20210520 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 20 mei 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 20 mei 2021 te 18.30 uur. Voorzitter: De heer De Pagter. Aanwezig zijn de leden: Assen, Van Dun, Gilissen, Heijne, Oosters, De Pagter, Podt, Van Steeg, Sungur, Virginia en Wijmenga. Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Gaillard, Nagtegaal en Snippe. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Van Hooijdonk, Verschuure en Voortman. Griffier: De heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedenavond. Welkom bij het vragenuur. Er zijn tien vragen ingekomen. Ik wil de woordvoerders vragen om de vragen zo kort en bondig mogelijk te stellen, zodat alle tien de vragen kunnen worden behandeld. 1. Vragen van Anne Sasbrink (PvdD), mede namens Erwin Virginia (GroenLinks), Bülent Işik (PvdA) en Jantine Zwinkels (CDA) inzake wat staat voorop: uitstraling of biodiversiteit? Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Op de middenberm van de Croeselaan was tot 6 mei jl. een brede strook met wilde kruiden, bloemen en planten aanwezig. Omwonenden genoten van het mooie beeld en insecten vonden er voedsel. RTVU schrijft dat de gemeente oordeelde dat de uitstraling van de berm achteruitging en dat het onderhoud moeilijker werd. Daarom heeft ze besloten dat deze middenberm moet worden omgevormd tot een gazon met enkele perkjes.
De vragenstellende fracties hadden juist de indruk dat de gemeente steeds meer doordrongen wordt van de ernst van de biodiversiteitscrisis en het belang van het ten dienste stellen van het groenbeleid voor het versterken en uitbreiden van de biodiversiteit. Het vernietigen van biodiversiteit door het wegmaaien van de bloemen en kruiden op de Croeselaan met het voornemen er een gazon te maken, past niet in dat beleid. 1. Twee wijkbewoners die door RTVU zijn geïnterviewd, waren juist blij met de bloemrijke inrichting van de middenberm. Ook met het kleine stukje berm dat door het ingrijpen van een bewoner is gespaard, is naar de mening van onze fracties niets mis. Hoe komt het college dan toch tot de conclusie dat er iets mis was met de uitstraling van deze berm? Waarop baseerde het dit oordeel? 2. Zijn er meer bermen of andere locaties in Utrecht waar het college van mening is dat een biodiverse inrichting te veel de overhand krijgt ten koste van de gewenste uitstraling? Zo ja, waar? 3. Wijkbewoners zijn teleurgesteld over het maaien van de biodiverse bloemen- en kruidenstrook. Een gazon draagt veel minder bij aan de biodiversiteit dan bijvoorbeeld beheerd hooiland. Kan de wethouder daarom toezeggen om voor het beheer van de middenberm op de Croeselaan toch te kiezen voor hooiland in plaats van voor gazons? 4.
De wethouder heeft eerder toegezegd om meer te communiceren over biologisch divers beheren - bijvoorbeeld door middel van informatiebordjes in de openbare ruimte - juist om omwonenden zich ervan bewust te maken dat in het groenbeleid wordt gekozen voor
Vragenuur van 20 mei 2021
5. 6.
biodiversiteit en dat daardoor de norm verandert voor wat "mooi" en "slordig" is. Hoe strookt het beleid om biodiversiteit meer aandacht te geven in het groenbeleid met het besluit de middenberm van de Croeselaan kapot te maaien? De strook met kruiden en bloemen op de Croeselaan is er gekomen in overleg tussen omwonenden en gemeente. Waarom zijn omwonenden deze keer niet betrokken bij de nieuwe inrichtingsplannen van de gemeente? Kan de wethouder toezeggen de bloem- en kruidenrijke inrichting te herstellen en om de omwonenden daarbij te betrekken?
De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. In overleg met de omwonenden is bij de aanleg in de middenberm van de Croeselaan een slinger met vaste planten in het groen aangelegd om meer diversiteit en meer kleur in de middenberm te brengen. Gebleken is dat indertijd niet voor de juiste planten is gekozen. De planten waren voor deze locatie minder geschikt. De locatie was onder andere te schaduwrijk. Daarom deden de planten het niet zo goed. Ook het gebruik van de middenberm als hondenuitlaatstrook kwam de kwaliteit van het groen niet ten goede. Daarom hebben onze medewerkers geconstateerd dat de vaste plantenmix, zeker de afgelopen tijd, in verval raakte. 80% van de planten was verdwenen. Op de groenstrook was gras erg dominant. Wij ontvingen meldingen over de slechte staat van de middenberm. Dat heeft geleid tot het besluit om de restanten van de oude vaste planten te verwijderen en om daarvoor in de plaats zaden van een kruidenmengsel te zaaien. Hoewel deze maatregel volgens ons zal leiden tot een meer biodiverse en kleurrijke uitstraling, hadden wij daarover met de omwonenden moeten overleggen. Wij leren hier echter zeker van. In overeenkomstige situaties zullen wij met omwonenden spreken over veranderingen in het groen. Het antwoord op vraag 2. Dat is uiteraard niet het geval, want wij hechten, net als mevrouw Snippe, veel waarde aan biodiversiteit.
Het antwoord op vraag 3. Er is in de middenberm geen sprake van gazon. Het toegepaste mengsel past beter bij het gebied, is aantrekkelijk voor insecten zoals bijen en vlinders. Het mengsel heeft tevens een mooie, kleurrijke uitstraling. Het toegepaste kruidenmengsel is meer biologisch divers dan de vaste planten die er al stonden. Het heeft tevens een langere bloeitijd. De contouren van het oorspronkelijke ontwerp zijn gehandhaafd. De bloembollen zijn niet verwijderd. Dat betekent dat zij volgend voorjaar weer staan te bloeien. Eind dit jaar planten wij extra bloembollen. Wij beheren de middenberm volgens de principes van kleurkeur. Dat betekent dat er sprake zal zijn van gefaseerd maaien. Het antwoord op vraag 4. Het vervangen en verbeteren van de beplanting in de middenberm is in lijn met onze ambities ten aanzien van biodiversiteit. Wij zetten de communicatie actief in op biodiversiteit. Zo ontwikkelen wij een publieke campagne over maaien waarover wij op de website uitgebreid communiceren. De campagne over maaien met aandacht voor biologisch divers beheer krijgt de komende maanden een vervolg. Het antwoord op vraag 5. Zoals gezegd was het nalatig om omwonenden niet te informeren en om hen er niet bij te betrekken. Het antwoord op vraag 6. De inrichting is inmiddels hersteld. De middenberm is ingezaaid. Er is aansluitend hierop met omwonenden contact geweest.
Wanneer corona het toelaat, zullen wij met omwonenden hun wensen voor de middenberm bespreken. 2. Vragen van Erwin Virginia (GroenLinks), mede namens Anne Sasbrink (PvdD), inzake Verdwenen bomen Moreelsepark. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Tot voor kort waren de restanten van een aantal bomen in het Moreelsepark aan de Catharijnesingel zichtbaar. Na meer dan een jaar werden de stompen verwijderd, nadat de GroenLinks-fractie in het debat over de evaluatie van het bomenbeleid hiervoor aandacht had gevraagd. Verwacht werd dat er vanwege de in Utrecht geldende herplantplicht gauw weer nieuwe bomen geplant zouden worden. Tot onze verbazing werden echter de twee boomplekken in de stoep gevuld met tegels en bleef ook de derde plek in het park zonder boom. Dit leidt bij de fracties van GroenLinks en PvdD tot de volgende vragen. 1. Is de wethouder het met onze fracties eens dat er in Utrecht zo veel mogelijk bomen herplant moeten worden, zeker in het Stationsgebied? Zo nee, waarom niet? 2. Waarom zijn de betreffende bomen nog niet vervangen door nieuwe?
2
Vragenuur van 20 mei 2021
3. Is de wethouder het met onze fracties eens dat tijdens het NK tegelwippen, waar Utrecht aan 4.
mee doet en dat wij natuurlijk van harte hopen te winnen, het een slecht signaal is om extra tegels te leggen op deze plekken? Zo nee, waarom niet? Is de wethouder bereid om zo spoedig mogelijk op deze plekken óf zo dichtbij mogelijk bomen te herplanten van een zo groot mogelijk formaat? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de gestelde vragen. Het is duidelijk dat wij graag een groene openbare ruimte hebben waar, als het maar even passend is, zoveel mogelijk bomen zijn en er zo weinig mogelijk verharding is, vandaar ons credo "groen, tenzij". Dat geldt ook hier, misschien wel in het bijzonder, omdat wij weten dat het Stationsgebied en de binnenstad nog niet uitblinken voor zover het groen betreft. Dat geldt in de hele stad en zeker ook hier. Dat zal ook gebeuren. In de tweede helft van 2021 verwachten wij deze straat of dit gebied opnieuw in te richten. Dat is het moment om alles goed neer te leggen, inclusief beplanting. Omdat dit nog een aantal maanden duurt, zijn de gaten even dichtgemaakt, ook voor de veiligheid van de mensen die deze plek passeren. Dat is de verklaring waarom de gaten tijdelijk, provisorisch, zijn dichtgemaakt. Op de lange termijn zal hier een herinrichting komen die uitgaat van "groen tenzij" en van beplanting waar dat maar even kan. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder hartelijk voor de beantwoording. Is de wethouder bereid, mochten de werkzaamheden niet vóór het einde van het jaar zijn afgerond, om het aantal tegels dat is geplaatst ten minste te verwijderen zodat wij het NK tegelwippen kunnen winnen. Het zou zonde zijn als wij zelf meewerken aan ons verlies.
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik weet niet of dit de spreekwoordelijke druppel is die de emmer doet overlopen. Wij willen dit nu even netjes neerleggen tot de herinrichting plaatsvindt. Die is in principe gepland voor de tweede helft van het jaar. Ik heb daar geen andere berichten over. Uiteraard hoop ik dat wij het NK tegelwippen winnen. Dat zou een opsteker zijn. 3. Vragen van de heer Gilissen (VVD) en mevrouw Assen (PvdA) inzake Toegankelijkheid Plantsoen van Boedapest. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! De werkzaamheden aan het Plantsoen van Boedapest in Leidsche Rijn vorderen gestaag. Afgelopen week werden wij door een attente burger gewezen op het feit dat het plantsoen niet uitermate toegankelijk is voor mensen die minder goed ter been zijn of die zijn aangewezen op een rolstoel of ander hulpmiddel. Een inspectie ter plaatse (zie ook bijgevoegde foto’s) bevestigt dit beeld: veel trappen, geen hellingbanen en slechts één ingang die gelijkvloers is. Naar aanleiding hiervan hebben de fracties van VVD en PvdA de volgende vragen. 1. Klopt het dat het plantsoen niet toegankelijk is voor mensen die het als doorgaande route willen gebruiken en dat er alleen een gelijkvloerse ingang is? 2.
Waarom heeft het college er niet voor gekozen om in ieder geval een (doorgaande) route geschikt te maken voor mensen die minder goed ter been zijn of gebruikmaken van een rolstoel? 3. Is het college bereid alsnog te onderzoeken hoe het plantsoen op een betere wijze toegankelijk kan worden gemaakt en te onderzoeken of het mogelijk is een doorgaande route (van hoog naar laag) op dezelfde manier toegankelijk te maken? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Het klopt dat dit als men de verbinding bekijkt een slecht toegankelijk gebied is. Dat komt omdat een groot hoogteverschil moet worden overbrugd, meer dan 7 m. Er zijn een tunnel en een monumentale boerderij. Het gebied - de Vaduzdijk en de Madridstraat zijn wél via de hellingbaan toegankelijk - wordt nog aangelegd. De dwarsverbinding wordt in de komende jaren aangelegd waardoor men door het parkgebied via de Madridstraat naar de Vaduzdijk kan lopen, ook door mensen die wat moeilijker ter been zijn. De hellingbaan in het park is lastig aan te leggen. Het antwoord op vraag 2. Daarom hebben wij er niet voor gekozen om dat op die manier aan te leggen, maar als het park af is, denken wij dat het een goede doorgaande verbinding is, ook voor
3
Vragenuur van 20 mei 2021 mensen die minder goed ter been zijn. Het antwoord op vraag 3. Zoals ik al zei, is dat heel erg lastig. Er is sprake van een hoogteverschil van 7 meter die dan moet worden overbrugd. Wij denken dat de alternatieven via de Vaduzdijk en de Madridstraat voldoende zijn. Het plantsoen is voorlopig nog niet klaar. Het zal in 2024 worden afgerond. Ook de Greenville wordt nog gebouwd. Er is ook werkruimte nodig. Uiteindelijk zullen ook mensen die minder goed ter been zijn in het park kunnen wandelen. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Vindt de wethouder deze situatie acceptabel? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ja. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! Wordt overwogen een lift te bouwen? Mensen die een rolstoel of een rollator nodig hebben, zouden daarvan gebruik kunnen maken. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Nee, dat hebben wij niet overwogen omdat zo'n voorziening kwetsbaar en kostbaar is. De inrichting van de openbare ruimte loopt altijd via de commissie BlnG. De BInG-toets is een integrale toets voor alle veranderingen die in de openbare ruimte van Utrecht plaatsvinden. Naast het toetsen op beheer wordt er ook getoetst op inrichting en gebruik. Dat is ook in dit geval gebeurd. Vanwege het hoogteverschil is dit niet anders oplosbaar. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ik ben teleurgesteld.
Ik heb ook gevraagd of het klopt dat er maar één gelijkvloerse ingang van het plantsoen zelf is. Wil het college onderzoeken of op plekken waar een minder groot hoogteverschil is - bijvoorbeeld bij de ingang van het plantsoen een tweede ingang kan komen, zodat men echt een rondje door het park kan maken? De ambitie moet echt omhoog. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik heb volgens mij gezegd dat dit zeker in de eindsituatie het geval zal zijn. Men moet van de ene kant van het park naar de andere kunnen lopen. Echter, in het gebied wordt nog volop gebouwd. De eindsituatie is nog niet bereikt. Het park is nog niet klaar. Dat duurt nog tot ongeveer 2024. 4. Vragen van de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) inzake gebruik WhatsApp Gemeenteraad en Privacy. De heer GAILLARD (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Onlangs heeft de gemeenteraad van Delft besloten om geen gebruik van WhatsApp meer te maken. Directe aanleiding hiervoor was het veranderen van de gebruikersvoorwaarden van WhatsApp. 1. Is het college bekend met het besluit in Delft? Wat vindt het college daarvan? 2. Vindt het college privacy een belangrijke waarde? Zo ja, vindt het college dat het college en de gemeenteraad zelf het goede voorbeeld moeten geven? 3. Welke alternatieven voor WhatsApp ziet het college? 4.
Hoe kijkt het college naar het gebruik van Signal in plaats van WhatsApp voor onderlinge communicatie, naast mailgebruik? 5. Kan het mailverkeer (beter) worden versleuteld? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De heer Gaillard vraagt naar het besluit dat in Delft is genomen. Dat besluit heeft betrekking op het gebruik van WhatsApp. Dat is een besluit dat door de gemeenteraad van Delft is genomen. Het college heeft van dat raadsbesluit kennisgenomen. Wij erkennen dat aan het gebruik van WhatsApp risico's zijn verbonden inzake informatieveiligheid en privacy. Medewerkers worden geïnformeerd over de verschillende beschikbare communicatiekanalen en welk gebruik passend is voor welk kanaal. Daarnaast wordt men erop geattendeerd via bewustwordingsacties. Het antwoord op tweede vraag van de heer Gaillard is: "ja". Wij vinden privacy een zeer belangrijke waarde. Wij zijn van mening dat het college een voorbeeldfunctie heeft als gegevensbescherming aan de orde is. Wat betreft de voorbeeldfunctie van de gemeenteraad - daar gaat de gemeenteraad zelf over. De derde vraag die de heer Gaillard stelde, was welke alternatieven het college ziet voor WhatsApp. Bij de gemeente wordt onderzoek gedaan naar veilige manieren om te communiceren. De
4
Vragenuur van 20 mei 2021 alternatieven die worden onderzocht, zijn Signal en Microsoft Teams. De eerste resultaten van dit onderzoek verwachten wij eind dit jaar. De vierde vraag van de heer Gaillard sluit daarop aan. Wij bekijken het gebruik van Signal. Wij betrekken dat bij ons onderzoek. De vijfde vraag van de heer Gaillard ging over het e-mailgebruik en de versleuteling daarvan. Bij de gemeente is beveiligd e-mailen via Zivver beschikbaar. Zivver voldoet aan de nieuwe norm voor onder andere het mailen van gezondheidsinformatie. Dit is de hoogste standaard die in Nederland van toepassing is op communicatie ad hoc, zoals e-mail. Wij zien geen ruimte om het emailverkeer beter te versleutelen dat met Zivver. Wij zien wel ruimte om het gebruik van Zivver te stimuleren in het bewustwordingsprogramma gegevensbescherming. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik vraag mij af of dit betekent dat de wethouder WhatsApp ziet als onvoldoende veilig. Men zoekt immers naar alternatieven. Levert dat automatisch een alternatief op over een aantal maanden? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Wij willen de alternatieven onderzoeken om te zien of die veiliger zijn dan WhatsApp. Ook bij Signal wordt een beperkt aantal persoonlijke gegevens opgeslagen voor de servers in Amerika. Dat was een deel van de bezwaren bij WhatsApp. Wij onderzoeken alternatieven.
Wat het veiligste is, zullen wij de raad adviseren. De heer GAILLARD (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Is de wethouder het met mij eens dat vooral gezien de veranderingen in WhatsApp en het feit dat de wethouder erkent dat WhatsApp niet optimaal is dat wachten tot het eind van het jaar om de gegevens beter te beveiligen een lange periode is? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het gaat om de vraag welk medium het best is. Ik vind dat deze vraag zorgvuldig moet worden onderzocht. Daarom doen wij dit onderzoek. In Delft heeft de gemeenteraad besloten om WhatsApp af te schaffen. Ook de raad van Utrecht kan dat doen. Ik ben er zelf voorstander van om eerst goed te onderzoeken wat de alternatieven zijn en wat het beste is. Wij moeten geen overhaaste beslissingen nemen, maar de raad kan een ander besluit nemen als hij dat wil. 5. Vragen van mevrouw Heijne (GroenLinks), de heer Schreuder (D66) en de heer Wijmenga (ChristenUnie) inzake toezicht op bodemenergiesystemen. Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! In Trouw van 10 mei 2021 was te lezen dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bezorgd is over nalatigheid bij boringen voor bodemenergie. "Bedrijven zouden bewust minder zorgvuldig zijn bij het boren voor bodemenergiesystemen en het afdichten van boorgaten. Daardoor kan het grondwater waaruit drinkwater wordt gewonnen, verontreinigd raken.
De controle schiet tekort." Het ILT adviseert om de boorgaten na het plaatsen van leidingen zorgvuldig te dichten, alleen milieuvriendelijke smeermiddelen te gebruiken, goede en toegankelijke registratie bij te houden van waar en wanneer er wordt geboord en waar de bodem vervuild is. Toezicht moet uitvoeriger en strenger worden. Ook de gemeente Utrecht zet in op bodemenergie als duurzame bron voor warmte. Naar aanleiding van het genoemde artikel hebben de fracties van GroenLinks, D66 en ChristenUnie de volgende vragen. 1. Herkent het college het risico voor vervuiling van grondwater bij het aanleggen van bodemenergiesystemen? 2. Stelt de gemeente eisen aan bedrijven die bodemenergiesystemen aanleggen inzake bovengenoemde voorwaarden met betrekking tot het dichten van boorgaten en milieuvriendelijke smeermiddelen? Zo ja, hoe wordt dit gegarandeerd? Zo nee, waarom niet? 3. De Inspectie Leefomgeving en Transport geeft aan dat het toezicht uitvoeriger en strenger moet worden. De gemeente is bevoegd gezag, maar kan toezicht delegeren aan de Regionale Uitvoeringsdienst. Hoe is dat in Utrecht geregeld? 4. De Inspectie Leefomgeving en Transport zegt niet van elke gemeente tijdig locatie en tijdstip van boringen door te krijgen. Hoe zijn de afspraken tussen de gemeente Utrecht en de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit punt? 5.
Uit toezegging 21/T17 blijkt dat de raad in het derde kwartaal van 2021 een nieuwe verordening
5
Vragenuur van 20 mei 2021 voor kabels en leidingen voorgelegd krijgt inclusief de samenhang van de nog op te stellen strategie voor de ondergrond. Worden de voorwaarden en de manier waarop bij bodemenergiesystemen toezicht wordt geregeld daarin opgenomen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik denk dat wij allemaal hetzelfde gevoel hadden toen wij in Trouw lazen dat wij buitengewoon voorzichtig met onze bodem moeten omgaan en dat er helaas in Nederland voorbeelden zijn waar dat niet gebeurt. Hoe is dat in Utrecht? Het antwoord op vraag 1. Ik heb al gezegd dat wij het risico herkennen. Wat voor ons nieuw is, zijn de smeermiddelen. Wij houden daar geen toezicht op. Ik zal daar later wat meer over zeggen. Dat is echt een nieuw risico. Het antwoord op vraag 2. Als wij de problematiek in Utrecht bekijken, dan blijkt dat in Utrecht op een flink aantal plekken veel verontreiniging is. Omdat er veel behoefte is om duurzame energie op te wekken, ontstaan er af en toe ideeën om te bekijken waar en onder welke condities wat met het tweede watervoerende pakket kan gebeuren. Wij hebben daarover gezegd dat als wij dat doen, wij dat alleen onder de meest zorgvuldige voorwaarden willen doen en dat wij ons dan echt willen omringen met expertise om de zorgvuldigheid te kunnen bewaken.
Smeermiddelen zijn nu nog niet aan de orde, maar de staatssecretaris heeft gelukkig gezegd dat zij de aanbevelingen van de inspectie zal overnemen. Zodra zij dat doet, zullen wij daar toezicht op houden. Het antwoord op vraag 3. De gemeente Utrecht voert het toezicht zelf uit. Wij zetten een accent op de energietransitie bodemenergie en warmte. Het antwoord op vraag 4. Wij eisen goedkeuring van meldingen van initiatiefnemers over datum en uitvoering van de boring. Dat is een bovenwettelijke eis. Die werkt als een enorme barrière. Daar brengen wij de inspectie niet van op de hoogte. Dat hoeven wij ook niet te doen. Wat wij wél doen, is het benoemen van plekken waar kritieke afwijkingen worden gevonden en waar niet aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Het antwoord op vraag 5. Omdat het om verticale leidingen gaat, die niet onder de verordening voor kabels en leidingen vallen, regelen wij deze dingen met een ander instrumentarium. Dat komt uiteindelijk in de Omgevingswet terecht. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Vraag 4. Het punt dat de Inspectie Leefomgeving en Transport maakte, was dat ze van gemeenten niet altijd gegevens krijgt om zelf toezicht te kunnen houden. Ik hoor de wethouder niet zeggen hoe dat in Utrecht wordt geregeld.
Hoe kan de Inspectie Leefomgeving en Transport in Utrecht toezicht uitoefenen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! De wettelijke eisen zijn zodanig dat wij het bijvoorbeeld doorgeven als er sprake is van een niet uitgevoerde afdichting. Dan kan inspectie plaatsvinden door de Inspectie Leefomgeving en Transport. In de fase ervoor gebeurt dat door de gemeente zelf via het eigen handhavingprogramma. Zo zijn de rollen verdeeld. Wij zijn zelf aan zet. Wij vliegen de inspectie in op het moment dat wij afwijkingen vinden. Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! Hartelijk dank voor de beantwoording en de zorgvuldigheid waarmee men werkt. Ik begrijp dat men ook in de Merwedekanaalzone en in het Beurskwartier zal werken met bodemenergiesystemen. Ik ga ervan uit dat ook bij deze projecten dit punt voldoende aan de orde is geweest en is getackeld. Klopt dat? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! De voorzichtigheid die wij betrachten, betrachten wij ook zeker in de andere projecten die mevrouw Heijne noemt. 6. Vragen van Rick van der Zweth (PvdA) mede namens Mahmut Sungur (DENK), Ruurt Wiegant (SP), Anne-Marijke Podt (D66), Julia van Ophem (S&S), Maarten van Heuven (PvdD), Bert van Steeg (CDA), Janneke Admiraal (CU) en Julia Kleinrensink (GroenLinks) inzake het afbetalen van schulden door gedupeerden van de toeslagenaffaire.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De gedupeerden van de toeslagenaffaire zijn het slachtoffer geworden van een ongekend onrecht. De overheid heeft hen willens en wetens in het nauw gedreven en in grote financiële problemen gebracht. Inmiddels is beterschap beloofd en zullen
6
Vragenuur van 20 mei 2021 de schulden worden kwijtgescholden, maar opnieuw gaat er van alles mis en laat het Rijk te lang op zich wachten. De gemeente Rotterdam wacht niet op het Rijk en heeft versneld de schulden afbetaald. Dat is een mooi voorbeeld van hoe de gemeente lokaal het verschil kan maken in dit grote onrecht. De burgemeester heeft eerder al een hulplijn geopend om mensen zo snel mogelijk in beeld te krijgen. Een mooie stap die ons ook in staat stelt de gedupeerden zo snel mogelijk te helpen. 1. Kan het college zeggen of alle gedupeerden van de toeslagenaffaire in Utrecht inmiddels in beeld zijn? Hoe heeft de geopende hulplijn hierbij geholpen? 2. Is het college het met de fracties eens dat ook Utrecht het voortouw moet nemen en de problematische schulden zo snel mogelijk moet overnemen en afbetalen en hiervoor niet op het Rijk moet wachten? 3. Kan het college toezeggen dat de gemeente zelf als schuldeiser zich in ieder geval niet zal melden bij de gedupeerden? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Iedereen die zich bij de Belastingdienst heeft gemeld als gedupeerde, is in beeld. Wij hebben eerst een lijst gekregen met 700 mogelijk gedupeerden en later zijn er nog eens 200 bijgekomen. Voordat wij deze lijsten kregen, hadden ongeveer 40 Utrechters gebruikgemaakt van de lokale hulplijn.
Het aantal ouders dat zich heeft gemeld, is veel groter dan eerst was geschat. Dat is ook landelijk het beeld. Of wij daarmee alle gedupeerde ouders in beeld hebben, is niet zeker. Er melden zich bij de Belastingdienst nog steeds mensen. Lokalis doet alle ouders een hulpaanbod, eerst schriftelijk en daarna telefonisch. Het antwoord op vraag 2. Vindt het college dat Utrecht het voortouw moet nemen om problematische schulden zo snel mogelijk moet overnemen en afbetalen? Wij zijn het met de fracties eens dat gedupeerde ouders zo snel mogelijk zekerheid en duidelijkheid moeten krijgen. Wij zouden het liefst alle gedupeerde Utrechters meteen willen helpen om hun schulden definitief op te lossen, maar zonder regeling van het Rijk kan dat voor de meeste gedupeerden helaas niet. Er moet nog een wet worden aangenomen om kwijtschelding van overheidsschulden te regelen. Er worden landelijke met andere schuldeisers afspraken gemaakt. De VNG vraagt gemeenten daarop te wachten. Daarmee zou een wirwar aan lokale oplossingen worden voorkomen die een landelijke oplossing juist bemoeilijken. Op zichzelf is de oproep begrijpelijk, maar er is wél een groep waarvan wij het verantwoord vinden om versneld tot een oplossing te komen en om van het advies af te wijken. Dat zijn gedupeerden met een saneringskrediet. Die zullen wij nu al kwijtschelding geven.
Wij zijn in die gevallen de enige schuldeiser. De andere schulden zijn al eerder afgekocht. Deze ouders helpen wij hiermee om het hoofdstuk schulden sneller af te sluiten. Voor gedupeerden in een schuldbemiddelingstraject kan dat helaas niet. Dat is een schuldregeling waarbij pas na afloop door de schuldeisers kwijtschelding wordt verleend. Daarmee stoppen, garandeert niet dat mensen echt geholpen zijn. Wij kennen drie gedupeerde ouders die in zo'n regeling zitten. Die ouders lossen niet meer af, maar wij kunnen de schuldregeling nog niet volledig beëindigen. Dat kan pas als alle overheidspartijen hun vorderingen kwijtschelden en als bekend is hoe de private schulden worden afgelost. Dat geldt ook voor de inwoners die wél schulden hebben, maar niet in een schuldregeling zitten. Het moratorium blijft hierbij van kracht. Het antwoord op vraag 3. Ja. De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Ik vond de beantwoording van de wethouder ingewikkeld. Kunnen wij wat Rotterdam voor Rotterdamse gedupeerden heeft gedaan ook doen voor Utrechtse gedupeerden? Van deze methodiek heeft de VNG gezegd dat die conform de afspraken is die met de Belastingdienst zijn gemaakt. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat kan wel, maar als men daarvoor kiest, kiest men voor een constructie die naar onze mening juist niet garandeert dat inwoners echt eerder schuldenvrij zijn.
Als dat dan niet zo is, is dat juist weer extra teleurstellend voor deze mensen. De overheidsvorderingen blijven dan toch bestaan. Het is ook niet bekend of de private schuldeisers willen meewerken aan de door Rotterdam voorgestelde afkoop, terwijl zij volledige nakoming krijgen als zij wachten op de landelijke schuldenaanpak. Het signaal dat Rotterdam geeft is wél belangrijk, maar omdat niet zeker is dat met deze constructie mensen echt eerder schuldenvrij zijn, zeg ik dat het voor dat deel beter is om op de landelijke aanpak te wachten. Als het gaat om saneringskredieten, zijn wij de enige schuldeiser. Die
7
Vragenuur van 20 mei 2021 kunnen wij regelen. Daar doen wij dit wel. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt dat iedereen die zich bij de Belastingdienst heeft gemeld wordt geholpen. Maar zijn er ook andere manieren waarmee de gemeente mensen kan vinden die zich niet hebben gemeld? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ja, dat is een goede vraag. Mensen kunnen zich melden via het buurtteam. Ook als mensen nu de lijnen bellen, horen zij een bandje waarop wordt verwezen naar het buurtteam in de eigen buurt. Lokalis belt vervolgens zelf naar ouders die zich als gedupeerden hebben gemeld. Dan krijgen zij eerst een brief. Daarna worden ze gebeld. Mevrouw PODT (D66): Voorzitter! Ik ben het met de heer Sungur eens dat het een technisch ingewikkeld verhaal is. Ik wil de wethouder vragen - dat is niet mijn gewoonte - om de zaak voor ons in een brief op een rijtje te zetten. Ik heb zelf de behoefte om hierover nog eens na te denken. Ik zie een aantal mensen knikken. Als de wethouder dat wil doen, dan helpt dat ons om beter te begrijpen hoe deze materie in elkaar steekt. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat wil ik zeker toezeggen. Toen ik zelf het bericht hoorde over Rotterdam, was mijn eerste vraag of wij hier hetzelfde zouden doen. Ik wil de geschiedenis heel graag op een rij zetten om haar goed te kunnen uitleggen.
De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Het is fijn dat de wethouder een brief stuurt, maar ik ben wel benieuwd wanneer die komt. Het is fijn dat een deel van de schulden wordt overgenomen, maar wij hebben ook andere mensen in beeld. Wat belet de gemeente om de schulden over te nemen, inderdaad met de onzekerheid of het geld zal worden terugbetaald, maar om zo de mensen te ontlasten en de schuldenlast bij hen weg te halen? Die mogelijkheid is er toch gewoon? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het punt is dat wij dan niet weten of de mensen echt eerder schuldenvrij zijn. Als dat niet zo is, geven wij de mensen valse verwachtingen. Ik zal ervoor zorgen dat ik dit punt in de brief goed uitleg. De heer Van der Zweth vroeg wanneer de brief komt. Ik denk dat het lukt om dat binnen twee weken te doen. 7. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer Nagtegaal (PVV), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Streefland (ChristenUnie) inzake antisemitische leuzen bij de demonstratie van 17 mei 2021. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Op vrijdag 14 mei jl. werd op het Jaarbeursplein een Free Palestina-demonstratie gehouden. De demonstratie liep uit de hand, o.a. doordat de coronamaatregelen niet werden nageleefd. Dat was voor de burgemeester reden om in overleg met politie en OM de demonstratie te ontbinden.
Na afloop van de demonstratie zijn via de sociale media verschillende beelden naar buiten gekomen. Op één van de beelden is te zien dat een groep demonstranten voor het Beatrixgebouw de leus "Khaybar, ya yahud, Jaish Muhammed, sa ya'ud" scandeert. Dat betekent: "Joden herinner je Khaybar, het leger van Mohammed keert terug" en verwijst naar de massamoord op de Joden in de slag bij Khaybar. Dit moet worden opgevat als een oproep tot geweld tegen het Joodse volk. De leus is daarmee duidelijk antisemitisch. De vragenstellende fracties zijn erg geschrokken van deze beelden en stellen daarom de volgende vragen. 1. Is de burgemeester bekend met deze beelden? Heeft de burgemeester daarnaast signalen ontvangen dat tijdens de demonstratie meer antisemitische uitlatingen zijn gedaan? 2. Is de burgemeester het met de VVD-fractie en de andere vragenstellende fracties eens dat het recht op demonstratie een groot goed is, maar dat dit nooit gepaard mag gaan met uitingen van antisemitisme? 3. Kan de burgemeester aangeven of het OM van mening is dat hier sprake kan zijn van een strafbaar feit? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen heeft dit? Niet valt uit te sluiten dat in Utrecht de komende dagen opnieuw wordt gedemonstreerd. 4. Kan de burgemeester toezeggen dat zij in gesprek gaat met de organisatie van deze demonstratie om dit antisemitische wangedrag aan te kaarten?
8
Vragenuur van 20 mei 2021
5. Welke middelen heeft de burgemeester verder om op te treden tegen antisemitisme bij
demonstraties? Is de burgemeester bereid om deze middelen, indien nodig, in te zetten?
Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Gevraagd wordt of wij bekend zijn met deze beelden. Mede dankzij de mondelinge vragen van de indienende fracties zijn wij daarmee bekend. Ik heb overigens geen andere signalen gehoord over uitlatingen tijdens de demonstratie die potentieel strafbaar zijn. Ook is gevraagd hoe het is gesteld met het recht op demonstratie en of dat al dan niet gepaard kan gaan met bepaalde uitingen. Zoals wij allemaal vinden - dat is wettelijk verankerd - is demonstreren een belangrijk grondrecht, maar er is altijd een grens aan het grondrecht om een mening te uiten. De politie, onder het gezag van het Openbaar Ministerie, is altijd tijdens, maar ook ná de demonstratie, in staat om op te treden tegen individuen die zich strafbaar uiten. Of een uiting strafbaar is, wordt beoordeeld door het OM. Ik heb naar aanleiding van de uitingen op sociale media contact gehad met het OM. Men heeft mij laten weten dat het in dit geval om een ernstige uitspraak gaat en dat dit mogelijk strafbaar is. Als aangifte wordt gedaan, zal de politie dat in opdracht van het OM nader onderzoeken.
Overigens is het zo dat altijd voorafgaand aan een demonstratie de organisatoren voorschriften ontvangen waarin wij glashelder maken dat tekens, afbeeldingen, voorwerpen en teksten die strafbaar, beledigend of opruiend zijn niet mogen en dat het gebruik van strafbare, discriminerende uitdrukkingsvormen echt verboden is. Wij hebben na afloop met de organisatie een evaluatiegesprek gehad, ook over het verloop van de demonstratie, en men heeft gezegd - dat vond ik heel eerlijk - dat zij het lastig vinden om de regie te houden op de demonstratie omdat die groter werd dan men had verwacht, maar er waren allerlei groepen die zich aansloten waarmee men vooraf geen rekening heeft gehouden. Overigens is ene organisator niet zelf verantwoordelijk voor het gedrag of de uitingen van alle aanwezigen. Dat zal men begrijpen. De middelen die wij hebben om op te treden tegen antisemitisme. Wij zullen ons er samen met OM en politie blijven inspannen om demonstraties binnen de wettelijke regels te laten plaatsvinden. De politie is echt alert op strafbare uitingen. Ook na afloop is vervolging nog mogelijk, maar men kan niet altijd meteen herleiden, zeker niet als er grote mensenmassa's mee zijn gemoeid, wie degenen zijn geweest die zo'n uiting hebben gedaan. Dat maakt het beleid in de praktijk lastig. Dat deze uitspraak zeer ernstig is, wil ik onderstrepen. Dat is niet goed. Dat mag niet.
Dat is mogelijk strafbaar. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Er is achteraf een met de organisatie een gesprek geweest. Zoals mevrouw Meerding zei, bestaat de mogelijkheid dat de komende tijd opnieuw dit soort demonstraties plaatsvinden. Is er gesproken over de manier waarop dit soort uitingen kunnen worden voorkomen en welke verantwoordelijkheid de organisatie zelf op zich kan nemen? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dat doen wij eigenlijk standaard, zowel in de gesprekken als in de berichtgeving. Wij sturen een organisatie ter kennisgeving altijd een brief terug. Daarin nemen wij haarfijn op wat niet mag, bijvoorbeeld strafbare uitingen. Op dit moment worden nog steeds gesprekken gevoerd over mogelijke nieuwe demonstraties. Ik zal ervoor zorgen dat wij aan de voorzijde van mogelijke nieuwe demonstraties extra aandacht besteden. Men moet zich echter ook realiseren dat een organisator hier echt afstand van kan nemen, maar dat dit niet altijd betekent dat individuele demonstranten dit soort dingen niet doen. Dan is het des te belangrijker dat wij alert zijn. Als de politie dat tijdens de demonstratie waarneemt, grijpt ze in. Daartegen kunnen na afloop nog altijd stappen worden ondernomen. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! De burgemeester zei iets over de aangifte.
Moet aangifte worden gedaan voordat het OM en de politie iets doen, of kan ook worden ingegrepen naar aanleiding van het feit dat deze constatering is gedaan? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! In principe is het zo dat nadat aangifte is gedaan er iets volgt. Of dat per definitie noodzakelijk is, kan ik bij het OM navragen. Ik zal dat doen. Soms speelt ook dat uitingen weliswaar waar te nemen zijn, maar niet tot individuen herleidbaar zijn. Dat maakt het soms lastig om op zelfstandig niveau onderzoek te doen.
9
Vragenuur van 20 mei 2021 De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Ik wil vooropstellen dat mijn partij elke vorm van racisme en discriminatie verwerpt, zeker antisemitisme. Ik kan mij kan herinneren dat er in juni vorig jaar op het Jaarbeursplein een Black Lives Matters-demonstratie was. Er waren 3.500 mensen op afgekomen die probleemloos hebben kunnen demonstreren. Waarom werd de laatste keer de demonstratie beperkt tot 500 personen? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dat heeft te maken met het feit dat wij sinds de aanscherping van de coronaregels en de start van de lockdown advies van de GGD hebben gevraagd over de aantallen mensen die wij maximaal bij een demonstratie kunnen hebben. Dat gebeurt niet alleen in Utrecht, maar ook op veel andere plekken in het land. Op basis van het GGD-advies, dat eigenlijk voortdurend een relatie heeft met de ontwikkelingen in de pandemie, bekijken wij de maximaal toegestane aantallen. Eerder hebben wij steeds 200 als uitgangspunt gehanteerd. Men ziet nu dat het er 500 zijn geworden. Dit was de eerste echt veel grotere demonstratie die wij sinds tijden hebben toegestaan. Wij hebben dat gedaan op basis van een advies van de GGD. Naarmate men de samenleving zich verder zal openen, zal men zien dat het aantal mensen dat bij demonstraties zal worden toegestaan veel groter zal worden. Ik verwacht dat dit heel snel gaat.
Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik hoor de burgemeester spreken over onderzoek dat het OM mogelijk kan starten, maar ook over aangifte doen. Kan de burgemeester toezeggen dat de gemeente aangifte zal doen? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik wil dat nu niet toezeggen, omdat ik echt even moet uitzoeken wat effectief en wijs is. Waar geen misverstand over bestaat, is dat de door mevrouw Meerding genoemde uitspraak niet deugt. Die is niet in de haak en mag niet. Dat die consequenties zou moeten hebben, ben ik op zichzelf met mevrouw Meerding eens, maar het is de vraag of, en zo ja hoe, het mogelijk is om dat te effectueren. Ik denk dat het wijs is om voordat men zo'n stap zet, men zich daarvan vergewist. Wat ik zei, ook in antwoord op de heer Wijmenga, is dat ik zal bekijken of het OM misschien zelfstandig kan onderzoeken wat er aan de hand is. Misschien is daar geen aangifte voor nodig. Dan kom ik daarop terug. 8. Vragen van de heer Nagtegaal (PVV) inzake Solidair met onze bondgenoot Israël. De heer NAGTEGAAL (PVV): Voorzitter! Het baken van democratie in het Midden-Oosten, Israël, wordt nu al meer dan een week vanuit de Gazastrook beschoten. Inmiddels zijn er door de terroristische groepering Hamas meer dan 3000 raketten afgeschoten op burgerdoelen. Er is helaas een aantal doden te betreuren door de raketaanvallen van Hamas in zowel de Gazastrook als in Israël.
Inmiddels worden ook raketten afgeschoten door de terroristen van Hezbollah vanuit Libanon en Syrië. Onze altijd trouwe bondgenoot met wie wij altijd historische banden hebben gehad, heeft nu onze steun nodig. Diverse landen hebben uit solidariteit de Israëlische nationale vlag op overheidsgebouwen gehesen. Afgelopen maandag hebt u, ook uit solidariteit, de LHBTI+-vlag gehesen, geheel terecht. Nu vragen wij u ook om solidair te zijn met de staat Israël en om hun nationale vlag te hijsen op ons stadhuis en het Stadskantoor. De PVV-fractie stelt hierover de volgende vragen aan het college. 1. Bent u net als onze partij solidair met Israël en alle Israëliërs? Zo nee, waarom niet? 2. Zou u ervoor zorg willen dragen dat uit solidariteit - bijvoorbeeld een week lang - de Israëlische vlag op het stadhuis en op het Stadskantoor wordt gehesen en wel zo spoedig mogelijk? Zo nee, waarom niet? 3. Wil het college, nadat de vlaggen zijn gehesen, dit met de ambassade van Israël in Den Haag communiceren om haar erover te informeren dat de stad Utrecht haar steunt? Zo nee, waarom niet? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik denk dat wij allemaal met grote zorgen zijn vervuld over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en ook over de slachtoffers die daar aan beide zijden van de strijdende partijen vallen. Het is een ernstig buitenlands conflict.
Om die reden is het niet aan de gemeente Utrecht om daar zelfstandig een positie in te nemen. Dat betekent dat wij over dit conflict geen uitspraken doen en dat wij het hijsen van de vlag van één van de strijdende partijen niet zullen organiseren.
10
Vragenuur van 20 mei 2021 De heer NAGTEGAAL (PVV): Voorzitter! Dit antwoord van de burgemeester is teleurstellend. Er is sprake van een politieke keuze. De stad Pilzen heeft de vlag gehesen, net als Canada en Amerika. Waarom steunt de burgemeester niet de erkende staat Israël, die al jaren onze bondgenoot is? Waarom wil zij die keuze niet maken? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Omdat ik vind dat wij op gemeentelijk niveau geen onderdeel moeten worden van discussies over een buitenlands conflict. Ik wil de heer Nagtegaal aanbevelen dat hij, als hij die discussie wil voeren, lid wordt van de Tweede Kamer. 9. Vragen van mevrouw Oosters (Student & Starter) inzake coöperatief wonen in Utrecht. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Een koophuis lijkt voor onze generatie verder weg te zijn dan ooit. Huizenprijzen die driedubbel over de kop gaan, rijen bij open-huizendagen en het overbieden door speculanten: het wordt jonge huizenkopers niet gemakkelijk gemaakt. Ook op een betaalbare huurwoning moet je soms jarenlang wachten. Sommige mensen gaan daarom aan de slag met een alternatief: coöperatief wonen. Afgelopen week kreeg deze woonvorm aandacht in de media. Mensen in de coöperatie werven zelf geld uit fondsen en crowdfunding en bouwen zelf een huizenblok. Met de huuropbrengst worden de leningen afbetaald en de huizen onderhouden.
In Amsterdam wordt een fonds van 50 miljoen opgezet om dergelijke projecten te ondersteunen. Uiteindelijk wil de stad in 2040 40.000 coöperatiewoningen zien. De Student & Starter-fractie vindt dit concept kansrijk, vandaar de volgende vragen. 1. Is het college het met Student & Starter-fractie eens dat in de huidige maatschappij coöperatief wonen voor veel mensen een uitkomst kan zijn? In 2020 liet het college weten met dit initiatief de mogelijkheden voor realisatie van het concept in Utrecht te verkennen. De wooncoöperatie is nu nog een niche op de woningmarkt, maar wel één die de potentie heeft om een positieve bijdrage te leveren aan de stad. 2. Hoeveel coöperatieve woonprojecten zijn er inmiddels in Utrecht mogelijk gemaakt? 3. Op welke manier ondersteunt de gemeente Utrecht nu al dergelijke woonconcepten? 4. Hoe ziet het college het Amsterdamse fonds dat wordt opgericht om deze concepten te ondersteunen in vergelijking met de acties die Utrecht onderneemt? Op welke manier wil het college dergelijke woonconcepten meer steunen en in Utrecht mogelijk maken? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op vraag 1. Coöperatieve woonvormen vinden wij zeker interessant. Die kunnen een uitkomst bieden, maar niet voor iedereen, want coöperatieve woonvormen vergen een lange adem. Het rond krijgen van de financiering is vaak problematisch.
Wij zien tegelijkertijd wel dat de belangstelling voor deze vorm in Utrecht groeiende is. Steeds meer bewonersinitiatieven melden zich bij ons. Wij staan daar positief tegenover. Wij zetten ons in voor de realisatie van dergelijke concepten. Tegelijkertijd hebben wij te maken met knelpunten rond financiering en locaties. Het antwoord op vraag 2. Gevraagd wordt hoeveel woningcorporaties wij in Utrecht kunnen begroeten. Naast oudere gezamenlijke bewonersinitiatieven, zoals De Kersentuin en Het Groene Sticht, kennen wij sinds de verandering van de Woningwet van 2015 in Utrecht eigenlijk maar één wooncorporatie die succesvol is: Woongemeenschap Overhoop in Overvecht. Deze woongemeenschap heeft een gemeentelijke bijdrage gekregen. Daarnaast is er een aantal locaties in beeld, zoals het initiatievenblok in Zuilense Vecht dat plaats kan bieden aan wooncoöperaties. Wij zullen daar uitwerking aan geven. Het antwoord op vraag 3. De gemeente Utrecht steunt via een kwartiermaker nieuwe woonconcepten met kennis, advies en een netwerk. De kwartiermaker gaat met de initiatiefnemers in gesprek, geeft hun advies en coacht ook in businessplannen. Hij bereidt locaties voor en zoekt mogelijkheden om het financieringstekort te dichten. Het antwoord op vraag 4. Banken financieren woningbouwcorporaties voor 70 á 80%, dus er is altijd een gat van 20 á 30%.
Dat wordt dichtgelopen via subsidies, crowdfunding en spaargeld. Wij hebben in het afgelopen halve jaar met verscheidene partijen verkennende gesprekken gevoerd, onder andere met de provincie Utrecht, de Bank Nederlandse Gemeenten en experts om te zien welke instrumenten er zijn om bewonersinitiatieven meer ruimte te geven. Eén van die instrumenten is het Stadmakersfonds. Daar zijn wij een samenwerkingsovereenkomst mee aangegaan. Wij hebben
11
Vragenuur van 20 mei 2021 de raad daarover op 22 april jl. een brief geschreven. Amsterdam heeft ervoor gekozen om zelf via dit fonds een aanzienlijke reservering te doen. Wij staan met Amsterdam in nauw contact over hoe een en ander daar wordt vormgegeven. Wij onderzoeken in hoeverre wij in samenwerking met de provincie Utrecht en andere partijen verdere stappen kunnen zetten. Het antwoord op vraag 5. Wij steunen wooncoöperaties en vergelijkbare initiatieven die zijn gericht op het toevoegen van betaalbare woningen. Dat past ook erg goed in de Woonvisie. Ik heb al gezegd op welke manieren wij dat doen. Naar ik heb begrepen, komt er binnenkort een initiatief uit de raad op het vlak van wooncorporaties. Verder informeren wij de raad twee keer per jaar bij brief over de voortgang van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! De bankfinanciering is een manier waarop dat gebeurt, maar wij zien ook dat het voor banken riskant kan zijn om dat te doen en dat ze dat vaak niet zo snel doen. Hoe ziet de wethouder dat risico? Gaat men daarmee al aan de slag? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Om die reden bekijken wij ook alternatieven. Wij zien dat bancaire financiering vaak tekortschiet. Ik heb het Stadmakersfonds genoemd. Wij bekijken ook andere mogelijkheden. Wij houden de raad daarvan geregeld op de hoogte. 10.
Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) inzake Geen bomenkap voor terrassen. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bij horecaonderneming Tiger Mama aan de Voorstraat zijn twee bomen gekapt. Het gaat om twee bomen, waarvan er één dood zou zijn en de andere zou aangetaste wortels hebben. Na de kap van de bomen heeft de horecaonderneming een terras aangelegd. De PvdD-fractie vindt het niet acceptabel als bomen worden gekapt en/of niet worden herplant vanwege het aanleggen dan wel vergroten van een terras. Economie zou het dan winnen van ecologie. In tijden van klimaat- en biodiversiteitscrisis is dit ongewenst. Onze fractie stelt hierover de volgende vragen. 1. Waarom zijn de genoemde bomen gekapt? Is onderzocht of met ondersteunende maatregelen de bomen langer behouden konden blijven? 2. Is voor het kappen van deze bomen een vergunning aangevraagd? Zo nee, zal het college dan tegen deze illegale kap optreden? 3. Waarom vindt op deze plek geen herplant van bomen plaats conform de Utrechtse herplantplicht? 4. Is het college bereid om de eigenaar van de onderneming hierop aan te spreken en herplanting van de twee bomen op te leggen? Zo nee, waarom niet? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik wil graag even wat context schetsen alvorens de vragen te beantwoorden. Het betreffende horecabedrijf had aanvankelijk een terras aan de Voorstraat, vóór de herinrichting van de Voorstraat.
Over de plek waar het nu om gaat, heeft het bedrijf al in juni 2016 met de gemeente een erfpachtovereenkomst gesloten ten behoeve van een toen voorziene terrasuitbreiding. Die terrasuitbreiding is er nooit gekomen. Na de herinrichting van de Voorstraat is met deze ondernemer afgesproken dat hij afziet van het terras aan de Voorstraat en dat de Wijde Begijnenstraat de alternatieve plek voor het terras wordt. De horecaondernemer beschikt intussen ook over een vergunning om dat terras te exploiteren. Die is in december 2020 verleend. Deze context is belangrijk voor het beantwoorden van de vragen. Het antwoord op vraag 1. Inzake beide bomen heeft noodkap plaatsgevonden, eerst voor de ene boom en later voor de andere. De ene boom was dood en leverde gevaar op. Dat hebben wij zelf moeten constateren. Deze boom is gekapt. Van de andere boom hebben wij op 7 mei jl. een melding ontvangen dat die tijdens graafwerkzaam heden ernstig zou zijn beschadigd. Bij controle ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn en bleek ook dat de boom niet meer was te redden. De boom vormde een gevaar. De ondersteunende maatregelen die mevrouw Snippe noemt, zaten er helaas niet meer in. Ook die boom heeft het loodje moeten leggen. Het antwoord op vraag 2. Beide bomen zijn door middel van noodkap zonder vergunning geveld.
In die zin is er geen sprake van illegale kap, maar wij onderzoeken wel of bij de uitvoering van de graafwerkzaamheden mogelijk overtredingen zijn begaan met het oog op de noodzakelijke maatregelen ten behoeve van boombescherming conform de bomenposter. Wij hebben daarover al eerder in het vragenuur gesproken. Wij onderzoeken of en, zo ja, welke voorwaarden ten aanzien van de bomen er in de
12
Vragenuur van 20 mei 2021 erfpachtovereenkomst die ik net noemde en in de latere aanvullingen daarop in het kader van de herinrichting van de Voorstraat zijn opgenomen. Het antwoord op vraag 3. Conform de APV vindt bij noodkap herplant plaats. Afhankelijk van de uitkomsten van onderzoek naar mogelijke overtredingen kan herplant ook worden opgelegd als strafmaatregel conform de beleidsregel "Handhaving illegaal vellen en beschadigen van bomen van de gemeente Utrecht". Het antwoord op vraag 4. Zie mijn eerdere beantwoording. Ons verdere handelen is afhankelijk van de uitkomst van ons onderzoek. Wij verwachten u meer duidelijkheid te kunnen geven in de tweede helft van juni a.s., dus over ongeveer een maand. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Ik ben benieuwd of de herplant, als die aan de orde is, op deze locatie zal plaatsvinden. Ik vind het apart dat er wordt gekapt en dat er dan een terras wordt ingericht. Herplant op locatie is dan denk ik de wet. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan mij de voorkeur van de heer Wijmenga levendig indenken. Ik heb die zelf ook. Er is sprake van kaalslag op een plek die al erg versteend is. Dit hangt natuurlijk wél af van wat wij de komende tijd vinden. Wij zullen de afspraken en hoe er met de graafmachine is omgegaan bekijken en dergelijke. Ik kom daarop terug. Ik heb de voorkeur van de heer Wijmenga gehoord.
De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Is de wethouder bereid om, ongeacht de uitkomst van het onderzoek, erop aan te dringen en ervoor te zorgen dat ook hier de tegels verdwijnen? Ook hier zijn tegels gekomen in plaats van bomen. Zo winnen wij het NK tegelwippen nooit. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat is een mooie vraag van de heer Virginia, die aansluit bij door hem al eerder gestelde vragen vanavond. Ook hem heb ik gehoord. Ik vind de suggestie waardevol om te bekijken of er geen extra verharding kan komen. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Ik heb begrepen dat er niet alleen twee bomen stonden, maar dat er ook struiken waren. Is het de bedoeling dat er opnieuw struiken worden geplaatst? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik moet het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Ik stel voor dat de drie aanvullende vragen die zojuist zijn gesteld bij ons bericht van uiterlijk de tweede helft van juni a.s. worden betrokken. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn aan het eind gekomen van het vragenuur. Ik wens iedereen een fijne avond. De voorzitter sluit hierna, te 19.46 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 20 mei 2021.
13
Vragenuur van 20 mei 2021
Vragen van Rick van der Zweth (PvdA) mede namens Mahmut Sungur (DENK), Ruurt Wiegant (SP), Anne-Marijke Podt (D66), Julia van Ophem (S&S), Maarten van Heuven (PvdD), Bert van Steeg (CDA), Janneke Admiraal (CU) en Julia Kleinrensink (GroenLinks) inzake het afbetalen van schulden door gedupeerden van de toeslagenaffaire. Wethouder Voortman zal binnen twee weken een brief sturen waarin zij nader ingaat op de kwestie van het afbetalen van schulden door gedupeerden van de toeslagenaffaire.
Vragen van mevrouw Meerding (VVD), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer Nagtegaal (PVV), de heer Van Steeg (CDA) en mevrouw Streefland (ChristenUnie) inzake antisemitische leuzen bij de demonstratie van 17 mei 2021. Burgemeester Dijksma zal nagaan of het OM zelfstandig, zonder dat eerst aangifte wordt gedaan, een onderzoek kan starten, en daar de raad over informeren.
Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) inzake Geen bomenkap voor terrassen. Wethouder Diepeveen zal naar verwachting in de tweede helft van juni a.s., als de uitslag van het onderzoek binnen is, meer duidelijkheid geven over het al of niet opleggen van een herplantplicht aan de eigenaar, en dan ook ingaan op de vraag of er ook struiken teruggeplaatst zullen worden.
14