20211216 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 16 december 2021
Vragenuur, gehouden op donderdag 16 december 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Sturkenboom. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, De Boer, Van Dalen, Van Heuven, Raaijmakers, De
Pagter, Saiah, Van Steeg, Wijmenga en Van der Zweth.
Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Bosse en Penders. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,
Eerenberg, Van Hooijdonk, Klein en Voortman. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Het is al donker. Dit is het vragenuur van 16 december
2021. Het is het laatste vragenuur van het jaar 2021. Er zijn tien vragen ingekomen. Het is aan mij om ze allemaal af te werken. Mocht dat niet lukken, dan worden de nog niet beantwoorde vragen schriftelijk beantwoord.
1. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA) inzake de enorme stijging van de gasrekening van studentenwoningen.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De PvdA-fractie ontvangt berichten van bewoners
van SSH-panden over een enorme stijging van het voorschot op de gasrekening. In sommige
gevallen wordt het voorschot zelfs letterlijk verdubbeld en wordt die maar liefst € 90 per maand
extra, dat is ruim 10% van de totale woonlasten. Dat zijn bedragen die niet in verhouding staan tot
prijzen van sociale huurwoningen. Het zijn bedragen die voor veel studenten niet zijn op te brengen. BoKS, de huurdersvereniging, krijgt afgelopen dagen ook veel berichten van extreme
prijsstijgingen. Dit betreft o.a. panden in de Biltstraat, de Enny Vredelaan en de Ina Boudier-
Bakkerlaan. Een grote ergernis hierbij voor veel studenten is dat zij graag willen verduurzamen, maar dat laat op zich wachten. Ook hebben zij sowieso geen inzicht in het individuele verbruik, ook niet van zelfstandige eenheden. Zelf duurzamer leven kan studenten dus niet helpen.
Vragenuur van 16 december 2021 Alles bij elkaar kan dit veel studenten financieel in problemen brengen. De PvdA-fractie stelt
hierover de volgende vragen. 1.
Herkent de wethouder dit beeld en is hij het ermee eens dat deze prijsstijgingen niet in
2.
Is de wethouder bereid om met SSH het gesprek aan te gaan om te bekijken hoe voor deze
3.
verhouding staan tot de huurprijs die veel huurders moeten betalen? problemen op korte termijn een oplossing kan worden gevonden?
Kan de wethouder er bij SSH op aandringen dat huurders inzicht moeten krijgen in het verbruik? Kan die conform inzicht in rekening worden gebracht, zodat huurders of huishoudens zelf op hun verbruik invloed kunnen hebben?
Het lijkt onzeker of studenten aanspraak kunnen maken op (landelijke)
compensatiemaatregelen. Deze regelingen lijken te worden opgezet voor zelfstandige wooneenheden of voor minima, waar studenten buiten vallen. 4.
Herkent het college deze problematiek? Welke mogelijkheden ziet het college om onzelfstandige wooneenheden te compenseren voor de te hoge energielasten?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. De heer Van der Zweth
stelt een belangrijk punt aan de orde. Dit punt baart het college zorgen. Ik moet de heer Van der Zweth wél corrigeren. Het gaat niet om de gasrekening, maar om de rekening van de
stadsverwarming. In het geval van de gasrekening gaat het om gas dat SSH via Greenchoice inkoopt. De prijs daarvan staat - gelukkig voor de betrokkenen - voor de komende jaren vast. Er is ook op het Utrecht Science Park stadsverwarming verkrijgbaar, maar dan via de Universiteit Utrecht. Daar wordt in 2022 een lichte stijging van de gasprijs verwacht. De problemen doen zich bij de
stadsverwarming voor via Eneco. Daar wordt in 2022 een stijging van de energiekosten verwacht van maar liefst een factor 2.
Het antwoord op vraag 2. SSH en BoKS, de huurdervereniging, zullen volgende week over deze
problematiek spreken. Daaraan voorafgaand zullen wij beide organisaties van onze zorgen op de hoogte brengen.
Duurzaamheid is in het kader van de prestatieafspraken recent nadrukkelijk het onderwerp
van gesprek geweest, zowel met SSH als met BoKS. Aan het einde van het jaar wordt door SSH een onderzoek afgerond naar de verduurzaming van haar bestaande bezit. Aan de hand van de uitkomsten stelt SSH in 2022 een programma op voor het verduurzamen van haar panden.
Het antwoord op vraag 3. Van oudsher beschikt het bezit van SSH nauwelijks over individuele
meetapparatuur. Men veronderstelde dat dit de meest voordelige manier van werken was. Zonder
individuele meetapparatuur behoeven immers geen vastrecht en geen administratiekosten te worden betaald. Die kosten waren in verhouding tot de totale verwarmingskosten van de kleine eenheden
betrekkelijk hoog. Daar staat vanzelfsprekend tegenover dat meer inzicht in het individuele gebruik ook kan leiden tot lager gebruik, want dat stimuleert de zuinigheid. De kosten wogen in de optiek van SSH tot nog toe niet op tegen de vastrechtkosten en de kosten van de administratie. Dat het vraagstuk van kostenefficiency speelt, blijkt ook uit landelijk onderzoek.
Voor individuele bewoners kan dit nadelig uitpakken. Er bestaat een theorie over collectief
omslaan dat meer recht doet aan afzonderlijke positionering van studenteneenheden, bijvoorbeeld met betrekking tot de bezonning. De ene woning kent gunstiger omstandigheden dan de andere,
maar omdat energiekosten thans dermate snel stijgen, bekijkt SSH of de zienswijze ten aanzien van
individuele metingen moet worden herzien. Dit punt wordt volgende week met BoKS besproken. SSH zegt open te staan voor gesprekken met studentenhuizen die vragen om individuele metingen.
2
Vragenuur van 16 december 2021 Het antwoord op vraag 4. Het college herkent dit punt. Het Rijk heeft twee regelingen in het
leven geroepen. Eén daarvan is de landelijke compensatieregeling. Die wordt berekend per WOZ-
object. De hoogte is afhankelijk van het aantal bewoners achter de collectieve meter. Soms moet die
door SSH apart worden aangevraagd. Als blijkt dat de aanvragen voor compensatie financieel gunstig zijn, dan wordt dit in de eindafrekening van de servicekosten verrekend over het kalenderjaar 2022. Er is door het Rijk extra compensatie aangekondigd die is gericht op de minima, dus op
mensen met een bijstandsuitkering, werkenden met een laag loon en AOW'ers zonder aanvullend
pensioen. Dat zijn de doelgroepen van het armoedebeleid. Daartoe werkt het kabinet, samen met de
VNG en Divosa, aan verdere uitvoering. De gemeente is daarop vooruitlopend aan het nadenken over de vraag hoe dat zal uitpakken en hoe wij de doelgroepen kunnen definiëren. Studenten zijn tot nog toe geen doelgroep voor de armoederegelingen. Wij zullen de situatie van andere bewoners van onzelfstandige woonruimte - niet zijnde studenten - nader bekijken.
De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Dit is een goede vraag van de heer Van der
Zweth. Het is fijn dat het college er uitgebreid op antwoordt. Individuele bemetering is een wens die
ook mijn fractie al langer uit. Dat staat ook in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie, helaas tot nog toe zonder succes. Ik zie mogelijkheden voor een doorbraak. Het zou mijn wens zijn - ook
inzake het beleid van de wethouder - dat SSH hier kansen ziet en er prestatieafspraken over worden gemaakt. Het is in het belang van de huurder om inzicht te krijgen in het eigen energiegebruik en om daarnaar te handelen.
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dit is een goed punt van de heer Wijmenga. Wij
zullen dat zeker doen, maar de prestatieafspraken voor het komende jaar zijn al afgerond. Dat wil
niet zeggen dat wij daar helemaal van afhankelijk zijn. Wij hebben hierover nauw contact met SSH en BoKS. Wij bekijken dit soort oplossingen gezamenlijk.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Het gaat nu om de
kosten van de verwarming. Het antwoord van de wethouder is helder. Wij moeten veel nog aanzien. Ik vind dat individuele beweging bij deze tijd hoort. Kan de wethouder hierop op niet al te lange
termijn terugkomen als het gesprek is geweest? Wat zullen wij doen met individuele meteropnamen
en om te compenseren? Er is sprake van een gigantische stijging van huurlasten. Hoe ziet het vervolg eruit? Hoe denkt het college erover?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij zullen er zeker op terugkomen. Ik heb dat
impliciet al een beetje gezegd. Volgende week is het overleg aan de orde. Wij krijgen de uitkomsten daarvan te zien. Ik kom snel terug op de uitkomsten ervan.
2. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD), de heer Wijmenga (ChristenUnie), mevrouw Van Mil
(Student & Starter), mevrouw De Boer (GroenLinks), mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66), de heer Bosse (PvdA) en mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Bomen, terras, parkeerplaats of toch liever bomen?
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! In mei van dit jaar zijn bij de horecaonderneming
Tiger Mama aan de Voorstraat twee bomen gekapt op een terrein waar ook struiken en fietsrekken zijn. Het betrof een noodkap zonder vergunning. Bij de uitvoering van graafwerkzaamheden zijn
mogelijk overtredingen begaan. Bij het beantwoorden van de mondelinge vragen van 20 mei 2021
3
Vragenuur van 16 december 2021 zegde het college in juni 2021 toe meer duidelijkheid te geven over de verplichte herplant conform de APV. De fracties menen deze informatie niet te hebben ontvangen. Ondertussen is op de grond, waar de gemeente een terrasvergunning voor verleende, een parkeerplaats aangelegd. De fracties van PvdD, ChristenUnie, Student & Starter, GroenLinks, D66, PvdA en CDA hebben hierover de volgende vagen. 1.
Wat is de uitkomst van het onderzoek naar mogelijke overtredingen inzake de noodkap in mei jl.
2.
In hoeverre past de aanleg van een parkeerplaats binnen de over dit stuk grond gemaakte
3. 4.
en op welke wijze is de raad hierover conform de gedane toezegging geïnformeerd? afspraken?
Is het college bereid om (handhavend) op te treden en om de aanleg van de parkeerplaats terug te draaien? Zo nee, waarom niet?
Wanneer en hoe zijn de twee gekapte bomen gecompenseerd? Wat is de uitkomst van het
onderzoek dat in mei is toegezegd naar de opgelegde herplant op de locatie waar tot mei jl. nog bomen stonden?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! De heer Van Heuven en anderen stellen een heel
naar incident aan de orde. In het vragenuur is daarover al vaker gesproken.
De eerste afgestorven boom is met spoed gekapt. De omgeving is geïnformeerd via een
wijkbericht. De boom wordt deze winter op de Van Asch Van Wijckskade gecompenseerd.
Over de tweede boom hebben wij proces-verbaal opgemaakt. Uiteindelijk is bij het OM geen
aangifte gedaan. De reden daarvan is onvoldoende bewijslast. De activiteit waardoor de boom is
beschadigd, is niet direct door onszelf waargenomen. Er is derhalve geen sprake van heterdaad. Er zijn geen getuigenverklaringen afgelegd. Eerdere ervaringen hebben ons geleerd dat het OM in dergelijke gevallen niet tot vervolging overgaat.
De aannemer heeft overigens toegegeven dat hij de boom heeft beschadigd, maar ook dat is
voor het OM dan onvoldoende bewijslast.
Over deze kwestie heeft de raad in mei jl. een brief ontvangen. Wij hebben op deze brief
gereageerd. Op 2 augustus jl. heeft de raad een afschrift van onze reactie op de brief ontvangen. Daar was ook het wijkbericht bij. Met het sturen van dat afschrift hebben wij gemeend de raad voldoende te hebben geïnformeerd.
Het antwoord op vraag 2. De aanleg van een parkeerplaats past in geen enkele afspraak die
wij met de exploitant hebben. Zowel de erfpachtovereenkomst als de verleende
omgevingsvergunning en de verleende horecavergunning zien op de aanleg en de exploitatie van een terras.
Het antwoord op vraag 3. Niet beoogd is een nieuw parkeerterrein, hoewel de situatie oogt als
een parkeerplaats. Kennelijk vinden sommige automobilisten dat ook. Het staat vast dat de plek niet als parkeerplaats is bedoeld. Wij willen het parkeren zo snel mogelijk fysiek onmogelijk maken.
Volgende week wordt iets gedaan waardoor er daadwerkelijk niet langer kan worden geparkeerd.
Het antwoord op vraag 4. Met de exploitant is afgesproken de tweede boom op het terras te
compenseren met een boom die nog kan groeien. De exploitant is voornemens om op het terras extra groen aan te brengen. Mogelijk zet hij ook een tweede boom neer.
De herplant en de verdere inrichting van het terras vinden plaats zodra de bestuursrechter
uitspraak heeft gedaan. Pas op dat moment zal de grond in erfpacht aan de exploitant worden overgedragen.
4
Vragenuur van 16 december 2021 De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Volgens mij hebben de raadsleden van de eigenaar van
het pand een e-mailbericht ontvangen. Daarin staat dat de bewuste plek een terras is. Het terras ziet er heel gezellig uit. Ik verwachtte bij de vragen een foto van dat terras, maar die zat er helaas niet bij.
De eigenaar heeft volgens mij gezegd dat hij bereid is om meer groen en meer hekken te
plaatsen. Er loopt nu, ten gevolge van een actie van Binnenstad 030, een procedure tegen het terras. Ik hoor graag van de wethouder hoe het er daarmee voorstaat. Volgens ons moet de plek geen parkeerplaats, maar een gezellig terras zijn.
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Inderdaad ligt deze zaak bij de bestuursrechter.
Wij moeten de uitspraak van de bestuursrechter afwachten. Tegen de verlening van de vergunning is beroep ingesteld.
Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Als de fietsrekken op die plek verdwijnen, worden
die dan in de nabijheid of elders in de Voorstraat teruggeplaatst? Het fietsparkeren is daar immers een probleem.
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan de vraag van mevrouw De Boer niet
beantwoorden. Ik ben geïnformeerd over het groen en de bomen, maar niet over de fietsenrekken. Ik zal ervoor zorgen dat informatie over het fietsparkeren volgende week naar de raad komt.
Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb een punt van orde. Ik heb een andere vraag
over de Voorstraat. Ik kan deze vraag daarbij betrekken.
De VOORZITTER: U kent de daartoe te bewandelen wegen. Ik zou dat zeker doen. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Veel dank voor de antwoorden. Waarom moeten wij
wachten op een uitspraak van een rechter om één of twee bomen te kunnen planten? Er heerst een lokale herplantplicht. De bomen moeten terugkomen.
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Uiteraard voldoen wij aan de regels van de lokale
herplantplicht. De heer Van Heuven verwijst daar heel terecht naar. Ik heb al gezegd dat de eerste boom deze winter op de Van Asch Van Wijckskade wordt geplant.
Voor de tweede boom heb ik nog geen planning. Ik weet dat de compensatieregeling in het
kader van de herplantplicht maximaal drie jaar kan duren. Dat is een royale termijn. Wij zijn daar nog dik binnen. Ik ben het echter helemaal met de heer Van Heuven eens dat er zo snel mogelijk moet worden herplant. Wij zullen daarover met de exploitant overleggen.
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik word gevraagd of de vraag van mevrouw De Boer bij de
mondelinge vragen aan de orde kan komen. Ik zie geknik. Dank u wel.
3. Vragen van de heer Van Steeg (CDA), de heer Bakker (D66), de heer Rood (GroenLinks), de heer Van Dalen (VVD), de heer Bosse (PvdA), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) en de heer Hajtic (DENK) inzake BC Utrecht Cangeroes.
5
Vragenuur van 16 december 2021 De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Utrecht Kangoeroes is een bloeiende vereniging en is
met meer dan 500 leden één van de grootste basketbalverenigingen van Nederland. Naast de
sportzaal in Lunetten - die Cangeroes al meer dan vijf jaar in beheer heeft - maakt de club gebruik
van een zaal van David Lloyd. De vereniging dreigt de accommodatie te verliezen omdat die aan een
commerciële aanbieder is verhuurd. Over deze situatie hebben SportUtrecht en de gemeente overleg gevoerd. Dat heeft niet geleid tot een oplossing. De fracties van CDA, D66, GroenLinks, VVD, PvdA, DENK en Student & Starter zijn hierover zeer teleurgesteld. Ze stellen de volgende vragen. 1. 2. 3. 4.
Is de wethouder bekend met de situatie waarin Utrecht Cangeroes op dit moment verkeert?
Welke stappen heeft de wethouder gezet om Utrecht Cangeroes voldoende binnensportruimte te bieden? Is de locatie van David Lloyd voor een club als Cangeroes passend?
Hoe beoordeelt de wethouder het aanbod van Cangeroes om € 50.000,00 bij te dragen aan de huur? De gemeente treedt als onderhuurder op.
Deelt de wethouder onze mening dat de toekomst van basketbal in Utrecht moet worden
veiliggesteld en dat dit in het belang is van de sport en van Utrecht als geheel? Zo ja, welke
oplossing kan de wethouder vóór 1 januari a.s. bieden? Welke stappen zet hij in de richting van een structurele oplossing?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik vervang vandaag wethouder Van Ooijen. Ik
dank de heer Van Steeg voor zijn vragen.
Het antwoord op vraag 1. Wij zijn daarvan inderdaad op de hoogte.
Het antwoord op vraag 2. De Cangeroes kunnen net als andere Utrechtse sportverenigingen in
Utrecht gebruikmaken van gemeentelijke en niet-gemeentelijke sporthallen. Wij onderzoeken elke twee jaar de behoefte aan binnensportruimte in de stad. Op basis daarvan programmeren wij de
benodigde binnensportvoorzieningen. Aanvullend daarop onderzoeken wij momenteel een kengetal binnensport. Wij verwachten de raad daarover begin volgend jaar te kunnen informeren.
Het antwoord op vraag 3. Wij hebben van Cangeroes een verzoek ontvangen om mee te
werken aan het oplossen van de ontstane problemen. Daartoe voeren wij de afgelopen weken
intensief en constructief overleg. Daarbij is het onze inzet om voor de Cangeroes een oplossing te vinden op de locatie David Lloyd die ook van toegevoegde waarde is voor andere Utrechtse
binnensportverenigingen en daarnaast bijdraagt aan meer sportende kinderen en jongeren in Overvecht.
Het antwoord op vraag 4. Het is onze inzet om voor de ontstane situatie een passende
oplossing te vinden.
De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik ben heel erg benieuwd - wij weten dat er een tekort
aan zalen en velden is - wat de wethouder aan de problemen kan doen. Een zaal is niet in één keer gebouwd.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! De heer Van Dalen maakt gewag van een
terecht punt. Om die reden onderzoeken wij jaarlijks de behoefte aan binnensportruimte. Het college
zal de raad daarover begin volgend jaar informeren. De heer Van Dalen heeft gelijk: zo'n zaal staat er niet in één keer.
De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Ik dank de wethouder hartelijk voor de antwoorden.
Op 1 januari 2022 moet het rond zijn. Kan de wethouder nog iets meer zeggen over waar het
hem in zit, wat het heikele punt is of het al dan niet zal lukken. Het is nu echt spannend.
6
Vragenuur van 16 december 2021
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het heikele punt ken ik niet. Ik ben niet bij de
gesprekken daarover aanwezig geweest. Het verzoek wordt echter heel serieus genomen. Wij bekijken oplossingen. Ik kan toezeggen dat zodra het kan, wij de raad zullen informeren. Wij
bekijken dit onderwerp zeer serieus. Op de vraag over de precieze achtergrond moet ik het antwoord schuldig blijven. Wij zullen ervoor zorgen dat de raad hierover zo snel mogelijk wordt ingelicht.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik begrijp dat de wethouder invalt voor wethouder Van
Ooijen, maar deze antwoorden zijn teleurstellend, omdat 1 januari a.s. de deadline is. Wij willen
graag weten welke oplossingen worden geboden en wat de gemeente daaraan bijdraagt. Ik wil de wethouder echt vragen om de raad op zo kort mogelijke termijn schriftelijk te informeren.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat kan ik toezeggen. Ik begrijp de urgentie
hiervan heel goed. De datum van 1 januari a.s. is ons bekend. Zo gauw het kan, wordt de raad geïnformeerd.
4. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA) en mevrouw Assen (PvdA) inzake Discriminatie en vooroordelen in de zorg.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Omwille van de tijd heb ik de inleiding ingekort.
Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) heeft op 6 december jl. een verkennend
onderzoek naar discriminatie en vooroordelen in de zorg gepubliceerd. Uit dit onderzoek, waarin discriminatie op grond van afkomst, religie en huidskleur centraal staat, blijkt dat één op de vijf medewerkers in de sector zorg en welzijn discriminatie op de werkvloer ondervindt. Cliënten,
patiënten, omringende familie, bezoekers van ziekenhuizen, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en jeugd- en ouderenzorg worden gediscrimineerd. Het KIS doet een aantal aanbevelingen om de werkomgeving veiliger en fijner te maken. Wij hebben hierover de volgende vragen. 1.
2. 3.
Is het college bekend met de uitkomsten en de aanbevelingen van het verkennende onderzoek?
Is het college bereid om de aanbevelingen met de verschillende organisaties en instellingen in de betreffende sector te bespreken en om de aanbevelingen op te volgen?
Heeft het college zicht op de situatie in Utrecht? Zijn er meldingen bekend en worden die met de organisaties en instellingen besproken? Hoe wordt er met de meldingen omgegaan?
Is hier aandacht voor bij aanbestedingen en opdrachten van de gemeente? Zo niet, is het college bereid hier in het vervolg serieus aandacht voor te vragen?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dit zijn vragen over de zorg. Ik vervang
opnieuw wethouder Van Ooijen.
Wij zijn nog niet bekend met de uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek, maar wij
zullen die zeker lezen. Als wij die kunnen toepassen bij de zorginstellingen waar wij een relatie mee hebben, zullen wij ze met de instellingen in de kwartaalgesprekken bespreken.
Het grootste deel van de zorg valt niet onder het gemeentelijke domein, maar onder de
Zorgverzekeringswet en de Wet langdurig zorg. Die betreffen het medische domein.
In het algemeen worden meldingen van discriminatie geregistreerd door Artikel 1. Zij
registreren ook op welk maatschappelijk terrein de discriminatie is ervaren, bijvoorbeeld op de
arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij de huisvesting of in de horeca. Zorg valt onder de collectieve voorzieningen. In 2020 hebben 29 inwoners een melding gedaan. De vraag hoeveel van die 29
7
Vragenuur van 16 december 2021 betrekking hebben op de zorg, vergt nader uitzoekwerk, omdat de cijfers op dit moment niet direct beschikbaar zijn.
Wij hebben op dit moment geen concrete signalen over discriminatie van medewerkers of
cliënten. Uit jaarlijkse gesprekken met buurtteammedewerkers komt dit onderwerp niet als
aandachtspunt naar voren. Wij hebben vandaag bij een aantal instellingen wel een korte belronde gedaan. Deze instellingen zeggen dat er wel eens om een andere hulpverlener wordt gevraagd
vanwege afkomst of geslacht. De situatie wordt altijd direct besproken met het team en de cliënt. Hier is aandacht voor bij aanbestedingen. Wij zullen dat in de toekomst versterken. In huidige
contracten staat dat er afspraken moeten zijn over goed werkgeverschap, met aandacht voor sociale veiligheid en inclusie. In de antidiscriminatieagenda die de raad vandaag heeft vastgesteld, is
opgenomen dat wij opdrachtnemers stimuleren om bij te dragen aan een discriminatievrije en inclusieve stad. Wij zullen daarvoor de doelstellingen maatschappelijk verantwoord inkomen
actualiseren. Daarmee is dat een thema, zowel bij inkoop als bij de uitvoering van het contract. Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik ben eigenlijk
benieuwd naar de reactie van het college als het dit onderzoek en deze aanbevelingen leest. Ik heb een aantal punten gehoord, maar ook een aantal niet. Eigenlijk is mijn vraag of wij de reactie ook schriftelijk kunnen krijgen.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat wil ik graag toezeggen. Ik ben ook zelf
benieuwd naar het onderzoek.
5. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) inzake Participatie Park Paardenveld. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Bij de bespreking van motie 359/2021 (Samen
werken aan een prachtig Park Paardenveld) op 11 november jl. zei het college bij monde van
wethouder Eerenberg dat het belangrijk is om de levendigheid in het park te behouden en dat het verstandig is om dit samen met de buurt te doen.
De motie had als doel om een nieuwe vergunningaanvraag voor horeca in het park inclusief de
betrokkenheid van omwonenden met een positieve grondhouding te bekijken en is door de raad aangenomen. Niet lang daarna heeft het Wijk C-Komitee de samenwerking met de gemeente
opgezegd. De reden hiervoor is het almaar wisselende beleid ten aanzien van de horeca-exploitatie van Roost in het Park Paardenveld, aldus het bestuur van het Wijk C-Komitee in een brief aan het college.
Onze fractie heeft hierover de volgende vragen.
1.
Wat vindt het college ervan dat het Wijk C-Komitee de samenwerking heeft opgezegd en dat het
2.
Wat betekent het opzeggen van de samenwerking door dit Komitee voor de placemaking van
3. 4.
schrijft dat "overleggen met dit stadsbestuur voor ons geen enkele zin meer heeft"?
Park Paardenveld en hoe wordt nu invulling gegeven aan participatie met omwonenden?
Waar werkt placemaking naar toe? Betekent dit het daadwerkelijk ontwerpen van een park zoals de wijk is toegezegd?
Ziet het college, nu de participatie zo slecht loopt, reden om de positieve grondhouding ten
aanzien van een nieuwe horecavergunning te vervangen door een kritische blik en om met extra kracht te werken aan een park dat ruimte biedt aan recreatie en biodiversiteit? Zo nee, waarom niet?
8
Vragenuur van 16 december 2021 5.
Het Komitee neemt aanstoot aan het feit dat de bestaande horecazaak niet per 31 oktober jl. is ontmanteld, wat volgens de vergunning wél had gemoeten. Waarom treedt de gemeente niet handhavend op en waarom mag de zaak opgebouwd blijven?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Natuurlijk vindt het
college het ontzettend jammer dat het Wijk C-Komitee het overleg heeft opgezegd. Wij waarderen het comité enorm. Het neemt fantastische initiatieven, vooral met een groen karakter, zoals het
schoonhouden van de Singel. Het park, zoals het er nu bijligt, is mede te danken aan de inzet van
het Wijk C-Komitee. Wij zouden het zeer waarderen als wij ook in de toekomst een beroep kunnen doen op deze expertise en ervaring, net als op de kritische blik van het comité. Ik zal het comité
uitnodigen om dat in een persoonlijk gesprek te verkennen. Het is echter aan het comité zelf om te besluiten om daar al dan niet op in te gaan.
Het antwoord op vraag 2. De raad heeft een vrij breed gedragen motie aangenomen waarin
het college wordt opgedragen om samen met burgers en belanghebbenden aan de slag te gaan met een definitieve invulling van Park Paardenveld, zoals het bekijken wat er kan zolang er nog geen
definitieve invulling is en om intussen positief te staan tegenover de huidige horecavoorziening. Wij hebben dat gedaan volgens een nette procedure. Sterker nog, daar zitten wij nog middenin. Dat betekent dat wij via een wijkbericht omwonenden naar hun mening hebben gevraagd. Tot
12 december jl. kon men zijn mening geven. De eerste rapportage is zeer recent binnen. Het beeld is dat overwegend positief wordt gereageerd op het voor één jaar verlengen van Roost. Ik zal de raad een betere analyse toezenden.
Het antwoord op vraag 3. Wij werken toe naar een definitieve invulling van het gebied. Die
invulling moet passen binnen de kaders van de omgevingsvisie Binnenstad. Daarbij komen zaken als biodiversiteit, groen en recreatief gebruik van het park aan de orde.
Het antwoord op vraag 4. Ik ben het niet eens met de mening dat de participatie slecht
verloopt. Ik noemde zojuist de online enquête dat een groot aantal deelnemers had. Dat neemt niet weg dat het buitengewoon spijtig is dat het Wijk C-Komitee het overleg heeft opgezegd.
Het antwoord op vraag 5. Waarom treedt de gemeente niet handhavend op? Dat heeft
simpelweg te maken met de oproep van de meerderheid van de raad om te bekijken of de horeca niet een jaar langer open kan blijven. Dat is de procedure die nu aan de gang is.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Over het niet handhaven van de afbouw heb ik een
vraag. Omdat het aan het begin van het jaar al duidelijk was dat de locatie Roost zou moeten
verdwijnen, had Roost in de tussentijd een andere locatie kunnen vinden. Het proces om tot een
andere invulling te komen, duurt vrij lang. Waarom heeft de gemeente niet al in oktober jl. besloten dat op die plek meer groen had kunnen komen?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Als wij de film een beetje terugspoelen, was de
portee van een brief die ik de raad heb gestuurd dat de vergunning van Roost verliep en dat die uit
het park zou moeten verdwijnen. Vervolgens is er een raadsdebat geweest waarvan de uitkomst was dat men wil bekijken of Roost niet een jaar langer kan blijven. Een meerderheid van de raad heeft
daarmee met moverende redenen ingestemd. Inmiddels zijn wij midden in het proces aangeland om
dat waar te maken. Dat betekent dat er een vergunningaanvraag is. Wij zullen die heel netjes toetsen. Daarbij gaan wij uit van de positieve grondhouding die de meerderheid van de raad het college vraagt te hebben.
9
Vragenuur van 16 december 2021 6. Vragen van mevrouw De Boer (GroenLinks) inzake Voorstraat fietsstraat. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Geruime tijd geleden is de Voorstraat opnieuw
ingericht, maar dan met meer ruimte voor de fiets. Dat heeft nog niet iedereen in de gaten. Er wordt door auto's soms te hard gereden. Bewoners van de Voorstraat maakten ons erop attent dat de
snelheid van auto's niet duidelijk is aangegeven. Daarom stelt de GroenLinks-fractie de volgende vragen. 1.
Is het college bereid om alsnog aan het begin van de Voorstraat een bord met de aanduiding
2.
Bij de evaluatie van de verkeersmaatregelen Oudwijkerdwarsstraat is besloten op de weg zelf de
3.
"Fietsstraat, auto te gast" te plaatsen? Zo nee, waarom niet?
aanduiding te plaatsen dat de maximumsnelheid 30 km per uur is. Is dit ook in de Voorstraat een optie? Zo nee, waarom niet?
Kan een aanduiding van 30 km op het wegdek een oplossing zijn voor meer 30km-straten waar
auto’s vaak te hard rijden? Kan het college in dat geval de belangrijkste wegen aangeven waar dit een optie zou zijn? Wij denken daarbij aan de Nachtegaalstraat/Singel en aan straten buiten het centrum.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wat aan de
openbare ruimte wordt toegevoegd, is meestal het gevolg van een afweging. Wij proberen te
voorkomen dat een woud van borden ontstaat. In het algemeen komt een woud van borden niet de
leesbaarheid en het begrijpen ervan ten goede. Wij doen dat zorgvuldig, zeker met betrekking tot de markering op het wegdek van "30 km". Dat wordt buitengewoon terughoudend toegepast vanwege de al genoemde redenen en ook vanwege het onderhoud ervan.
Inzake de Oudwijkerdwarsstraat is besloten om de markeringen vaker toe te passen. In de
Oudwijkerdwarsstraat koesterden wij al enige tijd het voornemen om ter zake een meer ruimhartige
lijn aan te houden. Wij kunnen daaraan extra aandacht schenken als wij de raad informeren over het pakket van 30 km-wegen in het eerste kwartaal van 2022. Dat zeg ik bij dezen toe, voor zover iets toezeggen in het vragenuur kan.
Kan dit ook in de Voorstraat? Wij willen niet kwistig met markeringen omgaan. Wij doen dat
niet aan het begin en aan het einde van de straat, want dat kan de suggestie wekken dat de weg waar de Voorstraat op aansluit géén 30 km-weg is. Dat is echter wél zo. Wij merken dat ergens
halverwege de Wittevrouwenstraat verwarring kan ontstaan omdat die straat wat ruimer is opgezet,
dus daar zullen wij op grond van de suggestie van mevrouw De Boer de markering wél toepassen. Ik informeer de raad later over de lijn die wij hanteren zodat wij met deze mogelijkheid niet al te kwistig omgaan.
Voor het bord geldt ongeveer hetzelfde. Overigens hebben de genoemde signalen van
buurtbewoners ons nog niet bereikt. Wij kunnen ons die in dit geval wél voorstellen. Zeker in het geval van straten die redelijk ruim zijn opgezet - bijvoorbeeld omdat er bussen of grote
vrachtwagens doorheengaan - kan verwarring ontstaan. Het is een goed idee om dit op deze plek te doen. Wij zullen dat echter niet in elke straat doen. Mensen kijken alleen in beperkte mate op
borden. Wij moeten voorkomen dat de toegankelijkheid wordt beperkt en dat een woud van borden ontstaat.
De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik loop verscheidene keren per dag in de Voorstraat. Ik
zie niet dat daar te hard wordt gereden. Helaas zijn er altijd chauffeurs die minder sociaal zijn. Die moeten wij aanpakken.
10
Vragenuur van 16 december 2021 Ik heb een vraag over fietsenrekken die op het terras van een horecaondernemer kunnen
staan. Ik wijs op Voorstraat 25. Dat is een deel van het restaurant Anan. Op het terras van dat
restaurant staat een fietsenrek. Volgens mij zou dat ergens anders worden neergezet. Ik zie dat maar niet gebeuren. Wat kan de wethouder doen om ervoor te zorgen dat dit wél gebeurt?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Het is fijn om van de heer Van Dalen te
horen dat het met de snelheid in de Voorstraat wel goed zit. Het geval dat hij noemt, ken ik niet. Ik
kan zijn signaal doorgeleiden en onder de aandacht brengen van mensen die er hopelijk mee bezig zijn.
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik zie de heer Van Dalen knikken. Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! De vraag die ik heb gesteld ging over de
verdwenen maar weer teruggekomen parkeerplaats in de Voorstraat. Vroeger stonden daar
fietsenrekken. Is het de bedoeling dat deze fietsenrekken ergens anders terugkomen of dat er fietsparkeerplekken bij komen?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik merk dat raadsleden denken dat ik elk
fietsenrek in de stad ken. Dat is helaas niet het geval. Ik ben echter bij dat mevrouw De Boer mij zo hoog acht. Eerlijk gezegd weet ik dat gewoon niet.
Wij hebben een ontwerp afgeleverd inclusief een forse toename van het aantal fietsenrekken.
Het project is afgerond. Wij hebben dat afgeleverd zoals dat is. Voor de hele stad geldt, ook voor
plekken zonder project, dat als mensen de noodzaak zien van stallingen zij altijd contact met ons contact kunnen opnemen om te zien of dat passend is.
7. Vragen van de heer Penders (CDA) inzake Kerstvuurwerk. De heer PENDERS (CDA): Voorzitter! Op 19 november jl. maakte de rijksoverheid bekend dat
er wederom sprake is van een vuurwerkverbod rond oud en nieuw. De rijksoverheid had beter
kunnen melden dat het vuurwerkverbod het hele jaar geldt. In de maand december klinken vrijwel dagelijks in heel Utrecht knallen. Naast het feit dat het knallen tegen de regels is, geeft het de
Utrechters een onveilig gevoel en jaagt het onschuldige dieren onnodig schrik aan. Ook uit een
persbericht van de Universiteit Utrecht blijkt dat vanwege vuurwerk er steeds vaker sprake is van gedragsproblemen bij dieren. 1. 2. 3. 4. 5.
Herkent het college de geschetste overlast van vuurwerk in de afgelopen periode?
Hoe monitort het college de problematiek tot nog toe? Wat wil het daaraan verbeteren of anders doen tot 1 januari a.s.?
Kan de gemeente aanduiden hoe vaak er dit jaar al een boete is uitgedeeld of is gehandhaafd bij het overtreden van het vuurwerkverbod?
Wat is dit jaar het beeld van de overlast in vergelijking tot vorig jaar en in vergelijking tot de tijd waarin er nog geen vuurwerkverbod was?
Kan de gemeente aangeven of er sprake is van schade aan gemeentelijke of particuliere eigendommen?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Ja, wij herkennen die.
11
Vragenuur van 16 december 2021 Het antwoord op vraag 2. Wij monitoren het vuurwerk vanaf maandag 6 december jl. Dat
gebeurt door een speciaal vuurwerkteam van VTH. Het team bestaat uit zes handhavers. Die zijn 's middags vanaf 14.30 uur tot 's avonds 23.00 uur op pad. Zij kijken vooral op plekken waar veel
overlast wordt gemeld, de zogenaamde hotspots. Hun inzet wordt dagelijks opnieuw bepaald, omdat wij hen vooral willen hebben waar wij verwachten dat zij het hardst nodig zijn. Wij hebben helaas binnen de beschikbare capaciteit geen mogelijkheden om hun aantal verder op te plussen.
Het antwoord op vraag 3. Er zijn op dit moment nog geen boetes uitgedeeld omdat er geen
heterdaad is geweest. Het vuurwerkteam heeft wel een keer door de politie vuurwerk in beslag laten nemen. Recent heeft de politie in Utrecht grote hoeveelheden illegaal vuurwerk in een woning opgespoord. Ook via die kant wordt stevig gehandhaafd.
Het antwoord op vraag 4. Het aantal meldingen dit jaar is in de maanden oktober en
november gehalveerd ten opzichte van 2020. In 2020 was het aantal meldingen ongeveer gelijk aan het jaar daarvoor.
Het antwoord op vraag 5. Ik kan geen particuliere schade noemen, want die kennen wij niet.
Wij weten wel dat er tot nog toe 25 meldingen zijn geweest van schade aan gemeentelijk eigendom. Het gaat dan vooral om het opblazen van afvalbakken.
De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik weet dat bij autobranden drones kunnen worden
ingezet. Is dat uit te breiden met extreme overlast, zoals dat van vuurwerk?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Wij doen inderdaad jaarlijks een aanvraag voor
de hulp van drones. Ook dit jaar hebben wij dat gedaan. Ik weet niet op welk moment die hulp beschikbaar is. Ik weet wel dat wij daarvan bij oud en nieuw het meest gebruikmaken.
Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb een mooi filmpje van het vuurwerkteam
gezien. Daarin werd verzocht om vooral het afsteken van vuurwerk te melden. Het valt mij op dat als mensen met de Slim Melden-app overlast van vuurwerk melden, zij een standaardreactie
terugkrijgen die niet uitnodigt om nog een keer te melden. Zou in die reactie niet kunnen worden gesteld dat melden sowieso zin heeft omdat daarmee hotspots worden bepaald?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik zal eens overleggen of wij de
standaardreactie in die zin kunnen wijzigen. Het is heel belangrijk dat mensen blijven melden. Ik ben dat zeer met mevrouw De Boer eens. Wellicht help het als mensen weten dat daarmee de hotspots mede worden bepaald.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Heeft de burgemeester een idee waarom dit jaar
minder wordt gemeld dan vorig jaar? De waargenomen vuurwerkoverlast is kennelijk wél toegenomen.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat is een goede vraag. Wij hebben daarover de
afgelopen weken in de driehoeksvergadering gesproken. Wij zijn bezig om daar een analyse van te
maken op basis van cijfers die bij de politie en bij onze meldingen bekend zijn. Wij hopen daardoor iets meer te weten te komen. Het antwoord op de vraag van de heer Van Heuven heb ik nog niet. De heer PENDERS (CDA): Voorzitter! Bedankt voor de duidelijke beantwoording. Mijn
aanvullende vraag is voor mijn voeten weggemaaid.
12
Vragenuur van 16 december 2021 Ik ben benieuwd hoe wij halverwege of eind januari 2022 op de huidige maand terugkijken,
maar dan in vergelijking met andere jaren. Kan het college dit punt in een brief aan de raad aan de orde stellen?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Jazeker. Dat doen wij eigenlijk altijd. Sowieso
op 1 januari zullen wij verslag uitbrengen van het verloop van de Oudejaarsnacht. Meestal betrekken wij daar de cijfers van de maanden daarvóór bij. Als het nodig is, bijvoorbeeld omdat er meer
onderzoek of meer analyse nodig is, komen wij daar later in het jaar met een uitgebreide monitoring op terug.
8. Vragen van mevrouw Admiraal (ChristenUnie) en de heer Saiah (D66) inzake Zorgtoeslag Mbostudenten.
De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Maandag berichtte de NOS dat uit onderzoek van het Nibud
bleek dat één op de drie studenten aan het mbo geen zorgtoeslag aanvraagt. Ook weet een kwart
van de studenten die toeslag aanvraagt niet waar die voor dient. De D66-fractie is van deze cijfers geschrokken.
Er zijn veel studenten die recht hebben op ondersteuning. Die ondersteuning zouden zij dan
ook moeten weten te vinden. Studenten kunnen namelijk elke meevaller gebruiken om met minder schulden en minder stress de studietijd door te komen. 1.
Is de wethouder bekend met de cijfers van het Nibud? Hoe kunnen wij dit verschijnsel lokale
2.
Deelt het college onze zorgen over het feit dat de groep meerderjarigen die in financiële
3.
4.
5.
kleuring geven?
problemen komt vrij groot is?
Is de wethouder het met de D66-fractie eens dat de gemeente ook de verantwoordelijkheid
draagt om ervoor te zorgen dat jongeren die meerderjarig worden, bekend zijn met de rechten die zij hebben?
Kan de gemeente alle Utrechtse 18-jarigen bereiken met een brief - of met een ander middel waarin ze deze groep op weg helpt met geldzaken, maar dan niet alleen met de plichten, maar ook met de rechten ervan? Ook dit punt maakt deel uit van het volwassen worden.
Ziet de wethouder mogelijkheden om met mbo-instellingen in gesprek te gaan over de vraag of de gemeente een bijdrage kan leveren om studenten meer inzicht in geldzaken te geven?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Bij het beantwoorden van deze vragen vervang
ik wethouder Verschuure. Echter, als jongeren in het geding zijn, ben ik er als wethouder Werk en Inkomen ook zeer bij betrokken.
Het antwoord op vraag 1. De heer Saiah vraagt of ik bekend ben met de cijfers van het Nibud.
Ja, wij zijn daarmee bekend. Wij hebben alleen geen zicht op het aantal Utrechtse jongeren dat geen
zorgtoeslag aanvraagt omdat deze toeslagen door de Belastingdienst worden toegekend. Wel worden jongeren die zich bij de gemeente melden er actief op gewezen dat zij bij de Belastingdienst zorgtoeslag kunnen aanvragen.
Het antwoord op vraag 2. Ja, die zorgen deel ik. Wij zien dat terug in de Utrechtse monitor
Jongvolwassenen die is gepubliceerd door Volksgezondheid in oktober van dit jaar. Daaruit blijkt dat 45% van de Utrechtse jongeren geldzorgen heeft en 20% stress ervaart vanwege zijn of haar financiële situatie. Dat is zorgwekkend.
13
Vragenuur van 16 december 2021 Het antwoord op vraag 3. Het gaat om Utrechtse jongeren. Ik vind dat de gemeente daarin een
taak heeft. Wij doen daar op dit moment het nodige aan. Er wordt samengewerkt met verschillende organisaties, zoals JoU030, U-2B Heard en buurtteams. Er is ook een handreiking opgesteld voor professionals die met jongeren werken om hen te wijzen op hoe zij geldzorgen bespreekbaar
kunnen maken en naar welke instantie zij kunnen doorverwijzen bij schulden of geldzorgen. Ook is de gemeente betrokken bij het financiële spreekuur voor jongeren op het ROC-Midden-Nederland.
Ook zijn er de MBO Buurtteams op scholen om jongeren te helpen met geldzaken en schulden. Ook kunnen jongeren terecht bij het Team Jongeren van de Gemeentelijke Schulddienstverlening.
Het antwoord op vraag 4. Wij zijn op dit moment bezig met het onderzoeken hoe jongeren die
18 jaar worden het best kunnen worden geïnformeerd over wat hun rechten en plichten zijn en op
welke voorzieningen zij aanspraak kunnen maken. Wij voeren daarover gesprekken met jongeren. Ik was zelf aanwezig bij een sessie daarover. Wij bekijken daarbij via welke kanalen wij jongeren het
best kunnen bereiken omdat een brief niet altijd het meest effectieve middel is. Ja, wij zijn dit aan het onderzoeken. Wij bekijken welk kanaal het best bij jongeren aansluit.
Het antwoord op vraag 5. Wij zijn zeker bereid om met scholen in gesprek te gaan over wat er
verder nog nodig is. Ik kan mij voorstellen dat er straks iemand vraagt wanneer men hierover meer kan horen. Ik stel voor dat ik in de volgende voortgangsrapportage van de Actieagenda Utrecht Schuldenvrij opneem wat op dat moment de stand van zaken is.
De VOORZITTER: Dames en heren! Dat is lekker proactief. Daar houden wij van. Dat scheelt
weer een aanvullende vraag.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik ben eigenlijk een voorstander van de suggestie over de
brief. Kan de wethouder voordat de brief er is er bij de raad op terugkomen wat er exact instaat? Zij zei iets toe, maar niet het hele stuk.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Op de sessie waar ik bij was, werd
gediscussieerd. Veel jongeren zeiden zo'n brief helemaal niet te lezen.
Misschien is het veel logischer om via school een boekje uit te delen waarin de rechten van
jongeren staan. Ik wil niet zeggen dat het per se een brief moet zijn. Ik verkeerde in de
veronderstelling dat ik dat heb toegezegd. Ik wil wél bij de raad terugkomen met mededelingen over wat wij uiteindelijk zullen doen. Ik weet niet of dat al in de eerstvolgende voortgangsrapportage staat, maar over wat het uiteindelijk wordt, wil ik zeker bij de raad terugkomen.
De heer SAÏAH (D66): Voorzitter! De nadruk ligt bij ons heel erg op preventie. De wethouder
heeft daaraan gerefereerd. Als er sprake is van buurtteams en schuldhulpteams is men eigenlijk te
laat. Daarom hechten wij eraan om vooral jongeren van 17, 18 en 19 jaar te bekijken. Je moet er echt heel vroeg bij zijn. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten van de gesprekken daarover.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Preventie is niet voor niets één van de pijlers
van de actieagenda Schuldenvrij. De groep jongeren is daarbij belangrijk. Ik ben het helemaal eens met de heer Saiah.
9. Vragen van de heer Saiah (D66) en de heer Koning (D66) inzake het Eerste Generatie Fonds.
14
Vragenuur van 16 december 2021 De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Bij de Universiteit Utrecht is een Eerste Generatie Fonds (EGF)
opgericht. Met dit fonds wil de UU studenten die als eerste uit hun gezin gaan studeren helpen
ontwikkelen en stimuleren. Charisma Hehakaya vraagt als initiatiefnemer aan andere organisaties in
de stad om hieraan bij te dragen. Navraag leert dat de gemeente met de UU samenwerkt in een paar programma’s om de toegankelijkheid van (universitair) onderwijs te vergroten, vanaf de voorschool tot aan het afronden van een studie. 1.
Is het college het met de D66-fractie eens dat dit initiatief een grote bijdrage kan leveren aan
2.
Ziet het college kans om het EGF op een financiële wijze te steunen?
3.
4. 5.
kansengelijkheid?
Er loopt nu een aantal projecten, weliswaar voor verschillende doelgroepen, fases en leeftijden,
maar ziet de wethouder ook een rol voor de gemeente weggelegd voor het stroomlijnen van dit pakket en voor de versterking van samenhang binnen de lange leerlijn?
Op welke andere manier dan financieel zou het college de verschillende programma’s binnen de lange leerlijn kunnen steunen zodat in Utrecht elk kind een eerlijke kans op de projecten heeft? Kunnen wij binnen de Utrechtse Gelijke Kansen Agenda de mogelijkheden bekijken hoe een
soortgelijk initiatief in de gehele linie van het onderwijs vorm kan krijgen, dus PO, VO, MBO, HBO en WO en alles wat daarbij komt kijken?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Dit is een heel mooi en relevant
initiatief.
Het antwoord op vraag 1. Ja, dit initiatief past heel goed binnen de ambitie om kinderen die
voor het eerst in een universitaire context terechtkomen extra steun te bieden. Dit is een van de vele initiatieven en interventies die onder de gelijke kansen alliantie en de onderwijsagenda lopen. Die sluiten daar uitstekend bij aan. Dat is heel mooi.
Het antwoord op vraag 2. Met de Universiteit Utrecht is overleg gevoerd om te zien op welke
manier de gemeente hieraan kan bijdragen. Dat zou financieel kunnen, maar ook op een andere manier. Ik ga daarop in het antwoord op vraag 4 nog even in.
Het antwoord op vraag 3. In het overleg met de Universiteit Utrecht bleek dat actief wordt
ingezet op het verder verbinden en stroomlijnen van de verschillende projecten die bijdragen aan
dezelfde ambitie, denk bijvoorbeeld aan Honours Trajectum Utrecht, Mentoring, Uw Talent Op Maat, Inclusion en Decan and Diversity. De doelstelling is om vanuit de gestroomlijnde aanpak te bekijken op welke manier de gemeente dit pakket het best kan steunen. Wij zijn daarover in gesprek met de coördinator van de universiteit. Binnen de gelijke kansen agenda wordt ingezet op de volle breedte en op soepele overgangen, bijvoorbeeld van voorschool naar basisschool, maar ook van de
basisschool naar de middelbare school en hoe men de aansluiting op de arbeidsmarkt maakt met de ambitie om elk kind dat extra steun nodig heeft dat bij al die cruciale overgangen te geven.
Het antwoord op vraag 4. Ik kan mij voorstellen dat het om andere mensen te bereiken het
kan helpen door hieraan via een soort ambassadeurschap aandacht te schenken. Dat komt ook de bekendheid ten goede.
Het antwoord op vraag 5. Binnen de gelijke kansen agenda wordt ingezet op het steunen van
kinderen in de volle breedte van de onderwijsperiode, eigenlijk al daarvoor, vanuit een kansrijke
start, in de eerste duizend dagen. Wij werken daaraan met tal van partners in de stad, bijvoorbeeld via het Stadsnetwerk. Wij zullen deze samenwerking verder verdiepen en uitwerken.
15
Vragenuur van 16 december 2021 De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik waardeer het initiatief. Ik kan mij voorstellen dat de
universiteit en de hogeschool daarbij echt een rol spelen, maar wat is de rol van de gemeente daarbij? Of moet die wegblijven?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! De echte kracht is dat wij in de Utrechtse
onderwijsagenda samenwerken met alle partijen die daarbij zijn betrokken voor leerlingen en
studenten van alle leeftijden. Het is dus heel logisch dat wij bekijken wat wij in eerdere jaren kunnen doen om ervoor te zorgen dat de kinderen later aan de universiteit kunnen studeren. Het is heel logisch om samen te werken.
10. Vragen van de heer De Pagter (VVD) inzake Voorgestelde overgangsregeling parkeren Veemarkt. De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! Op dit moment wordt op de Veemarkt een
draagvlakmeting over het invoeren van betaald parkeren gehouden. Dat heeft te maken met overlast van langparkeerders die afkomstig zijn van buiten de wijk. Een groep bewoners van de Veemarkt heeft haar zorgen geuit over de voorgestelde regeling rond het uitsluiten van adressen voor
parkeervergunningen voor het geval dat betaald parkeren wordt ingevoerd (zie bijlage). Of een huishouden een tweede vergunning kan krijgen, hangt af van het feit of een bouwblok eigen parkeerplaatsen heeft.
De groep bewoners heeft de oproep gedaan om een flexibelere regeling te hanteren als
inderdaad betaald parkeren wordt ingevoerd. De gemeente heeft contact gehad met deze bewoners over hun voorstel, maar is op het voorstel niet ingegaan. De VVD-fractie verbaasde zich hierover, omdat de nieuwe Parkeervisie een ruimere overgangsregeling bevat. In de Parkeervisie staat dat
bewoners van één adres bij de invoering van betaald parkeren maximaal vier parkeervergunningen kunnen aanvragen en dat parkeervoorzieningen op het eigen terrein dan niet worden meegeteld.
Hiervan kan alleen worden afgeweken als er niet voldoende ruimte is. De VVD-fractie stelt hierover volgende vragen. 1.
2.
Heeft het college bij het opstellen van de overgangsregeling voor de Veemarkt de kaders van de nieuwe Parkeervisie toegepast? Zo ja, waarom wordt de overgangsregeling dan niet onverkort toegepast? Zo nee, waarom heeft het dat niet gedaan?
Herkent het college zich in de inventarisatie van bewoners dat er ongeveer 1,18 auto’s per
huishouden zijn en dat er derhalve in de wijk meer dan genoeg parkeerplaatsen zijn? Zo nee, welke cijfers heeft het college gehanteerd en op basis waarvan concludeert het college dat er
3.
niet voldoende parkeerplaatsen zijn?
Is het college bereid om met de groep bewoners van de Veemarkt in gesprek te gaan en om voor de Veemarkt een passende overgangsregeling en een permanente regeling uit te werken? Zo ja, is het college dan bereid om de draagvlakmeting uit te stellen? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Wij hebben de nieuwe regeling toegepast,
volgens mij onverkort, zoals de heer De Pagter vraagt.
Wij herkennen de cijfers niet per se en niet exact, maar de strekking ervan wel. Wij hebben
niet het beeld dat het niet past. Wij hebben vooral het beeld dat wij de kaders goed toepassen en dat iedereen een tweede vergunning kan aanvragen. Dat is denk ik het belangrijkste.
De heer De Pagter spreekt over 1,18 auto per huishouden. Wij hebben er 545 in registratie
staan, maar daar missen wij altijd de lease-auto's bij. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer, dus daar zit het verschil van inzicht niet. Ik weet ook niet of er een verschil van inzicht is, maar wij houden
16
Vragenuur van 16 december 2021 ons aan ons eigen beleid. Wij vinden dat ruimhartig. Voor iedereen zijn twee plekken beschikbaar,
één op eigen terrein en één in de openbare ruimte, als overgangsregeling. Dat is de afspraak en dat
zullen wij doen. Wij hebben verschillende overleggen met wijkbewoners gevoerd. Blijkbaar hebben zij behoefte aan nog meer gesprekken. Wij willen echter geen precedenten scheppen. Wij vinden dit een zeer redelijke overgangsregeling.
De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! De wethouder zegt dat de regeling onverkort wordt
toegepast. Ik zou dan graag van de wethouder willen horen hoe het kan dat de bewoners niet tot vier vergunningen kunnen aanvragen en dat de parkeervoorzieningen op het eigen terrein wél worden meegeteld.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Zo zit de regeling in elkaar. Misschien
ontstaat er een misverstand doordat de regeling anders geïnterpreteerd wordt. Als men binnen een
complex beschikt over een eigen parkeergelegenheid, kan daar de eerste auto terecht. Dat is gewoon volgens de normen. Voor een eventuele tweede auto komt men in aanmerking voor een vergunning
in de openbare ruimte. Dat gebeurt dan op grond van de overgangsregeling; dat is in de permanente situatie niet meer aan de hand.
De VOORZITTER: Dames en heren! Dank voor het stellen van de vragen en voor het
beantwoorden ervan. Wij hebben tien sets mondelinge vragen behandeld. Hartelijk dank daarvoor. Dit was het laatste vragenuur van 2021. Het eerstvolgende vragenuur is op 13 januari 2022. Ik wens iedereen een fijne avond, een fijne kerst en een fijn nieuwjaar toe. De voorzitter sluit hierna, te 18.00 uur, het vragenuur.
17
Vragenuur van 16 december 2021
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 16 december 2021.
Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA) inzake de enorme stijging van de gasrekening van studentenwoningen.
Wethouder Diepeveen • zal snel terugkomen op de uitkomsten van het gesprek tussen SSH en BoKS.
Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA) en mevrouw Assen (PvdA) inzake Discriminatie en vooroordelen in de zorg. Wethouder Voortman • zal een schriftelijke reactie geven op het verkennend onderzoek van het Kennisplatform Integratie & Samenleving.
Vragen van mevrouw De Boer (GroenLinks) inzake Voorstraat fietsstraat. Wethouder Van Hooijdonk • zal de raad in het eerste kwartaal van 2022 informeren over het voornemen om de markeringen in de Oudwijkerdwarsstraat vaker toe te passen, en of dit ook in de Voorstraat mogelijk is.
Vragen van mevrouw Admiraal (ChristenUnie) en de heer Saiah (D66) inzake Zorgtoeslag Mbostudenten.
Wethouder Voortman
18
Vragenuur van 16 december 2021
• zal in de volgende voortgangsrapportage van de Actieagenda Utrecht Schuldenvrij opnemen wat de stand van zaken is ten aanzien van de vraag of de gemeente een bijdrage kan leveren om studenten meer inzicht in geldzaken te geven. •
19