20210909 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 9 september 2021
Vragenuur, gehouden op donderdag 9 september 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer De Pagter. Aanwezig zijn de leden: Assen, Gilissen, Meerding, Saïah, Sasbrink en Van Steeg.
Klein.
Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen en
Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het wekelijkse vragenuur van de
Utrechtse gemeenteraad. Er zijn vier sets vragen ingekomen.
1. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake noodkap platanen Vredenburgplein. Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! De afgelopen week communiceerde de gemeente per
wijkbericht over de noodkap van twee platanen op het Vredenburg. Er staat dat de bomen aan het
afsterven zijn en dat ze daardoor gevaarlijk zijn. Het zijn beeldbepalende bomen die in een stenige
omgeving staan. Dat maakt dat de PvdD-fractie er verbaasd over is dat de slechte conditie van deze bomen niet eerder is opgemerkt en dat de kap van de bomen niet meer te voorkomen zou zijn. Wij
maken ons zorgen over de conditie van deze bomen, maar ook over die van de andere bomen op het plein. Wij stellen daarom de volgende vragen. 1. 2.
3. 4.
Wat is er de oorzaak van dat deze bomen nu aan het afsterven zijn?
Is er mogelijk een verband met de herinrichting van het Vredenburg of met het afvalwater van de markt en dat de bomen hierdoor zijn verzwakt en daarom misschien vatbaarder zijn voor infecties?
In hoeverre had een eerdere signalering kap kunnen voorkomen, bijvoorbeeld door het afsnoeien van gevaarlijke takken of door bomen beter te verzorgen?
Wat is de conditie van de bomen die op het Vredenburg overblijven? Is de monitoring en de
verzorging van die bomen begonnen naar aanleiding van de toestand van de twee platanen waar nu sprake van is?
Vragenuur van 9 september 2021 5.
6.
Kan het college toezeggen om de conditie van de andere bomen op het Vredenburg te
optimaliseren door ze te monitoren en door de kwaliteit van de verzorging te verbeteren zodat in de toekomst noodkap van bomen kan worden voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Kan de wethouder toezeggen om naar aanleiding van deze kap en de compensatie van deze twee bomen niet alleen minimaal twee bomen terug te planten, maar ook om te onderzoeken of op het Vredenburg ruimte is voor het planten van meer dan twee bomen? Dat is volgens ons op deze plek nodig. Zo nee, waarom niet?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Op dit moment hebben
wij nog geen duidelijk beeld van de mogelijke oorzaken van het afsterven van de twee platanen op het Vredenburgplein. Het is ernstig en uiterst verdrietig. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de wortels door een senior boomtechnisch adviseur van Stadsbedrijven. Daaruit bleek dat diverse wortels zijn afgestorven en zwart zijn geworden. Aan de hand van dit onderzoek hebben wij
geconstateerd dat de bomen onveilig zijn. Daarom worden de bomen op maandag 13 september a.s. gekapt volgens de noodkapprocedure.
Het antwoord op vraag 2. Aan een extern boomtechnisch adviesbureau wordt opdracht
gegeven om het onomkeerbare afstervingsproces van beide platanen te onderzoeken. Wij willen nog niet vooruitlopen op mogelijke oorzaken waar mevrouw Sasbrink naar vraagt.
Het antwoord op vraag 3. De bomen op het Vredenburgplein worden volgens het protocol
jaarlijks gecontroleerd op hun conditie en mogelijke gebreken. Dat gaat via de visual tree assessment, die wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bureau.
Het antwoord op vraag 4. De twee platanen zijn in maart van dit jaar voor het laatst
geïnspecteerd. Toen was de conditie voldoende. Er was geen aanleiding tot nader onderzoek. Eind augustus heeft één van onze VTA-inspecteurs gemeld dat bij de twee platanen nader onderzoek moest worden gedaan in verband met hun snel teruglopende conditie. Het in opdracht gegeven
onderzoek zal informatie kunnen geven hoe de bomen slecht zijn geworden en welke eventuele
beïnvloedingsmogelijkheden, bijvoorbeeld snoei of verzorging, hadden kunnen helpen om hetzelfde in de toekomst bij andere bomen kunnen voorkomen.
De drie andere oude platanen zijn ook in maart 2021 geïnspecteerd. Op grond van deze VTA-
inspectie is de verzorging niet aangepast. Wel wordt een van deze platanen voor eind september 2021 gesnoeid.
Naar aanleiding van de constatering dat twee platanen moeten worden gekapt, worden de
andere platanen op het Vredenburgplein opnieuw geïnspecteerd. Dat is een afwijking van het normale inspectieregime. Wij vinden dat er aanleiding is om dat onderzoek te doen.
Het antwoord op vraag 5. Als het in opdracht gegeven onderzoek aanbevelingen oplevert om
de bomen extra te inspecteren of te verzorgen, volgen wij die uiteraard op.
Het antwoord op vraag 6. Het herplantbeleid is vastgelegd in het bomenbeleid. De twee te
kappen platanen worden uiteraard herplant, maar onderzocht zal worden of er mogelijkheden zijn
om extra bomen te planten. Als het mogelijk is om de toekomstige boomlocaties iets te veranderen, ontstaat er eventueel ruimte voor één of meer extra bomen.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Het is fijn dat dit goed
wordt onderzocht. Ik ga ervan uit dat wij daarvan een terugkoppeling krijgen. Ik vraag mij af of de extra inspectie van de drie platanen die nu nog gezond zijn eenmalig is, of dat het verstandiger is
om dat vaker te doen. Ik vraag mij ook af of het niet beter is als de andere bomen in de binnenstad vaker worden gecontroleerd.
2
Vragenuur van 9 september 2021
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij gaan zekerheidshalve de bomen vaker
controleren. Als uit dat onderzoek naar voren komt dat het inspectieregime intensiever moet worden
- vaker dan één keer per jaar - dan zullen wij dat zeker doen. Wij moeten daar wel aanwijzingen voor hebben. Die aanleiding zou mogelijk uit deze extra inspectie kunnen komen. Dat wachten wij af. 2. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD) en de heer Saïah (D66) inzake het inzetten van prikbussen om vaccinatiegraad onder studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs-studenten en scholieren te verhogen.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Slechts 43% van de 12- tot 18-jarigen heeft tot nu de
eerste vaccinatie gehad. De GGD maakt zich zorgen over mogelijke virusuitbraken op scholen als de
vaccinatiegraad onder jongeren niet stijgt. In diverse regio's ontplooit de GGD daarom initiatieven in samenwerking met scholen. Voorbeelden zijn het actief geven van voorlichting in de
klas en het inzetten van een prikbus in de directe nabijheid van scholen. De prikbus blijkt in verschillende regio's te leiden tot beduidend meer jongeren die zich laten vaccineren.
In Utrecht worden vooralsnog geen prikbussen ingezet bij het middelbaar beroepsonderwijs
en het voortgezet onderwijs met als argument dat de kracht van een vaccinatielocatie juist zit in de herkenbaarheid gedurende een langere tijd met vaste tijden op een vaste plek. Dit is
in tegenspraak met de informatie die uit andere regio's komt. Daarnaast zijn wij van mening dat de toegankelijkheid tot vaccinaties voor mbo'ers en scholieren hetzelfde moet zijn
als voor wo- en hbo-studenten. Op het Utrecht Science Park is wél een vaccinatie-unit aanwezig. Zowel studenten als universiteitsbestuurders zijn daar erg blij mee. 1.
2.
3.
4.
Wij hebben hierover de volgende vragen.
Is de vaccinatiegraad onder jongeren in Utrecht vergelijkbaar met het landelijke beeld van 43%
die de eerste prik heeft gehad? Zijn er grote verschillen tussen wijken zichtbaar en vergelijkbaar met de verschillen onder volwassenen?
Is de wethouder het met ons eens dat mbo-studenten en middelbare scholieren dezelfde toegang tot mogelijkheden om zich te laten vaccineren moeten hebben als hbo- en wostudenten?
Is de wethouder bereid om met de GGD-regio Utrecht en scholen en mbo-instellingen in gesprek
te gaan om het inzetten van prikbussen in de directe omgeving van mbo's en middelbare scholen op korte termijn mogelijk te maken?
Als de vaccinatiebereidheid onder jongeren zo laag blijft, welke andere extra mogelijkheden ziet de wethouder dan om jongeren jonger dan 18 jaar te bereiken?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord deze vragen uit naam van wethouder
Eerenberg. Het antwoord op vraag 1. In de cijferoverzichten van het RIVM t/m 5 september jl. staat dat van de groep van 12- tot 18-jarigen landelijk 52% de eerste prik en 39% de volledig vaccinatie
krijgt. Voor de stad Utrecht zijn de cijfers 52% en 41%, dus nagenoeg gelijk. Tussen de regio en de stad Utrecht en landelijk blijft de vaccinatie van inwoners onder de 30 jaar achter bij andere
leeftijdsgroepen. De groep van 12- tot 17-jarigen blijft het meest achter, maar die is gestegen ten
opzichte van de cijfers in de berichten waar de vragen op zijn gebaseerd. De vaccinatie van de laatste groep blijft langzaam stijgen, ook in Utrecht.
3
Vragenuur van 9 september 2021 Wij zien dat de wijken Overvecht en Zuidwest achterblijven bij de andere wijken. Om die reden
wordt door de GGD-regio Utrecht en Kleurrijk Zorg al enkele maanden ingezet op vaccineren in de
wijken. De komende tijd wordt dit uitgebreid met vaccinatielocaties in het centrum en op het Science Park. Daarmee zijn verspreid over de stad vier vaccinatiepunten vrij toegankelijk, ook op het Utrecht Science Park. Men kan daar zonder afspraak terecht. Recente bezoekcijfers wijzen uit dat deze
werkwijze aanslaat. Afgelopen zaterdag zijn 220 prikken gezet in Kanaleneiland, waarvan 150 eerste prikken waren. Diverse bezoekersgroepen en de locatie Krachtstation trekken ook inwoners van andere wijken, zoals Zuid, maar ook jongeren en ongedocumenteerden. Al deze cijfers uit het overzicht van de gemeente zullen wij met de raad blijven delen, ook in de coronabrief.
Het antwoord op vraag 2. Ja, het college onderschrijft de lijn van de GGD-regio Utrecht.
Iedereen die dat wil, moet zich kunnen laten vaccineren.
Het antwoord op vraag 3. Er worden door de GGD-regio Utrecht gesprekken gevoerd met de
individuele onderwijsinstellingen. De gemeente is daar ook bij aangesloten.
Over het punt van vaccineren op schoollocaties horen wij dat de vo-scholen en de mbo-
scholen zich neutraal willen opstellen. De algemene houding is: voorlichting ja, maar vaccinatiepush nee. De gemeente steunt die voorlichting heel actief.
Over de prikbussen wordt gezegd dat die op schoolpleinen zullen staan. Dat is een vrij
hardnekkig misverstand. Andere GGD's doen dat niet. Die zijn dat ook niet van plan. De GGD-regio Utrecht is daarop geen uitzondering.
Het antwoord op vraag 4. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet, zowel de dekkingsgraad
en het toenemen daarvan bij de 30-minners als het bezoek van 30-minners aan de
vaccinatiepunten. Daarnaast willen wij heel actief de voorlichting blijven steunen en faciliteren. Dat doen wij samen met de onderwijsinstellingen, bijvoorbeeld ook bij de mbo-instellingen. Ook daar
worden de communicatiekanalen gebruikt, de schermen in de gebouwen, maar ook internet en de website. Ook sleutelpersonen worden ingezet om goed aan te sluiten bij jongeren. Ook is er het
radiospotje over vaccineren op FunX. Als wij zien dat dingen aanslaan, doen wij die breder. Als wij op andere ideeën komen, doen wij ook die. Het is vooral belangrijk om mensen goed te bereiken.
De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Gilissen nog een opmerking wil maken, maar hij is niet te
horen. Ik stel daarom voor dat ik eerst even het woord geef aan mevrouw Assen. Ondertussen kan dan het technische probleem worden opgelost.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! De wethouder heeft vraag 3 beantwoord. Zij zegt dat er
een hardnekkig misverstand is dat op schoolpleinen zou worden gevaccineerd. Ook ik heb dat
gelezen, maar dat ging alleen over het vaccineren van middelbare scholieren. Dat houdt verband met de redenering van de GGD over de integriteit van het lichaam en de toestemming van ouders voor de
12- tot 17-jarigen. Voor mbo'ers gaat dat net zomin op als voor hbo'ers en wo'ers. Zijn dat niet twee andere groepen?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Op het mbo zijn zeker ook studenten die jonger dan
18 jaar zijn. Middelbare scholen houden er rekening mee dat scholieren dat niet helemaal zelf
kunnen beslissen. Maar MBO Utrecht in Rijnsweerd ligt heel dicht bij de vaccinatiemogelijkheid van
het Science Park, waar men zonder afspraak terechtkan. Er zijn echt mogelijkheden om daarnaartoe te gaan, juist als goede voorlichting wordt gegeven en de dialoog met studenten wordt gevoerd. De
GGD-regio Utrecht en onze collega's van Volksgezondheid hebben de indruk dat dit de manier is om mensen aan het prikken te krijgen, als ze dat willen.
4
Vragenuur van 9 september 2021
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik begrijp dat het probleem met de verbinding met de heer
Gilissen nog niet is opgelost en dat hij zijn vraag heeft doorgespeeld aan mevrouw Meerding.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik spreek nu namens de heer Gilissen. Hij wil graag een
kaartje laten zien. Dat heeft hij mij toegestuurd. Op het kaartje staan grote verschillen tussen de
vaccinatiegraad in verschillende gemeenten. Er zijn grote verschillen; Utrecht valt op in negatieve zin. Denkt de wethouder dat de inzet op dit moment voldoende is? Wanneer is misschien extra inzet nodig?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik heb het kaartje niet gezien, maar ik heb wél een
kaartje gezien waarop Rotterdam en Den Haag opvielen. Wij doen echter geen wedstrijdje. Wij willen graag dat zo veel mogelijk mensen zich kunnen laten vaccineren. Wij proberen ervoor te zorgen dat mensen dat doen. In wijken waar dat wat achterblijft, wordt geprobeerd met sleutelpersonen en
regels - zoals eerst een afspraak te moeten maken - het prikken zo eenvoudig en laagdrempelig mogelijk te maken zodat de mensen dat echt doen.
3. Vragen van de heer Van Steeg (CDA) inzake Zichtbaar Utrechts Erfgoed. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De CDA-fractie is verheugd dat UNESCO deze zomer de
Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Neder-Germaanse Limes op de Werelderfgoedlijst heeft geplaatst. In Utrecht is veel van dit erfgoed te zien. De Limes liep door Utrecht heen. Daar is
veel over te leren bij Castellum Hoge Woerd. De Waterlinie is terug te zien bij de Utrechtse forten
Fort aan de Klop, Fort de Bilt, Fort de Gagel, Fort Blauwkapel en Lunetten. De CDA-fractie wil dat dit
bijzondere historische erfgoed goed onder de aandacht wordt gebracht, bijvoorbeeld met behulp van borden langs de weg.
Op 6 april 2017 stelde de CDA-fractie mondelinge vragen over de vindbaarheid van erfgoed in
Utrecht, met name in Leidsche Rijn, Vleuten, De Meern en Haarzuilens. Het college zei destijds dat de herkenbare bruine erfgoedborden die verwijzen naar het Romeinse erfgoed in Leidsche Rijn pas
geplaatst kunnen worden als de Limes aangemerkt zou zijn als werelderfgoed, omdat dit het beleid van Rijkswaterstaat is. 1.
Wat is de status van de plannen voor het plaatsen van de borden langs wegen, nu de Limes en de
2.
Wil de wethouder samen met organisaties en initiatieven uit de stad, zoals bijvoorbeeld de
3.
Hollandse Waterlinie aangemerkt zijn als erfgoed?
Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens en Leidsche Rijn, op zoek gaan naar andere, creatieve mogelijkheden om het erfgoed onder de aandacht te brengen?
Ziet de wethouder nog meer mogelijkheden om rond de viering van "Utrecht 900 jaar" samen met organisaties uit de stad aan het werelderfgoed in Utrecht extra aandacht te besteden? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. De borden langs de snelweg zijn de officiële borden van
Rijkswaterstaat. Het is terecht dat daarop ook in het verleden werd gehint. Wij hebben dat punt opgepakt. Dat doen wij samen in de Nederlandse Limes Samenwerking (NLS), het
samenwerkingsverband tussen het Rijk (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) en de drie betrokken provincies. Wij zijn daar nu mee bezig. Wij hebben op de Limes-locatie al verscheidene borden
geplaatst die aansluiten bij de landelijke lijn. In Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern zijn al zes borden
5
Vragenuur van 9 september 2021 geplaatst. Ik begrijp dat de vraag vooral gaat over de bruine borden langs de snelweg. Daar wordt aan gewerkt. Wij bekijken ook plekken waar dingen moeten worden geactualiseerd en waar de toevoeging van "werelderfgoed" er nog bij kan.
In Castellum Hoge Woerd is de actualisatie van de bebording gepland voor 2022.
De siteholder van de Hollandse waterlinies inventariseert goed wat er kan gebeuren om de
fysieke zichtbaarheid goed duidelijk te maken. De bruine borden maken daar deel van uit. Het zijn in dit geval vier provincies. Het is goed om dat overal op dezelfde manier en tegelijkertijd te doen. Het antwoord op vraag 2. Ik ben blij om te kunnen zeggen dat er met de diverse
erfgoedorganisaties goede contacten zijn, zoals bijvoorbeeld met de genoemde historische
vereniging en DOMunder. Ook voor Museum Hoge Woerd is een belangrijke rol weggelegd, inclusief vrijwilligers. De eerste stappen zijn zeker al gezet.
Komende zaterdag is het Open Monumentendag. Dat vieren wij met een programma van
DOMunder op het Domplein. Ook museum Hoge Woerd heeft een mooi programma. Er is ook een
fietstocht in samenwerking met de historische verenigingen van Vleuten-De Meern, Haarzuilens en Leidsche Rijn. Met diverse erfgoedorganisaties verkennen wij hoe wij de Limes meer zichtbaar
kunnen maken. Er is een actieve samenwerking met het Castellum Hoge Woerd, het Domplein en Fort Vechten in Bunnik. Dat wordt samen gedaan. Ook Utrecht Marketing helpt daarbij.
Het antwoord op vraag 3. Bij Utrecht 900 - dat hebt u van mij al eerder gehoord - is het
vooral belangrijk dat het initiatief uit de stad komt. Ik kan mij goed voorstellen dat daar ook op dit gebied mooie initiatieven te verwelkomen zijn. Laten de mensen dat zeker blijven doen. Voor de
Limes moeten wij dan ongeveer 2000+ kaarsjes uitblazen en geen 900. Maar dat neemt niet weg dat wij daar zeker bij mogen stilstaan, want het is allemaal Utrecht.
De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Wij danken de wethouder voor de uitgebreide
beantwoording. Ik begrijp dat er veel gebeurt en dat het erfgoed onder de aandacht wordt gebracht. Kan de wethouder toezeggen dat de snelwegborden al volgend jaar of in het kader van Utrecht 900 kunnen worden onthuld? Kan de wethouder er alles aan doen om dat samen met Rijkswaterstaat te bewerkstelligen? Het is nu een mooi moment om daar aandacht voor te vragen in het kader van Utrecht 900.
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ik kan zeker toezeggen dat ik er zelf alles aan wil
doen om die vóór 2 juni 2022 langs de weg te hebben staan. Ik kan echter niet toezeggen dat het
dan zover is. Uiteindelijk ben ik niet degene die daarover kan beslissen. Ik kan wél toezeggen dat ik mij daarvoor zeer zal inspannen.
4. Vragen van de heer Simsek (Denk) inzake Ruimte voor iedereen. De heer SIMSEK (DENK): Voorzitter! In het vragenuur van vorige week stelde de VVD-fractie
vragen aan burgemeester Dijksma over de stichting AlFitrah. De VVD-fractie was stellig: Stichting AlFitrah heeft wat haar betreft geen plaats meer in Utrecht. Verbaasd was mijn fractie over dit standpunt niet.
De beantwoording van de burgemeester was echter zorgwekkender. Zij gaf namelijk
aan dat ook zij Stichting AlFitrah het liefst voorgoed uit Utrecht ziet vertrekken, maar
dat zij niet over voldoende middelen beschikt om dat vertrek te kunnen garanderen. Ook werd
de Stichting AlFitrah door de burgemeester verscheidene keren bestempeld als "een probleem". Wij hebben hierover de volgende vragen.
6
Vragenuur van 9 september 2021 1.
2. 3.
Hoe rijmt de burgemeester haar uitspraken met haar rol als burgermoeder van alle Utrechters waarbij zij een deel van de Utrechters, die leven volgens de geldende wet- en regelgeving, wegzet als ongewenst?
Hoe rijmt de burgemeester haar uitspraken met het perspectief van het coalitieakkoord Ruimte voor iedereen, waarin staat dat iedereen, binnen de kaders van de wet, zichzelf kan zijn? Er zijn ook in Utrecht fracties die er opvattingen op nahouden die schuren met
de geldende wetgeving omdat die bijvoorbeeld discriminerend van aard zijn. Hoe kijkt de burgemeester tegen dit soort groepen aan in relatie tot haar opvattingen over
4.
de Stichting AlFitrah?
Over twee weken bespreken wij de anti-discriminatieagenda waarin wordt benadrukt dat het
belangrijk is dat de gemeente mensen omarmt die anders zijn. Is de burgemeester het met ons
eens dat zij met haar uitspraken over de Stichting AlFitrah de Utrechtse anti-discriminatieagenda ondermijnt? Zo nee, hoe rijmt de burgemeester haar uitspraken dan met de ambitie in hoofdstuk 7 (Vrijheid van levensbeschouwing) dat alle Utrechters hun godsdienst of 5.
levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij kunnen praktiseren?
Is de burgemeester bereid om de mogelijkheden te verkennen om samen met de Stichting
AlFitrah te proberen om radicalisering en criminaliteit onder jongeren te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Misschien is het goed om de vragen 1 en 2 in één keer te
beantwoorden. Het is niet mijn persoonlijke opvatting dat AlFitrah een stichting is die op
verscheidene vlakken problematisch gedrag vertoont. Dat problematische gedrag is gebleken uit
onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Daaruit blijkt dat de stichting sektarische kenmerken
vertoont en een negatieve invloed heeft op bezoekers van de stichting. Dat merkt je op het moment
dat je spreekt met schoolcoördinatoren en professionals in de zorg of hulpverlening. Ik zeg erbij dat je dit ook merkt als je spreekt met sommige moskeebesturen, die dat net zo goed vinden. Deze
signalen zijn in het verleden meermalen met de stichting besproken, maar dat heeft helemaal niet
geleid tot verandering. "Ruimte voor iedereen" betekent niet dat zelfs binnen de geldende wet- en regelgeving er voor de overheid nooit aanleiding kan zijn om in te grijpen. Ik denk dat dit punt
belangrijk is, vooral wanneer universele mensenrechten en waarden die daarmee samenhangen, worden ontkend.
In vraag 3 vraagt men mij hoe ik aankijk tegen opvattingen van fracties. Uiteindelijk is het zo
dat de gemeenteraad is gekozen door de bevolking van Utrecht. Ik ben de onafhankelijke voorzitter van de gemeenteraad. Als er in de raad sprake is van schurende opvattingen - soms ziet je dat gebeuren - dan is het in de eerste plaats mijn hoop dat u die gezamenlijk bespreekt en dat u daarmee het debat met elkaar voert.
Het antwoord op vraag 4. De antidiscriminatieagenda stelt dat discriminatie een teken is van
een niet-inclusieve samenleving. Zoals vorige week is geconstateerd - ook door het Verwey-Jonker Instituut in zijn onderzoeken - ziet men dat AlFitrah de afstand tussen mensen juist vergroot.
Bijvoorbeeld heeft men opvattingen over mensen buiten de eigen geloofskring; daar worden dingen over gezegd. Daar worden anti-integrerende, maar ook anti-emancipatoire opvattingen naar voren
gebracht. Men kan zeggen dat juist dat niet inclusief is. Juist vanuit de antidiscriminatieagenda zijn de gedragingen van AlFitrah reden tot zorg.
Het antwoord op vraag 5. Dit antwoord kan niet anders zijn dan "nee".
7
Vragenuur van 9 september 2021 De heer SIMSEK (Denk): Voorzitter! De burgemeester heeft volgens mij vorige week wel
degelijk standpunten ingenomen. Zij verwijst naar een onderzoek van het Verwey-Jonker instituut.
Als de burgemeester zo stellig van de onwijze rol van AlFitrah is overtuigd, is zij dan bereid om de
voorzitter van AlFitrah uit te nodigen om bij de gemeente te komen spreken, zodat er sprake is van hoor en wederhoor? Dan praten wij niet alleen over AlFitrah, maar ook met AlFitrah.
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! In het verleden zijn met deze stichting diverse gesprekken
gevoerd. Ik heb dat daarnet uitdrukkelijk gezegd. Ik mag vaststellen dat die gesprekken helemaal
niet hebben geleid tot verbetering van de situatie. Ik vind het ongelofelijk belangrijk dat iedereen in onze stad zijn of haar geloof kan belijden, maar men moet zich ook afvragen waarom het zo is dat veel mensen die het geloof belijden - zoals de mensen van AlFitrah zeggen te doen - toch zeggen
van deze stichting afstand te nemen. Dit is geen debat voor of tegen moslims. Dat moet men er ook niet van maken. Er zijn vele moslims die afstand nemen van deze stichting, om precies dezelfde reden als die welke in het onderzoek worden aangetoond.
De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording.
Wij zijn gekomen aan het einde van de mondelinge vragen en dus ook aan het einde van het
vragenuurtje. Ik wens iedereen een fijne dag verder. Tot ziens! De voorzitter sluit hierna, te 17.29 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
8
Vragenuur van 9 september 2021
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 9 september 2021.
Vragen van de heer Van Steeg (CDA) inzake Zichtbaar Utrechts Erfgoed. Wethouder Klein 1. zal zich ervoor inspannen om te bewerkstelligen dat de snelwegborden vóór 2 juni 2022 geplaatst zijn.
9