CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210414_Schriftelijke toelichting raadsbijeenkomst d.d_4.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 15 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Mailberichten over de Trip1.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betreft: Schriftelijke toelichting t.b.v. bijeenkomst gemeenteraad d.d. 6 april 2021 Van: Robert Scholman namens De Trip B.V. Inleiding We zijn het niet eens met het raadsvoorstel om de verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) te weigeren voor de door ons ingediende omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016, zoals wij die uiteindelijk op 30 oktober 2020 drastisch hebben aangepast na ons positieve gesprek hierover met de heren van de gemeente Utrecht en van de RUD Utrecht op 6 februari 2020. 2E

2E

Dit licht ik hierna toe, maar eerst iets over de voorgeschiedenis en onze doelstellingen. Voorgeschiedenis en doelstellingen Sinds 2015 zijn wij namelijk gevestigd op de locatie aan de Sophialaan 7 te Utrecht, met als doelstelling om daar een circulaire bouw- en groenhub op te zetten aan een groot vaarwater, het Amsterdam-Rijnkanaal. Reden voor onze vestiging op die locatie is dat er namelijk elders in de provincie Utrecht géén dergelijke locaties beschikbaar waren en zijn aan een groot vaarwater. Met het oog op de doelstellingen voor een emissievrije bouw- en groenhub in het jaar 2030 voor het groen en de bouw- en infrawerken in en rondom de gemeente Utrecht is het noodzakelijk om een dergelijke circulaire hub te hebben aan een groot vaarwater om namelijk ook hierdoor de noodzakelijke energietransitie mogelijk te maken. Om u een indruk te geven wat onze huidige strategische bedrijfsactiviteiten op de locatie Sophialaan 7 zijn, som ik die hierna op, te weten: - strategische opslag biomassa t.b.v. biomassacentrale van Eneco op industrieterrein Lage Weide.

Dit betreft een strategische noodvoorraadopslag; - strategische zoutvoorraad (inclusief zoutloket gemeenten), waarvan 80.000 ton wordt aangevoerd over het water; - circulaire grondbank, waarvan deels ook aanvoer via het water plaats vindt; - opslag boom- en daksubstraten (bomen en plantengrond), zijnde een verwerkingslocatie van de gemeenten in de provincie Utrecht, waarbij ook aanvoer over het water plaats vindt; - doorvoerlocatie oud papier afkomstig van gemeenten uit de provincie Utrecht; - standplaats gladheidsmaterieel gemeente Utrecht (20 strooi-eenheden); en tenslotte - een werkplaats waar machines (New Holland-trekkers en Holder werktuigdragers) voor de Europese markt omgebouwd worden tot emissievrije voertuigen. Bij brief van 3 mei 2015, verzonden op 3 mei 2016, met briefnummer 564691-Z/16/103473, opgenomen in de agendastukken voor deze raadsbijeenkomst, heeft de RUD Utrecht namens het college van b&w van Utrecht onze melding voor onze huidige bedrijfsactiviteiten, op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Abm), geaccepteerd. Daarnaast heeft het college van b&w op 20 november 2015 aan ons een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van keerwanden op ons perceel aan de Sophialaan 7 te Utrecht.

Daarna hebben wij op 30 mei 2016 de desbetreffende omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteiten strijdig planologisch gebruik en milieu ingediend bij het college van GS van de provincie Utrecht.

1

Wij gingen ervan uit dat verlening daarvan géén probleem zou opleveren. Ten eerste niet, omdat namelijk het bestemmingsplan “Lage Weide” van 29 november 2018 (hierna: het bestemmingsplan) op ons perceel aan de Sophialaan 7 niet alleen bedrijvigheid t/m milieucategorie 4.1, maar daarnaast ook een bedrijf voor de vervaardiging van gipsproducten tot maximaal milieucategorie 4.2 rechtstreeks toelaat. Met rechtstreeks bedoel ik hierna: zonder dat hiervoor een afwijking van het bestemmingsplan is vereist. Ter zijde merk ik overigens op dat de gemeenteraad de functieaanduiding voor dit bedrijf voor de vervaardiging van gipsproducten tot maximaal milieucategorie 4.2 in het bestemmingsplan per vergissing niet op ons perceel Sophialaan 7, maar op het naastgelegen perceel aan de Sophialaan 7a heeft gelegd, maar onder meer hierover loopt ook nog ons beroep tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna AbRvS). Ten tweede niet, omdat in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is opgenomen, op grond waarvan bedrijvigheid t/m twee categorieën hoger kan worden toegestaan, dus zelfs t/m milieucategorie 5.1, mits die qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met bedrijvigheid t/m milieucategorie 4.1. (zie daartoe namelijk artikel 3.6.2 van het bestemmingsplan). Dan kom ik thans aan de toelichting van ons standpunt.

Toelichting standpunt De Trip B.V. Aangevraagde activiteiten vallen onder milieucategorie 4.1 In het advies van de Ontwikkelorganisatie Ruimte van 20 september 2019, opgenomen bij de agendastukken voor deze raadsbijeenkomst, staat namelijk expliciet vermeld én wordt daarmee dus erkend dat de huidige situatie op ons perceel valt onder milieucategorie 4.1. Met de huidige situatie wordt dus gedoeld op hiervoor genoemde geaccepteerde melding Abm van 3 mei 2016 én de hiervoor genoemde omgevingsvergunning van 20 november 2015. Als bijlage 1 bij mijn toelichting heb ik voor u opgenomen tabel 1c bij de ruimtelijke onderbouwing van 24 januari 2018 en deze geaccepteerde melding Abm van 3 mei 2016 van onze huidige bedrijfsactiviteiten, die overigens ook zijn opgenomen in de agendastukken voor deze raadsbijeenkomst. Daaruit blijkt namelijk welke activiteiten precies bij deze melding Abm zijn geaccepteerd en waarop de desbetreffende omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016 toen betrekking had.

Van belang is dan vervolgens dat we na ons positieve gesprek hierover op 6 februari 2020 met de heren van de RUD Utrecht in onze laatste ruimtelijke van de gemeente én onderbouwing van 30 oktober 2020 de navolgende activiteiten hebben geschrapt, namelijk: - puin breken tot 100.000 ton/jaar (zijnde milieucategorie 4.2); - vuiloverslagstation (zijnde ook milieucategorie 4.2); - geen inname van gemengd afval en RKG-slib; en tenslotte - geen incidentele aanvoer van schepen in avond- en nachtperiode. 2E

2E

2

Vervolgens blijkt dan uit tabel 1c in bijlage 1 dat onze omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016, na schrapping van de hiervoor genoemde activiteiten, vanaf 30 oktober 2020 dus uitsluitend nog maar betrekking heeft op een uitbreiding van die activiteiten, waarvan het college van b&w al eerder de hiervoor genoemde melding Abm op 3 mei 2016 heeft geaccepteerd. Mede gelet hierop zijn wij van mening dat het college van b&w hierdoor ten onrechte stelt dat na onze drastisch aangepaste omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016 nog steeds sprake zou zijn van een vuiloverslagstation en daarmee een milieucategorie 4.2-activiteit. Het college van b&w heeft namelijk met zijn advies van de Ontwikkelorganisatie Ruimte van 20 september 2019 toch al erkend dat het bij onze activiteiten, waarvan het de melding Abm op 3 mei 2016 heeft geaccepteerd, gaat om milieucategorie 4.1-activiteiten, terwijl het bij onze omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016, zoals drastisch aangepast op 30 oktober 2020, gaat om precies dezelfde activiteiten, maar dan alleen in een iets grotere hoeveelheid. Bovendien blijkt uit het advies van de DCMR van 19 april 2020 ook al expliciet dat ons bedrijf gelijk kan worden gesteld met categorie 4.1. Daarnaast blijkt daaruit dat ook wordt voldaan aan het gemeentelijk geurbeleid.

Tenslotte blijkt daaruit echter ten onrechte dat de kans groot zou zijn dat niet wordt voldaan aan een geluidsbelasting als categorie 4.1. Als bijlage 2 bij mijn schriftelijke toelichting heb ik namelijk voor u opgenomen het besluit van de RUD Utrecht namens het college van b&w van Utrecht tot wijziging van de geluidsvoorschriften in de omgevingsvergunning van 11 juli 2019, met kenmerk HZ_WABO19-05299, die destijds is verleend aan onze rechtsvoorganger Gipsbouw B.V. (hierna: Gibo) op ons perceel aan de Sophialaan 7. Dit besluit van 11 juli 2019 is gebaseerd op het geluidsrapport van M-Tech van 22 mei 2018, welk geluidsrapport ook zit bij de agendastukken voor deze raadsbijeenkomst. Weliswaar is voor onze drastisch aangepaste omgevingsvergunningaanvraag nog steeds een wettelijke afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk en daarmee ook een vvgb, gelet op de overschrijding van de drempelwaarde in bijlage D18.1 van het Besluit milieueffectrapportage (zie artikel 3, lid 3.5, onder e van het bestemmingsplan). Mede gelet op het voorgaande zien wij echter niet in, waarom die vvgb niet zou kunnen worden afgegeven, daar namelijk onze huidige - én thans aangevraagde activiteiten bedrijvigheid t/m milieucategorie 4.1 betreffen en op het perceel Sophialaan 7 sowieso al bedrijvigheid t/m milieucategorie 4.1 rechtstreeks wordt toegestaan in het bestemmingsplan.

Mede gelet hierop zijn wij van mening dat in de nadere adviezen van de DCMR van 19 juni 2020 en van 13 november 2020 ook ten onrechte is gesteld dat onze omgevingsvergunning­ aanvraag van 30 mei 2016 nog steeds op een vuiloverslagstation en daarmee op een milieucategorie 4.2-bedrijf zou zien, ook na de drastische aanpassing daarvan op 30 mei 2020.

3

Milieubeoordeling en natuurtoestemming Dan kom ik op het punt van de milieubeoordeling en de natuurtoestemming. Zoals het college van b&w zelf ook al heeft gesteld, is het college van GS van de provincie Utrecht het bevoegde gezag voor de verlening van de door ons aangevraagde omgevingsvergunning van 30 mei 2016, ook na aanpassing daarvan op 30 mei 2020, voor de activiteit milieu. Met betrekking tot de daarin eveneens aangevraagde activiteit strijd met het bestemmingsplan is ook het college van GS van de provincie Utrecht het bevoegde gezag, maar is dus hiervoor de afgifte van een vvgb van de gemeenteraad een wettelijk vereiste. In zijn brief van 4 mei 2016, met nummer 8184703C, eveneens opgenomen in de agendastukken voor deze raadsbijeenkomst, heeft het college van GS van de provincie Utrecht al besloten dat er van de door ons aangevraagde omgevingsvergunning van 30 mei 2016, dus toen deze aanvraag nog niet was aangepast op 30 oktober 2020, géén belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te duchten zijn, met betrekking tot de activiteit milieu. Hierdoor is het voor ons ook onduidelijk, op basis waarvan de DCMR én het college van b&w ook op dit punt dan nog steeds een andersluidende mening zijn toegedaan.

Bovendien zijn wij van mening dat het college van b&w daarmee ook ten onrechte “op de stoel van het college van GS van Utrecht is gaan zitten”, terwijl het college van GS van de provincie Utrecht toch het bevoegde gezag is. In deze brief van 4 mei 2016 heeft het college van GS van Utrecht ook gesteld dat er een significante verbetering optreedt naar 0,11 mol stikstofdepositie per hectare per jaar op het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied “Oostelijke Vechtplassen” door onze omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016. Uit onze laatste aangepaste ruimtelijke onderbouwing van 30 oktober 2020 blijkt namelijk dat de stikstofdepositie per hectare per jaar 2,09 mol bedroeg in de situatie vóór 2015. De PAS-melding, die we hiervoor toen hebben gedaan, heeft het college van GS van de provincie Utrecht hierdoor destijds ook geaccepteerd. Die PAS-melding is echter vervallen sinds de bij iedereen inmiddels bekend zijnde PAS-uitspraak van de AbRvS van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603.

Uit de Aeriusberekeningen van 1 april jl., gevoegd als bijlage 3 bij deze schriftelijke toelichting, blijkt echter dat, na de drastische aanpassing van onze omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016 op 30 oktober 2020, hierdoor de stikstofdepositie per hectare per jaar op het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied “Oostelijke Vechtplassen afgerond 0,00 mol bedraagt, waardoor er dus géén vergunning nodig is, op grond van de Wnb.

4

Conclusie Mede gelet op het voorgaande zijn we dus tenslotte van mening dat wij met onze omgevingsvergunningaanvraag van 30 mei 2016, na de drastische aanpassing daarvan op 30 oktober 2020, achtereenvolgens wél voldoen aan het gemeentelijk planologisch beleid met betrekking tot de inwaartse zonering, er géén onaanvaardbare nadelige milieugevolgen zijn voor het nabijgelegen woongebied Zuilen én tenslotte significante effecten voor het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied “Oostelijke Vechtplassen” ook zijn uitgesloten. Verzoek Wij verzoeken de gemeenteraad van Utrecht dan ook met klem de vvgb toch te verlenen. Namens De Trip B.V. 2E

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b39902ba-c8f4-47de-b455-c5a0bc6ce042