20210701 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 1 juli 2021
Vragenuur, gehouden op donderdag 1 juli 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Podt. Aanwezig zijn de leden: Assen, Van Dalen, Dekkers, Gilissen, Işik, Koning, Schipper,
Streefland-Driesprong, Vonk en Wijmenga.
Tevens zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Boudens, Kaplan, Hajtić en De Vries. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Van
Hooijdonk, Klein, Van Ooijen en Verschuure. Griffier: de heer Corten.
Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad
van Utrecht. Er zijn elf sets vragen ingekomen. Wij zullen zien of het behandelen van alle vragen lukt. Wij vragen de sprekers om de vragen en de antwoorden enigszins kort te houden.
1. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) inzake het stoppen van de lijmplankenverkoop voor het vangen en doden van dieren.
Mevrouw DE VRIES (PvdD): Voorzitter! Op 16 mei 2019 stelde de PvdD-fractie mondelinge
vragen over het gebruik van de wrede lijmplanken in de horeca om dieren zoals muizen te vangen en te doden. Zelfs ongediertebestrijders noemen dit een wrede dodingmethode. Ik citeer: "Ik heb wel
eens beelden gezien dat de muizen zichzelf tot bloedens toe uit elkaar trokken. Dat wil je het beest eigenlijk niet aandoen."
Het college zei toe met de horeca in gesprek te gaan en om dit punt te betrekken bij de
plannen voor de plaagdierbeheersing. Hierover hebben wij daarna echter niets meer gehoord.
In Nederland is het verboden om lijmplanken te gebruiken, maar krom genoeg is het niet
verboden lijmplanken te verkopen. Medewerkers van de Stichting Dierenambulance Utrecht maken
regelmatig mee dat naast muizen ook vogels en sporadisch zelfs jonge katten dood, nog nipt levend
Vragenuur van 1 juli 2021 of gewond aan een lijmplank vastzitten, waarbij in veel gevallen de ernstig gewonde dieren de zorg nodig hebben van bijvoorbeeld de Vogelopvang Utrecht.
In mei 2021 werd een motie van PvdD-collega's in Den Haag aangenomen die het college
ertoe oproept om winkeliers per brief te informeren over het dierenleed dat lijmplanken veroorzaken en om ze te laten te stoppen met het verkopen van deze martelwerktuigen. De PvdD-fractie wil hetzelfde en stelt daarom de volgende vragen. 1.
2. 3.
4.
Wat heeft het college tot nog toe gedaan met onze oproep om de horeca aan te spreken op het
gebruik van lijmplanken? Indien het college nog niets heeft gedaan, wanneer zal het dit dan wél doen?
In hoeverre heeft het college aanwijzingen dat ook in Utrecht lijmplanken worden verkocht? Is het college bereid dat uit te zoeken? Zo nee, waarom niet?
Is het college bereid - in navolging van de gemeente Den Haag - om winkeliers per brief te
informeren over het dierenleed dat lijmplanken veroorzaken en om ze te verzoeken te stoppen
met het verkopen van deze dodingmethode die in de praktijk is verboden? Zo nee, waarom niet?
Is het college tevens bereid om per brief demissionair minister Schouten en de Tweede Kamer te verzoeken om een verbod in te stellen op de verkoop van lijmplanken voor het vangen en doden van dieren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn zal dat gebeuren?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Laat het helder zijn dat wij het verkopen
van lijmplanken onwenselijk vinden. Er heerst verwarring over wat er wel en niet mag zijn. Wij
hebben landelijk met Koninklijke Horeca Nederland gesproken. Het is Koninklijke Horeca Nederland niet bekend dat deze planken worden gebruikt. Wij hebben met de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit - de formele partij die hierop handhaaft, de gemeente heeft hierover geen wettelijke
bevoegdheden - het volgende afgesproken. Als alle andere dingen ten dienste van het bestrijden van plaagdieren die nadelig zijn voor de voedselveiligheid en de volksgezondheid zijn uitgeput, dan mogen als uiterste middel lijmplanken worden ingezet, maar dan nog moet onnodig dierenleed worden voorkomen. Als dierenleed niet wordt voorkomen, moet de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit optreden. Zo steekt het stelsel in elkaar. Wij spreken daar binnenkort over met de plaatselijke horeca.
In de aanpak plaagdieren is afgesproken dat wij de maatregelen communiceren. Dat was
gepland voor later, maar wij zijn nu dermate aangemoedigd dat wij dat naar voren halen en sneller op de site zullen zetten om de onwenselijkheid van het veroorzaken van dierenleed duidelijker te maken.
Wij weten niet of op dit moment in Utrecht lijmplanken worden verkocht. Ik weet ook niet of
wij daar helemaal de vinger achter krijgen. Wij kunnen daar wel een onderzoekje naar doen. In alle gevallen kunnen partijen daar via internet achter komen. Dat begrijpt de PvdD-fractie zelf ook. Wij mogen zelf geen verbod toevoegen of erop handhaven.
De PvdD-fractie vraagt of wij, als wij eventuele winkeliers die wél dierenleed veroorzaken op
het spoor komen, hun een brief willen schrijven. Dat willen wij best doen, maar wij geven geen garantie dat een brief helpt.
Gevraagd wordt of wij minister Schouten een brief willen sturen. Wij gaan graag met onze
collega's in de G4 in gesprek om te zien of wij gezamenlijk actie kunnen voeren, omdat de sleutel om het probleem op te lossen in handen is van de wetgever in Den Haag.
Mevrouw DE VRIES (PvdD): Voorzitter! De wethouder zegt dat onderzoek kan worden gedaan.
Op welke termijn kunnen wij dat verwachten?
2
Vragenuur van 1 juli 2021
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik zei: "onderzoekje". Wij kunnen niet elke
winkelier in de stad omdraaien. Wij kunnen dit echter best even bekijken. Ik stel voor dat wij er uiterlijk in het eerste kwartaal van 2022 op terugkomen.
2. Vragen van de heer Boudens (SP) inzake Openluchtsportscholen. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Vanwege de coronacrisis, met name vanwege de tijdelijke
sluiting van de sportscholen, wordt er, logischerwijs, veel meer buiten gesport. Sinds de zomer van 2020 zijn in Utrechtse parken veel commerciële sportaanbieders aanwezig om hun diensten aan te
bieden. Wij moedigen vanzelfsprekend een gezonde en actieve levensstijl aan, maar ontvangen ook signalen dat georganiseerde, commerciële sport de recreatie van anderen hindert. Stukken park
zouden worden afgezet. De sporters zouden zelfs gebruik maken van voet- en fietspaden. Met name in het Wilhelminapark hebben mensen inmiddels het gevoel zich in een openluchtsportschool te bevinden. 1.
Kan het college zich voorstellen dat commercieel sportaanbod in parken wrevel kan opwekken
2.
Is voor het aanbieden van sport in de openbare ruimte een vergunning vereist? Zo nee, waarom
3.
4.
bij andere parkgebruikers? Hoe beoordeelt het deze situatie? niet?
Is het college het met de SP-fractie eens dat het zich toe-eigenen van openbare ruimte,
bijvoorbeeld door lint of krijt, zeer onwenselijk is? Zo ja, hoe handhaaft het college dit zich toe eigenen, met name in het Wilhelminapark?
Is het college het met de SP-fractie eens dat buitensport geen risico's voor de verkeersveiligheid mag opleveren? Zo ja, hoe handhaaft het college dit uitgangspunt, met name in het Wilhelminapark?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. Ja, dat kan. Wij zien vanwege de coronamaatregelen dat het gebruik
van de openbare ruimte in Utrecht behoorlijk is toegenomen. Dat wekt bij de gebruikers wrevel op. Het opwekken van wrevel gebeurt niet alleen door commerciële sportaanbieders, maar ook door
mensen met een andere achtergrond. Ik hoop echter dat het versoepelen van de maatregelen de druk en de piekmomenten in de parken zal verminderen.
Het antwoord op vraag 2. Het is niet zo dat voor het in de openbare ruimte aanbieden van een
sport een vergunning nodig is. Dat is niet iets dat is gebonden aan een gebod of een verbod. Het gebruik van een park door een sportaanbieder is vergelijkbaar met iemand die een hondenuitlaatservice heeft. Men heeft geen vergunning nodig.
Het antwoord op vraag 3. Het is onwenselijk dat mensen delen van de openbare ruimte zich
voor privégebruik structureel toe-eigenen. Wij hebben het afgelopen jaar daarvan enkele meldingen gehad: in het Griftpark en bij de Oosterspoorbaan. De handhavers hebben op dat moment de mensen aangesproken op hun gebruik van het park.
Het antwoord op vraag 4. Buitensport mag niet ten koste gaan van de verkeersveiligheid. De
heer Boudens sprak over een melding in het Wilhelminapark. Het helpt als dit type meldingen aan ons wordt doorgegeven. Ik weet niet of de vragen zijn gesteld op basis van één of van meer
meldingen. Als de heer Boudens meldingen heeft, verzoeken wij die aan ons door te geven, dan kunnen wij er iets mee doen.
3
Vragenuur van 1 juli 2021 Mevrouw STREEFLAND-DRIESPRONG (ChristenUnie): Voorzitter! Ook wij zien dat sportscholen
bezit nemen van trap- en basketbalveldjes en dat kinderen er dan niet langer terechtkunnen. Dat
komt in Leidsche Rijn veelvuldig voor. Hebben zij daarvoor toestemming van de gemeente gekregen? Zo nee, hoe kan de gemeente er dan mee omgaan?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dat durf ik in een individueel geval niet te zeggen. Ik
vermoed dat geen toestemming is gegeven. Voor het zich toe-eigenen van ruimte die ook voor andere situaties gebruikt wordt, zeker in de openbare ruimte, krijgt men niet op voorhand
toestemming. Ook hiervoor geldt dat als dit soort situaties speelt, wij graag zien dat dit ons wordt gemeld. Dan kunnen wij er iets aan doen.
Kinderen die worden verdrongen door commerciële sportactiviteiten op plekken in de
openbare ruimte lijkt mij niet de bedoeling te zijn.
De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! In de Utrechtse sportagenda wordt aan urban sporting
expliciet aandacht geschonken. Moeten wij niet gewoon blij zijn dat mensen bewegen en de vrijheid
van iedereen in het oog moeten houden? Wij moeten er zeker geen vergunning op plakken. Leven en laten leven. Wat vindt de burgemeester daarvan?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik ben het er heel erg mee eens dat het ontzettend
belangrijk is dat mensen veel bewegen. Het is absoluut zo dat zij dat in de openbare ruimte mogen en kunnen doen. Alleen de grens ligt waar het ten koste gaat van de ruimte en de vrijheid voor anderen. Dat is altijd de balans die wij zoeken.
Ik ben geen voorstander van het verlenen van vergunningen. De afdeling VTH, waar de
vergunningen moeten worden verleend, is sowieso al meer dan overbelast. Ik denk dat het aan de
sportaanbieders zelf is om het gebruik van de openbare ruimte goed te organiseren. Men moet zich niet méér toe-eigenen dan men nodig heeft en mag anderen niet hinderen.
De heer KONING (D66): Voorzitter! Dat is een mooie oproep van de burgemeester. Deelt de
burgemeester de opvatting dat dit thema blootlegt hoe belangrijk het is dat er voldoende openbare ruimte is? Wij moeten bekijken hoe wij die kunnen laten toenemen in plaats van beperken.
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Zeker. Dat heeft de coronapandemie duidelijk gemaakt. In
Utrecht, waar lang niet alle mensen in de buitenlucht privéruimte hebben, is het heel belangrijk dat de openbare ruimte er is. Wij moeten die zo goed mogelijk met elkaar delen. Dat vraagt van alle
gebruikers een gevoel van verantwoordelijkheid. Wij hebben al eerder gesproken over de overlast in de parken. Als sommige groepen zich daarvoor niet verantwoordelijk tonen, maken zij het voor
anderen moeilijker om de ruimte te gebruiken. Wij moeten er samen voor zorgen dat de ruimte op
een goede manier wordt gebruikt. Ik zag zojuist wethouder Verschuure. Voor de uitbreiding van de stad is de barcode een garantie dat de voorzieningen op orde worden gehouden. Dat wordt weerspiegeld in het beleid van het college.
3. Vragen van de heer Koning (D66), mede namens de heer Bakker (D66), de heer Van Corler
(GroenLinks), mevrouw Oosters (Student & Starter), de heer Isik (PvdA) en de heer Wiegant (SP) inzake burgemeester ook op de bres voor een progressiever drugsbeleid.
4
Vragenuur van 1 juli 2021 De heer KONING (D66): Voorzitter! Wij zien dat de burgemeester in lobby's en in de publiciteit
veel aandacht heeft voor ondermijning. Dat is op zichzelf goed. Er is een flinke campagne begonnen om de problematiek rondom drugscriminaliteit en ondermijning onder de aandacht te brengen.
Recent is het te vormen nieuwe kabinet opgeroepen om daar EUR 1 miljard extra voor vrij te maken. De burgemeester besteedt in haar uitingen en wensen aandacht aan de harde en zachte kant
van de veiligheid - preventie en repressie - maar spreekt zich niet uit over een realistischer en
progressiever nationaal drugsbeleid. De fracties zijn van mening dat de aanpak van de drugshandel ook is gebaat bij liberalisering en regulering van het drugsbeleid. Utrecht kent een lange politiek-
bestuurlijke traditie waarin landelijk en binnen de VNG wordt aangedrongen op een beter landelijk beleid voor drugs. Het is derhalve een gemiste kans dat de burgmeester daartoe dit punt in het aangekondigde raadsvoorstel over de Utrechtse ondermijningsaanpak niet expliciet buiten de analyses en aanpak laat, afgaande op de raadsinformatiebijeenkomst van 1 juni 2021.
De fracties vragen of de burgemeester bereid is om met net zoveel passie ook te pleiten voor
een beter, realistischer en progressiever drugsbeleid en daarbij te kennen geeft dat Utrecht daarbij graag het voortouw neemt. Zo niet, waarom niet?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dank voor de vragen. Ons zijn over dit onderwerp al
eerder schriftelijk vragen gesteld. Wij hebben gezegd dat het college progressief en realistisch is en
daarmee een beter drugsbeleid bepleit. Dat staat niet los van het veiligheidsbeleid. Ik ben dat met de indieners van de vragen eens. Ik vind wel dat dit vraagt om twee gescheiden trajecten, omdat de
aanpak van ondermijning natuurlijk breder is dan alleen die van de drugscriminaliteit. Die laat ook
op een andere manier sporen na. Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is om inzake veiligheid preventie en repressie hand in hand te laten gaan. Ik ben blij met het feit dat de fracties dat opmerken.
In de antwoorden die op 2 juni jl. op de schriftelijke vragen zijn gegeven, heeft het college
inderdaad geschetst dat onze aanpak is gestoeld op een langjarige traditie van innovatie en
experimenten. Daarbij hebben wij in de wijken altijd oog gehad voor preventie, voorlichting,
hulpverlening, veiligheid en leefbaarheid. In datzelfde verhaal hebben wij enerzijds gezegd waar de mogelijkheden liggen, maar ook wat de grenzen zijn van de hervorming van het drugsbeleid. Het
blijft zo dat dit een kwestie is van beleid dat niet alleen nationaal moet worden vormgegeven, maar ook internationaal effect heeft. Dat is belangrijk om in ogenschouw te nemen.
De heer KONING (D66): Voorzitter! Ik heb op dit moment geen aanvullende vragen. Wij zullen
ongetwijfeld nader op het onderwerp ingaan. Dank u wel.
4. Vragen van de heer Gilissen (VVD), de heer Wiegant (SP), de heer Sungur (DENK), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), mevrouw Van Dun (D66), mevrouw Raaijmakers (PvdA) en de heer Kaplan (GroenLinks) inzake de toegankelijkheid Strand Haarrijnseplas.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Vorige week verscheen op internet een nieuwsbericht over
de beperkte toegankelijkheid van het pas vernieuwde strand van de Haarrijnseplas in Vleuten. Het
strand heeft de afgelopen maanden de broodnodige opknapbeurt gekregen, maar er zijn twijfels of dit ten goede is gekomen van de toegankelijkheid voor mensen die minder goed ter been zijn of
gebruikmaken van een rolstoel. Naar aanleiding hiervan hebben de fracties van de VVD, SP, DENK,
CDA, Student en Starter, D66, PvdA, en GroenLinks de volgende vragen. Bij de ingang aan Het Lint is
5
Vragenuur van 1 juli 2021 een stuk steiger weggehaald (zie onderstaande foto’s). De steiger is daardoor alleen nog maar bereikbaar via een lange omweg over het strand. 1.
Deelt het college de opvatting dat de nadelen van het weghalen van dit deel van de steiger niet
2.
Is het college bereid de steiger weer in de oude staat te herstellen? Zo nee, waarom niet?
opwegen tegen de veronderstelde voordelen? Zo nee, waarom niet?
De strandtoegang een stukje verderop is afgesloten met een hek. Inmiddels is aan
weerszijden al een aanzienlijk olifantenpaadje ontstaan (zie onderstaande foto). 3.
Waarom is dit hek geplaatst? Hoe zorgt het college ervoor dat dit deel van het strand (en de toiletvoorziening) toegankelijk is voor mensen die minder goed ter been zijn of die
gebruikmaken van een rolstoel als het hek gesloten is? Ook zijn er klachten over de
bereikbaarheid van de toiletvoorziening aan deze kant van het strand: de heuvel waarop deze is 4.
gelegen heeft een te steile helling.
Wat doet het college om de bereikbaarheid van de toiletvoorziening te verbeteren?
Wij zijn wel gecharmeerd van de verschillende initiatieven die wij zien om het water ook
toegankelijker te maken door het gebruik van strandmatten of door het aanleggen van een
verharding tot aan het water waardoor mensen (in een rolstoel) niet door het rulle zand hoeven te gaan. 5.
Is het college bereid deze mogelijkheden te onderzoeken? Zo nee, waarom niet? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.
Het antwoord op vraag 1. De herinrichting van het Haarrijnse strand is nog niet afgerond. Op
zo'n 30 meter van de steiger wordt een pad in de richting van het strand aangelegd voor mensen die slecht ter been zijn of mensen die gebruikmaken van een rolstoel. De onderbreking van de steiger is uitgevoerd als onderdeel van de herinrichting, omdat er veel klachten en meldingen kwamen over bezoekers op het strand. Dit is gebeurd in overleg met de beheerder van Recreatie Midden-
Nederland en de veiligheidsdiensten zoals politie en handhaving, omdat de steiger veelvuldig werd gebruikt om met scooters en fietsen het strand op te gaan.
Het antwoord op vraag 2. Wij vinden het niet verstandig om de steiger opnieuw in de oude
staat te herstellen, want de steiger is aangepast. Ten dienste van de toegankelijkheid wordt er een nieuw pad aangelegd.
Het antwoord op vraag 3. Het hek is een bestaande slagboom, die is bedoeld om buiten de
toezichturen het gemotoriseerde verkeer tegen te houden. Bij de herinrichtingwerkzaamheden
worden naast de slagboom een rolstoelvriendelijke toegang en een nieuw pad aangelegd. Dat kan deze week al zijn gebeurd.
Wij willen de bereikbaarheid van de toiletvoorzieningen aanpassen. De opgang is aan de steile
kant. Dat zal de komende maand worden gedaan.
De strandmatten. Er is een tegelpad aangelegd om bij het water te kunnen komen. Ik heb daar
plaatjes van, maar die kan ik helaas niet laten zien. Wij zijn bezig met het aanleggen van het tweede pad dat langs restaurant Key West gaat. Daarmee kan men ook langs die kant bij het water komen.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Hoe wil de wethouder toezien op de toegankelijkheid van
de Neude aangezien er continu fietsen op de blindengeleidestrook staan?
De VOORZITTER: Dames en heren! De vraag van mevrouw Assen gaat volgens mij ergens
anders over. Ik hoop dat de wethouder daar toch antwoord op kan geven.
6
Vragenuur van 1 juli 2021 De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Afgelopen zaterdag heb ik een ronde in de stad
gedaan. Ik ben dus goed op de hoogte. Wat mevrouw Assen zegt, is terecht. Er staan bijna
permanent fietsen op de blindengeleidestrook. De reden daarvan is dat de bestrating in dezelfde
kleur is uitgevoerd. Veel bezoekers weten niet waar het voetgangersgedeelte is. Dit punt heeft onze aandacht. Wij zullen erop letten.
De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! De steiger aan de kant van Het Lint is vorig jaar
in brand gestoken en is nog steeds niet hersteld. Vorige week is dit punt in de bewonersbijeenkomst kort aan de orde geweest. Ik ben benieuwd wanneer de steiger wordt hersteld. Dat duurt al veel te lang, heb ik begrepen.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het afgelopen weekend ben ik niet bij de
Haarrijnse Plas geweest. Het antwoord op deze vraag moet ik helaas schuldig blijven.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Het voelt toch een beetje krom, niet alleen omdat de
ingang 30 meter verderop is, maar ook omdat rolstoelers en mensen die slecht ter been zijn echt flink moeten omlopen, zowel over het zand als over een groene heuvel, om op de punt van de
steiger te komen. Dan blijft het punt staan. Als je wil voorkomen dat fietsen erop komen, kunnen die net zo goed via de andere ingang gaan. Wil het college, dit overwegende, bekijken of de steiger kan worden hersteld? Nu is er sprake van het pesten van mensen die slecht ter been zijn.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het pesten van mensen die slecht ter been zijn,
kan nooit de bedoeling zijn. Ik wil dat punt nog wel een keer bekijken. Ik wil er echter wel op wijzen dat de aanpassing is gebeurd naar aanleiding van veel klachten en in overleg met hulpdiensten en
anderen, juist om te voorkomen dat dit een gemakkelijke toegang is om met fietsen en scooters het gebied in de rijden. Het is niet de bedoeling om mensen te pesten, maar het is ook niet voor niets gebeurd.
5. Vragen van de heer Işik (PvdA), mede namens mevrouw Zwinkels (CDA), inzake gevaarlijk kruispunt Korte Smeestraat-Lange Nieuwstraat.
De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Veel bewoners en ondernemers klagen over het gevaarlijke
kruispunt bij de Korte Smeestraat-Lange Nieuwstraat. De PvdA-fractie heeft samen met de CDA-
fractie ter plekke poolshoogte genomen. De huidige verkeerssituatie is daar onwenselijk en onveilig.
Het is een ontzettend druk kruispunt, waar de diverse verkeersdeelnemers uitkomen op één punt. Er is sprake van slecht zicht, onduidelijke bebording, te hoge snelheden van auto's, scooters en
elektrische fietsen. De verkeersdeelnemers moeten zeker kunnen zijn van veilige kruispunten. Om dit te waarborgen, stellen de bovengenoemde fracties de volgende vragen. 1. 2. 3. 4. 5.
Is het college op de hoogte van de verkeersonveilige situatie bij het genoemde kruispunt?
Is het college bereid om in overleg met wijkbewoners en ondernemers een onderzoek te doen naar de verkeersonveilige situatie daar? Zo nee, waarom niet?
Kan het college zeggen hoeveel meldingen het college en de politie hebben ontvangen en hoe deze meldingen zijn afgehandeld?
Zo ja, binnen welke termijn kan dit onderzoek plaatsvinden?
Als het onderzoek uitwijst dat er maatregelen nodig zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren, is het college dan bereid met een plan van aanpak naar de raad te komen? Zo nee, waarom niet?
7
Vragenuur van 1 juli 2021 6.
Welke eenvoudige maatregelen zijn op korte termijn volgens het college kansrijk om de verkeersveiligheid te verbeteren?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik vind deze vragen verrassend. Ik kom
met enige regelmaat op de genoemde plek. Ik heb het kruispunt nooit als onveilig ervaren. Wij
hebben hierover geen meldingen gekregen. Wij wisten helemaal niet dat de signalen die de heer Işik noemt er zijn. Wij kennen geen ongelukken. De politie heeft geen meldingen gekregen. Het is een witte vlek op de radar.
De Lange Nieuwstraat is net ingericht. Er is daarover met de omwonenden overleg gevoerd.
Ook bij hen zijn de door de heer Işik genoemde problemen niet gesignaleerd. Hoe wij deze straat wilden inrichten, is met de omwonenden besproken. Er is op die plek sprake van een krappe
omgeving. Er is niet veel ruimte. Dat is soms een nadeel, maar voor zaken als snelheidsremming en rekening houden met elkaar vaak wel een voordeel. De 30 km/u is voor mensen heel intuïtief. Voor zover wij weten, wordt die regel redelijk goed nageleefd.
Wij zijn altijd in dit soort signalen geïnteresseerd. Als de signalen bij de fracties van PvdA en
CDA bekend zijn, dan zijn ze van harte welkom om ons op het goede spoor te zetten zodat wij de
situatie kunnen bespreken. Vooralsnog doen wij geen onderzoek, omdat zo'n onderzoek niet op ons
lijstje staat. Ons beeld is dat de situatie op orde is, zeker in het licht van de nieuwe inrichting. Eerlijk gezegd zou dat ook een beetje mijn vraag terug zijn. Ik begrijp dat het soms kan voorkomen dat
mensen raadsleden weten te bereiken, maar de gemeente zelf niet. Als wij even uitzoomen en de
hele stad bekijken, vraag ik mij af of dit de prioriteit van de heer Işik zou zijn. Wij kennen echt veel
uitdagingen op het gebied van verkeersveiligheid, maar ik weet niet of dit de grootste is. Daar heb ik aarzelingen bij.
De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Omdat ik onveiligheid voel en ervaar, is er voor mij sprake van
een prioriteit. De wethouder zegt dat haar niets bekend is, maar ik breng haar graag in contact met een buurtbewoner en een ondernemer. Ik hoop dat de wethouder toezegt om met hen het gesprek aan te gaan.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik heb de heer Işik al uitgenodigd om de
contacten door te geven. Wij zien die heel graag tegemoet.
6. Vragen van de heer Hajtić (DENK) inzake Asbest wordt op straat opgeslagen! De heer HAJTIĆ (DENK): Voorzitter! Asbest wordt op straat opgeslagen. Volgens de certificatie
voor procescertificaten "asbestinventarisatie en asbestverwijdering artikel 44 verpakken en opslaan
lid 1F" dient het verpakte asbesthoudend materiaal buiten het werkgebied te worden opgeslagen op een locatie die alleen toegankelijk is voor bevoegde personen. In dit geval wordt asbest opgeslagen in de openbare ruimte waarbij de locatie/container ook toegankelijk is voor omwonenden en
kinderen. Naast personen is de container ook toegankelijk voor dieren. Via een luik kunnen dieren knagen aan zakken waardoor gevaarlijke stoffen vrijkomen.
De gemeente heeft vergunning verleend om gevaarlijke stoffen op te slaan waardoor de
gezondheid van de omwonenden in gevaar wordt gebracht. 1.
Is het college het met ons eens dat dit een levensgevaarlijke situatie is? Zo ja, waarom heeft de gemeente hiervoor dan vergunning verleend? Zo nee, waarom niet?
8
Vragenuur van 1 juli 2021 2.
3.
Wat vindt het college ervan dat asbest op deze manier wordt opgeslagen waarbij de
container/locatie toegankelijk is voor iedereen (ook voor kinderen) en dat er in de avonden en weekenden geen toezicht is?
Is het college het met ons eens dat de omwonenden beter voor de gevaarlijke stof gewaarschuwd hadden moeten worden? Zo nee, waarom niet? Volgens artikel 44 verpakken en opslaan lid 3 dient een materiaalsluis te worden gebruikt. In dit geval gebeurt dat niet. Tevens worden
omwonenden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen omdat het asbest rondzweeft en omdat de 4.
huurders in de omgeving vanwege de hitte hun ramen open hebben staan.
Wat doet het college om ervoor te zorgen dat wordt gehandeld conform de certificatie voor asbestverwijdering?
Uit eerdere mondelinge vragen is gebleken dat omwonenden over renovatiewerkzaamheden
niet worden geïnformeerd of bewust onjuist worden geïnformeerd. De gemeente heeft beloofd dat te verbeteren. Conform de beleidsregels van de gemeente Utrecht dienen omwonenden te worden
geïnformeerd over geplande asbestwerkzaamheden. Dat is echter door BoEx en aannemer HEMUBO niet gedaan. De gemeente heeft inmiddels in het kader van de Omgevingswet voor de geplande werkzaamheden vergunning verleend.
Wat doet het college om ervoor te zorgen dat de eigen beleidsregels worden nageleefd en dat
kwetsbare omwonenden worden beschermd?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter!
Het antwoord op vraag 1. Wij hebben op 11 maart jl. een sloopmelding akkoord bevonden.
Voor het verwijderen van asbest is geen vergunning vereist. Wij beoordelen de situatie dan ook niet als levensgevaarlijk of als gevaarlijk. Wij bekijken de situatie en of die voldoet aan alle regels en
wetten. Bouw- en woningtoezicht is hier geweest en heeft gezegd dat de zaken conform wet- en regelgeving worden opgeslagen en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.
Het antwoord op vraag 2. Onbevoegde personen mogen zich niet binnen de bouwhekken
begeven. Als zij dat doen, is er sprake van een overtreding. Dit geldt uiteraard ook voor kinderen. Die mogen hier niet komen.
Het is belangrijk om te bekijken of de boel goed is afgesloten en ook of de container goed
dicht is. Wij hebben daar bij de saneerder aandacht voor gevraagd. Wij hebben kunnen vaststellen
dat een en ander voldoet aan de wettelijke voorschriften. Wij roepen alle ouders op om de kinderen te zeggen dat ze zich aan de regels moeten houden en dat een bouwplaats geen speelplaats is. Het antwoord op vraag 3. Gevraagd wordt of de omwonenden beter kunnen worden
gewaarschuwd. Er zijn allerlei borden aanwezig. Daar staat op dat onbevoegden er niet mogen
komen. Omwonenden zijn door de vergunninghouder via nieuwsbrieven op de hoogte gebracht. De aannemer heeft wekelijks een inloopspreekuur.
Het antwoord op vraag 4. Gevraagd wordt ook of wij de certificaten en de asbestinventarisatie
kunnen controleren. Dat is niet de bevoegdheid van de gemeente. Daarover gaat de inspectie. Bouwen Woningtoezicht heeft de afgelopen vrijdag op basis van een eigen constatering vastgesteld dat het asbest onder de geldende condities wordt verwijderd, namelijk door onderdruk in de ruimte
waardoor er kan worden gesaneerd. Dan is er geen gevaar voor de volksgezondheid. Men kan er zelfs naast wonen en de ramen kunnen worden geopend.
Wij zijn net als de vragenstellers van mening dat het noodzakelijk is om gebruikers,
omwonenden en de buurt goed te informeren over de bouwwerkzaamheden en de asbestsanering. Als men mannen in witte pakken ziet lopen, kan er onrust ontstaan. Daarom communiceert de
9
Vragenuur van 1 juli 2021 aannemer met de omgeving, ook naar aanleiding van de vragen die zijn gesteld op 22 april en 3 juni jl.
De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik kan mij voorstellen dat de vraag van de DENK-fractie
terecht is. Ik ben benieuwd in hoeverre er nog meer locaties zijn waar hetzelfde speelt.
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! De heer Van Dalen stelt een soort open vraag.
Hij vraagt of er nog meer situaties zijn waar naar de mening van Bouw- en Woningtoezicht niet veel aan de hand is. Dat zou best kunnen. Geen idee.
De heer HAJTIĆ (DENK): Voorzitter! Op de foto's die wij tegelijk met de vraag hebben
gestuurd, stonden niet alle containers achter hekken, waardoor de mensen bij de containers konden komen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hoe verklaart de wethouder dat, hoewel hij zegt dat het asbest conform de regels wordt opgeslagen, niet alles achter hekken stond?
De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Mocht dat het geval zijn geweest, dan klopt dat
niet. Daarom is Bouw- en Woningtoezicht ter plekke geweest. Die heeft geconstateerd dat de containers met asbest achter afgesloten hekken staan.
7. Vragen van de GroenLinks-fractie inzake “Is volledige adreshistorie nodig voor inschrijven bij woningbouwvereniging?”.
De heer KAPLAN (GroenLinks): Voorzitter! Als je bij de gemeente op verzoek van een
woningbouwvereniging je adreshistorie opvraagt, krijg je tot verbazing van de GroenLinks-fractie
soms een volledige adreshistorie betreffende een periode van dertig of vijftig jaar. De GroenLinksfractie werd hierop gewezen door een e-mailbericht van een Utrechtse die een woning zoekt. Wij
hebben het college dit e-mailbericht en de onderliggende e-mailwisseling van haar en de gemeente doorgestuurd. Sommige woningbouwverenigingen vragen voor inschrijving een afschrift van de
adreshistorie waaruit blijkt waar de gegadigden op dit moment wonen en waar ze de afgelopen 3 of 5 jaar hebben gewoond. Veel woningbouwverenigingen vragen echter om een volledige
adreshistorie. Een volledige adreshistorie is volgens de GroenLinks-fractie niet relevant voor het
doel. Het doel is het zich inschrijven bij een woningbouwvereniging. Het vragen van een volledige
adreshistorie is volgens de GroenLinks-fractie een ernstige aantasting van de privacy. Een individuele woningzoekende is echter van de woningbouwvereniging afhankelijk en kan het verstrekken van informatie niet gemakkelijk weigeren.
Het vragen en verstrekken van een volledige adreshistorie maakt het bovendien mensen
moeilijk om een nieuwe start te maken. Denk aan mensen uit een Blijf van mijn Lijf huis, mensen die een tijdje dakloos zijn geweest of mensen die een tijd geleden een huurschuld hebben gehad. Als iemand bij de gemeente Utrecht ten dienste van een woningbouwvereniging een adreshistorie
opvraagt, krijgt de woningbouwvereniging automatisch een volledige adreshistorie. Er is weliswaar een mogelijkheid om een kortere historie op te vragen, maar daarvoor moeten extra handelingen worden verricht. De GroenLinks-fractie heeft naar aanleiding hiervan de volgende vragen. 1.
Is het college het met de GroenLinks-fractie eens dat het opvragen van een volledige
adreshistorie niet in verhouding staat tot het doel, namelijk het ingeschreven worden bij een woningbouwvereniging?
10
Vragenuur van 1 juli 2021 2.
Is het college bereid om met de woningbouwverenigingen in Utrecht in overleg te gaan om een
3.
Is het college bereid om de website zodanig aan te passen dat bij de aanvraag van een
kortere adreshistorie te vragen, bijvoorbeeld van 3 of 5 jaar?
adreshistorie ten dienste van een woningbouwvereniging niet automatisch de volledige
adreshistorie wordt verstrekt, maar een kortere adreshistorie, bijvoorbeeld van 3 of 5 jaar? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal de vragen van de heer Kaplan graag
beantwoorden, ook mede namens de burgemeester. Ik beantwoord de vragen alle drie tegelijk. Deze vragen hebben bij ons vragen opgeroepen waardoor geen volledig antwoord kan worden gegeven. De Utrechtse corporaties zijn bevoegd om de basisregistratie personen te raadplegen. Die
bevoegdheid is bij wet geregeld en ook in een gemeentelijke verordening over de basisregistratie personen. Die is door de gemeenteraad vastgesteld.
De corporaties kunnen de basisregistratie personen raadplegen om te zien of iemand op de
woning recht heeft, met het doel om huur- of woonfraude tegen te gaan. Uiteraard hebben de corporaties daarbij geheimhoudingsplicht. Als een inwoner van Utrecht zelf de adreshistorie
opvraagt, krijgt hij of zij automatisch de volledige historie van hem- of haarzelf. Het uitgangspunt van het college is dat wij niet méér informatie vertrekken dan strikt noodzakelijk is, om het doel
waarvoor die informatie wordt gevraagd te kunnen behalen. Daarom zullen wij met de corporaties
bespreken of onze werkwijze moet worden aangepast en zo ja, op welke manier. Wij zullen de raad uiterlijk in september melden wat het overleg heeft opgeleverd.
De heer KAPLAN (GroenLinks): Voorzitter! Ik hoop dat dit een positief resultaat oplevert. Wij
wachten tot september.
Ik wil graag de wethouder bedanken voor zijn reactie. Die is op dit moment voor mij
voldoende.
8. Vragen van de heer Dekkers (GroenLinks) over het feit dat initiatieven van migrantenouderen niet slagen zonder een stevige steun in de rug van de gemeente.
De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! In Utrecht wonen grote groepen ouderen met
migratieachtergrond uit Suriname, Marokko en Turkije. Een belangrijk deel van deze ouderen heeft
behoefte aan voorzieningen voor woon- en zorgvormen die aansluiten bij de eigen belevingswereld. In Utrecht hebben verschillende initiatieven die behoefte verwoord en voorstellen gedaan voor
wonen, een woon-zorgvorm of een hospice voor groepen met een specifieke sociaal culturele of
ethische achtergrond. Zulke initiatieven komen moeilijk van de grond omdat zij zelf daartoe vaak
over onvoldoende organisatiekracht of middelen om te investeren beschikken. Zij hebben de steun van de gemeente nodig om krachtige partners te vinden die kunnen helpen om zo’n initiatief te
realiseren (denk aan woningcorporaties of pensioenfondsen) en om een geschikte locatie te vinden.
Vertegenwoordigers van Hindoestaanse en Creoolse ouderen (Stichting Asha, Moria, Kisha’s Zorg en COSBO) hebben een plan uitgewerkt voor een woonplek voor Hindoestaanse ouderen en een woonzorgproject (inclusief hospice) voor Creools-Surinaamse ouderen. (zie bijlage). Zij hebben dat plan voorgelegd aan de gemeente. De gemeente antwoordt ambtelijk dat "woon-zorg-vormen voor
ouderen met een specifiek sociaal-culturele of etnische achtergrond zowel voor de ouderen zelf als voor de samenleving een effectieve en aantrekkelijke bijdrage kunnen leveren aan de woon- en zorgbehoefte van ouderen." De gemeente heeft enkele pogingen gedaan om het initiatief te
koppelen aan een bouwontwikkeling, maar tot nu toe zonder resultaat. En "een pragmatische
11
Vragenuur van 1 juli 2021 oplossing lijkt voor de hand te liggen". Maar die oplossing bestaat eruit dat de initiatiefnemers zelf bij de woningbouwcorporaties langs moeten gaan, dat ze zelf vertegenwoordigers in de kopgroep
van het programma "Een (t)huis voor ouderen" aan hun jasje moeten trekken en dat zij zelf de ogen en oren moeten gebruiken om een goede locatie te vinden. De GroenLinks-fractie vindt het niet pragmatisch en niet effectief om de bal bij de initiatiefnemers terug te leggen. Deze woon- en
woon-zorgvormen worden niet gerealiseerd zonder stevige steun van de gemeente. De GroenLinksfractie stelt daarom de volgende vragen: 1.
2. 3.
4.
Vindt ook het college het belangrijk dat in Utrecht specifieke woon- en woonzorgvormen voor ouderen met een migratieachtergrond (met name uit Suriname, Marokko en Turkije) worden gerealiseerd?
Is het college het met de GroenLinks-fractie eens dat initiatieven daartoe meer kans van slagen hebben als ze stevig door de gemeente worden gesteund?
Is het college bereid om te stimuleren dat er initiatieven voor zulke woon- en woonzorgvormen komen en om deze initiatieven te steunen? Welke initiatieven kent de gemeente? Voor welke groepen zouden initiatieven wenselijk zijn, maar zijn die er nog niet?
Hoe kan de gemeente het initiatief van Asha, Moria, Kicha’s Zorg en COSBO voor woon- en
woonzorgvormen voor Hindoestaanse en Creools-Surinaamse ouderen oudersteunen bij het
vinden van stevige partners zoals woningcorporaties, de Werkplaats of andere ontwikkelaars die 5.
in Utrecht actief zijn en/of pensioenfondsen?
Hoe kan de gemeente het initiatief ondersteunen bij het vinden van een locatie, bijvoorbeeld door het te koppelen aan bouwinitiatieven en ontwikkellocaties zoals De Cartesiusdriehoek,
boven het huidige Oase, de Merwedekanaalzone, het Stationsgebied, ontwikkelingen in buurten in Overvecht of Zuilense Vecht? Welke locaties zijn perspectiefvol? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter!
Het antwoord op vraag 1. Het college vindt het inderdaad belangrijk dat woon- en
zorgvormen voor ouderen in Utrecht aansluiten bij de behoefte van de inwoners en dat daarbij
rekening wordt gehouden met de specifieke wensen van ouderen met een migratieachtergrond. Ik
kan in ieder geval melden dat onze kwartiermaker voor nieuwe woonconcepten contact heeft met de door de vragensteller genoemde initiatiefnemers.
Het antwoord op vraag 2. Ja, zoals men weet, hebben wij met professionele partijen in
paragraaf 5.2 van het stadsakkoord Wonen afgesproken om zoveel mogelijk aan te sluiten bij
initiatieven en wensen uit de buurt. Met de kopgroep van het programma "Thuis voor ouderen"
stimuleren wij dat initiatieven en ontwikkelende partijen goed aan elkaar worden verbonden. Er zijn
in de stad veel initiatieven op zoek naar een geschikte plek. Wij hebben het afgelopen jaar een aantal keren vastgoedontwikkelaars met wooninitiatieven in contact gebracht.
Het antwoord op vraag 3. Wij zijn bereid om initiatieven te steunen. Wij doen dat al. Via het
programma "Thuis voor ouderen" zijn wij in gesprek met woningbouwcorporaties en
vastgoedontwikkelaars. Voor enkele initiatieven heeft de extra inzet van de gemeente geleid tot afspraken, onder andere bij Attifa in Kanaleneiland en ook in Overvecht.
Het antwoord op vraag 4. Wij spreken in het kader van "Thuis voor ouderen" met alle relevante
partijen over de mogelijkheid om vernieuwende woonvormen te realiseren. Wij zullen daarbij naar
aanleiding van deze mondelinge vragen nogmaals aandacht vragen voor wooninitiatieven van oudere migranten en de corporaties vragen om met hen in gesprek te gaan over mogelijke vormen van samenwerking.
12
Vragenuur van 1 juli 2021 Het antwoord op vraag 5. Voor de ontwikkelingen is het van belang om zo vroeg mogelijk
betrokken te zijn bij de planontwikkeling zodat er ruimtelijk en financieel rekening kan worden
gehouden met dit type woon/zorgconcepten. Een recent voorbeeld daarvan is het initiatievenblok
Zuilense Vecht dat op dit punt goede mogelijkheden biedt. In het kader van het programma "Thuis voor ouderen" wordt hard gewerkt aan het in kaart brengen van de mogelijkheden die er zijn op gemeentegrond en ook in vastgoed van de gemeente zelf.
De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Bedankt voor de antwoorden. Ik hoop dat de steun
ook voor het concrete initiatief iets oplevert. Is de wethouder bereid om met de werkgroep Wonen
van het Maatschappelijk Netwerk Utrecht en verschillende initiatiefnemers uit deze groep te spreken over hoe de initiatieven gesteund kunnen worden en hoe die een plek kunnen vinden en of de wethouder ons daarover kan rapporteren in de volgende brief over "Een thuis voor ouderen". De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Zowel collega Van Ooijen als ik schuiven
regelmatig bij de werkgroep aan, ook in het kader van "Een thuis voor ouderen". Dat heeft onze
voortdurende aandacht. Wij namen enthousiast deel aan een aantal sessies dat er is geweest. Wij zullen dat blijven doen. Wij rapporteren daar zeker over.
9. Vragen van de heer Vonk (GroenLinks) inzake 20 jaar de Utrechtse aanpak. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Afgelopen maandag was ik op pad met een van de
veldwerkers van Jellinek die met een kan koffie langs buitenslapers in de stad gaat. Tijdens de
fietstocht kwamen wij tot de conclusie dat het op 17-09-2021 20 jaar geleden is dat de tunnel
onder Hoog Catharijne werd gesloten. In de aanloop daarvan werden in de stad 10 hostels en 4 gebruikersruimten geopend om de mensen een plek te bieden om te wonen en te gebruiken.
Hiermee werd de overlast verminderd. Deze werkwijze is in de loop van de tijd bekend geworden als de Utrechtse manier. De GroenLinks-fractie is van mening dat het 20-jarig bestaan hiervan niet onopgemerkt voorbij mag gaan. 1.
Deelt de wethouder de mening van GroenLinks dat dit moment niet onopgemerkt voorbij mag
2.
Is de wethouder bereid om samen met de partijen die betrokken zijn en waren bij het sluiten van
gaan? Zo nee, waarom niet?
de tunnel, de Hostels en de gebruikersruimten in gesprek te gaan om te bekijken hoe hiervoor op een mooie manier aandacht kan komen?
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik dank de heer Vonk voor zijn vragen. Ik deel
zeker de mening dat wij aan dit feit aandacht moeten besteden: twintig jaar het Utrechtse model voor maatschappelijke opvang. Het sluiten van de tunnel is een markant moment geweest.
In Utrecht hebben wij met de betrokken partijen de afgelopen jaren geschiedenis geschreven.
Ik zou het heel mooi vinden om daar ook dit jaar aandacht aan te schenken. Ik ga daarover in gesprek. Ik dank de heer Vonk voor zijn suggestie. Ik kom hierop in september a.s. terug.
De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Bij de behandeling van een van de plannen in
het Stationsgebied hebben wij met wethouder Eerenberg gesproken over het herdenken van het
sluiten van de expeditietunnel. Toegezegd is dat daar wellicht in de openbare ruimte in de vorm van een tegel aandacht aan zou worden gegeven. Ik heb daarvan nog geen opvolging gezien. Graag
13
Vragenuur van 1 juli 2021 zagen wij een gesprek tussen de wethouders Van Ooijen en Eerenberg over de invulling van die toezegging.
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik ben mij bewust van deze nobele toezegging.
Ik kom erop terug in de genoemde brief van september a.s.
10. Vragen van de heer Schipper (SP) inzake Openbare ruimte Adenauerlaan. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Toen de lang uitgestelde renovatie van de woningen
eindelijk ging gebeuren, hoopten de bewoners van de Adenauerlaan een paar dingen: pak het plein meteen mee bij de herinrichting van de openbare ruimte en dan voorlopig geen maanden in de rotzooi meer. Helaas is de werkelijkheid anders. Het plein, dat al tientallen jaren niet is
onderhouden, wordt vooralsnog niet meegenomen en het trottoir, dat net was dicht gelegd met
deels nieuwe en deels oude tegels, ligt alweer open vanwege werkzaamheden aan een gasleiding. Dat roept vragen op. 1.
Waarom is het plein niet meteen betrokken bij de herinrichting van de openbare ruimte en
2.
Waarom zijn voor de nieuwe woningen in de plinten nieuwe tegels gebruikt en voor de portieken
3.
wanneer gaat dat dan wel gebeuren?
oude tegels teruggelegd? Klopt het argument van Mitros dat de stoep voor de nieuwe woningen van hen is en de stoep voor de portieken van de gemeente?
Waarom vinden de werkzaamheden aan de gasleiding plaats nét nadat de bestrating opnieuw
was neergelegd en hoelang duren die? Oftewel: hoe verhoudt deze situatie zich tot het adagium van het college om werk te maken met werk?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter!
Het antwoord op vraag 1. Werk met werk maken houdt soms ook in dat het één op het ander
volgt. Ik hoop dat duidelijk te maken. Het streven is altijd geweest om de herinrichting van de
openbare ruimte zo kort mogelijk na de afronding van de renovatie van de portiekflats te doen, maar door verschillende oorzaken zit er nu meer tijd tussen de afronding van de renovatie van blok 3 en
de start van de werkzaamheden. De gemeente en Mitros overleggen wat nodig is om de straat tot die tijd netjes te houden. Ook is in het project inmiddels een omgevingsmanager aangesteld om
gemakkelijker contact te maken met partijen in de buurt. De voorbereiding van de inrichting van de
openbare ruimte is nu gestart. De herinrichting zelf start aan het einde van het jaar. Daarmee zijn de gehele Adenauerlaan - van gevel tot gevel - inclusief het plein dat opnieuw wordt ingericht en ook
het Attleeplantsoen en de Trumanlaan gemoeid. Er heeft dagelijks onderhoud plaatsgevonden, maar het plein is in de jaren '60 aangelegd. Het is hard aan vernieuwing toe.
Het antwoord op vraag 2. De aannemer van Mitros heeft het plein gebruikt als bouwplaats en
materialenopslag. Nu de renovatie van de tweede portiekflat klaar is, heeft de aannemer de
bouwplaats opgeruimd en de tegels recht gelegd. De voortuinzone was en blijft van Mitros. Mitros
gebruikt uit overwegingen van duurzaamheid en efficiëntie bestaande tegels opnieuw als die nog in goede staat zijn.
Het antwoord op vraag 3. De herinrichting van de straat en het plein begint aan het einde van
dit jaar. De gasleiding moest daarop vooruitlopend worden aangepakt. De werkzaamheden van Stedin zullen nog ongeveer twee weken duren. Daarna volgen werkzaamheden van Vitens, de waterleiding. Ook vindt vervanging van de riolering plaats en wordt er een hemelwaterriool
14
Vragenuur van 1 juli 2021 aangelegd. Wij zullen ter plekke met een gescheiden rioolstelsel werken in het kader van de klimaatadaptatie.
Wijkbewoners ontvangen binnenkort meer informatie over de planning en de fasering van de
werkzaamheden.
11. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), mevrouw Bijsterbosch (D66) en mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) inzake Permanente Hall of Fame.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! In 2018 moest de vorige legale plek voor graffiti
verdwijnen in verband met nieuwbouw in dit gebied. Dat was de Grindbak achter de Croeselaan.
Gelukkig is het toen, dankzij inzet van velen, gelukt om een nieuwe plek te vinden, namelijk op het Berlijnplein. Daar wordt nu legaal graffiti gespoten. Niet alleen voor het plezier van de gebruikers,
maar ook voor dat van voorbijgangers en mensen die hiervoor speciaal naar het Berlijnplein komen. De Hall of Fame verdwijnt echter omdat er nieuwbouw komt. Een nieuwe plek is nog niet
gevonden. Met de Ruimtelijke Strategie Utrecht ligt een grote verdichtingsopgave in het verschiet. De fracties voorzien dat het daardoor steeds lastiger wordt om ruimte te vinden voor een legale plek
voor het spuiten van graffiti, terwijl de mogelijkheid daartoe in veel steden echt van meerwaarde is, niet alleen omdat de overlast van illegale graffiti op andere plekken dan afneemt, maar vooral ook
omdat artiesten er prachtige dingen maken. Dat trekt mensen die ervan genieten. Wij vinden het dus een gemiste kans dat Utrecht daar geen werk van maakt. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. 2.
Wat is de laatste update in de zoektocht naar een nieuwe legale Hall of Fame? Wordt er gezocht naar tijdelijke of permanente locaties?
Is de wethouder het met ons eens dat ruimte voor dit soort plekken steeds schaarser wordt en
dat de inzet op een permanente plek wenselijk is? Tot welke stappen van het college leidt dit of heeft dit geleid?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het is fijn dat wij deze
vragen vandaag nog kunnen behandelen.
Het antwoord op vraag 1. De Hall of Fame aan het Berlijnplein kan nog tot ongeveer het
tweede kwartaal van 2022 blijven. Dan starten de bouwwerkzaamheden. Wij onderzoeken waar een nieuwe legale graffitiplek kan komen. Wij hebben verschillende wijkadviseurs ingeseind. Ook wij blijven goed kijken waar eventueel mogelijkheden zijn. Ook hebben wij StreetArt Utrecht en de
huidige gebruikers van De Hall of Fame gevraagd om goed naar mogelijke locaties uit te kijken. Er zijn locaties waar wij nader aan het verkennen zijn. Het is echter nog te vroeg om daarover iets te kunnen zeggen.
Naast de Hall of Fame aan het Berlijnplein is onder de A12-brug, naast het
Amsterdam/Rijnkanaal - bij de Ikea - een gedoogplek. Die zal in elk geval beschikbaar blijven. Het antwoord op vraag 2. In de zoektocht bekijken wij zowel tijdelijke als permanente
locaties, waarbij de tijdelijke locaties er wel minimaal twee jaar moeten zijn, dus niet te kort.
Het antwoord op vraag 3. Ja, in een snelgroeiende stad is de ruimte voor dit soort plekken
inderdaad schaars. Wij zien ook dat transitiegebieden mogelijkheden bieden, zeker ook voor tijdelijke initiatieven. Wij vinden het belangrijk om kunstenaars in het algemeen, maar ook
graffitikunstenaars, in de stad een podium te geven, onder meer via een Hall of Fame. Wij zijn
daarom voornemens om Street Art als onderwerp te betrekken bij de nieuwe uitvoeringsnota Kunst in de openbare ruimte die van 2021 tot 2030 geldt.
15
Vragenuur van 1 juli 2021 De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Het gaat natuurlijk om graffiti die mogelijk op die
locaties wenselijk is. Zijn er ook locaties waar graffiti niet wenselijk is? Is de wethouder bereid om in de komende periode graffiti op plaatsen waar die niet wenselijk is proactief te blijven verwijderen? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Dat geschiedt niet vanuit mijn portefeuille. In de
eerste plaats vragen wij mensen om juist van deze plekken - die ervoor zijn gecreëerd - gebruik te maken. Daarnaast zal door de burgemeester worden opgetreden waar dat nodig is, als er dingen verschijnen die er niet thuishoren.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik ben met een aantal antwoorden best blij. Is het geen
goed idee dat wij bij nieuwe ontwikkelingen bekijken of een nieuwe wijk mooier kunnen maken door daar alvast een plek voor graffiti te reserveren, bijvoorbeeld de Cartesiusdriehoek of de Merwedekanaalzone?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Er zijn veel mogelijkheden. Ik wil die zeker niet
uitsluiten. Ik wil alleen reageren op de woorden "mooier maken". Op de gedoogplekken mag men heel veel. Men kan de plekken mooier maken, maar dat hoeft niet. Men mag ook mensen
confronteren met het echte leven en met dingen die helemaal niet mooi zijn. Ik begrijp de vraag van mevrouw Assen echter heel goed. Wij houden onze ogen open. Wij hebben deze plek gevonden
omdat een andere plek verdween. Wij zijn geroutineerd geworden in het vinden van nieuwe locaties. De VOORZITTER: Dames en heren. Dit was het laatste vragenuur van vóór het zomerreces. Dat
wil niet zeggen dat wij al met zomerreces gaan. Wij zullen ons de komende week bezighouden met
de voorjaarsnota en andere zaken. Voor de liefhebbers van het vragenuur betekent dit dat men vanaf september a.s. opnieuw van harte bij ons welkom is. Nog een prettige avond.
De voorzitter sluit hierna, te 18.01 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
16
Vragenuur van 1 juli 2021
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 1 juli 2021.
Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) inzake het stoppen van de lijmplankenverkoop voor het vangen en doden van dieren. Wethouder Van Hooijdonk zal winkeliers die gebruikmaken van lijmplanken, als men die op het spoor komt, een brief schrijven waarin de aandacht wordt gevestigd op het leed dat zij veroorzaken voor de dieren en daar uiterlijk in het eerste kwartaal van 2022 op terugkomen.
zal met de collega's van de G4 in gesprek gaan over het voeren van actie tegen het gebruik van lijmplanken.
Vragen van de GroenLinks-fractie inzake “Is volledige adreshistorie nodig voor inschrijven bij woningbouwvereniging?”. Wethouder Diepeveen zal met de corporaties bespreken of de werkwijze rond het opvragen van de adreshistorie moet worden aangepast en, zo ja, op welke manier, en de raad uiterlijk in september melden wat het overleg heeft opgeleverd.
zal regelmatig blijven aanschuiven bij de werkgroep Wonen van het Maatschappelijk Netwerk Utrecht om te bespreken hoe initiatieven gesteund kunnen worden en een plek kunnen vinden, en de raad daarover rapporteren.
Vragen van de heer Vonk (GroenLinks) inzake 20 jaar de Utrechtse aanpak. Wethouder Van Ooijen zal in september a.s. terugkomen op de vraag op welke wijze er aandacht kan worden besteed aan het 20-jarige bestaan van de Utrechtse aanpak van de maatschappelijke opvang. zal in de toegezegde brief ook terugkomen op de toezegging dat zal worden gekeken naar bijvoorbeeld een tegel ter herdenking van het sluiten van de expeditietunnel.
17