CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210216 WoonlastenEMGverklaringEneco Zorn.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 18 maart 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Onderzoek naar woonlasten stadswarmte vs warmtepomp met de nieuwe BENG-eisen2.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BOUWFYSISCH ADVIESBURO

Z RN Onderzoek naar woonlasten stadswarmte vs warmtepomp met de nieuwe BENG-eisen

Per 1-1-2021 is de EPC eis bij nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen vervangen door de zgn. BENG eisen. BENG staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. Deze nieuwe BENG eisen hebben enerzijds invloed op de isolatiewaarden van een gebouw maar ook op de keuze van de installaties in een gebouw. Sinds juli 2018 kunnen nieuw te bouwen gebouwen niet meer op aardgas worden aangesloten. Hierdoor hebben initiatiefnemers van bouwwerken in hoofdzaak de keus tussen het installeren van een warmtepomp of het aansluiten op een warmtenet. Eventuele andere warmtebronnen zijn voorlopig nog niet overal beschikbaar. In dit onderzoek in opdracht van de St. Klimaat 030 wordt onderzocht wat de financiële consequenties zijn van de keuze van het verwarmingssysteem. Onlangs zijn er door de Partij voor de Dieren en Stadsbelang Utrecht schriftelijke vragen gesteld met betrekking tot biomassa en de kwaliteitsverklaring van Eneco stadswarmte. In deze rapportage zal daarom ook nog worden ingegaan op enkele antwoorden op deze vragen voor zover relevant voor de conclusies van dit onderzoek.

Onderzoeksopzet. Voor dit onderzoek zijn 3 typen woningen en 2 verwarmingsconcepten met elkaar vergeleken. Voor het concept stadsverwarming is er bovendien nog een uitsplitsing gemaakt naar een berekening met en zonder de kwaliteitsverklaring van Eneco. Voor het concept warmtepomp zijn alleen berekeningen gemaakt met zgn. lucht/water warmtepompen omdat bodemwarmtepompen nu nog veel duurder zijn. Zo zijn er per woningtype steeds 3 berekeningen gemaakt volgens de nieuwe NTA8800. De berekeningen zijn gemaakt met de geattesteerde software Uniec3. De drie woningtypen zijn: 1. eengezinswoning, tussenwoning, met een gebruiksoppervlak van 130 m2 2. appartement met een gebruiksoppervlak van 80 m2 3. appartement met gebruiksoppervlak van 40 m2 Om elke woning aan de nieuwe BENG eis te laten voldoen is er steeds uitgegaan van een minimaal oppervlak aan zonnepaneel om zo het effect van de keuze van het verwarmingssysteem zo veel als nodig is te compenseren. In bijlage 1 worden alle uitgangspunten van de berekeningen op een rijtje gezet. In bijlage 2 staat wat informatie over de EMG of kwaliteitsverklaring van Eneco stadswarmte..

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700 KVK 30090048

Woning I, de eengezinswoning Voor wat betreft de kosten is alleen in beeld gebracht wat de belangrijkste verschillen zijn tussen de 3 varianten. Alle kosten zijn per jaar.

Als deze woning wordt uitgevoerd met stadsverwarming, met gebruikmaking van de kwaliteitsverklaring, dan heeft de woning 5 zonnepanelen nodig om aan de nieuwe BENG eisen te voldoen. De bewoner krijgt een energierekening van €564 per jaar, dat is uitsluitend voor de zgn. gebouwgebonden installaties zoals verwarming, ventilatie en warm tapwater. Het elektriciteitsverbruik voor huishoudelijke apparaten zoals koelkasten, televisies, computers, verlichting etc. is hier dus niet bij inbegrepen. Als exact dezelfde woning wordt doorgerekend zonder kwaliteitsverklaring dan moeten er 7 zonnepanelen extra geïnstalleerd worden om aan de BENG eisen te kunnen voldoen. Door de extra teruglevering van deze panelen is deze bewoner nog maar € 303 per jaar kwijt aan energie van de gebouwgebonden installaties. Deze bewoner is daar mee €261 per jaar goedkoper uit dan de bewoner wiens huis berekend is met gebruikmaking van de kwaliteitsverklaring. Tenslotte is nog een berekening uitgevoerd met een lucht/water warmtepomp als warmtebron. Deze woning hoeft nog maar één zonnepaneel te hebben om aan de eisen te voldoen. De bewoner van deze woning heeft nog maar € 8 aan energiekosten per jaar voor de gebouwgebonden installaties. Als we kijken naar de CO2 uitstoot dan geeft de woning die berekend is met de kwaliteitsverklaring voor stadswarmte veruit de meeste CO2 uitstoot.

Daarna volgt de woning met de warmtepomp met 850 kg en tenslotte de woning zonder kwaliteitsverklaring met 530 kg CO2 per jaar. Niet onbelangrijke factor hierbij is het aantal zonnepanelen, elk zonnepaneel levert ca. 50 kg CO2 reductie. Doordat de woning met de warmtepomp makkelijker aan de BENG-eisen voldoet heeft deze minder zonnepanelen nodig, maar stoot daardoor wel meer CO2 uit. Als deze woning uitgevoerd wordt met 7 zonnepanelen, dan stoot deze woning net zoveel uit als de woning met stadsverwarming en berekend zonder de kwaliteitsverklaring. Als deze woning wordt uitgevoerd met 18 zonnepanelen is deze woning eventueel CO2 neutraal te maken.. INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Woning II, appartement 80 m2

De bewoner van dit appartement met stadsverwarming is zonder toepassing van de kwaliteitsverklaring €230 goedkoper uit. De bewoner met een warmtepomp is €614 per jaar goedkoper uit.

Woning III, appartement 40 ,m2

De bewoner van dit kleinste appartement is eveneens goedkoper uit zonder de toepassing van de kwaliteitsverklaring. De bewoner met de warmtepomp is € 488 per jaar goedkoper uit.

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Terugverdientijden van extra investeringskosten. Tot zover is alleen gekeken naar de woonlasten voor de huurder/eigenaar bewoner. Er kan ook nog een berekening gemaakt worden naar de haalbaarheid van de benodigde extra investeringen. In het geval van de varianten met stadsverwarming zonder toepassing van de kwaliteitsverklaring betreft de extra investering uitsluitend een aantal extra zonnepanelen. Doorgaans worden deze panelen ruimschoots terugverdiend binnen de afschrijvingstermijn. Daarmee zijn deze varianten stadsverwarming zonder toepassing van de kwaliteitsverklaring in alle gevallen rendabel te noemen. Al deze varianten leveren daarnaast ook een CO2 reductie op van meer dan 50% In het geval van de toepassing van een warmtepomp bestaan de investeringskosten in hoofdzaak uit de aanschaf en installatie van een warmtepomp. De installatiekosten bestaan alleen uit de meerkosten van installatie van een afleverset t.o.v. de installatie van een warmtepomp. Deze kosten zijn moeilijker in te schatten en zijn sterk afhankelijk van aantallen te installeren warmtepompen en prijsontwikkeling van (de installatiekosten van) warmtepompen, etc. Voor de woningen resulteert uit een globale berekening voor de 3 woningen een terugverdientijd van een warmtepompinstallatie van tussen de 10 en 12 jaar, dat is ruimschoots binnen de afschrijvingstermijn van 15 – 20 jaar.

Conclusies Voor wat betreft de woonlasten zijn bewoners van woningen met stadsverwarming die doorgerekend zijn zonder kwaliteitsverklaring veel goedkoper uit dan bewoners van dezelfde woning met stadsverwarming die berekend zijn met kwaliteitsverklaring. Het verschil in extra investeringskosten zit uitsluitend in de aanschaf van een aantal extra zonnepanelen. De investeringskosten van deze panelen kunnen worden terugverdiend ruim binnen de afschrijvingstermijn. Daarnaast stoten deze woningen ruim 50% minder CO2 uit. Het accepteren van de kwaliteitsverklaring voor stadswarmte levert daarmee uitsluitend nadelen op. Als dezelfde woningen worden uitgevoerd met een warmtepomp levert dat voor de bewoners nog meer voordelen op. Daarvoor zal extra geïnvesteerd moeten worden in aanschaf en installatie van een warmtepomp maar ook deze investeringen zijn ruimschoots terug te verdienen binnen de afschrijvingstermijn. Steeds meer warmtepompen hebben de mogelijkheid om tevens te koelen, een mogelijkheid die stadswarmte niet heeft. Gezien de steeds warmere zomers is dit een belangrijk bijkomstig voordeel.

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Antwoorden SV2020 240 over over Biomassa en kwaliteitsverklaring Stadsverwarming. Antwoord bij vraag 1: Onze beleidswensen zijn verwoord in de Visie op de Warmtevoorziening (2 november 2017). Daarin staat dat we bij nieuwbouw uitgaan van lagetemperatuur- afgiftesystemen. De uitgangspunten voor energie bij nieuwbouw zijn verder uitgewerkt in het energieprotocol (raadsbrief Utrechts Energieprotocol, 8 april 2020).

Lage temperatuur afgiftesysteem Lage temperatuur verwarmings- of afgiftesysteem (LTV) betekent dat er verwarmd wordt met een lagere (<50ºC) water temperatuur in het centrale verwarmingssysteem. In de praktijk betekent dat er verwarmd wordt d.m.v. vloerverwarming en/of grotere radiatoren of convectoren (evt. met ventilatoren) . E.e.a. brengt daardoor hogere installatiekosten met zich mee. Doorgaans betekent de toepassing van LTV een energiebesparing. Om te kunnen spreken over LTV worden eengezinswoningen vaak alleen in verblijfsruimtes op de begane grond voorzien van vloerverwarming. De rest van de woning wordt dan voorzien van relatief grotere radiatoren of convectoren . Bij appartementen worden bijv. alleen de laagstgelegen appartementen voorzien van vloerverwarming en alle overige worden eveneens voorzien van relatief grotere radiatoren of convectoren . LTV is min of meer vereist bij installatie van een warmtepomp, hoewel er steeds meer warmtepompen op de markt komen waarvoor dat niet meer vereist is. Voor de huidige stadsverwarming is LTV niet vereist. De aanvoertemperatuur uit het stadsverwarmingsnet kan immers oplopen tot boven de 90 ºC. In de SV aangehaalde Visie op de Warmtevoorziening uit 2017 staat niet dat er wordt uitgegaan van LTV, maar alleen dit te willen stimuleren. Op pag. 20 wordt dit afgezwakt tot:

In het Utrechts Energieprotocol wordt lage temperatuur afgifte of verwarming in het geheel niet genoemd.

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Juridische (on)mogelijkheid van het het weigeren van de kwaliteitsverklaring van Eneco. Vraag en antwoord 7 van de van de schriftelijke vragen 2020-240: Vraag 7 Het college zegt bij SV 66/2018 de gelijkwaardigheidsverklaring te moeten accepteren. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zegt echter: “De gemeente bepaalt uiteindelijk zelf of ze een (gecontroleerde) kwaliteits-verklaring accepteert of niet. Ze kunnen de databank gebruiken voor advies.” En ook volgens een uitspraak van de Raad van State zijn gemeenten niet verplicht om de verklaring te accepteren (ECLI:NL:RVS:2010:BN0448). Kan het college uitleggen waarom ze toch nog meent dat ze de kwaliteits-verklaring van Eneco moet accepteren?

Antwoord 7 Zoals besproken in de raadsbrief van 6 september 2019 mogen aanvragers de in de landelijke openbare databank opgenomen kwaliteitsverklaringen gebruiken bij het indienen van omgevingsvergunningaanvragen. Als de gemeente een gelijkwaardigheidsverklaring niet wil accepteren dan dient een gemeente het adequaat te beargumenteren waarom dat zo is. Dit kan bijvoorbeeld als de verklaring niet correct is opgesteld, niet van toepassing is op Utrechtse stadswarmte of als er structureel niet meer wordt voldaan aan de gelijkwaardigheidsverklaring. Dit is niet aan de orde.

Hiermee wordt wederom een intern anoniem ongedateerd ambtelijk advies geciteerd. Dit advies is n.a.v. een WOB-verzoek uit 2018 openbaar gemaakt. Uit de inhoud van dat advies kan wel worden opgemaakt dat het is opgesteld ná 2017. In dit ambtelijk advies wordt o.a. gesteld dat er geen jurisprudentie is over de mogelijkheid een kwaliteitsverklaring te weigeren.:

Hoewel er in vraag 7 expliciet naar gevraagd was wordt er niet ingegaan op de uitspraak van de Raad van State uit 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BN0448). In deze casus weigerde de gemeente Nieuwegein de kwaliteitsverklaring van Eneco stadswarmte te accepteren. Initiatiefnemer Portaal en Eneco gingen in beroep en hoger beroep tegen deze weigering. Eneco werd daarbij niet ontvankelijk verklaard. Portaal werd zowel bij de rechtbank als bij de Raad van State in het ongelijk gesteld. De argumenten die in de beantwoording van vraag 7 en in het ambtelijk advies worden genoemd komen in de uitspraak van de Raad van State niet aan de orde. Uit deze enige twee bekende uitspraken volgt dat de kwaliteitsverklaring wel degelijk kan worden geweigerd.

Utrecht, 12 januari 2021 Ted Zorn INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Bijlage 1 Bouwkundige uitgangspunten Alle varianten zijn doorgerekend met dezelfde minimum isolatiewaarden uit het Bouwbesluit van dak, gevel en bg vloer en hetzelfde type glas. Bij elke variant zijn steeds 2 invoergegevens verschillend: 1. warmteopwekking: stadsverwarming met en zonder kwaliteitsverklaring of warmtepomp 2. aantal zonnepanelen Door alleen het aantal zonnepanelen te variëren wordt er voor gezorgd dat elke variant voldoet aan de nieuwe BENG eisen. Alle andere invoergegevens zoals isolatiewaarden enz. zijn voor alle varianten gelijk gehouden. Uitgangspunten kostenberekeningen Voor de elektriciteitskosten per kWh is uitgegaan van €0,22. In verband met de afbouw van de salderingsregeling m.b.t. teruggeleverde kWh-en is hiervoor gerekend met €0,15 per kWh Voor de stadsverwarming is uitgegaan van de Eneco tarieven voor 2020. Dat betekent € 25,43 per GJ. De vastrechtkosten zijn incl. meettarief en huur afleverset Voor de globale berekening van de investeringskosten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Meer/minderkosten per zonnepaneel van 1,6 m2 incl. inverter en plaatsing: € 420 Warmtepompen: Voor de eengezinswoning is gerekend voor aanschaf incl. installatie: € 5500; onderhoudskosten: € 200/jaar Voor het appartement van 80 m2 is gerekend voor aanschaf incl.

installatie: € 5000; onderhoudskosten: € 200/jaar Voor het kleine appartement is gerekend voor aanschaf incl. installatie: € 4000; onderhoudskosten: €100/ jaar LTV Voor de warmtepompsystemen is een lage temperatuur afgiftesysteem noodzakelijk. Dat brengt extra investeringskosten met zich mee. Deze zijn niet in de berekening meegenomen omdat het college in de beantwoording van SV2020-240 heeft aangegeven reeds uit te gaan van lage temperatuur afgiftesystemen. Alle bedragen incl. BTW.

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

Bijlage 2 De kwaliteitsverklaring of EMG-verklaring van Eneco is eerst aan de hand van NEN7125 en NTA8800 opgesteld door Eneco zelf. Eneco geeft het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid. (BCRG) vervolgens de opdracht de kwaliteitsverklaring te controleren en betaalt daarvoor een bedrag van € 1200. Het BCRG was een BV en is in 2020 omgevormd tot stichting. BCRG is daarmee dus aan te merken als een private organisatie. Sinds de invoering van de BENG eisen staat er op de kwaliteitsverklaring niet meer het rendement waarmee gerekend mag worden maar de inverse daarvan. Deze waarde heeft de benaming “energiefactor” meegekregen. In de EMG-verklaring staan de volgende waarden vermeld:

Voor woningen is het secundaire net van toepassing. Hiervoor is de waarde 0,57 opgegeven. Dat wil zeggen dat er gerekend mag worden met een fictief rendement voor de stadsverwarming van 175% (100%/0,57). Ter vergelijking: voor een moderne gasketel wordt een rendementswaarde van 98% aangehouden. Dit fictieve hoge rendement van stadsverwarming wordt vooral veroorzaakt doordat er bij de opwekking van de warmte 42% biomassa gebruikt wordt.

INFO@BAZORN.NL UTRECHT TELEFOON 030 2310700

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5c243ba1-9b8e-4cf3-b3bd-adc45ae286d3