CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210128 vragenuur.doc

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen Vragenuur 21 en 28 januari 20218.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 28 januari 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 28 januari 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Wijmenga. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Assen, Bakker, Dekkers, Te Hoonte, Işik, Meerding, Podt, Rajkowski, Van Steeg, Sturkenboom en Van der Zweth. Voorts nemen deel de fractiemedewerkers: De Boer, Van Mil en Snippe. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en de wethouders Eerenberg, Van Hooijdonk, Van Ooijen en Verschuure. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom allemaal. Ik open hierbij het vragenuur van donderdag 28 januari 2021. Er zijn negen sets mondelinge vragen ingekomen. De heer Bakker (D66) is als eerste aan de beurt. 1. Vragen van de heer Bakker (D66), mevrouw Sturkenboom (Student & Starter), mevrouw Meerding (VVD) en de heer Van Steeg (CDA) inzake De Krommerijn toch open? De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Afgelopen vrijdag ontvingen wij van het college de coronaupdate, die door ons altijd zeer gewaardeerd wordt. Helaas lazen wij in de update dat het operationeel en technisch niet mogelijk is om het Zwembad De Krommerijn eerder te openen. Dit is teleurstellend, omdat bewegen belangrijk is.

Veel zwemmers snakken in deze coronatijd naar een duik in het water. De fracties van D66, Student & Starter, VVD en CDA hebben daarom de volgende vragen. 1. Wat betekent "operationeel niet haalbaar"? En wat betekent "technisch niet haalbaar"? 2. Er staat niets over de financiën, in hoeverre spelen die een rol? Zo ja, van welke omvang? 3. Stel dát het operationeel en technisch mogelijk is om Zwembad De Krommerijn te openen, valt dit dan wel of niet binnen de coronaregels te organiseren? Zo niet, hoe komt dat? 4. Wat zou het betekenen als het bad nu geopend zou worden als buitenbad, financieel, technisch, en organisatorisch? 5. Is de wethouder bereid om met zwembadminnend Utrecht en met andere relevante partijen een ultieme poging te doen om Zwembad De Krommerijn alsnog open te stellen? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank aan de vragenstellers voor de zeer begrijpelijke vraag. Ik heb helaas geen goed nieuws. Het antwoord op vraag 1. Zwembad De Krommerijn is gebouwd met een afneembaar dak en met zijwanden die in de winter zijn gesloten. In dat geval gelden wettelijke bepalingen voor een binnenzwembad. In de zomermaanden gaat het dak eraf en de zijwanden open. Dan gelden de bepalingen voor een buitenbad. Alle buitenbaden die in deze tijd wél open zijn of open kunnen, zijn alleen als een enkelvoudig buitenbad gebouwd.

Het zijn geen combinaties zoals Zwembad De Krommerijn. Zwembad De Krommerijn is er niet op gebouwd om in de wintermaanden een open dak

Vragenuur van 28 januari 2021 te hebben. Het gebouw is met het dak er af en wanden open niet vorstbestendig. Laat ik een paar voorbeelden geven. Het tegelwerk om het zwembad heen kan niet tegen vorst en zal bij vorst losspringen. De omloop boven het bad is niet vorstbestendig aangelegd. De brandslangen in de zaal kunnen niet worden afgekoppeld en daardoor kunnen leidingen stukvriezen. Naast de technische onhaalbaarheid zijn er ook operationele knelpunten. Het eerste is dat tot begin juni a.s. de waterpolocompetitie eredivisie plaatsvindt in Zwembad De Krommerijn. In een buitenbad is het te koud om waterpolowedstrijden te organiseren. Het tweede operationele knelpunt is dat het zwembad tot juni a.s. wordt geëxploiteerd door de Stichting Exploitatie Zwembad De Krommerijn. De stichting werkt alleen met abonnementen en hanteert geen losse verkoop. Dit roept vragen op zoals hoe bij openstelling om te gaan met leden en niet-leden, wie krijgt voorrang en op basis waarvan? Het antwoord op vraag 2. Natuurlijk kost het geld om het zwembad eerder te openen, maar dit heeft voor ons bij de afweging geen rol gespeeld. Het antwoord op vraag 3. In het algemeen is zwemmen in het buitenbad binnen de coronaregels te organiseren. Daar hebben wij vorig jaar al wat ervaring mee opgedaan. Het antwoord op vraag 4.

Zoals ik al zei, is het technisch niet mogelijk om Zwembad De Krommerijn als buitenbad eerder dan de zomermaanden te openen. Het antwoord op vraag 5. Ik heb zeer veel begrip voor de behoefte en de wens om in deze tijd te sporten, te bewegen en om te zwemmen. Helaas kunnen wij Zwembad De Krommerijn niet openen, want daarmee lopen wij een grote kans om het mooie nieuwe zwembad te beschadigen. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik snap best dat het argument "vorst" belangrijk is. De andere delen van het antwoord roepen bij mij echter gevoelens op van "als wij het willen, kan het". Is het mogelijk om een datum aan te wijzen - bijvoorbeeld in februari of maart a.s. - om te bekijken of de oorspronkelijke openstelling naar voren kan worden gehaald. Is de wethouder bereid om de mogelijkheden daartoe scherp te bekijken? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ja, dat klopt. Dan hebben wij meer de operationele problemen en niet de technische. Wij kunnen dat voorstel bekijken. Wij moeten dan zien hoe de exploitatie moet worden gedaan. Die vraag zal ik bij de overwegingen betrekken. Ik zal daar in volgende corona-update op terugkomen. 2. Vragen van de heer Bakker (D66) en mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) inzake Opnieuw ICT-en privacyproblemen bij de GGD.

De heer BAKKER (D66): Voorzitter! "Er wordt grootschalig gehandeld in miljoenen adresgegevens en telefoon- en burgerservicenummers afkomstig uit de twee belangrijkste coronasystemen van de GGD." Dit berichtte het RTL Nieuws maandag 25 januari jl. na onderzoek van de journalist Daniël Verlaan. Begin november 2020 waren er ook al ICT- en privacyproblemen bij de GGD. De D66-fractie heeft daarover toen mondelinge vragen gesteld. De huidige situatie bij de GGD GHOR is zeer onwenselijk en moet direct worden aangepakt. Het schaadt het vertrouwen van mensen in deze overheidsdienst en leidt mogelijkerwijs ook tot minder bereidheid tot testen. De D66-fractie heeft daarom de volgende vragen. 1. Is al duidelijk of gegevens van Utrechters gestolen en verhandeld zijn? Is of wordt hier onderzoek naar gedaan? Utrechters wiens gegevens zijn gestolen en verhandeld, moeten worden gewaarschuwd vanuit de AVG, want dat is een datalek met meldplicht. 2. Is bekend of Utrechters direct slachtoffer zijn geworden van deze diefstal, bijvoorbeeld door phishing (uit naam van GGD) of door identiteitsfraude? 3. Hoe helpt de GGDrU, naast het afgeven van een waarschuwing, eventuele getroffen Utrechters om de schade van de diefstal van hun gegevens te beperken? Aan RTL laat de GGD weten: "[...] de monitoring van de systemen verder op te schalen".

Eind maart moeten de systemen automatisch en continu worden gecontroleerd. Dit duurt nog twee maanden. 4. Wat doet de GGDrU om deze privacyschendingen en criminele activiteiten per direct en blijvend te voorkómen? Zal het college monitoren en waarborgen inbouwen? 5. Hoe wordt de beveiliging en de privacy van het vaccineren wél gegarandeerd? Worden de huidige ICT-systemen - die duidelijk te zwak beveiligd zijn - ook gebruikt bij het registreren van gegeven vaccinaties?

2

Vragenuur van 28 januari 2021 De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze vragen. Het antwoord op vraag 1. Net als de heer Bakker en vele anderen ben ik erg geschrokken toen ik dit nieuws vernam. Dit kan en mag niet gebeuren. Ook de GGD GHOR Nederland en de GGD regio Utrecht nemen dit zeer hoog op. Na het ontdekken is terstond aangifte gedaan. Dat betekent dat er op dit moment een onderzoek loopt, ook door de politie. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat er uit het onderzoek komt. Het antwoord op vraag 2. Het is niet bekend - zo leert het contact dat wij vandaag hebben gehad met de GGD GHOR Nederland - of er Utrechters zijn die direct of indirect slachtoffer zijn geworden van deze diefstal. Dat is echter niet uit te sluiten. Zodra hierover meer bekend is, zal ik de raad via de reguliere coronabrief informeren. Het antwoord op vraag 3. Zowel de GGD GHOR Nederland als de directeur publieke gezondheid en ik hebben dinsdag jl. meteen aangedrongen op een speciaal en centraal telefoonnummer bij de landelijke GGD waar mensen met zorgen zich kunnen melden. Ik heb inmiddels landelijke voorzitters van de GGD gevraagd dit pleidooi te steunen. Via de media vernam ik dat de Autoriteit Persoonsgegevens inmiddels hierop stuurt. Ik ga ervan uit dat dit tot succes zal leiden. Dan is er een centraal punt waar mensen zich kunnen melden.

Dat neemt niet weg dat als mensen zich melden bij de GGD Regio Utrecht - dat gebeurt door een heel klein aantal mensen - ze netjes worden geholpen en naar de landelijke GGD worden geleid. Het antwoord op vraag 4. Ik heb op deze vraag een heel lang antwoord. Gezien de tijd zal het mij niet lukken dat helemaal voor te lezen. Er spelen veel dingen. De GGD Regio Utrecht heeft als een van de weinige GGD's coronacare geïmplementeerd. Dat zorgt ervoor dat het inloggen van medewerkers sterk is gereduceerd. Ook besteedt de GGD Regio Utrecht verhoudingsgewijs veel tijd aan het opleiden, inwerken en trainen van medewerkers over privacy. Het is ook een feit dat onze GGD afhankelijk is van ICT-systemen die ook landelijk worden georganiseerd. Via het landelijke voorzittersoverleg van GGD-bestuurders dat morgen wordt gehouden, moeten wij erop aandringen sneller te handelen dan eind maart a.s. Wij vragen om een risicoanalyse van alle GGD Regio Utrecht systemen die met kwetsbare gegevens omgaan. Als ik iets hoor, informeer ik de raad erover. Het antwoord op vraag 5. Ook voor vaccins wordt het CoronIT-systeem gebruikt. Het is het onze strategie om lokaal en landelijk de druk te verhogen. De heer BAKKER (D66): Voorzitter! Dank voor de antwoorden en de urgentie die de wethouder hieraan geeft. Dat is heel fijn om te horen.

Ik begrijp dat er mensen zijn die de GGD een e-mailbericht hebben gestuurd met de vraag of er data zijn gelekt en of de gegevens kunnen worden verwijderd. Ik begrijp het als de wethouder het antwoord op deze vraag niet paraat heeft. Kan hij daar wél aandacht aan besteden zodat deze mensen goed worden geholpen en dat waar mogelijk deze gegevens daadwerkelijk uit de systemen worden gehaald? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Maandag jl. was dit punt meteen aan de orde. Onze GGD heeft maandagavond direct een protocol op poten gezet voor wat te doen als mensen graag hun gegevens verwijderd willen zien. Dat protocol is de landelijke GGD toegestuurd. Wij hebben gedaan wat nodig was. De VOORZITTER: Dames en heren! De vragensteller van de volgende set vragen is er nog niet. Wij zullen deze vragen nu even overslaan. 4. Vragen van de heer Te Hoonte (VVD) inzake Drijfzand is geen zandbak. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie heeft met opluchting kennisgenomen van de redding van een vierjarig meisje uit drijfzand. De fractie is echter erg geschrokken van het feit dat dit in onze stad zomaar kan gebeuren. Zeker in een stad die groeit, is het van belang dat de stad tijdens de groei veilig is. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. Onder wiens verantwoordelijkheid valt de onderhavige bouwplaats? Wat gebeurt er en welke veiligheidsmaatregelen zijn er genomen? 2.

Voldeden de genomen veiligheidsmaatregelen aan de eisen die daar landelijk, lokaal of bij contract aan zijn gesteld? 3. Is op deze locatie toezicht en/of handhaving voor het incident geweest? Wat waren de conclusies daarvan?

3

Vragenuur van 28 januari 2021

4. Uit de berichtgeving komt naar voren dat hier onder andere grond uit de Singel wordt ingedroogd. Is dit voor deze activiteit de meest geschikte en meest veilige plaats?

5. Welke maatregelen worden genomen om herhaling op deze locatie te voorkomen?

Zand, bouwen, stenen, hijskranen, graafmachines. Op kinderen heeft dit soort zaken een grote aantrekkingskracht. Het verschil tussen de zandbak en de werkelijkheid is daarbij niet altijd even scherp. Daarnaast zien wij in de stad bij grote grondprojecten, zoals het afgraven van de Singel en het ophogen van de gebieden in Leidsche Rijn, ook de inzet van behoorlijk zwaar materieel op de openbare weg, zoals zeer grote tractoren. 6. Is het college bereid om met alle grote aannemers in de stad nog eens nadrukkelijk het gesprek aan te gaan over de veiligheid van de bouwplaatsen in relatie tot de openbare weg en de ernaast gelegen woningen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ook wij zijn opgelucht dat het kind is gered. Het college is erg geschrokken van het incident. Wij zijn het met de VVD-fractie eens dat het in ons aller belang is dat Utrecht een veilige stad is, ook tijdens de groei. Het antwoord op vraag 1. De Bouwopgave Leidsche Rijn en de gecontracteerde uitvoerende partij zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de veiligheidsmaatregelen. De werkzaamheden die plaatsvinden, betreffen het bouwrijp maken van het westelijke deel van Rijnvliet. Het is een woongebied dat met een brede watergang is gescheiden van het bouwterrein. De werkgebieden zijn allemaal afgesloten met hekken. Aangegeven is dat het een bouwterrein is. Het antwoord op vraag 2.

Hiermee wordt voldaan aan de regels en eisen. Het depot is afgezet met bouwhekken. Op de paden die erop aansluiten, staan borden waarop te lezen valt: "Bouwterrein, betreden op eigen risico." Bij het zanddepot staan borden waarop te lezen valt: "Let op, drijfzand." Het antwoord op vraag 3. Ja, in de werkweek wordt dagelijks door de Bouwopgave Leidsche Rijn op de werkzaamheden toezicht gehouden. Aan het einde van de week stonden de hekken om het zanddepot heen. Mogelijk door de vele regen in het natte gebied van de afgelopen week is het terrein drassig geworden. In ieder geval is vanwege een voor ons onbekende reden het hek dat er stond, omgevallen. In de berichtgeving staat dat het zand uit de Singel komt. Dat klopt. Het plan is dat het zand circulair wordt hergebruikt. Wij willen het zand gebruiken om wegen aan te leggen. Er is een plek in de buurt gezocht om het zand te drogen. Toen is deze locatie gekozen. Het drogen moet overigens veilig gebeuren. Het antwoord op vraag 5. Wij hebben opdracht gegeven om nog uitgebreider hekken om het gebied heen te zetten, niet alleen om het zanddepot heen, maar om het hele bouwterrein. Tevens zijn alle toegangspaden naar het gebied afgesloten. Het antwoord op vraag 6. Het gesprek waar de vragensteller op doelt, vindt altijd plaats met grote aannemers die wij contractueel vastleggen. Er moet aan zeer strenge eisen worden voldaan, terecht.

Ik wil graag benadrukken dat dit gebied in Rijnvliet West duidelijk een grote bouwplaats is. Daarom is het absoluut geen veilige speelplek. Ik roep alle ouders op om hun kinderen daar uit de buurt te houden. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik herken het beeld. De wethouder zegt dat het om een bouwplaats gaat. Ik ben er gisteren nog even geweest. Ik heb gezien dat er hekken staan. Het nieuwe parkpad dat is aangelegd, is opnieuw afgesloten. Ik zie dat in Leidsche Rijn Centrum grote bergen zand liggen. Er zijn gedeelten met een hek afgezet, maar het is soms onduidelijk waar de bouwplaats begint en de openbare weg ophoudt. Ik wil de wethouder vragen om daar extra aandacht voor te hebben. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Die oproep neem ik mij ter harte. 5. Vragen van mevrouw Snippe (PvdD) inzake 70.000 extra bomen in Utrecht? Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Dinsdag las de PvdD-fractie op DUIC dat volgens de Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) het mogelijk is om in de provincie Utrecht voor het jaar 2023 zo’n 600.000 nieuwe bomen te planten, waarvan 70.000 in de gemeente Utrecht. De NMU heeft hierover een Bomen Actieplan geschreven dat iedereen via DUIC kan downloaden.

4

Vragenuur van 28 januari 2021 De gedeputeerde Hanke Bruins Slot (CDA) zegt met het advies aan de slag te gaan. De PvdDfractie heeft over het bovenstaande de volgende vragen. 1. Wat is de rol van de gemeente bij de uitvoering van dit actieplan? 2. Van de 70.000 bomen die voor de gemeente Utrecht zijn voorzien, zijn er in elk geval 30.000 gepland in Haarzuilens. Waar moeten de overige 40.000 bomen komen? 3. Worden deze 70.000 extra bomen aan de geplande bomen in Utrecht toegevoegd of zijn ze er ter compensatie van bomenkap elders of voor de inrichting van de openbare ruimte in nieuwe wijken? 4. Hoe zorgt het college ervoor dat wanneer deze 70.000 bomen zijn geplant ze ook gezond oud kunnen worden? Komt er voor de nieuwe bomen een plan voor het onderhoud en de verzorging? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Het is een mooi actieplan. De PvdD-fractie stelt daar vragen over in de veronderstelling dat ik er meer van weet dan zij. Dat is niet het geval. Ik heb dit kunnen lezen, net als de PvdD-fractie. De gemeente Utrecht is niet de auteur en ook niet de opdrachtgever van het plan. Ik kan alleen op basis van wat ik kan lezen antwoord geven. Dat kan de PvdD-fractie zelf ook. Het is geen plan waartoe het college heeft besloten of wat aan de gemeente voorligt. De gemeente heeft bij het actieplan geen rol.

Ze heeft wel haar eigen bomenambities. Die kent de PvdD-fractie ook. De PvdD-fractie heeft die ambities zelf ook. Wij rapporteren daarover. Het antwoord op vraag 2. Ik zag in de Utrechtse internetcourant iets over de 70.000 bomen. Ik heb dat niet in het rapport kunnen vinden. Net zomin als de PvdD-fractie weet ik waar die bomen moeten komen. Het antwoord op vraag 3. Wat ik zelf in het rapport lees - door het rapport te lezen zie ik dat het zowel om bestaande plannen als om nieuwe ontwikkelingen gaat. Bomen die onder de herplantplicht vallen, worden niet meegeteld. Dat is waar volgens de initiatiefnemers dit aantal over gaat. Het antwoord op vraag 4. Het aardige is dat dit rapport eigenlijk zegt dat niet alle bomen gezond oud worden. Het is in een bos normaal dat sommige bomen groot worden en andere bomen het onderspit delven, maar dat is een andere situatie dan in de gebouwde omgeving van Utrecht. Daar proberen wij steeds meer aandacht te besteden aan voldoende ruimte onder de grond, zodat er voldoende mogelijkheid is om te wortelen. Wij proberen daar steeds meer aandacht aan te geven, zodat bomen in de stad voldoende tot wasdom komen. De heer IȘIK (PvdA): Voorzitter! Ik vraag mij af hoe het kan dat mensen zonder overleg met het college zo'n initiatief kunnen nemen terwijl de buitenruimte van de gemeente is.

Hoe denkt het college daarover? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik vind het een hartstikke goed initiatief. Het is gebeurd op provinciaal niveau en wordt volgens mij ook gesteund door Provinciale Staten. Het is in ontvangst genomen door de gedeputeerde die zich met natuur bezighoudt. Ik juich dat van harte toe. Geen kwaad woord over het initiatief. Ik juich het van harte toe dat er meer bomen komen, ook in Utrecht, maar ook verderop in de regio. Ik moet de PvdD-fractie echter een aantal antwoorden schuldig blijven, omdat ik er niet meer van afweet dat de PvdD-fractie zelf. De VOORZITTER: Dames en heren! Soms zijn raadsleden bijzonder goed geïnformeerd. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Ik vind het echter opmerkelijk dat het college hier zo weinig van afweet. Ik had wat meer betrokkenheid verwacht. Ik vraag mij af in hoeverre het college zich bemoeit met de verzorging van deze 70.000 bomen. Komt er een plan voor de verzorging en het onderhoud van de bomen, of bemoeit het college zich er verder niet mee? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Er is een blijvend misverstand. De PvdDfractie denkt dat er is besloten om 70.000 bomen te planten, maar dat is volgens mij niet aan de orde. Er zijn maatschappelijke partijen - ik steun dat zeer - die hebben bekeken wat er in deze regio kan.

Daarmee proberen zij, neem ik aan, om er meer aan te doen. Er is echter geen besluit over de 70.000 bomen genomen. Het gaat voor een groot deel over terreinen van terreinbeheerders.

5

Vragenuur van 28 januari 2021 Haarzuilens staat er letterlijk in en ook wordt Natuurmonumenten genoemd. Ik denk dat er een misverstand heerst over de aard van het plan. Natuurlijk verzorgen wij de bomen in de openbare ruimte, maar dat is vast geen verrassing. 3. Vragen van mevrouw Meerding (VVD) inzake Een oplossing voor eLe Tapas. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Op 11 januari 2021 heeft de VVD-fractie schriftelijke vragen ingediend over restaurant eLe Tapas. Helaas zijn deze vragen niet binnen de verzochte termijn beantwoord. Daarom worden deze vragen nu mondeling ingediend; schriftelijke vraag nr. 6 is ingetrokken. Onlangs is de fractie van de VVD benaderd door de eigenaar van restaurant eLe Tapas aan de Oudegracht aan de Werf 211. Al 13 jaar is het restaurant op deze plek gevestigd, waarvan de laatste 10 jaar met een terrasvergunning voor zowel nr. 209 als voor nr. 211. Nu wil de eigenaar zijn zaak graag verkopen, maar de gemeente weigert voor nr. 209 een nieuwe terrasvergunning te verlenen. De weigering is gebaseerd op het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018. Dit zorgt voor problemen bij de verkoop nu er geen interesse is om het restaurant over te nemen zonder terras op beide nummers. Echter, het is voor de eigenaar heel belangrijk dat hij zijn restaurant in deze crisistijd kan verkopen zodat hij zijn financiële verplichtingen jegens de gemeente kan voldoen.

Dit brengt de fractie van de VVD-fractie tot de volgende vragen. 1. Het restaurant bevindt zich (gedeeltelijk) op een plek die in het Horecakader 2018 wordt aangemerkt als 'verwijderde ontwikkellocatie'. Hoe verhoudt het uitsterfbeleid uit het Horecakader 2018 zich tot eerder verworven rechten? Komen ondernemers die hun zaak willen verkopen in aanmerking voor een schadevergoeding wegens planschade? 2. Kan het college toezeggen samen met de huidige eigenaar en een eventuele nieuwe eigenaar te zoeken naar een oplossing? Bijvoorbeeld door het alsnog toekennen van een terrasvergunning of in de vorm van een tegemoetkoming? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Wat hier speelt, is dat in 2010 in strijd met het terrassenreglement uit 2004 een exploitatievergunning is verleend voor een extra terras op nummer 209. Dat had niet mogen gebeuren: er is een fout gemaakt. Dat was de ondernemer bekend. De wijkraad en anderen hebben verscheidene processen gevoerd en hebben er bewaar tegen gemaakt. Een exploitatievergunning is altijd persoonsgebonden en vervalt op het moment dat een zaak overgaat op iemand anders. In dit geval hebben wij ervoor gekozen die vergunning te behouden, maar op het moment dat de zaak overgaat op iemand anders vervalt die. Wij hebben kenbaar gemaakt dat de gemaakte fout niet nogmaals zou worden gemaakt.

De vorige eigenaar heeft van de fout jarenlang geprofiteerd. Het stadsbestuur is er niet aan gehouden om een eerder gemaakte fout opnieuw te begaan. Het antwoord op vraag 2. Wij zijn met de nieuwe exploitant in overleg getreden. Hij heeft een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend. Hij heeft de aanvraag aangepast. Die aanvraag behelst alleen terrasnummer 211. Binnenkort zal de gemeente over die aanvraag een besluit nemen. Wat betreft de tegemoetkoming: het claimen van gemeentegrond voor een terras kan volgens ons nooit een reden zijn voor een tegemoetkoming. Helaas kunnen wij weinig voor de nieuwe exploitant betekenen. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik bedank de wethouder voor de beantwoording. Wat de wethouder zegt, is voor mij nieuw. Het is andere informatie dan die welke ik van het horecaloket kreeg. Als ik dit goed begrijp, is de vergunning in 2004 onterecht verleend. Dat feit brengt met zich mee dat als de vergunning wordt ingetrokken er geen planschade is en dat derhalve geen vergoeding kan worden gegeven. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! De vergunning is in 2010 onterecht verleend, maar op basis van het terrasreglement dat sedert 2004 gold. Wij hebben er in het huidige horecakader niet voor gekozen om op de bewuste plek terrassen toe te staan.

Een eerder gemaakte fout, waar mensen kennis van hadden - de onderhavige ondernemer wist ervan of had dit kunnen weten - kan niet betekenen dat wij dezelfde fout opnieuw moeten maken. Dan is er ook geen sprake van planschade. Het is gemeentegrond waar wij een vergunning voor afgeven. 6. Vragen van mevrouw Snippe inzake olielek Merwedekanaal.

6

Vragenuur van 28 januari 2021 Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Half augustus 2020 raakte een deel van het Merwedekanaal vervuild met olie. De PvdD-fractie stelde direct vragen, eerst ‘achter de schermen’ en later ook via schriftelijke vragen 287/2020, waarop wij vorige week antwoord kregen. De antwoorden choqueerden ons, enerzijds omdat het om een substantieel olielek van circa 200-250 liter ging, anderzijds omdat de olie afkomstig was van een bedrijf dat géén melding had gedaan van het lek en bij inspectie door de gemeente nog meer milieuovertredingen bleek te hebben begaan. De gemeente kwam pas meer dan een maand na het olielek in actie. De PvdD-fractie stelt hierover de volgende vragen. 1. Hoe kan het dat de gemeente pas meer dan een maand na het olielek het riool heeft geïnspecteerd en gereinigd? Is door deze late actie nog extra verontreiniging in het Merwedekanaal terechtgekomen? Zo ja, wat is eraan gedaan? 2. Om wat voor soort bedrijf gaat het? Welke milieuovertredingen heeft het nog meer begaan? Aan welk bedrag moeten wij denken bij de hoogte van de schadeclaim? 3. Blijft het college dit bedrijf onder verscherpt toezicht houden via (onaangekondigde) inspecties en gedurende langere tijd? Zo nee, waarom niet? Dit bedrijf neemt het duidelijk niet nauw met de milieuregels. 4.

Welke maatregelen neemt het college vanaf nu extra om milieuvervuiling te voorkomen door bedrijven waarbij een reëel risico op vervuiling en overtredingen aanwezig is? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van de waterkwaliteit en daarmee ook voor de afhandeling van dit type incidenten. Het waterschap verzoekt de gemeente om de riolen in de afhandeling van zo'n incident te reinigen. De tijdlijn is als volgt: wij hebben van het waterschap begin september de vraag gekregen om de riolen rondom de overstort te reinigen. Dat hebben wij op 10 september jl. laten doen. Naar aanleiding van die reiniging is in overleg met het waterschap besloten om ook de riolen in de Eendrachtlaan en de Overijssellaan te reinigen. Dat is op 23 september jl. gebeurd. Bij deze laatste reiniging is de lozer van de olie ontdekt. Het is helaas technisch niet terug te halen of door deze tijdlijn extra verontreinigingen in het water zijn terechtgekomen. Er zijn in ieder geval geen losse meldingen over ingekomen. Het antwoord op vraag 2. Er is sprake van een verhuurbedrijf met garage, werkplaats en wasstraat aan de Eendrachtlaan in Utrecht.

Bij controle is een aantal overtredingen geconstateerd: het niet aantoonbaar hebben uitgevoerd van de verplichte vijfjaarlijkse controle van de olieafscheider, het op een onjuiste manier opslaan van bodembedreigende stoffen, het op een onjuiste manier uitvoeren van bodembedreigende activiteiten, het niet schoonhouden van grote lekbakken voor bodembedreigende stoffen alsmede het ondoelmatige beheer van afvalstoffen. Het antwoord op vraag 3. Natuurlijk; wij zullen naar aanleiding van dit incident het bedrijf de komende periode jaarlijks zowel onaangekondigd als aangekondigd bezoeken. Dat blijven wij net zo lang doen totdat uit deze bezoeken blijkt dat er geen zware overtredingen meer worden geconstateerd. Het vermoeden is gerezen - men is onschuldig tot het tegendeel is bewezen - dat er sprake is van milieudelicten, waarbij ook opzet in het spel is. Dat betekent dat wij ook de milieupolitie hebben ingeschakeld. Het antwoord op vraag 4. Bij het toezicht is er echt aandacht voor dit type incidenten, maar het gaat ook om het naleefgedrag van individuele medewerkers. De ervaring leert dat door het toezichtbeleid van het college het gedrag toch lastig is te beïnvloeden. Dat ligt echt bij de individuele vergunninghouders. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Bij de beantwoording is een deel van de vraag overgeslagen, namelijk over een eventuele schadeclaim.

Misschien kan de wethouder dat deel alsnog beantwoorden. Kan het college iets betekenen voor het gedrag van de individuele werknemers? Is het mogelijk om daarover met het bedrijf in gesprek te gaan? Het is heel jammer dat vanwege slecht gedrag dit soort dingen gebeurt. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! De hoogte van de schadeclaim weten wij nog niet. Daar wordt aan gerekend. De insteek is dat de gemeente en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voornemens zijn om alle gemaakte kosten op de overtreder te verhalen. Het zal

7

Vragenuur van 28 januari 2021 nog even duren voordat dit allemaal is uitgezocht. Ik vind de suggestie van de PvdD-fractie heel nuttig. Voor veel bedrijven is het prettig dat wij niet alleen maar komen toezien, maar ook bekijken wat het bedrijf nodig heeft om de individuele medewerkers te steunen. Ik neem dit mij ter harte. Ik zal dit eens met onze eigen toezichthouders van de RUD bespreken. 7. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA) en de heer Koning (D66) inzake Aanpakken leegstand binnenstad. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! De fracties van de PvdA en D66 maken zich zorgen over het grote aantal leegstaande panden in de binnenstad. Wie door de stad wandelt, ziet steeds meer leegstand. Door de coronacrisis zal het aantal ondernemers dat wordt geconfronteerd met faillissement verder toenemen. Wij ontvangen daarnaast berichten van winkels en ondernemingen die zodra hun huurtermijn verstreken is, zullen sluiten. Dit schetst een nog somberder beeld van de binnenstad, namelijk het beeld van een stad waar de levendigheid voor een deel verdwenen is en waardoor de aantrekkelijkheid voor bewoners en bezoekers sterk afneemt. Inmiddels is de Omgevingsvisie Binnenstad bijna gereed en zullen er voor de langere termijn ongetwijfeld plannen zijn om leegstand en leegloop aan te pakken, al dan niet met creatieve, alternatieve oplossingen.

In antwoord op vragen van de D66-fractie schrijft de wethouder op 18 maart 2020 dat de gemeente in gesprek is met ondernemers en vastgoedeigenaren om de leegstand tussentijds aan te pakken door alternatieve bestemmingen mogelijk te maken. Wij zijn nu bijna een jaar verder en, zoals hierboven geschetst, is de leegstand alleen maar toegenomen. Wij hebben hierover de volgende vragen. 1. Kan de wethouder aangeven hoe de leegstand in de binnenstad zich afgelopen jaar heeft ontwikkeld en wat de verwachtingen voor komende periode zijn? 2. Deelt het college onze zorgen over de toenemende leegstand en is zij met ons van mening dat op zo kort mogelijke termijn, in overleg met ondernemers en vastgoedeigenaren, naar oplossingen moet worden gezocht? Kan het college toezeggen om de komende maanden alles in het werk te stellen om leegstaande panden andere functies te geven en om de levendigheid van de binnenstad te bevorderen? 3. Bestaan er op dit moment al concrete plannen? Zo ja, waar bestaan deze plannen uit en op welke termijn kunnen die worden gerealiseerd? Zo nee, waar precies liggen de belemmeringen om creatieve oplossingen in praktijk te brengen? 4. Onze fracties denken aan oplossingen in de sfeer van ruimte voor startende ondernemers, het bieden van ruimte aan kunstenaars (ateliers) en het bieden van een aanloophuur en woonfuncties boven winkels.

Kan het college zich in dergelijke ideeën vinden? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Op 18 maart jl. konden wij nog niet voorzien wat de effecten van de coronapandemie allemaal met zich meebrengen en welke ingrijpende gevolgen die hebben. Wij vinden het oprecht vreselijk wat dit betekent voor Utrechtse ondernemers, de winkeliers en de horeca. Wij zien op dit moment in de binnenstad de leegstand van winkelpanden toenemen. Voor zover wij kunnen zien, is het aantal panden dat in december 2020 leeg komt te staan in het winkelwandelgebied rond de Steenweg, de Lange Elisabethstraat en de Bakkerstraat ongeveer 39. In oktober 2019 waren er 29 panden te huur. Het is opvallend dat de leegstand zich nu voordoet aan de Steenweg en in de Lange Elisabethstraat. Wij hebben bij de tellingen het Stationsgebied en Hoog Catharijne niet betrokken. Het is de verwachting dat de cijfers zullen oplopen, zeker als de steunmaatregelen worden afgebouwd en de coronapandemie door blijft gaan. Wij delen de zorgen van de vragensteller. Wij houden de ontwikkelingen in de binnenstad nauwlettend in de gaten. Wellicht heeft men gehoord dat ik het initiatief heb genomen om samen met de G6 hierover in overleg te gaan met het ministerie van EZK. Wij hebben gezamenlijk een oproep gedaan voor extra aandacht voor de getroffen binnensteden.

Lokaal voeren wij veel gesprekken met vastgoedondernemers, bedrijfsmakelaars, ondernemers en het centrummanagement Utrecht. Samen zoeken wij naar oplossingen voor de leegstand voor zover dat binnen onze mogelijkheden ligt. Wij willen zorgdragen voor een vitale binnenstad. Utrecht Marketing speelt daarbij een belangrijke rol. Het toevoegen of mengen van functies is daarbij een van de mogelijke denkrichtingen. Gevraagd is of er concrete plannen zijn. Ja, die zijn er. In de afgelopen periode zijn wij daarover met partners in gesprek geweest. Wij hebben de opdracht gegeven om te bekijken hoe wij eventueel met die leegstand kunnen omgaan. Wij hebben de situatie geanalyseerd en zijn daarover

8

Vragenuur van 28 januari 2021 met externe experts om de tafel gegaan. Dat zou er in maart a.s. moeten leiden tot een plan van aanpak om het probleem in de jaren 2021/2022 aan te pakken. Ook moet een vervolgaanpak voor de langere termijn worden voorbereid. Wij willen bekijken hoe wij het winkelgebied voor een deel kunnen transformeren. Los van de ontwikkelingen vanwege corona was een verplaatsing in de richting van digitaal en concentratie waarneembaar. De corona-epidemie heeft dat proces behoorlijk versneld. In dat plan heeft de gemeente een rol bij het faciliteren. Wij kunnen het vastgoed niet overnemen, dat is het bezit van mensen. Wij brengen wel de expertise en de input bij elkaar en proberen de gesprekken daarover te faciliteren. Bij de aanpak van de leegstand staan wij open voor alle ideeën en initiatieven die de aantrekkelijkheid van de binnenstad kunnen versterken. Het is van belang dat de gemeente geen vastgoedeigenaar is. Participatie en medewerking van vastgoedeigenaren zijn belangrijke punten. De heer VAN STEEG (CDA): Voorzitter! Als ik de wethouder goed begrijp, speelt hij een actieve rol en voert de gemeente de regie bij het bij elkaar krijgen van huurders en verhuurders. In het verleden was er een plan dat "Wonen boven winkels" heette.

Is dat plan er nog steeds? Wordt dat gebruikt bij het vinden van oplossingen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! "Wonen boven winkels" is nog steeds een regeling waarvan gebruik kan worden gemaakt. De gemeente helpt daarbij met een beetje geld. Wij proberen het gesprek tussen vastgoed en ondernemers te faciliteren. Wat wij zien, is dat het grootwinkelbedrijf - de wat grotere vestigingen - zich in de binnensteden concentreren op één vestiging, waar ze vroeger verscheidene vestigingen hadden. Daarom vallen er op de Steenweg gaten. Dat is niet plezierig. Er zijn echter bedrijvenmakelaars die hieraan werken. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Het is goed dat de gemeente dit probleem onderkent en samenwerkt met ondernemers en ondernemersorganisaties om het aan te pakken. Een van de vragen is wat op dit moment belemmeringen voor oplossingen zijn. Kan de raad helpen bij het wegnemen daarvan? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Belemmeringen op korte termijn kunnen bestemmingen zijn. De gemeente kan bekijken of ze daaraan kan meewerken. Een vastgoedeigenaar wil echter graag voor een pand een huursom incasseren. Die last kan de gemeente onmogelijk dragen. Dat is een praktisch probleem. Wij zijn in gesprek over de vraag of vastgoedeigenaren een lagere huurprijs willen accepteren.

Tussen droom en daad … Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Ik ben benieuwd of volgens het plan van aanpak al medio maart kan worden bekeken of eventueel extra studie- en flexwerkplekken te realiseren zijn en om die bij vastgoedeigenaren als optie onder de aandacht te brengen. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij zouden alle opties moeten bekijken. Dat kunnen werkplekken zijn. Het is echter van belang dat het vitale winkelgebied een vitaal winkelgebied blijft. Het beleid richt zich vooraleerst daarop. Er is een aanpak voor zowel de korte als de lange termijn. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Wat vindt de wethouder - afgezien van de coronacrisis van de stelling dat er in Utrecht te veel winkelgebied is? Vindt hij dat Hoog Catharijne had moeten worden uitgebreid? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik weet niet of het zinvol is om een historische verhandeling over de uitbreiding van het winkelgebied ten beste te geven. Ik vind wel dat het winkelgebied heel mooi is geworden. Echter, de coronacrisis heeft een versnelling van de leegstand teweeggebracht. Waar in andere delen van Nederland leegstand al eerder een probleem was, had Utrecht daar niet zo veel last van. Utrecht is een gewilde winkelstad.

Onderzoek toont aan dat Utrecht dat zal blijven, maar dan moet op korte termijn een aantal acties worden ondernomen om de aantrekkelijkheid van de binnenstad op peil te houden. Als winkelrondjes stuk gaan, is dat op de lange termijn een groot probleem. Daarom werken wij aan een aanpak. Ik sluit niet uit dat hier en daar een winkelpand transformeert.

9

Vragenuur van 28 januari 2021 De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor het beantwoorden van de vragen. Het is mooi dat ook voor de korte termijn plannen worden gemaakt. Over anderhalve maand is het al half maart. Het is voor de winkeliers een ongehoord zware tijd. Ik hoop dat de wethouder zo snel mogelijk iets doet om de leegstand tegen te gaan. Kan hij ons ervan op de hoogte houden hoe het plan eruitziet, wat het vervolgtraject is en wat de raad daarvoor kan betekenen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! De urgentie is iedereen duidelijk. De raad heeft het college geholpen door de coronapakketten vast te stellen. Een van de regelingen daarvan is dat daar een beetje geld voor beschikbaar is. Daarmee kunnen wij echter geen huurverlagingen betalen - dat zal men ons ook niet vragen - maar het college kan proberen de aanpak deels te faciliteren. Dat doet het. Ik zal de raad daarvan op de hoogte houden. 8. Vragen van mevrouw Podt (D66) en de heer Saiah (D66) inzake vluchtelingenkinderen en thuisonderwijs. Mevrouw PODT (D66): Voorzitter! De afgelopen maanden is er terecht veel aandacht geweest voor de gevolgen van de coronamaatregelen voor het onderwijs. Wij realiseren ons dat voor veel kinderen (en hun ouders) deze tijd zwaar is en dat scholen er alles aan doen om de leerachterstanden zo veel mogelijk te voorkomen.

Wij zien dat specifieke groepen soms nog extra worstelen om in deze tijd mee te komen. Daarom stelt de D66-fractie vandaag enkele vragen over het thuisonderwijs voor kinderen van statushouders. Voor veel ouders die nog niet zo lang in Nederland zijn is het thuis begeleiden van hun kinderen extra ingewikkeld. Ouders hebben met het vertalen van de lesstof een achterstand. Die lopen ze al snel op als de ouders zelf ook nog Nederlandse les krijgen. Bovendien valt het op scholen niet altijd mee om digitaal onderwijs te geven en om kinderen die meer steun nodig hebben op school te ontvangen en les te geven. 1. Herkent het college het bovenstaande beeld? Komen deze signalen ook bij de gemeente terecht? 2. Hoe verloopt op dit moment het onderwijs in Internationale Schakelklassen en op basisscholen voor kinderen die net in Nederland zijn? Krijgen zij thuisonderwijs? Hoe verloopt dit? 3. Waar kunnen ouders van kinderen terecht die worstelen om hun kinderen bij het thuisonderwijs goed te begeleiden? Hoe weten ouders dat ze daar terechtkunnen? 4. We weten dat er naast de onderwijspartners ook veel goede initiatieven in de stad zijn die kinderen en hun ouders helpen die worstelen met de taal in combinatie met thuisonderwijs. Hoe wordt ervoor gezorgd dat vraag en aanbod elkaar vinden? 5.

Zijn organisaties die statushouders begeleiden (zoals Vluchtelingenwerk) voldoende betrokken bij deze opgave zodat alle ouders en kinderen weten welk aanbod er is? 6. Lukt het de gemeente om via de partners uit de stad deze ouders bij te staan? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Ook wij krijgen via de onderwijspartners, samenwerkingspartners en Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) deze berichten te horen. In het algemeen heeft de school de kinderen gelukkig goed in beeld. Het antwoord op vraag 2. De groep leerlingen van de internationale schakelklas is heel divers. De verschillen zijn groot. De benadering is daarom op maat. De leerlingen die geen Nederlands spreken, volgen het onderwijs volledig op school. Hetzelfde geldt voor de leerlingen die vooral praktijkonderwijs volgen. Met de andere leerlingen worden individuele afspraken gemaakt om het thuisonderwijs vorm te geven. Als het nodig is, komen zij terug naar school voor extra steun. Soms komen zij verscheidene dagen naar school. De leerlingen zijn allemaal in beeld. Er is intensief contact mee. ISK wil tegelijkertijd niet alle leerlingen als kwetsbaar beschouwen. Men zet in op het versterken van eigen kracht en het ervoor zorgen dat leerlingen en hun ouders zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen. Waar steun nodig is, wordt die geboden.

Een deel van de jongeren volgt thuisonderwijs en gaat zo nu en dan naar school om de contacten te onderhouden. Zij hebben een laptop en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft een internetverbinding die goed genoeg is om er lessen mee te kunnen volgen. Ook de Taalschool, voorheen Het Mozaïek, de basisschool voor nieuwkomers, is dagelijks open voor ongeveer 30 leerlingen die gebruikmaken van noodopvang. 42 leerlingen krijgen in kleine clusters les op het AZC. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zet ook vrijwilligers in. Groep 8 krijgt elke dag

10

Vragenuur van 28 januari 2021 een dagdeel les. Er is contact met ouders, aandacht voor bewegen, sport en spel. Er is ook nauwe samenwerking voor matches tussen vrijwilligers en leerlingen. Het antwoord op vraag 3. De leerlingen kunnen in eerste instantie terecht bij de mentor van de school. De mentor kan onder andere via het oudereninitiatief "It's My Child" bekijken wat nog meer nodig is. Het antwoord op vraag 4. Zoals gezegd, heeft It's My Child een goed netwerk en een goed contact met de ouders. Ze heeft contact met allerlei initiatieven in de stad. Het antwoord op vraag 5. Het onderwijs heeft als dat nodig is een goed contact met Vluchtelingenwerk. Dat komt vooral voor in individuele gevallen. In dat geval zijn de lijnen gelukkig kort. Het antwoord op vraag 6. Ja, in het voorjaar is het initiatief Stadsnetwerk ontstaan. Verschillende organisaties bieden leerlingen online steun ten behoeve van de taal en het huiswerk. De gemeente steunt het Stadsnetwerk, net als andere initiatieven zoals Allemaal en It's My Child. Het laatstgenoemde initiatief geeft binnenkort een tijdschrift uit met 25 verhalen over hoe gezinnen deze tijd doorkomen en hoe ze de kinderen steunen. Dat is een prachtig initiatief om te laten zien hoe men elkaar kan inspireren om deze tijd vol te houden. De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Bedankt voor de vragen en de antwoorden.

De wethouder gaat vooral in op de kinderen van de internationale schakelklas. Er zijn ook kinderen van vluchtelingen of statushouders die op allerlei scholen gaan. Soms zijn dat twee kinderen per klas of minder. Ik weet dat de kinderen wel in beeld zijn, maar dat het heel moeilijk is om de ouders bij het thuisonderwijs te steunen. De scholen weten niet altijd dat daartoe mogelijkheden bestaan. Wil de wethouder zich voor deze kinderen extra inspannen zodat die kunnen profiteren van steun die op gewone basisscholen wordt gegeven? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Het is terecht dat de heer Dekkers daar aandacht voor vraagt. Dat kunnen zeer kwetsbare kinderen zijn. Kwetsbare kinderen kunnen naar school. Daar kan in dit geval sprake van zijn. Het Stadsnetwerk kan daar een rol bij spelen. Ik zal ervoor oppassen dat wij deze groep niet uit het oog verliezen. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Is ook in het reguliere basisonderwijs een tekort aan laptops en tablets om thuisonderwijs goed te organiseren? Heeft de wethouder in beeld of dat probleem ook bij deze groep kinderen speelt? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Ik weet dat wij op dit punt zo veel mogelijk contact onderhouden, onder andere met het COA, om ervoor te zorgen dat iedereen die digitale steun nodig heeft, die kan krijgen. Het COA draagt daar ook zelf aan bij. Wij hebben dat punt in beeld.

Dat lijkt nu goed te gaan, maar, in overeenstemming met wat de heer Dekkers zegt, er zijn veel kinderen die gewoon schoolgaan op een ROC of een MBO. Daar hebben ze met dezelfde problemen te maken als de andere leerlingen. Maar van de internationale schakelklas en Taalschool Het Mozaïek weten wij dat die het beter in de vingers hebben. Mevrouw VAN MIL (Student & Starter): Voorzitter! Onlangs is apart onderzoek gedaan naar de achterstand van kinderen op basisscholen in Utrecht. Weet de wethouder of de internationale schakelklas daarbij is betrokken en of kinderen van statushouders en vluchtelingen misschien apart worden gemonitord? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! De Taalschool betreft basisonderwijs. Ik weet eerlijk gezegd niet of die school erbij is betrokken. Ik zal daar achteraangaan. In de corona-update zal ik erop terugkomen of wij voldoende kennis hebben van de eventuele achterstand van deze specifieke groep. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn toe aan de laatste set vragen. Dit zal tevens de laatste set vragen van mevrouw Rajkowski zijn. Alles kent een laatste moment. 9. Vragen van mevrouw Rajkowski (VVD) en mevrouw Meerding (VVD) inzake "Die verhuur van jou kan veel méér opleveren".

11

Vragenuur van 28 januari 2021 Mevrouw RAJKOWSKI (VVD): Voorzitter! Sinds afgelopen najaar heeft de NVM de handen ineengeslagen met Meld Misdaad Anoniem en met andere brancheorganisaties om misbruik van vastgoed voor criminele doeleinden te voorkomen. Op 27 januari jl. bericht politie.nl dat op verschillende plekken in Nederland aanhoudingen zijn verricht bij een grote actie tegen vastgoedcriminaliteit waarbij o.a. wapens, drugs en geldmachines zijn gevonden. Wij zijn niet naïef, de onderwereld heeft ook in Utrecht de bovenwereld nodig en in de huidige coronacrisis zou het goedkoop opkopen van panden wel eens makkelijker kunnen dan voorheen. De VVD-fractie wil blijven inzetten op de strijd tegen de (zware) criminaliteit, ook nu veel andere uitdagingen onze aandacht vragen. Wij hebben daarom de volgende vragen: 1. Herkent het college deze zorgen? Zo ja, zijn er concrete meldingen of signalen uit onze gemeente? Zo nee, hoe verklaart het college dat? 2. Is het college bereid om contact op te nemen met de NVM om deze campagne ook in Utrecht onder de aandacht te brengen? De Bibob-toets is een goed en nuttig instrument, maar is niet waterdicht. 3.

Welke andere instrumenten overweegt het college? Welke andere barrières kunnen wij opwerpen om te voorkomen dat criminelen vastgoed en panden in onze gemeente opkopen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank voor deze vragen. In Den Haag zullen er veel volgen. Het antwoord op vraag 1. De zorgen van mevrouw Rajkowski over de verwevenheid van criminelen met vastgoed zijn terecht. Het college herkent deze zorgen. Wij zien dat er ook in Utrecht tekenen zijn van en meldingen over concrete situaties. Hierbij moet men denken aan vastgoed dat wordt misbruikt voor de opslag van geld, wapens en drugs en voor illegale prostitutie. De signalen die wij daarover via Meld Misdaad Anoniem ontvangen, worden uiteraard opgepakt, actief in samenwerking met politie en het Openbaar Ministerie. Het antwoord op vraag 2. Ik ben bereid om samen met de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen (NVM) deze campagne meer aandacht te geven. Het antwoord op vraag 3. De Bibob-toets kan niet alleen voor woonhuizen, maar ook voor bedrijfspanden worden ingezet. Wij doen dat bijvoorbeeld door het aanpakken van huisjesmelkers. Wij werken via verschillende instrumenten, zoals de gemeentelijke leegstandsverordening. Daarover is de raad gisteren nog door de wethouder geïnformeerd. Er is de verhuurdersvergunning.

Dat is een maatregel waarmee verhuurders die zorgen voor wanpraktijken zoals bedreiging of intimidatie maar ook criminele activiteiten - beter kunnen worden aangepakt. De opkoopbescherming is iets wat wij samen met de G3 en Eindhoven als onderwerp voeren van een lobby bij het Rijk in Den Haag om de opkoopbescherming op te nemen in de Huisvestingswet. Ik heb al eerder gezegd dat ik van plan ben om vóór de zomer de raad een nota over ondermijning te presenteren. Ik had al bedacht dat het thema Vastgoed daar een belangrijke rol in moest spelen. Daarover zeg ik maar betekenisvol: "later meer". De heer DE BOER (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! De Stadsbelang Utrecht-fractie heeft recent vragen gesteld over verwevenheid en de georganiseerde criminaliteit. Wij hopen dat deze vragen daarbij worden betrokken. Zijn er ook signalen dat deze verwevenheid ook doorstroomt in de gemeentelijke organisatie, dus los van het vastgoed? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het antwoord op de eerste vraag van de heer De Boer is dat wij vanzelfsprekend de vragen zo goed en zo snel mogelijk beantwoorden en eventueel een plek geven in de genoemde nota. De tweede vraag van de heer De Boer kan ik op dit moment niet met zekerheid beantwoorden. Ik heb daar nu geen actieve signalen van. Ik zou dat moeten uitzoeken. Het kan zijn dat zoiets in het verleden aan de orde is geweest.

Dat mag men nooit uitsluiten. Wij zijn er wel heel alert op dat de gemeentelijke organisatie verschoond blijft van dergelijke activiteiten. Wij zijn daar scherp op. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de voortvarende aanpak van de ondermijning. Ik ben blij dat het voorstel naar de raad onderweg is. Ik zou het fijn vinden als de burgemeester de mogelijkheid onderzoekt om met commerciële marktpartijen en verhuurders

12

Vragenuur van 28 januari 2021 convenanten af te sluiten, om zodoende de krachten te bundelen en om ervoor te zorgen dat in onze stad het vastgoed niet in handen komt van de criminelen. Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! De nota is nog niet onderweg. De heer Işik vindt mij voortvarend. Daar ben ik heel blij mee, maar dat is net iets te voortvarend. Vóór de zomer - dat betekent dat wij daarmee op dit moment al aan de slag zijn - zal ik bekijken welke andere instrumenten naast de campagne van NVM daar een rol in kunnen spelen. Ik zal meewegen of daar convenanten bij passen. Wij moeten de goede krachten altijd blijven bundelen. Dat is de bedoeling van de heer Işik. Wij moeten samenwerken om de slechte dingen die er gebeuren te isoleren. Zo versta ik zijn vraag. Ik kom erop terug of dat via convenanten of via andere vormen van samenwerking moet gebeuren. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik dank iedereen hartelijk voor zijn of haar medewerking aan het vragenuur. Wij danken mevrouw Rajkowski voor haar deelname en haar voorzitten in de afgelopen jaren. Ik wens iedereen een prettige avond. De voorzitter sluit daarop, te 18.06 uur, het vragenuur.

{{Signer1}}

{{Signer2}}

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b5599b16-2675-4388-9874-05f1e70ddae2