11. 19 april 2019 Second opinion Milieudienst DCMR.pdf
Tekst van het document
Parallelweg 1 Postbus 843
Gemeente Utrecht T.a.v. Stadsplateau 1 3521 AZ UTRECHT
3100 AV Schiedam T
010 - 246 80 00
F
010 - 246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
Ons kenmerk
Uw kenmerk
Bijlagen
Datum
99991159881_9999576729
6023097
-
19 april 2019
Contactpersoon
Telefoonnummer
Afdeling
010 - 246
Account en Omgeving
Onderwerp
Second opinion inpassing De Trip B.V. Geachte
,
Op 27 februari 2019 ontving ik uw verzoek om een second opinion te verrichten in het dossier De Trip B.V. aan de hand van een drietal concrete vragen. Ter wille van de overzichtelijkheid ga ik in het vervolg van deze brief separaat in op de gestelde vragen, door per vra ag een antwoord te formuleren. Voor de achterliggende onderbouwing verwijs ik u naar de bijlage bij deze brief. Naar aanleiding van ons conceptadvies heeft u nog aanvullende stukken gestuurd, die betrekking hebben op een melding voor het Activiteitenbesluit uit mei 2018 met de vraag of deze melding invloed heeft op de eerdere beoordeling. Deze vraag is als vierde vraag to egevoegd aan deze brief. 1. Kan het bedrijf na uitbreiding met de aangevraagde bedrijfsactiviteiten in volle omvang (dus uitgaande van de verschillend e bedrijfsactiviteiten gezamenlijk beschouwd) naar aard en invloed op de omgeving gelijk worden gesteld met categorie 4.1? Het bedrijf kan naar aard en invloed o p de omgeving, getoetst aan het maatgevende milieuaspect geluid, nipt gelijk worden gesteld met categorie 4.1. Ook voor de aspecten stof en geur kan de inrichting, op basis van de grootste richtafstand, gelijk worden gesteld met categorie 4.1. Voor het aspect gevaar kan de inrichting, op basis van de grootste richtafstand, gelijk worden gesteld met categorie 3.2. 2.
Kunt u op hoofdlijnen beoordelen of het MER beoordelingsbesluit correct is, met andere woorden zijn er werkelijk geen nadelige effecten voor het milieu (en de omgeving)? Kunt u gemotiveerd (mede beoordeeld vanuit het aspect inwaartse zonering/VNG richtlijn en goede ruimtelijke ordening) aangeven of de gemeente gehouden is aan het MER beoordelingsbesluit van de provincie voor het verlenen van planologische medewerking?
Blad 1 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is qua onderbouwing té beperkt opgesteld. Inhoudelijk wordt alleen ingegaan op de ‘Kenmerken van de activiteit’ en niet op de ‘Plaats van de activiteit’ en de ‘Kenmerken van het potentiële effect van de activiteit’. Bij de ‘Kenmerken van de activiteit’ worden drie potentiële effecten beoordeeld, namelijk water, veiligheid en natuur. Dat lijkt mij onvoldoende. In geval van veiligheid (gelet op de gevaarlijke afvalstoffen) wordt letterlijk uit de aanmeldingsnotitie geciteerd, maar blijkt niet dat dit aspect door de provincie zelf is beoordeeld. Daarnaast geeft ook de aanmeldingsnotitie zelf te weinig informatie. Zeker gelet op de omvang van de uitbreiding, waarbij een forse overschrijding van de drempelwaarde in het geding is, kan op basis van de aanmeldingsnotitie niet met zekerheid worden gesteld dat er geen potentiële ernstige gevolgen voor het milieu (of de omgeving) zijn. Overigens is in de regels bij het bestemmingsplan opgenomen dat oprichting, uitbreiding en wijziging van inrichtingen en/of installaties als bedoeld in bijlage C of D van het Besluit milieueffectrapportage, zoals geldend ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan, waarbij de betreffende drempelwaarde genoemd in kolom 2 van de betreffende onderdelen worden overschreden, niet zijn toegestaan (artikel 3.5 onder e).
Omdat voor deze regel geen (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid geldt, is de gemeente Utrecht niet gehouden tot het verlenen van planologische medewerking, ongeacht de inhoud van het m.e.r.-beoordelingsbesluit en ongeacht de bevindingen van de onderzoeken ten behoeve van de inwaartse zonering. 3. Kunt u een oordeel geven over de geuremissie in relatie tot het nieuwe geurbeleid van de gemeente Utrecht. Kunt u de gegeven reacties van de aanvrager inhoudelijk beoordelen? Voor het aspect geur is een geurrapport opgesteld. Uit het rapport blijkt dat De Trip ter plaatse van omliggende woningen hoogstens een concentratie van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel zal veroorzaken. De aangevraagde emissies maken onderdeel uit van de cumulatieberekening die is gebruikt in de beleidsregels van de gemeente Utrecht. De emissies passen derhalve binnen het beleid. De aanvullende vragen van de RUD waren er op gericht om de geurbelasting verder te verlagen. De bronnen die door de RUD zijn geopperd om eventueel de emissie verder te reduceren zijn gering van omvang en de verbetering van de geursituatie zal daarom ook gering zijn. De vragen van de RUD zijn door De Trip adequaat beantwoord. 4. Nu staat in het conceptadvies dat nipt voldaan wordt aan het geluidniveau van een bedrijf in de categorie 4.1. Op 25 mei 2018 is een melding gedaan.
De melding dateert van na de aanvraag omgevingsvergunning (30 mei 2016). Deze melding was nog niet betrokken in het conceptadvies van DCMR. Heeft deze melding nog effect op het conceptadvies? Bij de melding is een nieuw akoestisch onderzoek gevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een toename van de activiteiten en een toename van de geluidproductie. In het nieuwe onderzoek is geen toetspunt gelegd op de richtafstand van 200 meter, zodat niet kan worden Blad 2 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
beoordeeld of wordt voldaan aan een geluidbelasting als categorie 4.1. Echter, nu er sprake is van een toename van de geluidbelasting, is de kans groot dat hier niet aan wordt voldaan. Nadere informatie Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met , bereikbaar onder bovenvermeld telefoonnummer of via @dcmr.nl.
Hoogachtend, namens de directeur DCMR Milieudienst Rijnmond,
G. Doezeman coördinator Ruimte en Leefomgeving
Blad 3 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
Bijlage bij brief met kenmerk 9999115981_9999576729 Op uw verzoek heeft de DCMR een second opinion uitgevoerd in het dossier De Trip B.V. Voor de beoordeling hebben wij ons gebaseerd op de volgende documenten: x uw brief van 27 februari 2019 (kenmerk 6023097) x de Ruimtelijke onderbouwing Sophialaan 7 te Utrecht (opgesteld door BRO op 24 januari 2018) x de Aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordelingsplicht (opgesteld door M-tech op 22 december 2015) x het Geuronderzoek in het kader van de melding Activiteitenbesluit en de aanvraag van een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor De Trip BV te Utrecht (opgesteld door M-tech op 14 maart 2016) x doorlichting van het geurrapport door RUD Utrecht (juli 2018) x het akoestisch onderzoek in het kader van de melding Activiteitenbesluit en de aanvraag van een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor De Trip BV te Utrecht (opgesteld door M-tech op 12 november 2015) x Beleidsregels geur bestemmingsplan Lage Weide, Gemeente Utrecht (2 augustus 2018) x het m.e.r.-beoordelingsbesluit van de Provincie Utrecht (4 mei 2016) x het akoestisch onderzoek in het kader van de melding Activiteitenbesluit en de aanvraag van een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor De Trip BV te Utrecht (opgesteld door M-tech op 22 mei 2018) Beoordeling of De Trip B.V.
naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met categorie 4.1. De onderbouwing onderscheidt een drietal activiteiten op basis van SBI-code. Eén van deze drie is volgens de VNG-systematiek als 3.2 geclassificeerd, zodat deze activiteit rechtstreeks toelaatbaar is volgens het bestemmingsplan. De overige activiteiten zijn ingedeeld in klasse 4.2. Deze zijn derhalve niet rechtstreeks toelaatbaar. In beide gevallen is geluid het bepalende aspect. Om te beoordelen of een binnenplanse ontheffing kan worden toegepast, kan gebruik worden gemaakt van het stappenplan dat de VNG in haar richtlijn heeft opgenomen. Voor geluid betekent dit dat, nu niet aan stap 1 wordt voldaan omdat niet wordt voldaan aan de gewenste richtafstand, moet worden beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting (etmaalwaarde) op de richtafstand. Concreet betekent dit dat moet worden beoordeeld of er sprake is van een geluidniveau van 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op 200 meter van de inrichting. Om dit te beoordelen is een akoestisch onderzoek gedaan. In het onderzoek worden twee bedrijfssituaties onderscheiden (RBS 1 en RBS 2), die niet tegelijkertijd kunnen voorkomen. In het onderzoek zijn drie toetspunten gelegd op 200 meter van de inrichting. De hoogste etmaalwaarde wordt gevonden bij toetspunt 200-2 bij RBS 1. De etmaalwaarde is dan 45 dB(A).
De nachtperiode is hiervoor bepalend. Volgens het onderzoek wordt dus nipt voldaan aan het geluidniveau van een bedrijf in de categorie 4.1. In het akoestisch onderzoek wordt gesteld dat ruim aan de gewenste norm wordt voldaan Blad 4 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
(respectievelijk. 8, 12 en 5 dB(A) onder de waarde) maar dat is onjuist. Ten onrechte wordt de dagperiode als bepalend beschouwd, terwijl de nachtperiode bepalend is en bovendien wordt de norm ten onrechte met 5 dB opgehoogd, omdat er sprake zou zijn van een gemengd gebied. Er is weliswaar sprake van een gemengd gebied, maar dat betekent dat de richtafstand mag worden verkleind (wat in de praktijk ook is gebeurd), maar niet dat de norm kan worden verhoogd. Voor de aspecten stof en geur geldt voor vuiloverslagstations een richtafstand van 200 meter. Dit is vergelijkbaar met VNG-categorie 4.1. Uit het geuronderzoek blijkt bovendien dat op de richtafstand ruimschoots wordt voldaan aan de norm van maximaal 1 ge/m3. De grootste richtafstand voor gevaar is 100 meter. Dit komt overeen met een VNG-categorie 3.2. Beoordeling m.e.r.-beoordelingsbesluit en aanmeldingsnotitie In het geval van De Trip B.V. is er sprake van een bestaand bedrijf dat wil uitbreiden. Een m.e.r.beoordeling ziet op een nieuwe activiteit en niet op de bestaande situatie (dat staat er al en is reeds vergund). De bestaande situatie moet wel betrokken worden bij het totaal van de milieueffecten.
De wijziging uitbreiding behelst het volgende: - 1.200 m3 meer tweedehands bouwmaterialen (van 2.000 naar 3.200) - 6.000 m3 meer vervuilde grond (niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen) (van 10.000 naar 16.000) - 155 m3 meer bouw- en sloopfaval (van 45 naar 200) - 155 m3 meer RKG (slib) (van 45 naar 200) - 3.600 m3 meer houtachtig groenafval (van 600 naar 4.200) - 100 ton meer Dakafval (van 50 ton naar 150 ton) Nieuw: - 150 ton metalen - 150 ton C-hout (geïmpregneerd of verduurzaamd hout bijvoorbeeld door behandeling met creosoot) - 150 ton asbesthoudende materialen. Bij de beoordeling moet ook de jaarcapaciteit worden betrokken omdat dit de roulatiesnelheid aangeeft. De extra jaarcapaciteit is 145.550 ton (399 ton per dag). De drempelwaarde van 50 ton per dag (D18.1) wordt dus ruimschoots overschreden. De beschrijving van de ‘Kenmerken van het project’ in de aanmeldingsnotitie lijkt vooral te gaan over de bestaande situatie. Er wordt concreet niets gemeld over de gevaarlijke afvalstoffen (zoals asbesthoudend materiaal of met creosoot behandeld hout) Gelet op 150 ton asbesthoudende materialen en 150 ton C-hout zijn aanzienlijke negatieve milieugevolgen niet op voorhand uit te sluiten. Aanmeldingsnotitie De aanmeldingsnotitie gaat onvoldoende in op de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn. De focus moet zijn op de uitbreiding en dus niet op de bestaande situatie.
Deze zaken lopen nu door elkaar. Onder het kopje ‘Veiligheid’ wordt nu summier iets gemeld over de gevaarlijke stoffen, maar een oordeel van deskundigen ontbreekt. Zo wordt bij de opslag van asbest onder een afdak niets gezegd over de Blad 5 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
mogelijkheid van stuiven bij harde wind. Ook wordt niet ingegaan op de risico’s dat met creosoot behandeld hout gaat branden en wat dan de gevolgen zijn voor de gezondheid van omwonenden. Gelet op de woningen aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal dient meer informatie gegeven te worden over geurhinder vanwege deze uitbreiding, geluidhinder vanwege deze uitbreiding en de gevaarlijke stoffen die er nu bijkomen (welk risico bestaat er voor de omwonenden?). Wanneer er 400 ton afval extra per dag verwerkt zal worden, bovenop de bestaande hoeveelheid, zal dat leiden tot veel transportbewegingen per vrachtauto en per schip. Ook daar wordt in de aanmeldingsnotitie niets over gezegd. Overigens is de aanmeldingsnotitie van 22 december 2015 en de informatie is dus ruim 3 jaar oud. M.e.r.-beoordelingsbesluit Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is qua onderbouwing té beperkt opgesteld, waarbij inhoudelijk alleen wordt ingegaan op de kenmerken van de activiteit (en niets over de plaats van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit). Het beoordelingsbesluit moet ook in gaan op de plaats van de activiteit (omwonenden) en de kenmerken van de potentiële effecten (met name van de gevaarlijke afvalstoffen). Bij de kenmerken van de activiteit worden drie potentiële effecten beoordeeld, namelijk water, veiligheid en natuur. Dat is erg summier.
Ook effecten als geur, geluid etc. moeten worden beoordeeld. In geval van veiligheid (gelet op de gevaarlijke afvalstoffen) wordt letterlijk uit de aanmeldingsnotitie geciteerd, maar blijkt niet dat het aspect zelf door de provincie is beoordeeld. Gelet op de vele tonnen gevaarlijke stoffen zijn aanzienlijke milieugevolgen niet uit te sluiten, vooral vanwege de veelal ontbrekende informatie daarover. Gelet op de omvang van deze uitbreiding (bijna 400 ton per dag) die ruim boven de beoordelingsdrempel van 50 ton per dag (8x zo hoog) uitkomt, zou daar in het besluit enige – geloofwaardige – aandacht aan geschonken moeten worden. Het bevoegd gezag moet beoordelen of er sprake kan zijn van aanzienlijke milieugevolgen vanwege geur (gelet op al het groenafval en slib), het geluid (breken van bouwafval) en de risico’s vanwege de opslag van gevaarlijke afvalstoffen. Geuremissie Bij de vergunningaanvraag in 2016 is een geurrapport gevoegd waarin de geuruitstoot van de aangevraagde situatie is gekwantificeerd. Het is bij de DCMR niet bekend of en hoeveel er sprake is van een toename van de geuruitstoot ten opzichte van de eerdere bedrijfsvoering. Het geurrapport is ook gebruikt bij de totstandkoming van de beleidsregels van de gemeente Utrecht.
Daarin is een cumulatieve berekening gemaakt van de geurbelasting van de omgeving door alle geurrelevante bedrijven op het industrieterrein, waarin gebruik is gemaakt van de hedonische waarde van de betreffende geuren. Dat levert een goed toetsingskader op.
Blad 6 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
De aanvullende vragen van de RUD lijken er vooral op gericht te zijn om te onderzoeken of de aannames in het geurrapport nog steeds correct zijn en ook om te bezien of er misschien nog emissiereducties mogelijk zijn. De vragen over de hoeveelheden van de verschillende afvalstoffen en de tijdsduur van een aantal handelingen zijn naar de mening van de DCMR afdoende beantwoord. De vragen over de mogelijkheden van extra voorzieningen om de emissies verder te reduceren worden door De Trip beantwoord met “het gaat om een zeer beperkte emissie”, en “de nu aangevraagde emissies passen binnen de beleidsregels”. Daaruit blijkt niet direct de bereidheid om mee te denken over verdere verbetering van de geursituatie rondom Lage Weide, maar de antwoorden zijn wel correct. In het geurrapport is de geuruitstoot van de verschillende bedrijfsonderdelen en handelingen netjes bepaald, onder gebruikmaking van algemeen aanvaarde kengetallen. Ook de tijdsduur van de verschillende handelingen is op een juiste manier in de emissieschattingen en de berekeningen betrokken. De verspreidingsberekening is uitgevoerd met een van de daartoe aanbevolen modellen. De berekening laat zien dat de geur van De Trip ter plaatse van omliggende woningen hoogstens een concentratie van 0,5 OUE/m3 als 98-percentiel zal veroorzaken.
Deze bijdrage is opgenomen in de cumulatieve berekening voor heel Lage Weide, die in de beleidsregels is opgenomen. De gecumuleerde contour is gepresenteerd als de geurbelasting waaraan getoetst moet worden en die blijkbaar geïnterpreteerd wordt als het “aanvaardbaar hinderniveau”. De vragen van de RUD over mogelijkheden om nog extra maatregelen te nemen gingen over het lossen van RKG-slib en de opslag van verkleind houtachtig afval. Het klopt dat deze beide bronnen slechts 4,4 en 4,5% van de totale geuremissie omvatten, dus de winst van een reductie van deze bronnen zal inderdaad beperkt zijn. Op grond hiervan kunnen wij concluderen dat de vragen van de RUD door De Trip adequaat beantwoord zijn. De nu aangevraagde emissies maken onderdeel uit van de cumulatieberekening die is gebruikt in de beleidsregels van de gemeente Utrecht. De bronnen die door de RUD zijn geopperd om eventueel verder te reduceren zijn gering van omvang. Als de geuruitstoot van deze bronnen zou worden verminderd, zal de verbetering van de geursituatie rondom het bedrijf dan ook gering zijn. Melding Activiteitenbesluit 25 mei 2018 Naar aanleiding van ons conceptadvies heeft u ons een aantal stukken toegestuurd die behoren bij een melding voor het Activiteitenbesluit van 25 mei 2018. Wij ontvingen een meldingsformulier, een akoestische rapportage en een memorandum over een brandproef.
De bijlage met een beschrijving van de bedrijfsactiviteiten was hier niet bijgevoegd. In het nieuwe onderzoek worden drie bedrijfssituaties onderscheiden. In tegenstelling tot het vorige onderzoek wordt niet aangegeven of deze wel of niet tegelijk kunnen plaatsvinden. In ieder geval blijkt uit de omschrijving dat er sprake is van een toename van de bedrijfsactiviteiten. Bovendien blijkt uit het rapport dat er sprake is van een aanzienlijke toename van de geluidbelasting bij zowel de woningen aan de Amsterdamsestraatweg als de woonwagenstandplaats.
Blad 7 van 8
Ons kenmerk
99991159881_9999576729
In het nieuwe rapport wordt geen toetspunt gelegd op 200 meter (richtafstand voor VNG 4.1), zodat hier geen vergelijking mogelijk is. Er wordt wel getoetst op 50 meter en op 100 meter (de richtafstanden voor VNG 3.1 en 3.2). Net als in het eerdere rapport worden uit de resultaten overigens de verkeerde conclusies getrokken. Uit de resultaten blijkt namelijk dat niet kan worden voldaan aan VNG 3.2 (overschrijding van 45/40/35 dB(A))..
Blad 8 van 8