CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210204 vragenuur.doc

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 4, 11, 18 februari en 4 maart 20216.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 4 februari 2021 Digitaal vragenuur, gehouden op donderdag 4 februari 2021 te 18.30 uur. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Assen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Gilissen, Işik, Koppelaar, Podt, Schipper, Van Steeg en Zwinkels. Voorts neemt deel de fractiemedewerker: Snippe. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg en Klein. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad van Utrecht. Er zijn zeven sets vragen ingediend. 1. Vragen van mevrouw Podt (D66), mevrouw Streefland (ChristenUnie), mevrouw Assen (PvdA), de heer Gilissen (VVD), de heer Wiegant (SP,) de heer Sungur (DENK), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), de heer van Steeg (CDA), de heer van Deun, (PVV), de heer Van Heuven (PvdD) en de heer Van Corler (GroenLinks) inzake Vragen van Kaartje naar het Front.

Mevrouw PODT (D66): Voorzitter! In Utrecht werken dagelijks veel mensen om de stad in deze coronatijd overeind te houden: zorgverleners die misschien harder werken dan ooit, leraren die tot diep in de nacht digitale lessen voorbereiden, boa’s die de straten veilig houden, buurtteammedewerkers die gezinnen in deze lastige tijd steunen, jongerenwerkers die jongeren perspectief en steun geven en medewerkers van de stadsreiniging die ervoor zorgen dat de lockdown-afval wordt verwerkt. Veel mensen doen hun best om tijdens de lockdown de moed erin te houden. De D66-fractie en de andere raadsfracties denken dat het helpt als mensen zien wat deze frontwerkers doen en dat het goed is als niet alleen het stadsbestuur, maar ook de rest van de stad haar waardering laat blijken. De raadsfracties zouden het mooi vinden om via sociale media, kranten en abri’s een publiekscampagne op te zetten, waardoor mensen kunnen zien wie deze mensen zijn en hoe zij zich in deze coronatijd inzetten. Via deze weg roepen wij onze stadsgenoten op om een kaartje naar het front te sturen. Als mensen hun kaartje naar het stadskantoor sturen, kan de gemeente ervoor zorgen dat de medewerkers van de gemeente en hun partners in de stad de kaartjes krijgen. Indien nodig kunnen organisaties hun medewerkers aanmelden om de kaartjes in ontvangst te nemen.

Is het college bereid om een dergelijke campagne op te zetten? De ondertekenaars van de vragen zijn graag bereid te helpen bij het verspreiden van de actie - en van de kaarten. Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik dank mevrouw Podt voor het nemen van dit ontzettend goede initiatief. Veel mensen in Utrecht kunnen een hart onder de riem goed gebruiken. Het is goed om te zien dat de raad er in grote gemeenschappelijkheid voor gaat. Wij zijn hiermee al eerder aan de slag geweest. Mijn voorganger heeft de stad recent 180.000 ansichtkaarten gestuurd onder het motto "Utrecht zorg goed voor elkaar". Rondom Valentijnsdag zullen nog veel andere acties worden ondernomen. Ik stel voor om vijf à acht raadsleden te vragen

Vragenuur van 4 februari 2021 met mijn team aan de slag te gaan om te bekijken hoe het voorstel van de raad het best kan worden uitgewerkt. Ik moet daarbij één voorbehoud maken. Ik weet niet of wij het idee kunnen verwezenlijken dat er veel kaartjes op één plek terechtkomen, die vervolgens moeten worden gedistribueerd. Daar is ongetwijfeld iets beters voor te verzinnen. Als een groepje raadsleden en mijn communicatieteam aan de slag gaan, weet ik zeker dat het helemaal goed komt. Mevrouw PODT (D66): Voorzitter! Ik dank de burgemeester hartelijk voor haar enthousiaste reactie. Ik word graag onderdeel van het genoemde groepje. 2. Vragen van de heer Schipper (SP), mevrouw Dekker (D66), de heer (Koppelaar), Student & Starter, de heer Zwanenberg (GroenLinks), de heer Nagtegaal (PVV), de heer Işik (PvdA), mevrouw Sasbrink (PvdD), de heer El Abassi (DENK), de heer Van der Marel (VVD), mevrouw Zwinkels (CDA), de heer Wijmenga (ChristenUnie), de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) inzake vragen Onderhoud Hanoidreef. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Op 2 februari jl. werden wij per e-mail benaderd door bewoners van de Bo-Ex flats aan de Hanoidreef. Het bericht had de titel "Mensonterend wonen aan de Hanoidreef in Overvecht", wat ondubbelzinnig werd bevestigd door de meegestuurde foto’s. Grootschalig achterstallig onderhoud, tocht, vocht, schimmel en ramen en deuren die niet (goed) sluiten.

Reparatieverzoeken worden niet, of slechts met lapwerk, uitgevoerd. Al vanaf 2008 is verhuurder Bo-Ex bezig met het uitvinden wat men met de flats wil doen. In het productieprogramma van de prestatieafspraken 2016-2019 stond het gebouw op de rol voor "groot onderhoud met woningverbetering", op te leveren in 2017. Bij de jaarlijkse update is deze planning steeds een jaar opgeschoven. De bewoners kregen te horen dat Bo-Ex pas in 2022 duidelijkheid wil geven over de toekomst, waaronder de optie van een uitruil met beleggers en ontwikkelaars, à la De Mix. Het kan dus nog jaren duren eer daar iets gebeurt. Bij de behandeling van de Woonvisie in 2019 nam de raad unaniem amendement 43 van de PvdA-fractie aan, waarin werd opgeroepen om bij de prestatieafspraken vast te leggen dat schimmelwoningen met voorrang worden aangepakt. De situatie schreeuwt om ingrijpen. Wij stellen daarom de volgende vragen. 1. Is het college bekend met de problemen die de bewoners in hun oproep beschrijven? 2. Wat is de reden waarom Bo-Ex de al in 2015 gemaakte afspraak om de flats op te knappen niet is nagekomen en pas in 2022 wil beginnen met de plannenmakerij? 3. Hoe oordeelt het college over de onderhoudstoestand van de flats, ook in relatie tot het bovengenoemde amendement en het adagium van "gezond stedelijk leven"? 4.

Vindt het college dit acceptabel en, zo nee, wat is het college voornemens te doen om ervoor te zorgen dat het inderdaad mensonterende wonen aan de Hanoidreef ten spoedigste wordt verholpen? 5. De raad verneemt graag zo spoedig mogelijk de vervolgstappen. Is het college daartoe bereid en op welke termijn kunnen wij daarover informatie verwachten? 6. Hoe geeft het college invulling aan het door de raad unaniem aangenomen amendement 43 uit 2019? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal de vragen van heer Schipper - die raadsbreed worden gesteund - graag beantwoorden. Het antwoord op vraag 1. Wij kennen de problemen via de vragen en de doorgestuurde e-mail van de heer Schipper, maar niet alleen langs die weg, want er is op 21 januari jl. bij de afdeling VTH ook een klacht over lekkage ingekomen. Het antwoord op vraag 2. Wij hebben contact gehad met Bo-Ex. Bo-Ex liet ons het volgende weten. In 2015 is begonnen met een verkennend traject om voor de Hanoidreef een goede strategische afweging te maken. Bo-Ex is over het verduurzamen van de flat met verscheidene partijen in gesprek, waaronder met het bewonersklankbord. Intussen is door Royal HaskoningDHV een technisch onderzoek uitgevoerd. Dat rapport dient ter ondersteuning van de planvorming. De conclusie van het rapport is ontegenzeggelijk dat een aanpak moet plaatsvinden. Er zijn verscheidene scenario's.

Bo-Ex zegt vóór de zomer van dit jaar een definitief besluit te nemen, waarna opnieuw met de bewoners zal worden gesproken. Het doel is om in 2022 te starten met de uitvoering van de werkzaamheden. Het antwoord op vraag 3. Wij vinden de onderhoudstoestand zoals die door de bewoners op foto's wordt getoond - de foto's zien er inderdaad dramatisch uit - onacceptabel. De gemeente zet

2

Vragenuur van 4 februari 2021 zich uiteraard zoveel mogelijk in voor kwalitatieve en gezonde woningen en woonomgevingen voor alle inwoners van de stad. Het antwoord op vraag 4. Zoals gezegd, vinden wij de situatie onacceptabel. Navraag bij BoEx leert ons dat ze de klachten serieus neemt, maar nu nog niet kan zeggen op welke termijn de problemen worden opgelost. Wij houden de vinger aan de pols. Het antwoord op vraag 5. Wij zullen de raad uiterlijk in de eerste helft van maart a.s. per brief informeren over de vervolgstappen die Bo-Ex zal zetten. Het antwoord op vraag 6. Over de fysieke woonkwaliteit in het algemeen en meer specifiek over de schimmelproblematiek hebben wij in paragraaf 8-3 van de stedelijke prestatieafspraken afspraken gemaakt met de woningbouwcorporaties. Daarnaast is voor de langere termijn afgesproken om de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente ten aanzien van de transitievisie Warmte naast die van de meer objectgerichte aanpak van de corporaties te leggen. In dat traject wordt bekeken waar het mogelijk is om binnen een gebied renovaties van woningen naar voren te halen en prioriteiten te stellen, waar de schimmelproblematiek mogelijk een rol speelt. In de brief die ik net heb toegezegd voor uiterlijk half maart a.s. zullen wij ook op de bredere aanpak schimmelproblematiek van de corporaties terugkomen.

De heer KOPPELAAR (Student & Starter): Voorzitter! Ik wil de wethouder bedanken voor zijn beantwoording. Het is goed dat ook op de langere termijn wat stappen worden gezet. Ik heb echter nog niet zo veel gehoord wat er op de korte termijn voor de huurders zal gebeuren. Die mensen wonen in door en door verrotte woningen, waar het enorm tocht. Elke dag dat de bewoners in hun woning moeten blijven wonen, is een dag te lang. Ik ben vooral benieuwd of de wethouder bereid is om bij Bo-Ex erop aan te dringen dat er het liefst morgen vaklui voor de deur staan om de gebreken te verhelpen. Is hij daartoe bereid? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Daartoe ben ik zeker bereid, want precies de vragen die de heer Koppelaar stelt en die de heer Schipper heeft gesteld, hebben wij Bo-Ex gesteld. Bo-Ex zegt de klachten serieus te nemen, maar kan niet zeggen op welke termijn er iets gebeurt. Wij zullen morgen opnieuw met Bo-Ex contact hebben. Gezien het voorziene winterweer, is de situatie nog ernstiger dan in tijden waarin het weer zachter is. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Hoe denkt het college erover dat Bo-Ex zegt dat ze met de bewoners heeft gecommuniceerd dat het complex wordt gesloopt, maar dat Bo-Ex tegen de wethouder heeft gezegd dat zal worden onderzocht wat er met het gebouw zal gebeuren.

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik kan nu geen concreet antwoord geven op de vraag van de heer Işik. Ik betrek zijn vraag graag bij de beantwoording die ik per brief heb aangekondigd en die uiterlijk half maart naar de raad toe komt. Die zal gaan over de communicatie die Bo-Ex de huurders heeft gestuurd. Mevrouw DEKKER-ABDULAZIZ (D66): Voorzitter! Aanvullend op de vraag van de heer Koppelaar vraag ik de wethouder of vervangende woonruimte kan worden gevonden. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik durf dat niet te zeggen. Ik weet niet of de huurders daar op dit moment om vragen. Dit aspect zal ik onder de aandacht van Bo-Ex brengen. Ik zal vragen of daar behoefte aan is en mogelijkheden toe zijn. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! In de prestatieafspraken die wij zullen agenderen, staat dat het complex is betrokken bij een eventuele uitruil met projectontwikkelaars en beleggers á la De Mix. Kan het college garanderen dat het herstel van deze wantoestanden wordt losgetrokken van die eventuele uitruil en de agenda van de Werkplaats, met andere woorden, niet pas ergens in de jaren ná 2022. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In mijn beantwoording heb ik de genoemde zaken bewust van elkaar losgetrokken. De urgentie van het oplossen van acute problemen is groot. Bo-Ex onderkent dat, maar zegt nog niet precies te kunnen zeggen wanneer ze die kan oplossen.

Dit is dermate ernstig dat dit niet kan wachten op beslissingen die tegen de zomer van dit jaar zullen worden genomen.

3

Vragenuur van 4 februari 2021 3. Vragen van de heer Işik (PvdA), de heer Koppelaar (Student & Starter), de heer Schipper (SP) mevrouw Sasbrink (PvdD) en de heer El Abassi (DENK) over Maak snel werk van een Gemeentelijke Woningcorporatie. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Gezien de woningmarktsituatie in Utrecht vinden wij het noodzakelijk dat in Utrecht een Gemeentelijke Woningcorporatie wordt heringevoerd. De woningnood in Utrecht neemt namelijk steeds meer toe. Het kopen of huren van een woning is onbetaalbaar geworden. Mensen met een kleine portemonnee vinden niet snel huisvesting. De wachttijd voor een sociale huurwoning bedraagt inmiddels 12 jaar. De overheid heeft de juridische taak om haar onderdanen te huisvesten. Het plan van de Gemeente Amsterdam om sociale huurwoningen op te kopen om te voorkomen dat ze in de veel duurdere vrije sector belanden, juichen wij toe. Wij zien dat als een juridische taak van de gemeente en een eerste stap in de richting van gemeentelijke woningcorporaties. Landelijk kiest de Nederlandse politiek steeds meer voor een volkshuisvestingsbeleid. De bovengenoemde fracties zijn van mening dat het hebben van een gemeentelijke woningbouwcorporatie daarvan een onderdeel moet zijn. Om deze reden stellen de fracties van PvdA, Student & Starter, SP, PvdD en DENK de volgende vragen. 1.

Erkent de wethouder de problemen op de woningmarkt? Zo ja, is het college het met de fracties eens dat de markt vanaf de privatisering van gemeentelijke woningcorporaties er niet in is geslaagd om voldoende en betaalbare woningen te realiseren? Zo nee waarom niet? 2. Is het college het met de bovengenoemde fracties eens dat het kiezen voor een volkshuisvestingsbeleid, inclusief een gemeentelijke woningbouwcorporatie, meer mogelijkheden biedt om voldoende en betaalbare woningen te realiseren? Zo nee waarom niet? 3. Is het college bereid om onderzoek te doen naar het herinvoeren van een gemeentelijke woningcorporatie, in overleg met andere corporaties en met gemeenten die al gemeentelijke corporaties hebben en met andere maatschappelijke organisaties? Zo nee, waarom niet? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! De drie vragen van de heer Işik zal ik in één keer beantwoorden. Ik sluit aan op de reactie die ik heb gegeven op de motie die tijdens de begrotingsbehandeling in december jl. is ingediend door de fracties van PvdA en Student & Starter. Deze motie bevatte een soortgelijke oproep. Wij zijn het uiteraard met de heer Işik eens dat de opgave voor het realiseren van voldoende sociale huurwoningen uitermate urgent is. Daar wordt op allerlei fronten hard aan gewerkt. Woningbouwcorporaties zijn daarbij belangrijk, maar zij zijn niet de enigen.

Ook zorgpartijen, bewonersinitiatieven en projectontwikkelaars dragen hun steentje eraan bij. In de vraagstelling lijkt besloten te liggen dat de woningbouwcorporaties uit zijn op volledige privatisering. Dat wil ik nuanceren. Er is sprake van verzelfstandiging van woningbouwcorporaties. Veel voormalige gemeentelijke woningbouwbedrijven hebben die stap gezet. Wij kennen veel gemeentelijke woningbedrijven, ook in onze stad. Die verzelfstandiging houdt in dat er een wettelijke wederkerige relatie is ontstaan tussen gemeente en woningbouwcorporaties waarbij via de prestatieafspraken borging plaatsvindt van gedeelde doelstellingen. Bovendien is er ook een financiële relatie tussen de gemeente en de corporaties, omdat de gemeente garant staat voor aangegane leningen via de achtervangregeling achter het waarborgfonds sociale woningbouw. In het debat over de programmabegroting in december jl. heb ik gezegd dat het eventueel oprichten van een gemeentelijk woningbedrijf een instrument kan zijn, maar zeker niet de oplossing is. Ik verwacht dat de in de vragen voorgestelde richting niet direct zal bijdragen aan het behalen van onze doelstellingen. De energie en de tijd gaan zitten in systeemaanpassingen.

Het geld dat daartoe moet worden gebruikt - in de motie werd gesuggereerd dat uit de conceptversie Erfpachtgelden te halen - kunnen wij dan niet besteden aan het direct realiseren van woningen. De woningbouwcorporaties hebben bovendien mogelijkheden te over voor het relatief gunstig financieren van woningbouw. Ik wil erop wijzen dat de situatie in Utrecht op dit onderdeel echt anders is dan in Amsterdam. Utrecht heeft met de wijkenstrategie een koppeling gemaakt tussen het toevoegen van sociale huurwoningen en de verkoop van woningen door corporaties. Daarbij hebben de woningbouwcorporaties in de recente prestatieafspraken hun verkoop fors verlaagd. In de vier betrokken wijken, Oost, Noordoost, West en Binnenstad zelfs naar bijna nul.

4

Vragenuur van 4 februari 2021 De heer KOPPELAAR (Student & Starter): Voorzitter! Ik begrijp dat de wethouder voor een deel verwijst naar zijn antwoorden die hij gaf tijdens het debat dat in december is gevoerd. Ik begrijp dat, want de vragen gaan gedeeltelijk dezelfde kant op. Wij verwijzen tegelijkertijd ook naar Amsterdam waar men zal onderzoeken of er woningen kunnen worden opgekocht. Dat is volgens ons een reële optie. Als men de woningen beziet die door corporaties worden verkocht, dan blijkt dat driekwart daarvan volledig uit de sociale sector verdwijnt. Dat worden vrijesectorwoningen. Is de wethouder bereid om een onderzoek te doen dat vergelijkbaar is met dat in Amsterdam? Dan wordt niet zozeer bekeken hoe Utrecht zelf woningen kan bouwen, maar hoe de gemeente bestaande woningen kan opkopen als die door corporaties worden afgestoten. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Volgens mij vraagt de heer Koppelaar precies hetzelfde als de vragen die ik zojuist heb beantwoord. De uitkomst van wat Amsterdam gaat doen, is per definitie onzeker. Een onderzoek wordt gedaan omdat de uitkomst onbekend is. Ik wil toezeggen dat ik de raad actief op de hoogte houd van de uitkomsten van het onderzoek dat Amsterdam doet. Wellicht kunnen wij daarvan leren. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik begrijp niet dat de wethouder zegt dat er een kans is, maar geen oplossing.

Ik ben het met hem eens dat dit niet de oplossing is. De wethouder is juridisch verplicht om de onderdanen te huisvesten. Twaalf jaar wachttijd en onbetaalbare woningen dragen niet bij aan het nakomen van deze juridische verplichtingen. Ik verzoek het college om te bekijken wat de mogelijkheden zijn van een gemeentelijke woningbouwcorporatie. Ik heb daar gewerkt. Ik weet dat privatisering heeft plaatsgevonden, maar dat die niet heeft geleid tot voldoende betaalbare woningen. Wij weten wat de relatie is tussen de corporaties en de gemeente. Wij lopen achter de feiten aan. Ik wil het college vriendelijk verzoeken dit punt te onderzoeken. Wil het college dit overwegen? De VOORZITTER: Dames en heren! Ik denk dat deze vraag al is beantwoord. De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik hoor in de woorden van de heer Işik vooral een oproep, maar geen nieuwe vraag. 4. Vragen van de heren Van Heuven (PvdD), Wijmenga (ChristenUnie), Bos (Stadsbelang Utrecht) en Van Deún (PVV) inzake benzeen in de uitstoot van asfaltcentrales. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Dagblad Trouw berichtte op 2 februari jl. over de uitstoot van benzeen door asfaltcentrales. Die uitstoot zou veel hoger liggen dan sinds 1 januari 2019 is toegestaan. Benzeen is een zeer zorgwekkende - want kankerverwekkende - stof, waarvan de uitstoot zo laag mogelijk moet zijn.

Lokale overheden zouden hierop nauwelijks handhaven. Het probleem doet zich vooral voor bij recycling van asfalt, iets waar de nieuw te bouwen asfaltcentrale op Lage Weide juist bij uitstek geschikt voor is. Het rapport waar Trouw naar verwijst, is niet openbaar en een door ons opgevraagd rapport "Geur- en luchtkwaliteitsberekeningen ACLW B.V." bevat geen informatie over benzeen. Onze fracties hebben de volgende vragen. 1. Welke emissie-eisen zijn er voor benzeen opgenomen in de vergunning voor de bestaande centrale op Papendorp en de nieuwe centrale op Lage Weide? Hoe verhouden deze eisen zich tot de norm van 1 milligram per kubieke meter? 2. Is bij de nieuwe centrale op Lage Weide reeds beoordeeld of het hogere percentage gerecycled asfalt tot problemen met de benzeenemissie kan leiden? Zo nee, gaat dit alsnog gebeuren, zodat eventuele aanpassingen aan de centrale nog voor de bouw ingevoegd kunnen worden? 3. Zijn metingen verricht naar de benzeenemissie van de centrale op Papendorp? Wordt door de centrale voldaan aan de vergunningvoorschriften? 4. Is het college bereid om, als nu niet wordt voldaan aan de norm van 1mg/m3, de asfaltcentrale daarop aan te spreken? Welke plannen heeft het college dan om de inwoners maximaal te beschermen? 5. Wij hebben het nu over benzeen.

In hoeverre heeft het college weet van de risico’s van andere zeer schadelijke stoffen en de mogelijke overschrijdingen van de limieten in de uitstoot van de Utrechtse asfaltcentrales? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.

5

Vragenuur van 4 februari 2021 Het antwoord op vraag 1. De landelijke eis uit het landelijke activiteitenbesluit is hier leidend. Die is meteen in werking. Dan heeft het geen toegevoegde waarde om aan onze eigen vergunning een norm te stellen. Simpel gezegd: de norm van 1 mg per m³ is hier van toepassing omdat dit de landelijke regelgeving betreft. Het antwoord op vraag 2. Er is een literatuurstudie gedaan over de omvang van dit probleem. De geplande asfaltcentrale zal een naverbrander hebben. Uit de literatuur blijkt dat zo'n thermische naverbrander een verwijderingsrendement heeft van vluchtige organische stoffen - zoals benzeen van 98 tot 99,9%. Op basis daarvan verwachten wij dat dit probleem zich niet zal voordoen. Naar aanleiding van deze vragen hebben wij contact opgenomen met de RUD. Zodra de asfaltcentrale operationeel is, zal de RUD hier bij controles extra aandacht voor hebben. Het antwoord op vraag 3. Dit hebben wij nagevraagd bij de provincie Utrecht. Dat is het bevoegde gezag. Ze zegt dat bij de afvalcentrale in Papendorp bij de beoordeling in het verleden geen metingen zijn gedaan naar benzeen. Het antwoord op vraag 4. De afvalcentrale in Papendorp is sinds december 2018 niet meer in werking. Dat betekent dat de provincie Utrecht deze avalcentrale niet kan aanspreken. Het antwoord op vraag 5. Daartoe hebben wij de RUD geconsulteerd.

De RUD zegt dat geen informatie bekend is of dit ook voor andere componenten geldt. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bedankt voor de beantwoording. Er is geen onderzoek gedaan of andere schadelijke stoffen in het spel zijn. Ziet de wethouder aanleiding om wél onderzoek te doen? Er is een woonwijk in de buurt. Hoe denkt de wethouder daarover? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat is precies de vraag die wij vandaag aan de experts van de RUD hebben gesteld. Er is van alles bekeken. De vergunning is er nog niet. De afvalcentrale is nog niet operationeel. Er blijkt geen aanvullend onderzoek nodig te zijn naar andere stoffen dan de stoffen waar al rekening mee is gehouden. Wat wij extra toevoegen - zodra de centrale operationeel is - is een meting naar benzeen. 5. Vragen van mevrouw Assen (PvdA) inzake duidelijkheid over consultatiezorg in coronatijd. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Wij hebben enkele vragen over de consultatiezorg in coronatijd. Wij krijgen signalen dat afspraken soms niet doorgaan, al of niet in verband met corona, en dat de informatie hierover van de verschillende Centra voor Jeugd en Gezin verschilt. 1. Kan de wethouder aangeven wat het beleid is van de JGZ inzake het al dan niet doorgaan van afspraken buiten coronatijd? Op welke punten wordt hiervan afgeweken sinds er beperkingen zijn als gevolg van corona? 2.

Is er voor de medewerkers van de JGZ voldoende ruimte om maatwerk toe te passen ondanks de beperkingen vanwege corona? Zo ja, waar blijkt dat uit? 3. Kan de wethouder aangeven wie uiteindelijk bepaalt of een afspraak wel of niet (fysiek) doorgaat en op basis waarvan die beslissing wordt genomen? 4. De PvdA-fractie krijgt signalen dat het al dan niet doorgaan van de achtmaandenafspraak, de mogelijkheid tot wegen en meten en de wijze waarop daarover wordt gecommuniceerd per Centrum voor Jeugd en Gezin verschillend is. Is de wethouder het met ons eens dat dit voor ouders verwarrend kan zijn? Zo ja, kan hij zeggen of hij zich ervoor wil inzetten om dit te voorkomen? Zo ja, hoe? 5. De situatie sinds corona is extra impactvol voor kinderen die kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege een risico op achterstand of vanwege de thuissituatie. Dat geldt voor kinderen die de medewerkers van de JGZ zien, maar ook voor hun oudere broertjes en zusjes. Is er ruimte voor de medewerkers om daarnaar te vragen en te handelen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. De Jeugdgezondheidszorg heeft als uitgangspunt om zorg op maat te leveren, méér waar nodig en minder als het kan. Dat gebeurt altijd in afstemming met de ouders.

In de coronaperiode zijn de afspraken bij de Jeugdgezondheidszorg tot 4 jaar vrijwel allemaal doorgegaan, maar het kan zijn dat een afspraak die vóór corona fysiek was nu telefonisch of via beeldbellen gaat. Het soort afspraak heeft te maken met het moment van de coronacrisis. Er zijn momenten waarop sommige afspraken gemakkelijker zijn te maken dan andere. Het uitgangspunt is dat afspraken moeten doorgaan.

6

Vragenuur van 4 februari 2021 Voor schoolgaande kinderen is het aanbod aangepast. Dat heeft onder andere te maken met de sluiting van de scholen. Ten gevolge van de lockdown zijn er minder fysieke contacten. De ouders hebben daarover een brief ontvangen. Daarin is sprake van een handelingsperspectief. Dat gebeurt in overleg met de ouders. Het handelingsperspectief behelst of het contact fysiek, telefonisch of via beeldbellen gebeurt, maar altijd op basis van landelijke richtlijnen - onder andere van de GGD GHOR - en in nauwe afstemming met het RIVM. Het antwoord op vraag 2. Het is juist de bedoeling dat de professionals bij de jeugdgezondheidszorg voldoende ruimte hebben om maatwerk te leveren. Dat gaat altijd in afstemming met de ouders. Die hebben het laatste woord. Als er sprake is van een taalbarrière, kunnen professionals zeggen dat het fijner is om elkaar fysiek te zien. Dat is een verklaring van het verschil dat mevrouw Assen heeft ervaren. De verschillen ontstaan eerder vanwege de afwegingen van professionals dan vanwege de verschillen tussen de bureaus. Het antwoord op vraag 3. Ouders en kinderen zijn te allen tijde welkom. Of een afspraak wel of niet doorgaat, wordt in overleg met de ouders bepaald. Dat heb ik zojuist al gezegd. Op de website staat regelmatig informatie over hoe de afweging plaatsvindt en ook over hoe consultaties via beeldbellen plaatsvinden.

Het kan ook gebeuren dat een afspraak in eerste instantie telefonisch is, maar dat als tijdens de afspraak blijkt dat het toch verstandig is om die fysiek te laten plaatsvinden, gebeurt dat alsnog. Het antwoord op vraag 4. Ik heb al gezegd dat er sprake is van een afweging van professionals. Meten, weten en korte vragen kunnen op afspraak gebeuren. Wij kunnen toezeggen dat naar aanleiding van de vragen de informatie op de website opnieuw wordt aangepast om alles nog eens heel goed uit te leggen. Het antwoord op vraag 5. Bij consulten wordt ook gevraagd hoe het met het gezin en met eventuele broertjes en zusjes gaat. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Vaak zijn er twee ouders, maar soms meer. Soms is er maar één ouder. Conform de regels mag maar één ouder meekomen. Heeft de wethouder er een beeld bij of het bij dat soort consulten mogelijk is om een hybride variant te proberen, zodat er altijd een tweede - of zelfs een derde - ouder kan meekijken en eventueel vragen kan stellen? Zijn daartoe voorzieningen voorhanden? Zo niet, dan zullen wij daar aandacht voor vragen. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dat lijkt mij in beginsel geen probleem te zijn. Ik vraag mij af hoe dit in de praktijk uitpakt.

Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! In hoeverre wordt samengewerkt met scholen om kwetsbare kinderen in beeld te krijgen? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Daar is uitvoerig contact over door alle kernpartners. Vorige week is daarover in het kader van scholen gesproken. De gezondheidszorg speelt daarbij een belangrijke rol. De jeugdgezondheidszorg heeft ook zelf contact met ouders. Er worden via vragenlijsten leerlingen vragen gesteld, ook als ze net op school zijn. Ook dat kan aanleiding zijn voor contact of een consult. Er wordt buitengewoon veel aan gedaan. 6. Vragen van de heer Van Steeg (CDA) inzake Handen af van Griftsteede. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Deze week werd het dak van Stadsboerderij Griftsteede in het Griftpark ernstig vernield, ditmaal als gevolg van diefstal van koper. Het is niet de eerste keer dat de stadsboerderij wordt getroffen door vernieling of vandalisme. Ook in 2019 werden vernielingen aan de kinderboerderij aangericht. In oktober vorig jaar is bij de kinderboerderij op Nieuw Rotsoord een aantal cavia’s gestolen. Kinderboerderijen als Griftsteede spelen een belangrijke rol in buurten van Utrecht en bieden een plek voor bewoners en hun kinderen om elkaar te ontmoeten en om tot rust te komen. De CDA-fractie maakt zich zorgen over de diefstallen en vernielingen die bij kinderboerderijen plaatsvinden. 1.

Kan het college meer informatie geven over de vernielingen die deze week bij Griftsteede hebben plaatsgevonden? 2. Was hier inderdaad sprake van vernieling gericht op de diefstal van koper, zoals in het artikel wordt gemeld? Valt er iets te zeggen over de daders die zich schuldig maken aan deze vorm van diefstal?

7

Vragenuur van 4 februari 2021 3. 4. 5. 6. 7.

Is er reden om aan te nemen dat de stijgende koperprijs leidt tot een stijgend aantal koperdiefstallen? Zo ja, welke risico’s brengt dit voor Utrecht met zich mee en welke stappen worden genomen om dit soort criminaliteit te voorkomen? Hoe vaak zijn de afgelopen jaren in Utrecht kinderboerderijen zoals Griftsteede slachtoffer geweest van vandalisme of diefstal? Ziet het college reden om extra maatregelen te nemen in het algemeen en bij Griftsteede in het bijzonder? Op welke termijn kan de schade aan Griftsteede worden hersteld en wat zijn de kosten daarvan? Klopt het dat het hier een gebouw van de gemeente betreft en dat de kosten door de gemeente worden gedragen? Zal het college alles in het werk stellen om de schade, waar mogelijk, op de daders te verhalen?

Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Het is inderdaad zo dat op dinsdag jl. om ongeveer 05.00 uur in de ochtend de politie een melding kreeg van mogelijke diefstal uit een buurtstalling. Men hoorde breekgeluiden. Dat bleek niet bij de buurtstalling te zijn, maar bij de kinderboerderij. Er zijn onmiddellijk extra collega's ingevlogen. Men heeft helaas een behoorlijke ravage aangetroffen. Het antwoord op vraag 2. Ja, het ging om koper. Er is een aantal zaken van koper weggehaald. Wij hebben nog geen zicht op de daders. Het onderzoek loopt nog. Onder andere via sociale media heeft de politie een oproep gedaan of mensen die iets gezien of gehoord hebben zich willen melden. Het antwoord op vraag 3. Wij weten niet zeker of de stijgende koperprijs zal leiden tot een aantal extra gevallen van diefstal, maar wij merken wel dat gevoelige sectoren voor koperdiefstal elektriciteitsbedrijven en ProRail - maatregelen hebben genomen. Het antwoord op vraag 4. Wat wij zien, is dat in de afgelopen jaren kinderboerderijen helaas het doelwit van vandalen of inbrekers zijn geweest, ook bij Grifstede. Er is geen duidelijk patroon te zien. Wij merken dat kinderboerderijen vaak in wat stille gebieden liggen in parken met weinig directe buren. Daarom zijn de gebouwen daar kwetsbaar.

De gebouwen van de steedes die worden beheerd door de stichting Utrecht Natuurlijk zijn beveiligd. De beveiliging wordt betrokken bij de periodieke gesprekken met Utrecht Natuurlijk. Op basis daarvan wordt bekeken of aanvullende maatregelen nodig zijn. Het antwoord op vraag 5. Het gebouw is eigendom van de Vastgoedorganisatie Utrecht, dus van de gemeente. Er is al een noodreparatie uitgevoerd. De kosten van de definitieve reparatie kan ik nog niet melden. Die worden op dit moment geïnventariseerd. In eerste instantie betaalt de gemeente dat. Wij stemmen dit af met de verzekeraar. Het antwoord op vraag 6. Uiteraard stellen wij alles in het werk om de schade te verhalen. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! De PvdD-fractie maakt zich zorgen over het welzijn van de op de kinderboerderijen aanwezige dieren. De burgemeester sprak over extra maatregelen. Wordt er specifiek nagedacht over maatregelen ter bescherming van de dieren in verband met het aanbrengen van vernielingen aan kinderboerderijen? Wordt het welzijn van dieren in het oog gehouden? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Ik durf niet te zeggen of dat zo is, maar ik ga daar wel van uit. Als in een gebouw waar vernielingen en diefstallen plaatsvinden zich levende wezens bevinden, is in eerste instantie het welzijn van de dieren aan de orde.

Ik zal de boodschap van mevrouw Snippe nog eens extra onder de aandacht van alle betrokkenen brengen. Het is belangrijk dat het dierenwelzijn onderwerp is van de gesprekken. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Ik hoop dat de mogelijkheden om kinderboerderijen beter te beveiligen bij het beleid worden betrokken. Is het mogelijk om voor de reparatie van het dak te overwegen om andere materialen toe te passen, zodat het mogelijk wordt om het regenwater te gebruiken voor de verzorging van dieren? Wil de burgemeester de raad daarover informeren? Burgemeester DIJKSMA: Voorzitter! Of dat in dit specifieke geval mogelijk is, durf ik niet te zeggen. Om daarover iets te kunnen zeggen, moet men bouwkundig ingenieur zijn. Het lijkt mij echter goed mogelijk dit punt bij de besprekingen te betrekken. Het opvangen van regenwater voor

8

Vragenuur van 4 februari 2021 het gebruiken ervan is sowieso een goed idee. Het lijkt mij goed dat de punten die de heer Van Steeg noemt, worden bekeken om te zien of wij daarmee iets kunnen doen. 7. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) en de heer Van Steeg (CDA) inzake ruimte voor Click & Collect bij Utrechtse winkeliers. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! De coronacrisis raakt onze winkeliers enorm hard. Zij verkeren nu in zware, onzekere tijden. Wij hoorden tijdens de persconferentie van afgelopen dinsdag dat zij met afhaalpunten volgens het zogeheten click & collect-model mogen werken, waarbij klanten tenminste vier uur van tevoren hun aankoop online kunnen doen, om die vervolgens bij de winkel af te halen. Wij zien graag dat gemeente Utrecht de ondernemers - indien ze van deze mogelijkheid gebruik willen maken - daartoe echt ruimte geeft. De CDA-fractie Utrecht hoopt dat de winkeliers dan weinig belemmeringen tegenkomen. De click & collect-punten moeten namelijk buiten worden gesitueerd, wat niet overal eenvoudig is. 1. Heeft het college in beeld hoeveel winkeliers zo’n click & collect-punt willen realiseren? Zijn ook combinaties mogelijk, bijvoorbeeld voor winkeliers met kleine gevels of met beperkte financiën? 2. Heeft het college een plan hoe het winkeliers met click & collect-punten wil faciliteren? 3.

Welke contacten en overleggen heeft het college met de winkeliers over het reageren op kleine versoepelingen en andere mogelijke veranderingen van de coronaregels? 4. Hoe wil het college in de openbare ruimte omgaan met click & collect-punten? Welke ontheffingen en/of vergunningsplichtige aanvragen zijn hiervoor van toepassing? Hoe kan de gemeente de bureaucratie voor de winkeliers zo klein mogelijk houden? De click & collect-punten kunnen bijdragen aan de levendigheid en het perspectief in de winkelstraten. Tegelijkertijd mogen die niet leiden tot grote drukte en slecht toegankelijke stoepen. 5. Kan het college in overleg treden met winkeliers over de vraag hoe click & collect-punten het beste kunnen worden gerealiseerd, zodat ook daarmee rekening wordt gehouden? 6. Is het college bereid om mee te denken over hoe wachtrijen kunnen worden voorkomen? Op de sociale media zagen wij een beeldmerk van de branche. Die kan de herkenbaarheid van de punten vergroten. 7. Wat wil het college doen om de identificatie van de click & collect-punten in goede banen te leiden? 8. In hoeverre is de gemeente bereid om te helpen bij de verspreiding en de communicatie hierover? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Hartelijk dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Wij zijn natuurlijk blij dat de winkeliers deze versoepeling krijgen.

Dat geeft ondernemers iets meer lucht om de omzet te verhogen. Wij hebben nog geen compleet overzicht, maar via onze netwerken hebben wij daarvan wél een indicatie. De binnenstad heeft bijzondere aandacht nodig vanwege de schaarse openbare ruimte en de hoge winkeldichtheid. Wij hebben contact gehad met het Centrummanagement Utrecht. Dat zegt dat ongeveer 25 winkeliers concrete plannen hebben om zo'n click & collect-punt te openen. Dat kan oplopen als de andere zijn begonnen. Wij houden daarover samen met het Centrummanagement Utrecht de vinger aan de pols. Wij voeren ook gesprekken met andere partijen, zoals Klépierre en winkeliersverenigingen in de wijken buiten de binnenstad. Het antwoord op vraag 2. Ja, er wordt binnenkort een schouw gedaan, juist bij winkeliers die interesse hebben in zo'n click & collect-punt. Op basis daarvan kan maatwerk worden geleverd, zoals tekstwagens, makelaarsborden en wachtstickers. Ook publieksbegeleiders van de gemeente zijn relevant, net als extra aandacht van boa's. Ook het monitoren van bezoekersaantallen is van belang. Wij doen dit allemaal in samenspraak met het Centrummanagement Utrecht, het Ondernemersfonds Utrecht en andere vertegenwoordigers van het midden- en kleinbedrijf. Het antwoord op vraag 3.

Ja, in het afgelopen jaar - zeker in aanloop naar de feestdagen - is het contact geïntensiveerd, bijvoorbeeld met Klépierre, maar ook met het Centrummanagement Utrecht en ook buiten de binnenstad met winkeliersverenigingen en eigenaren van vastgoed en winkelcentra. Het antwoord op vraag 4. Dit is een heel belangrijke vraag, want de afgiftepunten die direct aan de deur moeten zijn, zijn vergunningsvrij. Er zijn geen andere dingen nodig. Het is wél heel belangrijk dat het niet is toegestaan om in de buitenruimte zaken op te bouwen - kraampjes of

9

Vragenuur van 4 februari 2021 tafeltjes - want daarmee wordt de vrije ruimte beperkt. Door het Rijk is duidelijk gezegd dat dit gaat over een "sober ingericht loket aan de deur". Het antwoord op vraag 5. Ook op deze vraag is het antwoord "ja". Dat doen wij vooral via de bestaande netwerken, ook al omdat zij vaak als eerste weten dat er van winkeliers interesse is om zo'n loket te openen. Het antwoord op vraag 6. Ook op deze vraag is het antwoord "ja". Wij doen dit in samenspraak met partners die ik al noemde. Het Rijk heeft gezegd dat na 16.00 uur het product kan worden opgehaald en dat er maximaal één persoon komt. Als het verstandig is, kan worden gedacht aan publieksbegeleiders. Wij zullen de zaken goed blijven monitoren om snel te kunnen handelen. Het antwoord op vraag 7. De communicatie en de zichtbaarheid zijn in eerste instantie aan de ondernemers- en winkeliersverenigingen. Die zijn daar heel goed in. De gemeente bekijkt vooral het gebruik van de openbare ruimte en de naleving van de coronamaatregelen. Wij overleggen met verschillende partijen waar wij elkaar kunnen steunen en versterken. Het antwoord op vraag 8. De gemeente zal de communicatie van ondernemers over deze click & collect-punten steunen met berichtgeving op onze website en de kanalen van de sociale media. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Wij danken de wethouder voor de antwoorden.

Er bestaat spanning tussen het zo veel mogelijk bestrijden van contacten en het winkeliers in staat stellen om handel te drijven. De wethouder zegt dat er 25 winkeliers met click & collect willen beginnen. Dat is heel weinig als het aantal winkels in de stad in ogenschouw wordt genomen. Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Het kan best zijn dat winkeliers een beetje de kat uit de boom kijken en willen zien wat er gebeurt. Men hoeft niet meteen op 10 februari a.s. te beginnen. Verder hebben winkeliers inmiddels manieren gevonden om zelf pakjes thuis te brengen. Dat gebeurt vaak gewoon op de fiets. Er zijn wellicht derhalve geen redenen waarom er geen gebruik wordt gemaakt van click & collect. Het gebruik kan echter groeien. Als mensen zien dat er echt gebruik van wordt gemaakt, hebben winkeliers misschien ook meer interesse. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Ik wil de wethouder erg bedanken voor de beantwoording en voor haar bereidwillige houding om de ondernemers te steunen. Excuses voor de grote hoeveelheid vragen. De VOORZITTER: Dames en heren! Iedereen die aan het vragenuur heeft meegewerkt, zeg ik hartelijk dank. Prettige avond allemaal. De voorzitter sluit hierna, te 19.18 uur, het vragenuur.

Signer1}}

{{Signer2}}

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=2ac358cd-6e59-4219-a775-2ed7bf49b65b