20210121 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 21 januari 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 21 januari 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Podt. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Assen, Bijsterbosch, Gilissen, Van Heuven, Kleinrensink, Saiah, Virginia en Vonk. Voorts neemt deel de fractiemedewerker: Van der Graaf. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Eerenberg, Van Ooijen, Verschuure en Voortman. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom allemaal. Ik open hierbij het vragenuur. Er zijn zes sets mondelinge vragen aan de orde. 1. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) en mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) inzake Kerstbomen kunnen een heel stuk circulairder. De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! De fracties van PvdD en Student & Starter blijven zich verbazen over hoe mensen omgaan met kerstbomen. De kerstbomen worden niet als levend en waardevol beschouwd, maar als binnenhuisdecoratie. Deze decoratieve objecten worden echter na zeer korte tijd afgedankt. In Utrecht is op 13 januari jl. een schrikbarende hoeveelheid kerstbomen opgehaald, 200.000 kg. Dat zagen wij op de sociale media.
De gebruikte bomen worden op straat gezet waarna Stadsbedrijven ze ophaalt en verwerkt tot compost. Bij het bericht online is een foto te zien van een trotse wethouder. Wij vinden het natuurlijk te waarderen dat de wethouder zijn handen uit de mouwen steekt, maar wij vinden het jammer dat hij hiermee nadruk legt op het wenselijk zijn van een wegwerpboom. Wij zijn echter wel blij dat de gemeente, conform de motie van de PvdD-fractie M276/2018, ook wijst op duurzamere initiatieven. Onze fractie heeft de volgende vragen. 1. In hoeverre is het college, net als onze fracties, geschokt door het feit dat in onze gemeente minstens 200.000 kg aan bomen is weggegooid? 2. Is het college bereid om een ambitie en een tijdspad te ontwikkelen om de hoeveelheid weggegooide bomen omlaag te brengen, zoals er ook ambities zijn om de hoeveelheid restafval te verlagen? Zo ja, welke ambitie? Zo nee, waarom niet? 3. Welke mogelijkheden ziet het college om het gebruik van circulaire (adoptie)kerstbomen te vergroten, bijvoorbeeld door meer verkoopplekken in de openbare ruimte aan te wijzen voor circulaire bomen, Stadsbedrijven in te zetten bij het vervoer van adoptiekerstbomen of om ter herplant wegwerpbomen met kluit gescheiden op te halen? Is het college bereid om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten? Zo nee, waarom niet? 4.
Is de wethouder bereid om in januari 2022 net zo breed glimlachend te poseren bij het terugplaatsen van circulaire bomen en om deze foto via de gemeentelijke communicatiekanalen
Vragenuur van 21 januari 2021 te laten zien om het bestaan en het belang van adoptiebomen te stimuleren en om dit voortaan na te laten bij bomen die worden weggegooid? Zo nee, waarom niet? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. In november jl. werd gezegd dat dit jaar de verkoop van kerstbomen extra groot zou worden omdat veel mensen vanwege corona kerstmis thuis zouden vieren en daarom een kerstboom in huis hebben gehaald. Wij halen de bomen op omdat wij ze kunnen verwerken tot compost of bodemverbeteraar. Dat is niet ideaal, maar daarmee wordt voorkomen dat ze worden gedumpt of restafval worden. Wij zoeken naar alternatieven. Ik heb dat gedaan naar aanleiding van een motie van de heer Van Heuven. Het is uiteindelijk aan de Utrechters zelf of ze al dan niet een kerstboom in huis halen. Het antwoord op vraag 2. Wij brengen het feit onder de aandacht dat er alternatieven zijn, zoals een adoptieboom. Wij verstrekken echter geen instructies over hoe met kerstbomen moet worden omgegaan. Wij doen er alles aan om de kerstbomen op een goede manier te verwerken en om ze gescheiden in te zamelen. De gemeente vindt het lastig om daar een stevige invloed op uit te oefenen. Ze wijst de inwoners van Utrecht echter op alternatieven. Het antwoord op vraag 3. Er zijn verschillende soorten kerstbomen verkrijgbaar. Wij communiceren daarover.
Wij vragen de mensen om zich te bezinnen eer zij eraan beginnen. Als mensen een kerstboom kopen, doen zij dat op grond van hun eigen verantwoordelijkheid. Het herplanten van kerstbomen is niet eenvoudig. Zelfs het herplanten van kerstbomen die een kluit hebben, lukt vaak niet omdat de wortels niet sterk genoeg of te kort zijn. De duurzaamheid van verschillende soorten kerstbomen is ook afhankelijk van hoe ze worden getransporteerd, maar waarom dat zo is, is niet helemaal duidelijk. Het antwoord op vraag 4. Men vraagt of ik bereid ben breed glimlachend met een adoptieboom te worden gefotografeerd. Dat wil ik graag doen. Ik ben met de mensen van Stadswerken op pad gegaan om ze een hart onder de riem te steken. Ik heb echt meegewerkt. Het was hartstikke leuk. In Groenekan, bij De Groene Kans, kan men een kerstboom adopteren. Doe dat volgend jaar allemaal. De keuze blijft aan de inwoners van de stad. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zullen allemaal controleren of die brede glimlach er zal zijn. Dat was een duidelijke toezegging. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Ik ben heel benieuwd welk duurzaam beleid de gemeente hanteert voor de kerstbomen in de eigen gebouwen. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dat is een goede vraag, maar ik heb er nu geen antwoord op. De VOORZITTER: Wethouder, misschien kunt u het antwoord de heer Virginia nog nasturen.
De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Het is fijn dat hij volgend jaar wil poseren en dat hij de medewerkers een hart onder de riem heeft gestoken. Dat waardeer ik enorm. Ik vind het wel jammer dat hij niet is ingegaan op de vraag hoe wij de hoeveelheid weggegooide bomen omlaag kunnen krijgen, zoals er ook ambities zijn op het gebied van restafval. Het omgaan met restafval is een vrije keuze. Ik ben benieuwd of de wethouder kan toezeggen om een poging te doen het aantal bomen omlaag te brengen. Dat hoeft niet binnen nu en een jaar, maar wel binnen een klein aantal jaren. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat het goed is om aandacht te schenken aan mogelijkheden om mensen op mogelijkheden daartoe te wijzen, maar de animo om een kerstboom in huis te nemen - vanwege corona is men veel thuis geweest - bleek groter dan normaal te zijn. Dat gegeven is tegengesteld aan wat de heer Van Heuven zegt. Wij hebben daar op dit moment geen doelstellingen over opgenomen. Laten wij eerst aandacht schenken aan de mogelijkheden die er zijn om dit duurzaam te doen. Dat heb ik zojuist met een oproep gedaan. Wij moeten bekijken hoe dit soort dingen zich de komende jaren ontwikkelt.
2
Vragenuur van 21 januari 2021 2. Vragen van de heer Van der Graaf (ChristenUnie) inzake Verkeersprojecten zuidelijke binnenstad 2.0. De heer VAN DER GRAAF (ChristenUnie): Voorzitter! Sinds een aantal jaar leidt de gemeente met het oog op de veiligheid op de openbare weg voetgangers en fietsers om werkzaamheden heen. Vaak gaat dit goed. Wij zien veel verbeteringen, maar het gaat soms verkeerd. Daarnaast zorgt corona voor een extra uitdaging omdat er genoeg ruimte moet zijn om elkaar te kunnen passeren. In Utrecht Zuid wordt gewerkt aan de Tolsteegbarrière. Er zijn veel werkzaamheden gepland bij De Helling. De ChristenUnie-fractie heeft daarover de volgende vragen. 1. Op welke manier maakt het college met het oog op corona de afweging fietsers en voetgangers wel of niet langs werkzaamheden te leiden? 2. Op welke manier is deze afweging gemaakt bij de projecten Tolsteeg en De Helling? Bij het project Tolsteegbarrière kunnen voetgangers en fietsers de werkzaamheden weliswaar passeren, maar er is niet voldoende ruimte om dit coronaproof te doen. Wij snappen dit dilemma, maar de ChristenUnie-fractie vindt het belangrijk dat juist tijdens deze pandemie men aandacht moet hebben voor loop- en fietsroutes die voldoende breed zijn omdat in deze tijd veel Utrechters daar gebruik van maken. 3.
Welke mogelijkheden ziet het college om te voorkomen dat mensen elkaar op te korte afstand moeten passeren? 4. Op welke manier beoordeelt het college tijdens deze coronapandemie of er tijdens werkzaamheden genoeg ruimte overblijft voor voetgangers en fietsers om elkaar te passeren? 5. Kan de wethouder toezeggen om tijdens deze pandemie extra aandacht te hebben voor het openhouden van looproutes? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord de vragen mede namens wethouder Van Hooijdonk. Het antwoord op vraag 1. Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk fietsers en voetgangers te laten passeren. Wij laten langzaam verkeer uitsluitend passeren als dat op een veilige manier kan. De werkzaamheden moeten op een goede manier worden uitgevoerd. De anderhalvemetermaatregelen zijn van toepassing. Het is een ingewikkelde puzzel, zeker voor de Tolsteegbarrière. Wij zetten met betrekking tot de anderhalvemetermaatregel in door het werkterrein zo klein mogelijk te maken. Ook het inzetten van verkeersregelaars, het instellen van éénrichtingverkeer voor voetgangers en fietsers, het plaatsen van informatieborden, het met ondernemers in gesprek gaan om het trottoir zoveel mogelijk obstakelvrij te maken en het tijdelijk verwijderen van autoparkeerplaatsen en straatmeubilair is aan de orde.
Als de veilige 1,5 meter voor voetgangers en fietsers niet kan worden gewaarborgd, sluiten wij de weg af en maken wij - ook voor fietsers en voetgangers - een omleidingsroute. Het antwoord op vraag 2. Het werken aan de Tolsteegbarrière begon in oktober jl. De eerste maanden is gewerkt zonder veel beperkingen voor fietsers en voetgangers, maar vanaf 11 januari jl. worden op de Tolsteegbrug de betonplaten verwijderd. Voor het uitvoeren van die werkzaamheden hebben wij overwogen de brug helemaal af te sluiten, maar dat hebben wij toch maar niet gedaan omdat een afsluiting een opeenhoping van mensen en lange omrijroutes zou bewerkstelligen. Wij hebben twee routes gemaakt, één langs het Louis Hartlooper Complex en de andere langs de westkant van het plein waarvan de vrije ruimte steeds minstens 1,5 meter is. Bij de helling is ter hoogte van het in aanbouw zijnde hotel een afsluiting voor het autoverkeer gemaakt. Alleen autoen bestemmingsverkeer is mogelijk. Voor voetgangers en fietsers is er ruimte om elkaar veilig te passeren. Het antwoord op vraag 3. Naar aanleiding van onze eigen waarnemingen en berichten van omwonenden hebben wij begrepen dat in de praktijk de routes soms anders werken dan verwacht. Daarom heeft de aannemer waar mogelijk kunststof rijplaten neergelegd om het voetpad breder te maken. Om de looprichting aan te geven, zijn pijlen aangebracht.
Daarom is er nu eenrichtingverkeer. Wij blijven de situatie monitoren. Wij verkennen de mogelijkheden om in het weekeinde, als de aannemer niet aan het werk is en er geen verkeersregelaars zijn, ook een extra looproute dwars door het werk te maken. De werkzaamheden zullen zijn afgerond rond maart a.s. Bij de helling is de doorgang tot aan de tijdelijke sluis breed genoeg om de afstand van 1,5 meter te waarborgen. De
3
Vragenuur van 21 januari 2021 sluis zelf is kort. Door het ruime zicht kunnen voetgangers beslissen of zij doorlopen dan wel eerst een tegenligger laten passeren. Ook voor fietsers is het mogelijk voldoende afstand te houden. Het antwoord op vraag 4. Voorafgaand aan de werkzaamheden beoordelen wij de situatie op basis van door de aannemers aangeleverde tekeningen van de werkzaamheden alsmede een schouw buiten. Als in de praktijk de maatregelen soms anders werken dan verwacht, passen wij die indien mogelijk aan. Het antwoord op vraag 5. Volmondig "ja". De heer VAN DER GRAAF (ChristenUnie): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Eerst hadden wij ook vragen over de Maliebrug. De houten constructie zou in februari a.s. worden verwijderd. Recent ontvingen wij het bericht dat de Maliebrug volledig is afgesloten voor voetgangers en fietsers. Wat is daar de reden van? Is de wethouder bereid om die afsluiting te heroverwegen? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! De afsluiting is helaas noodzakelijk. Sinds vanochtend is er sprake van een stremming voor voetgangers en fietsers. Dat is onderdeel van de herinrichting van het Malieblad. Op de brug zijn vanochtend platen verwijderd waardoor de brug voor alle verkeer moet worden afgesloten. In de loop van de middag is de brug alweer toegankelijk gemaakt voor voetgangers. Er is beperkt ruimte. Fietsers kunnen er niet langs.
Wij plaatsen extra borden waarmee wij voetgangers attenderen op het houden van voldoende afstand tot elkaar. De stremming van de brug voor fietsers en gemotoriseerd verkeer duurt uiterlijk tot 8 maart a.s. Wij spannen ons ervoor in om de stremming eerder op te heffen, maar of dat kan, hangt af van de snelheid waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd. Wij doen ons best. 3. Vragen van de heer Vonk (GroenLinks) en mevrouw Assen (PvdA) inzake Omgang met dak- en thuislozen in coronatijd. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Wij horen iedereen met respect te behandelen en te bejegenen. Dat geldt ook voor iemand die dak- of thuisloos is. Wij zagen gisteren een bericht op Instagram over spullen van een dakloze man met daarbij de tekst "Aanvang dienst. Het wakker maken van een dakloze man. Natuurlijk hebben wij hem verzocht zijn rommel op te ruimen". Dit bericht stond in het account van de politie Utrecht Centrum. Het is een uitspraak die volgens de fracties van GroenLinks en PvdA ongewenst is. Het is een geluid over politie en handhavers dat wij de laatste tijd vaker horen. Deze opmerking geldt niet voor alle politieagenten en handhavers. Er zijn er genoeg die de menselijke maat hanteren. 1. Deelt de burgermeester de mening van de GroenLinks-fractie dat dit niet de manier is hoe in Utrecht moet worden omgegaan met mensen die dak- of thuisloos zijn? 2.
Heeft de politie richtlijnen over het gebruik van sociale media? Zo ja, welke? Thuisloze jongeren die ‘bankhoppen’ lopen het risico dat ze adressen kwijtraken omdat ze vóór 20.30 uur binnen moeten zijn. 3. Zijn door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld om in verband met de avondklok verruiming van de opvang te realiseren? Zo ja, waar bestaan die uit? 4. Heeft de wethouder een beeld van het aantal jongeren dat nu "bankhopt"? Is hij het met de fracties eens dat zij het risico lopen dat deze jongeren hun slaapadressen kwijtraken? Zo ja, welke ruimte is er om te voorkomen dat deze jongeren op straat belanden? Wij horen dat de opvang voor dak- en thuislozen sinds het uitbreken van de coronacrisis op knappen staat. De opvanglocaties NoiZ, Herstart en SleepInn zijn vol. De locatie op de Stadhuisbrug stroomt over. Hostel Strowis biedt onderdak aan twintig dak- of thuislozen. 5. Herkent de wethouder deze situatie? Zo ja, is hij voornemens te zorgen voor méér opvangplekken? Hoe wil hij dat doen? 6. Kan de wethouder toezeggen dat er genoeg slaapplaatsen zijn voor mensen die normaal gesproken buiten slapen, maar die nu er een avondklok is toch binnen willen slapen? De VOORZITTER: Dames en heren! Het beantwoorden van deze vragen gebeurt door middel van een duo-presentatie. Eerst zal de burgemeester reageren en vervolgens wethouder Van Ooijen.
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik wil graag de eerste zin van deze mondeling gestelde vragen onderstrepen, namelijk dat wij iedereen in onze samenleving met respect moeten behandelen en bejegenen. Daar ben ik het zeer mee eens. Over de post van de politie op Instagram
4
Vragenuur van 21 januari 2021 hebben wij contact gehad met de politie. Die post is onhandig geformuleerd. Dat komt omdat de context van wat er aan de hand was ontbrak. De post had geen kwade bedoelingen. De diender wilde alleen laten zien wat het werk van een agent inhoudt, maar als iemand niet weet waarom de dakloze man die er lag te slapen werd gevraagd om weg te gaan - namelijk omdat er een moeder was die met haar kindje in de speeltuin waar dit gebeurde wilde spelen - raakt men gemakkelijk het spoor kwijt. Voor ons allemaal, dus ook voor de politie, is het belangrijk dat men, voordat een tweet of een post wordt geplaatst, eerst nadenkt of die de bedoeling weerspiegelt. Wij moeten vaststellen dat het ons allemaal wel eens overkomt dat dit niet helemaal goed gaat. Respect is nodig. Er werd door de politie geacteerd op een melding van een wijkbewoner. Op basis daarvan heeft men de persoon vriendelijk gevraagd of hij wilde vertrekken. Er zijn richtlijnen. Er is voor politieagenten een kader hoe met sociale media moet worden omgegaan. De politie heeft daarin verscheidene doelen opgenomen, bijvoorbeeld het oproepen van getuigen. Een ander doel is het inzicht geven in de werkzaamheden van de politie of het uitleggen waarom bepaalde werkzaamheden worden gedaan. Zoals gezegd, in dit specifieke geval ontbrak de context.
Als iemand zo'n post koud op zijn dak krijgt, leest hij of zij daar andere dingen in dan zijn bedoeld. Dat vindt volgens mij ook de politie heel vervelend. Op Eerste Kerstdag was ik bij één van de instellingen. Ik was daarvan diep onder de indruk. Wethouder Van Ooijen neemt alle andere vragen over het - overigens zeer goede daklozenbeleid in Utrecht voor zijn rekening. De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Voordat ik op de overgebleven vragen inga, wil ik kort iets zeggen over de druk op de opvang, waar de vragensteller in vraag 5 op hint. Op dit moment is de druk op de opvang inderdaad bijzonder hoog. Dat is een uitdaging waar de gemeente als hulpverleningsorganisatie samen met de professionals voor aan de lat staat. Er melden zich individuen en groepen die wij tot nog toe niet hebben gezien. Wij zien een toename van EUarbeidsmigranten. Het beeld in Utrecht wijkt niet fundamenteel af van dat van de andere G4 gemeenten. Wij zoeken versneld uit wat hier precies achter steekt en wat wij moeten doen om deze nood te ledigen. Het antwoord op vraag 3. Het Rijk heeft gezegd dat in 2021, net als in 2020, voor de maatschappelijke opvang coronacompensatiemiddelen beschikbaar worden gesteld. De omvang is nog niet bekend, maar wij gaan ervan uit dat dit goed komt. Wij zijn hierover met het Rijk in gesprek. Het antwoord op vraag 4. Er zijn om en nabij 100 jongeren die bankhoppen.
Deze jongeren worden gesteund en aangemeld door Stadsteam Back Up om op één adres te verblijven. Werk en Inkomen en de pilot Aanpak dak- en thuisloze jongeren en jongvolwassenen denken in het bijzonder mee over de vraag welk maatwerk wij deze jongeren moeten bieden. Een ander deel van de bankhoppende jongeren mag pas laat in de avond naar binnen, na de avondklok. De mensen die dakloos zijn, vormen daarom een noodzakelijke uitzondering op de avondklok. Wij onderzoeken samen met Stadsteam Back Up hoe wij deze jongeren kunnen steunen door hen de noodzakelijke verklaring mee te geven. Het antwoord op vraag 5. Daar ben ik eigenlijk mee begonnen. Ik herken deze situatie zeker. Wij worden geconfronteerd met een druk die wij de afgelopen periode niet hebben gezien en die ook van een andere orde is dan die er in het voorjaar was. Er is ook sprake van een toename van de groep ongedocumenteerden die geen tijdelijke slaapplek meer hebben die zij voorheen wél hadden. Misschien heeft dat te maken met het feit dat er heel weinig uitreizigers meer zijn vanwege de reisbeperkingen. Daardoor komen meer mensen illegaal op straat terecht. Omdat van elke groep zich nieuwe personen melden, kennen wij het totale aantal niet precies. Wij zijn nadrukkelijk over deze problematiek in gesprek. Wij hebben de bestaande locaties maximaal opgeschaald, zoals die op de Stadsbrug en aan de Maliebaan.
Er zijn nieuwe locaties in hotels, hostels en op andere plekken. Daar is ruimte gemaakt. De druk is echter nog steeds hoog. Ik sluit daarom niet uit dat wij in de komende periode een nieuwe locatie zullen moeten openen. Het antwoord op vraag 6. De instroom in onvoorspelbaar. Wij bevinden ons in een spannende situatie. Wij kunnen niet garanderen dat op elk moment voldoende slaapplaatsen beschikbaar zijn. Wij trekken alles uit de kast en zetten alle zeilen bij om dat wél te kunnen doen, ook in combinatie met de rijkspartijen.
5
Vragenuur van 21 januari 2021 De VOORZITTER: Dames en heren! Het antwoord was twee keer zo lang als wij normaalgesproken van het college krijgen. Dank daarvoor. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Als voor de bankhoppende jongeren en de echte dak- en thuisloze jongeren een oplossing wordt bekeken, is het dan mogelijk dat men maatwerk biedt? Is daar financieel ruimte voor? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Op dit moment is de compensatie die wij van het Rijk krijgen voor de opvang van groepen ruimhartig. Wij houden daar geen geld van over, maar alles wat wij tot nog toe hebben moeten doen, is gefinancierd. Ik ga ervan uit dat als wij extra middelen nodig hebben, wij die zullen krijgen. De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Dank voor de duo-presentatie en de beantwoording. Ik vind het zelf een beetje lastig dat wij een slapende persoon, een dakloze, wegsturen van een plek, maar ja. Ik begrijp ook de positie van de politieagent. Ik vraag mij af of in het kader van de APV nog steeds wordt gehandhaafd op "Afdeling 2.9 Artikel 2.31, liggen slapen op of aan een openbare plaats". Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik ken dit artikel niet uit mijn hoofd, maar ik wil er het volgende over zeggen. Dit soort wetgeving is er binnen de APV, maar tegelijkertijd is het duidelijk dat de politie probeert om met coulance op te treden.
Het hangt volgens mij van de context af hoe wordt opgetreden. De wethouder heeft gezegd dat er zo veel mogelijk ruimte wordt geschapen, zeker in deze koude tijd, om iedereen die dat wil een plekje te kunnen bieden. Sommige mensen willen of kunnen dat om een bepaalde reden niet. Wij moeten daar heel goed mee omgaan. Het is duidelijk dat daarom rond de avondklok niet voor niets voor deze groep een uitzondering wordt gemaakt. Dat is de mentaliteit waarmee ik een groep bekijk. Volgens mij doet ook de politie dat. 4. Vragen van mevrouw Kleinrensink (GroenLinks), mede gesteld namens mevrouw Podt (D66), mevrouw Admiraal (ChristenUnie), de heer Van der Zweth (PvdA), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Wiegant (SP) inzake Compensatie voor slachtoffers toeslagenaffaire. Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks) Voorzitter! Voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire komt er compensatie. Ook zei staatssecretaris Van Huffelen in het debat dinsdag dat de gemeente van de Belastingdienst de namen kan krijgen. Het lijkt er bovendien op dat gemeenten financieel worden bijgestaan om iedereen te helpen. In Utrecht gaat dat om zo’n 550 mensen. Ook heeft de gemeente Utrecht een bellijn geopend om mensen te kunnen laten bellen om te worden geholpen. 1. Het is cruciaal dat de ouders zo snel mogelijk met een schone lei verder kunnen en hun leven weer kunnen oppakken.
Volgens de Participatiewet mag een gezin maximaal € 12.590,00 bezitten. Hoe zorgt het college ervoor dat mensen in de bijstand hun compensatie vanwege de toeslagenaffaire niet meteen weer kwijtraken? 2. Er is afgelopen maandag gezegd dat de schulden bij de overheid worden kwijtgescholden. Ook private schuldeisers zijn opgeroepen om de schulden kwijt te schelden. Welke acties kunnen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat de schulden ook door andere schuldeisers worden kwijtgescholden? Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Ik vroeg me zelf ook af hoe deze materie in elkaar steekt. Toen ik de afgelopen maandag het nieuws hoorde, was ik daar natuurlijk erg blij mee. Ik kan helder zijn over de eerste vragen, bijvoorbeeld hoe het is geregeld dat men maximaal € 12.590,00 mag bezitten. Het bedrag dat wordt teruggegeven, is hoger. Mogen de mensen dat houden? Het antwoord op vraag 1. Ik kan hier heel helder over zijn. De compensatie voor de groep gedupeerden van de toeslagaffaire wordt voor de bijstand helemaal vrijgelaten. Wij tellen dat geld niet mee als inkomen en ook niet als vermogen. Die compensatie heeft dus geen gevolgen voor het recht op een uitkering. Het Rijk heeft hier een aparte regeling voor gepubliceerd.
Het is belangrijk dat de mensen met de compensatie echt een nieuwe start kunnen maken en dat het geld daarna niet hoeft te worden afgedragen aan schuldeisers of zal worden gekort op de uitkering.
6
Vragenuur van 21 januari 2021 Het antwoord op vraag 2. Deze vraag gaat over private schuldeisers. Wij waren net als de vragenstellers positief verrast door het besluit van het kabinet om alle overheidsvorderingen kwijt te schelden. Hoe de gemeente dat kan doen, wordt nog nader uitgewerkt, maar wij zullen daar zeker aan meewerken. Uiteraard biedt dat geen oplossing voor de schulden aan private schuldeisers en zeker niet voor privéleningen die gedupeerden misschien zijn aangegaan. Het Rijk zoekt nu een oplossing voor de schulden. Private schuldeisers willen niet zomaar kwijtschelden, want zij zijn niet degenen die fouten hebben gemaakt. Dat is de Belastingdienst. Daarom moeten daarover landelijke afspraken worden gemaakt, zodat mensen ook in het geval van private schulden echt worden geholpen. Wij willen dat de mensen echt met een schone lei kunnen beginnen. Inmiddels hebben zich ongeveer 20 inwoners van Utrecht gemeld bij het speciale telefoonnummer. Binnenkort krijgen wij de telefoonnummers van de circa 250 gedupeerde Utrechtse ouders die al bij de Belastingdienst bekend zijn. Wij vragen daar al een hele tijd om. Dat werd tot nog toe geweigerd. Gelukkig zal dat nu wél gebeuren. Wij zullen die mensen zo snel mogelijk benaderen om hulp aan te bieden. De heer SAIAH (D66): Voorzitter! De gegevens komen binnenkort naar de gemeente toe.
Het zou fijn zijn dat daarvan een afschrift of een memo naar de raad komt zodat wij dan op de hoogte zijn. Dat helpt enorm. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Wat moet dan in dat memo staan? De heer SAIAH (D66): Voorzitter! Het gaat mij om de gegevens - de namen en de telefoonnummers - die door de overheid naar de gemeente worden gestuurd. Het zou fijn zijn dat wij allemaal weten dat de gemeente dan contact kan opnemen met de ouders in de gemeente Utrecht die door de toeslagenaffaire zijn getroffen. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik ga ervan uit dat dit heel snel zal gebeuren. Om dan een memo te sturen … Misschien kan ik iets anders voorstellen. Eens per drie maanden is er de dashboardbrief. Ik stel voor dat ik daarin de raad op de hoogte houd hoever wij hiermee zijn. Dan kan de raad volgen hoe het met de mensen gaat. Wij willen graag dat de mensen dit verschrikkelijke hoofdstuk zo snel mogelijk kunnen afsluiten. Dat is dan de beste oplossing. Mevrouw KLEINRENSINK (GroenLinks): Voorzitter! Ik begrijp dat het met de private schuldeisers ingewikkeld is en dat dit landelijk moet worden geregeld.
Ik vraag mij af of er mogelijkheden zijn om daar acties op in te zetten, bijvoorbeeld door te bekijken of er een versnelde schuldenregeling kan komen met private schuldeisers of dat de gemeente kan bekijken of ze een soort preferente schuldeiser wordt waardoor ze de schulden van de mensen overneemt, maar vervolgens niet int. Dat is misschien een iets te technische vraag voor het vragenuur. Wij kunnen nadenken over wat er kan gebeuren als dit punt niet nader wordt opgepakt, terwijl wij hopen dat dit wél gebeurt. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Laat ik daar helder over zijn. Als men mij dit zou vragen, zou ik het het beste vinden als het Rijk die schulden op zich neemt. De Belastingdienst heeft de schulden veroorzaakt. Dan is het logisch dat de problematiek ook daar wordt opgelost. Ik wil de suggestie van mevrouw Kleinrensink wel bekijken, maar ik vind dat het Rijk hier de verantwoordelijke partij is. Wat wij kunnen doen aan de schulden zullen wij doen, maar ook het Rijk moet daartoe verantwoordelijkheid op zich nemen, vind ik. 5.
Vragen van mevrouw Assen (PvdA), mede namens de heer Saiah (D66), de heer Van Deún (PVV), mevrouw Sturkenboom (S&S), de heer Sungur (DENK), mevrouw Streefland (CU), de heer Vonk (GroenLinks), de heer Gilissen (VVD), de heer Van Heuven (PvdD), de heer Wiegant (SP) en de heer Van Steeg (CDA) inzake toename meldingen Veilig Thuis als gevolg van corona; kinderen in kwetsbare thuissituaties in beeld? Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Uit het AD/UN-artikel van donderdag 14 januari jl. "Enorme drukte bij Veilig Thuis in coronatijd: kinderen met slippers op straat in vrieskou" blijkt dat Veilig Thuisorganisaties tijdens de coronacrisis in het hele land het aantal acute meldingen over mensen of gezinnen die niet veilig zijn enorm hebben zien toenemen. Hoewel AD/UN meldt dat in
7
Vragenuur van 21 januari 2021 Gelderland en Flevoland de toename van het aantal meldingen bij 1https://www.ad.nl/binnenland/enorme-drukte-bij-veilig-thuis-in-coronatijd-kinderen-metslippers-op-straat-in-vrieskou~a8e8fa31/Veilig Thuis het grootst is, hechten wij er aan dat wij zeker in het geval van een tweede lockdown - de situatie van kinderen die dit mogelijk betreft goed in beeld hebben en dat wij er alles aan moeten doen om die in beeld te krijgen. Immers, pas dan hulp worden geboden. Ook in het onderwijs worden zorgen geuit over de impact van deze tweede lockdown op kinderen in een kwetsbare thuissituatie. Dat heeft ook te maken met de meldingsbereidheid en met het in staat zijn tot melden als kinderen niet meer op school komen. Meldingen zijn dus minder afkomstig van scholen en moeten meer uit de directe omgeving komen. Veilig Thuis is echter niet bij iedereen bekend. 1. Deelt de wethouder onze zorgen? Zo ja, hoe heeft hij aan deze zorgen uiting gegeven? Hoe heeft hij er in de gemeente, de regio of bij de landelijke overheid acties aan gekoppeld? 2. Wat doet het college om kinderen in kwetsbare thuissituaties in Utrecht goed in beeld te krijgen? 3.
Kan de wethouder zeggen hoe het aantal meldingen bij Veilig Thuis in Utrecht zich sinds het begin van corona ontwikkelt? Wanneer er sprake is van een toename, hoe groot is die dan en hoe wordt daarop ingespeeld? Wanneer er geen sprake is van een toename, welke betekenis wordt er dan aan gegeven? 4. Hoe wordt door de gemeente gemonitord? Kan de wethouder de raad over deze monitoring informeren? 5. Is de wethouder het ermee eens dat in dit geval gemiddelden niet voldoende zijn, maar dat op individueel niveau persoonlijke situaties moeten worden bekeken, zodat ook op individueel niveau interventies gepleegd kunnen worden? Zo ja, hoe gebeurt dat nu? 6. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat de meldingsbereidheid hoog is en blijft en dat Veilig Thuis bij een groter publiek bekend wordt? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Deze vragen genereren aandacht voor dit belangrijke thema aangaande kwetsbare kinderen. Het antwoord op vraag 1. Ik deel absoluut de zorgen over de effecten van corona op gezinnen. Die kunnen zeer ernstig zijn. Mijn team en ikzelf hebben daar gevolg aan gegeven door veel en nauw contact te hebben met alle organisaties in onze stad die werken met gezinnen en met de maatschappelijke voorzieningen in de stad, om snel samen die signalen te bespreken en te bezien wat er naar aanleiding van die signalen moet gebeuren. Het antwoord op vraag 2.
Utrecht kent een aanpak waarbij wij samen met kernpartners, zoals de jeugdgezondheidszorg, samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs, buurtteams, de afdeling leerplicht en jeugdzorgorganisaties, bekijken hoe wij het beste gezamenlijk kunnen communiceren met ouders, vaak via de scholen, en welke manieren van communicatie het meest effectief zin. Een paar voorbeelden. Recent is via de scholen een flyer verspreid over de jeugdgezondheidszorg en buurtteams. Daarin staat wat ouders kunnen doen als ze merken dat ze hulp nodig hebben of omdat ze merken dat de situatie thuis ingewikkelder begint te worden. Vanaf het begin van de crisis is de boodschap daarbij dat mensen niet moeten wachten als ze hulp nodig hebben. Ook leerkrachten houden goed in de gaten of de leerlingen fysiek aanwezig zijn en in de lessen goed opletten, dan wel er niet met het hoofd bij zijn. Uiteraard wordt dan eerst contact opgenomen met de ouders en eventueel ook met de leerplichtambtenaar. Natuurlijk blijft Veilig Thuis beschikbaar voor advies en meldingen, maar wel pas in tweede instantie. In november jl. is er een campagne "Open je ogen" geweest. Alle partners hebben daaraan meegedaan om nogmaals aandacht te vragen voor kindermishandeling en de ernstige effecten daarvan. Het antwoord op vraag 3. In de Utrechtse situatie is sprake van een lichte stijging van het aantal meldingen.
In 2019 zagen wij gemiddeld 206 meldingen per week. In 2020, het coronajaar, waren dat 212 meldingen per week. Als men in de cijfers duikt, kan men een duidelijke stijging zien in de casuïstiek. In de coronatijd zijn er veel meer meldingen gedaan die samen lijken te hangen met de coronacrisis, zoals de oplopende spanningen ten gevolge van sociale isolatie en het thuiszitten. Daarnaast is het aantal adviesvragen in 2020 bijna 5% hoger is geweest dan in 2019. De vragen werden aan Veilig Thuis gesteld door buren, professionals en dergelijke. Het antwoord op vraag 4. Wij hebben wekelijks overleg met alle partners over hoe het gaat en wat zij zien. Daarnaast is er zeer regelmatig contact met Veilig Thuis om te monitoren hoe het aantal meldingen zich ontwikkelt en hoe wij dat kunnen duiden. Wij maken onze partners daar deelgenoot van.
8
Vragenuur van 21 januari 2021 Het antwoord op vraag 5. Ik deel de zorgen van de vragenstellers dat er altijd sprake moet zijn van maatwerk. Dat is de Utrechtse werkwijze. Hulp en steun is geen koekjesfabriek. Wij helpen mensen. Dat begint al bij het kennismakingsgesprek. Wij vinden het belangrijk dat in deze tijd het eerste contact thuis plaatsvindt. De professionals gaan langs bij de mensen thuis. Het antwoord op vraag 6. Ik noemde al de campagne die er eerder is geweest. Naar aanleiding van deze vragen is het goed - ook nu de avondklok aanstaande lijkt te zijn - dat wij opnieuw bekijken of wij een campagne kunnen lanceren om het belang van het in de gaten houden van kwetsbare gezinnen te onderstrepen. De heer GILISSEN (VVD): Voorzitter! Ons bereiken steeds meer signalen dat de wachttijden voor doorverwijzing naar de specialistische jeugdhulp steeds langer worden. Herkent de wethouder die? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Die signalen herken ik. De problematiek wordt in veel gezinnen ernstiger. Die komt ook vaker voor. Dat heeft langere wachttijden tot gevolg. Ook het aantal professionals dat in deze tijd effectief kan werken is helaas minder. Ik zal daarover zeer binnenkort een uitgebreide raadsbrief sturen. Ik deel de zorgen. De heer SAÏAH (D66): Voorzitter! Ook wij hebben de signalen ontvangen die de heer Gilissen noemde. Ik wil een tip meegeven inzake vraag 6.
Veel mensen kennen Veilig Thuis niet of weten het telefoonnummer ervan niet. Op plekken die het meest worden bezocht, zoals supermarkten, kunnen wij posters ophangen. Ik denk dat dit goed zal helpen. De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor deze fijne suggestie. Wij betrekken dit punt in de nieuwe communicatieronde. Mevrouw ASSEN (PvdA): Voorzitter! Op vraag 3 is het antwoord gegeven dat er inderdaad sprake is van een lichte stijging van het aantal adviesvragen. Ik vraag mij af hoe daarop wordt geanticipeerd. Is dat te doen voor de medewerkers? De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Op dit moment kan Veilig Thuis dit aan. Er zijn echter meer mensen ziek, en meer mensen werken nu thuis werken. Als er dan ook kinderen thuis zijn, wordt de situatie ingewikkelder. Het gaat goed. Elk kwartaal krijgen wij van Veilig Thuis de actuele cijfers. Dat betekent dat wij in april a.s. kunnen terugkijken op het eerste kwartaal van 2021. Dat lijkt mij een goed moment om in de coronabrief de raad uitgebreid te rapporteren hoe wij de cijfers duiden. De VOORZITTER: Wethouder, u hebt zojuist tegen de heer Gilissen gezegd dat er een brief over de specialistische jeugdzorg komt. Wanneer komt die? De heer EERENBERG (wethouder): Volgende week. 6. Vragen van mevrouw Bijsterbosch (D66) inzake een inkomen voor sekswerkers.
Mevrouw BIJSTERBOSCH: Voorzitter! Op 9 juni 2020 werd door de D66-fractie in de gemeenteraad een actuele motie ingediend over het regelen van inkomenssteun voor sekswerkers in de ‘besloten prostitutie’ (privéhuizen, escortservices, massagesalons). Zij mogen hun werk niet doen, maar vallen inzake inkomenssteun tussen de wal en het schip. Zij hebben veelal geen andere keuze dan werken via de door de overheid opgelegde opting in-constructie, waardoor zij noch werknemer, noch zpp'er zijn. De wethouder heeft deze motie overgenomen. Hij meldde in de raadsbrief van 3 juli 2020 dat deze groep werkenden een maatwerkoplossing wordt geboden om zich van inkomenssteun te voorzien. Toch blijft de D66-fractie signalen ontvangen dat er dingen zijn die niet vlekkeloos verlopen. De sekswerkers weten niet waar ze terechtkunnen of worden afgewezen als zij aanspraak willen maken op deze inkomenssteun. Dat maakt ons bezorgd. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1. Herkent de wethouder deze signalen?
9
Vragenuur van 21 januari 2021
2. Hoeveel sekswerkers hebben inmiddels van deze inkomenssteun gebruik kunnen maken? Hoeveel zijn er voor deze oplossing afgewezen?
3. Als zij in de knel komen kloppen veel sekswerkers eerst aan bij de Tussenvoorziening. Is de 4. 5. 6.
wethouder bereid om ervoor te zorgen dat de Tussenvoorziening op de afdeling Werk & Inkomen in elk geval één aanspreekpunt krijgt? Wat is de wethouder bereid te doen om bij de sekswerkers die tussen wal en schip vallen deze maatwerkoplossing meer bekend te maken? Eerder is gezegd dat er voldoende ruimte is om van de Participatiewet af te wijken. Wij krijgen berichten over gevallen waarin dat voor deze groep werkenden niet gebeurt. Kan de wethouder daarop reflecteren, desnoods in een brief? Welke andere groepen werkenden heeft de wethouder in beeld die qua inkomenssteun tussen de wal en het schip vallen? Welke acties onderneemt zij voor hen?
Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. De eerste en de tweede vraag wil ik tegelijkertijd beantwoorden. Verzoeken om inkomenssteun komen binnen bij Werk en Inkomen, via de Tussenvoorziening of rechtstreeks. In de coronatijd zijn via de Tussenvoorziening negen verzoeken voor bijstand voor sekswerkers ingekomen. Daarvan krijgen vijf personen een uitkering. Vier zijn niet tot een aanvraag gekomen. Bij het doorlopen van de maatwerkaanvraag en de uitleg van wat nodig is om een aanvraag te doen wordt vervolgens door sommige sekswerkers gezegd dat zij dan geen aanvraag willen doen. Dan gaat het vaak om inkomsten of vermogen; zaken waarover wij wettelijk verplicht zijn vragen te stellen. Andere gemeenten doen dat ook. Voor vergunninghouders van de tippelzone die niet in aanmerking komen voor andere financiële regelingen heeft het college zolang de tippelzone is gesloten een financiële vangnetregeling ingesteld. Op deze regeling hebben tot nog toe vijf sekswerkers een beroep gedaan. Voor deze vangnetregeling is er een vaste contactpersoon. De derde vraag die mevrouw Bijsterbosch stelde, was of wij bereid zijn om ervoor te zorgen dat er op de afdeling Werk en Inkomen voor de Tussenvoorziening één aanspreekpunt komt. Wij hebben vandaag nog met de Tussenvoorziening contact gehad. Men zei te beschikken over vaste contactpersonen.
Er is bij Werk en Inkomen nog één aanspreekpunt. Dat zijn de senioren van het team Nieuwe aanvragen. Het antwoord op vraag 4. Ja, wij zullen bij de Tussenvoorziening de mogelijkheden voor financiële maatondersteuning extra onder de aandacht brengen. Het antwoord op vraag 5. Ik heb deze vraag al beantwoord in mijn antwoorden op de vragen 1 en 2. Alle ruimte die er is, benutten wij. Wij doen dat op dezelfde manier als andere gemeenten, bijvoorbeeld Amsterdam en Deventer. Het antwoord op vraag 6. Het gaat dan om door de coronacrisis getroffen ondernemers die vanwege de toets op het partnerinkomen niet meer in aanmerking komen voor TOZO 2 en TOZO 3, maar die wél met hoge woonlasten hebben te maken. Die doelgroep zal waarschijnlijk onder de door het Rijk aangekondigde TONK-regeling vallen. Daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt. Ik hou u graag via de coronabrieven op de hoogte van de voortgang daarvan. Mevrouw BIJSTERBOSCH: Voorzitter! Ik ben nieuwsgierig, omdat onze fractie wel signalen kreeg dat de opting-in sekswerkers zijn verwezen naar de Algemene Bijstandswet in plaats van naar deze maatwerkoplossing. Ik vraag mij af of de wethouder daarop nog kan reflecteren. Mevrouw VOORTMAN (wethouder): Voorzitter! Ik heb dit punt ambtelijk aangereikt gekregen. Ik neem aan dat wat ik zei, klopt.
Misschien is het handig dat wij kunnen zien over wie de informatie gaat waar mevrouw Bijsterbosch over beschikt. Dat is niet geschikt voor de openbaarheid. Wij kunnen op die manier zien of in dat specifieke geval iets is misgegaan. Er zijn misschien meer van zulke gevallen. Het kan ook zo zijn dat iemand zelf heeft besloten om geen maatwerkaanvraag te doen. Het is vervelend als ergens iets niet helemaal goed gaat en individuen tussen de wal en het schip terechtkomen, terwijl wij dat nadrukkelijk helemaal niet willen. De VOORZITTER: Dames en heren! Dit was het einde van het vragenuur voor vandaag. Ik dank u allen voor de aanwezigheid, voor het stellen van de vragen en voor het kijken. Tot volgende week. De voorzitter sluit hierna, te 17.51 uur, het vragenuur.
10
Vragenuur van 21 januari 2021
{{Signer1}}
{{Signer2}}
11