CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210325 vragenuur.doc

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 11, 18 en 25 maart 20215.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 25 maart 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 25 maart 2021 te 18.30 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer De Pagter. Aanwezig zijn de leden: Assen, Van Dun, Işik, Raaijmakers, Saïah, Sturkenboom en Vonk. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Van Ooijen en Voortman. Voorts is aanwezig de fractiemedewerker: Boudens. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Goedemiddag. Welkom bij het vragenuur. 1. Vragen van mevrouw Van Dun (D66), mevrouw Assen (PvdA), de heer Zwanenberg (GroenLinks), de heer Wijmenga (ChristenUnie), mevrouw Van Mil, (Student & Starter), de heer Schipper (SP) en mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake vermeende sloop CAB-gebouw. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! "CAB-gebouw wordt gesloopt" meldde De Telegraaf op vrijdag 19 maart jl. Een telefoontje naar de gemeente leverde een genuanceerder beeld op. Het zou alleen gaan om het slopen van de binnenkant van het gebouw. Dat lijkt voor de fracties een opluchting te zijn, maar roept bij de fracties van D66, PvdA, GroenLinks, Student & Starter, ChristenUnie, SP en PvdD toch vragen op. Veel van deze vragen zijn al door het college beantwoord en zijn op de website van de gemeente te vinden. 1.

De verantwoordelijke verhuurder voor het leegstandsbeheer in het CAB gebouw is Camelot. Deze partij verloor recent zijn Keurmerk Leegstandsbeheer omdat het onverhuurbare panden toch verhuurde en zich geen goed verhuurder toonde. Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2021/03/16/leegstandbeheer-camelot-verliest-keurmerka4035761. Van huurders in het CAB gebouw krijgen wij signalen dat Camelot zich ook hier geen goed verhuurder toont. Op vorige mondelinge vragen over het CAB-gebouw en over de huurder heeft de wethouder geantwoord met NS en Camelot in gesprek te gaan om te zien hoe men de huurders tegemoet kan komen. 2. Welke consequenties heeft het leegstandbeheer van Camelot nu die het keurmerk is kwijtgeraakt? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Camelot is ingehuurd door NS. De gemeente heeft geen invloed op de keuze die een private partij voor haar leegstandbeheer maakt. Het is aan NS zelf om te zien of dit consequenties heeft. De gemeente Utrecht maakt geen gebruik van Camelot als leegstandbeheerder, dat doet een andere ondernemer. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ondanks het feit dat de wethouder er niet direct over gaat, kan ik mij voorstellen dat NS wel eens een gesprekspartner van de gemeente is. Het kan best lonen om daarover het gesprek aan te gaan nu het overleg zo slecht blijkt te zijn. Is de wethouder daartoe bereid?

Vragenuur van 25 maart 2021 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan mij de vragen van mevrouw Assen heel goed voorstellen. Ik doe deze beantwoording namens collega Verschuure. Ik breng dit graag aan hem over. Ik zal hem vragen of hij dat zal doen. Ik weet dat gesprekken plaatsvinden. Mevrouw VAN DUN (D66): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik sluit mij graag aan bij de vraag van mevrouw Assen. Misschien kan de wethouder verslag doen van het gesprek dat hij met wethouder Verschuure zal hebben. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal de boodschap overbrengen. Collega Verschuure zal dit vast willen doen. 2. Vragen van de heer Işik (PvdA) inzake "Hou de huurprijzen in Utrecht betaalbaar". De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! In de achterliggende periode heeft de PvdA-fractie verscheidene meldingen ontvangen over het verschijnsel dat veel huurprijzen van sociale huurwoningen van de corporaties worden geliberaliseerd. Een voorbeeld daarvan is dat de huurprijs van een woning aan de Oklahomadreef recentelijk is opgetrokken van € 670,00 naar € 980,00. Dat is in strijd met de ambitie van het college. Tevens vinden wij dat een zeer ongewenste ontwikkeling. Wij willen dat de liberalisering van sociale huurwoningen stopt zodat deze woningen in de sociale sector blijven en zo betaalbaar blijven.

Om te voorkomen dat steeds meer huurprijzen worden geliberaliseerd, stelt de PvdA-fractie de volgende vragen. 1. In hoeverre is het college op de hoogte van de liberalisatie van de huurprijzen van sociale huurwoningen in de stad? 2. Is het college het met de PvdA-fractie eens dat de liberalisatie niet wenselijk is en niet overeenkomt met de ambities van de Woonvisie en dat liberalisatie bijdraagt aan het vergroten van het tekort aan betaalbare sociale huurwoningen? Zo nee, waarom niet? 3. Is het college bereid om per corporatie te zeggen welke corporaties de afgelopen drie jaar woningen hebben geliberaliseerd en hoeveel? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is het college bereid om de raad deze informatie binnen 3 weken toe te sturen? 4. Betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale huurwoningen in Utrecht zijn nu al grote problemen. Door de liberalisatie worden die problemen alleen maar groter. Is de wethouder bereid om met enige spoed de corporaties te vragen per direct te stoppen met de liberalisatie van sociale huurwoningen? Zo nee, waarom niet? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik zal ze graag beantwoorden. Het antwoord op vraag 1. Het college is uiteraard bekend met de voornemens van de corporaties. Wij hebben daarover met de corporaties afspraken gemaakt. Die lopen via de prestatieafspraken. Daarvan hebben wij de raad op de hoogte gebracht.

Het antwoord op vraag 2. Nee, dat vinden wij niet, wij gaan daar niet in mee. Ik moet daarbij zeggen dat het aantal liberalisaties in de stad heel erg beperkt is. De komende jaren zijn die op de vingers van één hand te tellen. In het kader van de Woonvisie hebben wij gezegd dat wij naast het op peil brengen van de sociale voorraad ook ambities hebben om juist een betere menging van wijken te bewerkstelligen. In het voorbeeld is sprake van de Oklahomadreef. Wij willen in Overvecht een meer gedifferentieerd woningaanbod realiseren. Het is juist daar dat die beperkte liberalisaties plaatsvinden. Hetzelfde geldt ook voor verkoop; die zal heel beperkt zijn, maar waar dat gebeurt, is dat in het teken van gemengde wijken. Het antwoord op vraag 3. Wij informeren de raad hierover al op twee manieren. Ieder jaar delen wij via de prestatieafspraken de voorraadontwikkeling voor de komende vier jaar van de corporaties afzonderlijk en ook op het niveau van de STUW, de Stichting Utrechtse Woningbouwcorporaties. Daarin staat tevens het voorgenomen aantal liberalisaties. Wij delen elk jaar de monitorprestatieafspraken, waarin wij het aantal liberalisaties van de afgelopen jaren weergeven. Wij kijken vooruit, dat geven wij weer, en ook in de monitor geven wij weer wat het uiteindelijk is geworden. Het antwoord op vraag 4. Nee, daarvoor verwijs ik naar wat ik zojuist heb gezegd.

2

Vragenuur van 25 maart 2021 De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Als hij erkent dat er een tekort is aan sociale huurwoningen, dan zal hij het toch met mij eens zijn dat liberalisatie daar niet aan bijdraagt, los van het feit dat wij graag een mix willen hebben. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ja, het op peil brengen van de sociale voorraad is zeker een belangrijk doel van het volkshuisvestingbeleid. Daarnaast is ook het tot stand brengen van meer gemengde wijken dat. Daarom is het haast chirurgisch wat er met de liberalisaties gebeurt, juist in Overvecht heel beperkt wél, omdat dit naar onze mening bijdraagt aan meer gemengde wijken. Het aantal is dus zeer beperkt. 3. Vragen van de heer Boudens (SP) inzake Cacerolazo. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Verscheidende media rapporteerden afgelopen week over het geluidsprotest (het op pannen slaan) van Jorge Araneda als protest tegen de avondklok in de Monseigneur van de Weteringstraat. Net als Jorge zelf en de andere omwonenden is de SP-fractie geschrokken van het hardhandige politieoptreden. Het ludieke, geweldloze protest is door het politieapparaat van de burgemeester beantwoord met een huiszoeking, een arrestatie en verscheidene boetes. In enkele mediaberichten staat dat bij de huiszoeking ook keukengerei van Araneda is geconfisqueerd.

Wij hebben signalen ontvangen dat de arrestatie hardhandiger was dan noodzakelijk. Tot deze conclusie komt ook de NRC: "politie-actie wordt schier unaniem als overdreven veroordeeld." In spontane solidariteit hebben omwonenden tijdens de vastzetting van Jorge de cacerolazo voortgezet. Hoewel inmiddels een compromis is gevonden tussen Jorge, de politie en omwonenden blijven wij met het initiële repressieve politieoptreden zeer in onze maag zitten. Het keukengerei is nog steeds niet teruggegeven. Naar aanleiding hiervan heeft de SP-fractie de volgende vragen. 1. Is de burgemeester het met de SP-fractie eens dat het geluidsprotest van Jorge Araneda binnen het demonstratierecht valt? 2. Is de burgemeester het met de SP-fractie eens dat de arrestatie van Jorge Araneda buitenproportioneel is? 3. Klopt het dat tijdens een huiszoeking van de heer Araneda keukengerei is geconfisqueerd? Zo ja, kan de burgemeester uitleggen hoe met deze confiscatie de veiligheid in Utrecht is gebaat? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. De Wet openbare manifestaties is van toepassing wanneer een betoging of een demonstratie wordt gehouden. Er is sprake van een openbare manifestatie wanneer er verscheidene personen zijn die in het openbaar een mening uiten en waarbij het uiten van deze mening centraal staat.

Zogenoemde eenmansacties, waar één persoon een mening wil uiten, vallen niet onder de Wet openbare manifestaties. Dat heeft meteen consequenties voor de antwoorden op de vragen 2 en 3. De politie heeft na verscheidene meldingen van buurtbewoners opgetreden, overigens in een vorm van escalatie van veel waarschuwingen, daarna boetes en pas daar weer na vervolgstappen. Uiteindelijk is men na meldingen van buurtbewoners opgetreden tegen geluidsoverlast. Het veroorzaken van geluidsoverlast is een strafbaar feit. Als strafrechtelijke handhaving aan de orde is, treedt de politie op, niet onder het gezag van de burgemeester, maar onder het gezag van de officier van justitie. Daarmee is het niet aan mij om een oordeel te vellen over het optreden van politie en justitie. Ook is het zo dat zo'n optreden ook achteraf wordt beoordeeld door de officier van justitie. De heer BOUDENS (SP): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Dit valt onder legalistische houdingen jegens activisten die mij storen. Toevallig heb ik vandaag de persoon waar het om gaat ontmoet, omdat wij gemeenschappelijke vrienden hebben. Ik heb hem gevraagd of hij wist welke vraag hij zou stellen als hij de burgemeester iets mocht vragen. Hij zei dat in het licht van de waarschuwingen lastig te vinden.

Hij zei dat de politie beweert dat ze heeft geprobeerd met hem contact te zoeken, maar dat deze bewering niet waar is. Hij heeft meteen boetes gekregen. Wil de burgemeester onderzoeken of dat zo is? Wil zij het handelen van de politie in deze zaak onderzoeken? Volgens mij klopt er iets niet.

3

Vragenuur van 25 maart 2021 Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Er moet mij wel iets van het hart. Vanuit mijn positie is het belangrijk dat ik legalistisch en onafhankelijk ben en dat ik mij echt goed hou aan de rol die er is. Als het zo is dat mensen bijvoorbeeld klachten hebben over de rol van de politie, dan moet hen altijd de weg vrijstaan - die is in ons land gelukkig georganiseerd - om daarover een klacht in te dienen. Deze klacht wordt in behandeling genomen. Daarmee wordt beoordeeld of het politieoptreden proportioneel is geweest. Als iemand zich onheus of onrechtvaardig bejegend voelt, dan is dat de route om dat aan de orde te stellen. 4. Vragen van de heer Vonk (GroenLinks), mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Sturkenboom, (Student & Starter), mevrouw Podt (D66), mevrouw Streefland (ChristenUnie), de heer Van Heuven (PvdD), de heer Wiegant (SP) en de heer Sungur (DENK) inzake stoppen van instroom in de noodopvang voor niet-rechthebbende. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Afgelopen dinsdag werd het tijdens de raadsinformatiebijeenkomst over dak- en thuislozen duidelijk dat per 1 april a.s. de instroom voor de coronanoodopvang ophoudt en wordt afgebouwd. Dat betekent dat ongedocumenteerden na 1 april a.s. geen aanspraak meer kunnen maken op noodopvang, terwijl de coronamaatregelen tot 20 april a.s. worden verlengd.

Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is gezegd dat hierover met het Rijk wordt gesproken en dat de volgende afspraak is gepland op 15 april a.s. Dat betekent dat er sowieso een gat valt tussen 1 april a.s. en 15 april a.s. Dat is voor de fracties van GroenLinks, PvdA, Student & Starter, D66, CU, PvdD, SP en DENK een onwenselijke situatie. Hierover stellen wij de volgende vragen. 1. Deelt het college de mening van de fracties dat deze situatie onwenselijk is? 2. Kan de wethouder toezeggen om eerder dan gepland een gesprek te plannen om in G4 verband samen met het ministerie van VWS te spreken over de ontstane situatie en de raad hierover te informeren? 3. De noodopvang die is opgebouwd in verband met de coronamaatregelen wordt vanaf 1 april a.s. tot 1 mei a.s. afgebouwd. Dat geldt ook voor de groep EU-burgers die nu op de opvang aanspraak maakt. 4. Kan de wethouder de raad met een brief informeren over hoe de afbouw verloopt en hoe de mensen die nu zijn opgevangen verder worden geholpen? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp dat deze vragen worden gesteld, want deze onduidelijkheid ontstond afgelopen dinsdag in de raadsinformatiebijeenkomst. Het antwoord op vraag 1. De situatie heeft zeker onze aandacht omdat het Rijk heeft besloten dat de landelijke richtlijn is aangepast en dat de coronamaatregelen langer worden aangehouden dan men voorheen dacht.

Elke week wordt ambtelijk door de VNG en de G4 met het ministerie van VWS gesproken over de opvang van niet-rechthebbenden vanwege corona. Ook de afbouw daarvan maakt deel uit van het gesprek. De landelijke richtlijn van het Rijk is gewijzigd. Dat houdt in dat vanaf 1 april a.s. geen nieuwe mensen meer in de opvang worden toegelaten, maar dat de opvang pas wordt afgebouwd vanaf het moment dat de lockdown wordt beëindigd. De afbouw geldt voor de opvang van EUarbeidsmigranten en andere niet-rechthebbenden met uitzondering van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening-doelgroep. Voor schrijnende situaties wordt altijd een uitzondering gemaakt. Kortom, voor ongedocumenteerden, die door het Utrechtse aanmeldloket worden gekwalificeerd als Landelijke Vreemdelingen Voorziening geldt dat - indien nodig - ook na 1 april a.s., maar ook na 1 mei a.s. opvang mogelijk blijft. In Utrecht organiseren wij dat gedeeltelijk bij De Toevlucht, maar dat kan nu minder goed vanwege de anderhalvemetersamenleving. Ook elders kunnen de plekken worden gefinancierd of worden ondergebracht. Voor ongedocumenteerden die wij niet kwalificeren als vallend onder de Landelijke Vreemdelingen Voorziening - de groep met de dubbelingclaim of de groep met recht op reisopvang - wordt de opvang wél afgebouwd, want die valt niet langer onder de richtlijn van het Rijk.

De Landelijke Vreemdelingen Voorziening viel daar ook niet onder. Het antwoord op vraag 3. Ja, ik kan toezeggen om per raadsbrief de raad op de hoogte te houden van de afbouw. Ik betrek daar ook bij hoe de groep EU-migranten en de groep ongedocumenteerden verder worden gesteund. Op dit moment lopen over deze informatie al gesprekken met Barka en het Landelijke Vreemdelingen Voorziening-aanmeldloket.

4

Vragenuur van 25 maart 2021 De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording en het verduidelijken van de warrige situatie van afgelopen dinsdag. 5. Vragen van mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer Saïah (D66), de heer Wiegant, (SP), de heer Van Heuven (PvdD) mevrouw Assen (PvdA), de heer De Boer (Stadsbelang Utrecht-fractie) inzake "Psychische gezondheid van jongeren is geen verdienmodel". Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Op 21 maart jl. publiceerde de NRC een artikel over de "lucratieve markt" van hulpverlening aan jongeren met licht psychische klachten. Tieners met lichte psychische klachten zijn financieel meer rendabel dan jonge mensen met zware psychische klachten. Hierdoor belanden zware gevallen op een wachtlijst. Vorig jaar signaleerde de Algemene Rekenkamer deze trend al. Een gevolg van deze trend is dat buitenlandse investeerders een ggz-aanbieder - zoals bijvoorbeeld Mentaal Beter - overnemen. Mentaal Beter biedt professionele hulp in de vorm van online gesprekken voor jongeren met psychische problemen. Deze hulpverlening wordt door gemeenten en door zorgverzekeraars voor mensen boven de 18 jaar vergoed.

Doordat gemeenten en zorgverzekeraars beperkte budgetten hebben en met ggzinstellingen een gemiddelde prijs voor behandeling afspreken, is alleen de vergoeding voor "lichte psychische problematiek" voldoende. De vergoeding voor zwaardere problematiek is te hoog en zou een ggz-instelling meer geld kosten. Dat leidt ertoe dat licht psychische klachten rendabeler zijn en dat er een groeimarkt voor is, zeker nu er al meer dan een jaar corona is, waardoor de mentale gezondheidsproblemen van jongeren toenemen. Bij de genoemde raadsfracties leeft de zorg dat zulke durfinvesteerders te veel profiteren van jonge mensen met serieuze mentale klachten. De fracties van Student & Starter, D66, SP, PvdD, PvdA en SBU vinden dat de mentale gezondheid van jongeren geen verdienmodel is. Het artikel in de NRC schetst een zorgwekkend beeld waarin de nadruk meer ligt op geld verdienen dan op zorg verlenen. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. Herkent de wethouder de signalen uit het NRC-artikel en doen die zich ook voor in Utrecht? 2. Bestaan de financiële prikkels zoals geschetst in het artikel ook in het Utrechtse financieringsmodel? Hoe wordt dit in de gaten gehouden? 3. Welke eisen hanteert de gemeente bij contractafspraken met een nieuwe aanbieder en hoe wordt hierop gemonitord? 4.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat aanbieders van jeugdhulpverlening in de mentale gezondheidszorg niet alleen inzetten op lichte problematiek en er in Utrecht een juiste balans is tussen de verschillende aanbieders? 5. Welke mogelijkheden ziet het college om jongeren met een meer zware problematiek sneller de juiste zorg te bieden en dat andere vormen van hulpverlening aangeboden kunnen worden aan jongeren met een 'lichte' problematiek? 6. Worden deze signalen ook meegenomen in de lobby bij het Rijk? De Utrechtse bekostigingsmethodiek, populatiebekostiging met vaste "vierkanten" voor het hele pakket en specialistische jeugdhulp voor KOOS en Spoor030 voorkomt in principe dat nieuwe cliënten aan cherry picking doen, maar wij zijn daar niet gerust op als wij lezen dat niemand wordt geweigerd, maar dat men wél doorverwijst als men niet over het specialisme beschikt. 7. Hoe wordt voorkomen dat door zorgaanbieders bij (nieuwe) cliënten aan cherry picking wordt gedaan en dat cliënten dus niet de zorg krijgen die ze nodig hebben? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik denk dat wij allemaal met hetzelfde "dat kan niet waar zijn"-gevoel de NRC hebben gelezen. Het is logisch dat men zich afvraagt hoe de situatie in Utrecht is. Het antwoord op vraag 1. Gelukkig herkennen wij deze signalen in Utrecht niet.

Dat komt omdat de jeugdhulpaanbieders op een andere manier worden geselecteerd, zodat er geen prikkel is om lichte psychische klachten ten koste te laten gaan van andere psychische klachten. Het antwoord op vraag 2. Er is in Utrecht een klein aantal zorgaanbieders: het buurtteam, Coach, Spoor030 en Yep!. Zij worden niet afgerekend per cliënt of per product, maar krijgen één budget alsmede de opdracht om iedereen, ongeacht de zwaarte van de klachten, te helpen. Dat betekent dat in het Utrechtse model een andere prikkel aanwezig is. Het antwoord op vraag 3. Bij het selecteren van de partijen hebben wij gekozen voor instellingen die onze inhoudelijke visie onderschrijven. De financiering veroorzaakt met de

5

Vragenuur van 25 maart 2021 taakgerichte bekostiging geen ongewenste prikkels. Nieuwe aanbieders zijn er niet. Wij moeten het met de genoemde partijen doen en dat is goed. Het antwoord op vraag 4. Coach en Spoor030 hebben de opdracht om in de buurt antwoord te geven op alle specialistische jeugdhulpvragen. Zij kunnen dus niet alleen op lichte problematiek inzetten. Zij moeten alles oppakken. Daar sturen wij op, samen met scholen, huisartsen en andere partners, en wij bekijken of de genoemde instellingen zich aan de opdracht houden. Het antwoord op vraag 5. In het antwoord op de vorige vraag heb ik al iets gezegd over het Utrechtse sturingsmechanisme. Wij moeten met het budget iedereen helpen die zich meldt. Er is een aantal raadsbrieven verstuurd over de druk die daarop staat vanwege corona. Dat is in het hele land zo. Professionals zien in de afgelopen periode een forse toename van het aantal crises en spoedvragen. Daar is altijd hulp voor beschikbaar, maar dat verschijnsel zet wél druk op de zorgverlening. Het antwoord op vraag 6. Ja, deze signalen betrekken wij bij het beleid. Gisteren heb ik daarover landelijk gesprekken gevoerd met de branches. Ik heb over deze ontwikkeling landelijk mijn zorgen geuit. Het antwoord op vraag 7.

Ik heb het antwoord op deze vraag al in mijn eerdere antwoorden gegeven: Coach en Spoor030 hebben de opdracht om in de buurt antwoord te geven op alle specialistische jeugdhulpvragen en om niet aan cherry picking te doen. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Wij hebben met de professionals van Coach en Spoor030 gesproken. Men zei dat er sprake is van veel doorstroming van lichte problematiek. Kan de gemeente daar iets aan doen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat is een goede vraag. Ik heb de afgelopen weken zelf met diverse professionals gesproken. Het is de bedoeling dat als mensen zich met lichtere problemen melden, wij bekijken hoe wij dat collectief kunnen oplossen, ook als scholen veel kinderen doorsturen. Wij gaan dan met de scholen gesprekken aan om te zien wat er aan de hand is. Dat is de bedoeling van de transformatie, maar omdat er nu echt veel crises zijn, komt dat onder druk te staan. Gelukkig hebben wij versneld vernieuwd, waardoor wij er een financiële impuls aan kunnen geven. Daar zijn wij juist mee bezig. Wij voeren daar goede gesprekken over. In de eerstvolgende update voor de raad kan ik beter schetsen hoe dat gaat. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik ben gerustgesteld dat het financieringsmodel geen prikkels voor cherry picking bewerkstelligt.

Kunnen er geen andere motieven zijn om toch aan cherry picking te doen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het is de praktijk dat de stevige casuïstiek, die vaak het karakter van een crisis heeft, ook cherry picking veroorzaakt, maar dan op een goede manier. Die casuïstiek komt op de wachtlijsten steeds bovenaan te staan. Men gaat daar meteen mee aan de slag. De uitdaging is de vraag hoe wij aandacht kunnen geven zowel aan de crisis als aan de kleinere vragen en hoe wij die transformerend kunnen behandelen. Ook in Utrecht wordt geselecteerd, maar dan wordt bekeken wie het eerst hulp nodig heeft. 6. Vragen van mevrouw Raaijmakers (PvdA), mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks), mevrouw Podt (D66), mevrouw Van Mil (Student&Starter), de heer Wiegant (SP), de heer Van Heuven (PvdD) Zwinkels (CDA), mevrouw Meerding (VVD), de heer Bosch (PVV) inzake grote regenboogvlag op de Dom. Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Op donderdag 1 april a.s. is het precies twintig jaar geleden dat in Nederland het eerste huwelijk tussen mensen van gelijk geslacht werd voltrokken. Dat is een mijlpaal waar wij ongelofelijk trots op zijn. Dat willen wij op 1 april a.s. zichtbaar vieren. Eerder vroeg de PvdA-fractie in de commissie Mens & Samenleving of de gemeente aan dit jubileum aandacht wil besteden. De wethouder heeft dit toegezegd.

Zo wordt in ieder geval bij het Stadskantoor de regenboogvlag gehesen. Inmiddels hebben ook verschillende organisaties, zoals COC Midden-Nederland, opgeroepen om op 1 april vol trots de regenboogvlag uit te hangen, niet alleen om deze mijlpaal feestelijk te vieren, maar ook om blijvende aandacht te vragen voor een gelijkwaardige positie voor de LHBTI+ gemeenschap.

6

Vragenuur van 25 maart 2021 De fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, Student&Starter, SP, PvdD, CDA, VVD en PVV zijn van mening dat er één plek is waar een grote regenboogvlag niet mag ontbreken: de Domtoren. De Domtoren is immers hét belangrijkste symbool van Utrecht en bevindt zich nabij het Utrechtse homomonument. Andere steden, zoals Nijmegen en Amsterdam, gingen Utrecht reeds voor (zie foto). Vanuit de LHBTI+ gemeenschap - o.a. COC Midden-Nederland, PANN Utrecht, Midzomergrachtfestival, Queer Film Festival Utrecht, Cruise Control, Queer 030, Utrecht Pride, Café Kalff, Bodytalk Utrecht, What You See Festival en RUBBER - wordt deze roep ondersteund. Zij zijn ook bereid om vanuit hun netwerken een grote regenboogvlag uit te lenen. Dit brengt ons tot de volgende vragen. 1. Is het college bereid om op 1 april een grote regenboogvlag aan de Domtoren te bevestigen? 2. Op welke andere manieren wil de gemeente Utrecht deze mijlpaal breed onder de aandacht brengen? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik dank mevrouw Raaijmakers en de andere fracties voor het inbrengen van deze vragen. Het antwoord op vraag 1. Wij waarderen dit initiatief en vinden het voorstel erg sympathiek. Ik dacht meteen of wij zouden kunnen bekijken of dit mogelijk is. Zoals bekend, staat de Dom momenteel in de steigers. Om redenen van veiligheid en logistiek mag aan de steigers niets worden bevestigd.

Het is dus helaas niet mogelijk om een grote regenboogvlag aan de Dom te bevestigen. Wat ik wél kan toezeggen, is dat op 1 april a.s. de regenboogvlag op de Dom zal worden gehesen. Normaal gesproken wordt daarmee terughoudend omgegaan, maar daar wordt nu een uitzondering voor gemaakt. Het antwoord op vraag 2. Burgemeester Dijksma is onlangs bij de rechtbank officieel als trouwambtenaar beëdigd. Op 1 april a.s. zal zij als eerste daad een vrouwelijk bruidspaar in de echt verbinden. Wij hebben met het bruidspaar afgesproken dat wij bij deze mijlpaal samen stilstaan. Wij zullen daarvoor bij de pers aandacht vragen. Daarnaast zullen wij de regenboogvlag uithangen, zowel op het Stadskantoor als op het Stadhuis en tevens zal via diverse communicatiekanalen van de gemeente aandacht worden geschonken aan deze feestelijke gebeurtenis. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Het is echt een mijlpaal. Ik vraag mij af of de vlag er niet langer dan één dag kan hangen. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Alles kan, maar het punt is dat 1 april de dag is waarop dit wordt gevierd. Ik stel voor om het bij die dag te houden, omdat anders de vraag aan de orde komt hoelang de vlag blijft hangen. Eén dag is een mooi signaal. Mevrouw RAAIJMAKERS (PvdA): Voorzitter! Het is fijn dat aandacht wordt besteed aan het feit dat op de Domtoren vlaggen komen.

Kunnen wij onderzoeken - de Dom blijft de komende jaren in de steigers staan - hoe dit in de toekomst kan gebeuren? Op de steigers hangt het logo van de aannemer. Er zou op die steigers wel wat meer kunnen gebeuren, denken wij. Kunnen wij van het college informatie krijgen over hoe de regenboogvlag er in de toekomst wél kan komen te hangen? De wens daartoe is in grote mate aanwezig. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ikzelf dacht ook meteen waarom er geen banier kan hangen. Er hangen ook nu allerlei dingen aan de steiger. Ik heb dat nagevraagd. Het blijkt zo te zijn dat steigerdoek is bedoeld om te voorkomen dat er stof naar beneden komt. Het is extra dun, zodat er doorheen kan worden gekeken. Anders kunnen de mensen die op de steigers werken hun werk niet goed doen. Steigerdoek is iets anders dan een banier. Ook is de afspraak gemaakt dat de Dom eigenlijk niet mag worden gebruikt om allerlei vlaggen aan te hangen. Wij gaan daar heel terughoudend mee om. Wat ik kan doen, is toezeggen dat ik de raad informeer wat de kaders hiervoor zijn. Ik begrijp dat de wens leeft om te weten wat er wél kan. Ik denk zelf dat wij terughoudend moeten zijn. Er moet niet elke dag iets aan de Dom hangen. Het is echter goed om inzicht te geven in de kaders daartoe. 7. Vragen van de fracties van D66 en Student & Starter inzake Perspectief voor de Utrechtse jeugd.

De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Laten wij het hebben over de jongeren in onze stad. De verlengde lockdown als gevolg van de aanhoudende coronapandemie sinds maart vorig jaar treft alle

7

Vragenuur van 25 maart 2021 Nederlanders. Jongeren in het bijzonder. Er zijn namelijk grote zorgen over de mentale gesteldheid van jongeren. Ook op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, geestelijke gezondheid en eigen inkomen gaat het niet goed. Wij weten dus dat jongeren extra hard geraakt worden door de gevolgen van de coronacrisis vanwege de belangrijke levensfase waarin zij zijn. Een kleine maand geleden heeft het kabinet landelijk € 58,5 miljoen vrijgemaakt ter ondersteuning van jongeren in coronatijd. Naar verwachting is minimaal € 800.000 hiervan voor Utrecht beschikbaar. De gemeente heeft € 500.000 beschikbaar gesteld voor het aanvragen en organiseren van corona-proof activiteiten op het gebied van sport, cultuur en vrijetijdsbesteding en € 300.000 euro voor extra inzet van jongerenwerk gericht op kwetsbare jongeren. Ook kwam het kabinet een maand geleden met het bericht dat het wil dat jongeren elkaar op korte termijn weer fysiek kunnen ontmoeten. Zo werd gesteld dat gemeenten buurthuizen, sporthallen en bibliotheken hiervoor kunnen openstellen. De fracties van D66 en Student en Starter zijn van mening dat juist nu proactief jongeren perspectief moeten worden geboden. Daarom stellen we de volgende vragen. 1. De wethouder gaat vaak de stad in om met jongeren in gesprek te gaan en om signalen op te halen.

In hoeverre lukt het om signalen op te halen van jongeren uit de hele stad? 2. Op welke manieren brengt het college de € 500.000 die beschikbaar is voor het aanvragen en het organiseren van corona-proof activiteiten op het gebied van sport, cultuur en vrijetijdsbesteding, onder de aandacht van jongeren zelf? Is er ook een mogelijkheid voor jongeren met een goed idee om aanspraak te maken op het geld zonder al het papierwerk te doen dat bij een subsidieaanvraag hoort? Zo nee, kan deze mogelijkheid worden gecreëerd? Bijvoorbeeld dat het met een mondelinge pitch kan. 3. Hoe gaat het met de € 300.000 extra inzet op jongerenwerk? Wat zien wij daar op dit moment van terug? 4. Lukt het de gemeente om een vinger aan de pols te houden op het gebied van het mentale welzijn van jongeren? Er is een posteractie gaande om aandacht te vragen voor de mentale gezondheid van jongeren, zodat zij de juiste hulp weten te vinden als dat nodig is. Kan het college een inschatting maken of dat voldoende is of dat wij daartoe samen met de partners in de stad meer moeten ondernemen? 5. Wat doet het college om de verhuur van sportzalen onder jongeren aantrekkelijker te maken? Heeft dat het gewenste effect? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het wordt inderdaad een uitdaging.

Zoals de vragenstellers terecht zeggen - ik spreek deze maanden veel met jongeren in de stad - komen ze overal vandaan, kinderen en jongeren. Ik heb ze allemaal gesproken. Er zijn dan veel verschillende geluiden te horen. Het gaat hard met de spreektijd als ik al die signalen moet opnoemen. De jongeren missen vooral heel erg het elkaar ontmoeten. Zij hebben er behoefte aan om te weten wat er wél kan, maar de overheid legt er de nadruk op wat er níet kan. Zij vragen aandacht voor eenzaamheid en stress. Zij zoeken ook een digitaal platform om goede ideeën en ontmoetingen te faciliteren. Dit is een kleine greep uit de vele signalen. Men vraagt wat het college doet om de € 500.000,00 in de stad goed te laten landen. Wij vragen daar bij de partners veel aandacht voor. Wij doen dat met verschillende circulaires. Dat gebeurt niet via partijen die rechtstreeks met jongeren werken, maar sportverenigingen en scholen. Er is van alles mogelijk. Het leukste en fijnste is als de jongeren zelf een aanvraag indienen. Wij hebben daar een team voor klaarstaan dat de jongeren daarbij wil helpen. Het is zeker mogelijk dat als jongeren iets willen doen dat het begin van een aanvraag te laten zijn. Wij hebben daar ervaring mee. De eerste aanmeldingen komen binnen. Dat is hartstikke goed om te zien.

De € 300.000,00 jongerenwerk zetten wij met een paar accenten op straat breed in - samen met JOUW - ten behoeve van het jongerenwerk op school, zeker nu wat meer mogelijk is, maar ook voor de individuele begeleiding van jongeren die met een hulpvraag rondlopen. Het mentale welbevinden van jongeren. Dat is één van de signalen dat wordt gegeven. Wij ondernemen ontzettend veel met onze zorg- en onderwijspartners. Ook het jongerenwerk. Wij doen via al die kanalen enorm ons best om een vinger aan de pols te houden. Wij zijn ook bezig om de posteractie die door studenten in Delft wordt opgezet naar Utrecht te vertalen om de aandacht voor studenten een extra boost te geven met de hulp die de gemeente kan bieden.

8

Vragenuur van 25 maart 2021 Het antwoord op vraag 5. Helaas mogen wij de sporthallen en sportzalen op dit moment niet verhuren. Wij mogen die niet eens openen. Er mag wel buiten worden gesport. Wij bekijken hoe wij daar meer mogelijk kunnen maken, ook voor jongeren. Het onderwijs gebruikt een aantal sporthallen om er onderwijs te kunnen verzorgen. Eigenlijk staan wij klaar om zodra het mag de sporthallen opnieuw open te stellen. Daar zijn ook jongeren van harte welkom. Ik heb in deze beantwoording veel dingen niet gezegd. Ik zeg daarom toe dat wij de raad een brief zullen sturen als wij meer aanvragen binnen hebben en wij meer en detail het gehele spectrum langs kunnen lopen. De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Bedankt voor de antwoorden. Die helpen enorm. Het is fijn dat de brief er komt. Er is in het land een aantal wethouders dat het kabinet heeft gevraagd om een stip op de horizon te zetten voor wat zal worden gedaan als corona voorbij is om jongeren te kunnen helpen. Doet de gemeente daar iets aan? Worden er plannen gemaakt? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op deze vraag is: ja. Het is het mooiste als wij deze twee dingen kunnen combineren. Als jongeren met ideeën komen, bekijken wij niet alleen wat die ideeën voor de korte termijn betekenen, maar ook of die op de langere termijn perspectief bieden.

Het is echt een gesprek over de vraag hoe wij de stad ná corona - die tijd zal echt komen - goed op de rails krijgen. Dat is een lastige puzzel. Wij doen daar veel voor en praten er veel over. Ik mag ook in allerlei landelijke overleggen over het deltaplan meedenken. Utrecht zit vóór in de bus. De VOORZITER: Dames en heren! Ik dank de vragenstellers voor hun vragen en het college voor het beantwoorden ervan. Ik wens u allen nog een fijne avond. Hierna sluit de voorzitter, te 19.13 uur, het vragenuur.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7f9a78ea-f250-4695-b8f6-6ecf549312e8