CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210408 vragenuur.doc

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 8 en 15 april 20214.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 8 april 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 8 april 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aanwezig zijn de leden: Dekker-Abdulaziz, El Abassi, Van Heuven, Işik, Van Steeg en Virginia. Namens het college zijn aanwezig de wethouders: Diepeveen, Van Ooijen, Van Hooijdonk en Verschuure. Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Gaillard en Bosse. Griffier: de heer Corten. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedenavond. Hartelijk welkom bij het vragenuur van 8 april van de gemeenteraad van Utrecht. Er zijn zes sets met mondelinge vragen aan het college ingekomen. 1. Vragen van de heer Gaillard (SBU) inzake "Internetpeiling Betaald Parkeren Bijleveldstraat e.o. en Rijnsweerd". De heer GAILLARD (SBU): Voorzitter! De gemeente heeft een internetpeiling voor de invoering betaald parkeren uitgevoerd in de twee deelgebieden Molenbeekstraat e.o. en Bolksbeekstraat e.o. Hierover hebben we enkele vragen: 1. Klopt het dat er alleen een internetpeiling is uitgevoerd, dus geen peiling per post of op andere fysieke manieren? 2. Zo ja, hoe kan dat? Zijn er geen afspraken gemaakt om peilingen nooit alleen digitaal uit te voeren? 3. Kan het college alsnog een fysieke peiling uitvoeren in de genoemde gebieden? 4.

Kan het huidige college garanderen dat het in de toekomst geen peilingen meer zal uitvoeren die alleen digitaal gehouden worden? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De raad heeft een procedure vastgesteld voor het peilen van de mening over het betaald parkeren en die volgen wij altijd, ook in dit geval. Normaal gesproken kunnen mensen op twee manieren stemmen. Dat is natuurlijk via internet, daar zullen de meeste mensen gebruik van maken, maar kan ook telefonisch. Dat is voor iedereen heel toegankelijk. Buiten coronatijd kan het gebeuren dat de mensen de weg naar het wijkbureau weten te vinden en ze daar persoonlijke ondersteuning krijgen. Dat is nu natuurlijk ingewikkelder. Er wordt altijd een papieren brief gestuurd met de aankondiging dat men via internet of telefoon zijn stem door kan geven. Zo staat het ook omschreven, nogmaals door de raad vastgesteld. Dat is hier dus ook gebeurd. We hebben geen slechte ervaringen met deze methode. De respons is altijd goed, dus we zien geen reden om dit op dit moment te veranderen.

Vragenuur van 8 april 2021 2. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) en de heer Virginia (GrLi) inzake "Dieren Leidsche Rijn nóg meer in de knel". De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! We ontvingen vorige week een noodkreet van bewoners van Oog in Al, die aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal zien dat dieren als fazanten en hazen door huizenbouw en verkeer steeds meer in de knel komen. Hierover stelden we in 2017 al vragen en toenmalig wethouder Geldof gaf aan dat de dieren "hun plekje wel weer zouden vinden". Maar dat blijkt dus niet zo te zijn, want de dieren kunnen inmiddels geen kant meer op. Wij vinden dat hier iets moet gebeuren met als doel dat deze dieren hun leefruimte behouden, en stellen daarom de volgende vragen: 1. In hoeverre herkent het college het beeld dat wilde dieren op deze plek hun leefruimte verliezen door de groei van de stad en maakt het college zich hier ook zorgen over? 2. Wat doet het college om de wilde dieren in het gebied te helpen en ervoor te zorgen dat zij in alle rust kunnen leven en hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen? 3. Ziet het college mogelijkheden om in het gebied een groene ruimte te creëren waar deze dieren terechtkunnen? Zo ja, wanneer wordt zoiets aangelegd? Zo nee, waarom niet, en realiseert het college zich dat dieren dan écht nergens meer naartoe kunnen? 4.

Bewoners zouden graag zien dat de dieren worden verplaatst naar een gebied waar ze wél de ruimte hebben. Hoe staat het college hier tegenover en hoe zou dit in zijn werk gaan? En is het creëren van een groene corridor naar een ander gebied ook mogelijk? Zo ja, hoe ziet het college dit voor zich? Zo nee, waarom niet? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Bij het realiseren van de woningbouwopgave voor de stad Utrecht hebben wij natuurlijk zorg voor de natuur en leefruimte voor onze dieren. In het gebied Leeuwensteijn is langs het kanaal een groene zone met bestaande bomen en kruiden behouden, eigenlijk de oorspronkelijke groene zone van de A2. Hier kunnen dieren schuilen tijdens de bouw in het gebied. In die zone vinden geen werkzaamheden plaats. Daarnaast wordt in nieuwbouwplannen, waar uw raad ons vaak toe heeft opgeroepen, onze ambitie voor diervriendelijk bouwen verwezenlijkt door bijvoorbeeld het plaatsen van nestkasten en paringskasten in het groen en rondom bouwplaatsen, et cetera. De huidige groene zone blijft een ecologische zone en de huidige beplanting in die ecologische zone wordt in overleg met de gemeentelijke ecoloog aangevuld om een betere biodiversiteit te realiseren en meer beschuttingsplekken. Vooruitlopend op nieuwe werkzaamheden zijn scans uitgevoerd van de flora en fauna.

Op basis van die scans worden mogelijk mitigerende maatregelen genomen voor de dieren in het gebied, bijvoorbeeld door het plaatsen van extra takkenrillen. Met de uitvoering van die maatregelen proberen we invulling te geven aan onze zorgplicht voor de dieren. Naast de bestaande groene zone gaan we het bestaande groen rondom boerderij Roodnoot onderhouden. Het Willem Alexanderpark is aangelegd met zo'n acht hectare groen. En het park Leeuwensteijn aan de noordkant van Leidsche Rijn Centrum wordt groen ingericht. Als de bouw klaar is, zal dit afgerond worden. Wij denken dat de groene zone langs het kanaal en het bosgebied in het zuiden groot genoeg zijn als toevluchtsoord voor de hazen en fazanten in dit gebied. In de toekomst zullen de verschillende groene gebieden die ik net noemde met elkaar in verbinding worden gebracht, waardoor er een groter groen leefgebied ontstaat. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Fijn dat dit goed op het netvlies staat van het college met al die groene zones, maar herkent het college het beeld van omwonenden dat heel veel fazanten en hazen geen plek kunnen vinden en er kennelijk toch iets mis is? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij herkennen de zorgen, want wij hebben ook zorgen over het behoud van de wilde dieren in het gebied, maar we denken dat er voldoende mogelijkheden zijn waar zij hun toevlucht kunnen vinden. 3.

Vragen van mevrouw Dekker (D66), mevrouw de Koning (GrLi) en de heer Zwanenberg (GrLi) inzake "Anti-speculatiebeding in het geding". Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! In Leidsche Rijn wordt gebouwd aan nog meer nieuwe woningen in onze stad; dat juichen de fracties van D66 en GroenLinks van harte toe.

2

Vragenuur van 8 april 2021 Deze woningen worden voor een prijs verkocht die deels binnen de gereguleerde markt valt, zo blijkt uit berichtgeving in DUIC. De woningen in dit project vallen daarmee deels onder de zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding van de gemeente, wat per 13 maart 2020 zou moeten gelden. Dat geeft meer betaalbare kansen voor inwoners van onze stad. Uit de veel gestelde vragen op de website van dit nieuwbouwproject blijkt dat het anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht wel wordt toegepast, maar dat deze voor drie jaar, in plaats van de door de gemeente ingestelde vijf jaar is. Hierover hebben onze fractie de volgende vragen: 1. Klopt de constatering van onze fracties? Zo ja, waarom voldoet deze ontwikkelaar niet aan de door gemeente gestelde eisen? 2. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om de ontwikkelaar van dit specifieke project te houden aan het anti-speculatiebeding van de gemeente? 3. Zijn er meer ontwikkelaars in de stad die niet voldoen aan deze eisen? Is het college bereid dit na te gaan? 4. Op de website van het nieuwbouwproject staat dat, indien overwaarde wordt gerealiseerd bij verkoop wanneer het anti-speculatiebeding nog geldt, deze waarde moet worden afgedragen. Maar er staat niet waarheen.

Kan de wethouder bevestigen dat dit naar de gemeente gaat? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! In dit geval is de selectieprocedure in 2019 gestart en onderdeel van deze selectie was de verkoopvoorwaarde die de gemeente oplegde aan de beoogd ontwikkelaar. Het huidige beleid van de zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding dat we sinds maart 2020 hebben ingevoerd was toen nog niet van kracht. In het contract is vooruitlopend op het nieuwe beleid in overleg met de ontwikkelaar getreden en is een zelfbewoningsplicht opgenomen, zij het voor de duur van drie jaar. Mevrouw Dekker vraagt ons, aan die vijf jaar vast te houden. Nogmaals, het beleid is in 2020 opnieuw geformuleerd. De selectiestukken zijn van 2019, dus we kunnen niet met terugwerkende kracht de spelregels veranderen. We willen ook niet dat ontwikkelaars dat doen. Dat kan dus niet. Misschien ter reflectie, in 2015 heeft uw raad het anti-speculatiebeding afgeschaft, waarna het weer in 2020 is ingevoerd. Dus in de tussenliggende periode bestond dat niet. In principe voldoen alle projecten die na 13 maart 2020 zijn gestart aan deze regelingen en afspraken. Projecten die daarvoor zijn gestart, logischerwijze niet. Over de overwaarde is afgesproken dat de ontwikkelaar die in dit soort gevallen krijgt.

Wij verwachten overigens niet dat veel mensen die deze woningen hebben gekocht van deze regeling gebruik zullen maken, maar mocht dit toch zo zijn, zal de overwaarde naar de ontwikkelaar vloeien. De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Kan de wethouder toezeggen dat er strak toezicht wordt gehouden op de projecten van na 2020 dat deze regeling wordt nageleefd? De heer VERSCHUURE (wethouder): Ja. Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! Ik vind het opvallend dat de overwaarde terugvloeit naar de ontwikkelaar in plaats van naar de gemeente. Is dat in dit geval zo, maar vanaf maart 2020 niet meer, of is het altijd zo dat de overwaarde naar de ontwikkelaar terugvloeit? De heer VERSCHUURE (wethouder): Dat hangt af van de afspraken die zijn gemaakt met de grondeigenaar, zoals bij de afspraken de we maken bij de selectie. Het gaat niet voor niets om een anti-speculatiebeding. Die is er om mensen ertoe te bewegen te blijven wonen in de tussenliggende tijd dat ze een goedkope woning kunnen krijgen. Dit is als het ware een stok achter de deur om speculatie te voorkomen. 4. Vragen van de heer Van Steeg, (CDA), de heer Bosse (PvdA), de heer Van Dalen (VVD), de heer Bakker (D66), de heer Gaillard (SBU), de heer Wiegant (SP) de heer Van Deún (PVV) en mevrouw Sturkenboom, (Student & Starter) inzake "Perspectief in plaats van procedures".

De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Nog steeds is er geen duidelijkheid voor de sportverenigingen op sportpark Overvecht Noord. Met de komst van FC Utrecht en hondenvereniging URV is er onzekerheid over de toekomst. De wethouder heeft toegezegd in het eerste kwartaal van dit jaar een plan te sturen naar de raad. Dat is er nog niet. De fracties van CDA, PvdA, VVD, D66,

3

Vragenuur van 8 april 2021 SBU, SP, PVV en S&S zijn ontstemd over de vertraging, het gebrek aan voortgang en het geboden perspectief in de afgelopen anderhalf jaar. Zij hebben de volgende vragen: 1. Kan de wethouder aangeven waarom de raad niet is geïnformeerd over het Toekomstplan Sportpark Overvecht Noord? Wat is de reden voor de vertraging? 2. Waarom heeft de wethouder de raad niet proactief geïnformeerd over de voortgang, conform de gedane toezegging in de commissie M&S van jl. 7 januari en de mondelinge vragen van jl. 4 maart? 3. Deelt de wethouder de opvatting dat nog verdere vertraging onacceptabel is richting alle betrokkenen, maar zeker richting de sportclubs op het sportpark? Zo ja, hoe zorgt hij ervoor dat zij zich weer kunnen richten op hun maatschappelijke rol, in plaats van op juridische en gemeentelijke procedures? 4. Is er zicht op een oplossing voor alle betrokken clubs die ook de al aanwezige clubs toekomstperspectief biedt op het sportpark? Zo ja, op welke manier zijn de voorziene capaciteits- en parkeerproblemen en veiligheidsuitdagingen meegenomen? 5. Zo nee, hoeveel tijd geeft de wethouder zichzelf nog en welke andere opties overweegt hij? 6.

Hoe staat het met de evaluatie van de procedure ten aanzien van de keuze voor de sporthal op sportpark Voordorp, die ook voor het eerste kwartaal van 2021 was toegezegd? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank aan de vragenstellers voor deze vragen. Ik begin met de belangrijkste reactie. We zijn wat later dan gepland, dat hebben de vragenstellers goed gezien. Q1 is een week afgerond en we zijn nog niet helemaal klaar. Ik schat in dat we nog enkele weken nodig hebben, maar we zijn een heel eind. Dit betekent dat we volop doorgaan. We zijn er echt bijna uit, misschien niet naar volle tevredenheid van alle verenigingen. Dit heb ik eerder met uw raad gedeeld. Maar we zijn een heel eind opgeschoten. Dit als antwoord op de eerste twee vragen. Ik weet dat ik in de commissie heb gezegd: Q1 of Q2. In de toezeggingen is het uiteindelijk Q1 geworden en we zijn er ietsje langer mee bezig. Misschien ben ik in mijn ijver iets te overmoedig geweest toen ik toezegde we in Q1 klaar zouden zijn. Het antwoord op vraag 3: is verdere vertraging onacceptabel? Het gaat hier niet zozeer om de maatschappelijke vertraging, maar met name om de vertraging van het ontvangen van het plan door uw raad. We zijn er helemaal op gericht om uiterlijk in augustus 2021 De Toekomst gereed te hebben. Het antwoord op vraag 4. Ik heb al iets gezegd over de vraag of er zicht is op een oplossing.

We hebben al stappen gezet. Het antwoord op vraag 5. We doen ons uiterste best en ik verwacht dat we het plan binnen enkele weken naar uw raad kunnen sturen. Het antwoord op vraag 6. Ook daar wordt gewerkt aan de afronding. Ik heb hierbij de deadline van 1 juni meegekregen. Dan zal uw raad de evaluatie sowieso krijgen. Er wordt nog gewerkt aan de aanbevelingen en de resultaten worden eerst aan de geïnterviewden gepresenteerd. We hebben ook daar nog een slag te maken, maar dan zal uw raad die evaluatie krijgen. De heer BOSSE (PvdA): Voorzitter! Ik vind de antwoorden van de wethouder een beetje laconiek. We hebben het over een sportvereniging die de gemeente heeft getroffen voor de rechter en de wethouder doet alsof het allemaal wat langer duurt en het allemaal wel prima is. Wij willen echt actie van de wethouder. Dit is al de zoveelste keer dat we ernaar vragen. Ik vraag nu echt een toezegging. Kan EDO komend seizoen voetballen volgens het nieuwe plan en zijn de wijzigingen die dan nodig zijn in het plan, waarvan wij nog helemaal niets weten na drie maanden wachten, zo dat EDO dan nog steeds gebruik kan maken van die faciliteiten? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Eerlijk gezegd vind ik deze toon heel heftig. We hebben eerder gezegd dat we keihard werken aan een oplossing voor Overvecht Noord. Dat heb ik de PvdA en alle fracties gemeld.

Er is nu inderdaad iets vertraging opgetreden. We zijn nu een week later dan Q1; dat klopt. We werken eraan. Ik denk dat we nog enkele weken nodig hebben. De VOORZITTER: Wethouder, de vraag gaat over de positie van EDO in het volgend seizoen. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Daar heb ik al op geantwoord in antwoord op de vragen die mij zijn gesteld. We koersen er nog steeds op dat De Toekomst in augustus 2021 gereed is.

4

Vragenuur van 8 april 2021 De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik begrijp de irritatie van de wethouder niet zo goed, daar er het afgelopen jaar ontzettend veel gebeurd is en er heel veel op dit proces is misgegaan. Er zijn juridische procedures geweest. Dus ik denk dat het past om enige urgentie te laten zien. Kan de wethouder nu wel een datum noemen dat hij een oplossing heeft, ook voor de clubs? Dat is niet alleen EDO, maar ook URV en FC Utrecht. En welke kaders heeft hij voor het plan? Die zou hij nu moeten kunnen geven, omdat hij al in januari heeft gezegd dat er een plan zou zijn. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb inderdaad gezegd dat wij nog steeds koersen op augustus 2021 en dit dan gereed is. Dan weten de verenigingen echt hoe de situatie eruitziet en is De Toekomst in principe gereed. Een aantal dingen zal later worden uitgevoerd. Het totaalplan stuur ik naar de gemeenteraad. Dat is wenselijk, want dan kan uw raad overal kennis van nemen en daar zijn oordeel over geven. Mijn irritatie zit erin dat we een week later zijn dan Q1. Uw raad heeft gelijk, er is inderdaad vertraging opgetreden. Ik had Q1 gezegd en ik denk dat we nog enkele weken nodig hebben. Maar om dan dermate heftig te reageren… De VOORZITTER: Wethouder, beperkt u zich tot de beantwoording. Iedereen gaat hier over zijn eigen woorden.

De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Zeker, maar ik mag er ook een reactie op geven. 5. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake "Kappen met Kappen Kovelaarstraat deel II". De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Gisteren ontvingen wij de beantwoording van de aanvullende vragen over de bomenkap in de Kovelaarstraat. Die roept bij ons de volgende vragen op: 1. Klopt het dat grondsanering niet nodig was geweest als blijkt dat hier uiteindelijk geen woningen toegevoegd gaan worden? 2. Klopt het dat zonder grondsanering zeker achttien van de nu gekapte bomen gespaard hadden kunnen blijven? 3. De motie "Kappen met kappen" heeft als doel te voorkomen dat er bomen gekapt worden voor ruimtelijke plannen die uiteindelijk niet uitgevoerd worden. Deelt het college onze mening dat het daarom beter was geweest om aan de velvergunning voor het saneren van deze grond en de daarmee samenhangende bomenkap de voorwaarde verbonden hád moeten worden dat deze vergunning pas gebruikt mocht worden nadat ook de benodigde bouwvergunningen verleend en bruikbaar geworden zouden zijn? 4.

Kan het college toezeggen om aan de vergunningen voor bomenkap op deze locatie die nu nog aangevraagd worden, bijvoorbeeld de lopende aanvraag voor woningbouw en het kappen van tien bomen, die in het overzicht bij de beantwoording van de schriftelijke vraag genoemd wordt, die voorwaarde wél te verbinden? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het is in principe zo dat de verontreiniging waarop de vragensteller doelt niet van dien aard is dat het huidige gebruik acuut sanering van de grond noodzakelijk maakt op dat plekje. De ontwikkeling van het perceel zorgt er wel voor dat de grond geschikt moet worden gemaakt voor woningen met tuinen. De motie "Kappen met kappen" ziet echter niet op het saneren van grond. Het staat de grondeigenaar dus vrij om het terrein bouwrijp te maken en de bodem te saneren. Maar hier speelt ook iets anders, namelijk dat op het betreffende perceel een asbesthoudende weg aanwezig is. Hiervoor is de Inspectie Leefomgeving en Transport het bevoegd gezag. Uit de wet- en regelgeving volgt dat het verboden is een asbesthoudende weg in bezit te hebben, ongeacht het gebruik van het perceel. De eigenaar heeft inmiddels een brief ontvangen van deze inspectie, waarin hij gesommeerd wordt deze weg voor 28 mei 2021 te verwijderen. De sanering van die weg is onontkoombaar en daarmee ook van de verontreiniging.

Onafhankelijk van de vraag of er op dat perceel moet worden gebouwd, moet die weg verdwijnen. Hiervoor moeten sowieso zeventien bomen worden gekapt. Die bomen hadden dus niet gespaard kunnen worden. Het college heeft in maart een brief gestuurd over de evaluatie van het bomenbeleid en de herplantplicht. Daarover is in de commissie gesproken. Dit is een van de knelpunten die af en toe voorkomen, hoewel het verwijderen van de asbesthoudende weg in dit geval geen knelpunt is, maar

5

Vragenuur van 8 april 2021 een verplichting. Desalniettemin zullen we de casus van de Kovelaarstraat meenemen in de evaluatie van het bomenbeleid. De aanvrager heeft ervoor gekozen om de vervolgstappen voor de vergunning voor het bouwen en kappen tegelijkertijd in te dienen en alle Wabo-activiteiten samen te voegen en daarover in één keer een beslissing te vragen. Die aanvraag is inhoudelijk beoordeeld en voorzien van adviezen. Vorige week is het ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Dat zal nog een week of vier à vijf ter inzage liggen. Daarop kunnen zienswijzen worden ingediend. Indien dit vergund wordt, is voorzien in de motie "Kappen met kappen". De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor de beantwoording. Kan hij aangeven of er in de gemeente meer asbestrisico's bestaan waar bomen voor zullen moeten sneuvelen, of komt dit sporadisch voor? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dat kan ik zo niet zeggen. Als er ergens een asbesthoudende weg wordt aangetroffen – dat is een jaar of drie geleden ook een keer gebeurd, collega Everhardt was daarmee bezig – zijn wij, of de bezitter van het perceel, direct genoodzaakt maatregelen te treffen, om die asbesthoudende weg te saneren, weg te halen en op te ruimen. Als de aanwezigheid van zo'n weg ons al bekend zou zijn, moeten we direct handelen. Dus op dit moment zijn we er niet mee bekend.

De heer IȘIK (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Er worden al een tijdje onderhoudsinspecties uitgevoerd op de wegen. Kan daarbij niet tegelijkertijd asbestverontreiniging worden meegenomen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Als we ergens asbest aantreffen, bijvoorbeeld bij het onderhoud van wegen, moet dat worden weggehaald. Gelukkig gebeurt dat niet dagelijks. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik heb nog een aanvullende vraag, want vandaag bleek opnieuw dat er bij het afgraven van zand boomwortels zijn beschadigd door de aannemer. Kan de wethouder toezeggen om het toezicht en de handhaving op deze locatie te verhogen, niet meer het voordeel van de twijfel te geven bij overtredingen en na de eerste waarschuwing over te stappen op het opmaken van een proces-verbaal, zoals recent mogelijk is gemaakt in de vastgestelde beleidsregel "Handhaving illegaal vellen of beschadigen van bomen"? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Op het moment dat we signalen krijgen – dit is er een die de heer Van Heuven ons doet toekomen – dat er illegale praktijken plaatsvinden, zullen we daar een van onze mensen naartoe sturen om dit te constateren. Mocht dit worden geconstateerd, wordt er proces-verbaal opgemaakt. Ik zal vragen of er morgen of volgende week – wanneer iemand beschikbaar is – iemand naar kan kijken. 6.

Vragen van de heer El Abassi (DENK) inzake "Voedselbank Hart Voor Ons Allemaal". De heer EL ABASSI (DENK): Voorzitter! Een jaar geleden is de voedselbank Hart Voor Ons Allemaal opgericht. Deze voedselbank voorziet ruim 50 gezinnen in de gemeente Utrecht van voedselpakketten. De voedselbank heeft vorig jaar een aanvraag ingediend voor het initiatievenfonds bij het wijkbureau in Overvecht. Deze aanvraag is nooit in behandeling genomen. Op eigen kracht is de voedselbank op zoek gegaan naar een ruimte om de levensmiddelen te kunnen opslaan. Uiteindelijk heeft de voedselbank in oktober 2020 de mogelijkheid gekregen om gebruik te maken van een deel van de garagebox van de Doorgeefwinkel. Vanuit dit punt heeft de voedselbank haar activiteiten kunnen verrichten en uitbreiden. Samen met de vrijwilligers worden elke maand voedselpakketten bezorgd aan gezinnen die deze hard nodig hebben. Drie weken geleden heeft de voedselbank van Bo-Ex te horen gekregen dat zij per 16 april de ruimte dient te verlaten, omdat Bo-Ex deze kleine ruimte nodig heeft. Merkwaardig hierbij is dat de Doorgeefwinkel wel mag blijven en die notabene in dezelfde garagebox zit. Ik heb hierover de volgende vragen: 1. Kan het college uitleggen waarom de aanvraag voor het initiatievenfonds niet in behandeling is genomen door het wijkbureau? 2.

Is het college het met ons eens dat het wijkbureau de taak heeft om dit soort initiatieven te begeleiden? Zo ja, waarom is dat hier niet gebeurd?

6

Vragenuur van 8 april 2021 3.

Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat op korte termijn de activiteiten van de voedselbank voortgezet kunnen worden om te voorkomen dat ruim 50 gezinnen zonder voedselpakketten komen te zitten?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de gestelde vragen door de heer El Abassi van DENK. Mijn informatie is net even anders dan de zijne, namelijk dat de aanvraag van Hart Voor Ons Allemaal, de voedselbank, in lijn met eerdere aanvragen van bijvoorbeeld verzorgzusters, in behandeling is genomen en gedeeltelijk is toegekend. Er heeft ook een gesprek plaatsgevonden met het initiatief om te kijken welke kosten zich lenen voor vergoeding en welke niet. Met name de benzine is vergoed, omdat de voedselbank Hart Voor Ons Allemaal voedselpakketten rondbrengt met de auto door de wijk. Het antwoord op vraag 2 is bevestigend. Dit soort initiatieven moeten zeker begeleid worden door het wijkbureau. Er is contact geweest en gesproken met dit initiatief vanuit het wijkbureau. In antwoord op vraag 3 moet ik zeggen dat volgens de richtlijnen en afspraken van de landelijke vereniging voor voedselbanken in Nederland een stad maar één officiële voedselbank kan hebben. Dat is in Utrecht de Voedselbank Utrecht met vestigingen op allerlei plekken. Met de aanvragers van Hart Voor Ons Allemaal is besproken dat vanuit de gemeente daarom initiatieven, zoals bijdragen aan voedselpakketten, niet worden gesubsidieerd. Daarvoor hebben we immers de Voedselbank Utrecht. We hebben wel – maar dat is vandaag niet gelukt – met Bo-Ex contact opgenomen. We konden de juiste personen niet bereiken.

We wilden even preciezer weten hoe het zit met die garagebox, en waarom en onder welke voorwaarden Bo-Ex het gebruik wil opschorten. In ieder geval kunnen we vanuit het Makelpunt of Wijkbureau meedenken over de huisvesting van dit initiatief en we zullen de aanvragers daarover binnenkort informeren; we gaan contact opnemen. De heer EL ABASSI (DENK): Voorzitter! Ik heb inderdaad het verzoek gekregen. De wijze waarop er geantwoord is, kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Ik denk dat dit probleem zich meer leent voor schriftelijke vragen. Ik dank de wethouder voor de beantwoording van de vragen en ben blij dat hij contact opneemt met Bo-Ex om te kijken wat er wel mogelijk is. Ik zit even met de uitleg. Ik heb de beleidsregel bij me en ben alle artikelen langsgegaan. Ik zal niet alle artikelen opnoemen, maar ik zie dat zo'n initiatief hier perfect in past. Ik zie ook niet dat het in onze beleidsregels uitgesloten is. Ik heb dus meer behoefte aan een antwoord op de vraag waarom zo'n prachtig initiatief, dat we in deze tijd voor dit soort mensen keihard nodig hebben, de kwetsbaren, niet wat makkelijker begeleiden en steunen binnen de gemeente. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik neem aan dat de heer El Abassi wijst op de beleidsregel voor de voedselbanken en niet zozeer op de regels van het initiatievenfonds. Ik heb gewezen op het initiatievenfonds.

Ik vind het wat lastiger om over de beleidsregel voor de voedselbanken te spreken, omdat mijn collega Voortman daarvoor bestuurlijk verantwoordelijk is. Ik kan me voorstellen dat de heer El Abassi, als hij hierover meer wil weten, ofwel technische vragen stelt dan wel schriftelijke vragen. De VOORZITER: Deze aanbeveling kan die iedereen die er iets mee wil doen ter harte nemen. Dank voor het antwoord wethouder. Dit waren de laatste mondelinge vragen van dit vragenuur van 18 april. Dames en heren! Ik dank iedereen voor de medewerking, ook met de technische problemen. We hebben het toch weer gered, zelfs ruim binnen de tijd. Ik wens u allen nog een prettige avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.07 uur, het vragenuur.

{{Signer1}}

{{Signer2}}

7

Vragenuur van 8 april 2021

Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 8 april 2021.

Wethouder Verschuure  zal nagaan of er actie is ondernomen naar aanleiding van recent geconstateerde illegale praktijken - het beschadigen van boomwortels bij het afgraven van zand.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=dfdddb61-814d-414c-8e05-6e54f2eecaac