo's stembureaus ingericht, bijvoorbeeld bij MBO Utrecht en het ROC Midden-Nederland. Het Grafisch Lyceum is dat aan het onderzoeken. Daarnaast bekijken wij of wij initiatieven kunnen steunen, bijvoorbeeld in het kader van het plaatsen van stemhokjes en rode potloden voor fictieve verkiezingen. De gemeente stuurt de Utrechtse jongeren die voor de
eerste keer mogen stemmen een kaartje met een oproep om te gaan stemmen. Op het kaartje staat ook een link naar een filmpje waarin jongeren worden geïnformeerd over hoe men kan stemmen.
Wij vinden het initiatief hartstikke leuk. Wij vinden het jammer dat niet één van de Utrechtse
instellingen is ingeloot om hieraan mee te mogen doen.
Mevrouw DELDJOU FARD (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder hartelijk voor de
beantwoording. Het is superjammer dat het Grafisch Lyceum niet is ingeloot. Het stelt ons echter
gerust dat er voor de Utrechtse Mbo's veel gaande is. Het is fijn dat de gemeente zich daarvoor hard maakt.
8. Vragen van de heer Schipper (SP) inzake Weigeren inwoning door Mitros. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Recent werd de SP-fractie benaderd door een bewoonster
van een vierkamerwoning (3 slaapkamers) die, naast iemand die al met toestemming van Mitros bij
haar inwoont, nog een tweede persoon onderdak wilde bieden via inwoning en/of het onderverhuren van een kamer, maar dat verzoek geweigerd zag. Navraag bij de gemeente leverde op dat dit in de stad staand beleid is. Van de zijde van Mitros kwamen daar als argumenten bij: de zorg voor overbewoning en een eventueel verdienmodel voor de huurder.
Dat laatste is zeker niet aan de orde en het argument overbewoning bevreemdt ons als wij de
recente opnieuw vastgestelde bezettingsnormen in de huisvestingsverordening bekijken. 1.
Klopt het dat het staand beleid is dat, naast de hoofdhuurder, slechts aan één iemand extra
2.
Kan het college aangeven hoe zich dit verhoudt tot de bezettingsnormen in de Huisvestings-
3.
4.
inwoning mag worden verschaft? Zo ja, waarom is dat?
verordening en tot de nijpende woningnood in de stad?
Kan het college uitleggen wat het verschil is tussen een gezin met twee kinderen in een
vierkamerwoning en de hierboven beschreven situatie? Waarom zou het ene wel mogen en het andere niet, vanwege "overbewoning"?
Ziet het college in deze casus aanleiding om het beleid ter heroverwegen, dan wel om in overleg met de corporaties tot aanpassingen te komen?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In deze situatie is er sprake van hospitaverhuur,
want de hoofdbewoner woont zelf op het adres. Een belangrijke voorwaarde is dat de verhuurder van de woning - dat is in dit geval de woningcorporatie - daarvoor altijd toestemming moet geven. De corporatie kan ook zeggen dat ze toestemming geeft aan maximaal één huishouden, wat hier kennelijk het geval is.
Lokaal beleid ervoor hebben wij niet. Dit komt dus niet van de gemeente af. Er is wel
landelijke regelgeving. Daarin staat dat een kamer maximaal aan één huishouden mag worden verhuurd, dat er een huurcontract moet zijn en dat moet worden voldaan aan de eisen van brandveiligheid.
Het antwoord op vraag 2. De bezettingsnorm uit de huisvestingverordening is hier niet van
toepassing, want die geldt alleen op het moment van het toewijzen van de woning aan de
hoofdhuurder. Corporaties maken bij dit soort verzoeken een eigenstandige afweging. In dit geval
12
Vragenuur van 3 februari 2022 wordt aan één huishouden extra woonruimte geboden wat gezien de woningnood in de stad welkom is. Corporaties houden bij deze afweging onder meer rekening met het aantal kamers en met de grootte daarvan.
Het antwoord op vraag 3. Een huis met een gezin met twee kinderen is iets anders dan een
huis met drie huishoudens van individuele volwassenen, want de drie individuele volwassenen
brengen bijvoorbeeld meer bezoek met zich mee. Dan wordt parkeren een item, net als meer druk op de gedeelde voorzieningen in de woning. Wellicht is overbewoning hier een te zware term.
Het antwoord op vraag 4. Corporaties maken een eigenstandige afweging, maar het is wel zo
dat één van de vier lijnen in het kader van de TaskForce "versneld tijdelijk woonruimte toevoegen"
het bekijken is van de mogelijkheden van optimalisatie van het corporatiebezit. In bredere zin, dus even los van deze casus, zijn wij dit met de corporaties aan het bekijken. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. 9. Vragen van de heer Hajtić (DENK) inzake Koffiehuis Transwijk wacht op antwoord. De heer HAJTIĆ (DENK): Voorzitter! Inmiddels zijn 2 x 6 weken - dat is 3 maanden -
verstreken sinds de Raad van State het besluit op bezwaar rondom de sluiting en intrekking van de vergunning van het Turkse koffiehuis Transwijk vernietigde. De gemeente had binnen 6 weken een
nieuw besluit moeten nemen. De gemeente is op 16 december jl. in gebreke gesteld. Er zijn nu weer 6 weken verstreken en de hoorzitting moet nog plaatsvinden. Wij hebben de volgende vragen over het uitblijven van een nieuw besluit op bezwaar. 1.
Welk signaal geeft de gemeente af als in dezelfde casus keer op keer de wettelijke termijnen
2.
Wanneer zal de burgemeester met een nieuw besluit op bezwaar komen?
door gemeente niet worden nageleefd?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. In tegenstelling tot
wat u veronderstelt, heeft de Raad van State in de uitspraak die recent is gedaan de gemeente niet opgedragen om binnen een bepaalde termijn een nieuwe beslissing te nemen. Dit doet natuurlijk
niets af aan het feit dat wij wel alle inspanningen hebben gericht op het zo snel mogelijk nemen van een nieuw besluit, maar ik heb ook in uitgebreide schriftelijke beantwoording van raadsbreed
gestelde vragen uitgelegd dat dit wel een hele ingewikkelde casus is, die niet alleen voor deze casus consequenties heeft, maar natuurlijk ook breder. Wij hebben daarom ook tijd nodig gehad om de
uitspraak van de Raad van State te duiden. In de raadsbrief die ik net noemde en die u op 21 januari jl. samen met de antwoorden hebt ontvangen, hebben wij dit allemaal uitgebreid toegelicht. Men mag van mij verwachten dat ik deze individuele casus natuurlijk met dezelfde nauwkeurigheid,
rechtmatigheid en zorgvuldigheid oppak als iedere andere casus in de stad. Overigens is inmiddels met de betrokken exploitant contact opgenomen en is hij uitgenodigd voor een hoorzitting deze maand.
Het antwoord op vraag 2. Het streven is om zo snel mogelijk na de hoorzitting, maar uiterlijk
binnen vier weken daarna, een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Dat is uiteraard mede afhankelijk van wat er tijdens de hoorzitting naar voren wordt gebracht.
De VOORZITTER: Dames en heren! Zijn er nog aanvullende vragen? Ik constateer dat dit niet
het geval is.
Wij ronden bij dezen het vragenuur af. Ik wens u allemaal nog een prettige avond.
13
Vragenuur van 3 februari 2022
14
De voorzitter sluit daarop, te 18.00 uur, het vragenuur.
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 3 februari 2022.
Vragen van mevrouw Snippe (PvdD), de heer Schipper (SP) en mevrouw Heijne (GroenLinks) inzake Lichtvervuiling Holland Casino. Wethouder Verschuure zal met Holland Casino gaan praten
•
over de mogelijkheden om iets te doen aan de lichtoverlast en zal de raad daar uiterlijk in Q2 2022 over informeren.
Vragen van mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Bakker (D66), de heer Vonk
(GroenLinks), de heer Gilissen (VVD), mevrouw Assen (PvdA) inzake Hype die HPV-vaccinatie. Wethouder Eerenberg zal met de Utrechtse scholen spreken
•
over de mogelijkheden om aandacht te vragen voor de HPV-prik en zal de raad daar uiterlijk in Q2 2022 over informeren
Vragenuur van 3 februari 2022
15
zal in zijn reguliere contacten met het
•
RIVM de suggestie doen om op de envelop van het RIVM de tekst "bescherming tegen het HPV-virus voor jongens en voor meisjes" te vervangen door "bescherming tegen het HPVvirus voor alle kinderen" en zal de raad daar uiterlijk in Q2 2022 over informeren.
zal het ministerie van VWS vragen de
•
Gezondheidsraad te bewegen om iets te zeggen over de HPV-vaccinatie voor jongvolwassenen boven 26 jaar en zal de raad daar uiterlijk in Q2 2022 over informeren.
Vragen van mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Vonk (GroenLinks), mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD) en de heer Bakker (D66) inzake Ruimte voor huisartsenpraktijken. Wethouder Eerenberg
• zal in samenwerking met de Huisartsen Utrecht Stad het rapport van de Landelijke Huisartsen Vereniging verfijnen en de raad in Q2 2022 een brief sturen over de resultaten daarvan.
{{Signer1}}
{{Signer2}}