CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20211130 Raadsvoorstel Grip op energietransitie DEF.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Rekenkameronderzoek: ‘Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten’2.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel van de rekenkamer

Opgesteld door Vergadering

Rekenkamer Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen

Vergaderdatum

… 2022

Jaargang en nummer Geheim

2022, nr. @@ Nee

Rekenkameronderzoek: ‘Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten’ De rekenkamer stelt de raad voor te besluiten om het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. Te zorgen voor een samenhangende visie en goede onderbouwing van de 50 à 60 projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. 2. Meer aandacht te besteden aan monitoring en evaluatie, zodat de doeltreffendheid van de projecten beter inzichtelijk kan worden gemaakt. 3. De doelen en prestatie-indicatoren van de projecten helder, eenduidig en toetsbaar (SMART) te formuleren. 4. Ervoor te zorgen dat projectplannen alle benodigde onderdelen bevatten en het gemeentelijk format voor een projectplan toe te passen, of een onderbouwde keuze te maken om ervan af te wijken. 5. Vast te stellen hoe invulling wordt gegeven aan participatie van burgers in de projecten van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie en op structurele wijze feedback van burgers te verzamelen. 6. De informatie uit monitoring en evaluatie te benutten voor het bijstellen van de projecten in het uitvoeringsprogramma. 7. Als gemeente richting burgers duidelijk te maken wat de gemeente kan betekenen voor bewonersinitiatieven die zich richten op de energietransitie. 8.

In samenspraak met de raad/woordvoerders energie vast te stellen hoe de informatievoorziening van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie eruit moet (komen te) zien. 9. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

De rekenkamer, De secretaris,

De voorzitter,

dr. G. Molenaar

drs. P.W.D. Venhoeven

1

Bijlagen Rapport Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten. Rekenkamer Utrecht, 2 december 2021 Eerdere besluitvorming Uitvoering Context Het Uitvoeringsprogramma Energietransitie (onderdeel van het begrotingsprogramma Duurzaamheid) bestaat uit 50 à 60 projecten. Hiervoor is zowel voor 2020 als 2021 ongeveer € 5 miljoen begroot. Met deze projecten wil het college bijdragen aan de klimaatdoelen uit het coalitieakkoord. De gemeente heeft zelf deels invloed op de voortgang van de doelen en zoekt samenwerking met samenwerkingspartners. De gemeenteraad heeft tijdens de bijeenkomst over het onderzoeksprogramma 2020 van de Rekenkamer Utrecht het onderwerp energietransitie aangedragen. De rekenkamer heeft hierop een onderzoek aangekondigd dat uit drie delen bestaat. In februari 2021 is een rekenkamerbrief over de informatievoorziening gepubliceerd. In dit raadsvoorstel gaan we in op de conclusies en aanbevelingen van het tweede deelonderzoek, waarin twee concrete projecten zijn onderzocht, namelijk Zon op dak en het Stimuleren van particuliere woningeigenaren. Het derde deelonderzoek gaat over de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en is in uitvoering.

De rekenkamer wil met dit onderzoek de gemeenteraad inzicht geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de genoemde twee projecten uit het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. Daarnaast is onderzocht of de raad in positie is (geweest) om haar controlerende taak uit te voeren. Ook hebben we gekeken naar het perspectief van inwoners. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode maart – november 2021. We hebben de relevante beleidsdocumenten en andere raadsinformatie over de projecten bestudeerd. Daarnaast hebben we interviews gehouden met zowel medewerkers van de gemeente als externe organisaties. Ook hebben we activiteiten bijgewoond, zoals webinars, en hebben we een gesprek gevoerd met de fractiewoordvoerders energie. De hoofdconclusie van de rekenkamer is als volgt: De energietransitie is een complexe maatschappelijke opgave waarvoor het noodzakelijk is dat de gemeente een visie ontwikkelt, doelen stelt, monitort, evalueert en projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie bijstelt. De onderzochte projecten laten zien dat dit nog onvoldoende gebeurt. Hierdoor is de doeltreffendheid en doelmatigheid van de projecten niet vast te stellen. Juist bij een uitvoeringsprogramma in ontwikkeling is het belangrijk om structureel te letten op de doeltreffendheid van de aanpak.

Daarmee kan de gemeente de aanpak optimaliseren en bewuste keuzes maken om nieuwe projecten op te starten, lopende projecten aan te passen of projecten te beëindigen. De rekenkamer ziet dat dit bij sommige onderzochte projecten al gebeurt en ziet aanwijzingen dat dit de effectiviteit van die projecten vergroot.

2

Het huidige onderzoek bevestigt de conclusie uit de eerdere rekenkamerbrief dat de raad veel informatie ontvangt, maar dat het beeld over voortgang en resultaten niet volledig is. Ook komt in dit onderzoek uitgebreider naar voren dat concrete criteria voor de keuze van projecten ontbreken en dat evalueren en leren verbeterpunten zijn. De hoofdconclusie is gebaseerd op vijf deelconclusies. Ten eerste heeft de gemeente onvoldoende inzicht in de resultaten van de bestudeerde projecten. Dit komt doordat een deel van de projecten visie en onderbouwing over de werking mist, en doordat voortgangsrapportages en evaluaties ontbreken. Hierdoor is de doeltreffendheid en doelmatigheid niet vast te stellen. Ten tweede wordt er weinig projectmatig gewerkt. De projectplannen van het Stimuleren van particuliere woningeigenaren missen meerdere onderdelen, met name op projectbeheersing. Bij Zon op dak mist informatie over de begroting. De doelen en prestatie-indicatoren kunnen duidelijker. Burgers zijn nauwelijks betrokken geweest bij de start en de uitvoering van de onderzochte projecten. De participatieleidraad is niet gebruikt. Enkele projecten zijn gestart met het verzamelen van feedback van burgers in het kader van evaluatie. Ten derde kan het lerend vermogen van de organisatie beter worden benut.

Als weinig bekend is over de effecten van de projecten en over de ervaringen van burgers, ontbreekt informatie om bij te sturen. De projecten Zon op dak en de Energiebox (een onderdeel van Stimuleren particuliere woningeigenaren) vormen hierop een positieve uitzondering waarvan geleerd kan worden. Deze projecten laten een voortdurende bijstelling zien op basis van informatie over de effecten en de terugkoppeling van samenwerkingspartners dan wel burgers. Ten vierde zien we dat het activeren van burgers in de energietransitie meer nadenken vergt over de rol van de gemeente. De gemeente onderzoekt de mening van burgers over de energietransitie in het algemeen. Bewonersinitiatieven die zich richten op de energietransitie zijn tevreden over de ondersteuning die zij ontvangen, zoals advies en subsidies. De gemeente werkt in aanvulling hierop aan een kader voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Maar bewonersinitiatieven geven aan dat zij in de praktijk soms verregaande ondersteuning nodig hebben, die de gemeente op dit moment niet biedt. Tot slot is het voor de raad met de huidige informatievoorziening lastig om de projecten te controleren of hieraan kaders te stellen. Dat komt bijvoorbeeld doordat de financiële informatie ontbreekt of dat er geen volledig overzicht is van projecten en effecten.

Een deel van de raadsleden is tevreden met een rapportage op geaggregeerd niveau, waar anderen juist meer details willen zien. Hierdoor lopen de behoeften uiteen, dit bij elkaar brengen vraagt om een gesprek in de raad. Beslispunt 1. Te zorgen voor een samenhangende visie en goede onderbouwing van de 50 à 60 projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie.

3

Argumenten 1.1 Voor het cluster projecten voor het Stimuleren van particuliere woningeigenaren mist een overkoepelende visie. 1.2 Het is niet beargumenteerd welke pijnpunten een project wegneemt of welke positieve ervaringen een project bevordert. 1.3 Er is geen onderbouwing waarom nu juist deze set van projecten is ingezet en wat de beoogde werking is. Beslispunt 2. Meer aandacht te besteden aan monitoring en evaluatie, zodat de doeltreffendheid van de projecten beter inzichtelijk kan worden gemaakt. Argumenten 2.1 Voor het Stimuleren van particuliere woningeigenaren (en van de projecten afzonderlijk) zijn geen voortgangsrapportages en evaluaties beschikbaar. 2.2 De projecten voor het Stimuleren van particuliere woningeigenaren zijn veelal niet te beoordelen op doeltreffendheid vanwege niet meetbare doelen en/of prestatie-indicatoren die niets zeggen over de doorwerking van het project. Beslispunt 3. De doelen en prestatie-indicatoren van de projecten helder, eenduidig en toetsbaar (SMART) te formuleren. Argumenten 3.1 Het doel en de bijbehorende prestatie-indicator voor Zon op dak kunnen specifieker worden geformuleerd. Het is niet helder of het om de totaaloppervlakte gaat of om het aantal daken. 3.2 De doelen van de projecten voor het Stimuleren van particuliere woningeigenaren voldoen deels aan de SMART-criteria.

Veel doelen zijn niet specifiek doordat definities van belangrijke begrippen ontbreken. 3.3 In hoeverre de projecten bijdragen aan het doel van het Stimuleren van particuliere woningeigenaren, is daardoor bij voorbaat lastig te meten. Beslispunt 4. Ervoor te zorgen dat projectplannen alle benodigde onderdelen bevatten en het gemeentelijk format voor een projectplan toe te passen, of een onderbouwde keuze te maken om ervan af te wijken. Argumenten 4.1 Geen van de projectplannen van Zon op dak bevat een begroting of meerjarenplanning, waardoor de projectbeheersing niet beoordeeld kan worden. 4.2 De projectplannen van de projecten voor het stimuleren van particuliere woningeigenaren zijn niet volgens een gemeenschappelijk format opgesteld en missen soms onderdelen, voornamelijk op projectbeheersing.

4

Beslispunt 5. Vast te stellen hoe invulling wordt gegeven aan participatie van burgers in de projecten van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie en op structurele wijze feedback van burgers te verzamelen. Argumenten 5.1

De Utrechtse participatieleidraad is niet gevolgd bij de projecten Zon op dak en het Stimuleren van particuliere woningeigenaren.

5.2

Er is voor de onderzochte projecten de afgelopen jaren nauwelijks op structurele wijze feedback van inwoners verzameld.

Beslispunt 6. De informatie uit monitoring en evaluatie te benutten voor het bijstellen van de projecten in het uitvoeringsprogramma. Argumenten 6.1 Als weinig bekend is over de effecten van de projecten en over de ervaringen van burgers, ontbreekt informatie om bij te sturen. 6.2 De projecten Zon op dak en de Energiebox (een onderdeel van Stimuleren particuliere woningeigenaren) vormen hierop een positieve uitzondering waarvan geleerd kan worden. Deze projecten laten een voortdurende bijstelling zien op basis van informatie over de effecten en de terugkoppeling van samenwerkingspartners dan wel burgers. Beslispunt 7. Als gemeente richting burgers duidelijk te maken wat de gemeente kan betekenen voor bewonersinitiatieven die zich richten op de energietransitie. Argumenten 7.1 De houding van de gemeente lijkt tot nu toe afwachtend als het aankomt op de meer complexe vragen of vraag om uitgebreidere ondersteuning. 7.2 Bewonersinitiatieven geven aan dat zij in de praktijk soms uitgebreidere vormen van ondersteuning vragen, die de gemeente op dit moment niet biedt.

5

Beslispunt 8. In samenspraak met de raad/woordvoerders energie vast te stellen hoe de informatievoorziening van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie eruit moet (komen te) zien. Argumenten 8.1 Het is voor de raad met de huidige informatievoorziening lastig om de projecten te controleren of hieraan kaders te stellen. 8.2 De informatievoorziening over de onderzochte projecten is wisselend en bevat niet alle onderdelen. 8.3 Raadsleden hebben over de diepgang van de hiervoor noodzakelijke informatievoorziening verschillende behoeften als het gaat om het niveau van rapportage. 8.4 Uitgangspunt is dat de raad goed in positie wordt gebracht om de kaderstellende en controlerende taak te kunnen uitoefenen. Beslispunt 9. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd. Argumenten 9.1 Bij de formulering van de aanbevelingen heeft de rekenkamer concrete voorstellen gedaan om invulling te geven aan de aanbevelingen en tegelijkertijd ruimte gelaten aan het college om de aanbevelingen nader in te vullen. 9.2 In artikel 11 (lid 8) van de Verordening Rekenkamer Utrecht 2018 is opgenomen dat het college binnen zes weken na besluitvorming over de aanbevelingen van de rekenkamer een plan van aanpak opstelt over de implementatie van de raadbesluiten.

9.3 In artikel 11 (lid 9) is opgenomen dat het college jaarlijks (bij de Jaarstukken) aan de raad rapporteert over de stand van zaken van de uitvoering van de raadsbesluiten die genomen zijn naar aanleiding van rekenkamerrapporten. 9.4 Indien nuttig kan via een expliciet besluit van de gemeenteraad van de standaardtermijn van zes weken worden afgeweken.

6

Raadsbesluit Opgesteld door

Raadsorganen

Vergadering

Gemeenteraad

Vergaderdatum

... 2022

Jaargang en nummer

2022, nr. @@

Rekenkameronderzoek: ‘Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten’ Besluit: 1. Te zorgen voor een samenhangende visie en goede onderbouwing van de 50 à 60 projecten in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. 2. Meer aandacht te besteden aan monitoring en evaluatie, zodat de doeltreffendheid van de projecten beter inzichtelijk kan worden gemaakt. 3. De doelen en prestatie-indicatoren van de projecten helder, eenduidig en toetsbaar (SMART) te formuleren. 4. Ervoor te zorgen dat projectplannen alle benodigde onderdelen bevatten en het gemeentelijk format voor een projectplan toe te passen, of een onderbouwde keuze te maken om ervan af te wijken. 5. Vast te stellen hoe invulling wordt gegeven aan participatie van burgers in de projecten van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie en op structurele wijze feedback van burgers te verzamelen. 6. De informatie uit monitoring en evaluatie te benutten voor het bijstellen van de projecten in het uitvoeringsprogramma. 7. Als gemeente richting burgers duidelijk te maken wat de gemeente kan betekenen voor bewonersinitiatieven die zich richten op de energietransitie. 8. In samenspraak met de raad/woordvoerders energie vast te stellen hoe de informatievoorziening van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie eruit moet (komen te) zien. 9.

De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

Aldus besloten in de vergadering van de raad, gehouden op …. De griffier

De voorzitter gemeenteraad

Merel van Hall

Sharon A.M Dijksma

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ae4b9993-66e3-44d3-b863-68a6cf489a70