20210930 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 30 september 2021
Vragenuur, gehouden op donderdag 30 september 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aanwezig zijn de leden: Assen, Van Dun, Gilissen, Naphegyi, Sasbrink en Virginia. Tevens zijn aanwezig de fractieassistenten: Admiraal en Raaijmakers. Namens het college zijn aanwezig: de wethouders Eerenberg, Van Ooijen en Voortman.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het wekelijkse vragenuur van de
Utrechtse gemeenteraad. Er zijn vijf sets vragen ingekomen.
1. Vragen van mevrouw Naphegyi (D66) inzake "1K Z1E J3: aandacht voor suïcidepreventie. Mevrouw NAPHEGYI (D66): Voorzitter! 10 september jl. was het Wereld Suïcide Preventie dag.
Gemiddeld overlijden in Nederland vijf mensen per dag door zelfmoord. Suïcide is doodsoorzaak nummer 1 onder jongeren van 10 tot 25 jaar. Het zijn verschrikkelijke cijfers. Op basis van
voorlopige informatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn in 2020 33 Utrechters door
suïcide omgekomen. Dit aantal is in lijn met voorgaande jaren. Van de Utrechters die door suïcide zijn omgekomen, waren 18 mannen en 15 vrouwen. 18 Utrechters waren jonger dan 50 jaar.
Afgelopen januari is de Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 getekend. Het
Ministerie van VWS stelt hiervoor de komende vijf jaar een bedrag van € 24 miljoen ter beschikking. 113 Zelfmoordpreventie is de coördinator van de Landelijke Agenda Suïcidepreventie en
moedigt meer mensen, bedrijven en organisaties aan om zich hierbij aan te sluiten. 113 lanceert nu ‘1K Z1E J3’, een publiekscampagne die de omgeving van mensen in nood dichterbij brengt. De
publiekscampagne wordt ingezet om het taboe op praten over zelfmoord weg te nemen. De D66fractie onderschrijft dit doel ten zeerste en stelt de volgende vragen. 1.
Wat is de opvatting van het college over zijn verantwoordelijkheid voor suïcidepreventie in
2.
Bij de gemeente zijn geen cijfers bekend over de bekendheid van 113 Zelfmoordpreventie. Wil
Utrecht?
het college deze cijfers weten en voor de toename van bekendheid zorgen?
Vragenuur van 30 september 2021 3.
Op veel plekken in de stad is aandacht voor het signaleren en de preventie van suïcidale
gedachten. Doel is o.a. om de samenwerking te verbeteren en om van elkaar te leren. Er zijn nu echter geen plannen bij de gemeente om deel te nemen aan de publiekscampagne. Wil het
college niet toch deelnemen aan de campagne 1K Z1E J3? Indien nee, waarom niet? Zo ja, op 4.
welke manier?
Is het college bereid om met de partners in de stad te verkennen of en hoe Utrecht zich aan kan sluiten bij de Landelijke Agenda Suïcidepreventie? Welke partners worden daar dan bijvoorbeeld bij betrokken?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik dank mevrouw Naphegyi voor het stellen van
de vragen. Het is een belangrijk en ingewikkeld onderwerp. Wij dragen daarover gezamenlijk een grote verantwoordelijkheid.
Het antwoord op vraag 1. De samenleving draagt gezamenlijk de verantwoordelijkheid om
mensen met suïcidale gedachten te helpen en om suïcide te voorkomen. Wij doen dat door oog te
hebben voor elkaar, door steun te bieden aan mensen die een donkere periode in hun leven ervaren
en door heel erg alert te zijn. Wij hebben de ondersteuning in de stad belegd, onder andere door de
inzet van buurtteams en van specialistische hulp. Veel professionals die in het gemeentelijke domein
werken zijn specifiek getraind in het signaleren en het bespreekbaar maken van suïcidale gedachten. Het antwoord op vraag 2. De bekendheid van 113. In Utrecht is daar geen onderzoek naar
gedaan. Wij hebben echter wél bekeken hoe de landelijke naamsbekendheid van 113 is. Dat heeft
ons tot de conclusie gebracht dat de groep Nederlanders die is bevraagd representatief is en lijkt op de Utrechtse bevolking. Wij denken dat de naamsbekendheid van 76% ook in Utrecht geldt.
Het antwoord op vraag 3. Wij zullen deelnemen aan de campagne. Wij willen dat graag doen
in het kader van een brede aanpak, samen met onze partners. Wij zullen met onze partners spreken om dit thema nadrukkelijk te laten aansluiten bij het initiatief "1K Z1E J3". Als dat gesprek is
gevoerd, wil de gemeente een passend moment vinden om daar in onze publiekscampagne aandacht aan te schenken, maar dat vraagt om enige zorgvuldigheid met betrekking tot het moment.
Het antwoord op vraag 4. Deze vraag gaat over de Landelijke Agenda Suïcidepreventie. Wij
willen daarover spreken met onze partners in de stad. Wij denken daarbij vooral aan de buurtteams
Sociaal en Jeugd, Altrecht, KOOS Utrecht en Spoor030, het onderwijs en de huisartsen. Wij zullen met deze partijen spreken en verkennen of het mogelijk is om aan te sluiten bij de landelijke agenda.
Wij hebben extra geld voor de acute jeugdzorg in Utrecht Stad en in de U16. Een deel daarvan
zullen wij oormerken voor suïcidepreventie waardoor Altrecht in staat wordt gesteld om intensief met professionals uit het gemeentelijke domein op te trekken.
Mevrouw NAPHEGYI (D66): Voorzitter! Ik heb geen vragen meer, maar ik ben heel blij om te
horen dat de gemeente Utrecht aan de slag gaat om de genoemde gesprekken te voeren en dat Utrecht zal deelnemen aan de publiekscampagne. Ik zie dat Utrecht zich zal aansluiten bij de landelijke agenda.
2. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA) en de heer Bosse (PvdA) inzake Bestrijden energiearmoede.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Onderzoeksorganisatie TNO concludeert op basis
van cijfers van het CBS uit 2019 over ruim 6,1 miljoen huishoudens dat zo'n 550.000 Nederlandse huishoudens leven in zogeheten "energiearmoede". Het gaat om mensen die een hoge
2
Vragenuur van 30 september 2021 energierekening hebben, vaak in een slecht geïsoleerd huis wonen én een laag inkomen hebben. Verwacht wordt dat de prijzen voor elektriciteit en gas de komende tijd stijgen, waarmee dit probleem alleen maar nijpender zal worden.
TNO onderscheidt twee groepen mensen die in de problemen kunnen komen. Enerzijds zijn er
huurders van slecht geïsoleerde woningen die daar niets aan kunnen doen omdat de verhuurder er
niets aan doet. Anderzijds zijn er eigenaren van energieslurpende huizen die geen geld hebben om in een zuiniger huis te investeren,
In Utrecht zien wij bovendien een grote ongelijkheid tussen verschillende wijken. Met name in
Overvecht, Zuidwest en Noordwest hebben veel bewoners (7% á 9%) nu al te maken met energiearmoede. 1.
2.
3.
De fractie van de PvdA heeft de volgende vragen.
Heeft het college een beeld van de groep mensen die in energiearmoede leeft? Wordt dit gemonitord? Op welke wijze hebben wij contact met mensen die te maken hebben met energiearmoede?
Is er in het Utrechtse Programma Duurzaamheid aandacht voor dit probleem? Zo ja, waar blijkt
dit uit en wat gebeurt er om energiearmoede tegen te gaan? Zo nee, is de wethouder bereid om hier actie op te ondernemen?
Is de wethouder het met ons eens dat ongelijk investeren kan helpen energiearmoede te
bestrijden? Is de wethouder bereid om met woningcorporaties afspraken te maken om mensen die hier nu mee te maken hebben én de wijken waar dit probleem het grootst is als eerste te helpen bij het verduurzamen van hun woning? Op welke wijze denkt de wethouder met
4.
particuliere verhuurders hierover in overleg te gaan?
Is de wethouder bereid om de bestaande energiebox uit te breiden met adviezen en
hulpmiddelen en breed in te zetten op huurders én eigenaren die in slecht geïsoleerde huizen wonen? Ziet de wethouder daarnaast mogelijkheden om mensen die met energiearmoede te maken hebben te compenseren, bijvoorbeeld door het inzetten van budget bestemd voor
5.
duurzaamheid en/of armoedebestrijding?
Is de wethouder bereid om de komende periode energiearmoede te blijven monitoren? Is de wethouder het met de PvdA-fractie eens dat met de winter in aantocht en de stijgende gasprijzen het noodzakelijk is om deze groep te steunen?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De vragen hadden ook
door wethouder Van Hooijdonk beantwoord kunnen worden. Het onderzoek van TNO heeft ook mijn aandacht getrokken, dus ik ben blij met de vragen van de PvdA-fractie.
Het antwoord op vraag 1. Het onderwerp energiearmoede is ook in Utrecht in beeld gebracht.
Onze inschatting is dat ongeveer 30.000 huishoudens in meer of mindere mate te maken hebben met energiearmoede. Hiervan woont ruim 90% in een huurwoning. Er is geen specifieke Utrechtse monitor van energiearmoede. De gegevens die daarvoor nodig zijn - inkomens, energielasten,
woningtypen en gezinssamenstelling - zijn in onderlinge samenhang onvoldoende beschikbaar en ook onvoldoende koppelbaar. Er loopt wel een landelijke lobby - een overleg met de G4 en TNO om dat wél mogelijk te maken.
Het antwoord op vraag 2. In de opgave energietransitie is geen specifieke aandacht voor het
probleem van de sinds kort stijgende kosten voor gas en elektriciteit, maar wij doen het volgende.
Wij hebben met de energiebox aandacht voor burgers met een kleine beurs. Daarmee proberen wij ze bewust te maken van hun energieverbruik en hoe zij dat met eenvoudige maatregelen kunnen
verlagen. Dat is gericht op huurders waarmee ook een deel met energiearmoede wordt bereikt. Ieder
3
Vragenuur van 30 september 2021 jaar worden de aantallen uit te geven energieboxen van corporatiehuurders in de prestatieafspraken vastgelegd. De gemiddelde besparing is € 115 per jaar. Na een extra pilot met de energiebox in
2018 en 2019, die specifiek was bedoeld voor mensen met een laag inkomen, hebben wij moeten
concluderen dat het echt lastig is om die doelgroep te bereiken. Daarom hebben wij daar toen geen gevolg aan gegeven, maar er loopt binnenkort een andere pilot: de energiepolis. Burgers met een laag inkomen - U-pashouders - kunnen worden geholpen met een overstap naar een goedkope energieleverancier. Ook deze mensen krijgen een energiebox aangeboden.
Er is ook een eenmalige rijkssubsidie die er in 2021 en 2022 een extra energieboxprogramma
beschikbaar stelt voor huurders in de particuliere sector. Door de samenwerkende institutionele beleggers en particuliere verhuurders worden daar 1000 energieboxen ingezet.
Het antwoord op vraag 3. In onze gesprekken met corporaties is duurzaamheid van een
woningbestand een structureel onderwerp. Corporaties hanteren vooralsnog een renovatieplanning gerelateerd aan de staat van het onderhoud, dus niet op basis van het inkomen van huurders. Het betreft uiteraard wél de woningen waar renovatie het hardst nodig is, ook uit het oogpunt van
energiekosten. In die zin helpt dat natuurlijk wel. Ook gesprekken met particuliere verhuurders zijn zinvol. Van ongeveer een derde van het particulier verhuurde bezit kennen wij de eigenaren. Het beeld is dat ook daar winst valt te behalen bij het verduurzamen van het woningenbestand.
Het antwoord op vraag 4. Ik heb al gezegd dat wij de energiebox meer gericht inzetten voor
doelgroepen en woningen waar het meest effect kan worden gesorteerd. Daarnaast is
energiearmoede geen op zichzelf staand probleem. Het hoofdprobleem is dat het inkomen van een
deel van de Nederlanders domweg te laag is om de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen betalen. Daardoor ontstaan voor deze groep allerlei betalingsproblemen, verschillende soorten
armoede. Dat is niet alleen zichtbaar op het gebied van armoede, maar op alle terreinen van het
leven. Dat is er de reden van waarom wij kiezen voor een brede armoedebestrijding. Samen met de G4-collega's voer ik een lobby bij het Rijk om ervoor te zorgen dat het minimumloon en de uitkeringen omhooggaan.
De VOORZITTER: Wethouder, u bent door uw tijd heen. Kunt u afronden? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik ben van plan om in een volgende
armoedemonitor het thema energiearmoede expliciet te benoemen. Het kabinet heeft in de
miljoenennota extra geld vrijgemaakt voor compensatie van de gestegen elektriciteitsprijs. Het is
mogelijk om bijzondere bijstand aan te vragen in specifieke gevallen, bijvoorbeeld als een inwoner om medische redenen de verwarming hoger moet zetten.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Het is fijn om te horen dat op dit onderwerp veel wordt
ingezet. Ik vraag mij af of bij de begeleiding van een overstap naar een goedkopere leverancier -
waar de wethouder over sprak - wordt beoogd dat ook de nieuwe leverancier duurzaam en groen is. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat zou mij logisch lijken, maar ik weet het niet
zeker. Ik wil dat gecheckt hebben voordat ik daar een uitspraak over doe. Ik stel voor dat ik daarop terugkom.
Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Het waren veel vragen en daarom was het antwoord
lang. Ik was mij ervan bewust dat er twee portefeuilles bij zijn betrokken. Ik hoop dat het probleem
integraal wordt opgepakt. Ik wil de wethouder vragen of aan dit probleem meer proactief kan worden
4
Vragenuur van 30 september 2021 gewerkt. Wij weten dat de energieprijzen stijgen. Voor een bepaalde groep is dat echt een probleem. Laat die groep niet in de kou staan.
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Die oproep neem ik mij zeer ter harte. Dat is er
de reden van dat ik in de komende armoedemonitor het thema energiearmoede expliciet aan de orde wil stellen. Dit is zeker een onderwerp waarbij ik mij als wethouder inkomen zeer betrokken voel. 3. Vragen van mevrouw Admiraal (ChristenUnie) inzake de Week tegen Eenzaamheid. Mevrouw ADMIRAAL (ChristenUnie): Voorzitter! De week tegen eenzaamheid is komende
week. Een week die helaas nodig is om eenzaamheid onder de aandacht te brengen en om zo een
bijdrage te leveren om eenzaamheid onder onze inwoners tegen te gaan. Door heel Utrecht en heel Nederland zijn initiatieven en activiteiten die zorgen voor bewustwording, maar ook voor een
praktische aanpak. Met Netwerk Utrecht Omarmd hebben wij een netwerk waarmee het tegengaan
van eenzaamheid nog meer op de agenda komt te staan. De fractie van de ChristenUnie-fractie heeft hierover enkele vragen. 1.
Is de wethouder bereid de infokaart eenzaamheid de komende week grootschalig te verspreiden,
2.
In hoeverre worden via de kanalen van de gemeente de activiteiten in het kader van de week
zowel digitaal als fysiek? Zo nee, welke andere acties doet de gemeente dan?
tegen eenzaamheid extra gepromoot? Eenzaamheid onder studenten is helaas een
veelvoorkomend vraagstuk en is door corona alleen nog maar toegenomen. Het is tegelijkertijd lastig om goed zicht op deze groep te krijgen. Deze groep is niet altijd goed te bereiken via 3. 4.
studentenorganisaties.
Kan de wethouder in gesprek gaan met de denktank van de studenten over hoe de gemeente op deze groep een beter zicht kan krijgen?
Welke middelen kan de gemeente - naast een gesprek met de denktank - inzetten om deze belangrijke groep te bereiken?
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Er zijn sedert april jl. ongeveer 1500 informatiekaarten verstuurd
naar de buurtteams, de bibliotheken, de buurthuizen, de meeste wijkbureaus en buren- en bewonersnetwerken in onze gemeente. Het Burennetwerk Zuilen bijvoorbeeld heeft informatiekaarten verspreid in tasjes voor hulpvragers.
Maandag a.s. vindt weer de tweejaarlijkse netwerkbijeenkomst plaats. Ook Utrecht Omarmt
heeft een netwerk. Ik heb daar verscheidene raadsleden een aantal keren gezien. Wij zullen daar het belang van de informatiekaarten benadrukken.
Het antwoord op vraag 2. Er zijn verscheidene activiteiten gepland. Er wordt inzake
eenzaamheid samengewerkt met de Utrechtse Internetcourant. Daarnaast gaan er nieuwsbrieven uit naar bewoners en professionals, waaronder ook een fysieke nieuwsbrief aan alle
bijstandsgerechtigden. Eind september start een Facebookcampagne waarbij mensen gratis een kaartje kunnen sturen naar iemand om te laten weten dat zij aan deze persoon denken.
Het antwoord op vraag 3. Ja, daartoe zijn wij bereid, mits de studentenorganisaties en
aanverwante partijen er ook zelf zin in hebben en er het nut van zien.
Het antwoord op vraag 4. Er zijn verscheidene beoogde partners, zoals de Universiteit, de
Hogeschool en de HKU, maar ook studentenverenigingen. Zij hebben vaak ook zelf eenvoudige manieren om hun doelgroepen te bereiken. Samen het deze organisaties zullen wij een
5
Vragenuur van 30 september 2021 communicatieplan opstellen, onder andere via het platform Join Us. Ik zie dat ook Instagram hierbij een belangrijke rol zal spelen.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! In de opsomming van de wethouder mis ik de huis-aan-
huisbladen een beetje. Ik stel mij voor dat dit een medium is waarmee een grote groep, die met eenzaamheid te maken heeft, kan worden bereikt. Is de wethouder bereid om de huis-aanhuisbladen onder de loep te nemen?
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Er wordt wél gebruikgemaakt van de fysieke
materialen. De informatiekaarten worden ook fysiek verspreid, net als de brief aan de
bijstandsgerechtigden. Ik vind de suggestie van de heer Gilissen echter zeer waardevol. Wij zullen ook de huis-aan-huisbladen bekijken. Dat lijkt mij alleen maar zinnig.
4. Vragen van mevrouw Assen (PvdA) inzake een vaccinatiebewijs moet voor iedereen die gevaccineerd is makkelijk toegankelijk zijn.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! De PvdA-fractie krijgt signalen uit de stad, van individuele
bewoners en organisaties, dat het vaccinatiebewijs niet voor iedere gevaccineerde in Utrecht
toegankelijk is, terwijl dat wel zou moeten zijn. Al eerder bleek dat vooral de ouderenbonden hier veel klachten over krijgen. Utrechters die laaggeletterd en digitaal niet vaardig zijn, of die geen
smartphone hebben, kunnen hulp vragen om een papieren bewijs toegestuurd te krijgen. Zij kunnen dan bellen met een nummer dat door de landelijke overheid daartoe is opengesteld. Maar daar loopt het vaak spaak.
Enkele organisaties in Utrecht hebben aangegeven dat zij de betrokkenen graag willen
steunen, bijvoorbeeld door op fysieke plekken in de stad de mensen kan helpen om een QR-code te krijgen. Wij begrijpen dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de landelijke overheid berust, maar
vinden dat wij in deze situatie moeten doen wat wij kunnen om ervoor te zorgen dat alle Utrechters die gevaccineerd zijn, kunnen deelnemen aan de samenleving, zonder dat zij worden beperkt door hun eigen gebrekkige taalvaardigheid of hun eigen digitale onkunde. 1.
2.
Is de wethouder bekend met het feit dat de wijze waarop het bewijs dat men is ingeënt tegen corona verkregen kan worden een hoge drempels is voor groepen Utrechters die digitaal niet vaardig zijn?
Is de wethouder het met ons eens dat het niet hebben van een smartphone, maar het wél hebben van een lage geletterdheid en een lage digitale vaardigheid, geen drempels mogen zijn om actief mee te doen in de samenleving, zeker wanneer dit Utrechters betreft die sowieso al vaker
eenzaam zijn en voor wie de beperkende coronamaatregelen de eenzaamheid nog hebben
versterkt? Zo ja, welke ruimte ziet de wethouder nog om ervoor te zorgen dat deze Utrechters 3.
wél volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving?
Wat is de wethouder voornemens te doen met de adviezen om in de stad bij het aanvragen van een QR-code fysieke ondersteuning te bieden?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wij herkennen de signalen.
Ook de GGD en de partners waarmee wij actief bezig zijn met wijkgericht vaccineren, herkennen de
signalen. Wij horen dat het landelijke servicenummer voor een aantal mensen een oplossing is, maar zeker niet voor iedereen. Dat heeft tot gevolg dat mensen met vragen binnenstappen bij de
vaccinatiepunten van de GGD Regio Utrecht. Daar wordt echter heel praktisch mee omgegaan. Er
6
Vragenuur van 30 september 2021 wordt bekeken hoe de mensen zo goed mogelijk kunnen worden geholpen, maar ook dat is niet
zaligmakend, omdat op die plekken de privacy vaak niet goed is gewaarborgd. Daardoor kunnen
mensen niet echt worden geholpen met het inloggen via een DigiD of bij het doen van een aanvraag. Wij weten ook dat de zorgteams in verpleegtehuizen "inlopen" organiseren. Daar kunnen
ouderen langsgaan. Daar is alles goed geregeld. Zij kunnen bijvoorbeeld een geprinte versie van hun QR-code krijgen. Op 10 juni jl. hebben wij daarover gesproken, ook naar aanleiding van mondeling
gestelde vragen. Ik ben het helemaal eens met wat in de vragen wordt gesteld. Het mag niet zo zijn dat het beschikken over een smartphone of het hebben van digitale vaardigheden een scheidslijn is voor het al dan niet meedoen in onze samenleving. Dit is een nieuwe vorm van ongelijkheid. Dit moeten wij ten koste van alles bestrijden. Hoe doen wij dat?
Wij doen dat langs verschillende lijnen. Het begint met communiceren. Wij zijn bezig met een
flyer. Daar wordt sinds vorige week aan gewerkt. De flyer legt heel laagdrempelig uit hoe dit werkt. De flyer gaat naar de publieksdienstverleningslocaties, zoals de wijkbureaus en de locaties van de GGD. In de flyer stelt de gemeente dat de mensen welkom zijn en dat zij worden geholpen. Bij de
GGD ligt het iets ingewikkelder dan bij de wijkbureaus, omdat de privacyvoorwaarden daar moeilijker zijn te hanteren. Daar kan echter wél worden geholpen met het installeren van de app. Men kan daar ook iets uitleggen.
Wij zijn ook in gesprek met Kleurrijk Zorg. Die bekijkt op dit moment hoever men wettelijk
mag gaan om de hulpverleners te laten helpen met de QR-code. Dat heeft te maken met het feit dat men dan de DigiD-code van een cliënt moet hanteren. Dat is persoonsgevoelige informatie. Ik stel
voor dat wij de raad in de volgende coronabrief daar goed over rapporteren, specifiek over het punt van Kleurrijk Zorg, maar ook wat de ervaringen met dit belangrijke thema elders in de stad zijn.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik heb nog twee vragen. Ik wil de wethouder vragen om bij
het verspreiden van de flyer en bij het proberen de ouderen te bereiken samenwerking te zoeken met organisaties in de stad die met deze doelgroepen werken. Zelf heb ik de signalen via
BuurtWerkKamers gehoord. De BuurtWerkKamers kunnen helpen met het bereiken en steunen van de ouderen.
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat is een goede suggestie. Wij zullen dat doen.
Ik zal er ook voor zorgen dat het ook voor de raad duidelijk is waar de flyers af te halen zijn, zodat de raad ook zelf mensen kan verwijzen naar de informatie die wij hebben.
5. Vragen van de heer Virginia (GroenLinks) inzake Maaien op de kade bij de Munt. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Onlangs zijn de kades bij de Munt in opdracht van
Rijkswaterstaat op een brute manier gemaaid. Dit leidt bij de fractie van GroenLinks tot de volgende vragen. 1. 2.
Welke afspraken zijn door de gemeente met Rijkswaterstaat gemaakt m.b.t. het maaibeleid? Wordt door Rijkswaterstaat het natuurvriendelijke maaibeleid toegepast dat wij in deze
gemeenteraad hebben afgesproken? Zo nee, waarom niet? Zijn daar alsnog afspraken over te maken? Buurtbewoners hebben (deels) met eigen geld een strook grond ingezaaid bij het
3.
Muntgebouw aan de Leidseweg.
Zijn door de gemeente afspraken gemaakt m.b.t. zelfbeheer op deze plek? Zo ja, welke
afspraken zijn dat en hoe worden die nagekomen? Zo nee, waarom niet? Kunnen ze alsnog
7
Vragenuur van 30 september 2021 worden gemaakt? Buurtbewoners hebben gezegd dat voor die kleine stukjes natuur een gedegen 4.
beheersplan nodig is.
Is de wethouder bereid om samen met de buurtbewoners en Rijkswaterstaat aan een beheersplan te werken? Zo ja, wanneer verwacht de wethouder dat dit gereed is? Zo nee, waarom niet?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik hoop op wat clementie. Ik heb alleen privé-
ervaring met maaien, niet professioneel. Dank voor de vragen, ook die van de GroenLinks-fractie. Wij zijn er goed ingedoken.
Het antwoord op vraag 1. In de zomer van 2021 is het herstel van de oever door
Rijkswaterstaat afgerond. Daarover is overleg geweest met een groep wijkbewoners, Wijkbureau West en Rijkswaterstaat. Men heeft gekozen voor gras. Een andere groep wijkbewoners heeft gezegd ook
aanvullende beplanting te willen. Die hebben die op eigen gelegenheid geplant. Rijkswaterstaat heeft echter gemaaid zoals met de oorspronkelijke groep wijkbewoners was overeengekomen. Dat heeft het gevolg gehad dat wij nu allemaal kunnen zien. Het maaisel blijft enige tijd liggen. Het wordt weggehaald en dan ontstaat een ander beeld.
Het antwoord op vraag 2. De afspraken die wij maken, gaan over ons eigen maaibeleid, onze
eigen gronden of over gronden die wij in beheer en onderhoud hebben. Wij hebben in Utrecht geen
afspraken gemaakt met andere grote partijen over het hanteren van ons maaibeleid. Op onderdelen komt ons maaibeleid overeen met dat van Rijkswaterstaat.
Het antwoord op vraag 3. Het zelfbeheer. Door ons is geen afspraak gemaakt over zelfbeheer
op deze plek. Dat kunnen wij ook niet, want wij bezitten de grond niet. Wat Rijkswaterstaat ons vandaag heeft laten weten, is dat men een overeenkomst had met een groep wijkbewoners.
Inmiddels blijkt dat bij wijkbewoners verschillende ideeën leven over wat men met de strook wil
doen. Rijkswaterstaat wil daaraan graag meewerken, maar verzoekt ons om opnieuw het gesprek aan te gaan met de wijkbewoners, het wijkbureau en Rijkswaterstaat over wat men nu eigenlijk met deze groene strook wil. Vervolgens kan het maaibeleid daaraan worden aangepast.
Het antwoord op vraag 4. Wij zullen opnieuw met elkaar in gesprek gaan om te zien of wij tot
overeenstemming kunnen komen. De wensen verschillen. Wij zijn tegelijkertijd met het Rijk in
gesprek of deze gronden kunnen worden overgedragen aan de gemeente. Mocht dat gebeuren, dan kunnen wij ons eigen maaibeleid van toepassing verklaren en ook de manier waarop wij willen omgaan met zelfbeheer. Dan gelden alle Utrechtse spelregels.
Wij gaan nu weer in gesprek. Wij bekijken of wij overeenstemming kunnen krijgen met de
wijkbewoners en Rijkswaterstaat. Wij hopen op de lange termijn het eigendom te verwerven. Dan kunnen wij het beleid weer volgens onze eigen spelregels inrichten.
Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! Ik hoor de wethouder in het antwoord op vraag 2
zeggen dat over het maaibeleid geen afspraken met andere partijen zijn gemaakt. Ik begrijp dat wel
zal worden gesproken met Rijkswaterstaat, maar wellicht zijn er andere partijen in de stad die er een eigen maaibeleid op na houden. Is de wethouder bereid om ook met derde partijen afspraken over het maaibeleid te maken?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik kan mij goed voorstellen dat het een
interessante exercitie is om te bekijken hoe het maaibeleid van andere grote beheerders in de stad eruitziet en of wij die kunnen verleiden om ons maaibeleid te hanteren. Ik zal dit punt met collega
Diepeveen opnemen. Ik kan mij voorstellen dat ook hij dit niet op korte termijn heeft geregeld, dus
dat wij een logisch moment kiezen waarop de raad hierover wordt geïnformeerd, bijvoorbeeld in de
8
Vragenuur van 30 september 2021 eerstvolgende raadsbrief. Ik begrijp de suggestie van mevrouw Van Dun heel goed. Ik zal die op deze positieve manier overbrengen.
De VOORZITTER: Dames en heren! Wij moeten niet vergeten dat wethouder Diepeveen
vandaag afwezig is.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Het is fijn om in de antwoorden te horen dat
Rijkswaterstaat met de wijkbewoners en de gemeente in gesprek wil gaan om het beleid aan te
passen en om misschien zelfs het beheer van de gronden aan de gemeente over te dragen. Het is immers bekend dat Rijkswaterstaat ecologie niet hoog in het vaandel heeft staan. Rijkswaterstaat heeft niet alleen het onderhavige stukje in beheer, maar ook vele kilometers andere kades van
kanalen en taluds van snelwegen. Kan de wethouder toezeggen om alle gronden in de gemeente Utrecht, die Rijkswaterstaat in beheer heeft, ecologisch te beheren?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Wij hebben naar aanleiding van deze mondelinge
vragen drie gesprekken met Rijkswaterstaat gevoerd. Het eerste gesprek is naar aanleiding van de
plek waar de heer Virginia naar heeft gevraagd. Het gesprek van Rijkswaterstaat, het wijkbureau en ons is erop gericht om te weten te komen wat de wijkbewoners willen. Als daar overeenstemming over is, zijn partijen - in dit geval Rijkswaterstaat - bereid om dat te realiseren en om het maaibeheer op die specifieke plek aan te passen.
Mevrouw Van Dun vroeg om te bekijken of er grote beherende partijen zijn waarmee wij een
pact zouden kunnen sluiten. Dat is echt iets voor de lange adem. Daar is misschien nog het een en ander voor nodig. Wij onderzoeken dat en komen daarover bij de raad terug.
Na het derde gesprek, waarin ook de suggestie van mevrouw Sasbrink over taluds en
dergelijke en de overdracht van een aantal gronden aan de orde komt, geldt dat zodra de gronden van de gemeente zijn, ons beleid daarop van toepassing is. Langs die drie lijnen gaan wij met dit thema aan de slag.
De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor deze bevredigende
beantwoording. Kan de raad worden geïnformeerd over de uitkomsten van de gesprekken over dit stuk met Rijkswaterstaat en wie weet ook over de suggestie van mevrouw Sasbrink?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Zeker, dat zullen wij doen. Voor de gesprekken
die wij op de lange termijn hebben, wordt de raad op een regulier moment geïnformeerd. Specifiek over de door de heer Virginia genoemde locatie stel ik voor dat als er witte rook is, wij de raad berichten.
De VOORZITTER: Dames en heren! Tot zover de beantwoording van de vragen in dit
vragenuur. Er is niets meer aan de orde. Ik dank iedereen voor zijn of haar medewerking. Ik sluit de vergadering.
Hierna sluit de voorzitter, te 16.34 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
9
Vragenuur van 30 september 2021
{{Signer2}}
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 30 september 2021.
Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA) en de heer Bosse (PvdA) inzake Bestrijden energiearmoede.
Wethouder Voortman
• zal checken of bij de begeleiding van een overstap naar een goedkopere leverancier ook wordt nagegaan of de nieuwe leverancier duurzaam en groen is, en daar bij de raad op terugkomen.
• zal in de komende armoedemonitor het thema energiearmoede expliciet aan de orde stellen.
10
Vragenuur van 30 september 2021 Vragen van mevrouw Assen (PvdA) inzake een vaccinatiebewijs moet voor iedereen die gevaccineerd is makkelijk toegankelijk zijn.
Wethouder Eerenberg
• zal in de volgende coronabrief rapporteren over de vraag hoe ver hulpverleners wettelijk mogen gaan bij het helpen van mensen bij het verkrijgen van de QR-code via DigiD.
• zal ervoor zorgen dat het ook voor de raad duidelijk is waar de flyers af te halen zijn, zodat de raad ook zelf mensen kan wijzen op de beschikbare informatie.
11
Vragenuur van 30 september 2021
Vragen van de heer Virginia (GroenLinks) inzake Maaien op de kade bij de Munt.
Wethouder Eerenberg • zal met wethouder Diepeveen bespreken of het mogelijk is om ook met andere grote
beheerders in de stad afspraken te maken over het maaibeleid en daar bij de raad op terugkomen, bijvoorbeeld in de eerstvolgende raadsbrief.
• zal de raad informeren over de uitkomsten van de gesprekken met Rijkswaterstaat over de kades bij de Munt.
• zal de raad op een regulier moment informeren over de gesprekken met Rijkswaterstaat over de langere termijn.
12