CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210415 vragenuur.doc

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 8 en 15 april 20218.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 15 april 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 15 april 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer De Pagter. Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, Gilissen, Işik, Raaijmakers, Schipper, Van Steeg, Vonk en Zwinkels. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Van Hooijdonk en Voortman. Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Nagtegaal en Şimşek. Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. Er zijn negen sets vragen ingediend, dus we zullen het hele uur nodig hebben. De spelregels zijn bekend. 1. Vragen van de heer Nagtegaal (PVV) inzake "Illegale huizenverhuur door elitaire figuren. De heer NAGTEGAAL (PVV): Voorzitter! Op zaterdag 10 april verscheen er een artikel in het AD over de topman van de Rabobank die op illegale wijze een eengezinswoning verhuurt aan zijn dochter en haar twee vriendinnen. De gemeente is hier pas later achter gekomen en dat baart de PVV-fractie zorgen. Kennelijk gebeurt dit vaker in onze stad, terwijl we een groot tekort hebben aan dit soort woningen.

De PVV-fractie wil dat het gemeentebestuur alles op alles zet om deze zorgelijke trend te keren en stelt daarom de navolgende vragen: 1. Hoe denkt het college deze trend van ongewenste verhuur te keren? 2. Gaat het college beter en actiever onderzoek doen bij hoeveel woningen dit soort illegale praktijken zich in onze stad voordoen? 3. Kan het college bij illegale verhuur hierop actief handhaven, desnoods door meteen dwangsommen en boetes op te leggen? Zo nee, waarom niet? 4. De gemeente laat weten dat de afgelopen jaren aangevraagde omzettingsvergunningen "vrijwel nooit" zijn geweigerd. Waarom worden dit soort vergunningen niet geweigerd nu de woningnood zo hoog is in Utrecht? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de eerste vraag is dat de gemeenteraad op 23 mei 2019 de regels voor wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad in de Huisvestingsverordening Regio Utrecht op een aantal punten heeft aangepast, die in dit verband zeer relevant zijn. De WOZ-waarde is toen als schaarste-grens losgelaten en daarmee is bepaald dat de gehele woningvoorraad vergunningplichtig is voor het onttrekken, samenvoegen en omzetten voor andere woningvormen. Die aangepaste regels zijn per 1 juli 2019 in werking getreden. Het antwoord op vraag 2 is dat dat onderzoek al wordt gedaan.

We hebben u in de raadsbrief van 14 juli 2020 geïnformeerd over het onderzoek door het kadaster naar veranderingen in

Vragenuur van 15 april 2021 eigendomsverhoudingen op de koopmarkt: kopen om te verhuren in goed Nederlands. De belangrijkste conclusie is dat steeds meer woningen worden gekocht voor de verhuur. Het antwoord op vraag 3 is dat actief handhaven mogelijk is. Dit wordt ook gedaan, zeker na klachten. We doen dit via twee sporen, we handhaven namelijk de huisvestingsverordening – daarbij kunnen we bestuurlijke boetes opleggen - en we handhaven op het bestemmingsplan. Dat doen we via een last onder dwangsom. Het antwoord op vraag 4 is dat we het omzetten en splitsen van woningen niet onmogelijk maken vanwege het grote tekort aan studenten- en starterswoningen. We wegen in elk concreet geval de verschillende belangen af. We gaan in gesprek met de aanvragers om het niet op een weigering aan te laten komen. Dat scheelt juridische kosten. Hoe werkt dit in de praktijk? Tussentijds worden veel aanvragen op verzoek van de aanvrager ingetrokken. Daarnaast worden er aanvragen buiten behandeling gelaten, bijvoorbeeld omdat de stukken niet compleet zijn. Een groot aantal aanvragen valt dus al weg in het voorstadium, waarin de aanvrager inzicht krijgt in hoeverre de vergunningaanvraag kansrijk is.

Dat is een soort preadvies en heeft te maken met het nauwkeurige beleid voor het omzetten en splitsen van woningen in de vorm van een algemene leefbaarheidstoets met als doel om de woonruimtevoorraad te beschermen en een onevenredige druk op de leefbaarheid te voorkomen. De aanvragen die overblijven, zijn de aanvragen die grote slagingskans hebben, vandaar. De heer IȘIK (PvdA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van de vragen. Daaruit blijkt dat sommige aanvragen door de eigenaren worden ingetrokken naar aanleiding van het gesprek met de gemeente. Gaat de gemeente steekproefsgewijs die woningen beoordelen om te kijken of ze niet alsnog illegaal worden verhuurd? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Daarop moet ik het antwoord schuldig blijven. Volgens mij hint de heer Işik erop dat de tussentijds ingetrokken aanvragen op een lijstje komen te staan. Die vraag kan ik nu niet beantwoorden. De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Wanneer dan wel? De VOORZITTER: Nee, u mag maar één vraag stellen. vraag.

De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Excuses, maar ik krijg geen antwoord op mijn

De VOORZITTER: Dat klopt, maar de wethouder kan nu geen antwoord geven. De vraag wanneer dan wel, kunt u nu niet stellen. U kunt geen herhaalvraag stellen. De heer NAGTEGAAL (PVV): Voorzitter! Ik heb nog een vervolgvraag. De wethouder zegt dat hij het splitsen van die woningen niet helemaal onmogelijk wil maken. Daarin kan ik enigszins meegaan, maar het gebeurt wel heel veel in bepaalde wijken. In het artikel werd het voorbeeld van de meneer van de Rabobank in Lombok genoemd. Ik heb het idee dat splitsen daar meer gebeurt. Is het niet handig om dit op wijkniveau integraal te bekijken en kunnen we in Lombok niet even stoppen met dit soort dingen en daar die vergunningen weigeren? En in een wijk waar dit niet heel veel gebeurt, zo'n vergunning niet weigeren? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In algemene zin kan ik tegen de heer Nagtegaal zeggen dat dit juist gebeurt met die algemene leefbaarheidstoets. Er wordt wijk- en buurtspecifiek gekeken wat de leefbaarheidseffecten zijn. Het aantal reeds plaatsgevonden omzettingen speelt een rol bij de beoordeling. 2. Vragen van mevrouw Kleinrensink (GrLi) en de heer Van der Zweth (PvdA) inzake "Update aandacht voor een arbeidsbeperking". Mevrouw KLEINRENSINK (GrLi) Voorzitter! Bij het vaststellen van de Werkbeweging werd extra benadrukt aandacht te hebben voor mensen met een arbeidsbeperking op allerlei manieren.

Hierbij werd een motie aangenomen om de dienstverlening samen met kernpartners vorm te geven, omdat

2

Vragenuur van 15 april 2021 ze veel kennis en expertise bezitten over deze doelgroep. Ook in het Rekenkameronderzoek "werken aan perspectief" werd aandacht besteed aan de rol van partners in de dienstverlening. Vanuit het veld krijgen de fracties van GroenLinks en PvdA signalen dat deze motie nog niet volledig is opgepakt. Deze fracties kunnen zich voorstellen dat corona de hele aanpak tijdelijk sowieso veranderd heeft – het is geen standaard jaar geweest – maar vinden het nog wel belangrijk dat hier werk van wordt gemaakt, misschien juist nu extra. Daarom de volgende vragen: 1. Deelt het college met de indieners dat het samenwerken met partners in de stad noodzakelijk is om een goede dienstverlening op te zetten voor mensen met een arbeidsbeperking? 2. Herkent het college deze signalen en kan het college de fracties vertellen wat er tot nu toe gedaan is? 3. Is het college bereid om bij de update Werkbeweging – die we volgens mij binnenkort moeten krijgen – uitgebreider in te gaan hoe de samenwerking met de partners is vormgegeven en hoe dit verder vervolg krijgt? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank. De fracties van GroenLinks en PvdA hebben me drie vragen gesteld. Vraag 1: Ik deel de opvatting dat samenwerking met partners noodzakelijk is voor een goede dienstverlening voor mensen met een arbeidsbeperking.

Een arbeidsbeperking betekent dat mensen duurzaam niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen en onder de banenafspraak vallen. Werkbeweging focust zich echter op een andere groep. Ook in deze groep zitten mensen die beperkingen ervaren, zowel fysiek, psychisch als verstandelijk. Ook daarvoor is samenwerking met partners die daar verstand van hebben belangrijk. Daarom heb ik gezegd dat ik dit belangrijk vind en dat samenwerking noodzakelijk is. Vraag 2: Ik herken de signalen van mevrouw Kleinrensink niet direct. Het veld is natuurlijk ook breed en omvangrijk. Er zijn heel veel organisaties. Graag nodigen we haar en partijen uit om signalen bij ons te melden, want dan kunnen we actief met deze mensen in gesprek om te zien wat er aan de hand is en wat erachter zit. We zijn op dit moment met verschillende partijen in gesprek. Dat heeft tot concrete acties en afspraken geleid. Onze contacten hebben niet altijd geleid tot de meest optimale samenwerking en ook niet altijd tot volledig uitgewerkte acties. Daarop heeft corona zeker impact gehad. Maar ook, er is niet één blauwdruk voor het vormgeven van de samenwerking rondom onze doelgroep. Het is echt een gezamenlijke zoektocht hoe we optimaal elkaars expertise kunnen benutten, zodat werkzoekenden echt een verschil ervaren.

Vraag 3: Ik ben bereid om bij de update Werkbeweging in te gaan op hoe die samenwerking is voorgegeven. Ik zal ervoor zorgen dat in de update Werkbeweging wordt ingegaan op de samenwerking met onze partners in de stad. Die update gaat in mei naar de raad. Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Ik hoor dat de wethouder zegt dat een aantal dingen is opgepakt. In de motie staat expliciet de dienstverlening samen met de ketenpartners vorm te geven en afspraken te maken over hun rol en de rol van de werkmatchers. Is daarop al iets gebeurd, of gaat dit nog lopen, los van de losse dingen die al gedaan zijn, zoals de wethouder net heeft gezegd? Dit is namelijk een cruciale stap. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Daar is al het een en ander op gebeurd. Ik heb dat niet allemaal paraat, maar ik weet dat er bijvoorbeeld contacten zijn geweest tussen teams van Werk en Inkomen en organisaties, waarbij is bekeken hoe die expertise goed kan worden ingezet. In de voortgangsrapportage Werkbeweging zal ik hierover concreter zijn. 3. Vragen van de heer Şimşek (DENK), mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), mevrouw Van Mil (Student & Starter), de heer Wiegant (SP), de heer Saiah (D66), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake "toenemend anti-Aziatisch racisme".

De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! "Ik liep laatst in Utrecht over straat en uit het niets … De VOORZITTER: Bij mij is de vragensteller weggevallen. Ik denk dat dit bij iedereen het geval is. Kan een van de andere fracties de vragen stellen? De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Ik stel voor dat we ze even doorschuiven.

3

Vragenuur van 15 april 2021 De VOORZITTER: Dat is een goed voorstel. We gaan naar de mondelinge vragen onder nummer 4. 4. Vragen van de heer Vonk (GroenLinks) inzake "Hoe gaan we er uit". De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! De GroenLinks-fractie ziet de enorme impact van Covid-19 op de horeca en spreekt zelf ook geregeld ondernemers in de stad hierover. En wij zagen - vooral met het mooie weer - de drukte in de parken. Daarom begrepen we de eerste oproep van de G4-burgemeesters om te kijken naar mogelijkheden voor heropening van de terrassen. Daarna zagen we echter de besmettingscijfers verder oplopen naar een nieuw hoogtepunt, namen ook de opnames in ziekenhuizen en ic's weer toe en waarschuwden artsen dat binnenkort hart- en kankeroperaties moeten worden uitgesteld. Het kabinet heeft dan ook logischerwijs besloten dat er nog geen versoepelingen komen. Tot onze verbazing herhaalden de G4-burgemeesters, waaronder dus de burgemeester van Utrecht, hun oproep voor heropening van de terrassen op korte termijn. We hebben daarover de volgende vragen: 1. Is de burgemeester het met de GroenLinks-fractie eens dat met het oog op de toenemende besmettingen de gezamenlijke boodschap van overheden zou moeten zijn: blijf thuis, vermijd drukte, was uw handen en al dat soort dingen? Zo nee, waarom niet? 2.

Wat denkt de burgemeester dat het steeds opnieuw voeden van valse hoop doet voor het vertrouwen in de overheid bij zowel burgers als horeca en wat is naar haar idee het mogelijke effect daarvan op het naleven van maatregelen? 3. Is de burgemeester het met de GroenLinks-fractie eens dat heropening van de samenleving - en dus van de horeca - pas echt dichterbij komt door vaart te maken met het vaccinatieprogramma en wat doet zij om dit te bevorderen? 4. Vindt het college dat heropening van de horeca de hoogste prioriteit heeft en zo nee, waarom wordt er dan niet even openlijk gelobbyd voor bijvoorbeeld de heropening van het mbo en meer hulp voor jongeren met psychische problemen? 5. De burgemeester geeft met haar G4-collega's aan dat handhaven niet meer geloofwaardig kan als de terrassen niet opengaan. Mogen wij erop vertrouwen dat - om besmetting en dus overbelasting van de zorg te voorkomen - bij grote drukte in parken of illegale feesten ook in Utrecht opgetreden blijft worden? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het is goed een paar dingen te zeggen. Allereerst de eerste vraag: blijven wij de boodschap hanteren: vermijd drukte, werk zoveel mogelijk thuis enzovoorts? Het antwoord is natuurlijk ja. Zeker in een tijd waarin deze pandemie nog steeds om zich heen grijpt, blijft dat de centrale boodschap.

Ik denk dat het belangrijk is daarbij vast te stellen dat de discussie die de burgemeesters hebben aangevoerd gaat over de vraag hoe we in onze samenleving de naleving van de maatregelen zo effectief mogelijk kunnen vormgeven, binnen, maar ook in de openbare ruimte. Dat laatste, dat heeft de vragensteller ook aangestipt, staat natuurlijk wel onder druk. We hebben in de afgelopen weken, zodra de temperatuur weer omhoogging, gezien wat er in de openbare ruimte gebeurt. We zien dan ook dat naleving soms heel moeilijk is. Daarover hebben we de discussie gevoerd. Die is veel breder, zeg ik ook tegen de GroenLinks-fractie, dan de discussie over terrassen. Die gaat bijvoorbeeld ook over de dierentuinen en kinderboerderijen. Die gaat over de vraag: hoe zorgen we in een tijd waarin mensen ook buiten activiteiten willen ondernemen ervoor dat zij zich kunnen houden aan de voor het bestrijden van de pandemie zo belangrijke maatregelen, waaronder de anderhalve meter? Dat is de discussie geweest. We hebben bijna als eersten – ik denk dat het goed is dit te zeggen – bij het kabinet bepleit het onderwijs te openen. Dat vindt uw raad terug in het heropeningsplan dat het kabinet op 13 april jl. heeft gepresenteerd. Dat is er niet zomaar gekomen, maar in nauwe samenwerking met de burgemeesters gemaakt. Heropening van het onderwijs is daarin de eerste stap.

Het kabinet is ons hierin tegemoetgekomen. Het is belangrijk dat wij natuurlijk blijven handhaven, de laatste vraag van de GroenLinksfractie. Uiteraard, daar kan uw raad op rekenen, of het nu om illegale feesten gaat, of over parken die vollopen. We hebben ervoor gewaarschuwd en merken dat er in toenemende mate een spanning ontstaat in de samenleving, waarbij we als lokale overheid en het bevoegd gezag – met name onze dienders en boa's – meer en meer tegenover mensen komen te staan. Wij willen samen naar een

4

Vragenuur van 15 april 2021 oplossing, omdat we juist met elkaar van mening zijn dat de druk op de ziekenhuizen moet afnemen. Daarvoor is het aantal besmettingen te hoog. Ik heb deze week nog met de ziekenhuizen gesproken. Ik ben het zeer eens met de zorg, maar uw raad ziet dat er ook vanuit de ziekenhuizen – niet alle ziekenhuizen – steun is gekomen voor de gedachte van een beheersbare openbare ruimte. Zo zwart/wit als de GroenLinks-fractie het doet voorkomen, hebben de 4G-burgemeesters, onder leiding van de burgemeester van Amsterdam, het niet willen zien. Wij willen elke dag bijdragen aan het bestrijden van de pandemie. We willen dat zo effectief en geloofwaardig mogelijk doen, met zo groot mogelijk draagvlak. Dat zullen we nog nodig hebben, want de vaccinatiestrategie loopt averij op. We kunnen samen met de GGD maximaal capaciteit bieden om te prikken. Dat doen we. De GGD blijft straks langer open, maar we hebben ook vaccins nodig. Dat ligt niet in de handen van de burgemeesters, zoals de heer Vonk heel goed weet. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Ik voel wel een beetje mee met de intentie van de vragen van de heer Vonk, want ook mijn fractie had misschien een andere sector gekozen om te gaan testen. Of dit de prioriteit van Utrecht moet zijn? Goed. Een vraag over de proef.

Vorig jaar hebben we gezien dat het in de horeca behoorlijk lastig is ervoor te zorgen dat mensen zich aan de maatregelen houden. Ook toen waren er al coronamaatregelen. Nu doen we deze test in een soort onderzoeksetting. Er zitten zelfs onderzoekers in de kroeg. Ik kreeg al bericht van mensen die zeiden dat ze niet mochten rondlopen, maar alleen maar zitten. Hoe realistisch is deze proef en het resultaat dat we ervan krijgen? Kunnen we er überhaupt wat mee? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! De heer Wijmenga haalt een andere discussie aan dan die waarover de vragen van de GroenLinks-fractie gaan. Die gaan heel nadrukkelijk over de openbare ruimte en de openstelling daarvan, om zo veel mogelijk naleving in een gereguleerde setting te kunnen laten plaatsvinden. De fieldlabs die gaande zijn voor de horeca vormen een apart traject. Dat is samen met het kabinet ontwikkelt, met zowel het ministerie van EZK als met het ministerie van Justitie en het ministerie van Volksgezondheid. Dit is een door TNO gevolgde test waarin wordt bekeken wat de gedragingen van mensen zijn op het moment dat de cafés opengaan, onder restricties van zowel het gebruik van de coronamaatregelen die worden gehanteerd, als ook het van tevoren en na afloop testen. Dat is echt een andere discussie. Er zijn in Utrecht overigens eerder fieldlabs geweest op het terrein van een evenement.

Uw raad weet dat er een zakencongres is geweest. Er is daarvoor een voorstelling van de heer Wijers geweest. En we krijgen er nog een aantal. Dat heeft te maken met het feit dat de labs die we tot nu toe deden, deels samen deden met onze GGD, in ieder geval de fieldslabs in de horeca. Die vallen niet onder die van de Stichting Open Nederland, zeg ik er met een knipoog bij. Onze GGD doet dat zelf en was nauw betrokken bij die horeca fieldlabs. De mensen moesten zich via de GGD laten testen. Ik hoop dat ik de heer Wijmenga hiermee iets kan geruststellen. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! In deze raad is er weinig discussie over dat we allemaal willen dat de samenleving weer zo snel mogelijk veilig open kan gaan. Toch de vraag aan de burgemeester of de gekozen methode, zeker van de afgelopen week in aanloop naar het veiligheidsberaad op maandag, om samen met andere burgemeesters een pleidooi te houden over het openstellen van de terrassen, de werkwijze is waarmee daadwerkelijk effect wordt gesorteerd. Er zijn heel veel specialisten en experts die zich uitlaten. Voor deze oproep heb ik wel begrip, ik snap hem ook heel goed. Maar de vraag is even of dit de manier is waarop dit effect sorteert en of de burgemeester het misschien met me eens is dat stille diplomatie in veel gevallen, ook in dit geval, veel meer resultaat zou kunnen sorteren.

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik ben het met de heer Gilissen eens dat je altijd meerdere instrumenten in je pallet moet hebben. Een verklaring kun je niet ieder week uit laten gaan, want dan is de effectiviteit daarna heel snel weg. Dat was in dit geval niet aan de orde, omdat we niet met een uitgelekt voorgenomen besluit geconfronteerd werden, wat normaal meestal gebeurt met een lek in het weekend. Dan hebben we daarna op maandag veiligheidsberaad en kan er vanuit de burgemeesters iets gevonden worden. Op dinsdag stelt het kabinet dan pas definitief zijn standpunt vast. Nu werden wij op zondag geconfronteerd met een standpunt van het kabinet en per saldo daarmee ook een boodschap naar het veiligheidsberaad wat het kabinet zou gaan doen. Dat maakte

5

Vragenuur van 15 april 2021 het weekend bijzonder. Daarover hebben we in goed overleg met de burgemeesters van de veiligheidsregio's en daarna met het kabinet gesproken. Inhoudelijk is het voorstel van de G4burgemeesters vanuit het veiligheidsberaad opnieuw ingebracht bij het overleg op dinsdag. Uw raad heeft gezien dat het kabinet vervolgens een voorstel heeft gedaan voor heropening en daaraan een datum heeft gehangen en terecht heeft vastgesteld dat die datum afhankelijk is van de epidemiologische ontwikkelingen. De heer Gilissen heeft gelijk, dit moeten we niet elk weekend hebben en ik ben dat ook niet van plan. Maar dit was wel een bijzondere situatie. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Dank voor de beantwoording. Vindt de burgemeester het niet slecht dat in de communicatie in een crisis twee overheden een tegenstrijdige boodschap uitdragen en zou het misschien niet handig zijn geweest te wachten tot na het fieldlab? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het fieldlab heeft helemaal niets te maken met de openstelling van de buitenruimte. Ik begrijp dat er een zekere hardnekkigheid is om die twee dingen aan elkaar te verbinden, maar ze staan totaal los van elkaar. Het feit dat het hele kabinet toestemming voor deze fieldlabs heeft gegeven, mag dit onderstrepen.

Het is natuurlijk zo dat het vooral heel belangrijk blijft om met alle overheden gezamenlijk te benadrukken dat we ons moeten houden aan de maatregelen die gelden: anderhalve meter, mondkapjes daar waar nodig enzovoorts. Aan die boodschap heeft niemand afbreuk gedaan. Waar het vervolgens wel om gaat, is welke verantwoordelijkheid we voor de openbare ruimte kunnen dragen in een situatie waarin we zien dat de mensen die de handhaving voor hun rekening nemen aan het eind van hun latijn raken. Ik kan uw raad verzekeren, in het kader van de stille diplomatie, dat dit niet een boodschap is die het kabinet het afgelopen weekend voor het eerst heeft gehoord. Er zijn al weken eerder signalen over afgegeven. De VOORZITTER: Ik hoorde net twee vragen in een keer gesteld worden. Wees daar voorzichtig mee, de volgende keer ben ik er strenger in. Ik ben ook heel streng geweest voor de heer Işik. We gaan terug naar mondelinge vraag 3. 3. Vragen van de heer Şimşek (DENK), mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), mevrouw Van Mil (Student & Starter), de heer Wiegant (SP), de heer Saiah (D66), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake "toenemend anti-Aziatisch racisme". De heer ŞIMŞEK (DENK): Voorzitter! "Ik liep laatst in Utrecht over straat en uit het niets spuugde een passant voor mijn voeten op de grond.

'Ga terug naar je land, ga lekker vleermuizen eten. Dankzij jullie is het coronavirus in Nederland' zei de passant." Dit waren de woorden van Kayan Lam uit het interview dat ze gaf aan de Volkskrant. Dit, en soortgelijke racistische incidenten, is waar Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond steeds meer mee te maken hebben sinds de uitbraak van het corona-virus. En het blijft niet altijd bij verbaal geweld. Afgelopen zaterdag werd er op het Museumplein in Amsterdam gedemonstreerd tegen anti-Aziatisch racisme met de boodschap dat in Nederland steeds meer mensen met een Aziatische achtergrond racistisch worden bejegend, soms gepaard gaand met fysiek geweld en intimidatie. De fracties van DENK, PvdA, GroenLinks, Student en Starter, SP, D66, CDA en de Partij voor de Dieren hebben hier de volgende vragen over: 1. Hoe duidt het college het toenemend anti-Aziatisch racisme in Nederland en Utrecht en ziet het ook dat deze stijging toeneemt sinds de Corona-uitbraak? 2. Welke concrete acties neemt het college om de veiligheid van Utrechters met een Aziatische achtergrond te borgen? 3. Is het college bereid om in samenspraak met Utrechters van Aziatisch komaf acties tegen antiAziatisch racisme mee te nemen in de nieuwe anti-discriminatieagenda? 4.

Is het college bereid om daarbij ook aanbevelingen van het Kennisplatform Integratie en Samenleving over het bestrijden van anti-Aziatisch racisme mee te nemen? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik dank de verschillende fracties voor deze vragen, want dit is inderdaad een groot probleem. Daarmee beantwoord ik meteen vraag 1, hoe we het toenemend anti-Aziatisch racisme in Nederland duiden en hoe we de stijging sinds de coronauitbraak zien. Ja, sinds de corona-uitbraak zijn er meer signalen van anti-Aziatisch racisme. Dat zien

6

Vragenuur van 15 april 2021 we ook terug in de meldingen bij Artikel 1 Midden-Nederland. Het aantal meldingen van mensen met een Aziatische achtergrond die ervaringen hebben met discriminatie vanwege hun etniciteit of achtergrond is sterk toegenomen. Racisme tegen Utrechters met een Aziatische achtergrond is overigens niet nieuw en bestaat al zo lang als er migratie vanuit Azië naar Nederland is, maar zoals ik al zei, er is wel sprake van een toename. Veel meldingen houden verband met het coronavirus. Veel Utrechters hebben bijvoorbeeld melding gemaakt van een satanisch lied uitgezonden door Radio 10. Ook melden mensen dat ze in hun gezicht worden gehoest, worden uitgescholden en nageroepen. Het is echt vreselijk om te horen en lezen. Ook komen er meldingen binnen die geen verband houden met het coronavirus. Waar voorheen weinig melding werd gedaan, merken we nu dat mensen zich makkelijker uitspreken tegen racisme en discriminatie. Het is op zichzelf positief dat mensen zich hier eerder tegen uitspreken en eerder melding maken. Het antwoord op de tweede vraag, welke concrete acties wij ondernemen om de veiligheid van de Utrechters met een Aziatische achtergrond te borgen, is als volgt. Wij wijzen alle vormen van discriminatie af en zetten ons in voor een inclusieve en veilige stad voor iedereen.

Iedereen die te maken krijgt met discriminatie vragen wij zijn of haar klacht te melden bij het meldpunt van de Utrechtse antidiscriminatievoorziening Artikel 1 Midden-Nederland, want daar kan men helpen bij eventuele vervolgstappen. Wanneer er sprake is van een strafbaar feit, kan men melding maken of aangifte doen bij de politie. Het antwoord op de derde vraag, of we bereid zijn om in samenspraak met Utrechters van Aziatische komaf acties tegen anti-Aziatisch racisme mee te nemen in de nieuwe antidiscriminatieagenda is ja. De antidiscriminatieagenda richt zich op alle gronden van discriminatie, inclusief herkomst en huidskleur. Onze aanpak van discriminatie is generiek waar mogelijk en specifiek waar nodig. We kijken dus per thema, of problemen van bepaalde doelgroepen specifieke aandacht behoeven. Utrechters met een Aziatische achtergrond zijn reeds betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe antidiscriminatieagenda. In samenwerking met Artikel 1 MiddenNederland, Asian Raisins en Buurtcentrum Oase zijn er twee dialoogsessies georganiseerd voor de Zuid- en Zuidoost-Aziatische diaspora om input op te halen voor die agenda. De laatste vraag die de heer Şimşek me stelde, is of het college bereid is de aanbevelingen van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) over de bestrijding van anti-Aziatisch racisme mee te nemen.

In de nieuwe antidiscriminatieagenda worden veel aanbevelingen die in het onderzoek van KIS worden genoemd meegenomen, zoals inzetten op het veranderen van de sociale norm, voorlichten, vergroten van de meldingsbereidheid en de inclusieve werkvloer. En zoals ook al gezegd, richt onze agenda zich op alle discriminatiegronden en gaat het dus ook om anti-Aziatisch racisme. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! De wethouder zegt dat er een stijging is van het aantal meldingen. Kan ze dit nu kwantificeren of de raad op een andere manier informeren? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dat kan zeker. Ik heb de cijfers niet bij de hand, maar volgens mij heeft Artikel 1 Midden-Nederland hierover cijfers naar buiten gebracht. Als we die nog niet met de raad gedeeld hebben, doe ik dat graag alsnog. 5. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake "Geen uitzetting aan de Ivoordreef voorlopig?". Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Omwille van de tijd laat ik de inleiding achterwege en stel ik gelijk de vragen. 1. Heeft het college kennisgenomen van de situatie en de petitie? Is de gemeente betrokken? 2. Is bekend in hoeverre de bestaande bewoners staan ingeschreven bij SSH of een andere woningcorporatie en via die route elders gehuisvest worden of wellicht in de toekomst weer aan de Ivoordreef kunnen gaan wonen? 3.

Heeft Bo-ex in beeld om hoeveel mensen het gaat die nog geen vervangende woning hebben gevonden? Welke verantwoordelijkheid heeft en neemt zij hierin met de gemeente? Het sloop- en nieuwbouwproject aan de Ivoordreef schijnt te zijn vertraagd. Het project staat al wel op de lange-termijn-agenda van de raad. Ik heb daarover een aantal vragen. 4. Klopt het dat dit project vertraagd is volgens het college? Hoe komt dat, en is er een nieuwe planning bekend?

7

Vragenuur van 15 april 2021 5.

Is het college bereid om in gesprek te gaan met Bo-ex en de georganiseerde bewoners om te bezien of bewoners eventueel alsnog wat langer kunnen blijven wonen in het complex? Tot slot nog twee vragen. 6. Welke manieren ziet het college om perspectief te bieden voor mensen aan de Ivoordreef? 7. Ziet het college kans om toch in het licht van de coronacrisis afspraken te maken met de woningcorporaties om mensen meer tijd te geven om op zoek te gaan naar een woning, indien er sprake is van een situatie die zich daarvoor leent? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de vragen van mevrouw Zwinkels. Wij zijn op de hoogte van de situatie en de petitie. Als gemeente werken we samen met Bo-ex aan de herstructureringsplannen voor deze locatie. We zijn op dit moment in de afrondende fase van het opstellen van de bouwenvelop. Met betrokken partijen is gezamenlijk een planning opgesteld, waarin de sloop van de bestaande flat en het uithuizen van de huidige bewoners is opgenomen. Wij zijn niet op de hoogte van de inschrijving van de bewoners. Ze wonen in de flat op basis van een gebruikersovereenkomst met HOD-leegstandsbeheer. Het antwoord op vraag 3 is dat Bo-ex ons gemeld heeft dit niet in beeld te hebben, want Boex doet niet de verhuur. Die is in handen van de leegstandsbeheerder HOD.

HOD heeft de gebruikers half januari de formele opzegging van de gebruiksovereenkomst gestuurd. De bewoners verlaten op dit moment en de komende weken de flat. De opzegtermijn van Bo-ex richting HOD is een maand en de verantwoordelijkheid die Bo-ex hierin neemt is om HOD zo vroeg mogelijk te berichten over het moment dat de flat leeg moet zijn. De gemeente heeft daarin geen directe rol. Het antwoord op vraag 4 is dat het plan inderdaad vertraagd is. Het heeft veel tijd gekost om het nieuwe plan haalbaar te maken voor alle partijen. De planning is nu als volgt: de bouwenvelop wordt voor de zomer van dit jaar vastgesteld door het college. De raad wordt daarover uiteraard geïnformeerd. De sloop van de flat staat nu gepland vanaf september. De tijd tussen het leegkomen van de flat in juni van dit jaar en de start van de sloop is nodig voor destructief onderzoek naar onder andere asbest. Vervolgens werken we verder aan het opstellen van een bestemmingsplan dat aan het eind van 2021 ter inzage wordt gelegd. Het bestemmingsplan wordt dan in 2022 ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Het nieuwe plan voor Ivoordreef voorziet in nieuwe betaalbare woningen. Dat zijn er meer dan er nu staan. De sloop uitstellen betekent ook uitstel van de komst van deze woningen. Het college wil graag vasthouden aan de planning, om zo snel mogelijk de nieuwe woningen te realiseren.

Het college gaat daarom niet in gesprek met de georganiseerde bewoners en Bo-ex. Het antwoord op vraag 6: De huidige bewoners hebben een gebruiksovereenkomst met een opzeggingstermijn van 28 dagen. De HOD heeft vijf maanden van tevoren geïnformeerd over de opzegging. Het antwoord op vraag 7: Sinds het begin van de coronacrisis hebben we op bestuurlijk en ambtelijk niveau contact met corporaties over de tijdelijke verhuur en betaalbaarheid. Corporaties volgen hierin de landelijke afspraken en hebben tot nu toe zo veel als mogelijk maatwerk toegepast. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Nu gaat het om de Ivoordreef waar de ontruiming vrij vroegtijdig lijkt. We hebben het complex Oudegeinlaan gehad en Eiland 8 op Kanaleneiland, waar de boel al heel ruim van tevoren dichtging. Er komt nog het een en ander aan, zoals de Troelstralaan. Het is niet voor niets dat we dit hebben geagendeerd voor de prestatieafspraken in de commissieagenda. Mijn vraag aan de wethouder is of hij alles op alles wil zetten om te voorkomen dat mensen echt te vroeg hun tijdelijke woningen uit moeten. Het is onze stellige indruk dat dit gebeurt. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik geef de heer Schipper volkomen gelijk dat we te vroegtijdige uithuizing moeten voorkomen, want ook dit is woonruimte voor mensen.

Tegelijkertijd heb ik aangeven wat de termijn is voor de voorziene sloop, voorafgegaan door destructief onderzoek en asbestverwijdering. Daarmee komen we echt uit op dit tijdpad, waarin het nu nodig is om de mensen te gaan uithuizen. De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De SP-fractie noemde een aantal complexen. Als ik die bij elkaar optel, is de vraag naar betaalbare woningen voor deze huurders een groot vraagstuk. Wat is de volgende stap van het college om ervoor te zorgen dat voor deze mensen op de korte of langere termijn in overleg met de corporaties een woning kan worden gevonden?

8

Vragenuur van 15 april 2021 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Het is natuurlijk van het grootste belang dat mensen tijdig op de hoogte zijn tot wanneer hun gebruik van de woning kan duren. Daarin is voorzien. Vanaf januari zijn ze in ieder geval op de hoogte. Ook voordien wisten ze al dat dit een tijdelijke kwestie was. Wij denken dat ze daarmee voldoende tijd hebben voor het vinden van een alternatief. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Ik begrijp wat hij zegt, dat de datum van 14 juni echt nodig is in verband met het vervolg. In het verlengde van de vraag van de heer Işik vraag ik of duidelijk is welk maatwerk nodig is voor de huidige bewoners van dit complex. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Maatwerk is niet echt voorzien. Dat was van tevoren ook niet de bedoeling. De mensen wisten dat ze als gebruiker van dit pand daarop niet per se aanspraak kunnen maken. Vooral een tijdige aanzegging is daarbij belangrijk. 6. Vragen van de heer Bakker (D66) inzake "Vaccineren, vaccineren, vaccineren!". De heer BAKKER (D66) Voorzitter! Het draait allemaal om het vaccineren. De vragen zijn overigens ook namens de PvdA-fractie opgesteld. De GGD Noord-Limburg vaccineert kwetsbare patiënten met vaccin dat aan het eind van de dag overblijft 1.

Kan het college aangeven of dit ook geldt voor de GGD regio Utrecht (GGDrU)? Zo niet, is het college bereid dit – met spoed en misschien een beetje brutaliteit - te verzoeken aan de GGDrU? Er is veel te doen over het AstraZeneca-vaccin. Heel veel mensen hebben aangegeven, ook experts, dit aan de mensen zelf te laten. 2. Wil het college – samen met GGDrU – onderzoeken/ervoor lobbyen hoe het toch mogelijk wordt om (huis)artsen en mensen zelf de vrijheid te geven om te kiezen voor de AZ-prik als ze dat willen? Op 14 april jl. twitterde NRC-journalist Sheila Kamerman een foto van een heel lege Jaarbeurshal. Daar gaat onze derde vraag over. 3. Zijn de vaccinatielocaties in Utrecht vaker zo leeg? Hoe komt dit? 4. Wat is ervoor nodig om deze z.s.m. goed gevuld te krijgen met mensen die een prik willen? Hoe kan de gemeente Utrecht/ GGDrU hieraan bijdragen? In vraag 4 ging het ook even over de Fieldlabs. Wij hebben daar ook een vraag over. 5. Begrijpen wij goed, ook naar aanleiding van wat de burgemeester hierover zei, dat de GGD'en hier niet of nauwelijks bij betrokken zijn? Hoe is dit in Utrecht geregeld? De laatste vraag gaat over het testen met die fieldlabs: 6.

Is het college bereid te pleiten voor een test voor minimaal 24 uur voorafgaand aan het bezoek en een verplichte tweede test na afloop, omdat het risico op grote verspreiding anders echt te groot wordt? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze vragen. Toen wij gisteren het nieuws lazen dat men in Noord-Limburg deze aanpak koos, hebben we binnen de GGD regio Utrecht gekeken wat we zelf kunnen doen, omdat dit interessant is. Ik heb er gisteren ook een telefoontje aan gewaagd. Maar we zijn inmiddels ingehaald door de actualiteit. Het ministerie heeft een richtlijn uitgedaan, die is dringend, waarmee de GGD'en dit niet meer kunnen doen, dus ook de GGD NoordLimburg is hiermee gestopt. Er is wel iets anders voor in de plaats gekomen. Huisartsen kunnen nu kwetsbare patiënten onder de 60 jaar op een soort prioriteitenlijst zetten. Die gaan GGD'en dan met voorrang vaccineren met het Pfizer- of het Moderna-vaccin. De fracties van D66 en PvdA vragen om een lobby. Ik kan me goed voorstellen dat we die iets breder oppakken om naar een uitvoerbare vaccinatiestrategie te gaan. Uw raad heeft misschien gezien dat de directeur van de GGD regio Utrecht in de media zijn taxatie van de huidige vaccinatiestrategie heeft gegeven met hoe ingewikkeld dit voor de GGD is. In zijn algemeenheid gaan we graag aan de slag met een lobby om dit te verbeteren.

We zullen de suggestie van de vragenstellers daarin meenemen. Volgens mij is het allerbelangrijkst dat zo snel mogelijk zo veel mogelijk prikken in zo veel mogelijk armen worden gezet.

9

Vragenuur van 15 april 2021 Op de foto is inderdaad een hal te zien waarin geen hond is, en overigens ook geen patiënt. Dat onderschrijft des te meer dat de GGD er klaar voor is, echt klaar voor een grote vaccinatieoperatie, maar dat de vaccins simpelweg maar mondjesmaat binnenkomen. Vraag 4 luidt: wat kunnen we daaraan doen? In de mondelinge vraag 4 zei de burgemeester al dat het niet tot haar macht behoort om vaccins te organiseren. Dat geldt ook voor de wethouder Volksgezondheid of het bestuur van GGD regio Utrecht. We zijn echt afhankelijk van de goede levering van vaccins. In zijn algemeenheid deel ik de analyse van het OMT dat de GGD'en te weinig betrokken zijn bij de fieldlabs. Er is gelukkig één uitzondering, en dat is ons fieldlab, zou je kunnen zeggen, de fieldlab horeca waarbij de GGD volop meekijkt en ook de testen organiseert. Maar dit is echt de uitzondering op de regeling. Het antwoord op vraag 6 luidt: de randvoorwaarden voor die fieldlabs zijn opgesteld door expertteams van het Rijk. Een belangrijke toetsvraag is: als je die test na het fieldlab vrijwillig houdt, wat nu het geval is, werkt dat dan ook? Dat wordt dus onderzocht met die fieldlabs: gebeurt dat voldoende? Ook over de duur tussen de entreetest en het evenement is door het expertteam nagedacht. Helaas kunnen we hierop zeer moeilijk invloed uitoefenen.

De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! De aanvullende vraag over dit verhaal heb ik al aan de burgemeester gesteld. Vandaar de verwarring bij de burgemeester. Maar naar aanleiding van de laatste vraag van de heer Bakker: is er überhaupt een wettelijke basis is voor de verplichte test? Volgens mij is die er helemaal niet. De heer EERENBERG (wethouder): Het antwoord is dat die er wettelijk niet is. Er zijn ook ethische dilemma's om mensen te verplichten tot een test. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Wat kunnen we leren van de uitkomsten van bijvoorbeeld wetenschappelijke onderzoeken van het social distancing lab? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Deze vraag is niet kort te beantwoorden. Het is een veelkoppig monster waarbij heel veel verschillende aspecten van het bestrijden van een pandemie worden gewogen. Ik vind het wel een heel mooie vraag. Misschien is het goed, als we landelijk meer informatie hebben over de fieldlabs en de effecten van social distancing, om in de coronabrief de hoofdpunten van wat we hiervan leren met uw raad te delen. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! We horen zorgwekkende geluiden van huisartsen over het aantal mensen dat nog een prik moet halen en dat dit sterk verschilt van wijk tot wijk.

Is de wethouder bereid de cijfers daarover op te vragen en met ons te delen en, indien nodig, daarop een campagne in te zetten? De VOORZITTER: Dit zijn eigenlijk twee vragen. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! We hebben wekelijks contact met de huisartsen, ook aan het begin van deze week. Daaruit is die extra locatie gekomen, dat heeft uw raad in de media gezien. Wij kennen deze signalen, het zijn zorgelijke signalen. Ik deel de zorgen ook. Mensen maken zich zorgen over de veiligheid van de vaccins. Ik ga kijken of het mogelijk is daarvan per wijk cijfers op te vragen. Als ze er zijn, zal ik ze met uw raad delen. Maar ik wil ook voorzichtig met onze huisartsen omgaan, dat als die cijfers er niet zijn, we hun tijd zuinig gebruiken. Er komen allerlei landelijke campagnes over vaccineren aan. We hebben eerder afgesproken dat er ook een Utrechtse variant komt. Ik kan me zomaar voorstellen dat we die in het teken zetten van: vertrouw het vaccin. Dus dat gaan we doen. De heer BAKKER (D66): Dank voor de antwoorden. Ik begrijp dat als je je laat testen voor de fieldlabs, we kunnen dat niet verplichten, dit alleen in Maarssen kan.

Zit er nog enig schot in de zaak om dit in Utrecht te laten doen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat komt omdat er twee parallelle testinfrastructuren in het land zijn, de publieke van de GGD en de private van de stichting waarover het vanavond eerder is gegaan. De tweede partij heeft gekozen voor een locatie in Maarssen. Weet

10

Vragenuur van 15 april 2021 dat wij, onze GGD, overcapaciteit heeft en al meerdere keren heeft aangegeven die capaciteit te kunnen gebruiken, zolang dit de volksgezondheidtaken niet in gevaar brengt. Dat blijven we zeggen, want dan hebben we een mooie locatie dichtbij. 7. Vragen van de heer El Abassi (DENK) inzake "Onttrekken parkeerplakken Alexander de Grotelaan Zuid". De heer EL ABASSI (DENK)): Voorzitter! Op vrijdag 9 april zijn er borden geplaatst op de Alexander de Grotelaan waarin wordt aangegeven dat het vanaf 19 april verboden is om te parkeren in de parkeervakken. Indien men wel parkeert, geldt er een wegsleepregeling. Echter, het is voor de bewoners onduidelijk waarom er opeens ruim achttien parkeerplekken worden onttrokken zonder dat men hiervan op de hoogte is gesteld. Ook op de bekendmakingswebsite voor het verlenen van vergunningen is hier niets over te vinden. In eerdere schriftelijke vragen van 26 november hebben we de problemen al in kaart gebracht met betrekking tot het tekort aan parkeerplekken in deze straat. Hiermee wordt het probleem alleen maar groter. 1. Wat is de reden dat vanaf 19 april achttien parkeervakken worden onttrokken en waarom zijn de bewoners pas vanochtend hierover via een brief geïnformeerd? 2.

Is er voor het onttrekken van de parkeerplekken een vergunning afgegeven? Zo nee, waarom kunnen er zonder vergunning parkeerplekken worden onttrokken? Zo ja, waarom is hier geen rekening gehouden met de leefbaarheid en het woongenot van de bewoners? 3. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat de bewoners gebruik kunnen blijven maken van deze achttien parkeervakken? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Uit deze casus, die de heer El Abassi terecht aanroert, blijkt dat het samenspel tussen een aannemer, een opdrachtgever, en de gemeente niet vlekkeloos is verlopen. Het gaat hier om een onttrekking van parkeerplaatsen ten behoeve van ruimte voor bouwwerkzaamheden. Er wordt een aantal complexen van Bo-ex gerenoveerd en er is ruimte nodig om containers en ander materiaal neer te zetten. Het gaat hier dus om een tijdelijke onttrekking. Maar dit hadden bewoners veel eerder moeten horen. Er is op 20 april een bewonersbijeenkomst, maar dit is natuurlijk niet tijdig, gezien de deadline van de onttrekking. Bovendien is tot de dag van vandaag de vergunning nog niet verleend. We gaan evalueren wat we hiervan kunnen leren. Hoe kon dit gebeuren? Wij hebben als gemeente te langzaam gehandeld of niet de juiste dingen voorgeschreven, of de aannemer heeft te langzaam gehandeld. We gaan dit evalueren, ook om te kijken hoe we dit kunnen voorkomen.

Ik heb de opdracht gegeven te bekijken of we wat aan verzachting kunnen doen. Daarnaar wordt vanaf vandaag gekeken, om een extra inspanning te leveren om mensen goed van informatie te voorzien. Er is in een voorfase meegedacht door de gemeente. Dus er is wel nagedacht over hoe we het aantal plekken en de tijd zo veel mogelijk kunnen beperken. Maar dat neemt niet weg dat dit een tijdelijke onttrekking is van achttien plekken en ik kan me voorstellen dat mensen dit vervelend vinden. Daarin heeft overigens beweging plaatsgevonden. Mijn inschatting is dat deze onttrekking echt nodig is, omdat er anders geen ruimte is om een bouwplaats te maken. Het betreft hier een tijdelijke onttrekking en niet een structurele. De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De wethouder zegt continu dat het tijdelijk is. Is dit tijdelijk een half jaar of tijdelijk vijf jaar? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Het gaat hier om een project dat in twee fases wordt uitgevoerd. Voor de tweede fase zullen andere plekken onttrokken worden. Ik weet niet de precieze lengte van de periode, maar ik denk dat de onttrekking op deze plek minder dan een jaar duurt, en dan nog een keer achttien andere plekken voor ongeveer dezelfde periode. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! De wethouder zei dat de vergunning nog niet is verleend. Dat maakt het moeilijk.

Tegelijkertijd zegt ze dat het te verwachten is dat deze plekken onttrokken blijven. Is die afweging wel gemaakt? Hoe weten de bewoners waar ze aan toe zijn? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voor de helderheid, ze zijn nog niet onttrokken. Er moet eerst een vergunning verleend worden voordat ze onttrokken worden. De gemeente is in een voorfase betrokken geweest, zoals ik al zei. Dus ik ga ervan uit dat daar de weging heeft

11

Vragenuur van 15 april 2021 plaatsgevonden. Maar nogmaals, het samenspel was niet goed, want die vergunning had wel verleend moeten zijn, voordat er een brief bij de mensen in de bus wordt gestopt. Dat zal ik niet goedpraten. De heer EL ABASSI (DENK): Voorzitter! Ik vond het spijtig om vanochtend vroeg te horen dat iemand van het bouwbedrijf die brief gauw op de bus heeft gedaan. Mijn belangrijkste punt is vooral dat ik eerder hierover schriftelijke vragen heb gesteld en foto's gedeeld over hoe de autoramen worden ingetikt in deze buurt en hoe gevaarlijk het is dat mensen niet gewoon hun auto voor de deur kunnen parkeren. Ik wil echt van de wethouder horen hoe ze kan voorkomen dat mensen in andere straten moeten parkeren met alle gevolgen van dien. De foto's spraken toen al duidelijke taal. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): In de eerdere fase hebben we die vragen beantwoord. In heel Utrecht is het zo dat je er nooit op kunt rekenen dat je je auto voor je huis kunt parkeren. Dat is helaas niet zo. Ik snap dat heel veel mensen dat heel graag willen, maar zo werkt het niet in de openbare ruimte. We zorgen ervoor dat het totaal aantal plekken voldoende is. Daar kijken we naar, daar toetsen we op. Maar als er sprake van onveiligheid is, is dat niet goed te praten. Dat is een veiligheidskwestie en moet bestreden worden.

De oplossing is niet om elke Utrechter een plekje voor zijn huis te bieden. Dat kunnen we gewoon niet waarmaken. De VOORZITTER: Het is inmiddels een paar minuten voor half acht. Dat betekent dat we nog een set met mondelinge vragen kunnen behandelen en dat de andere doorschuift naar een volgende keer. 8. Vragen van mevrouw Bijsterbosch (D66) inzake "Toegang tot Het Utrechts Archief". Mevrouw BIJSTERBOSCH (D66): Voorzitter! Het was even billenknijpen voor me of ik wel aan de beurt zou komen. Op 17 maart jl. is de raad op de hoogte gesteld van een beveiligingsincident bij Het Utrechts Archief (HUA). Eind maart is door hen aangegeven dat ze bezig zijn met herstel van de beschikbaarheid van alle digitale archiefscans uit de back-up. Daarbij gaven ze aan dat ze verwachten dat dit nog enkele weken zal duren. Naast dat het digitale archief niet toegankelijk is, is de studiezaal ook gesloten wegens de coronamaatregelen. Veel studenten, onderzoekers en bijvoorbeeld historische verenigingen zijn door de coronasluiting van de studiezaal afhankelijk van de digitale toegang tot tal van documenten. Bij met name studenten is de D66-fractie bezorgd over wat dit betekent voor bijvoorbeeld studievertraging. Dat brengt ons tot een aantal vragen:

-

Kan het college aangeven wanneer zicht is op herstel van het digitaal archief en wanneer het gehele archief weer online te raadplegen is? Is het college bereid Het Utrechts Archief waar nodig en waar mogelijk te ondersteunen met het bespoedigen van het herstel van de online toegang tot het archief? Is het college bereid om in de tussentijd in overleg met HUA te kijken wat er nodig is om studenten en onderzoekers toch op verantwoorde wijze gebruik te laten maken van de studiezaal? We dachten bijvoorbeeld op basis van een afspraak, zoals nu ook gebeurt bij veel winkels.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Het herstel van het online archief is inmiddels honderd procent. Alle 7 miljoen scans en de archiefbank zijn veiliggesteld in de back-up van Het Utrechts Archief. Op dit moment loopt nog het proces om de volledige raadpleging van de digitale collectie weer op te bouwen. Omdat de ICT-systemen op een andere manier dan voorheen moeten worden ingericht, zal dat nog enkele weken in beslag nemen. Het streven is erop gericht om in mei de gehele digitale collectie weer beschikbaar te stellen aan het publiek. Bij de aanvang van het incident hebben we contact gehad met de Informatie Beveiligingsdienst en HUA meteen onze hulp aangeboden in de vorm van een technical security specialist en een analist. Dit bleek later niet meer nodig, omdat HUA zelf externe gespecialiseerde technische experts heeft ingehuurd met specialistische kennis op het gebied van randsomware en herstel hiervan. We hebben ook intern onderzoek gedaan naar eventuele digitale koppelingen en data bij HUA met data van de gemeente Utrecht om uit te sluiten dat wij zelf een risico lopen. Dat

12

Vragenuur van 15 april 2021 risico is inmiddels uitgesloten. Het proces voor herstel is inmiddels volledig ingericht en in volle gang. We staan in contact met HUA en de provincie over de voortgang. De afspraak is dat HUA een beroep doet op de gemeente en provincie indien nodig. Omdat de studiezaal gesloten is vanwege de lockdown heeft HUA al een aantal maatregelen getroffen om onderzoekers die in de knel komen te helpen. Dit kan gaan om een papieren of digitaal archief en om scans, want een groot deel van de collectie is niet gedigitaliseerd. De dienstverlening die HUA momenteel biedt, bestaat uit het ter plekke digitaliseren en versturen van de opgevraagde archieven via e-mail, of uitlevering van bestanden op USB-sticks. HUA vraagt aan alle onderzoekers en studenten die de collectie met spoed willen raadplegen dan ook contact op te nemen om naar een passende oplossing voor hen te zoeken. Mocht er geen digitale oplossing zijn, dan is raadpleging van de papieren collectie via een afspraak een optie. Mevrouw BIJSTERBOSCH (D66): Dank, heel fijn dat er in elk geval wat mogelijk is voor studenten en onderzoekers om op een bepaalde manier toegang te krijgen. Ik vraag me af of dit wat duidelijker gecommuniceerd kan worden. Het is volgens mij niet per se voor iedereen even duidelijk.

Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik ben bereid om HUA te vragen dit nog een keer duidelijker te melden op hun site. Ik weet niet wat er nu staat, maar misschien kan deze service geboden worden. De VOORZITTER: We zijn inmiddels meer dan een uur aan de gang. Dit betekent dat we aan het eind zijn gekomen van ons vragenuur. Ik kijk naar de indiener van de mondelinge vragen onder nummer 9. De regel is dat die naar volgende week doorschuift. Kan mevrouw Assen daarmee instemmen? Mevrouw ASSEN (PvdA): Ja, dat kan ik. De VOORZITTER: Dan komt die vraag volgende week als eerste op de lijst te staan. Mevrouw Assen kan er ook voor kiezen om de vraag schriftelijk af te handelen. Maar het is voor alle ondersteuning makkelijker als die volgende week mondeling wordt beantwoord door de wethouder. Dat gaan we doen. De vraag komt volgende week terug als mondelinge vraag nummer 1. Dank voor uw aandacht. Ik wens u voor nu allemaal een heel fijne avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.32 uur, het vragenuur.

{{Signer1}}

{{Signer2}}

Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 15 april 2021

Vragen van de heer Şimşek (DENK), mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), mevrouw Van Mil (Student & Starter), de heer Wiegant (SP), de heer Saiah (D66), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Van Heuven (PvdD) inzake "toenemend anti-Aziatisch racisme".

13

Vragenuur van 15 april 2021 Wethouder Voortman  zal de cijfers over de stijging van het aantal meldingen delen met de raad.

Vragen van de heer Bakker (D66) inzake "Vaccineren, vaccineren, vaccineren". Wethouder Eerenberg  zal de raad in de coronabrief informeren over de effecten van de fieldlabs en social distancing.  zal de Utrechtse campagne over vaccineren in het teken zetten van vertrouwen in het vaccin.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=02ec90a9-b798-4251-8760-aa193c798fee