CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210603 vragenuur.doc

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 3 en 10 juni en 1 juli 20219.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 3 juni 2021

Digitaal vragenuur, gehouden op donderdag 3 juni 2021 te 17.00 uur. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Gilissen, Te Hoonte, Işik, Oosters, Saïah, Sturkenboom,

Vonk en Zwinkels.

Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Boudens en Şimşek. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,

Eerenberg, Van Hooijdonk, Klein, Van Ooijen, Verschuure en Voortman. Griffier: De heer Corten.

Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad

van Utrecht.

1. Vragen van de heer Şimşek (DENK) inzake Verleende vergunning niet conform procedure. De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! Op donderdag 15 april jl. hebben wij in het vragenuur

vragen gesteld over het met ingang van 19 april a.s. bij de plaatsing van bouwcontainers onttrekken van parkeerplekken. Wethouder Van Hooijdonk heeft gezegd dat daartoe geen vergunning is

verleend. Op vrijdag 16 april jl. is de vergunning echter wél verleend op basis van artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening. De aanvraag van de vergunning is nooit bekendgemaakt. Volgens de Gemeentewet is de gemeente verplicht om haar besluiten met betrekking tot de

algemeen verbindende voorschriften - zoals de Algemene Plaatselijke Verordening - bekend te

maken. Als dat niet gebeurt, treedt op basis van artikel 3:40 van de Algemene Wet Bestuursrecht het besluit niet in werking. 1.

Waarom is het voorgenomen besluit niet officieel bekendgemaakt via

2.

Wat doet het college nu blijkt dat het besluit niet in werking is getreden omdat de vergunning

3.

www.officiëlebekendmakingen.nl?

niet conform de procedure is verleend?

Wanneer gaat het college handhaven op grond van door buurtbewoners ingediende

handhavingsverzoeken? Op donderdag 15 april jl. ontvingen buurtbewoners van aannemer

Vragenuur van 3 juni 2021 Hemubo een brief - voorzien van een dagtekening van 14 april 2021 - waarin staat dat de gemeente locaties heeft aangewezen waar de bouwcontainers worden geplaatst, maar dat 4. 5.

daartoe een vergunning is verleend met een dagtekening van 16 april 2021.

Wat vindt het college ervan dat aannemer Hemubo onder buurtbewoners onjuiste berichten verspreidt?

Wat doet het college om ervoor te zorgen dat burgers niet worden misleid? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het is volgens mij de

derde keer dat de DENK-fractie over deze kwestie vragen stelt. Ook op 22 april jl. heeft deze fractie er vragen over gesteld. Al in een eerder vragenuur heb ik gezegd dat de communicatie met de

omgeving niet goed is verlopen. Wij leren daar echt van. Wij willen bij toekomstige aanvragen voor

vergunningen met een vergelijkbare omvang en duur van die waar de vragen over zijn gesteld dat de omwonenden en andere belanghebbenden eerder worden geïnformeerd. Wij bekijken op welke

manier wij dat het beste kunnen doen. De vergunning waarvan nu sprake is, is een vergunning op

grond van de APV. Voor deze vergunning geldt niet de verplichting die bekend te maken via de door de vragensteller genoemde website. De artikelen in de Gemeentewet waar de vragensteller naar

verwijst, gaan over de bekendmaking van algemeen verbindende voorschriften. Een vergunning is simpelweg geen algemeen verbindend voorschrift. Een vergunning kan daarom op verschillende

manieren bekend worden gemaakt. Er is geen verplichting om een digitaal exemplaar te publiceren. Het besluit is in dit geval bekendgemaakt door het de aanvrager toe te sturen, conform de

Algemene wet bestuursrecht. Hiermee is de vergunning voldoende bekendgemaakt. De

handhavingsverzoeken waar de vragensteller over spreekt, gaan over het handelen zonder

vergunning. Daarvan is hier geen sprake. De vergunning is op 16 april jl. conform de geldende procedure verleend.

Ik heb de vragen 4 en 5 beantwoord door in algemene zin te stellen dat de communicatie

door Hemubo gebrekkig is verlopen. De gemeente kan bij het verbeteren daarvan een rol spelen. De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! Ik ben benieuwd hoe de wethouder uitlegt dat wethouder

Van Hooijdonk eerder zei dat de vergunning niet is verleend. De wethouder zegt nu dat de vergunning wél is verleend.

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wethouder Van Hooijdonk heeft de vragen op 15

april jl. beantwoord. Dat was een donderdag. De vergunning is verleend op 16 april jl., een dag later. Ik ga ervan uit dat toen wethouder Van Hooijdonk de vragen beantwoordde, de vergunning inderdaad nog niet was verleend. Dat gebeurde een dag later.

2. Vragen van de fracties van PvdA, Student & Starter en DENK inzake Oproep Opkoopverbod ook in Utrecht.

De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! De PvdA-fractie heeft kennisgenomen van een artikel in Het

Financieele Dagblad. Daarin staat hoe beleggers in grote steden steeds vaker huizen opkopen en tegen hogere prijzen verhuren. Met deze hoge koopprijzen verdringen zij de normale

woningzoekenden die met hun kleinere portemonnee niet met de beleggers kunnen concurreren. Dat hoort niet: iedereen moet zeker kunnen zijn van fijn en betaalbaar wonen in de stad, maar op deze

manier wordt dat onmogelijk. Het is een goede zaak dat veel gemeenten deze problemen bij het Rijk aankaarten en een koopverbod voor beleggers willen organiseren. Wij vinden het echter zeer

2

Vragenuur van 3 juni 2021 teleurstellend dat Utrecht zich nog niet bij deze gemeenten heeft aangesloten. Om deze reden stellen wij de volgende vragen. 1.

Is het college op de hoogte van dit artikel? Zo ja, wat vindt het college daarvan?

3.

Wat heeft het college de afgelopen periode gedaan om het opkoopverbod ook in Utrecht

2.

4. 5. 6. 7.

Wat is de verklaring van het college dat Utrecht niet in dit artikel wordt genoemd? mogelijk te maken?

Is het college bereid om in VNG-verband de formatterende partijen alsnog een brief te sturen

waarin ook Utrecht oproept om het opkoopverbod landelijk in te voeren? Zo nee, waarom niet?

Staat het college ervoor open de Utrechtse woningcorporaties te verzoeken geen woningen meer aan beleggers te verkopen? Zo nee, waarom niet?

Is het college bereid in de Merwedekanaalzone met de ontwikkelaar vast te leggen dat woningen niet aan de beleggers worden verkocht? Zo nee, waarom niet?

Is het college bereid om ook met de Nederlandse Vereniging van Makelaars de afspraak te

maken dat de bestaande woningen niet door een belegger worden verkocht? Zo nee, waarom niet?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Ik denk dat ik de heer

Işik en zijn medevragenstellers op een aantal punten gerust kan stellen. Wij zijn van de situatie op de hoogte. Wij vinden dat betaalbare koopwoningen beschikbaar moeten blijven voor eigenaar-

bewoners. Daarom zijn wij al geruime tijd met het Rijk in gesprek over maatregelen om het opkopen van woningen door beleggers terug te dringen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de minister sowieso

met een wetvoorstel voor opkoopbescherming is gekomen. BZK heeft ons bij het ontwerpen van dit

wetvoorstel nauw betrokken. Wij zijn net als de in het artikel genoemde andere steden bezig met de voorbereiding van een voorstel voor invoering.

Utrecht wordt in het artikel wel degelijk genoemd. In het artikel staat dat de woonwethouders

van de zeven grootste steden van Nederland denken de regel snel in te zetten als de Eerste Kamer er later dit jaar mee instemt. Wij behoren tot de zeven grootste steden, dus wij worden genoemd, maar wij hebben de media niet aan een lijntje en dat is maar goed ook. Wij hebben dit Het Financieele

Dagblad desgevraagd laten weten. In tegenstelling tot andere steden hebben wij net als Amsterdam nog geen concrete datum genoemd wanneer wij de opkoopbescherming invoeren. Wij hebben dat

bewust gedaan omdat wij het belangrijk vinden een voorstel zorgvuldig voor te bereiden. Zowel bij de voorbereiding als bij de invoering trekken wij met de G4 en Eindhoven samen op. Men kan erop

vertrouwen dat wij de raad zo snel mogelijk een voorstel zullen doen. Zodra wij meer duidelijkheid kunnen geven over de wijze en het moment van invoering komen wij daarop bij de raad terug.

Het antwoord op vraag 3. Naast de eerdergenoemde betrokkenheid bij het ontwerp van het

wetsvoorstel hebben wij bij de consultatie gezamenlijk met de G4 en Eindhoven de minister een brief gestuurd met onze reactie op het wetsvoorstel.

Het antwoord op vraag 4. Omdat wij al in december jl. de G4 en Eindhoven een brief hebben

gestuurd, zien wij geen noodzaak om opnieuw een brief te sturen. Wij blijven er in de lobby wél aandacht voor vragen.

Het antwoord op vraag 5. In de raadsbrief over betaalbare koopwoningen van maart 2020

hebben wij gesteld dat de woningbouwcorporaties standaard een zelfbewoningplicht opleggen als ze woningen verkopen.

Het antwoord op vraag 6. In dezelfde raadsbrief hebben wij gezegd dat voor de betaalbare

koopwoningen die in de Merwedekanaalzone zullen worden gebouwd een zelfbewoningplicht wordt opgelegd.

3

Vragenuur van 3 juni 2021 Het antwoord op vraag 7. Onze voorkeur blijft om de route van de zelfbewoningplicht te

bewandelen. Wij bereiden ons voor op de invoering van de opkoopbescherming in de gemeente Utrecht.

De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Dank voor het beantwoorden van de vragen. De Eerste Kamer

wacht op de reactie van de minister en de minister moet een aantal vragen beantwoorden. In

hoeverre zet het college zich in om de procedure van de behandeling van het conceptwetsvoorstel bij de Eerste Kamer te versnellen?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Wij zijn langs ambtelijke en politieke lijnen

voortdurend met Den Haag in contact om de behandeling te bevorderen.

3. Vragen van de heer Bakker (D66), mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD), mevrouw

Sturkenboom (Student & Starter) en de heer Vonk (GroenLinks) inzake komen de vaccinatiebus en mobiele prikteams er in Utrecht al aan?

De heer BAKKER (D66): Voorzitter! De vaccinatiecampagne komt nu flink op stoom. En dat is

goed nieuws! Want alleen vaccineren biedt ons de weg terug naar meer vrijheid. Huisartsen trokken aan de bel vanwege hun zorg over een vaccinatiekloof: vooral in kwetsbare wijken blijft de

bereidheid tot vaccineren achter, met (nog) grotere gezondheidsverschillen tot gevolg. Eerder zijn

hierover mondelinge vragen gesteld. Communicatie en het tegengaan van wat Aboutaleb (Rotterdam) een 'giftige tegencampagne' noemt, is erg belangrijk en vormt de basis. Wij kunnen het belang van

vaccineren en het redden van levens niet vaak genoeg benadrukken. Nu de vaccins in grote aantallen beschikbaar komen, ligt ook de weg open om actiever te vaccineren. Denk hierbij aan het inzetten

van een vaccinatiebus en mobiele prikteams die op plekken komen waar de vaccinatiegraad laag is. Of het vaccineren op plekken waar (relatief) veel mensen komen die wij slecht bereiken:

moskeeën/kerken, de markt, winkelcentra, buurthuizen, sportverenigingen, OV-knooppunten en bibliotheken. Denk ook aan het organiseren van campagnes zoals in Tel Aviv waar bij een

coronavaccinatie gratis pizza's werd uitgedeeld. De fracties van D66, PvdA, VVD, Student & Starter en GroenLinks stellen de volgende vragen. 1.

2. 3. 4.

Is het college het met de vragenstellers eens dat wij actiever moeten prikken en dat dit prikken

zo breed mogelijk moet gebeuren, eventueel met onconventionele middelen, zoals het inzetten van een vaccinatiebus en mobiele prikteams?

Zo ja, waar denken de gemeente en GGDrU dan aan en op welke termijn moet dat gebeuren? Wordt de raad dan up-to-date gehouden?

Vindt ook het college dat men moet beginnen op plekken waar de vaccinatiebereidheid relatief laag is, zoals in Overvecht, Kanaleneiland, Zuilen en Ondiep?

Worden door de gemeente en de GGDrU gesprekken gevoerd met huisartsen en sleutelfiguren in de wijk over hoe dit fijnmazige prikken eruit moet zien?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het college is het in

beginsel zeer eens met de vragenstellers over het verkleinen van de vaccinatiekloof en dat het dan helpt om kleinschalig en fijnmazig te werk te gaan. Wij moeten in Nederland een grootschalige kleinschaligheid bewerkstelligen. Wij kunnen dat niet alleen doen.

Het antwoord op vraag 1. De GGD beoogt het opschalen van de huidige capaciteit. Het aantal

prikken wordt 27.000 per dag. Daarna worden stappen gezet om uit te komen bij fijnmazigheid. De

4

Vragenuur van 3 juni 2021 GGD bezit inmiddels vijf vaccinatiebussen. Die kunnen worden gebruikt, maar inzake het vaccin dat daar om logistieke redenen uitermate geschikt voor is, het Janssen-vaccin, is het de vraag of dat

geschikt zal zijn voor die fijnmazige en kleinschalige vaccinaties omdat dan een brede doelgroep

moet kunnen worden bediend. Op het landelijke podium leven nog vragen alvorens de volgende stap te kunnen zetten, maar wij zijn het er zeer mee eens dat dit moet gebeuren.

Het antwoord op vraag 2. De termijn is "zo snel mogelijk". Wij moeten eerst duidelijkheid

krijgen over de vraag welk vaccin wij mogen gebruiken. Ik zal de raad in de coronabrief op de hoogte houden van de aanstaande concrete ontwikkelingen.

Het antwoord op vraag 3. Ik ben het er zeer mee eens dat wij moeten beginnen op plekken

waar de vaccinatiebereidheid laag is. Men geeft daarvan een aantal voorbeelden waar ik het mee eens ben.

Het antwoord op vraag 4. Ja, het fijnmazige prikken betekent dat in de wijken moet worden

gewerkt en dat er sleutelfiguren aan moeten worden verbonden. Daar hoort veel communicatie bij, zoals informeren en ontzenuwen van desinformatie, het in kaart brengen van no-shows en het

gemakkelijker maken van vaccinatiekeuzen. Langs die drie lijnen zullen wij met onze sleutelfiguren wijkaanpakken formuleren.

De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Wat de wethouder zegt, klinkt goed: wijkaanpakken

maken. Ik denk dat dit past bij de opgave die in de stad Utrecht zelf ligt. Wat ik nog een beetje mis,

is de zeer hoge urgentie. Wat zal de wethouder morgen anders doen? Volgens de vragenstellers gaan wij echt de wijken in, bij wijze van spreken van deur tot deur, om ervoor te zorgen dat de mensen de prik plannen en gaan halen. Wat zal de wethouder anders doen nu hij wordt geconfronteerd met deze vragen van de raad?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! De urgentie van de raad is ook mijn urgentie. Dit

moet zo snel mogelijk gebeuren. Ik heb zojuist één van de dilemma's geschetst, bijvoorbeeld de vraag of wij het Janssen-vaccin mogen gebruiken. Het antwoord op deze vraag is nu: "nee". Er

worden landelijk gesprekken over gevoerd. Een ander punt is de veiligheid. De GGD maakt zich

zorgen over de toenemende agressie. Het is vervelend dat ik dit moet zeggen, maar als kleinschalige locaties worden gebruikt, is het de vraag of de veiligheid van het personeel kan worden

gewaarborgd. Uw urgentie is echter ook de mijne. Wij zullen op alle podia maximaal de druk verhogen om onze slag te slaan.

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik krijg bij de woorden van de wethouder weliswaar het

gevoel van urgentie, maar wat ik minder goed begrijp, is waarom andere gemeenten toch eerder zijn met hun maatregelen.

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet precies weet

hoe de systemen werken. Ik ken een voorbeeld uit Harlingen. Sommige vaccins hebben een zeer koude vriezer nodig. Dat levert logistieke problemen op. Het kan zijn dat andere gemeenten die problemen hebben opgelost. Ook is niet elk vaccin voor elke doelgroep geschikt. In mijn visie

zouden wij afspraakvrij moeten kunnen werken. Wij hebben dan een vaccin nodig dat breed kan

worden ingezet. Als een bus wordt uitgerust met Pfizer of Astra-Zenica kan niet iedereen worden

geholpen. Ik wil op zo'n kleinschalige plek geen mensen wegsturen. Als dat gebeurt, is de kans dat

de mensen terugkomen erg klein. Het prikken moet in één keer goed gebeuren en moet in één keer raak zijn.

5

Vragenuur van 3 juni 2021

De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Ik hoop dat het snel zal lukken en dat onze vragen een

aanmoediging zijn om alles uit te proberen.

In Amsterdam wordt gewerkt met een vaccinatiekrant die alle inwoners in de brievenbus

krijgen. Wil de wethouder hetzelfde in overweging nemen en de raad via de coronabrief melden of dat ook hier mogelijk is?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik zal die mogelijkheid zeker bekijken. Ik ben

vanmiddag op werkbezoek geweest bij de sleutelfiguren van het vaccineren in Overvecht. Die zeggen juist dat wij ervoor moeten zorgen dat de communicatie erg lokaal is. Zij vragen of zij de mensen kunnen aanspreken. Deze mensen zijn minder grote fans van posters en kranten. Die landen bij sommige doelgroepen minder goed. Ik zal bekijken wat in Amsterdam speelt en kom daar in de

coronabrief op terug. In principe is onze inzet mond-tot-mond reclame via sleutelfiguren. Dat werkt het best.

4. Vragen van de heer Saïah (D66) inzake Kleine verenigingen moeten aan de bak vanwege nieuwe wet.

De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Per 1 juli a.s. moeten alle verenigingen, stichtingen en

coöperaties voldoen aan de nieuwe wetgeving voor zorgvuldig bestuur. Het Burgerlijk Wetboek stelt nieuwe eisen aan bestuurders van verenigingen, groot en klein. De meest in het oog springende wijziging betreft de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders bij een failliet of ernstig

financieel tekort. Een bestuurder moet kunnen aantonen dat hij niet nalatig is geweest en behoorlijk heeft bestuurd. Kan hij dat niet, dan is hij privé aansprakelijk. Het is daarom enorm belangrijk dat elke stichting of vereniging een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluit. Maar deze wet

brengt meer wijzigingen met zich mee, waarvan het van belang is dat stichtingen en verenigingen in de stad er kennis van nemen. Uit onderzoek onder 36.000 verenigingen en stichtingen blijkt dat

ruim 62% van de besturen van verenigingen en stichtingen nog nooit van de WBTR heeft gehoord. Van de andere 38% heeft twee derde nog geen idee hoe invulling te geven aan de wettelijke

verplichtingen. Conclusie: 86% van de besturen is nog niet in actie gekomen. Dat zijn tekenende

cijfers. Dit meldt de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). De onbekendheid

met de WBTR wordt mede veroorzaakt doordat er in de media weinig aandacht is; je leest en hoort er in de pers weinig over. De coronacrisis vraagt terecht alle aandacht. Daarenboven circuleert op

internet inmiddels een woud aan webinars en stappenplannen inclusief aanbiedingen voor juridisch

advies tegen betaling. Want juist de kleine verenigingen ontberen vaak expertise op dit gebied. Voor de D66-fractie is Utrecht een stad die verrijkt wordt met verenigingen en stichtingen. Daarom stelt ze de volgende vragen. 1.

Kan het college beoordelen of de cijfers uit het onderzoek van de NOV vergelijkbaar zijn met de

2.

Op welke wijze kan het college samen met partners - zoals de Vrijwilligerscentrale en Sport

3. 4.

situatie in de stad Utrecht?

Utrecht - de vinger aan de pols houden om zicht te hebben op het proces?

Welke acties onderneemt de gemeente samen met partners om de wettelijke wijziging onder de aandacht te brengen van de verenigingen en stichtingen in de stad?

Is het college bereid hieraan in de communicatie-uitingen van de gemeente aandacht te besteden? Zo nee, waarom niet?

In Kerkrade heeft de lokale sportstichting bekendgemaakt de sportverenigingen in Kerkrade

6

Vragenuur van 3 juni 2021 gratis te steunen met een WBTR-scan. Voor dit initiatief is samenwerking gezocht met het Juridisch Sportloket. Sport Utrecht is iets soortgelijks aan het doen, maar ik weet niet of dat ook het geval is bij welzijnsinstellingen of het onderwijs. 5.

Ziet de wethouder kans om samen met koepelorganisaties uit de stad iets soortgelijks op te zetten?

De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. Het is voor ons lastig om te beoordelen of de cijfers van het

onderzoek van de NOV vergelijkbaar zijn voor Utrecht. Wij gaan ervan uit dat de meeste verenigingen hun energie en aandacht richten op het herstarten van de activiteiten. De vrijwilligerscentrale Utrecht heeft uitgebreid aandacht besteed aan de nieuwe wet en heeft dat naar voren gebracht in de

nieuwsbrieven en op de sociale media. De vrijwilligerscentrale Utrecht heeft ook een webinar

georganiseerd. Er zijn zesentwintig organisaties aanwezig geweest. Ook Sport Utrecht is al een tijdje bezig om de nieuwe wet bekender te maken.

Het antwoord op vraag 2. Via de contacten van de vrijwilligerscentrale en Sport Utrecht

houden wij de vinger aan de pols. Het beeld is dat veel van wat nu in de WBTR extra wordt vastgelegd als verplichting in de praktijk al gangbaar is. Wij zijn echter alert op de kleine verenigingen.

Het antwoord op vraag 3. Er zijn zowel een stappenplan als uitgebreide informatie

beschikbaar op de website van Sport Utrecht. Er zijn veel antwoorden op vragen en contactgegevens beschikbaar, alsmede adviseurs en webinars. Wij bieden ook modelstatuten aan.

Het antwoord op vraag 4. Wij bereiken de meeste verenigingen via onze partners. Die hebben

vaak een meer direct contact dan wij. Wij bekijken of wij ook via de gemeentelijke kanalen extra

kunnen communiceren. Die kunnen vaak mensen bereiken die wij via de branche en de koepels niet bereiken.

Het antwoord op vraag 5. In feite doen wij dat al. De koepelorganisaties blijven beschikbaar

om hulp te kunnen bieden.

De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Als het mogelijk is om de

eigen communicatiekanalen te gebruiken, juist voor kleine verenigingen, zou dat enorm helpen. 5. Vragen van de heer Te Hoonte (VVD), mede namens de fracties van SP, PvdD en Stadsbelang Utrecht, inzake de groei van het leerlingaantal Onder De Bogen.

De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! De gemeenteraad heeft signalen ontvangen over de

basisschool Onder De Bogen Leidsche Rijn Centrum. De school zou voornemens zijn om in het volgende schooljaar een aantal groepen te huisvesten in een andere school van de KSU op de

Jazzsingel. Deze locatie ligt op enige afstand, met daartussen ook enkele fysieke barrières. De

tijdelijke huisvesting zou in afwachting zijn van de uitbreiding van de locatie Onder De Bogen. Zowel in het MPR 2020 als in het MPR 2021 staat dat de uitbreiding van de school is gepland op Kavel G3 van Leidsche Rijn Centrum. De start van de uitvoering is in 2021 en de oplevering is in 2022. Wij hebben hierover de volgende vragen. 1.

2.

Is het correct dat de KSU voornemens is om leerlingen van Onder De Bogen tijdelijk te huisvesten op de Jazzsingel? Hoe beoordeelt het college deze situatie in relatie tot de gemeentelijke taken op het gebied van onderwijshuisvesting voor scholen en onze huisvestingsverordening?

Acht het college het een acceptabele oplossing om tijdelijk enkele groepen aan de Jazzsingel

7

Vragenuur van 3 juni 2021

3.

4.

onder te brengen, mede in het licht van de voor leerlingen onrustige coronajaren?

Is de start van de bouw in 2021 en de oplevering in 2022 van de uitbreiding nog haalbaar? Waarom is de uitbreiding niet eerder gerealiseerd? Was het college op de hoogte van de eventuele snellere groei aan ruimtebehoefte van Onder De Bogen?

Zijn alternatieven denkbaar en realiseerbaar voor tijdelijke huisvesting van Onder De Bogen in of dichter bij de hoofdlocatie, bijvoorbeeld door lokalen of ruimten te lenen van de andere school in het gebouw, de Vrijstaat, het Plantsoen van Boedapest, of door het plaatsen van tijdelijke

5.

lokalen, bijvoorbeeld op de cultuurkavel?

Kan het college de toezegging doen dat er voor de leerlingen en de ouders over deze situatie vóór de zomervakantie duidelijkheid zal bestaan?

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. Wij hebben hierover met het schoolbestuur contact gehad. Dat zegt

dat voor het nieuwe schooljaar, 2021-2022 een nevenruimte van Onder de bogen wordt ingezet voor de groei. Daarom zal er dat schooljaar geen sprake zijn van huisvesting bij de Jazzsingel. Het college

en het schoolbestuur zoeken voor de periode daarna een passende oplossing. Die zal afhankelijk zijn van de groeisnelheid van de scholen. Het college beoordeelt deze casus net als andere gevallen waar behoefte is aan extra ruimte voor een school. Wij hanteren daar inderdaad de verordening

huisvesting scholen voor, zoals die afgelopen januari door de raad is vastgesteld. Daarin is voor basisscholen een maximale afstand van 1.000 m vastgelegd.

Het antwoord op vraag 2. Net zoals ik bij het antwoord op vraag 1 zei, is dat op dit moment

niet aan de orde. Ik heb het bestuur laten weten een tijdelijke oplossing te hebben gevonden binnen het eigen schoolgebouw van Onder de bogen in de Madridstraat.

Het antwoord op vraag 3. Dat de school groeit, is bij het college bekend. Het heeft

geconstateerd dat het project vertraging heeft opgelopen. Dit heeft tot gevolg dat er behoefte is aan tijdelijke huisvesting. Ik heb hier staan dat volgens de huidige planning de oplevering zal

plaatsvinden in de zomer van 2023. Het college en het schoolbestuur zoeken voor de gehele periode tot de daadwerkelijke oplevering naar een passende tijdelijke oplossing. Dat is dan inderdaad afhankelijk van de groeisnelheid van de scholen.

Het antwoord op vraag 4. Er zijn in de omgeving geen alternatieve onderwijslocaties

beschikbaar. Andere scholen hebben de ruimte zelf nodig of zijn aan het verbouwen, waardoor

gebruik bij een andere school niet mogelijk is. Nu is dat echter nog niet aan de orde. De vraag over bijvoorbeeld het bijplaatsen van noodlokalen of het huren van ruimte bij derden vraagt van de

gemeente grote investeringen. Dat is pas aan de orde op het moment dat niet kan worden voorzien

in extra ruimte binnen het bestaande onderwijsvastgoed. Daarom zijn wij daar heel terughoudend in. Het antwoord op vraag 5. Het is aan de schoolbesturen om te besluiten op welke plek de

kinderen komend schooljaar les zullen krijgen. Bij hebben begrepen dat het schoolbestuur vandaag de ouders heeft geïnformeerd over de oplossing die is gevonden. Dat is op de locatie van Onder de bogen.

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Wij ervaren vaker dat dit soort projecten vertraging

oploopt, met alle gevolgen van dien. Wij denken daar verscheidene oorzaken van te zien, afgaande

op wat wij horen. De onderhandelingen van de gemeente en de schoolbesturen spelen daar een rol bij. Ziet de wethouder gelegenheid om dat in het belang van de kinderen beter te laten lopen? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Binnenkort hebben wij opnieuw een

8

Vragenuur van 3 juni 2021 informatiebijeenkomst om de raad te vertellen hoe het met verscheidene projecten gaat. Ik moet

eerlijk bekennen dat ik in dit geval niet de precieze oorzaak van de vertraging ken. Ik weet niet of die al dan niet te maken heeft met de periode van de afgelopen tijd, of met de afstemming. Wij willen er echter, met het belang van de kinderen voor ogen, zeker zo veel mogelijk snelheid in houden. Dat heeft onze voorkeur.

Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt dat veel oplossingen afhangen van

groeisnelheden. Wanneer is daar wat meer zicht op?

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Dat ligt aan verschillende dingen. Een factor is dat

voor nieuwe leerlingen het aanmeldbeleid zal gelden, waardoor een kind vanaf het derde jaar kan worden ingeschreven en vanaf het vierde jaar kan beginnen. Er zijn kinderen die op verschillende

scholen zijn aangemeld - daar wordt op hen gerekend - waardoor waarschijnlijk wat plekken open

zullen vallen. De oktobertelling is altijd het moment waarop wij weten hoeveel kinderen overal zijn. De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Vandaag hebben wij van een groep ouders gehoord dat het

enige zorgpunt van de school op dit moment de gymzaal is. Er is een kans dat de groepen 1 en 2 minder bewegingstijd krijgen. Ik wil de wethouder vragen om dat punt nogmaals specifiek te bekijken.

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Daar kan ik op dit moment niets over zeggen. Het

schoolbestuur bepaalt hoe dat wordt ingericht. Ik begrijp de vraag van de heer Saïah echter zodanig dat ik de boel in de gaten zal houden, zodat er geen dingen onder druk komen te staan.

De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik verbaas mij een beetje over het antwoord van de

wethouder. Zij zegt dat er niet kan worden bij gehuurd, terwijl wij horen dat bij de andere school

juist sportvoorzieningen zullen worden gehuurd, zodat de speellokalen voor het onderwijs kunnen worden gebruikt. Kan de wethouder daarop reageren?

Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Wat de heer Te Hoonte zegt, is mij niet bekend. Ik zal

dat bekijken. Als daar nieuwe dingen over te melden zijn, zal ik ervoor zorgen dat de raad dat te weten komt.

6. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), mevrouw Streefland (ChristenUnie), de heer Van Steeg (CDA), de heer Van Deún (PVV) en de heer Wiegant (SP) inzake Stop nepbedelaars.

Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Op maandag 31 mei jl. ontving de raad een brief van

ondernemers uit de Kanaalstraat en de Damstraat. Deze ondernemers roepen de gemeente op om een (plaatselijk) bedelverbod in te stellen omdat zij de toenemende overlast van nepbedelaars zat

zijn. Eerder al diende de VVD-fractie met vele andere fracties schriftelijke vragen in over de aanpak van de nepbedelaars die zich toen vooral in de binnenstad bevonden. Inmiddels is bekend dat de nepbedelaars Oost-Europees zijn. Zij veinzen vaak een handicap. Dat ondernemers nu opnieuw

zeggen serieuze overlast van nepbedelaars te hebben, brengt de fracties van VVD en ChristenUnie tot de volgende vragen. 1.

Herkent de burgemeester dit signaal van overlast? Hoe reageert zij daarop? In de beantwoording

van de schriftelijke vragen is gezegd dat de politie tegen nepbedelaars kan optreden. Toch wordt

9

Vragenuur van 3 juni 2021 daar in de praktijk terughoudend mee omgegaan, waardoor ondernemers denken dat er niets 2. 3.

gebeurt.

Is het college bereid een deelverbod te onderzoeken waarbij bedelen alleen strafbaar is als er nepbedelaars van georganiseerde bendes mee zijn gemoeid? Zo nee, waarom niet?

Ziet de burgemeester nog andere mogelijkheden om de overlast aan te pakken, bijvoorbeeld

door strenger te handhaven? Voorts zijn er ook signalen dat de nepbedelaars slachtoffer kunnen zijn van mensenhandel of dat zij in een andere kwetsbare en afhankelijke positie zijn

4.

terechtgekomen.

Is de burgemeester bereid om naast intensieve controles en optreden tegen overlast ook te

onderzoeken in hoeverre er sprake is van mensenhandel of van een andere vorm van uitbuiting en om de slachtoffers daarvan te helpen?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Ik herken het signaal. Ik ben

recent bij de ondernemers geweest. Ik neem dat signaal zeer serieus. De ondernemers hebben echt last van de nepbedelaars. Wij hebben vanmiddag een deelverbod besproken, maar dat is niet

mogelijk. Als een verbod wordt georganiseerd, is dat een algemeen verbod op bedelen, maar de

proportionaliteit die mevrouw Meerding zoekt, moet dan komen uit het handhavingsbeleid en de

instructies. Daarin kan worden vastgesteld dat men dit alleen maar in de handhaving oppakt als een

soort last resort als alle andere maatregelen niet helpen. Dat doen wij alleen in bepaalde situaties. In

de handhaving kunnen wij de nuance zoeken, maar niet in de regelgeving. Op dit moment wordt met gebiedsmanagers en met mensen die de handhaving organiseren overlegd. Handhaving vindt plaats

op grond van het APV-artikel 2.2, verstoring van de openbare orde. Dat betekent dat je mensen kunt wegsturen en aanspreken. Maar omdat bedelen niet strafbaar is en binnen onze regelgeving gewoon mag, kun je niet altijd doorpakken. Dat maakt de aanpak ingewikkeld.

Onderzoek naar mensenhandel. Er is in verschillende gevallen door de politie onderzocht of er

sprake is van onwettige achtergronden, mensenhandel of kinderarbeid. Daarbij komt naar voren dat er in sommige gevallen sprake is van georganiseerd en groepsgewijs bedelen. Dat zien wij, maar structurele dwang of kinderarbeid zijn niet aangetoond.

De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Dank voor de beantwoording, mevrouw de burgemeester. Het

is vaak zo dat door criminele organisaties zulke activiteiten in de zwakkere wijken worden

georganiseerd. Wat kan de burgemeester zeggen over de georganiseerde criminaliteit die hierachter zit?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik vind het lastig om hierop in te gaan, omdat ik echt zou

willen dat de mensen van de politie, ook die onderzoeken hebben gedaan, in de gelegenheid zouden zijn de raad, al dan niet vertrouwelijk, hierover te informeren. Maar dat dit een probleem is, is ook voor mij glashelder.

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Er is in de raad zojuist een goede discussie geweest.

Ziet de burgemeester een toename van de problematiek doordat alle andere grote steden een bedelverbod hebben en dat daardoor de problematiek in Utrecht is toegenomen?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Daar heb ik geen onderzoek naar gedaan. Ik vind het lastig

om zo'n vraag te beantwoorden, omdat ik echt van mening ben dat daar dan onderzoek naar zou

moeten zijn gedaan. Het is echter vaak zo dat dit type criminaliteit zich verplaatst. Als wij in de stad

10

Vragenuur van 3 juni 2021 op een plek een gebiedsverbod zouden uitvaardigen, ontstaat daarna een waterbedeffect. Dat weten wij uit het verleden. Daarom is de kans aanwezig dat als deze mensen het leven moeilijker wordt gemaakt, zij naar steden trekken waar dat nog niet zo is.

Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! De burgemeester zegt dat er kan worden opgetreden

als er sprake is van overlast. Ik heb echter van ondernemers gehoord dat daar in toenemende mate

sprake van is. Vindt de burgemeester dat tegen die overlast voldoende wordt opgetreden, of kan dat nog worden geïntensiveerd?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dat punt wil ik sowieso in overleg met ondernemers en

handhavers oppakken. Maar ik zeg er eerlijk bij: het is heel lastig om handhavend op te treden tegen het type overlast dat zij benoemen. Er is sprake van overlast die wordt ervaren, maar als iemand om

wisselgeld komt vragen of steeds voor een winkel staat, is dat niet per definitie strafbaar. Dat maakt het dossier echt ingewikkeld. Wij kunnen daar met boa's aanwezig zijn, maar dan hebben wij nog geen doorzettingsmacht om op basis van regelgeving - die boa's wenselijk vinden - te kunnen doorpakken.

7. Vragen van mevrouw Oosters (Student & Starter) inzake nieuwe locatie fietsdepot. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Het gemeentelijke fietsdepot gaat

verhuizen. Na een uitgebreide zoektocht is aan de Labradordreef een tijdelijke locatie gevonden. De nieuwe locatie aan de Vlampijpstraat is naar verwachting pas in 2025 beschikbaar, dus de tijdelijke

locatie zal voorlopig nog wel even worden gebruikt. Er is maar een klein aantal factoren dat volgens

de Student & Starter-fractie belangrijk is voor een fietsdepot. Daarvan is bereikbaarheid met het OV er zeker één. Nu lijkt dit iets te zijn waaraan de nieuwe tijdelijke locatie niet voldoet. Daarom heeft onze fractie de volgende vragen. 1.

2. 3. 4.

Ziet het college net als de Student & Starter-fractie een risico in een niet goed met het OV bereikbaar fietsdepot, voornamelijk omdat het fietsdepot niet op loopafstand is van de binnenstad? Het is een halfuur fietsen, maar je fiets heb je dan niet meer.

Is het mogelijk om in samenwerking met de provincie te bekijken of ook in het weekend een bushalte is te realiseren?

Wordt de ophaaltermijn van de fietsen verlengd vanwege de slechte bereikbaarheid van het fietsdepot?

Is een meer bereikbare en daardoor meer geschikte locatie voor het fietsdepot bekeken?

In 2018 is de Student & Starter-fractie toegezegd dat een inventarisatie zou worden gemaakt

van hotspots waar fietsen vaak worden weggehaald. 5. 6.

Hoe is het gesteld met de plekken in de stad waar de meeste fietsen worden weggehaald?

Wat doet het college om de wederzijdse irritatie vanwege het weghalen van fietsen op deze plekken te voorkomen?

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Wij bedanken

de Student & Starter-fractie voor het meekijken met de plaatsing van het nieuwe depot. Het viel niet mee om dat te vinden. Men kan zich dat voorstellen. Er is een flink budget mee gemoeid. Er is een

grote ruimte op een goede locatie voor nodig. Wij denken in Overvecht een goede tijdelijke plek te hebben gevonden. Wij zijn het onmiddellijk met de Student & Starter-fractie eens dat een betere

bereikbaarheid wenselijk is. Wij denken echter wel dat de bereikbaarheid voldoende is. Onze ervaring

11

Vragenuur van 3 juni 2021 met de huidige locatie is dat niet veel mensen met het OV komen. De meeste mensen komen toch op de fiets en gaan dan met twee fietsen of met de auto terug. Dat is de ervaring met het fietsdepot,

maar zo deed ik het vroeger zelf ook. In een enkel geval gaat men met het OV, maar niet heel vaak,

achttien mensen per dag. Dat is heel weinig. Lang niet iedereen gebruikt het OV. Een halte zou alleen door een handjevol mensen worden gebruikt. Ik vind het ingewikkeld om de provincie voor zulke

kleine aantallen een verzoek te doen. Er rijdt een bus, maar niet altijd. Als de bus rijdt, is er een halte op vier minuten afstand, als de bus niet rijdt, is de afstand dertien minuten.

Wij denken niet dat het nodig is om de ophaaltermijn te verlengen. De mensen zijn er als de

kippen bij om fietsen op te halen die vanwege gevaarlijk stallen zijn verwijderd. Het zijn fietsen die mensen echt gebruiken. Daarom komen zij hun fiets snel ophalen. Wij zien het vraagstuk niet zo.

Wij hebben veel plekken de revue laten passeren. Er was sprake van een lastig programma van

eisen. Uiteindelijk is het depot op de genoemde plek terechtgekomen.

De eerdere toezegging over de inventarisatie van de hotspots hebben wij in het

handhavingsverslag verwerkt. Daarin staat waar de hotspots zijn.

2020 was vanwege corona een merkwaardig jaar. Enerzijds hadden wij begrip voor het feit dat

mensen de fiets wat langer buiten hadden staan, bijvoorbeeld omdat men thuis werkte. Een ander belang was het vrijhouden van de straten.

Wij proberen de belijning op straat te verbeteren, evenals de tekens die verduidelijken waar

een fiets mag worden neergezet en waar niet, en om de mensen te wijzen op de alternatieven waar wij de fietsen verwelkomen. Wij zetten daar acties voor in. Er zijn coaches voor. In woonbuurten proberen wij waar nodig - bijvoorbeeld in de binnenstad of in de 19e-eeuwse wijken - meer buurtstallingen te organiseren omdat het op straat te vol wordt.

Dit is een kleine greep uit het menu dat wij beschikbaar hebben. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Het geldt niet voor onze achterban dat een

auto beschikbaar is of een extra fiets die kan worden gebruikt om de weggehaalde fiets op te halen. Ik ben benieuwd of de wethouder bereid is om actief te monitoren wat mensen vinden van het feit

dat hun fiets dermate slecht bereikbaar is als zij die moeten ophalen. en dat de raad daar iets over hoort.

Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Als de bus rijdt, is het een afstand van vier

minuten. Dat is ook voor de achterban van de Student & Starter-fractie goed te doen. Toen ik

student dan wel starter was, deed ik het ook met de fiets. Volgens mij zijn de mogelijkheden er wel. Ik wil er eerlijk gezegd voor waken dat ik de mensen van U-stal tot het gebruik van ingewikkelde

vragenlijsten moet dwingen. Dan leiden wij hen af van hun kerntaak. Wij verwachten dat dit goed zal werken.

8. Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) inzake Overgenomen motie 307 "Keuzevrijheid deelmobiliteit".

De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Bij de behandeling van het bestemmingsplan

Cartesiusdriehoek fase 1 hebben de fracties van VVD en CDA gezamenlijk motie 2020/307

"Keuzevrijheid deelmobiliteit" ingediend. Deze motie is door het college overgenomen en is

vervolgens ingetrokken. Op woensdag 2 juni jl. deelde wethouder Verschuure het volgende mee op Twitter: "Cartesius wordt een duurzame woonwijk met 2800 woningen, groen, voorzieningen, etc. Vandaag is de start van de Cartesius Mobility Hub voor elektrische deelauto's. Dank en

12

Vragenuur van 3 juni 2021 complimenten aan @WeDriveSolar, @MRPDEV en @BallastNedam voor deze mooie toevoeging aan de buurt."

Op de website van Cartesius staat een bericht over het bidirectionele ecosysteem van

Cartesius: https://www.cartesius-utrecht.nl/nl/nieuws/overlay/bidirectionele-ecosysteem/. Wij hebben hierover de volgende vragen.

1.

Uit de berichtgeving komt het beeld naar voren dat voor Cartesius één mobiliteitspartner is

2.

Kan het college toelichten hoe dit zich verhoudt tot de overgenomen motie 2020/307?

3. 4. 5.

geselecteerd.

Is de raad al geïnformeerd over de wijze van uitvoering van deze motie voor zover deze

betrekking heeft op Cartesius? Zo nee, waarom niet? Zijn de genomen stappen onomkeerbaar?

Is de raad al geïnformeerd over de wijze van uitvoering van deze motie voor zover die betrekking heeft op andere gebieden? Zo nee, waarom niet?

Deelt het college de mening van de VVD-fractie dat de raad tijdig en volledig geïnformeerd dient te worden over overgenomen moties voordat onomkeerbare stappen worden gezet?

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. De aanname van de

heer Te Hoonte klopt niet. Keystone Vastgoed 330 is de projectontwikkelaar van fase 1. Die is nog

op zoek naar een leverancier voor de deelmobiliteit. Het consortium dat verantwoordelijk is voor de

fasen 2 t/m 6 heeft voor de eerste jaren een afspraak gemaakt met WeDriveSolar. Naast WeDriveSolar bestaat de mogelijkheid om in fase 2 een andere aanbieder te contracteren. Dat maakt overigens

deel uit van de tender. Daarover heeft het college met de raad gecommuniceerd. Dat leidt ertoe dat vanaf de start van de projectontwikkelaar in de Cartesiusdriehoek de ontwikkeling minimaal twee mobiliteitspartners kent, waarvan er één deze optie aanbiedt en de ander een optie zonder

amendement. De gemaakte afspraken zijn in lijn met de motie die is overgenomen. Zoals al is

gezegd, komen er verscheidene mobiliteitsaanbieders in het gebied. Deelmobiliteit, waaronder

fietsen, bakfietsen, elektrische scooters, inclusief openbaar vervoer, wordt ontsloten via een mooi

maatsysteem. Het mobiliteitsplan voor de Cartesiusdriehoek moet verder nog worden vormgegeven. Het Maes Concept, dat verder wordt ontwikkeld, doen wij in lijn met de overgenomen motie.

In het mobiliteitsplan voor de Cartesiusdriehoek zullen wij de raad informeren over de fasen 2

t/m 6 van het bestemmingsplan.

De raad kan het college vragen om altijd volledig en tijdig te worden geïnformeerd. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Ik ben benieuwd wanneer wij het bestemmingsplan

voor de deelgebieden 2 t/m 6 bespreken. Ziet de wethouder daarbij uitdagingen inzake de deelmobiliteit?

De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Uitdagingen zijn er voldoende in Utrecht, ook

qua mobiliteit en deelmobiliteit. Wij zijn er echter van overtuigd dat wij met een mooi plan bij de

raad kunnen komen. Wij zijn in de afrondende fase van het bestemmingsplan voor het deelgebied 2 t/m 6 terechtgekomen. Wij zetten de puntjes op de i, maar dat kan soms lang duren. Wij proberen

een en ander vóór de zomer door het college te laten vaststellen. Ik weet niet of het lukt om het dan al de raad toe te sturen.

De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Dit verbaast mij een beetje, want volgens mij hebben

wij nu een e-mailbericht over WeDriveSolar. Volgens mij is WeDriveSolar ook in fase 1 de aanbieder en gaat de motie over de fasen 2 t/m 6. Waar is de tweede mobiliteitsaanbieder waar de wethouder

13

Vragenuur van 3 juni 2021 over spreekt? Wie is dat? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heb ik deze vraag beantwoord. Dit

is een herhaling. De heer Te Hoonte stelde een vraag over deelgebied 1. Dat is Keystone Vastgoed

330. Die is nog bezig. Over de deelgebieden 2 t/m 6 is in de commissievergadering gesproken. Wij hebben daarvóór de raad er een brief over gestuurd. Bij het aanbieden van het bestemmingsplan moet een mobiliteitsplan worden ingediend. Ik kan de raad daarover nader informeren.

9. Vragen van de heer Boudens (SP) en de heer Zwanenberg (GroenLinks) inzake Ontruiming kraakpand Archimedeslaan.

De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Zondag 30 mei jl. heeft een groep krakers het pand op de

Archimedeslaan 16 gekraakt. Sinds de 400 voormalige bewoners moesten vertrekken, staat het pand leeg. Dit blijft voorlopig het geval, omdat de herontwikkeling van de Archimedeslaan 16 tot

woningbouwlocatie pas kan gebeuren als de geluidsreducerende maatregelen rond de verbreding

van de A27 zijn geregeld. Het pand is dezelfde dag ontruimd. Ontruiming van het pand is een risico dat krakers nemen; zij zijn zich daarvan doorgaans bewust. Het verbaast ons echter dat de krakers niet in de gelegenheid zijn gesteld om een kort geding in te stellen. De Hoge Raad heeft in 2011 bepaald dat pas tot strafrechtelijke ontruiming mag worden overgegaan nadat de krakers in de

gelegenheid zijn gesteld een kort geding in te stellen. Naar aanleiding van deze constateringen hebben wij de volgende vragen. 1.

Hoe beoordeelt de burgemeester de ontruiming van Archimedeslaan 16?

3.

Zo ja, kan de burgemeester onderbouwen waarom een spoeduitzetting noodzakelijk was?

2.

Was de burgemeester direct bij de besluitvorming omtrent ontruiming betrokken?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het is misschien goed om iets

te zeggen over de regels en de bevoegdheden rond het kraken. De wetgever heeft bepaald dat kraken strafbaar is. Krakers lopen het risico dat ze met een ontruiming te maken krijgen. Het

bevoegd gezag hier is het OM, niet de burgemeester. Het OM bepaalt of er reden tot ontruiming is.

De heer Boudens verwijst overigens terecht naar jurisprudentie, maar die jurisprudentie geldt alleen in situaties waarin er al zogenaamd woonrecht is gevestigd. Dat is dus niet op het moment dat een kraak meteen wordt georganiseerd. Men moet er al een tijd - minimaal één nacht - hebben

verbleven. Toetsing door de rechter vindt in het algemeen plaats ná ingebruikname van zo'n pand en niet op het moment dat men op heterdaad kraakt. Dat is de juridische uitleg.

Ik ben op de hoogte gesteld van het feit dat men dit ging doen, maar het is niet mijn besluit.

Het enige moment waarop een burgemeester in zo'n situatie aan de orde komt, is als er bijvoorbeeld sprake is van risico's voor de openbare orde. Dat was hier niet aan de orde. Dat is kort en goed het antwoord op de drie vragen van de heer Boudens.

De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Ik heb van de krakers begrepen dat door wetshandhavers is

gezegd wat het besluit van de burgemeester zou zijn. Niemand heeft iets verkeerd gedaan, maar in

de loop van het proces is foutieve informatie uitgewisseld. Heeft de burgemeester er ideeën over hoe wij dat in de toekomst kunnen voorkomen?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Meestal is het zo dat als er in een stad iets gebeurt,

iedereen al snel naar de burgemeester kijkt. Het is feitelijk zo dat dit een besluit van het OM is, niet

14

Vragenuur van 3 juni 2021 van mij. Hoe en op welke wijze daarover is gecommuniceerd door wetshandhavers, durf ik niet te

zeggen, want daar was ik niet bij. Maar ik heb uitgelegd hoe het systeem in elkaar steekt. Alleen als de openbare orde dreigt te worden verstoord, is het inzetten van de burgemeester aan de orde. Dat was hier niet het geval.

10. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Utrechtse heropening van de repeteerruimtes voor muzikanten.

Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Op 21 mei jl. werd in De Volkskrant een pleidooi

gehouden voor de versnelde opening van de kunstsector onder de titel "open de poorten van de

cultuur!". Er werd gepleit voor differentiatie, want niet alle organisaties kunnen of willen al open. De landelijke muziekkoepel KNMO stelde twee weken geleden, onder leiding van Bart van Meijl, ook voor dat heropening kan, zolang die gepaard gaat met gezond verstand en

verantwoordelijkheidsgevoel. De CDA-fractie vindt het voor het welzijn en de sociale samenhang van belang dat de amateurkunst in Utrecht letterlijk de ruimte krijgt om te repeteren en concerten uit te voeren. 1.

Klopt het dat de gemeente bepaalt wat inzake de kunst- en cultuursector wel of niet open mag,

2.

Welke keuzen en afwegingen heeft het Utrechtse college tot nog toe op dit vlak gemaakt? In

3. 4. 5.

met name betreffende muzikanten, ook qua groepsgrootte?

hoeverre communiceert en overlegt het college met de amateurkunstverenigingen?

In hoeverre wijkt Utrecht qua beleid inzake amateurkunst af van andere gemeenten? Bij hoeveel gemeenten zijn culturele bijeenkomsten weer toegestaan? Tot hoeveel personen?

Op welke termijn verwacht het college dat de ruimten voor amateurkunst in Utrecht, ook voor orkesten en andere muzikanten, weer open kunnen?

Sommige amateurverenigingen hebben evenementen gepland in Tivoli Vredenburg in het najaar van 2021. Hoe groot is de kans dat deze evenementen - als het aan de gemeente ligt - kunnen doorgaan? Onderhoudt het college met Tivoli contact over zulke zaken?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het is niet de gemeente, maar

het Rijk dat bepaalt wat er al dan niet open mag zijn in de kunst- en cultuursector. Dat wordt

vastgelegd in covid-wetgeving. Dat is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Dit betekent dat het Utrechtse college daar geen keuzevrijheid in heeft, maar de landelijke regelgeving volgt. Wij

beïnvloeden dat vooral via mij in het Veiligheidsberaad. Daar kunnen wij het gesprek voeren. Ik begrijp heel goed dat de cultuursector snakt naar heropening.

Het goede nieuws is dat dit zal gebeuren. Het repeteren mag weer vanaf 5 juni 2021. Ik heb

gezien dat de KNMO daarover op 28 mei jl. de achterban een mooie, positieve brief heeft gestuurd. Het repeteren en groepslessen bij kunst- en cultuurbeoefening kan, onder bepaalde voorwaarden, weer vanaf 5 juni a.s.

Wij hebben zeker contact met TivoliVredenburg. Ik ben daar recent nog geweest. Het is de

verwachting dat in de loop van deze maand meer duidelijkheid komt over hoe het verder gaat met de evenementen dit jaar. Ik ben daar echter wel optimistisch over. Ik denk eerlijk gezegd dat nu de

aantallen besmettingen heel snel omlaaggaan, de IC-opnamen snel afnemen en de mensen in de

zomer allemaal gevaccineerd zullen zijn, wij de heropening zullen beleven. Wij zetten ons daarvoor in.

11. Vragen van de heren Şimşek (DENK), Van Deún (PVV) en Wiegant (SP) inzake fouten in het

15

Vragenuur van 3 juni 2021 systeem bij het berekenen van uitkeringen. De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! Het computersysteem Socrates, dat door Utrecht en de

andere drie grote steden wordt gebruikt om uitkeringen te berekenen, laat geregeld steken vallen waardoor uitkeringsgerechtigden kunnen worden tekortgedaan. Dat meldt de NOS en wordt bevestigd door de gemeente Amsterdam. Het gaat onder meer om de IOAW en IOAZ

(Inkomensvoorziening Oudere en Arbeidsongeschikte Werkende/Zelfstandige), een uitkering op

bijstandsniveau. Het gaat vooral mis bij mensen die naast zo’n uitkering wisselende inkomsten uit

arbeid hebben. Volgens de berichtgeving gaat ook het automatisch verrekenen van vakantiegeld bij

mensen die zowel een ziektewetuitkering als een bijstandsuitkering hebben vaak mis. De gemeenten Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben te kennen gegeven de problemen met Socrates niet te

herkennen. Desondanks bleek in Den Haag dat een vrouw ten onrechte EUR 3300 aan bijstand terug moest betalen. Dat duidde erop dat ook in Den Haag door Socrates fouten worden gemaakt. Wij hebben hier samen met de fracties van PVV en de SP de volgende vragen over. 1.

2. 3.

4.

Heeft het college zorgvuldig onderzoek gedaan naar de genoemde signalen? Zo nee, is het college bereid om alsnog zorgvuldig onderzoek te doen naar de berekening van uitkeringsgerechtigden die mogelijk gedupeerd kunnen zijn?

Indien er Utrechtse gedupeerden van de fouten van het systeem Socrates blijken te zijn, hoe

herstelt de gemeente dan de fouten en hoe compenseert ze de gedupeerden? Op welke termijn? Is de gemeente bereid om in dit geval de kwetsbare groep proactief te benaderen zodat het niet alleen afhangt van het feit of een burger zichzelf meldt of dat dit aan het einde van het jaar duidelijk wordt?

Is de gemeente bereid om met de Bijstandsbond breder in gesprek te gaan om in dit proces verbeteringen aan te brengen?

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. De heer Şimşek vraagt, mede namens de fracties van PVV en SP, of

wij zorgvuldig onderzoek hebben gedaan naar de genoemde signalen. Ja, dat hebben wij gedaan. Het gaat hier om IOAW en IOAZ bruto uitkeringen met wisselende inkomsten. Die hebben wij allemaal in beeld. Het zijn er in Utrecht ongeveer 100. Deze worden naar onze inzichten correct berekend. De door de Bijstandbond genoemde situatie in andere steden zien wij in Utrecht niet.

Wat betreft de genoemde fouten in het verrekenen van ziektewetinkomsten met vakantiegeld

hebben wij dat laten onderzoeken door WeGo4It en Socrates. Wij hebben het ook zelf getest.

WeGo4It en wijzelf zien deze fout niet in de berekening in Socrates. Wij hebben overigens in zes

gevallen wél invoerfouten ontdekt bij ziektewetinkomsten. Die hebben die vanzelfsprekend direct

gecorrigeerd. Voor de duidelijkheid: dat heeft niets te maken met de fouten in de berekeningen door Socrates, maar met menselijk handelen. Wij zijn nu in contact met de Bijstandsbond om eventueel

Utrechtse casussen, die bij hem bekend zijn, op te halen. Wij houden ook contact met de G4 voor het geval uit hun casussen lering kan worden getrokken.

Het antwoord op vraag 2. Volgens ons onderzoek zijn er geen Utrechtse gedupeerden, maar

als er onverhoopt toch Utrechtse gedupeerden zijn vanwege een foute berekening van Socrates, dan zullen wij die natuurlijk zo snel mogelijk herstellen. Afhankelijk van de situatie en de impact op de inwoners zullen wij passende maatregelen nemen. Dat is altijd maatwerk.

Het antwoord op vraag 3. Ja, wij zullen de inwoners met een IOAW- of IOAZ-uitkering met

wisselende inkomsten of met een ziektewetuitkering een brief sturen. Wij zullen hun vragen om, als zij naar aanleiding van meldingen in de pers twijfelen of denken dat er iets fout gaat met hun

16

Vragenuur van 3 juni 2021 uitkering, contact op te nemen met Werk en Inkomen.

Het antwoord op vraag 4. Ja, toen ik hiervan hoorde, wilde ikzelf natuurlijk ook meteen iets

weten over de signalen van de bijstandsbond. Het eerste contact met de bijstandsbond is inmiddels gelegd.

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik wil vragen of het mogelijk is mijn vragen onder nummer

13, over de stadstours, schriftelijk te beantwoorden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zullen de vraag van mevrouw Assen doorgeleiden naar

het college.

Zojuist had ik contact met wethouder Eerenberg. Hij is bereid om vraag 12 te betrekken bij de

coronabrief. Hij kan dat met de heer Vonk afstemmen.

Ik denk dat mevrouw Assen haar verzoek het best kan afstemmen met de assistent van de

wethouder. Anders komen haar vragen de volgende keer in het vragenuur terug.

Mevrouw ASSEN (PvdA) Voorzitter! Welke wethouder zou mijn vragen beantwoorden? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik zou denken wethouder Eerenberg. De VOORZITTER: Dames en heren! De vragen van mevrouw Assen gaan over stadstours. Ik

veronderstelde dat de wethouder Economische Zaken, de heer Verschuure, die het beste kon beantwoorden.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat zou ik ook zeggen. De VOORZITTER: Dames en heren! Volgens mij komt mevrouw Assen er met hulp van de

griffie uit.

De twee overgebleven vragen komen in principe volgende week terug, tenzij een andere

oplossing wordt gevonden.

De voorzitter sluit daarop, te 18.06 uur, het vragenuur.

{{Signer1}}

{{Signer2}}

17

Vragenuur van 3 juni 2021 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 3 juni 2021.

Vragen van de fracties van PvdA, Student & Starter en DENK inzake Oproep Opkoopverbod ook in Utrecht. Wethouder Diepeveen  zal zo snel mogelijk komen met een voorstel inzake het invoeren van de opkoopbescherming.

Vragen van de heer Bakker (D66), mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD), mevrouw

Sturkenboom (Student & Starter) en de heer Vonk (GroenLinks) inzake komen de vaccinatiebus en mobiele prikteams er in Utrecht al aan? Wethouder Eerenberg  zal de raad in de coronabrief op de hoogte houden van de concrete ontwikkelingen rond het inzetten van een vaccinatiebus en mobiele prikteams.

 zal in de coronabrief terugkomen op de mogelijkheid van een huis-aan-huis verspreide vaccinatiekrant.

Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) inzake Overgenomen motie 307 "Keuzevrijheid deelmobiliteit". Wethouder Verschuure  zal de raad nader informeren over de contractering van een tweede deelmobiliteitspartner in het mobiliteitsplan dat bij het bestemmingsplan Cartesiusdriehoek fase 2 tot en met 6, uiterlijk in september 2021, aan de raad wordt gestuurd.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=dbc4a1c7-b9c2-4389-a4e6-66eea9bd8d2c