20210218 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 18 februari 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 18 februari 2021 te 18.35 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer De Pagter. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Assen, El Abassi, Dekker-Abdulaziz, Gilissen, Sturkenboom en Zwinkels Voorts neemt deel de fractiemedewerker: De Boer. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en wethouder Eerenberg. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad van Utrecht van donderdag 18 februari 2021. Er zijn vier sets vragen ingediend. 1. Vragen van mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) inzake Poststemmen tijdens de coronaverkiezingen. Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! Op 12 februari jl. heeft D66-fractie kennisgenomen van een artikel in het tijdschrift Binnenlands Bestuur over een proef met briefstemmen. Hieruit blijkt dat de helft van het aantal poststemmen van een proef die in Den Haag is gedaan, ongeldig blijkt te zijn. De D66-fractie maakt zich zorgen over welk beeld dit opwekt met betrekking tot de komende verkiezingen. Ze stelt daarom de volgende vragen. 1.
Heeft het college kennisgenomen van de proef, de uitkomsten en de duiding van het artikel in Binnenlands Bestuur? Kan het college daarop kort reflecteren? 2. Welke lessen trekt het college uit de proef die in Den Haag is genomen? Ziet het college naar aanleiding van de proef in Den Haag reden tot aanpassing van de strategie in Utrecht en waarom? 3. Is de Utrechtse bijsluiter voldoende duidelijk, eventueel meertalig voorzien van afbeeldingen? 4. Welke mogelijkheden ziet het college om zich voor heldere communicatie en uitleg aan te sluiten bij de voorlichting van het ministerie van Binnenlandse Zaken? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik zal er kort op ingaan. Het antwoord op vraag 1. Wij hebben inderdaad van de proef in Den Haag kennisgenomen alsmede van de uitkomst ervan in Binnenlands Bestuur. Het ging om een experiment met briefstemmen met 12 senioren van de stichting Leer Zelf Online. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was niet bij de proef betrokken. De minister heeft erop gereageerd. Zij heeft gezegd dat het belangrijk is om in alle richtingen goed te communiceren met allerlei mensen die in staat worden gesteld om per brief te stemmen. Daarmee zal zij aan de slag gaan.
Het is belangrijk om met de geldigheid van de briefstemmen soepel om te gaan, dus als er kleine dingen verkeerd gaan - bijvoorbeeld een brief die in een verkeerde envelop wordt gestopt - kan dat geen reden zijn om een briefstem ongeldig te verklaren. In afstemming met de gemeente en het
Vragenuur van 18 februari 2021 ministerie zal daarover nader overleg worden gevoerd. Ook zal men de communicatie drastisch verbeteren. Het antwoord op de vragen 2, 3 en 4. Deze vragen nemen wij over; dat betekent dat wij de communicatie die BZK voorstelt overnemen. Wij zullen onze eigen mediakanalen inzetten om dit zo goed en zo duidelijk mogelijk te maken. Wij moeten dit serieus nemen. Het is voor het eerst dat mensen op deze manier stemmen. Dit betekent dat wij dit goed voor elkaar moeten hebben. Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! Wij danken de burgemeester voor de beantwoording. Wij zijn blij om te horen dat de communicatie zal worden verbeterd. Ik ben benieuwd hoe het eruit zal zien. 3. Vragen van de heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) inzake geloofsfanatisme, moslimextremisme, complotdenkers en rechts-extremisme in Utrecht. De heer DE BOER (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Geloofsfanatisme, moslimextremisme en complot-denken vormen een groot probleem voor de manier van samenleven in de stad. Uit het artikel "van complotdenker tot moslimfundamentalist", dat verscheen op 17-02-2021 in het AD/UN, blijkt dat in Utrecht steeds meer mensen radicaliseren. De Utrechtse samenleving lijkt niet de goede stappen te zetten.
In de praktijk blijkt dat een van de meest effectieve manieren om extremisten te ontradicaliseren is om ze te confronteren met andersdenkenden en ze met behulp van gelijkgestemden uit hun bubbel te halen. Vaak hebben extremisten geen interactie met andersdenkenden. De Stadsbelang Utrecht-fractie is er een groot voorstander van om de dialoog te blijven aangaan. De gemeente dient initiatieven van maatschappelijke organisaties, geloofsgemeenschappen en onderwijsinstellingen daartoe te steunen. De schriftelijke vragen 10/2021 laten zien dat de gemeente geen voorstander is van het in beeld brengen van mensen met een migratieachtergrond of van mensen met een afkomst uit een andere cultuur. Dat is meestal begrijpelijk, maar in het kader van het extremisme kan de burgemeester niet wegkijken. 1. Is de burgemeester het ermee eens dat de aangewezen groep om de mensen uit deze bubbel te halen niet alleen de overheid is, maar dat dit ook jongerenorganisaties, moslimgemeenschappen rechts-extremisten, complotdenkers, ouders, moskeeën, kerken, het maatschappelijk middenveld en scholen zijn? Op welke wijze wil de burgemeester met deze groepen samenwerken? Welke andere groepen vindt de wethouder aangewezen om deze mensen uit hun bubbel te krijgen? 2.
Is de burgemeester het ermee eens dat het in het kader van deze radicalisering noodzakelijk is om bepaalde doelgroepen in beeld te krijgen en om ook de culturele en sociale achtergrond van deze mensen daarbij te betrekken? Indien de burgemeester dat niet doet, op welke wijze zal zij deze mensen dan wél in beeld krijgen? 3. Welke initiatieven steunt de burgemeester? Welke zijn al gaande? Wat is het effect van deze initiatieven? Welke initiatieven zullen niet worden voortgezet? 4. Op welke wijze wil de gemeente samen met landelijke partners, partners in de stad en partners in de regio het online extremisme aanpakken? 5. Gezien de ontwikkelingen lijkt actie op zeer korte termijn noodzakelijk. Welke eerste stappen zal de burgemeester zetten? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Inderdaad, radicalisering en extremisme zijn zaken waarbij wij niet moeten wegkijken, maar moeten optreden. Het antwoord op vraag 2. Ja, de heer De Boer heeft gelijk dat het belangrijk is om heel erg oplettend te zijn, omdat wij zelf voortdurend zien dat de samenleving verandert en er nieuwe vormen en extremisme opduiken. Dat heeft men kunnen zien in de brief die wij van de week als voortgangsrapportage op het programma "Utrecht zijn wij samen" naar de raad hebben gestuurd.
Wat daarin opvalt, is dat wij inderdaad actuele ontwikkelingen zien die vragen om een herijking van het beleid dat wij kennen. Tegelijkertijd wil ik ook vaststellen dat het niet zo is dat het beleid nog moet beginnen. Het programma "Utrecht zijn we samen" bestaat al enkele jaren en is succesvol. Dat wordt overigens bijvoorbeeld in Den Haag bij de departementen zeer gezien en zeer gewaardeerd. Dit betekent dat het programma voortdurend moet worden doorontwikkeld en getoetst moet worden aan de actualiteit. Dat doen wij. Om die reden zal de raad vóór de zomer een herijking van het huidige beleid krijgen.
2
Vragenuur van 18 februari 2021 Het antwoord op vraag 3. Wij kunnen inderdaad radicalisering en extremisme niet in ons eentje tegenhouden. Daar hebben wij partners voor nodig. Wij staan in nauw contact met scholen, buurt- en jongerenwerkers, moskeebesturen, actiegroepen en anderen om dit te erkennen en om radicalisering en extremisme tegen te gaan. Ik denk dat het belangrijk is dat wij zien dat er voortdurend nieuwe activiteiten moeten plaatsvinden. In de raadsbrief van deze week wordt een aantal daarvan geschetst. Het antwoord op vraag 4. In 2017 zijn wij als een van de eersten gestart met een pilot Digitaal Burgerschap. Daarin proberen wij kinderen, jongeren en opvoeders bewust te maken van de risico's. Inmiddels is ook door de maatschappelijke partners een website gelanceerd onder de naam "isdatechtzo.nl". Wij werken ook aan een zogenaamde filter bubble app. Wij werken ook samen met de wetenschappers Beatrice de Graaf en Micha de Winter om te worden geholpen bij het voortdurend verstevigen van het beleid. Het antwoord op vraag 5. Actie op korte termijn. Wij zijn al begonnen. Op deze korte termijn zijn wij bezig met bijvoorbeeld het werven van een casusregisseur. Wij bevorderen de deskundigheid van de professionals. Wij werken ook samen met de raad onder het motto "meet het raadslid aan het herstel van het institutioneel vertrouwen", want ook dat is belangrijk.
Wij zijn met de expertise-unit Sociale Stabiliteit van het ministerie van Sociale Zaken in gesprek om extra aandacht aan polarisatie te besteden. Het ministerie heeft Utrecht benaderd om mee te werken aan een pilot die straks ook potentieel landelijk navolging krijgt, juist omdat Utrecht op dit terrein al veel goed werk doet. De heer EL ABASSI (DENK): Voorzitter! Ik hoor dat met bepaalde partijen contact wordt gezocht. Hetzelfde gebeurt ook veel op online platforms. Wij hebben al eerder gesproken over de demonstraties van Pegida. Wat doen wij daartegen? Worden met zulke groepen gesprekken gevoerd? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Wij proberen aan de ene kant om mensen te helpen om niet extremistisch te worden. Waar mensen het al zijn, is dat soms lastig. Door Stadsbelang Utrecht is terecht gezegd dat wij moeten proberen om vooral groepen mensen die daar nog niet zijn of groepen mensen die misschien een beetje aan die kant staan - maar nog niet helemaal - uit die bubbel los te weken. Die woorden werden door de Stadsbelang Utrecht-fractie gebruikt. Ik ben het daarmee eens. Ik weet dat de DENK-fractie al eerder vragen heeft gesteld over demonstraties. Als burgemeester heb ik eigenlijk geen grond om mij te bemoeien met demonstraties, behalve wanneer zich wanordelijkheden voordoen, bijvoorbeeld als de coronamaatregelen niet in acht worden genomen.
Wij moeten ook handelen als zich vormen van extremisme voordoen of als er nieuwe vormen van extremisme zijn waarbij mensen geen waarde hechten aan de overheid. Soms gaan deze mensen heel ver met het dreigen met gewelddadigheden. Ik zal deze punten in de herijking een plek geven. Ik kom daarop terug. De heer DE BOER (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Uit een zojuist uitgelekte analyse van de NCTV is gebleken dat het salafisme mogelijk via de Turkse president naar buiten komt. Wij weten dat dit in Utrecht mogelijk een probleem is. Zijn er signalen dat dit in Utrecht speelt? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! In eerste instantie zal de NCTV moeten reageren op wat er naar buiten komt. Wij zijn voortdurend alert. Wij zien allerlei vormen van extremisme en radicalisering, ook in de Utrechtse samenleving. Daar mogen wij echt niet naïef in zijn. Wij houden dat in de gaten. Wij zullen daarop reageren als dat kan. Wij kunnen proberen om de gevolgen daarvan te bestrijden. Als er sprake is van informatie van de NCTV, lijkt het mij wijs om dat voor het geven van commentaar in eerste instantie daar te laten. 2. Vragen van de heer Işik (PvdA) inzake een beheer- en veiligheidsplan draagt bij aan leefbaarder en veiliger schoolomgeving.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Op dit moment is de gemeente bezig met het mogelijk maken van twee openbare basisscholen op de Passiebloemweg in Vleuterweide. Om de plannen ten behoeve van de bewoners toe te lichten, heeft de gemeente met de schoolbestuurders en de architect op 26 januari jl. een digitale voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd. Onze fractie was op deze avond aanwezig. Eén van belangrijke thema’s van de avond was "leefbaarheid en veiligheid nu
3
Vragenuur van 18 februari 2021 en later". De wijkbewoners zeggen dat zich op dit moment op de huidige parkeerplaats veel geluidsoverlast, vervuiling, vernieling en intimidatie voordoet. Deze ongewenste situatie vindt plaats tot diep in de nachtelijke uren. De schoolbestuurders erkennen dat er problemen zijn. Omwille van het verbeteren van de leefbaarheid en de veiligheid stelt PvdA-fractie het college de volgende vragen. 1. Erkent het college dat er nu leefbaarheid- en veiligheidsproblemen zijn? Zo nee, waarom niet? 2. In onze gesprekken met de schoolbestuurders en buurtbewoners blijkt dat er voor de nieuwe scholen grote behoefte is aan een beheer- en veiligheidsplan. Is het college bereid om in overleg met de bewoners en schoolbestuurders een beheer- en veiligheidsplan voor het gebied te maken? Zo nee, waarom niet? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik beantwoord deze vragen mede namens wethouder Klein en wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure neemt de realisatie van nieuwe schoolgebouwen voor zijn rekening. Wij kennen de signalen van de bewonersavond op 26 januari jl. Op dit moment is de plek regelmatig een hangplek voor jongvolwassenen en jongeren. Er was in 2020 sprake van een toename van de overlast in de vorm van zwerfvuil en dergelijke. Wij hebben extra politiesurveillance en jongerenwerk georganiseerd.
Het lijkt mij goed om samen met wijkbewoners als onderdeel van de geplande nieuwbouw een gesprek te voeren over hoe wij een betere inrichting van de buitenruimte kunnen maken, die bijdraagt aan een leefbare en veilige omgeving. Ik moet erbij zeggen dat een echt beheer- en veiligheidsplan meestal wordt gebruikt voor situaties van een andere orde, niet voor scholen. Ik wil de PvdA-fractie meegeven dat het etiket dat er daarmee wordt opgeplakt niet op voorhand gewenst is, terwijl het de PvdA-fractie gaat om een veilige en goede plek voor ouders en leerlingen. Daar moeten wij met elkaar aan werken, maar dit instrument leent zich meer voor andere situaties. Materieel doen wij graag wat u vraagt. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De burgemeester zegt dat een passende inrichting van de openbare ruimte wordt bekeken. Waar wordt op dit moment aan gedacht? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Mevrouw Zwinkels overvraagt mij nu. Ik heb het onderwerp benaderd met het oog op veiligheid. Ik heb nu niet het plaatje voor mij van hoe de situatie zal worden. Er is sprake van een school met een aantal noodgebouwen, alsmede een centraal gelegen parkeerterrein. Die inrichting bevordert de onveiligheid. Dat punt zal moeten worden bekeken. Dat moeten wij doen in overleg met de wijkbewoners. Het gesprek daarover moet eerst een kans krijgen.
Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Ik heb geen vragen meer. De beantwoording is duidelijk. Het gaat erom dat het effect wordt behaald. 4. Vragen van mevrouw Zwinkels, (CDA) en mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) inzake Benut de buurthuizen voor contact met studenten. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De coronacrisis heeft een grote impact op de mentale gezondheid van studenten en jongeren. De dingen die zij normaal gesproken deden - studeren, een bijbaantje, de sportvereniging en afspreken met vrienden - liggen inmiddels alweer een tijdje stil. Veel jonge mensen komen nog maar nauwelijks hun studeerkamer of hun studio uit. Ze maken zich zorgen om elkaar, zijn gestresst en hebben last van eenzame gevoelens. Verscheidene studentenverenigingen proberen informele vangnetten te organiseren. Uiteraard is het van belang de coronaregels na te leven. Toch zien wij aanleiding om het college te vragen wat de gemeente kan betekenen voor het bevorderen van het aantal sociale contacten voor deze groep in het licht van mogelijke versoepelingen op korte termijn en ons bezoek aan buurtcentrum De Boog in Overvecht van de afgelopen dinsdag. 1. Is het college in contact met buurthuizen over activiteiten die coronaproof kunnen worden georganiseerd? 2.
Hoe denkt het college over het idee om buurthuizen in te zetten om studenten elkaar fysiek te laten ontmoeten, om samen te studeren en om samen wandelingen te maken? 3. Is de gemeente erop voorbereid om voor studenten en jongeren - als het kabinet besluit dat er afwegingsruimte is - te werken aan een perspectief? Is daar een plan voor?
4
Vragenuur van 18 februari 2021 4.
Kan het college toezeggen de raad een brief te sturen met maatregelen die het in overleg met buurthuizen kan organiseren?
De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Dit zijn niet alleen goede vragen, maar er wordt ook een hartstikke goede suggestie gedaan. Het antwoord op vraag 1. Ja, uiteraard hebben wij met onze partners, in dit geval DOCK, de buurthuizen in zelfbeheer en Stichting Jouw goed contact over de activiteiten die er worden georganiseerd. Het antwoord op vraag 2 en op de suggestie die de fracties van CDA en Student & Starter daar doen. Wij zijn daar ontzettend positief over. Natuurlijk moeten wij dit doen binnen de mogelijkheden die er zijn. Op dit moment zijn in de buurthuizen al activiteiten voor jongeren aan de gang. Dat zijn altijd kleinere groepen - niet op basis van inloop - en groepen jongeren met een zekere kwetsbaarheid. Samen met veel andere gemeenten heeft Utrecht het kabinet gezegd dat het tijd is dat er voor jongeren meer perspectief komt. Gelukkig heeft het kabinet vorige week zelf gezegd dat de jongeren bovenaan moeten staan. Dit betekent dat wij, zodra er versoepelingen komen - wij gaan ervan uit dat het effect zal hebben als het kabinet zegt dat jongeren bovenaan staan - klaar zullen staan om in de buurthuizen activiteiten te organiseren. Het charmante daarvan is het mengen van jongeren en studenten. Het antwoord op vraag 3. Wij zijn sinds het begin van de corona-epidemie in de stad enorm intensief in gesprek over het ondernemen van actie.
Wij bekijken wat er wél kan. Dat is echt onze insteek. Wanneer de richtlijnen worden verruimd, denk ik dat onze infrastructuur en onze mensen klaarstaan om snel te schakelen en om nog meer activiteiten te organiseren. Het mooiste is natuurlijk als studenten en jongeren dat zelf doen. Gevraagd wordt of daar een plan voor is. Dat is er niet, maar ik mag zeggen dat het er nóg niet is, want wij weten dat verschillende jongeren- en studentenorganisaties aan de slag zijn gegaan met plannen om, als er weer meer mag, echt dingen te organiseren. Het plan is onderweg. Het antwoord op vraag 4. Het kabinet heeft in december bijna € 60 miljoen beschikbaar gesteld voor het bieden van perspectief aan jongeren. Deze middelen zijn expliciet bedoeld voor het vergroten van de sociale contacten en het coronaproof organiseren van allerlei activiteiten. Dat biedt een heel mooie kans om ook de suggestie van de vragenstellers te laten landen. Afgelopen dinsdag heeft het college besloten om het deel van de € 60 miljoen dat Utrecht toekomt, open te stellen voor jongeren en studenten, om echt met eigen ideeën en plannen te komen en een gedeelte te investeren in een impuls van het jongerenwerk. Daarover kan men morgen een raadsbrief tegemoet zien. Als er echt nieuwe activiteiten zijn, komt er nog een raadsbrief.
De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Het is een beetje lastig om te praten over een raadsbrief die nog moet komen. Ik begrijp dat een deel van de impuls door het college ter beschikking zal worden gesteld. Begrijp ik het goed dat de raad daarvan iets mag vinden? Dat kan natuurlijk altijd, maar meer in het bijzonder ben ik benieuwd of daarbij ook de hele scoop van de impact van corona op jongeren wordt betrokken. Ook de wethouder weet dat corona een grote impact heeft. Moeten wij dit zo zien, of zijn er meer activiteiten mee gemoeid? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Gelukkig doen wij allebei, maar als men doelt op de € 60 miljoen en het Utrechtse deel daarvan, € 800.000, dan zijn er activiteiten mee gemoeid om de effecten van de coronacrisis wat beter te dragen en om wat meer perspectief te bieden. Dat moeten wij netjes vergelijken met het publiceren van allerlei regels. Dat zal morgen op een keurige manier gebeuren. Dan worden ook de details ervan bekend. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Ik ben benieuwd of de wethouder behalve het openstellen van buurthuizen ook bekijkt of de studentensociëteiten open kunnen. Dat zijn ook een soort huiskamers. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Daarvoor geldt dezelfde redenering.
Als de coronaregels het toestaan - wij bekijken echt wat mogelijk is - moeten wij aan de slag met activiteiten voor jongeren en studenten. Het lijkt mij goed dat alles zo veel mogelijk plaatsvindt in de natuurlijke habitat waar studenten graag verblijven, zoals een sociëteit.
5
Vragenuur van 18 februari 2021 Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter, ik ben blij met de antwoorden en kijk uit naar de brief. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wens u allen een fijne avond. De voorzitter sluit daarop, te 19.08 uur, het vragenuur.
Signer1}}
{{Signer2}}
6