20210429 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 29 april 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 29 april 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aanwezig zijn de leden: Assen, Bakker, Van Dalen, Virginia en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Admiraal en Snippe. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Diepeveen, Eerenberg, Klein, Van Ooijen en Verschuure. Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedenavond. Welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad van Utrecht, waarin raadsleden kort vragen kunnen stellen en het college hopelijk kort antwoordt. 1. Vragen van de heer Bakker (D66) mede namens de heer Schipper (SP), mevrouw Sturkenboom Student & Starter), mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), de heer Van Steeg (CDA), de heer El Abassi (DENK), de heer Van Dalen (VVD), de heer Bosse (PvdA) en de heer S. Mathoera (SBU) inzake "Karateschool Yume Ken - Zo gaan we toch niet met huurders om?". De heer BAKKER (D66): Voorzitter! De Karateschool Yume Ken ontving vorige week een mail van de gemeente dat zij na tien jaar trouwe en betrouwbare huurder te zijn geweest, vanaf augustus a.s. niet meer welkom zijn aan de Stauntonstraat in Zuilen, omdat de gymzaal dichtgaat, verbouwd wordt en niet meer terugkomt.
Vooral stak het feit dat zij dit heel laat hoorden, hierin helemaal niet meegenomen zijn en dat de mail na iedere willekeurige huurder zou kunnen gaan, terwijl ze daar al tien jaar zitten. Er moet een oplossing voor deze 70 tot 80 leden gevonden worden. Daarom hebben de fracties van D66, SP, Student & Starter, GroenLinks, CDA, DENK, VVD en PvdA de volgende vragen: 1. Klopt het dat Karateschool Yume Ken per 1 augustus 2021 niet meer kan sporten in de betreffende gymzaal? 2. Klopt het dat zij pas op 21 april jl. voor het eerst hierover zijn geïnformeerd en waarom is niet eerder met hen afgestemd? 3. Is het college het met ons eens dat het late moment, maar ook de toon en de onpersoonlijke aard van het bericht aan de karateschool niet de manier is waarop wij willen communiceren met deze huurders? 4. Wat is de oorzaak dat het zo is gebeurd? 5. Is het college bereid met de karateschool actief op zoek te gaan naar een snelle oplossing en de raad hierover te informeren? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Allereerst beantwoord ik graag vraag 3. Ik kan daar volmondig ja op zeggen. Het is natuurlijk niet goed gegaan. Ik kan misschien iets meer duiding geven als ik ook de andere vragen beantwoord.
Vragenuur van 29 april 2021 Vraag 1. Het klopt dat de karateschool per 1 augustus 2021 niet meer kan sporten in de gymzaal aan de Stauntonstraat. Het schoolbestuur heeft namelijk de wens uitgesproken om na de renovatie, die gepland staat in 2022, de gymzaal volledig in eigen beheer te hebben. De gymzaal is verbonden aan een school voor speciaal onderwijs. Het op- en afbreken van de toestellen kost veel tijd, omdat dit niet samen met de leerlingen kan gebeuren. Daarom wil de school de toestellen graag laten staan en is er geen verhuur in de middag of avond mogelijk. Omdat er voldoende ruimte is in andere, nabijgelegen gymzalen, zijn we hiermee akkoord gegaan. Vraag 2. We waren al eerder op de hoogte van de wens van het schoolbestuur. Het was de bedoeling om eerder aan de slag te gaan met het zoeken naar een vervangende locatie voor de huurders, maar dit is helaas te lang blijven liggen. Vraag 4. Omdat het vijf huurders betrof, is er een algemene mail opgestuurd die naar die vijf huurders is gegaan. De mail aan de huurders is bedoeld om gegevens op te vragen, zodat we daarna op zoek kunnen gaan naar andere mogelijkheden voor de huurders. Als er sprake is van een wijkgebonden groep, gaan we zoeken in de wijk. Maar als het een groep betreft die overal kan sporten, kan er natuurlijk ook stedelijk worden gezocht.
We hadden beter eerst telefonisch contact kunnen zoeken om het een en ander toe te lichten. Dat is ondertussen naar aanleiding van deze vragen en de reactie van Yume Ken gebeurd. Vraag 5. We zijn ondertussen al druk op zoek en er zijn vooruitzichten op een goede oplossing. Er zijn namelijk in de buurt diverse andere gymzalen waar nog ruimte beschikbaar is. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Dank aan de wethouder. Het is nooit mijn bedoeling om één incident eruit te halen, maar het komt best vaak voor dat we dergelijke dingen over de communicatie met de huurder horen bij de vastgoedexploitatie. Ik vraag de heer Van Ooijen dit voorbeeld mee te nemen als casus dat de communicatie niet zo lekker loopt. Als daar wat meer aandacht voor zou kunnen zijn, heel graag. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Dit is een goede oproep van de heer Bakker. Die zal ik meenemen. Het contact tussen huurder en verhuurder moet inderdaad goed verlopen, al helemaal als er al zo lang sprake is van een goede huurrelatie. Die moet je koesteren. We zullen kijken of dit vaker voorkomt en hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen. 2. Vragen van mevrouw Admiraal (ChristenUnie) en mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) inzake "Snel testen voor studenten".
Mevrouw ADMIRAAL (ChristenUnie): Voorzitter! Met de routekaart die het Rijk heeft gepresenteerd is een perspectief geschetst voor het verder openen van de samenleving. Met name het gebruik van sneltesten zal een grote rol gaan spelen in het opzetten van evenementen en andere activiteiten. Voor studentenverenigingen zijn de sneltesten een mooi middel om weer te starten met het organiseren van activiteiten. Juist voor deze doelgroep is het van belang dat sociale activiteiten worden opgestart, en dat de eenzaamheid snel doorbroken wordt. Helaas hebben veel studentenverenigingen en studenten niet het budget om hierin te investeren, en zullen zij niet mee kunnen doen in deze fase van het organiseren van activiteiten. Daarom hebben de fractie van de ChristenUnie en Student & Starter de volgende vragen: 1. Is de wethouder bereid om samen met de verenigingen te kijken naar wat mogelijk is om als gemeente te investeren in sneltesten voor de studentenverenigingen, ook vooruitlopend op verdere besluitvorming vanuit het Rijk? 2. Kan de wethouder toezeggen experimenten op te starten met verenigingen voor een veilige, maar toch sociale heropening? Naast activiteiten die door verenigingen worden georganiseerd, gaat ook het "normale" leven weer gedeeltelijk open middels sneltesten.
Voor studenten die het niet al te breed hebben, kan dit een grote drempel worden om weer deel te gaan nemen aan activiteiten. 3. Wat zijn de mogelijkheden voor studenten die het niet zo breed hebben om toch deel te kunnen nemen aan deze activiteiten, en kan de gemeente hier iets in gaan betekenen? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de vragen die zijn gesteld. Vraag 1. De rijksoverheid is momenteel gestart met diverse pilots waarin de werking van die toegangstest wordt getest voor horeca en evenementen. Het Rijk is tegelijkertijd ook heel druk met
2
Vragenuur van 29 april 2021 uitzoeken voor welke evenementen er in de toekomst een toegangstest – al dan niet betaald – vereist is. Als er veel mensen gevaccineerd zijn, zijn dit toegangstesten niet meer nodig. Het openstellen van de samenleving, de vereiste tests en welke prijs en welk aanbod daarbij gelden, volgen elkaar heel snel op. Op dit moment is het te vroeg om te zeggen wat er mogelijk en noodzakelijk is. Misschien zijn testen niet meer nodig als activiteiten zijn toegestaan. Wij vinden het verstandig om de vinger goed aan de pols te houden. Als we verwachten dat het voor de hand ligt dat de gemeente daarin een rol neemt, laten we dat uiteraard zo snel mogelijk aan uw raad weten via de coronabrief. Maar op dit moment is de situatie nog te onduidelijk om daarop vooruit te lopen. Vraag 2. Over de breedte van de samenleving is er gestart met experimenten, zowel in de horeca als bij andere activiteiten, om ze op een veilige en sociale manier te kunnen organiseren of te openen. De ervaringen die daarbij worden opgedaan, zijn ook leerzaam voor studentenverenigingen. Wij moeten bij experimenten handelen binnen de ruimte die het Rijk ons biedt en kunnen daar niet buiten treden. Als die ruimte er is, zijn we graag bereid om te kijken naar de mogelijkheden en gaan we graag het gesprek aan. Ik zeg erbij dat er heel veel groepen in de samenleving zijn waar die behoefte leeft.
Vraag 3. Tot de start in juli zal de overheid volledig de kosten voor testbewijzen op zich blijven nemen, is toegezegd. Vorige week in dit vragenuurtje heeft college Voortman geantwoord toen het ging over armoederegelingen, dat het nog te vroeg is om de ontwikkelingen nu goed te kunnen inschatten. Dat geldt deze week opnieuw. Het Rijk werkt er nog steeds hard aan hoe het er straks uitziet. Zoals gezegd, we houden graag de vinger aan de pols en zodra wij ruimte zien voor de gemeente om iets te doen, zullen we ons bij uw raad melden via de coronabrief. Mevrouw ADMIRAAL (ChristenUnie): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Veel studenten maken geen gebruik van de armoederegelingen die we in Utrecht hebben. Ik geef de wethouder mee dat als het nodig zou moeten zijn dat er vanuit de gemeente wordt geïnvesteerd in sneltesten voor mensen die ze nodig hebben, ze studenten bij die groep kan betrekken, buiten de al bestaande armoederegelingen om. Is de wethouder bereid dat te doen? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Zeker, het is belangrijk om goed te bekijken hoe studenten elkaar weer op een veilige manier kunnen ontmoeten. Sowieso is in de coronatijd gebleken dat nieuwe groepen in nieuwe problemen komen. Dat geldt hier ook. Het is razend belangrijk om elkaar weer te kunnen zien.
Ik zal er zeker voor zorgen dat ook studenten worden meegenomen in wat er dan mogelijk is. 3. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) inzake "FUP's bij wateren met hoge kademuren". Mevrouw Snippe (PvdD): Voorzitter! Ik heb een ingekorte intro vanwege de tijd. De gemeente lijkt geen concreet beleid te hebben voor fauna uitreedplaatsen (FUP'S) bij hoge kademuren. Daarom heeft de PvdD-fractie de volgende vragen. 1. Is het college bereid om op korte termijn beleid te maken voor verschillende soorten FUP’s, afhankelijk van locatie en omstandigheden, zodat kleine watervogels, katten en andere dieren uit het water kunnen komen, of op zijn minst ergens op kunnen klimmen om uit te rusten? Zo nee, waarom niet? 2. Is het college het met de PvdD-fractie eens dat het op dit moment met het aanleggen van FUP’s bij werkzaamheden ("Werken-aan werk") niet goed gaat en dat er pas wordt ingegrepen als de PvdD-fractie of bewoners aan de bel trekken? Zo nee, waarom niet? 3. Is het college bereid om een medewerker verantwoordelijk te maken voor alle wateren die een of meerdere FUP’s behoeven en die ook bij bouwplannen controleert of en wanneer er FUP’s kunnen en moeten worden aangelegd? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In antwoord op vraag 1 van mevrouw Snippe. We hebben al een kansenkaart voor natuurvriendelijke oevers en willen gaan kijken of we ook zo'n kansenkaart voor FUP's kunnen maken.
Dat gaan we volgens jaar doen in het kader van het uitvoeringsprogramma Groene Web dat als doel heeft knelpunten in de verbindingen voor de fauna op te lossen. Dat uitvoeringsprogramma is weer onderdeel van het meerjarig groenprogramma. Vraag 2. We vinden het aanleggen en onderhouden van FUP's en natuurvriendelijke oevers belangrijk. Er gaat al veel goed. Bij nieuwe ontwikkelingen worden oevers door middel van betrokkenheid van de gemeentelijke stadsecoloog zo natuurvriendelijk mogelijk ingericht, zoals bij
3
Vragenuur van 29 april 2021 het Smakkelaarsveld en Lombokplein, en het afgelopen jaar ook in de Vecht Lauwerecht. Daarnaast verkennen we de kansen voor onderwaternatuur voor de binnenstad. Het natuurvriendelijk maken van de oevers en het aanbrengen van FUP's is onderdeel van die verkenning. Bij bestaande oevers leggen we, waar mogelijk en zinvol, FUP's aan zodra er werkzaamheden plaatsvinden. Dat doen we om het budget van de FUP's zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Bovenstaande betekent niet dat het altijd goed gaat, want nog niet bij alle werkzaamheden aan oeverconstructies en kademuren wordt de mogelijkheid om FUP's aan te leggen voldoende meegenomen. Die kaart moet er straks bij gaan helpen. Vraag 3. We gaan bedenken hoe we het aanbrengen en onderhouden van FUP's nog beter kunnen organiseren. Dat doen we tegelijkertijd met het onderzoek naar de wenselijkheid van de bij antwoord 1 genoemde kansen- en knelpuntenkaart. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Er is vorig jaar een toezegging gedaan op FUP's in de grachten. Wij zijn benieuwd hoe het daarmee staat. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat kan ik niet zo een, twee, drie zeggen. Ik herhaal dat we met de kansen- en knelpuntenkaart een stap verder zetten in het wat meer gestructureerd omgaan met FUP's. 4.
Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) en de heer Virginia (GroenLinks) inzake "Dieren Leidsche Rijn echt wel in de knel". Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Wilde dieren als hazen, konijnen en fazanten zitten in de knel door een ernstig gebrek aan groen. De fracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben de volgende vragen: 1. Nu het aantal berichten van bezorgde bewoners groeit: is het college bereid om alsnog extra aandacht te geven aan het probleem voor wilde dieren in het gebied vanwege onvoldoende schuil- en verblijfplekken? Zo nee, waarom niet? 2. Welke maatregelen gaat het college - in samenwerking met de provincie en de Dierenbescherming - ondernemen om de dieren meer ruimte en schuilmogelijkheden te bieden en te voorkomen dat hun welzijn verder wordt benadeeld? Niets doen is wat ons betreft geen optie. In antwoord op onze mondelinge vragen van 7 april zei de wethouder "de huidige beplanting in die ecologische zone wordt in overleg met onze gemeentelijke ecoloog aangevuld om een betere biodiversiteit te realiseren en meer beschuttingsplekken." 3. Is het college bereid om dit op zeer korte termijn te realiseren en daarmee de ruimte voor dieren flink te vergroten? Zo nee, waarom niet? De wethouder zei 7 april ook "...er worden mogelijk mitigerende maatregelen genomen voor de dieren in het gebied." 4.
Wanneer worden deze mitigerende maatregelen genomen voor de dieren in het gebied? Is het college bereid dit ook op zeer korte termijn te doen? Zo nee, waarom niet? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Zoals in het SPvE uit 2016 staat, is er juist veel aandacht voor wilde dieren in het gebied. De zone langs het Amsterdamrijnkanaal is dan ook aangemerkt als zone waar geen werkzaamheden plaatsvinden tijdens de bouw, juist om de dieren daar een toevluchtsoord te bieden. Daarnaast nemen we nog een aantal aanvullende maatregelen. We versterken de bestaande groene zone langs het Amsterdamrijnkanaal tot aan de sluis door het aanplanten van inheemse struiken en het plaatsen van takkenrillen voor meer beschutting en een schuilplek voor dieren in het gebied. Het maaigras zullen we deels vervangen door hooiland en we zullen het struinpad uitvoeren in houtsnippers. We onderzoeken of de ecologische functionaliteit van de groene verbinding, de zogenaamde stapstenen tussen de bosstrook in Leeuwensteyn en het Willem Alexanderpark, verbeterend kunnen worden. We denken hier bijvoorbeeld aan extra beplanting en het verplaatsen van de hondenvoorziening naar een andere plek in het gebied. Het onderzoek daarnaar is al gestart. De parken en groene gebieden worden in de toekomst met elkaar verbonden. Vraag 2. De maatregelen die ik net noemde worden op kortere en langere termijn uitgevoerd.
Daarmee denken we dat het leefgebied voor dieren prima is met schuilplaatsen en voldoende
4
Vragenuur van 29 april 2021 ontsnappingsmogelijkheden. Het vangen of verplaatsen van hazen zal voor te veel stress bij de dieren zorgen en de slagingskans van het verplaatsen is uitermate klein. Dat zullen ze waarschijnlijk niet overleven. We willen, zoals in de RSU staat, de stad groener maken. Juist daarom willen we de verbinding in dit gebied versterken, met aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Vraag 3. We willen op korte termijn bezig zijn met het vergroten van de ruimte voor dieren. Maar vanwege het broedseizoen kunnen niet alle werkzaamheden tegelijkertijd uitgevoerd worden. Dit geldt ook voor de bouw in dit gebied. Waar geen broedvogels zitten, kunnen we beginnen met het plaatsen van takkenrillen en de aanplant van inheemse struiken. Dit is tegelijk een antwoord op vraag 4. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Fijn dat er verschillende plannen zijn waarmee op korte termijn wordt begonnen en die op langere termijn een mooi effect hebben. We lopen echter aan tegen de verzoeken en meldingen – u hebt de foto's bij de vragen kunnen zien – van de bewoners die zich nu al, en al enige tijd, druk maken.
Wat kan de wethouder aan deze bewoners melden om ze wat gerust te stellen dat die dieren daar niet elke dag het risico lopen overreden te worden of anderszins beschadigd te raken? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Zoals ik net zei, is de strook langs het Amsterdamrijnkanaal ingericht als schuilgebied voor deze dieren. Maar er staat geen hek omheen en fazanten kunnen bovendien ook vliegen. In het gebied wordt gebouwd en er zijn wegen. Een bordje plaatsen "hier mogen geen hazen oversteken" zal niet werken. We kunnen ze in die zin niet tegenhouden. Het is helaas zo dat als er binnenstedelijk wordt verdicht en er in een stad wordt gewerkt, er vrachtwagens rijden en er bouwwerkzaamheden plaatsvinden. We kunnen de dieren helaas niet weghouden, maar er is wel een uitwijk geboden. We denken dat er voldoende mogelijkheden zijn voor de dieren om naar uit te wijken. Maar we kunnen ze er niet in vasthouden. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. De wethouder geeft aan dat de dieren daar niet vast kunnen worden gehouden en ze er nu eenmaal rondlopen.
Is de wethouder het met de PvdD-fractie eens dat het gebied waar de dieren zich kunnen ophouden waarschijnlijk niet groot genoeg is en er toch moet worden gedacht aan uitbreiding daarvan, zodat ze wellicht ophouden met oversteken en rondlopen door het stedelijk gedeelte? De heer VERSCHUURE (wethouder): Dat verwacht ik niet. De dieren zullen door het hele gebied blijven lopen. Dat doen ze ook naar andere gebieden. Uiteindelijk willen we dat de groenstructuren straks met elkaar verbonden zijn, zodat de dieren door het hele gebied heen blijven gaan. Tot die tijd zullen er allerlei werkzaamheden plaatsvinden. Daar kan ik helaas niets aan doen. 5. Vragen van mevrouw Assen (PvdA), de heer Bakker (D66), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Gilissen (VVD), de heer El Abassi (DENK), de heer Vonk (GroenLinks), de heer Wiegant (SP), de heer Van Steeg (CDA), mevrouw Streefland (CU) en de heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) inzake "Een dreigende vaccinatiekloof". Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Opnieuw luiden huisartsen uit minder welvarende wijken de noodklok: de opkomst voor de coronavaccinaties is bij mensen met een migratieachtergrond en laaggeletterden zorgwekkend laag. Betere informatie is broodnodig. Juist in de wijken waar meer mensen wonen met een kwetsbare sociaaleconomische en fysieke gezondheid, zijn de risico’s op ernstige medische gevolgen van corona groot.
Omdat de PvdA-fractie en andere fracties het belangrijk vinden dat gezondheidsverschillen worden teruggedrongen en dit onder druk staat door een dreigende vaccinatiekloof, hebben we de volgende vragen: 1. 35 % van de opgeroepen 60-plussers in Kanaleneiland gaf gehoor aan de oproep om zich te laten vaccineren. Heeft de gemeente onderzocht waarmee deze zeer lage opkomst verband houdt? Zo ja, waarmee? En hoe heeft de gemeente Utrecht hierop geanticipeerd? 2. Huisartsen geven aan dat wellicht de uitnodigingsbrief van het RIVM voor veel mensen onvoldoende duidelijk is en/of laaggeletterdheid een rol speelt waardoor mensen de brief niet kunnen lezen. Herkent het college dit signaal en heeft zij daar actie op ondernomen? Zo niet, wil het college dit alsnog doen?
5
Vragenuur van 29 april 2021 3.
4.
Het krantenartikel in de Volkskrant beschrijft een plan in Utrecht om filmpjes te maken met invloedrijke figuren uit die wijken. Die zouden zich voor de camera laten vaccineren. Een jonge imam was bereid hieraan mee te werken, maar dit is afgeblazen, omdat mensen onder de 60 jaar niet met AstraZeneca konden worden gevaccineerd. Klopt het dat dit inderdaad is afgeblazen en er niet is gezocht naar een alternatieve manier waardoor deze jonge imam toch kon bijdragen aan het verbeteren van de vaccinatiebereidheid? Op welke wijze denkt de gemeente Utrecht nog meer bij te kunnen dragen aan het verbeteren van de vaccinatiebereidheid? Denkt de gemeente daarbij ook aan een rol voor bijvoorbeeld buurtvaders, jongerenwerkers, buurtteammedewerkers, sportverenigingen, buurtwerkkamers etc.? En waarom wel of niet?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank aan mevrouw Assen die namens alle indieners deze vragen heeft gesteld. Namens het college kan ik zeggen dat we haar zorgen delen. Het thema gezondheidsverschil is natuurlijk sowieso een thema dat we in onze stad goed bij de kop hebben en dat speelt. We zien dat bij het vaccineren tegen corona precies dezelfde problematiek zich voordoet. We onderschrijven dat en ondersteunen alle initiatieven om zo veel mogelijk mensen zo snel mogelijk te vaccineren, juist in wijken waar er extra aandacht nodig is om dit over te brengen. Ze vraagt of we onderzoek hebben gedaan. Het is natuurlijk op korte termijn lastig om dit kwalitatief of kwantitatief te onderzoeken. We hebben wel navraag gedaan in onze netwerken. We hebben gehoord dat het kan gaan om twijfel of zelfs angst voor de vaccinatie, misinformatie, twijfels over de veiligheid, maar ook gewoon dat informatie mensen moeilijk weet te bereiken. In Overvecht komt ongeveer 50% van de mensen opdagen. Overigens verschilt dit enorm per huisarts. In Ondiep ligt het percentage tussen de 50 en 60. Deze percentages moeten in ieder geval omhoog. Ik ben het zeer met de vragenstellers eens dat de brief van het RIVM moeilijk leesbaar is, zeker voor mensen die lager geletterd zijn. Er is inmiddels een brandbrief geschreven door zorgverleners. Die onderschrijven wij van harte.
We zullen dit in onze eigen contacten met VWS onder de aandacht brengen. Het is ontzettend jammer dat het filmpje niet is doorgegaan. Er zijn nog steeds heel veel mensen die mee willen doen met onze wijkgerichte communicatie, ook de imam waarover mevrouw Assen spreekt. We hebben het helaas moeten uitstellen, omdat er een vaccin moet zijn dat we mogen geven aan iemand onder de 60 jaar. Het is inderdaad een jonge imam. Zodra er een vaccin is, dat is bijna zo, kunnen we ook met dit rolmodel een filmpje opnemen. Dit gaat dus op korte termijn gebeuren. We hebben in elke wijk netwerken van sleutelpersonen. Die betrekken we bij een communicatieaanpak per wijk. Daarin neemt het netwerk zelf het voortouw. Ik noem een paar elementen die erover gaan: Meer met beeld communiceren, natuurlijk ook in het Arabisch of Turks. Meer mond-tot-mondreclame, elkaar aanspraken en jongerenwerkers inzetten, want die kunnen daarin een goede rol spelen. Die suggesties worden in de vraag gedaan. De campagne "ik stroop mijn mouwen op" een landelijke campagne, vertalen we in Utrecht met onze eigen rolmodellen uit de wijk. Die campagne start op 10 mei a.s. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Kunnen huisartsen zich melden bij de gemeente als ze ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld om zelf de wijk in te gaan? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat kan zeker.
We hebben inmiddels meerdere keren per week contact met verschillende huisartsen en de koepelorganisatie. Dan praten we over wat er speelt, wat ze zien en hoe we daar samen in kunnen optrekken. De concrete vraag over de toegang tot de wijk zit daar zeker bij. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! We hebben eerder in januari vragen gesteld, eigenlijk ook over dit onderwerp. Deze borduren er een beetje op voort. Toen ging het over de vaccinatiealliantie: het brede netwerk. Het antwoord was toen dat het op dat moment nog niet helemaal opportuun was. Wordt die alliantie, nu de vaccins voor meerdere mensen in het zicht zijn, wel meer opportuun en wordt erop voortgebouwd om de kanalen, bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg, de netwerken, ook hierbij te gebruiken?
6
Vragenuur van 29 april 2021
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Daar kijken we zeker naar. We hebben gezegd dat we 10 mei a.s. beginnen met de wijkgerichte aanpak, het netwerk van de sleutelfiguren. Een heel goede volgende stap zou de wat bredere aanpak van de vaccinatiealliantie kunnen zijn, ook om ouders te bereiken. Het gaat dan niet om hun kinderen, maar om henzelf. Maar de zorg zit nu op de kwetsbare wijken, mede vanwege het beleid om gezondheidsverschillen te dichten, om daar echt wijkgericht aan de slag te gaan. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie maakt zich zorgen over de vaccinatiebereidheid, omdat die zo laag is. Volgens mij delen we dat. Als we een stapje verder kijken naar andere vaccinaties, bijvoorbeeld tegen de mazelen, zijn er dan lessen te trekken om ervoor te zorgen dat ook die vaccinatiebereidheid omhooggaat? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Uw raad heeft deze week een brief ontvangen over een onderzoek dat we hebben gedaan en waarin we wat verschillen hebben laten zien in de vaccinatiebereidheid voor de vaccinaties uit het rijksvaccinatieprogramma. We gaan samen met het ministerie aanvullend onderzoeken wat precies de redenen zijn om zich niet te laten vaccineren. Ik vind de suggestie van de heer Van Dalen om de lessen van corona in dat onderzoek te betrekken heel goed, dus dat gaan we doen.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! De wethouder zei dat er een groot verschil zit tussen huisartsen en het opkomstpercentage in hun praktijk. Ik ben benieuwd waardoor dit wordt verklaard en of we met die kennis ons voordeel kunnen doen. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat ligt heel genuanceerd. Daarvoor moeten we per huisartsenpost bekijken wat de populatie is. Dat ligt er ook aan waar zo'n huisartsenpost gesitueerd is in de wijk. Er zijn natuurlijk ook huisartsenposten die wat meer aan de rand van de wijk zitten en misschien ook een populatie uit de naburige wijk bedienen. Dat zou zo'n oorzaak kunnen zijn. Mevrouw Assen vraagt ons terecht zo fijnmazig mogelijk te kijken naar wat ervoor zorgt dat mensen helaas tot het besluit komen om zich voorlopig niet te laten vaccineren. Hoe meer redenen we daarvoor ontdekken, hoe specifieker onze aandacht kan zijn. Ik noemde het voorbeeld van Overvecht, waar de vaccinatiebereidheid uiteenloopt. We gaan zeker kijken wat die verschillen zijn, hoe ze te verklaren zijn en vooral hoe we daarmee ons voordeel kunnen doen. 6. Vragen van mevrouw Zwinkels inzake "Prijsvraag voor betonblokken op de Neude -deel II!". Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Vorig jaar vroegen wij al aandacht voor een mooiere uitstraling op de Neude, middels mondelinge vragen en een prijsvraag waar wij zo’n tien inzendingen op hebben ontvangen.
Die hebben wij achter de schermen, met goedkeuring van de deelnemers, al iets verder uitgewerkt en ambtelijk voorgelegd. Er zit helaas weinig voortgang aan de kant van de gemeente, ondanks de inzet van een aantal enthousiaste ambtenaren. Dit had ook te maken met een veiligheidsoverleg, et cetera. Inmiddels is de verwachting gedeeld dat de eerdere betonblokken niet meer terugkomen en mogelijk vervangen moeten worden door iets anders. Ondanks het lage tempo kunnen wij ermee leven, want dit is een stap in de goede richting. Echter, zo’n anderhalve week geleden bleek de Neude opeens opengebroken voor herinrichting. Dat heeft ons verbaasd, want dit was onaangekondigd en enkele ambtenaren waren ook verrast. In het kader van werk-met-werk maken, en het voorkomen van gemiste kansen, hebben wij nu simpelweg drie vragen voor het college. 1. Hoe ziet het uiteindelijke definitieve inrichtingsplan voor de Neude eruit? 2. Kunnen de inzendingen van onze prijsvraag meegenomen worden in dit plan? 3. Is het college bereid om samen met ons te komen tot een winnende inzending die ook (eventueel in aangepaste vorm) gerealiseerd gaat worden? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank aan mevrouw Zwinkels voor het stellen van de vragen. We zijn niet bezig met het uitvoeren van een totaal uitvoeringsplan voor de Neude, want de Neude komt stukje bij beetje tot herinrichting.
Dat geldt natuurlijk voor de openbare ruimte rond Post Utrecht, die opnieuw is ingericht. Er zijn de laatste tijd ook bomen gepland op basis van een
7
Vragenuur van 29 april 2021 bomenplan. En de meest recente werkzaamheden op de Neude waren onderdeel van de herinrichting van de Voorstraat/Wittevrouwenstraat. De betonblokken liggen er als inrijbeperkende maatregelen. De evaluatie van die maatregelen moet nog plaatsvinden en is vertraagd door de coronacrisis. Politie en OM worden betrokken bij die evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden later dit jaar, in het najaar, verwacht. Als daaruit blijkt dat de maatregelen ook op lange termijn wenselijk zijn, wordt onderzocht hoe die maatregelen permanent gemaakt kunnen worden en welke kosten daarmee gemoeid zijn. Maar tot die tijd lijkt ons een eenvoudige en betaalbare verfraaiing van de betonblokken prima. Daarover ga ik graag met mevrouw Zwinkels in gesprek. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! We zien bij de herinrichting ook een aantal opvallende zaken. Eentje daarvan is de driehoek bij de Haas, waar fietsers soms denken dat ze ook aan de kant van café Voortuin mogen fietsen, terwijl daar binnenkort terrassen komen. Nu staan er nog steeds bloembakken voor, waardoor ze er niet door kunnen. Daarnaast zien we ook dat er bomen zijn geplant – dat weten we natuurlijk – maar die hadden ook in potten gekund die bij evenementen weggehaald hadden kunnen worden. En bij ABNAMRO is het idee om containers te plaatsen.
Kunnen deze dingen niet beter opgelost worden? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de aanvullende vraag van de heer Van Dalen: kunnen dingen beter? Misschien wel, maar in het verleden hebben we al een keer over bomen in potten gesproken. We willen juist bomen in de volle grond. Die passen bij het vergroeningsidee, ook van de binnenstad. Bomen hebben een grote waarde, vooral als ze in de volle grond kunnen staan. In de redenering van de heer Van Dalen ga ik niet mee. Het is goed om naar de onduidelijkheid bij café Voortuin te kijken. Ik kan me voorstellen dat de fietsroute direct na de inrichting nog niet voor iedereen even duidelijk is. Er moet ervaring mee worden opgedaan. Ik kijk graag even naar de driehoek bij de Haas. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de positieve grondhouding tegenover onze prijsvraag. Altijd goed om te horen. Ik hoorde hem zeggen dat de evaluatie in het najaar gaat plaatsvinden en we tot die tijd met een tijdelijke situatie zitten waarover we in gesprek kunnen gaan. Kunnen we ook met elkaar in gesprek over de definitieve inrichting? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Daarover kunnen we zeker in gesprek. Ik heb niet willen zeggen dat die tijdelijke verfraaiing van die tijdelijke blokken in het najaar direct verdwijnt. Het is mogelijk dat ze langere tijd blijven staan.
Het is ook mogelijk dat ze sneller door een definitieve maatregel worden vervangen. Daarover kunnen we zeker in gesprek gaan, want dit wordt de komende tijd gaandeweg duidelijk De VOORZITTER: Dank voor alle vragen en dank aan het college voor de beantwoording. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit vragenuur. Nog een prettige avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.10 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
8