20210520 raadsvergadering.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 7e vergadering – 20 mei 2021 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 20 mei 2021 te 17.30 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Ferket, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Van der Marel, Meerding, Oosters, De Pagter, Peters, Podt, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, StreeflandDriesprong, Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Weistra, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Klein, Van Ooijen, Verschuure en Voortman. Griffier: mevrouw Van Hall. 1. Opening van de vergadering. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en de mensen die thuis meekijken van harte welkom. De raad vergadert binnen de coronamaatregelen, dat wil zeggen dat aanwezigen 1,5 meter afstand houden, zo min mogelijk lopen en een mondkapje dragen als zij door de zaal lopen. De stemmingen over de voorstellen zullen plaatsvinden in een aansluitende digitale raadsvergadering. De vergadering zal beginnen met een ceremonieel onderdeel.
Jony Ferket gaat met zwangerschapsverlof en zal tot het eind van het jaar vervangen worden door Ralph Peters. Zij wenst Jony Ferket een heel mooie tijd. Het is mooi dat er weer een kleine Utrechter bij komt. Mevrouw Ferket (D66) merkt op dat zij helaas pas volgend jaar weer terug is als raadslid. Dat is vooral een gevolg van de starre verlofregelingen die bij wet zijn vastgelegd. Vandaar dat zij namens Utrechtse raadsleden, samen met de raadsleden uit Breda en Groningen, een pleidooi stuurt aan de Tweede Kamer waarin gepleit wordt voor modernisering van de verlofregelingen, zodat men ook een kortere periode met verlof kan, maar ook met verlof kan voor bijvoorbeeld ouderschap, mantelzorg, adoptie, pleegzorg, maar ook als je bijvoorbeeld voor werk of studietijd naar het buitenland wil. Zij hoopt heel erg dat dit pleidooi ook in de rest van Nederland gehoord zal worden. Zij wenst haar vervanger, Ralph Peters, veel succes en wenst de raadsleden alle goeds.
(Applaus.)
Installatie van een tijdelijk raadslid, de heer Ralph Peters. De voorzitter heet de heer Peters en zijn familie van harte welkom. Proces-verbaal van de zitting van de commissie tot het onderzoek van de geloofsbrieven van een nieuwbenoemd lid van de raad van de gemeente Utrecht. De heer De Pagter (voorzitter commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven) meldt dat de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van nieuwbenoemde leden van de raad van de gemeente Utrecht, bestaande uit de leden Erwin Virginia, Jan Wijmenga en hijzelf, de geloofsbrieven
Raadsvergadering van 20 mei 2021 van het op 17 mei 2021 benoemd verklaarde lid van de gemeenteraad, Ralph Peters, heeft onderzocht. De commissie is tot de conclusie gekomen dat Ralph Peters voldoet aan de wettelijke vereisten voor het raadslidmaatschap en dat hij geen functie bekleedt die onverenigbaar is met het raadslidmaatschap. De commissie adviseert daarom om Ralph Peters toe te laten als lid van de raad van de gemeente Utrecht. De voorzitter dankt de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven voor haar advies. Hierna wordt zonder stemming besloten overeenkomstig het advies van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven. De heer Peters legt hierna in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af. De voorzitter feliciteert de heer Peters en wenst hem veel succes met het werk als raadslid. In verband met de coronamaatregelen zullen de aanwezigen na afloop van de vergadering de heer Peters kunnen feliciteren. De voorzitter schorst daarop de vergadering.
(Bij heropening van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer De Pagter.) Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de nestor van de raad, de heer Van Corler. De heer Van Corler (nestor) wil stilstaan bij het heugelijke feit dat de burgemeester in Utrecht is komen wonen. Hij heet haar van harte welkom als inwoner van Utrecht.
(De heer Van Corler overhandigt daarop, onder applaus van de aanwezigen, mevrouw Dijksma een boeket bloemen.) Mevrouw Dijksma (burgemeester) dankt de raad voor deze aardige geste. Zij kan de raad verzekeren dat het haar uitstekend bevalt in Utrecht. 2. Vaststellen agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 3. Ingekomen stukken. Met betrekking tot de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. 4. Raadsvoorstel geheimhouding. Op voorstel van de voorzitter wordt op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet, zonder stemming besloten de door het college opgelegde geheimhouding, zoals opgenomen in de bij de agenda gevoegde bijlage, te bekrachtigen. 5. Notulen integrale voorbereidende vergadering, raadsvergadering en stemraad van 8 april 2021. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.
2
Raadsvergadering van 20 mei 2021 6. Notulen vragenuur van 8 en 15 april 2021. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 8. Raadsvoorstel Zienswijze meerjarenbegroting BghU. De voorzitter stelt vast dat dat dit een A-punt is. Er zal over gestemd worden in de digitale stemagenda. 9. Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra. De voorzitter vraagt of het debat in de voorbereidende vergadering aanleiding heeft gegeven om een motie of een amendement in te dienen. De heer Van der Zweth (PvdA) dient mede namens de PvdA motie 73 "Altijd de mogelijkheid tot een Utrechts kindcentrum bij gebiedsontwikkeling" in. Deze motie draagt het college op bij nieuw te ontwikkelen gebieden waar woningen worden gerealiseerd, bij de start van de planvorming schoolbesturen, kinderopvangaanbieders en andere aanbieders van maatschappelijke voorzieningen te betrekken, en bij nieuwe gebiedsontwikkelingen altijd de mogelijkheid te bieden tot een of meerdere Utrechtse kindcentra, waarbij bovengenoemde functies onder één dak worden aangeboden, tenzij daar geen behoefte aan is. Voorts dient hij motie 74 in: "Een brede school moet ook een kindcentrum worden".
Deze motie draagt het college op brede scholen en hun directeuren uit te nodigen mee te denken over het versterken van de doorgaande leerlijn zoals dat op een Utrechts kindcentrum gebeurt, en brede scholen die dat willen te faciliteren in de ontwikkeling tot een Utrechts kindcentrum. Mevrouw Klein (wethouder) reageert op de ingediende moties. Zij heeft toegezegd om bij iedere gebiedsontwikkeling te verkennen of mogelijk is wat in motie 73 wordt gevraagd. Zij heeft moeite met het woord "altijd" en ontraadt daarom de motie. Ten aanzien van motie 74 gaat zij ervan uit dat de voorwaarden uit het uitvoeringsplan worden toegepast. In dat geval kan zij de motie overnemen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) meent dat bij overnemen van een motie de indiener de gelegenheid krijgt om de motie in te trekken. De heer Sungur (DENK) reageert dat sommige partijen daarvoor kiezen, maar dat andere partijen de motie in dat geval in stemming willen brengen. Om de discussie over het dictum en de toezegging te vermijden, lijkt het hem handig om de motie in stemming te brengen. De heer Van der Zweth (PvdA) wil de motie in stemming brengen. De voorzitter deelt mee dat over het voorstel en de moties gestemd zal worden in de digitale stemagenda. 10. Raadsvoorstel Ontwikkelplan en investeringsbeslissing Berlijnplein.
De voorzitter vraagt of het debat in de voorbereidende vergadering aanleiding heeft gegeven om een motie of een amendement in te dienen. De heer Van Heuven (PvdD) heeft in de voorbereidende raadsvergadering twee moties aangekondigd. Ten aanzien van diervriendelijk, natuurinclusief bouwen heeft de wethouder toegezegd dat in het voorlopig ontwerp expliciet gemaakt wordt welke maatregelen ingepast worden. Die motie dient hij derhalve niet in. Over de buitenruimte dient hij wel een motie in. De wethouder noemde Leidsche
3
Raadsvergadering van 20 mei 2021 Rijn-centrum als standaard, maar die omgeving is geen goed voorbeeld van vergroening en klimaatadaptatie. Hij dient motie 75 "Biodiverse openbare ruimte Berlijnplein" in mede namens de SP, GroenLinks, Student & Starter en Stadsbelang Utrecht. De motie verzoekt het college om bij de invulling van de openbare buitenruimte in het project Berlijnplein ook ruimte te bieden voor biodiversiteit, bij de vervolgstappen, beginnend bij het voorlopig ontwerp, expliciet te maken hoe de invulling van de openbare ruimte gaat bijdragen aan de biodiversiteit en hierbij samenhang te zoeken met de openbare ruimte in heel Leidsche Rijn-centrum. De heer Gilissen (VVD) heeft twee amendementen en een motie. Amendement 23, "Alleen krediet voor ontwerpfase", stelt voor om alleen voor de voorbereidingsfase een krediet van € 10,3 miljoen ter beschikking te stellen. Dit amendement wordt mede ingediend door de SP, CDA en Stadsbelang Utrecht. Amendement 24, "Culturele trekker van formaat", stelt voor alle beslispunten te schrappen en te vervangen door: 1. Een culturele trekker van formaat voor Leidsche Rijn te realiseren aan het Berlijnplein, waarin een grote bijeenkomstfunctie in ieder geval onderdeel is; 2.
De invulling van de culturele trekker van formaat in te vullen op basis van de vraag naar cultureel aanbod van allereerst inwoners van Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern, ten tweede de inwoners van de rest van de stad en ten derde de regio; 3. Voor deze culturele voorziening een voorbereidingskrediet ter hoogte van € 10,3 miljoen ter beschikking te stellen. Voorts wordt, mede namens de PvdA, motie 76 ingediend "Verken een thuis voor dB’s aan het Berlijnplein". Daarin wordt het college gevraagd om bij de verdere ontwikkeling van de culturele voorziening aan het Berlijnplein uitdrukkelijk meer ruimte te geven voor muziekstudio’s en te verkennen of dB’s een thuis kan krijgen op het Berlijnplein. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dient motie 77 "Bouw die vierkante meters" in. Deze motie draagt het college op vast te houden aan het originele aantal te realiseren vierkante meters op het Berlijnplein. De heer Van Steeg (CDA) dient, mede namens de PvdD, GroenLinks, ChristenUnie, PvdA en VVD, motie 78 "Ook amateurkunst op het Berlijnplein" in, die het college opdraagt: 1. Bij het vervolg van de uitwerking en uitvoering van de plannen voor het Berlijnplein actief op zoek te gaan naar een constructieve samenwerking met een breed pallet aan amateurkunstorganisaties, waarbij zij als kernpartners bij de ontwikkeling van voor hen relevante plannen betrokken worden; 2.
In samenwerking met amateurkunstorganisaties hun behoeftes en toegevoegde waarde aan het Berlijnplein te inventariseren en hier binnen de huidige kaders gepaste ruimte voor te reserveren; 3. De raad te informeren over proces en resultaat hiervan. De heer Van der Zweth (PvdA) dient twee moties in. Motie 79, "Fair Practice Code op het Berlijnplein" wordt mede ingediend door PvdA, PvdD en GroenLinks en draagt het college op: 1. Alle partijen betrokken bij het Berlijnplein te toetsen op de Fair Practice Code en dat daarmee meer dan alleen als ‘aandachtspunt’ mee te geven; 2. Het hoger scoren op de Fair Practice Code mee te wegen bij het selecteren van partijen waarmee wordt samengewerkt en daarbij rekening te houden met de categorie waarin aanbieders vallen; 3. Bij de voortgangsrapportage de gemeenteraad over de invulling hiervan de informeren. Voorts dient hij, mede namens de PvdA, motie 80 in "Regenboogplein op Berlijnplein", die het college opdraagt: 1. Een plek of uiting te creëren op het Berlijnplein voor LHBTI-gemeenschap; 2. Dit in samenwerking invulling te geven met de partijen in de stad; 3. Hier bij de gemeenteraad op terug te komen voor het eind van 2021. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) dient een amendement en twee moties in. Amendement 25 is getiteld "Kaders Ontwikkelplan en investeringsbeslissing Culturele voorziening op Berlijnplein".
Motie 81, "Raad geef wensen en bedenkingen mee voor Culturele voorziening Berlijnplein", draagt het college op: 1. De raad krijgt de gelegenheid om op het moment van het toetsen van het Voorlopig Ontwerp, haar wensen en bedenkingen mee te geven. Dit biedt de mogelijkheid voor de raad om het ontwerp op
4
Raadsvergadering van 20 mei 2021 punten bij te sturen, binnen de kaders van het afgesloten contract met het consortium; 2. Het consortium krijgt op haar beurt de gelegenheid om het ontwerp zo nodig aan te passen. Dit is ruim voordat de eerste fase van het contract wordt afgerond, zodat de inbreng van de raad te verwerken is, voordat overgaan wordt tot de realisatie van het project (en het tweede deel van het contract). Motie 82, "Laat wijkbewoners en jongeren co creëren", draagt het college op een klankbordgroep Culturele voorziening Berlijnplein op te richten met daarin wijkbewoners en jongeren, en de wijkbewoners en jongeren te laten participeren in het besluitvormingsproces rondom het ontwerp en de culturele programmering. De heer Schipper (SP) heeft de toezegging van de wethouder gekregen dat Utrecht Standaard Toegankelijk de praktijk wordt op het Berlijnplein en dat er in het voorlopig ontwerp gerapporteerd wordt hoe dat is vormgegeven. Daardoor is een motie op dit punt overbodig. Mevrouw Klein (wethouder) reageert op de ingediende amendementen en moties. Amendement 23 moet zij ontraden, omdat daardoor de business case onder druk komt te staan en de plannen niet gerealiseerd kunnen worden. Amendement 24 wordt eveneens ontraden, omdat zij het onverstandig vindt om het hele proces opnieuw te beginnen.
Amendement 25 krijgt een positief advies, omdat dit aansluit bij wat het college wil. Motie 75 krijgt, na de aanpassing, oordeel raad. Motie 76 wordt ontraden, omdat het college in gesprek is over een urgentere vraag. Motie 77 wordt eveneens ontraden. De insteek is dat de vierkante meters gebouwd worden, maar het is onverstandig om dat hier vast te leggen. Motie 78 wordt ontraden. De constatering dat er alleen werkruimte komt, klopt niet. Het college wil juist de onderlinge samenwerking bevorderen. Het is onduidelijk hoeveel uren of ruimte de motie tot gevolg heeft en het kan betekenen dat de huurprijzen omhooggaan. Motie 79 wordt ontraden. Door het stellen van strengere eisen gelden niet dezelfde eisen voor de hele gemeente. Daarnaast zijn er niet alleen cultuurpartijen op het Berlijnplein. Motie 80 wordt ontraden, omdat dit niet van bovenaf moet worden opgelegd. Er zijn goede mogelijkheden om dit vanuit de samenleving ruimte te geven. Motie 81 kan de wethouder overnemen, omdat die voor een groot deel overeenkomt met wat het college in de brief heeft geschreven. Motie 82 is overbodig, omdat dit al gebeurt. De motie krijgt oordeel raad. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de motie overbodig is of oordeel raad krijgt. Mevrouw Klein (wethouder) laat het oordeel aan de raad.
De voorzitter deelt mee dat over het voorstel en de moties gestemd zal worden in de digitale stemagenda. 11. Raadsvoorstel Besluit eerste wijziging Huisvestingsverordening in verband met wet toeristische verhuur De voorzitter vraagt of het debat in de voorbereidende vergadering aanleiding heeft gegeven om een motie of een amendement in te dienen. De heer Van der Zweth (PvdA) dient twee amendementen in. Amendement 26 "Vergunningplicht vakantieverhuur", ingediend door PvdA, SP, PvdD en DENK, stelt voor om "registratieplicht" te wijzigen in "registratie- en vergunningplicht". Amendement 27 "Maximum van 30 dagen", ingediend door PvdA, SP, PvdD en DENK, stelt voor om het maximum van 60 dagen te wijzigen in 30 dagen. De heer Van Dalen (VVD) heeft een aantal amendementen. Amendement 28 "Geen absurd hoge boetes voor een foutje bij het verhuren van je eigen woning voor een nachtje" wordt ingediend door VVD, Student & Starter, Stadsbelang Utrecht en PVV en stelt voor om de bedragen van de bestuurlijke boete
5
Raadsvergadering van 20 mei 2021 te wijzigen. De VVD is mede-indiener van een amendement van het CDA over de hoogte van de boetebedragen. Amendement 29 "Geen meldingsplicht bij elke nacht verhuren van je eigen woning" wordt ingediend door VVD, Student & Starter, Stadsbelang Utrecht en PVV en stelt voor beslispunt 1.c te schrappen en alle documenten hierop aan te passen. Amendement 30 "Geen publicatieverbod, maar afspraken maken" wordt ingediend door VVD en Student & Starter en stelt voor beslispunt 1.d te wijzigen. De heer Dekkers (GroenLinks) dient amendement 31 "Boetes afschrikwekkend maar proportioneel" in. Dit amendement stelt voor niet te werken met waarschuwingen maar met proportionele en afschrikwekkende boetes. De heer Peters (D66) dient mede namens GroenLinks amendement 32 "Proportionele boetes voor dienstverleners" in. Dit amendement stelt voor om voor de dienstverleners de boete overal op € 8.700 te bepalen. De heer Van Steeg (CDA) dient twee amendementen en een motie in. Amendement 33 "Handhaving 60-dagen grens moet degelijk en met een menselijke maat" stelt voor om beslispunt 2 te schrappen en te vervangen door "De inwerkingtreding van de meldplicht (of een alternatief voor handhaving) op korte termijn, uiterlijk eind 2021, nader uitgewerkt plan per raadsbrief toe te sturen aan de raad".
Amendement 34 "Ontzie de eerste overtreding, maar pak de notoire overtreder hard aan" wordt ingediend door CDA, D66, VVD, Student & Starter, Stadsbelang Utrecht en PVV en stelt voor bijlage 2 Tabel bestuurlijke boete te wijzigen. Motie 83 "Blijf alert op verschuivingseffecten en constructies die de grenzen opzoeken" draagt het college op: 1. In 2021 en 2022 ook te onderzoeken in hoeverre mogelijke verschuivingseffecten en nieuwe constructies zich voordoen, en hoe de gemeente hierop kan anticiperen; 2. De gemeenteraad hiervan een terugkoppeling te geven, uiterlijk bij de evaluatie in Q4 2022. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het lastig dat niet alle dicta van de moties en amendementen worden voorgelezen. De voorzitter reageert dat alle amendementen en moties in iBabs kunnen worden nagelezen en dat daarvoor ruim de tijd is voordat er wordt gestemd. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) dient amendement 35 "Verkort wachttijd en verhoog slaagkans van Utrechtse woningzoekenden!" in. Het amendement stelt voor om de bindingsregel (in artikel 2.4.5.van de verordening) van toepassing te verklaren voor het gehele grondgebied van de gemeente Utrecht, en daarin lid 4 (niet lokaal woningzoekende) door te halen. De heer Verschuure (wethouder) reageert op de moties en amendementen. Amendement 26 krijgt een negatief advies, omdat het disproportioneel is.
Amendement 27 krijgt ook een negatief advies, omdat met de termijn van 60 dagen een goede basis is gelegd qua afspraken. Alle amendementen die beogen om de boetes te verlagen, worden ontraden, omdat er sprake moet zijn van een afschrikkende werking. Daarom is aangesloten bij de richting die de wetgever heeft meegegeven voor de hoogte van de bedragen. Amendement 29 wordt ontraden, omdat de meldingsplicht belangrijk is voor het handhaven van de 60 dagen. Amendement 30 wordt ontraden, maar hij zegt wel toe dat, als er platforms komen met een werkbare manier, hij daar wel naar zal kijken. Het college wil het als verbod opnemen, maar het initiatief ligt bij de platforms om met een werkbaar voorstel te komen. Amendement 31 bestempelt hij als het minst negatieve amendement om de boetes te verlagen, maar hij moet dit amendement toch ontraden. Amendement 32 kan hij van een positief advies voorzien. Amendement 33 wordt ontraden, maar hij zegt wel toe dat de gemeente informatie zal verstrekken. Amendement 34 wordt ontraden, omdat voorgesteld wordt om de boetes over de hele linie stevig te verlagen, waarmee de afschrikwekkende werking teniet wordt gedaan.
6
Raadsvergadering van 20 mei 2021 Amendement 35 is sympathiek, maar buiten de orde van dit debat. Het amendement wordt ontraden. Motie 83 kan hij overnemen. De voorzitter deelt mee dat over de amendementen, het voorstel en de moties gestemd zal worden in de digitale stemagenda. 13. Raadsvoorstel Vaststelling Grex IPvE en SPvE Zuilense Vecht. De voorzitter vraagt of het debat in de voorbereidende vergadering aanleiding heeft gegeven om een motie of een amendement in te dienen. De heer Van Steeg (CDA) dient motie 84 "Verken de mogelijkheid van een kleinschalige buurtvoorziening" in. De motie draagt het college op om in de komende periode een onderzoek te doen naar de mogelijkheden om een kleinschalige buurtvoorziening, zoals een bakker, groenteboer, buurtwinkel of koffietentje, toe te staan in het gebied, en in de eerstvolgende planfase, uiterlijk in Q4 2021, in voorbereiding van het bestemmingsplan hierop terug te komen richting de gemeenteraad. De heer Verschuure (wethouder) heeft in het voorbereidende debat negatief geadviseerd over deze motie, omdat hij geen winkelruimte in het gebied wil toevoegen. In de omgeving zijn voldoende winkelvoorzieningen aanwezig. Hij ontraadt de motie. De voorzitter deelt mee dat over het voorstel en de motie gestemd zal worden in de digitale stemagenda. 14.
Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid ontwerp programmabegroting Regionale uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht 2022. De voorzitter stelt vast dat dat dit een A-punt is. Er zal over gestemd worden in de digitale stemagenda. 15. Wijziging Algemene plaatselijke verordening Utrecht 201, partiële herziening 2021. De voorzitter vraagt of het debat in de voorbereidende vergadering aanleiding heeft gegeven om een motie of een amendement in te dienen. De heer Van Deún (PVV) stelt dat de raad een wetgevend orgaan is en regels maakt, maar ook een oogje dicht doet bij de handhaving. Dat kan niet volgens de PVV. Daarom wordt amendement 36 ingediend om lid 1 van artikel 2:38b te wijzigen. De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens ChristenUnie, Student & Starter, PvdD en Stadsbelang Utrecht motie 85 "Verzamel oud voedsel" in, waarin het college wordt opgedragen: 1. te kijken hoe een initiatief als in Rotterdam ook in Utrecht kan bijdragen aan het tegengaan van voedselverspilling en voorkoming van een groeiende rattenpopulatie; 2. met mogelijke partners die een rol in kunnen spelen hierover in gesprek te gaan; 3. over de mogelijkheden en het belang van hergebruik van voedsel richting bewoners te communiceren; 4. en de raad over de voortgang te informeren.
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dient mede namens Stadsbelang Utrecht, DENK, GroenLinks en PvdD amendement 37 "Kennisgevingstermijn demonstreren blijft 24 uur" in, waarin wordt voorgesteld om de beslispunten 1b en 1c te schrappen. De heer Van Heuven (PvdD) dient twee amendementen in. Amendement 38 "Geen uitzondering voor hengelaars bij voederverbod dieren" dient hij samen met GroenLinks in. Het besluit luidt: aan beslispunt 1 sub f van het raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 toe te voegen: "waarbij in artikel I sub F van het
7
Raadsvergadering van 20 mei 2021 Besluit tot wijziging lid 2 sub b van artikel 2:38b (‘personen die de sportvisserij beoefenen en in het bezit zijn van een daartoe bestemde en geldige VISpas’) wordt geschrapt". Amendement 39 "Geen zeer grootschalige evenementen in parken tijdens het broedseizoen" stelt voor om: 1. aan beslispunt 1 van het raadsvoorstel Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 toe te voegen: "i. Opnemen van een verbod op zeer grootschalige buitenevenementen, zoals benoemd in de Verordening op de heffing en invordering van leges 2021 gemeente Utrecht, in parken en groengebieden tijdens het broedseizoen." 2. aan het Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 onder Artikel I de volgende bepaling toe te voegen: "L. Aan art.121 (van Afdeling 6 ‘Evenementen’) wordt een dertiende lid toegevoegd luidende: 13. Vanwege de extra negatieve impact van zeer grootschalige buitenevenementen, als bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van leges 2021 gemeente Utrecht, op het welzijn van vogels en andere dieren, mogen deze niet plaatsvinden in parken en groengebieden tijdens het jaarlijkse broedseizoen van 15 maart tot 15 juli". Mevrouw Meerding (VVD) dient een amendement en een motie in.
Amendement 40 "Beperk het voederverbod" stelt voor om artikel 2:38b te wijzigen. Dit amendement wordt ingediend door VVD en ChristenUnie. Motie 86 "Neem overlast van versterkte gebedsoproepen serieus" wordt ingediend door VVD, PVV en Stadsbelang Utrecht en draagt het college op om meldingen omtrent geluidsoverlast van versterkte gebedsoproepen zorgvuldig en als aparte categorie te registreren, om bewoners die overlast ervaren actief te ondersteunen bij het gesprek met de betreffende instelling, en met een voorstel te komen om in de APV nadere regels vast te stellen over de duur en het geluidsniveau van gebedsoproepen en hoe op te treden bij overlast. De heer Van der Zweth (PvdA) dient mede namens Student & Starter amendement 41 "Maak tippelen niet onmogelijk in Utrecht" in, met als besluit om beslispunt 1h uit het raadsvoorstel te schrappen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) meldt dat er over lachgas het een en ander is gewisseld in de voorbereidende vergadering. De ChristenUnie ziet uit naar de evaluatie en dient geen amendement op dit punt in. De heer Koning (D66) dient een amendement en een motie in. Amendement 42 "APV, partiële herziening 2021" dient hij samen met Student & Starter in, met als besluit om artikel 2:28 lid 3 te schrappen. Motie 87 "Alcoholgebiedsverbod als ultimum remedium" wordt eveneens ingediend samen met Student & Starter.
De motie draagt het college op: 1. Dit verbod alleen in te zetten als ultimum remedium van tijdelijke aard: wanneer uiterste inspanningen om anderszins overlast in specifieke gebieden te voorkomen niet effectief gebleken zijn; 2. De raad te informeren bij het toepassen van dit verbod, en daarbij aan te geven voor welke duur dit wordt ingesteld. Mevrouw Dijksma (burgemeester) geeft een reactie op de amendementen en moties. Amendement 36 wordt ontraden om redenen die in de voorbereidende raadsvergadering zijn gegeven. Bij motie 85 laat zij het oordeel aan de raad, omdat het college hier geen bezwaar tegen heeft. Amendement 37 wordt ontraden. Ook demonstraties die kort tevoren worden aangekondigd, zullen worden gefaciliteerd. De amendementen 38 en 39 worden eveneens ontraden. De bescherming van broedende dieren wordt altijd in het oog gehouden bij het verlenen van vergunningen. Een beperking zoals voorgesteld, zorgt ervoor dat de druk op andere plekken onevenredig groot wordt. Amendement 40 wordt ontraden, omdat het ingewikkeld is om gebieden aan te wijzen waar wel gevoerd mag worden.
8
Raadsvergadering van 20 mei 2021 Motie 86 wordt ontraden, omdat op basis van overlastmeldingen altijd het gesprek wordt aangegaan. De ervaring is dat daar gevolg aan gegeven wordt. Opname in de APV is dan ook niet nodig. Amendement 41 wordt ontraden, omdat het voorstel voortvloeit uit wat de raad eerder besloten heeft. Over de toekomst voor sekswerkers in de stad zal in het kader van het nieuwe Zandpad snel gesproken worden. Amendement 42 wordt ontraden, omdat juist het maatwerk zorgt voor een proportionele aanpak. Met betrekking tot motie 87 zegt de burgemeester toe dat het informeren van de raad zeker aan de orde is. Het verbod is altijd een ultimum remedium. Het begrip "van tijdelijke aard" is lastig, want het kan voor langere tijd nodig zijn. Zij laat het oordeel over de motie aan de raad. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) trekt motie 81 in, omdat die door de wethouder is overgenomen. De heer Van der Zweth (PvdA) trekt om dezelfde reden motie 74 in. Hij vindt de procedure inzake overgenomen moties onduidelijk en stelt voor die nog eens te bespreken. De voorzitter is het hiermee eens en zegt dit toe. Voorts deelt hij mee dat over de amendementen, het voorstel en de moties gestemd zal worden in de digitale stemagenda. Daarop schorst de voorzitter de vergadering tot 20.00 uur. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 16.
Debat raadsbrief Barometer culturele diversiteit. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de resultaten van de Barometer culturele diversiteit vorige maand in de commissie besproken zijn. Die resultaten leggen een pijnlijke realiteit bloot. Het is droevig gesteld met de culturele diversiteit in Utrecht. In de commissie is daarom uitgesproken dat de ambitie omhoog moet en het beleid minder vrijblijvend moet zijn. Zijn fractie mist bij het college een gevoel van urgentie. Daarom komt zijn fractie vandaag met moties. Ook dient zijn fractie moties van DENK en GroenLinks mede in. De Barometer culturele diversiteit maakt een meer op feiten gebaseerd diversiteitsbeleid mogelijk. Nu de feiten op tafel liggen, wil zijn fractie dat er van het college ook concrete streefcijfers komen, zodat het diversiteitsbeleid beter te monitoren is en minder vrijblijvend wordt. Hij dient hierover motie 88 in (Naar een concreet en ambitieus diversiteitsbeleid bij de gemeente). Utrecht loopt in G4-verband niet voorop als het gaat om de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie en het stimuleren van een diversere en inclusievere werkvloer. De andere drie grote steden hebben een stedelijk platform of netwerk voor werkgevers die zich inzetten voor een diverser personeelsbestand en het aanpakken van arbeidsmarktdiscriminatie.
Daarom dient zijn fractie samen met de DENKfractie motie 89 in (Oprichting Platform 030 Divers & Inclusief), waarin wordt opgeroepen om iets dergelijks ook in Utrecht te organiseren. De heer Sungur (DENK) merkt op dat de Barometer culturele diversiteit laat zien dat er nog een behoorlijke weg te gaan is om een diverser personeelsbestand waar te maken. Belangrijke vraag daarbij is hoe de ambitie vertaald kan worden in concrete doelen. Ook zijn fractie mist concrete streefcijfers. Daarom dient zijn fractie de moties van PvdA en GroenLinks hierover mede in. Het gaat waarschijnlijk nog vele jaren duren voordat de gemeente in de buurt komt van waar ze wil zijn op het vlak van diversiteit in het personeelsbestand. Ook zijn fractie mist bij het college de urgentie en effectieve acties om bepaalde structuren fundamenteel te doorbreken. Daarom dient zijn fractie drie moties in. Zijn fractie stelt voor om te gaan werken met een voorkeursbeleid, waarbij bij gelijke geschiktheid de voorkeur wordt gegeven aan een persoon met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit wordt door zijn fractie al langer bepleit. De GroenLinks-wethouder in Amsterdams is daar vorig jaar al toe overgegaan. Wat zijn fractie betreft is dit een tijdelijk instrument, zodat de achterstand op dit punt snel kan worden ingelopen, en is het instrument op termijn niet meer nodig.
Hij dient op dit punt samen met de PvdA-fractie motie 90 in (Voorkeursbeleid voor diversiteit in de top van de gemeente).
9
Raadsvergadering van 20 mei 2021
10
De heer Van Deún (PVV) vraagt zich af waarom in de motie wordt opgeroepen tot meer diversiteit in functies vanaf schaal 10. Waarom geldt dit niet voor alle schalen? De heer Sungur (DENK) antwoordt dat uit de cijfers blijkt dat het vanaf schaal 11 dramatisch gesteld is met de diversiteit. Daarom heeft zijn fractie ervoor gekozen om het beleid vanaf schaal 10 in te zetten, omdat dit naar verwachting het meeste effect heeft. De heer Van Deún (PVV) vindt dit jammer. Het beleid zou voor iedereen moeten gelden, ook voor de mensen in de schalen 4, 5 of 6. De heer Sungur (DENK) antwoordt dat de Barometer culturele diversiteit laat zien dat het tot schaal 5 eigenlijk redelijk goed gaat. Vanaf schaal 5 geldt: hoe hoger het schaalniveau, hoe minder het aantal mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Vanaf schaal 10 is het echt heel dramatisch gesteld: slechts 3% van de medewerkers boven schaal 11 heeft een niet-westerse migratieachtergrond, terwijl dat op grond van de cijfers van het CBS 13% zou moeten zijn. Vandaar dat zijn fractie dit ingrijpende instrument specifiek voor die groep wil inzetten. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het jammer dat een voorkeursbeleid nodig is, maar hij kan zich voorstellen dat het nodig is.
Hoe lang zou DENK dit beleid willen laten voortduren? Wat moet hij verstaan onder "tijdelijkheid"? De heer Sungur (DENK) denkt dat het vooral lastig is om de eerste paar stappen te maken. Hij denkt dat het, als er eenmaal voortgang gemaakt wordt, makkelijker wordt om een nieuwe groep aan te spreken en die mensen ook te werven. Hij durft niet te zeggen dat dit na twee, drie of vijf jaar al is geregeld. Met het woord "tijdelijk" wordt alleen meegegeven dat dit geen blijvend instrument is. Alleen moet de huidige kloof nu worden gedicht. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt hoe de heer Sungur aankijkt tegen de verschillen in opleidingsniveau. Het is algemeen bekend dat op dit moment mensen met een migratieachtergrond over het algemeen een lager opleidingsniveau hebben dan mensen met een westerse achtergrond. Zij denkt dat dit zich ook doorvertaalt in de hogere salarisschalen. Hoe denkt de heer Sungur geschikte mensen met een niet-westerse migratieachterstand te vinden? De heer Sungur (DENK) denkt dat dit in de cijfers maar heel beperkt invloed heeft. Tegenwoordig kunnen ook mensen met een niet-westerse achtergrond heel succesvol zijn in het onderwijs, zodat wat dat betreft de gaten al behoorlijk zijn gedicht. Maar men loopt tegen andere problemen aan die ervoor zorgen dat de ongelijke situatie in stand wordt gehouden.
Hij denkt dat die situatie op basis van zijn voorstel behoorlijk verbeterd kan worden. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat iedereen gelijk is. Bij het zoeken naar personeel gaat altijd de kwaliteit boven de identiteit van de sollicitant. Hij kan zich niet voorstellen dat de afdeling personeelszaken van de gemeente een beleid gaat hanteren op grond waarvan de identiteit van de sollicitant vooropstaat in plaats van de kwaliteit. De heer Sungur (DENK) stelt dat dit niet aan de orde is. In de motie wordt nadrukkelijk gezegd dat "bij gelijke geschiktheid" de voorkeur uitgaat naar iemand met een niet-westerse migratieachtergrond. Het gaat erom dat er ook bij gelijke geschiktheid toch vaak wordt gekozen voor iemand met een westerse achtergrond. In de motie wordt opgeroepen om bij gelijke geschiktheid ook te kijken naar andere aspecten die van waarde kunnen zijn voor de diversiteit van de organisatie. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) waardeert de initiatieven die DENK op dit gebied neemt. Maar zij vraagt zich af of in dit geval niet beter gewacht kan worden totdat de ervaringen bekend zijn die Amsterdam met het gebruik van dit instrument heeft opgedaan. Daarna kan dit instrument wellicht wat meer gericht worden ingezet. De heer Sungur (DENK) vraagt zich af waarom Utrecht zou moeten wachten met het invoeren van dit instrument. Er wordt al zo lang gewacht en Utrecht zit op 3%.
Sinds 2016 wordt er nauwelijks voortuitgang geboekt op het punt van de instroom. Als er helemaal niets was gedaan, had men nu
Raadsvergadering van 20 mei 2021
11
misschien op 2,5% gezeten. Er worden al veel stappen gezet, maar het beleid zou krachtiger moeten zijn, met meer concrete maatregelen. Zijn fractie wil niet afwachten, want voor je het weet, is men weer een jaar verder. De ervaringen in Amsterdam hoeven niet per se eerst afgewacht te worden voordat Utrecht dit instrument inzet. Zijn fractie is ervoor om gewoon die stap te zetten en te bekijken welk effect dat heeft. Als het niet werkt, kan alsnog besloten worden het weer te beëindigen. Zijn volgende motie is gericht op het oprichten van een personeelsnetwerk, dat zich in het bijzonder richt op personeel met een niet-westerse migratieachtergrond. Een dergelijke netwerkorganisatie wordt sterk aangeraden door het Kennisplatform Integratie en Samenleving, omdat dit helpt bij het komen tot een effectief diversiteitsbeleid. Zo'n netwerk kan helpen bij het binden van medewerkers aan de organisatie en kan dienen als interne en externe vraagbaak rondom bepaalde vraagstukken, waaronder de werving van nieuwe medewerkers. Zo'n netwerk is vergelijkbaar met de U-pride en de Jonge Ambtenaren Utrecht. Een dergelijk netwerk zal uiteindelijk gedragen moeten worden door de medewerkers en niet door de ambtelijke organisatie of het college. Hij vindt het belangrijk om in kaart te brengen of die behoefte onder de medewerkers bestaat.
Daarom dient hij motie 91 in (Inventariseer oprichting van een bi-cultureel personeelsnetwerk). Het lijkt zijn fractie ook goed om diversiteit in het personeelsbestand niet alleen bij de gemeentelijke organisatie te bevorderen, maar deze inzet breder te trekken naar deelnemingen waarvan de gemeente Utrecht aandeelhouder is. Daarom dient zijn fractie samen met de fracties van PvdA en PvdD motie 92 in (Bevorder diversiteit bij deelnemingen van de gemeente). Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) merkt op dat de gemeentelijke organisatie een goede weerspiegeling moet zijn van de kleurrijke stad die Utrecht is. Het college heeft de handschoen al in 2019 opgepakt en als een van de eerste gemeenten een Actieplan diversiteit en inclusie gelanceerd. Inmiddels heeft het college via deze Barometer een kwantitatief inzicht gekregen in de feitelijke cijfers omtrent de culturele diversiteit van de gemeentelijke organisatie. Een mooi moment voor de gemeente om die meting te gebruiken en zich door feiten gedreven voort te bewegen. Zij dankt de wethouder voor de toezeggingen die zij in de commissie heeft gekregen. Vandaag focust zij zich specifiek op het onderwerp "meer diversiteit in de top". Via moties wil zij zaken waar nog geen concrete reactie op is gekomen, wat beter vastleggen.
Haar fractie roept het college op om ambitieuze streefcijfers te formuleren voor meer diversiteit in de top en te komen met een integrale aanpak en talentontwikkeling om die streefcijfers te kunnen halen. Daartoe dient zij, in nauwe samenwerking met collega's van PvdA, DENK, D66, ChristenUnie en PvdD, motie 93 in (Meer diversiteit in de top van gemeente Utrecht, tijd voor versnelling!). De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Deldjou Fard het met hem eens is dat een te voeren voorkeursbeleid het aanzienlijk makkelijker maakt om dat soort ambitieuze streefcijfers te halen? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) antwoordt dat er vele instrumenten zijn die ingezet kunnen worden. Het is altijd zoeken welk instrument op welk moment nodig is. Zij is niet tegen de suggestie van DENK inzake het starten van een voorkeursbeleid, maar als een dergelijk beleid in een andere stad al gaande is, is het misschien beter om heel even te wachten tot de wethouder de informatie over de ervaringen met dat beleid in die andere stad ontvangen heeft. Op die manier kan men gerichter te werk gaan. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat mevrouw Deldjou Fard voor de zomer heeft gezegd dat afgewacht moest worden wat er uit de Barometer culturele diversiteit zou komen. Nu blijkt dat die Barometer heel slechte scores laat zien en dat verbeteringen dus urgent zijn.
Maar nu moet er volgens haar weer gewacht worden tot er resultaten uit een andere stad voorliggen. Is dit niet het moment om keuzes te maken, zeker als men ambitieuze streefcijfers wil hanteren? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) herhaalt dat het erom gaat welk instrument je op welk moment nodig vindt. Voor het inzetten van het door DENK voorgestelde specifieke instrument wil zij de resultaten uit Amsterdam nog even afwachten. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) wil benadrukken dat streefcijfers belangrijk en nodig zijn, maar dat vooral de leidinggevenden in de top van de organisatie in dezen een belangrijke rol spelen. Daadkrachtige topbestuurders en leidinggevenden kunnen echt het verschil maken. Hoe kijkt de wethouder aan tegen dit belangrijke cultuuraspect en op welke wijze kan zij dat stimuleren?
Raadsvergadering van 20 mei 2021
12
Leidinggevenden aan de top zullen overtuigd moeten zijn van de meerwaarde van diversiteit, dit moeten uitdragen en verankeren in het HR-beleid. Hoe denkt de wethouder dit cultuuraspect te kunnen verstevigen? De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of mevrouw Deldjou Fard het met hem eens is dat een te voeren voorkeursbeleid het aanzienlijk makkelijker maakt om de ambitieuze streefcijfers te halen. De heer Sungur (DENK) is benieuwd wanneer voor GroenLinks het moment is aangebroken om wél over te gaan tot het door hem voorgestelde voorkeursbeleid. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) herhaalt dat de wethouder heeft toegezegd de cijfers uit het onderzoek in Amsterdam mee te nemen. Het moment dat die cijfers beschikbaar zijn, lijkt haar een goed moment om te beoordelen of het beoogde instrument ook in Utrecht inzetbaar is. De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat mevrouw Deldjou Fard voor de zomer zei dat de resultaten van de Barometer moesten worden afgewacht. Nu zijn die resultaten er, de scores zijn slecht, en de noodzaak voor het ondernemen van actie blijkt urgent.
Dan moet er nu toch voor het inzetten van het voorkeursbeleid gekozen worden, gelet op de woorden van mevrouw Deldjou Fard voor de zomer? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) herhaalt dat voor de zomer werd gezegd: waarom volgen wij Amsterdam niet? Zij heeft toen gezegd dat Utrecht het op de eigen manier moet doen en dat het belangrijk is om te bekijken welke instrumenten het beste bij Utrecht passen. Zij dient een motie in waarin duidelijk wordt wat volgens GroenLinks op dit moment nodig is om dit onderwerp op de kaart te zetten. Verder vraagt zij namens GroenLinks om specifieke aandacht voor vrouwen met een migratieachtergrond in leidinggevende functies vanaf schaal 9. Met vrouwen in leidinggevende functies zit het in de gemeente Utrecht goed: 53%. Het is echter onduidelijk hoe het zit met de aanwezigheid van vrouwen met een migratieachtergrond in de hogere regionen van de gemeentelijke organisatie. Een derde van de meldingen van discriminatie op de arbeidsmarkt heeft betrekking op afkomst, meldt de Monitor Arbeidsdiscriminatie. Daarnaast spelen factoren als gender een rol, waardoor mensen als door kruisbestuiving nog meer kunnen achterblijven. Hier moet men in het beleid meer oog voor hebben. Zij hoopt dat de gemeente gaat inzetten op meer aandacht voor in- en doorstroom van deze groep.
De wethouder heeft in de commissie al gezegd dat zij dit een goed punt vond, waaraan zij meer aandacht wil besteden. Vandaag vraagt zij de wethouder om toe te zeggen om een goede vertegenwoordiging van vrouwen met een migratieachtergrond te willen stimuleren in leidinggevende functies bij gemeentelijke organisaties vanaf schaal 9. Over dit punt houdt zij een motie achter de hand. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het op zich sympathiek dat specifiek aandacht wordt gevraagd voor vrouwen. Maar daarmee wordt er weer een extra splitsing gemaakt, waardoor er weer heel veel vormen van diversiteit ontstaan waarop specifiek moet worden gestuurd. Daarmee wordt volgens haar niets opgelost. Het lijkt haar beter alle mensen met een migratieachtergrond samen te pakken. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) denkt dat met de specifieke aandacht voor vrouwen een heleboel wordt opgelost. Het gaat om een groep die achterblijft op de arbeidsmarkt. Het is goed dat de gemeente daar oogt voor heeft en ervoor zorgt dat iedereen gezien wordt. Mevrouw Meerding (VVD) stelt dat op dit moment alle mensen met een migratieachtergrond achterblijven. Waarom moet in die groep dan een splitsing worden aangebracht? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) beaamt dat uit de Barometer blijkt dat alle mannen en vrouwen met een migratieachtergrond achterblijven. Het doel is dat al deze mensen mee kunnen komen.
Maar vrouwen blijven nog verder achter. Zij vraagt om voor die specifieke groep oog te hebben, opdat er vanaf schaal 9 meer vrouwen met een migratieachtergrond in de organisatie komen. De heer Van Deún (PVV) heeft vandaag allerlei groepen voorbij horen komen, maar hij mist de aandacht voor de groep LHBTI'ers, hun veiligheid en hun acceptatie. In de commissie heeft zijn fractie al opgemerkt niet zo ontevreden te zijn over de diversiteit, omdat de cijfers aansluiten bij de
Raadsvergadering van 20 mei 2021
13
landelijke cijfers, hoewel hij het ermee eens is dat het altijd beter kan. Zijn fractie maakt zich er wel zorgen over dat mensen met een niet-westerse achtergrond veelal vijandig staan tegenover homoseksualiteit. Beide groepen mensen werken in en bij de gemeente. Dat is heel mooi en dat moet ook zo blijven. Maar voelen die collega's zich wel veilig? Uit recente artikelen en onlangs een item in Nieuwsuur blijkt dat moslims worstelen met homoseksualiteit. De gemeente heeft beide groepen in huis, wat een goede zaak is, maar het mag niet zo zijn dat mensen zich onveilig voelen. Zijn fractie zou graag zien dat in het jaarlijkse beoordelings- en functioneringsgesprek dat alle medewerkers hebben, wordt opgenomen hoe zij specifiek omgaan met LBHTI-collega's en hun acceptatie- en veiligheidsgevoel. Op die manier kan gemonitord worden hoe inclusief de eigen medewerkers zijn tegenover LHBTI-collega's. Hij houdt een motie hierover achter de hand. De heer Sungur (DENK) is benieuwd of de heer van Deún signalen heeft ontvangen van gemeentelijke ambtenaren die zich onveilig zouden voelen. De heer Van Deún (PVV) antwoordt dat hij die signalen niet persoonlijk heeft ontvangen. Hij gaat uit van artikelen in de kranten en andere media. Ook de vragen die over dit punt zijn ingediend door collega's hebben hem getriggerd. De gemeente heeft beide groepen in haar personeelsbestand.
Hij wil uitdrukkelijk zeggen dat hij daar voorstander van is. Maar iedereen moet zich wel veilig voelen. Dat geldt voor moslims, maar ook voor homo's. De heer Sungur (DENK) onderstreept dat laatste van harte. In allerlei enquêtes en onderzoeken wordt al gevraagd naar de veiligheid van medewerkers. Het lijkt hem niet goed om krantenartikelen als basis te nemen. De heer Van Deún (PVV) vindt dat voorkomen beter is dan het achteraf ellende moeten bestrijden. Daarom moeten bepaalde dingen bespreekbaar gemaakt worden in de organisatie. Pas als er gemonitord wordt, blijkt of er een probleem is of niet. Als het er niet is, prima. Als het er wel is, moet er iets aan worden gedaan. De heer Saiah (D66) stelt dat iedereen het erover eens is dat het personeelsbestand op het stadskantoor een afspiegeling zou moeten zijn van de bevolking van de stad. In de commissie zijn daarover een aantal punten ingebracht, die de wethouder merendeels heeft overgenomen. Zij zou daarop terugkomen in een brief. Zijn fractie wacht die brief rustig af. Zijn fractie heeft motie 93 van GroenLinks inzake het formuleren van ambitieuzere streefcijfers meeondertekend. Hij zou graag zien dat de acties die de wethouder in de commissie heeft genoemd, samenvallen met de streefcijfers die zij opschrijft.
De wethouder is het afgelopen jaar op pad gestuurd om een pact op te stellen met werkgevers, sportclubs en woningcorporaties. Zou het niet goed zijn om in dat pact ook diversiteitsbeleid op te nemen? De heer Sungur (DENK) is benieuwd hoe D66 tegen zijn motie 90 inzake het voorkeursbeleid aankijkt. Hij kan zich voorstellen dat D66, een progressieve partij die de urgentie voelt van diversiteit in het personeelsbeleid, achter die motie staat. De heer Saiah (D66) antwoordt dat het college tijdens de commissievergadering heeft gezegd dat er acties, met daaraan verbonden streefcijfers, geformuleerd zullen worden. D66 wacht dat af. Als het college met die acties komt, zal zijn fractie daar een oordeel over vellen. De heer Van Steeg (CDA) vindt het een goede zaak dat er gepraat wordt over een belangrijk onderwerp als diversiteit in het personeelsbeleid. Ook zijn fractie ziet dat er een probleem is, maar ziet ook dat er al heel veel gebeurt. Er zijn ook heel hoopvolle signalen. De diversiteit onder de jongere medewerkers is al veel groter. Het gaat om een traject dat op de langere termijn de goede kant op gaat. Hij begrijpt dat enkele partijen een bepaalde urgentie voelen, maar er ligt een plan op basis waarvan al veel gebeurt.
Hij roept de wethouder op om nog eens goed te bekijken hoe op het stadskantoor de cultuur veranderd kan worden door het gesprek aan te gaan aan de hand van de vraag: hoe kijken wij naar diversiteit, hoe kunnen wij breder kijken dan wij normaal doen en hoe kunnen wij onze eigen vooroordelen wegnemen? Dat gesprek moet steeds op nieuw geagendeerd worden. Hij gelooft daar meer in dan in het via moties steeds weer hogere streefcijfers voorschrijven.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
14
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dankt de collega-raadsleden die dit debat geagendeerd hebben. De afspiegeling van de stad in het bestuur en de organisatie is geen leukigheidje, geen hobby, maar gewoon een noodzaak. De Utrechters moeten vertrouwen kunnen hebben in de raad, het dagelijks bestuur en de ambtenaren, en dat lukt het best als zij zich kunnen herkennen in het bestuur en de organisatie. Omgekeerd is het voor de raad en de ambtenaren gemakkelijker om te weten wat er speelt in de stad als raad en ambtenaren een afspiegeling zijn van de stad. Zij onderschrijft de woorden van de heer Van Steeg. De cijfers in de Barometer zijn belangrijk, want die tonen de urgentie aan, maar het gaat ook om het kwalitatieve verhaal daarachter. Hoe gaat men uiteindelijk een verbeterslag maken? Dat is het stukje dat haar fractie mist. Kan de wethouder er ook een kwalitatieve analyse op loslaten? Hoe gaat men de verbeterslag maken? Omdat inclusiviteit en diversiteit een precair onderwerp is, is het nodig dat men met elkaar goed de route bepaalt. Mevrouw Voortman (wethouder) dankt de raad voor de inbreng. Het laat zien dat dit onderwerp enorm leeft. Ook zij vindt dit onderwerp belangrijk. Om die reden is zij twee jaar gleden gekomen met het Actieplan diversiteit en inclusie.
Dat gaat niet alleen over mensen met een bi-culturele achtergrond, waar het vandaag veel over gaat, maar ook over mensen met een LHBTQI+-achtergrond en mensen met een beperking. De gemeentelijke organisatie moet een afspiegeling van de stad zijn, zodat mensen zich kunnen herkennen in de mensen die voor hen werken. Toen het Actieplan gepresenteerd werd, wilde men gebruikmaken van de CBS-monitor, omdat men daarmee een nulmeting heeft. Uit de CBS-monitor blijkt dat vooral in de top nog veel te doen is. Om die reden zijn in het Actieplan diversiteit en inclusie tal van verschillende maatregelen genomen in de afgelopen jaren. Ook in de komende tijd zullen nog diverse maatregelen genomen worden. Aangezien uit de Barometer culturele diversiteit blijkt dat vooral in de hogere schalen het personeelsbestand te "wit" is, zal zij in het derde kwartaal met aanvullende maatregelen op dat vlak komen. Daarnaast wordt het Actieplan diversiteit en inclusie herzien en zal zij begin 2022 in de volle breedte met een nieuw plan komen. De urgentie wordt zeer breed gevoeld. Wat haar betreft wordt er in de komende tijd nog meer gedaan om die afspiegeling van de stad te worden. Het is nooit te voorspellen hoe te nemen maatregelen uitpakken. Het veranderen van de cultuur in de organisatie is inderdaad een enorm belangrijk aspect. Daarin zal geïnvesteerd moeten worden.
De cultuur moet goed gedragen worden, ook door de mensen die het personeel aannemen. Het gevraagde in motie 93 (Meer diversiteit in de top van gemeente Utrecht, tijd voor versnelling!) heeft zij de facto al toegezegd. Maar zij wil wel een slag om de arm houden, want streefcijfers zijn niet de oplossing. De oplossing zit in de concrete acties, en die kosten tijd. De eerste resultaten zijn nu zichtbaar, maar tegelijkertijd gaat het nog niet snel genoeg. Er wordt al veel geïnvesteerd in doorstroom, maar dat vergt een lange adem. Een streefcijfer dat nu wordt bepaald, zal niet volgend jaar al behaald zijn. Desondanks wil zij de motie ondersteunen, of het oordeel daarover aan de raad laten. Motie 88 (Naar een concreet en ambitieus diversiteitsbeleid bij de gemeente) vraagt om een aanscherping van het Actieplan. Zij heeft dat al toegezegd. Wel denkt zij dat de prioriteit bij de top van de organisatie moet liggen. Om die reden ontraadt zij motie 88. Overigens is zij van mening dat het beleid al ambitieus is. De heer Van der Zweth (PvdA) verduidelijkt dat in de motie wordt gezegd dat men met een streefcijfer alleen voor de top niet klaar zijn en dat er breder streefcijfers moeten worden gesteld, zodat over twee jaar kan worden bekeken wat wel en niet gelukt is. Mevrouw Voortman (wethouder) herhaalt dat zij een aangescherpt Actieplan heeft aangekondigd.
Door meer streefcijfers aan te houden, verwatert juist de ambitie. Zij stelt voor om te beginnen met een streefcijfer voor de top van de organisatie. Daarna kan men op meer terreinen streefcijfers bepalen. De heer Van der Zweth (PvdA) ziet niet in dat door meer streefcijfers het beleid zou verwateren. Streefcijfers zijn een middel om achteraf te bezien of de gestelde doelen behaald zijn. Als men zich alleen op de top richt, wordt slechts naar een klein deel van het vraagstuk gekeken. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat uit de Barometer blijkt dat de meeste inzet aan de top gepleegd zal moeten worden. Daarom moet daar de focus op worden gelegd.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
15
Motie 89 gaat over de oprichting van een Platform 030 Divers & Inclusief. Vanuit haar voortrekkersrol in het aanjagen van de anti-discriminatieagenda heeft de gemeente al contacten met veel organisaties in Utrecht. Daarmee past de motie bij de bestaande aanpak van arbeidsdiscriminatie. Daarnaast wordt bekeken of samen met werkgevers plannen kunnen worden gemaakt op het gebied van diversiteit en inclusie, ook in het kader van de anti-discriminatieagenda. In motie 89 wordt gevraagd om het structureel organiseren van een dergelijk platform, maar dat vraagt ook om financiële en personele middelen. Daar is op dit moment niet in voorzien. De motie heeft dus geen dekking. Om die reden moet zij de motie ontraden. Zij zet zich echter al in voor het doel dat het beoogde platform nastreeft. De heer Van der Zweth (PvdA) beaamt dat een dergelijk platform ambtelijke capaciteit kost. Maar in het debat rond de Black Lives Matter-demonstraties vertelde de wethouder dat er voldoende ambtelijke capaciteit was om aan een dergelijke zaak aandacht te besteden, omdat die capaciteit in alle organisatieonderdelen verweven is. Hij hoopt niet dat het gebrek aan ambtelijke capaciteit nu de reden is om een dergelijk platform niet in te stellen. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat de gemeente met het structureel organiseren van een dergelijk platform een extra taak op zich neemt.
Als men dit goed wil aanpakken, zijn daar middelen en capaciteit voor nodig. De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat in een eerder debat overtuigend werd gezegd dat dit geen probleem opleverde. In de andere G4-steden heeft een dergelijk platform succes. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat de gemeente in het kader van de anti-discriminatieagenda al contacten heeft met veel organisaties. De vraag is of er een apart platform, dat structureel moet worden georganiseerd en gefaciliteerd, in het leven moet worden geroepen. Zij ontraadt motie 89. In motie 90 wordt gevraagd om een voorkeursbeleid voor diversiteit in de top van de gemeente. Zij heeft gezegd dat zij daarover in gesprek gaat met de gemeente Amsterdam. Dat wil zij eerst doen. Om die reden ontraadt zij de motie. De heer Sungur (DENK) vindt dat de wethouder met Amsterdam in gesprek kan gaan en tegelijkertijd al kan beginnen met het gevraagde in motie 90. Hij hoort de wethouder zeggen dat zij bereid is om in gesprek te gaan en dat zij over een halfjaar met een brief zal komen, maar hij mist de concrete acties om daadwerkelijk een verandering teweeg te brengen. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt vast dat de heer Sungur het Actieplan diversiteit en inclusie en de voortgangsbrieven daarover blijkbaar niet goed heeft gelezen. Daarin staan tal van acties.
Een onderwerp als doorstroming is niet iets wat morgen al gerealiseerd kan worden. Er zijn al concrete acties in gang gezet en er wordt al heel veel gedaan op dit gebied. De heer Sungur (DENK) antwoordt dat hij alle voortgangsbrieven heel goed heeft gelezen. In de brief die met het Actieplan is meegestuurd, stelt de wethouder dat al jaren wordt ingezet op culturele diversiteit in de top van de ambtelijke organisatie. Maar de Barometer culturele diversiteit wijst uit dat het tot nu toe bij 3% is gebleven, terwijl het in de richting van 13% zou moeten gaan. Kennelijk hebben de tot nu toe ingezette acties dus onvoldoende teweeggebracht. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat die acties in de afgelopen twee jaar zijn ingezet. De 13% gaat over beroepsniveau 4, vanaf schaal 9. De 3% gaat over schaal 12. De heer Sungur vergelijkt dus twee heel verschillende dingen met elkaar. In motie 92 wordt gevraagd de diversiteit bij deelnemingen van de gemeente te bevorderen. Het college is groot voorstander van een inclusieve arbeidsmarkt en stimuleert partijen in de stad om hun personeelsbestand zo veel mogelijk een afspiegeling van de stad te laten zijn. In de komende tijd gaat zij in gesprek met partijen in de stad om hen te committeren aan doelstellingen rondom diversiteit, bijvoorbeeld middels het door de heer Saiah genoemde pact. Daarvoor zullen ook deelnemingen benaderd worden.
GroenLinks vraagt om specifieke aandacht voor vrouwen met een migratieachtergrond in leidinggevende functies vanaf schaal 9. Zij vindt interseksualiteit heel belangrijk. De activiteiten die nu ontplooid worden in het kader van culturele diversiteit, zijn ook in het belang van vrouwen van kleur. Zij wil laten uitzoeken of specifieke aandacht voor vrouwen met een niet-westerse
Raadsvergadering van 20 mei 2021
16
migratieachtergrond kan worden meegenomen bij de volgende Barometer culturele diversiteit, zodat kan worden bekeken hoe de gemeente het op dat punt doet. In die zin ziet zij de door GroenLinks aangekondigde motie als ondersteuning van beleid en kan zij die overnemen. De heer Van Deún heeft gesproken over de LBHTI-medewerkers en hun acceptatie- en veiligheidsgevoel. Zij vindt het belangrijk dat alle medewerkers zich veilig voelen. Om die reden wordt daar veel aandacht aan besteed, onder meer via gesprekken op de werkvloer en het medewerkerstevredenheidsonderzoek. De heer Van Deún verzoekt om hier in functioneringsgesprekken aandacht aan te besteden, terwijl hij geen specifieke signalen heeft dat medewerkers met een LHBTI-achtergrond zich minder veilig zouden voelen door toedoen van medewerkers met een niet-westerse achtergrond. Dat lijkt haar niet de goede manier. Er wordt aandacht aan besteed en daar zou zij het bij willen laten. De heer Van Deún (PVV) stelt dat dit probleem in Nederlands en in feite in de hele wereld speelt, dus waarom zou het niet ook in Utrecht spelen? Hij dient motie 94 in (Anti-LHBTI-sentimenten op de Utrechtse werkvloer), zodat de raad daar een oordeel over kan vellen. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat in het medewerkerstevredenheidsonderzoek gevraagd wordt of mensen zich veilig voelen en of zij te maken hebben met discriminatie.
Aan de hand daarvan wordt bekeken wat per organisatieonderdeel de beste actie is. Op die manier wordt ermee omgegaan. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) dankt de wethouder voor haar toezegging. Zij zal de aangekondigde motie niet indienen. De voorzitter deelt mee dat over de ingediende moties zal worden gestemd in de digitale stemagenda. Daarop schorst zij de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer De Pagter het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Podt.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 17. Raadsvoorstel Aanpassing ventilatie Grote Zaal TivoliVredenburg vanwege Covid-19. De voorzitter merkt op dat dit raadsvoorstel rechtstreeks op de agenda is geplaatst vanwege het spoedeisende karakter ervan. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat er niet aan valt te ontkomen dat de ventilatie in TivoliVredenburg moet worden aangepast, want iedere bezoeker moet immers veilig zijn en mag niet het risico lopen op besmetting door slechte ventilatie. Maar wat voor bezoekers van TivoliVredenburg geldt, moet zeker van toepassing zijn op leerlingen, leerkrachten en ouders van scholen in Utrecht. Sterker nog, daar zou eerder prioriteit aan moeten worden gegeven dan aan de bezoekers van een culturele instelling. Dat doet het college echter niet. Bij 38 Utrechtse scholen is de ventilatie nog steeds niet op orde, schreef het college op 16 maart jl. aan de raad. Dat komt wel bij het meerjarenonderhoudsprogramma en tot die tijd moet er maar geventileerd worden door de ramen open te zetten. De PVV vindt dat dit niet kan. De schoolgebouwen moeten zo snel mogelijk worden aangepast. Dan pas kan er aandacht zijn voor de ventilatie van een culturele instelling.