20210114 vragenuur.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 14 januari 2021 Vragenuur, gehouden op donderdag 14 januari 2021 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Rajkowski. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: Van Dalen, Ferket, Işik, De Pagter, Schilderman, Van Steeg, Sturkenboom en Zwinkels. Voorts nemen deel de fractiemedewerkers: De Boer-Kreeft en Snippe. Namens het college nemen deel: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen en Van Hooijdonk. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Hartelijk welkom allemaal. Ik open hierbij het vragenuur van donderdag 14 januari 2021. In verband met de coronamaatregelen vindt het vragenuur niet in de raadzaal plaats, maar wordt er digitaal vergaderd. Het is ook op Facebook te zien. Iedereen die meekijkt, heet ik van harte welkom. 1. Vragen van de heer De Pagter (VVD), mede namens de leden Schipper (SP), Bosch (PVV), El Abassi (DENK), Bos (SBU), Schilderman (D66) en Işik (PvdA) inzake onterechte parkeerboetes. De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! Uit onderzoek van de NOS blijkt dat Utrecht samen met Rotterdam koploper is in het opleggen van onterechte parkeerboetes. Maar liefst drie op de vier bezwaren die in 2019 werden ingediend, waren terecht.
Volgens het bericht van de NOS zijn veel van de boetes onterecht omdat bij scanauto’s "de menselijke maat" ontbreekt. De scanauto ziet niet of iemand naar de parkeerautomaat loopt dan wel laadt of lost. De fracties van VVD, SP, PVV, DENK, SBU, D66 en PvdA zijn geschrokken van het hoge aantal onterechte boetes. Deze fracties maken zich ook zorgen over de vraag of alleen het topje van de ijsberg bekend is geworden. Veel mensen leggen zich neer bij een parkeerboete of zijn niet in staat bezwaar aan te tekenen. Het opleggen van onterechte boetes moet zo veel mogelijk worden voorkomen. In een memo van 18 juli 2019 heeft het college de raad geïnformeerd over de handhaving door scanauto’s. In dat memo staat dat een controleur op het Stadskantoor altijd nagaat of de boete terecht is. Bij twijfel zal een handhaver ter plaatse gaan kijken. Deze werkwijze is volgens het memo ingevoerd om het aantal onterechte boetes te verminderen. Pas als alle controles uitwijzen dat er geen parkeerbelasting is voldaan, wordt dit aan de BghU doorgegeven. De fracties hebben hierover de volgende vragen. 1. Hoe verklaart het college het hoge aantal onterechte boetes, ondanks de nieuwe werkwijze? Hoe verhoudt het aantal onterechte boetes zich tot het aantal onterechte boetes dat is gegeven in de periode waarin wél ter plaatse werd gecontroleerd? 2.
Bij ongeveer hoeveel van de onterechte boetes is een handhaver ter plaatse geweest om de situatie te beoordelen?
Vragenuur van 14 januari 2021 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Na hoeveel minuten wordt het Nationaal Parkeer Register geraadpleegd? Is er ook een coulanceregeling voor net verlopen parkeeracties, bijvoorbeeld als de scanauto langskomt bij iemand die op het punt staat weg te rijden? Hoe beoordeelt de controleur in het Stadskantoor of er sprake is van laden en lossen dat is toegestaan zonder parkeergeld te betalen? Is het college bereid de controle vanuit het Stadskantoor te verplaatsen naar een controle ter plaatse? Welke andere verbeterpunten ziet het college? Heeft het college al zicht op het percentage onterechte boetes in 2020? Is het college bereid om de raad te informeren over het aantal opgelegde boetes, het aantal onterechte boetes en de verschillende redenen waarom de boetes onterecht zijn? Welke kosten zijn gemoeid met het grote aantal onterechte boetes?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Voor goed begrip van dit onderwerp is het goed om vooraf twee dingen te zeggen. Het artikel gaat over het jaar 2019. Toen was de oude werkwijze nog aan de orde. Als ik de vragen hoor, krijg ik het gevoel dat die gaan over de oude werkwijze. Wij doen dit nu anders. Daarover zijn door raad en college gesprekken gevoerd. Het antwoord op vraag 1. Dat is niet aan de orde. De boetes worden in het algemeen terecht gegeven. Veel bezwaren worden uit coulance gegrond verklaard, bijvoorbeeld als mensen een tikfout maken bij het registreren van het kenteken, als de betaling van een vergunning nog niet is gebeurd, als in een verkeerd rayon wordt geparkeerd of als men op een parkeerplaats staat die is bedoeld voor gehandicapten. Er is dan geen sprake van onterecht opgelegde boetes, maar hebben de betrokkenen niet het oogmerk gehad een overtreding te begaan, bijvoorbeeld als zij vanwege een tikfout niet op een correcte manier hebben betaald. Dit verklaart voor een deel het aantal onterecht opgelegde boetes. Wij proberen deze achtergronden in het systeem te verbeteren, want het zijn geen opzettelijk begane vergissingen. Een aantal daarvan is al verbeterd. Dit bericht ging over 2019. Inmiddels is het 2021. Bijvoorbeeld de rayons, de betalingen en de gehandicapten - drie van de vier oorzaken in de top vier - zijn al in het systeem verbeterd.
Vooral voor de tikfouten hebben wij het ei van Columbus nog niet gevonden. Er is wel ijverig naar gezocht. Het antwoord op vraag 2. Deze vraag gaat over de oude situatie, toen er nog scooters op de straat waren. Wij weten niet exact hoe vaak handhavers ter plaatse zijn. Dat was op dat moment wél het systeem. Dat was nog niet het systeem waarbij wij alles vanuit het stadskantoor deden, zoals nu. Het antwoord op vraag 3. Het Nationaal Parkeer Register wordt onmiddellijk gecheckt, real time. Er is inderdaad een soort margetijd tussen. Er valt geen hakbijl als de auto de foto maakt. Het antwoord op vraag 4. Het laden en lossen wordt geconstateerd door indicaties op beeld, zoals knipperlichten, openslaande deuren en mensen die aan het laden en lossen zijn. Als daarvan allemaal geen sprake is, dan is inderdaad niet te constateren dat er sprake is van laden en lossen. Het antwoord op vraag 5. Wij vinden het onverstandig om terug te gaan naar de oude methode. Dat zou op basis van dit artikel heel merkwaardig zijn omdat dit nog over de oude situatie gaat. Er zijn zeer hoge financiële gevolgen mee gemoeid. Wij werken sinds half november met het huidige systeem. Wij vinden dat wij dit moeten doorzetten en op een goede manier moeten evalueren. Het antwoord op vraag 6. Ik heb al een aantal verbeterpunten genoemd. Wij hebben de voornaamste oorzaken in beeld.
Wij proberen die weg te werken, onder andere door de digitale bewijslast voor mensen beter te ontsluiten. Ook op andere punten worden technische verbeteringen aangebracht die dit soort dingen moeten voorkomen. Het antwoord op vraag 7. Wij hebben nog geen beeld over 2020. Dat zal neerslaan in het handhavingsverslag dat men in de eerste helft van dit jaar tegemoet kan zien. Daar kan men hierover meer informatie vinden. Het antwoord op vraag 8. Wij hebben op deze korte termijn geen inzicht in deze bezwaren. Mevrouw SCHILDERMAN (D66): Voorzitter! Hoe hoopt de wethouder dit te monitoren, om ervoor te kunnen zorgen dat wij zeker weten dat dit met de nieuwe werkwijze niet meer zal gebeuren? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dat dit helemaal niet meer zal gebeuren, kan ik niet beloven. Wij hebben nu al in beeld wat de belangrijkste oorzaken zijn van de gegronde bezwaren. Wij proberen die stapsgewijs terug te dringen. Dat is voor een groot deel al gebeurd. Dat
2
Vragenuur van 14 januari 2021 gebeurt vooral door de selectie van bezwaren die wij kennen goed te onderzoeken op oorzaken om te zien of wij de oorzaken kunnen bestrijden. Bij het terugblikken op 2020 kunnen wij daar in het handhavingsverslag naar aanleiding van deze vragen nog wat zinnen aan wijden. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Dank voor de beantwoording van de vragen. Ik zou graag van het college horen hoeveel tijd het kost om van de auto naar de parkeerautomaat te lopen, omdat op dat ogenblik juist een scanauto langs kan komen. Ik vind het oneerlijk als iemand die naar de parkeerautomaat loopt om te gaan betalen een parkeerboete krijgt. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Voor dat proces rekenen wij tien minuten. De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! De wethouder zegt dat dit systeem op 1 november jl. is ingevoerd. Dat verbaast mij, want dit memo hebben wij gekregen in juli 2019. Zijn in dat jaar al verbeterpunten zichtbaar geweest en zijn in de tweede helft van dat jaar - uit het memo blijkt dat dit is begonnen in juli 2019 - al minder onterechte boetes opgelegd? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Er is gesproken over de gehandicaptenparkeerkaart. Dat was de ontbrekende schakel om helemaal op het nieuwe systeem over te kunnen gaan. Ik kan mij herinneren dat het raadsvoorstel begin dit jaar vanwege corona vertraging heeft opgelopen.
Raad en college hebben een tijdje niet gedebatteerd. Later dan gepland, is dat alsnog gedaan. Daarom is dit wat later gebeurd dan was aangekondigd. Op de vraag wat wij over 2020 weten, heb ik gehoord dat wij nu nog geen overzicht hebben van 2020. De heer De Pagter vraagt daarnaar. Ik heb mevrouw Schilderman zojuist toegezegd dat wij er in het handhavingsverslag sowieso op terugkomen. Mocht in dat jaar iets te zien zijn, dan zal ik vragen om dat in het handhavingsverslag extra te markeren. 2. Vragen van de heer Van Heuven (PvdD) inzake ratten- en muizenvallen. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! De PvdD-fractie kreeg recentelijk signalen over het plaatsen van vele ratten- en muizenvallen in diverse groene gebieden in Overvecht. Naast de Rio Brancodreef/Jamaicadreef, bij de Klopvaart, staan minimaal zeven ratten- en muizenklemmen van Rentokil, groene gifbakken in het groen. In het parkje bij de Einsteindreef/Esmoreitdreef staan er minimaal 12. Zie de meegestuurde foto’s. Er waren ook wat molshopen te zien. Deze hoeveelheid klemmen in de openbare ruimte - zeker in het groen - strookt volgens ons niet met de Aanpak Plaagdierbeheersing die in december 2019 door de raad is aangenomen en die vooral preventieve maatregelen moet steunen. De PvdD-fractie stelt hierover de volgende vragen. 1.
In opdracht van wie zijn deze klemmen op deze locaties geplaatst en voor het doden van welke diersoorten zijn ze bedoeld? Voor ratten, muizen of mollen of ook voor andere dieren? 2. Zijn op deze locaties eerst preventieve maatregelen ingezet en zo ja, welke? Zo nee, waarom staan de klemmen er dan? 3. Als deze klemmen niet door de gemeente zijn geplaatst, is het college dan bereid om uit te zoeken wie ze wél heeft geplaatst, alsmede om de opdrachtgever en degene die ze heeft neergezet hierop aan te spreken zodat dit in de toekomst wordt voorkomen? Zo nee, waarom niet? 4. Hoeveel klemmen en andere dodingmethoden voor ratten, muizen en mollen worden op jaarbasis in opdracht van de gemeente in Utrecht ingezet? Is dit aantal sinds het aannemen van de nieuwe aanpak plaagdierbeheersing afgenomen? Zo nee, welke inzet pleegt het college dan om samen met woningbouwverenigingen, bedrijven en particulieren dat aantal zo spoedig mogelijk terug te brengen op nul? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. De klemvallen op de genoemde locaties zijn geplaatst ter bestrijding van de aanwezige rattenpopulaties. Het antwoord op vraag 2. Overeenkomstig de integrale plaagdierenmethode zijn wij begonnen met een locatieonderzoek op de door u genoemde locaties.
Uit deze onderzoeken zijn geen duidelijke bronoorzaken waargenomen, zoals bijvoorbeeld voedselbronnen en schuilplaatsen. Tevens was de openbare ruimte zowel wat betreft groen als wat betreft zwerfafval beheertechnisch in orde. Daardoor konden wij naast de reguliere beheerwerkzaamheden geen aanvullende
3
Vragenuur van 14 januari 2021 preventieve maatregelen nemen. Gezien de omvang van de al aanwezige rattenpopulatie op de locaties is besloten om klemvallen te plaatsen voordat de situatie uitgroeit tot een plaag met eventuele volksgezondheidsrisico's. Dat is conform het beleid van de nota Plaagdierenbeheersing. Het antwoord op vraag 3. Deze vraag is niet echt van toepassing. In opdracht van de gemeente zijn de vallen geplaatst. Binnenkort zullen wij ten behoeve van de duidelijkheid stickers laten plakken op vallen die in opdracht van de gemeente zijn geplaatst. Dan is het voor iedereen duidelijk dat de gemeente de opdrachtgever is. Vallen waar geen sticker op zit, zijn niet in opdracht van de gemeente geplaatst. Wij hebben de verschillende beheerpartners in de aanpak Plaagdierbeheersing gevraagd met hun eigen stickers hetzelfde te doen. Ook de woningbouwcorporaties hebben gezegd dat te doen. Dat is een stap vooruit. Het antwoord op vraag 4. In 2020 zijn aan het bedrijf twintig opdrachten verstrekt voor het met klemvallen bestrijden van ratten. Het precieze aantal klemmen kan ik niet geven. Dat verschilt per opdracht en kan fluctueren. Het is lastig om aan de hand van het afgelopen jaar iets te zeggen over de gevraagde ontwikkelingen. Dit was het eerste jaar dat wij werkten met de nieuwe aanpak.
Wij zijn samen met partners bezig met de opbouw, bijvoorbeeld de communicatiecampagne. Die is in mei 2020 gestart. Ook is er sprake van een eventueel voederverbod van dieren in de openbare ruimte. Dat willen wij de raad op korte termijn voorleggen. De inzet van de nieuwe aanpakken is om de overlast te verminderen binnen de kaders van het Geïntegreerd Plaagdier Management. Wij verwachten dat wij met het wegnemen van bronoorzaken en via monitoring minder vaak klemvallen en andere dodingmethoden hoeven in te zetten. Het terugdringen van het gebruik van klemvallen naar nul lijkt ons echter niet helemaal realistisch. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Welke mogelijkheden ziet de wethouder nog meer om in alle delen van Utrecht rattenoverlast aan te pakken? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Die methoden hebben wij beschreven in de nota Geïntegreerd Plaagdier Management. Wij zijn volop bezig met de uitvoering ervan. Ik heb al gezegd dat er nog dingen staan te gebeurde, bijvoorbeeld het voederverbod in de APV. Ik noemde net de stickers al. Wij zijn het beleid aan het opbouwen. Wij zullen de raad van de ontwikkelingen op de hoogte houden. Mevrouw SNIPPE (PvdD): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor het beantwoorden van de vragen.
Hij zegt dat het wegnemen van bronoorzaken betekent dat er minder klemvallen zullen worden gezet, maar uit onderzoek blijkt dat de bronoorzaken onduidelijk zijn. Het locatieonderzoek zal dan intensiever moeten worden. De ratten komen niet uit het niets. Is de wethouder bereid om daarvoor te zorgen? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat durf ik niet te zeggen. Men moet zich voorstellen dat bij deze methode de gemeente eerst zelf de bronoorzaken bekijkt en vervolgens het bedrijf de opdracht geeft om nogmaals zo'n onderzoek te doen. Er is al een soort dubbele check geweest. Wij staan altijd open voor verbeteringen. Er is echter zeker geen sprake van schering en inslag dat geen preventieve maatregelen kunnen worden genomen. Dat was in het genoemde geval wél aan de orde. In andere situaties lukt dat vanwege het brononderzoek zeker wél. 3. Vragen van de heer Van Steeg (CDA) inzake Wapens uit de wijk. De heer VAN STEEG (CDA) Voorzitter! De CDA-fractie is geschrokken van de wapenvondst in Transwijk. De politie kwam de wapens op het spoor naar aanleiding van een tip van journalisten. De CDA-fractie dankt de burgemeester voor de informatie die zij hierover de raad heeft toegestuurd. De vondst laat zien dat op het vlak van de aanpak van ondermijnende criminaliteit de basis nog niet op orde is.
De CDA-fractie maakt zich zorgen over de impact die deze vondst - en de georganiseerde criminaliteit die ermee gepaard gaat - heeft voor de buurten in Utrecht en Transwijk. Naast een extra inzet op de aanpak van ondermijnende criminaliteit is de CDA-fractie van mening dat er méér kan worden gedaan om de omloop van wapens in Utrecht te beperken. Ieder initiatief om het aantal wapens in de stad terug te dringen, is de moeite waard. De CDA-fractie heeft verscheidene keren aandacht gevraagd voor de problematiek van wapens in Utrecht. Daarbij is de burgemeester gevraagd om een initiatief "Wapens uit de wijk" te
4
Vragenuur van 14 januari 2021 nemen. Dat is een actie waarbij mensen uit de wijken zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen om hun wapens in te leveren. Een vergelijkbare actie leverde in Rotterdam goede resultaten op. Ook in Amsterdam heeft in november vorig jaar een dergelijke actie plaatsgevonden, waarbij jongeren voorlichting werd gegeven en waar breder is ingegaan op de problematiek van het wapenbezit. Burgemeester Van Zanen heeft begin 2019 toegezegd deze actie te zullen starten. Onder verwijzing naar de geldende coronaregels is dit initiatief al verscheidene keren uitgesteld. Burgemeester Den Oudsten heeft gezegd dat van uitstel geen afstel komt, maar dat er vanwege de coronamaatregelen sprake is van praktische bezwaren. De CDA-fractie heeft er begrip voor dat het werk voor de autoriteiten op dit moment uitdagend is. Een vergelijkbare inleveractie werd in de aanloop naar Oud en Nieuw echter wel gestart met betrekking tot illegaal vuurwerk. De CDA-fractie heeft de volgende vragen. 1. Kan de burgemeester zeggen waarom het zolang duurt voordat in Utrecht een inleveractie van wapentuig wordt gestart? 2. Kan de burgemeester zeggen waarom dat in andere steden, nota bene in coronatijd, wel is gelukt? 3.
Kan de burgemeester zeggen waarom er wél een initiatief wordt genomen om vuurwerk in te leveren, terwijl daar in het licht van de coronamaatregelen vergelijkbare bezwaren aan lijken te kleven? 4. Kan de burgemeester zeggen op welk moment een dergelijke actie in Utrecht zal worden georganiseerd? 5. Welke andere maatregelen zal de gemeente nemen om het wapenbezit - met name onder jongeren - terug te dringen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Hartelijk dank. Ik dank ook de heer Van Steeg voor de gestelde vragen. Ik ben het met hem eens dat er inderdaad nog meer kan gebeuren. De wapeninleveractie heeft nog niet plaatsgevonden, maar van uitstel zal zeker geen afstel komen. Om een aantal redenen is deze inleveractie niet vergelijkbaar met de vuurwerkinleveractie. Die konden wij betrekkelijk eenvoudig organiseren. Wij hebben dat gedaan via een commerciële externe partner. Het was een beperkte actie. Die was onvergelijkbaar met wat er zal gebeuren als wapens - die overigens nooit mogen zijn gebruikt voor een ernstig strafbaar feit, dat is een voorwaarde - worden ingeleverd. Dat moet gebeuren in samenwerking met de politie.
De heer Van Steeg heeft terecht gezegd dat vooral de politiekracht die op dit moment noodzakelijk is om te helpen bij het in goede banen leiden van de maatregelen rond de coronapandemie, in ieder geval in Utrecht ertoe heeft geleid dat dit nog niet goed kon worden georganiseerd. Hij zegt terecht dat er andere steden zijn waar andere afwegingen zijn gemaakt, maar er is ook een aantal andere grote steden waar om die reden dezelfde afweging is gemaakt. De uitvoering van een wapeninleveractie vraagt veel inzet van de politiemedewerkers. De werkdruk bij de politie is echt veel hoger dan normaal. Dat punt speelt hier. Dat is een afweging van de driehoekpartner. Ik heb gezien dat de inleveracties in de steden waar die worden georganiseerd heel succesvol zijn. Ook wij moeten dat doen. Ik verwacht niet dat dit al in de komende drie maanden zal gebeuren, maar ik zal samen met de raad ervoor zorgen dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Men moet zich realiseren dat als men dit goed wil doen, dit gepaard moet gaan met een bewustwordingscampagne voorafgaand aan de wapeninleveractie. De uitvoering moet door de politie op de verschillende bureaus worden gedaan. Ik heb hiervoor de politie echt nodig. Ik wij hebben te maken met het feit dat het daar nu heel erg druk is. De heer Van Steeg heeft ook gevraagd welke andere maatregelen worden genomen om het wapenbezit onder jongeren terug te dringen.
Ik wil daartoe verwijzen naar een raadsbrief die de raad op 11 december jl. is toegestuurd. Mijn voorganger heeft een aantal acties opgesomd die nu aan de orde zijn. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor het beantwoorden van de vragen. Ik zou willen dat de scholen bij het inleveren van de wapens worden betrokken. Kan de burgemeester dat toezeggen?
5
Vragenuur van 14 januari 2021 Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat kan ik zeker. Ik denk dat vooral de bewustwordingscampagne - daar gaat het dan om - een plek op de scholen moet krijgen. Dat is de vindplaats voor de jongeren. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ook wil graag van de burgemeester een toezegging krijgen, namelijk of zij bij het bereiken van jongeren ook de online-mogelijkheden niet wil vergeten. Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ook dat is een uitstekende suggestie. Die toezegging doe ik. 4. Vragen van mevrouw Zwinkels (CDA) inzake Korte metten met zwervende sigaretten. Mevrouw ZWINKELS (CDA): Voorzitter! Op maandag 11 januari jl. had de CDA-fractie een online werkbezoek met de initiatiefnemers van PlasticPeukMeuk die tevens verenigd zijn in een klankbordgroep. Zij hebben verschillende projecten opgezet om aandacht te vragen voor de milieuvervuiling die optreedt doordat mensen hun sigaret op straat gooien. Zij zoeken daarbij contact met andere zwerafvalrapers. Wij vinden dat zij bij hun missie steun van de gemeente kunnen gebruiken, want dan werkt men samen aan een schonere, mooiere en gezondere stad. Overigens vinden wij het vrij asociaal als mensen hun sigaret op straat gooien. 1. Deelt het college de opvatting van de CDA-fractie dat het asociaal is om sigaretten op straat te gooien? Zo ja, hoe geeft het daar invulling aan? 2.
Heeft het college in beeld hoe groot het probleem in Utrecht is? 3. Hoe monitort het college dit? Er is een app beschikbaar die zwerfafval identificeert en als data opslaat, zodat ook burgers aan die kennis kunnen bijdragen. Is dit voor de gemeente een kans om aan deze activiteit deel te nemen en om aan deze app meer bekendheid te geven? 4. Welke invloed heeft corona op de mate van de vervuiling die wordt aangetroffen? 5. Hoe wil het college het bewustwordingsproces van dit probleem van de inwoners van Utrecht verbeteren? 6. Welke oplossingen acht het college daartoe het meest kansrijk? In hoeverre is het bereid om mensen op hun gedrag aan te spreken? Op welke voorzieningen in de openbare ruimte zet het college in om dit te voorkomen? 7. Op welke manier wil het college initiatiefnemers, zwerfafvalrapers en andere vrijwilligers bij hun acties steunen? Kan het college toezeggen te helpen bij het organiseren van zulke activiteiten als deze mensen daartoe een beroep op de gemeente doen? 8. Kan de wethouder toezeggen om dit onderwerp ook onderdeel te maken van de eerder toegezegde brief over de zogeheten hotspotbenadering van het zwerfafval in de stad? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de vragen van mevrouw Zwinkels kan ik zeggen dat wij het sigaretten op straat gooien beschouwen als ongewenst gedrag.
Op de vraag hoe wij daar invulling aan geven, kom ik terug bij het beantwoorden van de volgende vragen. Het antwoord op vraag 1. Wij zien in het straatbeeld veel weggegooide sigarettenpeuken. Het antwoord op vraag 2. Het is een grote ergernis, vooral omdat peuken moeilijk op te ruimen zijn en lang blijven liggen. Het antwoord op vraag 3. Wij laten de openbare ruimte dertien keer per jaar schouwen door externe experts om te bepalen of wij de afgesproken kwaliteitsniveaus halen - geen zesjes, maar zevens. Peuken vallen binnen deze monitoring in de categorie veegvuil. Er wordt niet apart gerapporteerd over de hoeveelheid peuken. Wij zijn bekend met de app. Samen met de leden van de klankbordgroep Utrecht Schone Stad bekijken wij welke mogelijkheden de app Utrecht biedt. Vorige week, in de commissievergadering over de nota Beheer Openbare Ruimte hebben wij gesproken over slimme cameratechnologie om veegroutes te optimaliseren. Die kunnen peuken nu nog niet apart detecteren, maar in een later stadium zouden wij misschien wat kunnen doet met data van het type afval dat wordt opgeveegd. Zover zijn wij op dit moment echter niet. Het antwoord op vraag 4. Er is geen directe invloed van corona op de totale hoeveelheid peuken. Peuken liggen vooral op plekken waar het druk is. In de coronaperiode zijn er ook andere locaties dan onder gewone omstandigheden.
Over de invloed van corona via zwerfkapjes hebben wij al eerder gesproken, ook in het vragenuur. Het antwoord op vraag 5. Het afgelopen jaar zijn wij met de klankbordgroep Utrecht Schone Stad al bezig met het thema peuken. Leden van de klankbordgroep hebben meegedaan aan de
6
Vragenuur van 14 januari 2021 landelijke peukenopruimdag. Wij zijn ook in gesprek met het peukenmeisje om het probleem in Utrecht onder de aandacht van de mensen te brengen. Het peukenmeisje heeft de duurzame top 100 van dagblad Trouw gehaald. Zij is intussen ervaringsdeskundige op dit gebied en kan ons vertellen hoe wij daar in een communicatieve campagne meer mee kunnen doen. Het antwoord op vraag 6. Onze medewerkers spreken mensen aan op hun gedrag: signaleren, aanspreken en waarschuwen. Mensen laten zich moeilijk bijsturen. Dat is bekend. Een aantal jaren geleden hebben wij in de binnenstad een proef gedaan met speciale peukenpijpen. Die werden nauwelijks gebruikt. Het aantal peuken op straat nam niet af. Ook zien wij dat voorzieningen voor sigaretten vaak ook ander vuil aantrekt. Daarom zijn wij terughoudend met het plaatsen van specifieke voorzieningen in de openbare ruimte. Om het juiste gedrag te stimuleren, hebben de trioafvalbakken in de binnenstad een aparte asbak. Er liggen asbaktegels bij de entree van bijvoorbeeld Hoog Catharijne. Het antwoord op vraag 7. Het steunen van vrijwilligers is dagelijkse praktijk. Wij verstrekken op verzoek knijpers, hesjes en afvalzakken. Ook halen wij ingezameld zwerfvuil op. Nieuwe initiatiefnemers steunen wij inderdaad waar mogelijk ook.
Wij zullen de initiatiefnemers van PlasticPeukMeuk uitnodigen voor een bijeenkomst met de klankbordgroep Utrecht Schone Stad om samen met andere vrijwilligers de ideeën te bespreken. Het antwoord op vraag 8. Ik zal in de brief over de hotspots ook aandacht besteden aan het peukenprobleem. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! De wethouder zegt dat in drukke gebieden peuken een probleem zijn. Is het een optie wanneer op prullenbakken van de gemeente stickers worden geplakt waarop te lezen is dat peuken niet mogen worden weggegooid? De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik zal de klankbordgroep op de hoogte brengen van de suggestie van de heer Işik. 5. Vragen van mevrouw Ferket (D66) en mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) inzake Werkgevers hebben zorgplicht; thuiswerken is de regel. Mevrouw FERKET (D66): Voorzitter! De aankondiging van het kabinet van een verlengde lockdown komt hard binnen. Een verlengde lockdown is noodzakelijk, maar het is heftig om te beseffen dat het COVID-19 virus ons zo in zijn greep houdt. Het kabinet overweegt strenge maatregelen zoals een avondklok. Wij merken dat veel Utrechters zich goed aan de maatregelen houden. Wel maken wij ons ernstige zorgen over de signalen over het vele "kantoorwerken". Nog te veel mensen die geen cruciaal beroep hebben, werken niet thuis, maar gaan naar hun werk.
Signalen gaan ook rond van werkgevers die hun werknemers vragen om naar hun werk te komen. Voor iedereen gelden de basisregels, zoals "werk thuis tenzij het echt niet anders kan", "vermijd drukte" en "houd 1,5 meter afstand". Het thuiswerken is zwaar en voor sommige mensen in kwetsbare thuissituaties onmogelijk, maar het is noodzakelijk om het virus onder de duim te krijgen. Zeker met de nieuwe Britse variant van het virus is het alle hens aan dek. Burgemeester Dijksma stelt in het Algemeen Dagblad van 13 januari jl. dat het college de komende tijd zal overleggen met organisaties en instellingen over thuiswerken. "Wij zullen niet met een vingertje wijzen. Bedrijven weten ook zelf wat het advies is. Wij willen met ze in gesprek over de dilemma’s waar ze tegenaan lopen. Wij willen ze op het hart drukken heel kritisch te zijn. Als je geen cruciaal beroep hebt, moet je eigenlijk niet naar je werk komen". Wij steunen dit pleidooi, maar willen de burgemeester vragen nog stelliger te zijn en om niet alleen aan te spreken, maar ook aan te pakken. Werkgevers hebben een zorgplicht en moeten thuiswerken mogelijk maken. Daarom stellen wij de volgende vragen. 1.
Wil de burgemeester in het veiligheidsberaad en bij het kabinet erop aandringen dat de Arbeidsinspectie bij bedrijven en instellingen harder optreedt tegen het structureel op kantoor werken? Wij doelen hiermee op niet cruciale beroepen en zonderen mensen in kwetsbare thuissituaties uit. Welke (on)mogelijkheden voor boetes ziet de burgemeester? Kan de Arbeidsinspectie nadrukkelijk communiceren hoe ze in gevallen van niet-cruciale beroepen optreedt tegen het werken op kantoor? 2. Hoe kunnen werknemers melding maken van het verzoek van hun werkgever om op kantoor te werken? Kan dit nadrukkelijk worden gecommuniceerd?
7
Vragenuur van 14 januari 2021 3. 4. 5.
Wil het college toch meer met het vingertje wijzen en bedrijven en organisaties stevig toespreken als wordt geconstateerd dat toch op kantoor wordt gewerkt? Hoewel wij vinden dat het kabinet harder moet optreden en een thuiswerkplicht met stevige handhaving moet verzorgen, vragen wij ons af wat de gemeente kan doen op het gebied van melden en controle. Is het college bereid om via partners in de stad (MKB Nederland, Utrecht Development Board, Economic Board Utrecht, Health Hub Utrecht) organisaties positief aan te sporen?
Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dank voor de vragen. Wat een onschuldige vraag op een raadsinformatiebijeenkomst niet allemaal teweegbrengt. Het is misschien goed eerst te schetsen wat precies het kader is rondom het thuiswerken. Thuiswerken is eigenlijk al sedert de eerste lockdown het dringende advies van het kabinet, maar het is alleen een advies, geen wettelijke of harde juridische verplichting, bijvoorbeeld op basis van de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 en bijbehorende regelingen. Dus kunnen er geen boetes of sancties worden opgelegd. Het is ook in dat licht dat het kabinet - met het Britse virus op de loer - nadenkt over andere maatregelen die wél juridisch verplichtend zijn. Wij zijn er daarom echt afhankelijk van of mensen waar zij kunnen zoveel mogelijk de adviezen opvolgen. In dat licht heb ik mijn opmerkingen gemaakt. Deze problematiek is eerder al in het Veiligheidsberaad besproken. Wij hebben gezien dat het op de weg nog steeds druk is. Bij veel kantoren staan auto's. Dat verschijnsel leidt tot de vraag of iedereen die zich aan het advies zou kunnen houden, daarmee al is begonnen. Die discussie hebben wij gehad.
Als mensen zich onterecht verplicht voelen om naar hun werk te gaan, terwijl zij zich daarbij heel ongemakkelijk bij voelen of zelf tot een risicogroep behoren, bijvoorbeeld omdat zij van nature longklachten hebben, kunnen zij terecht op de website van de Inspectie SZW. Op deze website is een formulier waar mensen bij klachten of signalen een melding kunnen doen over de veiligheid op de werkplek of over de omstandigheden waarin zij moeten werken. Dat is een route die werknemers kunnen kiezen. Ik ben niet zo van het opgestoken vingertje - ik zie sommige mensen opgelucht ademhalen - maar het advies is helder. Dat wordt door het kabinet al maandenlang gezegd. Wat ik heb geprobeerd te doen, is voor degenen die het kunnen, te onderstrepen dat van het belang is zich daaraan te houden. Ik begrijp heel goed dat er ook situaties zijn waarin dat niet kan, bijvoorbeeld omdat mensen een cruciaal beroep hebben of omdat de productie erom vraagt, maar daarover ging de oproep niet. Het is belangrijk om vast te stellen wie er regulier zijn. Wethouder Verschuure weet dat. Het voltallige college heeft contacten met het bedrijfsleven. Het zal die gebruiken om over alle adviezen, waaronder deze, voortdurend het gesprek te blijven voeren. Het is wél menens. Als het Britse virus in Nederland toeslaat, zijn wij nog niet jarig. Daarover maken wij ons allemaal veel zorgen.
Die zorgen wil ik graag met de raad delen. Zo moet de raad mijn eerdere opmerkingen hierover zien. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor het beantwoorden van de vragen. De VVD-fractie staat achter de oproep van de minister-president om zo veel mogelijk thuis te werken. Wij zijn blij met de actie van de burgemeester, maar welke maatregelen kan zij nog meer nemen? Er worden al veel maatregelen genomen, onder andere door het midden- en kleinbedrijf in Nederland, maar wat kan de burgemeester nog doen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Het blijft het doen van een moreel appel. Dit zijn geen adviezen die juridisch afdwingbaar zijn. Dat is niet voor niets. Wij gaan uit van enerzijds het gezonde verstand en anderzijds de loyaliteit die veel mensen hebben jegens ons allemaal, door te doen wat in hun vermogen ligt. Dat is wel heel zwaar. Dat is nu te merken aan de samenleving. De rek is er een beetje uit. Ondernemers staat het water na aan de lippen. Het is belangrijk om te zeggen dat ik dat begrijp - heel goed zelfs - maar ik adviseer de mensen om zich aan de adviezen te houden.
De heer DE BOER-KREEFT (Stadsbelang Utrecht): Voorzitter! Zijn de gemeente en haar partners juridisch aansprakelijk op grond van de Arbowet als een medewerker ziek wordt door nalatigheid van de werkgever, in dit geval de gemeente? Is daar onderzoek naar gedaan? Wat zijn de uitkomsten daarvan?
8
Vragenuur van 14 januari 2021 Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! De heer De Boer overvraagt mij. Ik ben geen expert op het terrein van het arbeidsrecht. Als een werknemer zich niet prettig en comfortabel voelt omdat er sprake is van onveiligheid in zijn of haar situatie op de werkplek, kan een melding bij de Arbeidsinspectie worden gedaan. Daar is bij SZW een speciale website voor. Op basis daarvan wordt eventueel actie ondernomen. Dan kan het zijn dat de Arbeidsinspectie ingrijpt. Of dat leidt tot een juridische aansprakelijkheid in geval van ziekte, kan vooraf niet worden bepaald. Ik durf dat niet te zeggen. In sommige situaties kan daar misschien sprake van zijn, maar dat hangt echt af van de omstandigheden. Dit is helemaal nieuw. Dat moeten wij ons realiseren. Ik weet niet of daarover jurisprudentie bestaat. Mevrouw STURKENBOOM (Student & Starter): Voorzitter! Wij zijn benieuwd of de burgemeester bereid is om via informatiekanalen en sociale media de werknemers erop te wijzen welke mogelijkheden zij hebben als zij ervaren dat er druk op hen wordt uitgeoefend om naar kantoor te komen terwijl zij liever thuis zouden werken. Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Daar moet ik echt even over nadenken. Wat wij via onze sociale mediakanalen proberen te doen, is vooral het zo duidelijk mogelijk in beeld brengen van de adviezen.
In dit land zijn altijd nog uitstekend georganiseerde vakbonden. Die zijn voortdurend bezig met het behartigen van de belangen van werknemers. Zij gebruiken hun kanalen wel degelijk om dit bekend te maken. Ik wil gezegd hebben dat mijn oproep eerder juist níet was bedoeld om met een beschuldigende vinger mensen aan te wijzen. Ik vind het niet goed om dit debat in zo'n sfeer te voeren. Ik denk dat er veel mensen zijn die wel degelijk in staat en bereid zijn om dit type adviezen uit te voeren. Soms hebben wij allemaal even een reminder nodig. Dat is vaak een net wat meer sympathieke aanpak dan het meteen erop ingaan. Ik vraag om dat niet van mij te vragen. De heer IŞIK (PvdA): Voorzitter! Is de burgemeester bereid om een stevige controle te laten uitvoeren bij banken en bij verzekeringsmaatschappijen en dergelijke, dus dat een stevige controle wordt uitgevoerd om te zien of er mensen aan het werk zijn? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat kan ik helaas niet toezeggen. Wij hebben daar geen enkele juridische basis voor. Zoals ik in de antwoorden op de vragen van mevrouw Ferket is gezegd, is ook dit een advies. Er is geen wettelijke basis om dit af te dwingen. Ik heb mijn handhavers heel hard nodig ten behoeve van allerlei andere domeinen, bijvoorbeeld om op straat de anderhalve meter regel te controleren. Die kunnen wij wél afdwingen.
Wij moeten ook kunnen ingrijpen op momenten waarop mensen dingen doen die grote risico's voor de samenleving met zich meebrengen vanwege de verspreiding van het virus. Om dan mensen in te zetten terwijl daar geen juridische basis voor is terwijl zij nog veel andere dingen te doen hebben, is onverantwoordelijk. Ik kan wat de heer Işik vraagt niet toezeggen. Ik wil dat zelfs ontraden. Mevrouw FERKET (D66): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de heldere beantwoording. Het is geruststellend dat de burgemeester niet per se met het vingertje wil wijzen. Het blijft echter onbegrijpelijk dat aan een zeer zware maatregel als een avondklok wordt gedacht. Wij hopen dat de burgemeester daar stevig tegen wil pleiten en dat als een allerlaatste redmiddel ziet. Er werken nog steeds veel mensen op kantoor. Ik begrijp dat thuiswerken op dit moment niet juridisch afdwingbaar is. Het is ingewikkeld, want ook de Arbeidsinspectie zegt op haar eigen website dat er een zorgplicht is. Het is wachten op de jurisprudentie. In België is een attest nodig als mensen op kantoor werken. Daar worden wel degelijk boetes uitgedeeld. Wil de burgemeester nadenken over wat zij kan doen om juridische afdwingbaarheid toch mogelijk te maken voor werknemers die het beleid toch niet helemaal hebben begrepen? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Voor een deel is wat mevrouw Ferket aanroert een Haags debat.
Dat is verleidelijk, omdat ik in Den Haag heb gewerkt. Ik weet echter juist daarom dat Den Haag niet het podium is waar wij ons nu op begeven. Mevrouw Ferket noemt de avondklok. Ik heb al eerder gezegd dat ik denk dat het goed is om in uw midden - en niet alleen in de media - te zeggen dat ik dat inderdaad een middel vind dat alleen moet worden ingezet als het niet anders kan. Wij moeten heel zeker weten dat daarmee aan de Britse mutant van het virus een mokerslag wordt uitgedeeld, omdat een avondklok een
9
Vragenuur van 14 januari 2021 ongelofelijk grote impact op de samenleving zal hebben, nog los van de vraag hoe wij dat moeten handhaven. Ik maak mij daarover ernstige zorgen. Ik sta daarin niet alleen. Ik merk ook dat bij de politie en bij anderen die dit punt juridisch bekijken deze zorgen worden gedeeld. Dat betekent dat wij ons uiterste best moeten doen voor hetgeen wij nu wél kunnen doen, namelijk ervoor zorgen dat het aantal besmettingen zo snel mogelijk omlaaggaat. Daarover zal ook komende maandag het gesprek in het Veiligheidsberaad weer gaan. Dat kan ik u verzekeren. 6. Vragen van de heren Van Dalen (VVD) en Te Hoonte (VVD) inzake Van de Dom blijf je af! De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! In de nacht van 11 op 12 januari jl. hebben activisten een spandoek aan de steigers van de Domtoren gehangen. Begin december 2020 verschenen er beelden van een groep waaghalzen die de steiger beklommen. De VVD-fractie vindt het gevaarlijk dat personen schijnbaar eenvoudig toegang kunnen krijgen tot de bouwplaats van de Domtoren. Deze personen zijn zelfs de steigers opgeklommen. Naar aanleiding hiervan hebben wij de volgende vragen. 1. Hoe waardeert het college deze illegale acties? Is het college bereid om deze acties scherp te veroordelen? 2. Is er schade aan de Domtoren of de bouwplaats ontstaan? Zo ja, hoe groot is deze schade en wordt ze op de beklimmers verhaald? 3.
Welke beveiligingsmaatregelen zal het college nemen om te voorkomen dat personen in de toekomst ongeoorloofd toegang krijgen tot de bouwplaats en tot de Domtoren? 4. Welke andere maatregelen zal het college nemen om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren? 5. Welke bestuurlijke of juridische maatregelen kan en wil het college nog meer nemen met betrekking tot personen die zich zonder toestemming toegang verschaffen tot de Domtoren of tot de bouwplaats daarvan? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Ik wil beginnen met het uitspreken van de stelling: "Van de Dom blijf je af." Dat lijkt mij een goede stelling. Deze vragen beantwoord ik mede namens wethouder Eerenberg. Hij is verantwoordelijk voor ons vastgoed. Daar valt ook de Dom onder. De wijze waarop de Domtoren is gebruikt voor de genoemde actie, met de daarbij behorende schade, keur ik af. Net zo goed als ik dat moet doen bij demonstraties, beoordeel ik daar niet mee of het doel van zo'n demonstratie voor mij sympathiek is of niet. Het gaat puur over datgene wat men heeft gedaan. Er is gelukkig geen schade berokkend aan de Domtoren, maar wel aan de steiger. Het steigernet is op een aantal plaatsen vernield. Er is door het ophangen van het spandoek ook een lamp voor de verlichting van de wijzerplaat beschadigd. De totale materiële schade is € 1.900.
Om die reden heb ik besloten aangifte te doen van het veroorzaken van schade. De beklimmers van de toren zijn opgepakt. De stukken met betrekking tot het verhalen van de schade worden door de politie weergegeven in het dossier ten dienste van het strafproces. Gevraagd is naar de beveiliging van de Domtoren. Voor de bouwplaats van de Domtoren zijn al maatregelen getroffen. Die zijn beter dan die van een gemiddelde bouwplaats. Het gaat daarbij om een bouwschutting van 5 m hoog. Op een aantal plekken zijn daaraan scherpe pinnen vastgemaakt. Er is ook een inklimbeveiliging geïnstalleerd. De aannemer heeft een beveiligingsbedrijf ingehuurd. Zodra iemand ongeoorloofd de bouwplaats betreedt, gaat er een alarm af. Dat wordt bij de politie gemeld. Bij elke melding controleren het bedrijf en de politie de locatie. Samen met de politie worden de huidige beveiligingsmaatregelen opnieuw bekeken. Er is recent al eerder een beklimming geweest. Daarvan is een filmpje op internet gezet. Er zijn toen extra maatregelen genomen om het beklimmen te bemoeilijken. Op een zeker moment wordt een afweging gemaakt van de kosten en wat die opleveren. Men heeft kunnen horen dat een complete set maatregelen is genomen. Als men nog verder gaat, gaat dat direct ten koste van de uitstraling van de Domtoren. Ook dat is een afweging die wordt gemaakt.
De bedoeling is te voorkomen dat mensen op de bouwplaats komen. Wij signaleren dit zodra het gebeurt. Bestuursrechterlijke maatregelen zijn in deze situatie niet mogelijk. De andere maatregelen die wij hebben genomen, heb ik zojuist gemeld. De heer VAN DALEN (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Ik ben blij dat actie is ondernomen. Stel dat iemand naar beneden was gevallen. In hoeverre is de gemeente dan aansprakelijk?
10
Vragenuur van 14 januari 2021 Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dat punt zou ik moeten uitzoeken. Dat durf ik zo niet te zeggen. Dat hangt helemaal af van de omstandigheden. Ook het bouwbedrijf draagt verantwoordelijkheid. Er is een heel aantal maatregelen genomen om mensen te verhinderen om zonder toestemming de bouwplaats - en daarmee de Domtoren - te beklimmen. Zij zijn in overtreding op het moment dat zij dat doen. De VOORZITTER: Dank u zeer. Dames en heren, dit is het einde van het vragenuur. Wij danken de indieners van de vragen. Fijne avond allemaal. De voorzitter sluit daarna, te 17.51 uur, het vragenuur.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
11