20210527 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 27 mei 2021 Digitaal vragenuur, gehouden op donderdag 27 mei 2021 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Podt. Aanwezig zijn de leden: Assen, Gilissen, Oosters en Virginia. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Eerenberg en Van Ooijen. Voorts is aanwezig de fractiemedewerker: Snippe. Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Er zijn maar drie sets mondelinge vragen ingekomen. De eerste vraag wordt gesteld door de PvdD-fractie. 1. Vragen van de PvdD-fractie, gesteld door mevrouw Snippe, inzake Utrecht als partner Boomspiegelfeest. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! De Stichting Guerrilla Gardeners kondigde onlangs aan dat ze vóór 2030 alle boomspiegels in de stedelijke omgeving, zo’n 1 miljoen, wil vergroenen. Ze lanceert daarom op 9 oktober 2021 het Nationale Boomspiegelfeest. Naast vrijwilligers die willen helpen om het project tot een succes te maken, zoekt ze ook gemeenten die van het project partner willen worden. Wij dachten daarbij vanzelfsprekend direct aan Utrecht. Dat zou een mooi vervolg zijn op bijvoorbeeld het NK Tegelwippen. De PvdD-fractie heeft hierover de volgende vragen. 1.
Is het college het met de PvdD-fractie eens dat het vergroenen van de Utrechtse boomspiegels een goed streven is omdat dit bijdraagt aan de biodiversiteit, aan de betrokkenheid van inwoners van Utrecht en aan de kwaliteit van de groeiplaats van bomen? Zo nee, waarom niet? 2. Wat vindt het college van de wens van Guerilla Gardeners om vóór 2030 alle boomspiegels in de stedelijke omgeving te vergroenen? Denkt het college dat dit voor Utrecht haalbaar is? Zo nee, waarom niet? 3. Hoeveel van de Utrechtse boomspiegels zijn al groen in aantal of qua percentage? Kan het college eventueel het aantal schatten? 4. Is het college bereid om zich als partner bij dit project aan te sluiten? Zo nee, waarom niet? 5. Wat heeft het college nodig om in Utrecht zo snel mogelijk, ruim vóór 2030, de boomspiegels te vergroenen? Wanneer denkt het college dat voor elkaar te hebben? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik beantwoord ze namens de wethouders Diepeveen en Van Hooijdonk. Het antwoord op vraag 1. Wij zijn het met de vragenstellers eens dat het vergroenen van boomspiegels een ontzettend goed streven is. Alle argumenten daarvoor heeft de vragensteller al genoemd. Het antwoord op vraag 2. Ik zei zojuist al dat ik dit een hartstikke mooi streven vind.
Wij moeten echter aan verwachtingenmanagement doen inzake de vraag of dit op korte termijn voor alle boomspiegels te realiseren is. Wij hebben namelijk mensen nodig die dat in zelfbeheer willen doen. Zij moeten voldoende zelfbeheerder zijn om een boomspiegel te kunnen aanpakken. Daarnaast is
Vragenuur van 27 mei 2021 niet elke boomspiegel er geschikt voor, denk bijvoorbeeld aan bomen met ondiepe wortels waardoor aan hun voet geen plantjes kunnen worden geplant. Het antwoord op vraag 3. Wij hebben geprobeerd om vanmiddag een schatting te maken. Ongeveer 20% van onze boomspiegels - in totaal zijn het er 35.000 - zijn vergroend in zelfbeheer. Wij willen ons graag als partner bij het project aansluiten. Wij zijn daarover in gesprek. Het antwoord op vraag 4. Dat doen wij eigenlijk al. Het antwoord op vraag 5. Wij hebben meer mensen nodig die dit op basis van zelfbeheer willen doen, of anders budget. De gemeente kan dit zelf niet doen, want dit kost per boomspiegel ongeveer € 25 aan materiaal. Met het arbeidsloon erbij lopen de bedragen om de boomspiegels te beplanten al snel in de tonnen. Wij zijn met de partij in gesprek. Het is een lovenswaardig initiatief. Ik hoop dat ik daarmee de vragen namens de collega's goed heb beantwoord. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Is de wethouder bereid om waar mogelijk de burgers van de stad op te roepen om de boomspiegels te beplanten, bijvoorbeeld in een wijkkrant? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat vind ik een sympathiek initiatief, dus waar wij de buurt via een bericht al informeren, voegen wij deze mogelijkheid daaraan toe. Ik wijs op het initiatievenfonds om de kosten te dekken.
Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bedankt voor de beantwoording. Fijn dat Utrecht u als partner heeft. Ik vroeg mij af of wij daar een terugkoppeling van kunnen krijgen. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Vanzelfsprekend. Mevrouw Snippe wil ongetwijfeld een termijn weten, maar ik kan helaas niet verder gaan dan "op de kortst mogelijke termijn". Als wij de gesprekken wat meer handen en voeten hebben gegeven en als die concreter zijn geworden, zeg ik toe dat mijn collega's de raad een brief zullen sturen over wat dat heeft opgeleverd. De VOORZITTER: Dank u wel. Succes bij uw race tegen de klok. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Hartelijk dank. 2. Vragen van mevrouw Oosters (Student & Starter), de heer Schreuder (D66) en de heer Van Dalen (VVD) inzake opening studentenverenigingen. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Met het dalen van de besmettingscijfers van corona wordt steeds meer mogelijk. Verenigingen mogen de deuren weer openen. Echter, gezelligheidsverenigingen voor studenten mogen dat nog niet. Gewone studentenverenigingen mogen van het ministerie van OCW onder bepaalde voorwaarden open omdat het besloten verenigingen zijn. Gezelligheidsverenigingen mogen niet open omdat het open verenigingen zijn. De studentenverenigingen willen natuurlijk maar al te graag open.
Vanwege het evenementenverbod kan dat echter alleen als men de veilige afstand van 1,5 m in acht neemt. Daarbij bieden verenigingen graag studie- en vergaderplekken aan. Studentenverenigingen zijn niet betrokken bij het field lab project van dit voorjaar. De fracties van Student & Starter, VVD en D66 hebben de volgende vragen. 1. Is het college het met de genoemde fracties en het ministerie eens dat studentenverenigingen besloten verenigingen zijn die alleen toegankelijk zijn voor leden en daarom wél onder voorwaarden open zouden kunnen? 2. Wat doet het college om de communicatie met de gezelligheidsverenigingen over de heropening te verbeteren? 3. Waarom zijn de studentenverenigingen in de gemeente Utrecht niet betrokken bij field labs? 4. Is het college bereid om met de studentenverenigingen veilige manieren om leden te ontvangen te bekijken, bijvoorbeeld door het opnieuw vergunnen van terrassen bij de sociëteiten te overwegen? 5. De fracties hebben signalen bereikt dat één contactpersoon bij de gemeente te weinig is om de actuele problemen van studenten op te lossen. Vooral vanwege de komende zomer en de onduidelijkheid die over het organiseren van evenementen kan ontstaan, maken de fracties zich zorgen.
2
Vragenuur van 27 mei 2021 6.
Hoe zorgt het college ervoor dat de studentenverenigingen snel duidelijkheid hebben over initiatieven, vooral met het oog op de introductie-activiteiten in de zomer?
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Mede namens de burgemeester dank voor de gestelde vragen. Het antwoord op vraag 1. Om te beoordelen of een studentenvereniging haar deuren mag openen, wordt de locatie bekeken. Wij bekijken specifiek of de studentensociëteit een voor het publiek toegankelijke locatie is of dat het een besloten plaats is. Wij bekijken het gebruik van de locatie en het daadwerkelijk gehanteerde toelatingsbeleid. Dit wordt getoetst aan de landelijke regelgeving. Voor gezelligheidsverenigingen geldt helaas dat die naast hun leden ook anderen toelaten en dat het daarom voor het publiek toegankelijke plaatsen zijn, net als sportkantines en buurthuizen. De hoofdregel is dat de voor het publiek toegankelijke plaatsen vooralsnog gesloten moeten zijn. Op deze hoofdregel bestaan weliswaar uitzonderingen, maar voor studentenverenigingen worden op dit moment landelijk geen uitzonderingen gemaakt. Dat betekent dat ze nog gesloten moeten zijn. Het antwoord op vraag 2. Samen met de verenigingen overleggen wij hoe wij de communicatie rond de heropening van de verenigingen kunnen verbeteren. Het antwoord op vraag 3. De fieldlabs worden landelijk georganiseerd. Ook worden de locaties landelijk bepaald. Bekeken wordt of de locatie voor het doel van de pilot geschikt is.
Een uitzondering vormen de fieldlab-cafés waarbij de gemeente en de horeca een actieve rol hebben gehad. Echter, ook hierbij was landelijke goedkeuring nodig. Het antwoord op vraag 4. Het college is bereid om samen met de studentenverenigingen mogelijkheden te verkennen om op een veilige manier leden te ontvangen. Uiteraard moeten de initiatieven wel voldoen aan de geldende coronaregelgeving. Voor tijdelijke terrasvergunningen spelen de locatie en de economische afhankelijkheid een grote rol. De gemeente zal bij de beoordeling van de aanvragen deze factoren nadrukkelijk meewegen. Het antwoord op vraag 5. De gemeente Utrecht is aangesloten bij het Netwerk Kennissteden Nederland. Bij dit overleg zijn naast de gemeente ook diverse landelijke studentenorganisaties, onderwijsinstellingen en andere gemeenten betrokken. Dit netwerk lobbyt momenteel om de studentenverenigingen zo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven over wat in het komende collegejaar mogelijk is, bijvoorbeeld over de introductieweken. Zodra daar meer duidelijkheid over is, zullen wij de Utrechtse studentenverenigingen ervan op de hoogte brengen. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Wij zien dat over terrassen en regelgeving de gemeente vooral uitging van het feit dat studentenverenigingen besloten zijn en dat daarom geen terrassen waren toegestaan.
De gemeente kiest nu voor de benaming "open vereniging". In beide gevallen valt dit voor de studentenverenigingen negatief uit. Zij vragen de gemeente om één lijn te volgen en om één van deze voorbeelden toe te staan zodat de verenigingen daadwerkelijk iets kunnen organiseren. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Over terrassen heb ik al gezegd dat twee andere punten worden bekeken, namelijk de economische afhankelijkheid en de locatie. Ik heb de opmerking van mevrouw Oosters echter goed gehoord. Wij moeten de communicatie aanscherpen. Ik begrijp heel goed dat de afgelopen tijd voor de studentenverenigingen heel vervelend is geweest. 3. Vragen van de heer Gilissen (VVD) en de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake duidelijkheid voor de bewoners van de Meentweg in De Meern. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Op 28 januari 2020 heeft het Utrechtse college besloten om voor een periode van 10 jaar een tijdelijke omgevingsvergunning voor de vestiging van een opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Meentweg 168 in De Meern te verlenen. Dit besluit stond open voor bezwaar, beroep en eventueel een verzoek om voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter. Van deze mogelijkheid heeft een groep omwonenden gebruikgemaakt. Afgelopen week hadden wij een gesprek met deze omwonenden.
Zij maken zich grote zorgen over de radiostilte bij de gemeente en over het verloop van de beroepsprocedure. Naar aanleiding hiervan hebbende fracties van de VVD en Stadsbelang Utrecht de volgende vragen. 1. Hoe verklaart het college dat sinds december 2020 geen nieuwsbrief is verstuurd? Hoe oordeelt het college over het contact en de informatievoorziening met de omwonenden? Veel
3
Vragenuur van 27 mei 2021
2.
3. 4. 5.
omwonenden voelen zich vanwege de radiostilte niet serieus genomen, zeker niet na alle ophef die in de buurt is ontstaan over het voornemen om het pand als amv-locatie in gebruik te nemen. Begrijpt het college dit? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet het college om dat zo snel mogelijk recht te zetten? De gemeente heeft de rechtbank verzocht om uitstel van de geplande behandeling die was gepland op 1 juli 2021. Een nadere toelichting wordt niet gegeven. De omwonenden horen dat het pand al op 1 juli 2021 in gebruik zal worden genomen. Waarom heeft het college verzocht om de inhoudelijke behandeling van de zaak op 1 juli a.s. bij de rechtbank uit te stellen? Wanneer verwacht het college dat het COA het pand in gebruik zal nemen? Is het college het met ons eens dat het goed zou zijn om te wachten met de ingebruikname van het pand tot de rechter zich heeft kunnen uitspreken? Zo nee, waarom niet?
De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen. Het is goed om hierover wat opheldering te geven. Het antwoord op vraag 1. In de nieuwsbrief van december 2020 is de verbouw aangekondigd met nadere informatie over de tijdsspanne en tevens zijn contactgegevens vermeld. Op 30 maart jl. is de klankbordgroep met omwonenden bijeen geweest. Er zijn procesafspraken gemaakt over de afronding van de verbouw en de communicatie met de buurt. Er waren enkele mensen van de groep bij aanwezig. Met de leden van de klankbordgroep is afgesproken eind mei a.s. of begin juni a.s. als er meer zicht is op de definitieve planning van het COA - weer bij elkaar te komen om met de buurt te praten over de afronding van de verbouw, de vervolgstappen die in de digitale nieuwsbrief worden genoemd en om in een later stadium een wijkbericht rond te sturen. De digitale nieuwsbrief en de bijeenkomst van de klankbordgroep zijn op dit moment in voorbereiding. Het antwoord op vraag 2. Het college neemt de omwonenden zeker serieus. De gemeente heeft regelmatig contact met de wijkbewoners over de voortgang en de planning. De digitale nieuwsbrief is in voorbereiding, waardoor omwonenden goed van de ontwikkelingen op de hoogte worden gebracht. Het antwoord op vraag 3.
De rechtbank heeft bij brief van 30 maart 2021 een vooraankondiging verstuurd dat ze voornemens is het beroep te behandelen op donderdagochtend 1 juli 2021. Zoals in gerechtelijke procedures gebruikelijk is, heeft de rechtbank in de brief ook aangegeven dat als partijen op het aangekondigde dagdeel zijn verhinderd binnen een week gemotiveerd kan worden verzocht om een andere zittingsdatum. Op 2 april 2021 heeft een jurist van de gemeente de rechtbank te kennen gegeven dat hij op donderdag 1 juli 2021 in de ochtend al een andere zitting heeft en dat hij om die reden verzoekt om het beroep op een andere dag te behandelen. Echter, in de brief staat ook dat de zaak zich niet leent voor lang uitstel. Er is dringend verzocht om de zittingsdatum van 1 juli 2021 niet te annuleren alvorens contact is opgenomen met een jurist van de gemeente om te bezien of de mogelijkheid bestaat om de zitting toch op 1 juli 2021 te laten plaatsvinden, bijvoorbeeld later in de middag of na de zitting van de jurist van de gemeente. Op 7 april 2021 heeft de rechtbank - zonder contact op te nemen met de gemeente - bij brief te kennen gegeven dat de behandeling van het beroep tot een nader te bepalen datum is uitgesteld. Daarna heeft de gemeente van de rechtbank over de beroepsprocedure geen bericht meer ontvangen.
Overigens, in het contact met de rechtbank over het recent ingediende verzoek om de voorlopige voorziening in deze kwestie gaf de rechtbank op bovenstaande aan dat het goed zou zijn geweest als er wél contact was opgenomen voordat de zittingsdatum werd geannuleerd. Op de planning van de zittingen door de rechtbank heeft de gemeente geen invloed. Het antwoord op vraag 4. Het COA verwacht het pand in augustus a.s. in gebruik te nemen. In de maand juli worden de voorbereidende werkzaamheden getroffen, zoals inrichting en opening voor de buurt. Dit laatste wordt overigens samen met buurtbewoners voorbereid, in zoverre die daar zelf behoefte aan hebben. De raad wordt van de ingebruikname door het COA op de hoogte gesteld. Het antwoord op vraag 5. Het instellen van bezwaar bij de gemeente en/of beroep bij de rechtbank tegen de verleende omgevings- en onttrekkingsvergunning heeft geen opschortende werking. Dat betekent dat het een vergunninghouder, in dit geval het COA, vrij staat om de vergunningen te gebruiken ondanks het feit dat er bezwaar en/of beroep tegen is ingediend. Op 21 mei jl. is een verzoek ingediend om tegen de verleende omgevingsvergunning een voorziening te treffen. De verwachting is dat deze zitting binnen afzienbare tijd zal plaatsvinden. In de regel doet
4
Vragenuur van 27 mei 2021 de rechtbank binnen twee weken na de zitting uitspraak. Gelet hierop kan het college zich voorstellen dat het COA op die uitspraak wacht alvorens het pand in gebruik te nemen. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik wil de wethouder vragen of de gemeente weet wat ze wellicht anders had kunnen doen om dit te voorkomen. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat het in de periode tussen december 2020 en nu verstandig zou zijn geweest om tussentijds een bericht te sturen. Nu heeft de radiostilte bepaalde vermoedens aangewakkerd. Volgens mij had de gemeente beter tussentijds kunnen communiceren. Dat is voor deze casus de concrete les. Wij weten intussen heel goed dat de communicatie heel nauwkeurig moet zijn. Dat blijft een aandachtspunt, ook nu de ingebruikname dichterbij komt. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! De klankbordgroep bestaat niet uit de volledige groep omwonenden. Een nieuwsbrief is altijd van meerwaarde ten opzichte van een uiting van de klankbordgroep. Het is fijn om te horen dat de wethouder toezegt dat het beter had gekund. Procedures lopen langs elkaar heen. Er is een beroepsprocedure, maar mensen willen ook worden geïnformeerd over het vervolg. Volgens mij moeten wij daar niet spastisch mee zijn. De gemeente moet behalve de brief aan de rechtbank ook de omwonenden duidelijk informeren.
Is de wethouder bereid om dat in de toekomst en bij andere zaken meer te doen? Zorgt hij ervoor dat betrokkenen sneller op de hoogte worden gebracht? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Volgens mij ben ik het met de heer Gilissen eens. Het was veel beter geweest als wij transparant waren geweest over wat wij wel en niet wisten in plaats van te wachten tot het goede moment zich voordeed om te informeren. Ook deel ik zijn standpunt inzake de juridische procedure. Het is wat het nu is. Wij trekken lessen uit de afgelopen maanden. De VOORZITTER: Dames en heren, tot zover het vragenuur. Wij wensen u allemaal een fijne avond toe. De voorzitter sluit hierna, te 17.30 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 27 mei 2021.
Vragen van de PvdD-fractie, gesteld door mevrouw Snippe, inzake Utrecht als partner Boomspiegelfeest. Wethouder Eerenberg
5
Vragenuur van 27 mei 2021 zal via de al bestaande kanalen de burgers informeren over de mogelijkheid om boomspiegels te beplanten en zal op de kortst mogelijke termijn, als in de diverse gesprekken een en ander wat concreter is geworden, de raad een brief sturen over de bereikte resultaten.
Vragen van mevrouw Oosters (Student & Starter), de heer Schreuder (D66) en de heer Van Dalen (VVD) inzake opening studentenverenigingen. Wethouder Van Ooijen zal de Utrechtse studentenverenigingen meedelen wat de lobby van het Netwerk Kennissteden Nederland heeft opgeleverd, zodra daar meer duidelijkheid over is.
6