20210414_Reactie op bezwaarschrift (JZ)_3.pdf
Tekst van het document
Sophialaan 7 hoorzitting 15 februari 2016 Op 20 november 2015 is door het college een omgevingsvergunning voor bouwen verleend voor het oprichten van keerwanden. Als toetsingskader voor deze omgevingsvergunning geldt een limitatief imperatief stelsel. Feitelijk betekent dit dat een aanvraag op basis van artikel 2.1, lid 1, sub a Wabo slechts mag en moet worden geweigerd in de in artikel 2.10 Wabo opgesomde gevallen. In artikel 2.10, lid 1, onder c staat dat een omgevingsvergunning bouwen niet in strijd met het bestemmingsplan mag worden verleend. Volgens het bestemmingsplan ‘Lage Weide’ geldt op dit perceel “bedrijf tot en met categorie 4.1 ”. Volgens artikel 3.1 onder a geldt hier dan dat “bedrijven uit de in bijlage Lijst van bedrijfsactiviteiten genoemde categorieën: 1 toten met 4.1 "zich mogen vestigen. 1. Categorie bedrijf De RUD heeft het volgende geconcludeerd ten aanzien van de categorieën. De voorgenomen, gemelde activiteiten van De Trip B.V. zijn niet exact omschreven in de VNG lijst voor bedrijfsactiviteiten. De Trip geeft aan dat de activiteiten te vergelijken zijn met categorieën als aannemerij, groothandel in hout en bouwmaterialen, loon-, hovenier- en bosbouwbedrijf. Een paar staan in de bedrijvenlijst van Lage Weide: categorie 2 t/m 3.1.
De overige activiteiten van De Trip die door ons (de RUD) beoordeeld zijn, en te vergelijken zijn met een gemeentewerf (een grote), een vuilophaaldienst en een straatreinigingsbedrijf. Deze staan in de Lijst van Lage Weide en VNG lijst als milieucategorie 3.1 t/m 3.2 genoemd. Echter gezien de omvang van de in de melding genoemde activiteiten houden we voor de gemelde activiteiten een categorie 4.1 aan. Van een 4.2-bedrijf is geen sprake aangezien een afvalscheidingsstallatie en/of een puinbrekerinstallatie ontbreekt. Reeds eerder heeft de RUD beoordeeld dat het een categorie 4.1 bedrijf betrof en op basis van deze gegevens is de omgevingsvergunning voor bouwen verleend. Derhalve is artikel 3.6.2 van bestemmingplan niet van toepassing. Het feit dat de keerwanden hoger zijn en dat daartussen meer materialen opgeslagen kunnen worden, dat is niet van belang. De hoeveelheden en activiteiten opgenomen in de melding zijn leidend. 2.
Geur Op grond van artikel 3.6.1 van het bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning medewerking verlenen aan het bepaalde in lid 3.5, onder b., ten behoeve van de oprichting, uitbreiding of wijziging van bedrijven waarbij in de Lijst van bedrijfsactiviteiten voor het aspect 'geur' een afstand van 100 meter of meer is aangegeven, mits daardoor de totale geurbelasting op woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, bestaand ten tijde van de terinzaggelegging van het ontwerpbestemmingsplan, binnen en buiten het plangebied niet toeneemt. Gezien de te vergelijken categorieën van aannemerij, groothandel in hout en bouwmaterialen, loon-, hovenier- en bosbouwbedrijf en de activiteiten gemeentewerf, een vuilophaaldienst en een straatreinigingsbedrijf is geen sprake van een bedrijf waarvoor in de Lijst van bedrijfsactiviteiten voor het aspect ‘geur’ een afstand van 100 meter of meer is aangegeven. Artikel 3.5 onder b van het
bestemmingsplan is derhalve niet van toepassing en derhalve komen we niet toe aan artikel 3.6.1. van het bestemmingplan. Voorts blijkt uit het geurrapport dat is aangeleverd bij de concept-omgevingsvergunningaanvraag voor milieu, dat ook bij een eventuele uitbreiding aan de activiteiten op het perceel aan de geurnormen wordt voldaan. Ten aanzien van de verwijzing naar artikel 3.6.2 van het bestemmingsplan, verwijzen wij naar hetgeen onder punt 1 is gesteld. 3. Onlosmakelijke samenhang Zoals reeds aangegeven zijn de hoeveelheden en activiteiten opgenomen in de melding leidend. Hetgeen is opgenomen in de melding leidt er niet toe dat een m.e.r. beoordeling plaats moet vinden. Artikel 3.5 onder e van het bestemmingsplan is derhalve niet van toepassing. Tevens wordt door reclamant verwezen naar ‘aangevraagde’ activiteiten. Er is echter nog geen sprake van aangevraagde activiteiten, nu enkel een melding is ingediend.
4. Melding Op 11 maart 2015 is een melding Activiteitenbesluit ingediend. Op 1 7 augustus 2015 is de omgevingsvergunning voor bouwen ingediend en op 20 november 201 5 is deze verleend. Op 21 september 2015 en 22 oktober 201 5 is de melding Activiteitenbesluit aangevuld. Reclamant verwijst naar artikel 8.41 a van de Wet milieubeheer. Dit artikel is echter niet van toepassing nu ten tijde van de indiening van de omgevingsvergunning voor bouwen reeds een melding was ingediend. Verder voldeed de melding aan de vereisten uit art 1.10 e.v. Activiteitenbesluit milieubeheer. Reclamant verwijst ook naar een e-mail van 7 december 201 5. Deze e-mail behoort echter tot een e mailwisseling waarin de heer 2E
heeft aangegeven dat bijbehorende rapporten en info nog niet
kunnen worden vrijgegeven, omdat de indiener op het verzoek van de RUD diverse gegevens en berekeningen nog moet aanleveren. Deze opmerking houdt verband met de gesprekken die met aanvrager zijn gevoerd over een akoestisch rapport. Dit is echter geen verplicht onderdeel van de melding. 5. Akoestisch rapport Tot slot werd in een van de bezwaarschriften nog specifiek ingegaan op het geluidsrapport dat is ingediend bij de concept-omgevingsvergunningaanvraag. Hierbij merken wij nogmaals op dat de melding leidend is. Echter, ten aanzien van het rapport kan worden opgemerkt dat het lossen van schepen wel is meegenomen in het rapport (opgenomen als aparte meetpunten).