01 - gapph Modular bijlagen
Tekst van het document
Van:
5 07:52 - Garantiegevels 106 - cazas - Materiaal gevel + technische informatie tbv VRU 2 SoulWood - Verkoop brochure (mail-versie).pdf; 4 SoulWood - Montage voorschrift (mail-versie).pdf; 11 SoulWood Flame Delay FX Pro - brandvertraging (mail-versie).pdf; SoulWood Flame Delay FX Pro Brandklasse Closed System 25jan24.pdf
Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Goedemorgen
,
Even een vraag voor ons werk in Utrecht. Wij staan voor om bij de stukken voor de vergunningaanvraag reeds de documententa e en de specifica es van de gevels te voegen. Zijn er nog branda esten of cer ficaten van de gevels die wij mee in kunnen dienen. Voorts hebben wij naar aanleiding van de ervaringen bij Vidomes en samen met de architect (archifit) de details bijgewerkt. Heb jij al behoe e om mee te kijken. Voor wat betre dit laatste horen wij het graag, voor wat betre de eerste vraag zie ik graag de a esten of aanvullende zaken voorbij komen. In de bijlage is gevoegd datgene wat wij graag in zouden willen dienen. Met hartelijke groet,
Hoofd Planontwikkeling en Engineering
gapphmodular.nl Magistratenlaan 186 's-Hertogenbosch Jouw partner in modulair bouwen
Van: @gapphmodular.nl> Verzonden: dinsdag 8 juli 2025 07:27 Aan: @gapphmodular.nl> Onderwerp: FW: 101 - Hofwonen - Materiaal gevel (SOULWOOD) + technische informatie. Afwerking gevels 1
Met hartelijke groet,
Hoofd Planontwikkeling en Engineering
gapphmodular.nl Magistratenlaan 186 's-Hertogenbosch Jouw partner in modulair bouwen
Van: Verzonden: woensdag 16 april 2025 15:09 Aan: | SVP Architectuur en Stedenbouw B.V. < @svp-svp.nl> CC: < @bdh.nl>; < @gapphmodular.nl> Onderwerp: 101 - Hofwonen - Materiaal gevel (SOULWOOD) + technische informatie.
Hi
,
Aansluitend op het overleg van vanmorgen tref je bijgaand de informatie van de gevelbekleding. Dit product is hetzelfde gebleven (heb ik begrepen) en voor Vidomes en mogelijk Cazas gaan we het ook gebruiken. Voor Cazas is het nog in onderzoek omdat de Coorperatie na 15 jaar een nieuwe plek (of 2 nieuwe plekken) heeft voor de permanente plaatsing voor nog eens 35 jaar. We zijn nu aan het kijken of we de gevel ook losmaakbaar kunnen maken op een e iciënte wijze… Mail aan Hof wonen zie je voorbij komen. Met vriendelijke groet,
Gapph Modular Magistratenlaan 186 5223 MA 's-Hertogenbosch
2
3
INHOUDSOPGAVE
Ruimte Blad
Datum Omschrijving
001 002 003 004
Situatie Bouwplaats overzicht Plattegrond bouwplaats & aanrijroute bouwverkeer Klic en terreinleidingen nutsbedrijven Fasering bouwterrein
17.04.2025 17.04.2025 nng nng
filename
So
es tw
ete rin g
en
dd
Mi g rin te
we
lokatie tijdelijke huisvesting 162 flexwoningen in 3 gebouwen en 1 paviljoen Onderlegger :
Archifit - NB_CLR_UTR_BWK_DO-001 - Situatie d.d. 17.04.2025
MATEN IN HET WERK CONTROLEREN Project :
Opdrachtgever :
Fase :
Gemeente Catharijne Plaatselijk bekend : Gemeente Utrecht
N O
W Z
Onderdeel :
162 Flexwoningen De Wetering Middenwetering ongenummerd Utrecht Cazas Wonen Postbus 2171 | 3440 DD Woerden AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Bouwplaats inrichting
Projectnummer : Bladnummer :
106
BA 001
Datum :
09.04.2025
Gewijzigd :
17.04.2025
Status :
IBW
Schaal :
1:1000 | 1:500
Formaat :
A3 - formaat
Middenwetering nog niet gesplitst | 3543 AR
Gapph Modular
Kadastraal bekend:
Magistratenlaan 186 5223 MA 's-Hertogenbosch
Getekend :
GM | SA
Sectie Perceel
www.gapphmodular.nl info@gapphmodular.nl
Bestand :
106 ba 001 Bouwplaats 250417.1.dwg
:A : 2666
Pad: C:\Users\d.bergsma\OneDrive - Gapph B.V\03. projecten\106P Utrecht - Cazas\10 - Bouwplaats
Blad Nr
001 Gemeente Catharijne Plaatselijk bekend : Gemeente Utrecht
N
Middenwetering nog niet gesplitst | 3543 AR
O
W
Kadastraal bekend: Sectie Perceel
:A : 2666
B W LOK ES T
7
B M LOK ID DE N
0
00 0
fo
0
15
00
PA
17
51 40
40
0 15 00
B OOLOK ST 0, 60
+N
40
36 3
AP
17
0
58 80
15
G
IN
00
ER ET
W
EN
D
00
34 69
ID
M 15
162 Flexwoningen "de Wetering" Utrecht : Projekt
P=
50
38
10
106 ba 001 Bouwplaats 250417.1 : Tekening nr
15 00
15
00
42
0
30
VI
15
72
8
15 0
LJ OE
N
83
31
32
12
Datum :
00
tra
15
Schaal :
31
te do rrei or nin ge de m lin ee g nt en e in
1
17 40
46 3
ric ht
ing
15 00
1 : 1000
28
50 00
19
17.04.2025
24
30
0
hy afs dra str tan nt o aa d p l 4 TS ma 0m v x. 1 oer tu ig
Z
Situatie Bouwplaats overzicht
Blad Nr
trafo
b.b o
rd
002
Blok Midden 00
27
0
BLOK MIDDEN
Blok Oost
Blok West 0
P=0,60+NAP
Schaal :
BLOK WEST
1:500
BLOK OOST Belending
00
0
27
17.04.2025
ca 13860
Datum :
00
27
terreinindeling en inrichting door gemeente
9800
15000
17400
13500
17400
7530
6300
gestippeld toekomstige parkeervoorziening aanleg door gemeente bouwhek
Paviljoen 83
Bouwstroom & Water
repack door gemeente
PAVILJOEN
1
17400
106 ba 001 Bouwplaats 250417.1 : Tekening nr
Opstelplaats en stempelruimte hijskraan nog aan te vullen
opstelplaats keten en schaftruimten bouwhek tijdelijke parkeerplaatsen opstelplaats vuilcontainers toegangspoort bouwlocatie schuif- of rolhek
uitrit bouwp
laats
UITRIT
tijdelijke inrit en hellingbanden tbv bouwverkeer bebording bouwverkeer iom wegbeheerder
b.bord
MIDDENW
ETERING zichtbaa
r maken
uitlegge
rs geme e
INRIT
zone kabels en leidingen zie klic overzicht
bb
nte rioo
l
162 Flexwoningen "de Wetering" Utrecht : Projekt
repack door gemeente
routing bouwpla ats 0
5
15
30 m
Plattegrond bouwplaats & aanrijroute bouwverkeer
INHOUDSOPGAVE
Ruimte Blad
Datum Omschrijving
001 002
Situatie Bouwplaats overzicht Projectie Bouwkuip nutstracé en bufferriool
17.04.2025 03.11.2025
filename
So
es tw
ete rin g
en
dd
Mi g rin te
we
lokatie tijdelijke huisvesting 162 flexwoningen in 3 gebouwen en 1 paviljoen Onderlegger :
Archifit - NB_CLR_UTR_BWK_DO-001 - Situatie d.d. 17.04.2025
MATEN IN HET WERK CONTROLEREN Project :
Opdrachtgever :
Fase :
Gemeente Catharijne Plaatselijk bekend : Gemeente Utrecht
N O
W Z
Onderdeel :
162 Flexwoningen De Wetering Middenwetering ongenummerd Utrecht
Projectnummer : Bladnummer :
Cazas Wonen Postbus 2171 | 3440 DD Woerden
Datum :
AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING Projectie bouwkuip, sleuven en buffervoorzieningen
106
BA 002 03.11.2025
Gewijzigd :
--
Status :
IBW
Schaal :
1:1000 | 1:500
Formaat :
A3 - formaat
Middenwetering nog niet gesplitst | 3543 AR
Gapph Modular
Kadastraal bekend:
Magistratenlaan 186 5223 MA 's-Hertogenbosch
Getekend :
GM
Sectie Perceel
www.gapphmodular.nl info@gapphmodular.nl
Bestand :
106 ba 002 bouwkuip en sleuven v.0.dwg
:A : 2666
Pad: C:\Users\d.bergsma\OneDrive - Gapph B.V\03. projecten\106P Utrecht - Cazas\10 - Bouwplaats
17
15 00
10 0
50
P=
15 00
17 40
B OOLOK ST 0, 60
0
ER ET
W
EN
D
ID
M
15
G
IN 00 58 80
fo
15 00
00
00 0
0
40 51 40
AP
Sectie Perceel
17.04.2025
1 : 1000
Z
Datum :
Schaal :
tra
0
O
162 Flexwoningen "de Wetering" Utrecht : Projekt
8
72
15
30
W
30
42
24
N
106 ba 002 bouwkuip en sleuven v.0 : Tekening nr
00
12 50 00
B M LOK ID DE N
15
15
36 3
0
38
B W LOK ES T
00
17 40 46 3
31
15 00
0
32
7
15 0
ing
ric ht
28
15
N
83 31
LJ OE
VI
19
34 69
PA
1
te do rrei or nin ge de m lin ee g nt en e in
hy afs dra str tan nt o aa d p l 4 TS ma 0m v x. 1 oer tu ig
Blad Nr
001
Gemeente Catharijne Plaatselijk bekend : Gemeente Utrecht Middenwetering nog niet gesplitst | 3543 AR
Kadastraal bekend: :A : 2666
+N
Situatie Bouwplaats overzicht
Blad Nr
002 trafo
ontgraving midden 634 m² Ontgraving parkeren 1.703 m² - ontgraven tot300 - mv
sleuf nuts en riolering 73 m²
BLOK MIDDEN
ontgraving west 843 m²
terreinindeling en inrichting door gemeente
RENVOOI oppervlak bufferkratten 100 m²
sleuf nuts en riolering 250 m² ontgraving paviljoen 190 m²
83
PAVILJOEN
1
bouwkuip sleuven HWA 37 m²
sleuven tbv RIOOL en nuts HWA riool tbv bufferkratten ongraving tbv terreinverharding ca 250 mm
contour bouwkuip
Datum :
162 Flexwoningen "de Wetering" Utrecht : Projekt
Schaal :
P=0,60+NAP
106 ba 002 bouwkuip en sleuven v.0 : Tekening nr
BLOK WEST
1:500
BLOK OOST
03.11.2025
ontgraving west 703 m²
MIDDENW ETERING
0
5
15
30 m
Projectie Bouwkuip nutstracé en bufferriool
006
Utrecht “de Wetering” | Cazas
Project Project nummer Onderwerp
:
Opgesteld door Datum Gewijzigd Aan cc Kenmerk
: : : : : :
Gapph Modular 15.10.2025
Bijlagen
1 2 3 4
Archifit – situatie riolering d.d. 14.10.2025 Raintanks – Polystorm buffervoorzieningen – zonder datum Amos – Verkennend Bodemonderzoek d.d. 03.06.2025 Socotec – Sonderingen en funderingsadvies d.d. 10.04.2025
: :
106 M E M O 006 - HWA buffering in(g) de Wetering
Gemeente Utrecht 106 Memo 006 - 251016 - HWA buffer in de Wetering link link link link
MEMO Algemeen Naar aanleiding van de op 17 april ingediende stukken in het kader van de ontwikkeling van de tijdelijke woningen aan de Wetering in Utrecht hebben wij op in september reactie ontvangen van de gemeente inzake “de eisen die gelden voor het klimaatadaptief bouwen” en de goedkeuring die hier voor de uitgewerkte oplossing betrokken moet worden bij het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR).
Overleg en uitkomsten Eind September 2025 heeft hiertoe een constructief overleg plaatsgevonden tussen het ontwerpteam van de Wetering + haar opdrachtgever (Cazas) en het Hoogheemraadschap. In dit overleg is aangegeven dat de geprojecteerde HWA buffer in het gebied (voldoet aan de gemeentelijke eisen voor HWA buffering) niet voldoet aan de eisen die inmiddels gesteld worden door het Hoogheemraadschap. De eis van het Hoogheemraadschap is dat er minimaal 45 mm van het hemelwater gebufferd moet worden.. Tijdens dit overleg is door het HDSR geopperd om, als aanvulling van de reeds geprojecteerde bufferkrat capapciteit, de groene Zone tussen de half verharding / bestrating in het openbaar gebied (OG) verdiept aan te leggen zodat hiermee buffercapaciteit tijdens extreme regen vergroot kan worden. Bijlage 1 maakt zichtbaar hoe deze voorzieningen nu uitgewerkt zijn. Bijlage 2 de technische specificatie bevat van de Polyform buffervoorzieningen
Opbouw ondergrond en infiltratie HWA Op basis van de sonderingen en het milieukundig bodemonderzoek (bijlage 3en 4) van de locatie is gebleken dat de geohydrolische opbouw van de bodem i.c.m. de hoogteligging van het terrein bijdraagt aan het vertraagd terugbrengen van het op de daken verzamelde en gebufferde Hemelwater. HDSR heef op basis van de uitwerking (bijlage 1) en de geohydrologische opbouw van de bodem vastgesteld dat de oplossing meer dan voldoende is. Mailwisseling 10.10.2025: “de ondergrond van het te bebouwen terrein is grotendeels kleigevoelig met onderliggend intercalaties van veen- en zand/grindlagen. Het aanwezige zand/kleilaagpatroon toont een normaal afwisselend geohydrologisch beeld (het freatisch grondwater bevindt zit op circa 2,0 m- mv). De geohydrologische opbouw laat een duidelijk gefaseerde waterspannings- en doorlatingsstructuur zien met een drainerend 1e watervoerend pakket en scheidende lagen. Deze opbouw is positief voor de infiltratie en drainage van de waterbuffer en het aan te leggen verdiepte deel dat als “wadi” gaat fungeren.”
Inrichting Openbaar gebied De inrichting van het openbaar gebied tussen de woningen alsmede de aanleg van het parkeren is onderdeel van de werkzaamheden die de gemeente uitvoert. De maatregelen ten gevolge van de extra verharding in het terrein worden door de gemeente gerealiseerd. Hierbij is mogelijk van belang dat de ruimte in het OG t.g.v. de voetpaden e.d. geloosd kunnen worden in het openbaar groen.
-
106 Memo 006 - 251016 - HWA buffer in de Wetering
EINDE -
1|1
30
31
SO ES
TW
ET
ER
IN
G
57 56
ro
oi
lij
n
24
30
0
45
e) (h
7
gt
28
oo
19
ha
ge
n
do
or
ge
m
ee
nt
e
46
B W LOK ES T P=
0,
-2
AP
17 40 0 t/m
15 -6 5
hu i id snu de m nw me et rs er : in g
0,
60
+N
AP
M
3
15
+N
46
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
P=
31
hu M isn id u de m nw me et rs er : in g
60
00
00
50
15
B M LOK ID DE N
Polderexpansiestuk
13 -
1
t/m
13 -
40
15
40
hu i id snu de m nw me et rs er : in g
M
P
P
0
11 -
1
t/m
11 -5 8
0
15
72
h=
Dakwater aansluiten op infiltratiekratten Aantal en positie aansluitplaten vlgs. leverancier
M
0,
fie h= tse 29 ns 00 tal lin g
0, 5+
5+
NA
P
30
NA NA P P
10
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
B OOLOK ST
4+
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
n lij
oi
ro
A G LGE (u RO ME an itge EN EN de we re rk pa t d rti oo j) r
verlaagde zone -100mm²=36m³ buffer
0, 4+ N
AP hu is id nu de m nw me et r: er in g
15
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
42
0,
-1
Kolk als overloop kratbuffer bk 0,5+NAP 1 50 0
40
Overstort
g
8
27
45
zie overgang stoep met verlaagde zone op schets
fo
NA
NA
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
tra
00
g
5+
4+
26
fie h= tse 29 ns 00 tall in
51
17
fie h= tse 29 ns 00 tal lin
0,
0,
Bufferkratten raintanks Infiltratiekratten afm ca 10x10m; exacte positie en afmeting n.t.b. Ca. 200x190 liter Zandvangput
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
P (u AVI an itge LJO de we EN re rk pa t d rti oo j) r
4+ NAP NA P
Zandvangput
83
50
0
P=
0,
15
00
17
+N
AP
0
38
36
3
40
60
ID M EN
D
Polderexpansiestuk 15
E ET
W
00
58
80
G IN R Principe rioleringsschema. dimensionering en aanleghoogten nog te bepalen i.o.m. gemeente. Aansluiten op bestaand gemeenteriool
15 00
Onder DWA vallen de balkons en het huishoudelijk afvalwater
34 69
Aansluiten op bestaand gemeenteriool
5+
00
14
40
0
0,
0.
15
Kolk als overloop kratbuffer bk 0,5+NAP
sc h= oot 23 50
00
Dakwater aansluiten op infiltratiekratten Aantal en positie aansluitplaten vlgs. leverancier 15 00
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
Polderexpansiestuk
P 0
15
31
0,
00
AP
NA 12
4+ N
5+ 0,
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
32
1
te do rrei or nin ge de m lin ee g nt en e inr ic
ht ing
00
Onder HWA valt al het schoon regenwater retentiebuffer afmeting conf. berekening ruimtelijke onderbouwing
DWA richting riool
HWA-vuil richting riool
HWA-schoon richting infiltratiekratten + overstort naar riool
HWA-schoon richting grindkoffers Exacte aantallen en locatie nader te bepalen
Infiltratiekratten
Nieuwbouw Cazas Leidsche Rijn Utrecht Opdrachtgever:
TO-002
Cazas Wonen Oslolaan 2 3446 AA, Woerden
Fase:
Technisch Ontwerp
Onderdeel:
Situatie riolering
Archifit B.V. (0486) 76 00 06
Formaat:
Projectnummer:
Datum:
Getekend:
Schaal:
Gewijzigd:
A0
RE
24-089
1:200
09-09-2025
14-10-2025
Industriepark 8a 5374 CM Schaijk
info@archifit.nl www.archifit.nl
30
31
SO ES TW
ET ER I
NG
57 56
ro o
ili
jn
24 30 0
45
gt e) oo (h
19 28 7
ha
ge
n
do
or
ge
m ee
nt
e
46
B W LOK ES T
17
60
P=
0,
+N
AP
40
15
-2
t/m
0
15
hu i id snu de m nw me et rs er : in g
31
-6 5
60
00
+N
AP
M
3
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
0,
46
hu M isn id u de m nw me et rs er : in g
P=
50
15 00
B M LOK ID DE N
Polderexpansiestuk
13
-1
t/m
13
-4 0
15
-1
40
15
0
zie overgang stoep met verlaagde zone op schets
11
-1
t/m
11
-5
8
72 15
Overstort
g
Kolk als overloop kratbuffer bk 0,5+NAP 1 50 0
M
0,
0, 4+
NA NA P P
5+
g
verlaagde zone -100mm²=36m³ buffer
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
10
8
74 h= 2
Dakwater aansluiten op infiltratiekratten Aantal en positie aansluitplaten vlgs. leverancier
0
fie h= tse 29 ns 00 tal lin
n lij oi ro
A G LGE (u RO ME an itge EN EN de we re rk pa t d rti oo j) r
P
5
Bufferkratten raintanks Infiltratiekratten afm ca 10x10m; exacte positie en afmeting n.t.b. Ca. 200x190 liter Zandvangput
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
hu is id nu de m nw me et r: er in g
00
hu i id snu de m nw me et rs er : in g
M
P
tra fo
26
NA
NA
g
42
30 Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
B OOLOK ST
51 40
P (u AVI an itge LJO de we EN re rk pa t d rti oo j) r
17
5+
4+
Zandvangput
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
50
0
P= 15
00
17
0, 60
+N
AP
40
38
36
3
0
ID
M W EN
D
Polderexpansiestuk
15
ER ET
00
58
80
G IN Principe rioleringsschema. dimensionering en aanleghoogten nog te bepalen i.o.m. gemeente. Aansluiten op bestaand gemeenteriool
15
69
00
Onder DWA vallen de balkons en het huishoudelijk afvalwater
34
Aansluiten op bestaand gemeenteriool
0,
0,
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
00
14
40
0
4+ NAP NA P
83
fie h= tse 29 ns 00 tal lin
5+
15
0,
fie h= tse 29 ns 00 tall in
0.
sc h= oot 23 50
P
Kolk als overloop kratbuffer bk 0,5+NAP
0, 4+ NA 0, P 5+ NA P
00
Dakwater aansluiten op infiltratiekratten Aantal en positie aansluitplaten vlgs. leverancier 15 00
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
Polderexpansiestuk
P 0
15
31
0,
00
4+
12
NA
5+ NA 0,
Grindkoffer tbv regenwater fietsenstalling
32
1
te do rrei or nin ge de m lin ee g nt en e in
ric h
tin
g
00
Onder HWA valt al het schoon regenwater retentiebuffer afmeting conf. berekening ruimtelijke onderbouwing
DWA richting riool
HWA-vuil richting riool
HWA-schoon richting infiltratiekratten + overstort naar riool
HWA-schoon richting grindkoffers Exacte aantallen en locatie nader te bepalen
Infiltratiekratten
Nieuwbouw Cazas Leidsche Rijn Utrecht Opdrachtgever:
TO-002
Cazas Wonen Oslolaan 2 3446 AA, Woerden
Fase:
Formaat:
Projectnummer:
Datum:
Onderdeel:
Getekend:
Schaal:
Gewijzigd:
Technisch Ontwerp
Situatie riolering
Archifit B.V. (0486) 76 00 06
A0
RE
24-089
1:200
09-09-2025
14-10-2025
Industriepark 8a 5374 CM Schaijk
info@archifit.nl www.archifit.nl
POLYSTORM KRATTEN •
STORMBEKKEN Tijdelijke opvang van regenwater, afkomstig van hevige neerslag, voor het vertraagd lozen.
•
INFILTRATIEBEKKEN gelijkmatig infiltreren van regenwater.
•
OPSLAGBEKKEN opslag van regenwater voor hergebruik
|| 1
POLYSTORM KRATTEN
DE VOORDELEN
3
STORMBEKKEN
4
POLYSTORM KRATTEN
4
POLYSTORM TOEGANGSPUT
5
AFSLUITPLAAT
5
AANSLUITPLAAT
5
GEOMEMBRAAN / GEOTEXTIEL
5
ONTLUCHTING
5
INSPECTIEKAMER MET DEBIETREGELAAR
5
SAMENSTELLING
6
PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN
7
DE OPLOSSING VOOR OPSLAG EN INFILTRATIE VAN REGENWATER VIA INSPECTEERBARE MODULAIRE KRATTEN DE VOORDELEN
•
95% stockage volume
•
Compacte modulaire kratten : 0.5m²/krat: Ideaal in kleine ruimtes, lage inbouwdiepten, moeilijk te bereiken zones
•
Kratten met afgeronde hoeken: makkelijk en veilig ,
•
Licht gewicht – de zwaarste krat weegt amper 12kg
• • • •
zonder risico op beschadiging van het geotextiel Makkelijk en snel te plaatsen Alle vormen en dimensies zijn mogelijk - elk type krat is compatibel met elkaar Weerstand van 40 tot 80 ton Een levensduur van meer dan 50 jaar
2
POLYSTORM KRATTEN
POLYSTORM TOEGANGSPUT
•
Maakt het mogelijk om uw stormbekken makkelijk te inspecteren en indien nodig te reinigen
TYPE toezichtsput DN500 voor polystorm kratten
AFSLUITPLAAT
3
TYPE POLYSTORM INSPECTEERBARE KRAT AFSLUITPLAAT ø160
ONTLUCHTING
AANLSUITPLAAT GEOMEMBRAAN / GEOTEXTIEL
3
6
2
4
7
4
TYPE POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø110
5
POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø125 POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø160
1
POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø200 POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø250 AANSLUITPLAAT
POLYSTORM AANSLUITPLAAT 50 X 40 EXC Ø315
POLYSTORM KRAT
INSPECTIEKAMER MET DEBIETREGELAAR
POLYSTORM TOEGANGSPUT
5
AFSLUITPLAAT
GEOMEMBRAAN & GEOTEXTIEL
• POLYSTORM 40T
POLYSTORM 80T
Info op aanvraag
POLYSTORM INSPECTIEKRAT
Buffering via geomembraan
6 VOLUME (L)
190
98
188
MATERIAAL
polypropeen
polypropeen
polypropeen
100 x 50 x 40
100 x 50 x 21
100 x 50 x 40
9
6
11,6
MAX DIEPTE (m)
3,5m licht verkeer
4,85m harde weg 5,30m licht verkeer 5,45m grasvlakten
3,5m licht verkeer
VERTICALE WEERSTAND (ton/m2)
40
80
40
15 pcs
30 pcs
15 pcs
AFMETINGEN (cm) GEWICHT (kg)
=
Infiltratie via geotextiel
ONTLUCHTING
INSPECTIEKAMER MET DEBIETREGELAAR
7
•
Volledig gamma beschikbaar van 1L/s - 100L/s
•
Gecontroleerde uitstroom
PLAATSINGSVOORSCHRIFTEN
SAMENSTELLING
1.
GRONDWERKEN Grondwerken worden uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften met betrekking tot de veiligheid van het personeel. De afmetingen van de put zijn afhankelijk van de ondergrond, het volume van het bassin en de belasting. Een minimale ruimte van 0,60 m tussen het bassin en de zijwand is vereist om op een gemakkelijke manier de werken uit te voeren:
• • • • •
aansluiting van de leidingen op het bassin, de plaatsing van de Polystorm kratten, installatie van toebehoren, positionering van geotextielen en / of geomembranen, opvullen en verdichten met geschikt materiaal In het geval het bekken gebruikt wordt voor infiltratie doeleinden, moet een afstand van minstens 5 meter gerespecteerd worden naar het dichtstbijzijnde gebouw. De maximale diepte van het installatiebed is afhankelijk van de eigenschappen van de grond en het type gebruik: POLYSTORM 40T
POLYSTORM INSPECT
POLYSTORM 80T
bodemtype
GROENZONE
PARKING VL
GROENZONE
PARKING VL
GROENZONE
PARKING VL
PARKING PL
zeer droge klei
2,20m
2,10m
2,30m
2,00m
3,10m
2,95m
2,50m
dunne zilte klei
2,40m
2,30m
2,40m
2,20m
3,35m
3,20m
2,75m
losse zandbodem
2,70m
2,50m
2,80m
2,60m
3,75m
3,60m
3,15m
middelmatige zandbodem
3,10m
3,00m
3,20m
2,90m
4,40m
4,25m
3,80m
3,80m
3,70m
3,90m
3,60m
5,45m
5,30m
4,85m
dichte zandbodem CONNECTOREN VOOR HET VERTICAAL
SAMENSTELLEN VAN DE KRATTEN
Voor niet-monolithische structuren dient het bekken met de meest ongunstige installatie-omstandigheden gekozen te worden als basis voor de inbouw. Na goedkeuring van de fabrikant, kan eventueel afgeweken worden van de
400
standaard procedures. In elk geval moeten de instructies van het studiebureau nageleefd worden. 1.1.
VERTICALE
UITGRAVEN VAN DE BODEM De bodem moet stabiel zijn en een homogeen draagvermogen hebben:
CONNECTOREN •
minimum 50 MPa voor installatie onder parking of verkeer.
•
minimum 35 Mpa voor een groenvlakte.
400
Als deze waarden niet worden gehaald, raden wij aan om een grond te construeren die voldoet aan deze voorwaarden. 1000
1.2
INSTALLATIEBED Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan de vlakheid van de bodem om de stabiliteit te garanderen. Een vlakke en horizontale bodem kan gemaakt worden uit een korrelig materiaal, zand of grind, met een minimale dikte van 10 cm. Verwijder stenen, welke overmatige druk kunnen veroorzaken, en andere scherpe voorwerpen die het geomembraan of geotextiel kunnen beschadigen.
1000
EENVOUDIG, SNELLE SAMENSTELLING EN BETROUWBAAR. MONTAGE ZONDER GEREEDSCHAP
500
POLYSTORM KRAT
POLYSTORM CLIP
VERTICALE CONNECTOREN
2. PLAATSING 2.1 GEOMEMBRAAN EN / OF GEOTEXTIEL 2.1.1 INFILTRATIEBEKKEN De bodem van het bekken dient zich op minstens één meter boven het hoogste niveau van de grondwaterspiegel te bevinden. Het wordt aanbevolen om een geotextiel met een filtratieopening te gebruiken in overeenstemming met de infiltratiesnelheden gemeten op de bouwplaats, geotextiel met een doorlaatbaarheid die ten minste 10 maal groter is dan de doorlatendheid van de grond. De aanbevolen mechanische eigenschappen aanbevolen zijn als volgt: • • •
treksterkte (NF EN ISO 10 319):> 20 kN / m. Statische druk (CBR) (NF EN ISO 12 236):> 3,0 kN behalve voor aanbevelingen geleverd door fabrikant aan de projectstudie. Dynamische perforatie (NF EN ISO 13 433): <20 mm.
Bij voorkeur stroken maken met overlapping van 50 cm. Plaats het geotextiel / geomembraan zoveel mogelijk recht en vrij van vouwen.
3. INSTALLATIE VAN DE POLYSTORM KRATTEN 3.1 VOORBEREIDING Zorg voor uitlijning van de kratten met laser in beide richtingen. Pak de Polystorm kratten uit en plaats ze op de bodem van de uitgegraven put. 3.2 IMPLEMENTATIE VAN DE POLYSTORM KRATTEN De Polystorm inspectiekratten worden geplaatst op de bodem van het bekken. Verbind de Polystorm toegangsput met de inspectiekrat zodat deze kan bereikt worden met een controlecamera of reinigingstoestel. Bij de implementatie van de kratten moet de volgende punten gerespecteerd worden: De kratten uitgerust met een af- of aansluitplaat moeten bij de in- of uitgang geplaatst worden. Volg de plaatsingsvoorschriften vermeld in het plan van het studie bureau. De modules worden verticaal verbonden door middel van de connectoren en horizontaal door middel van de clipsen. 3.3 PLAATSINGSTIJD De gemiddelde installatietijd op locatie is ongeveer 75m3 / dag / pers in optimale omstandigheden. 3.4 VENTILATIE De ventilatieopeningen worden op het bovenste deel van het bassin geplaatst met inachtneming van het plan. 3.5 IMPLEMENTATIE VAN DE TOEZICHTSPUT Installatie van de Polystorm toegangsput met respect voor de positionering
VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform de NEN 5740 in verband met de voorgenomen herontwikkeling van de locatie welke bekend staat als:
De Wetering Zuid, kavel G18
Klantgegevens opdrachtgever contactpersoon adres tel.
: Van Wijk Aannemersbedrijf Nieuwegein B.V. : : Vuilcop 3 3439LS Nieuwegein :
Projectgegevens rapportnummer rapportdatum
: 254.057.BR.11.ROS : 3 juni 2025
verrichten boringen door
:
grondwaterbemonstering door
:
rapport opgesteld door rapport beoordeeld door
: :
PROTOCOL 2001 EN 2002
(beiden erkend veldwerker, protocol 2001)
(erkend veldwerker, protocol 2002)
Amos Milieutechniek B.V. 1e Regimentsdok 12 3433 KS Nieuwegein Postbus 40328 3504 AC Utrecht
tel: 030-2412425 email: info@amos.nl web: www.amos.nl
Kvk, Utrecht: 30139120 ABN AMRO-bank: 49.73.64.107 IBAN: NL31 ABNA 0497364107 BTW nr: NL 805620047.B01
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ............................................................................................................... 3
1.1 1.2 1.3 1.4
Opdracht ................................................................................................................. 3 Aanleiding en doel .................................................................................................... 3 Kwaliteit .................................................................................................................. 3 Onafhankelijkheid ..................................................................................................... 3
2
VOORONDERZOEK .................................................................................................... 4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Geraadpleegde bronnen............................................................................................. 4 Vroeger en huidig gebruik onderzoekslocatie ................................................................ 4 Bodemgegevens ....................................................................................................... 5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie .................................................. 7 Locatie inspectie ....................................................................................................... 7
3
ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 8
3.1 3.2
Onderzoekshypothese ............................................................................................... 8 Onderzoeksstrategie ................................................................................................. 8
4
UITVOERING BODEMONDERZOEK ............................................................................... 9
4.1 4.2
Veldwerk ................................................................................................................. 9 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................. 9
5
INTERPRETATIE EN TOETSING ................................................................................. 10
5.1 5.2
Toetsing analyseresultaten grond.............................................................................. 10 Toetsing analyseresultaten grondwater ...................................................................... 14
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................................ 15
6.1 6.2 6.3 6.4
Onderzoek ............................................................................................................. 15 Conclusies ............................................................................................................. 15 Aanbevelingen ........................................................................................................ 16 Grondverzet Nota Bodembeheer ............................................................................... 16
I. II. III. IV. V. VI.
BIJLAGEN Kadastrale overzichtskaart Kadastrale gegevens Situatietekening onderzoekslocatie Fotoreportage Boorstaten Analysecertificaten
254.057.BR.11.ROS Pagina 2 van 16
1
INLEIDING
1.1
Opdracht
In opdracht van de firma Van Wijk Nieuwegein is door Amos Milieutechniek B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van kavel G18, gelegen in het deelgebied ‘De Wetering Zuid’ te Utrecht. 1.2
Aanleiding en doel
Het onderzoek vindt plaats in verband met de voorgenomen herontwikkeling tot tijdelijke woningbouw op de kavel. Dit verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd conform het protocol NEN 5740, heeft ten doel om met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen wat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is. Op basis van de resultaten van het onderzoek dient te kunnen worden vastgesteld of de gewenste vorm van gebruik van de bodem mogelijk is (“verklaring van geen bezwaar”) en zo niet, wat voor vervolgactiviteiten (bijvoorbeeld: nader onderzoek) noodzakelijk zijn. 1.3
Kwaliteit
Amos Milieutechniek B.V. streeft er naar om in het veld representatieve grond- en /of grondwatermonsters te nemen. Daartoe worden de veldwerkzaamheden en analysemethodes uitgevoerd conform de geldende NVN / NEN-normen. Amos Milieutechniek B.V. is in het bezit van een kwaliteitssysteem dat voldoet aan ISO-9001 hetgeen gecontroleerd en gecertificeerd is door KIWA. Daarnaast worden de grond-, slib en grondwateranalyses uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins-Omegam te Amsterdam. Toch wijst Amos Milieutechniek B.V. u er op dat het hier een steekproef betreft conform de uitgangspunten van het betreffende onderzoeksprotocol, waardoor niet kan worden uitgesloten dat lokale afwijkingen in de bodem (met mogelijk hierin aanwezige verontreiniging(en)) niet zijn herkend. Tevens dient er rekening te worden gehouden met de beperkte geldigheid van het onderzoek in verband met toekomstige activiteiten op de locatie en/of wijzigingen in de wetgeving en/of toetsingsnormen, bijvoorbeeld de eisen uit de omgevingsverordening van de provincie of het omgevingsplan van de gemeente. Amos Milieutechniek B.V. is niet aansprakelijk voor aanvullingen en/of wijzigingen die door derden aangebracht worden op of in het rapport. Slechts vermenigvuldiging van het gehele rapport is toegestaan. 1.4
Onafhankelijkheid
Het adviesbureau mag geen “eigen grond” keuren. Amos Milieutechniek B.V. heeft geen grond in eigendom. Amos Milieutechniek B.V. is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. Het milieuhygiënisch bodemonderzoek wordt onder certificaat van de BRL SIKB 2000 uitgevoerd met toepassing van de protocollen 2001 en 2002.
254.057.BR.11.ROS Pagina 3 van 16
2
VOORONDERZOEK
2.1
Geraadpleegde bronnen
Informatie over het vroegere en huidige gebruik van de locatie, informatie over de bodemsamenstelling, de te verwachten verontreinigingssituatie en de geohydrologische situatie op de locatie is verkregen uit: het kadaster; luchtfoto's (Google Earth en PDOK); historische kaarten (www.topotijdreis en archieven gemeente Utrecht); bodemloket Nederland/ provincie Utrecht (www.bodemloket.nl en www.provincie-utrecht.nl); gegevens gemeente Utrecht - bodeminformatiesysteem gemeente Utrecht - milieu/sloop en hinderwetarchief - bodemarchief gegevens stadsarchief gemeente Utrecht; gegevens eigen archief; bodemfunctiekaart (Nota Bodembeheer 2017-2027 gemeente Utrecht); geohydrologische gegevens van TNO (www.dinoloket.nl); locatie-inspectie door Amos Milieutechniek B.V. (K. Zaaijer en R. Schuurman, 11-04-2025) 2.2
Vroeger en huidig gebruik onderzoekslocatie
Algemeen De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein, gelegen tussen de Soestwetering (ten noorden) en de Middenwetering (ten zuiden). De locatie betreft een deel van het kadastrale perceel welke bekend staat onder de gemeente ‘Catharijne, sectie A, nummer 2666’. Het perceel heeft een oppervlak van 98.416 m2. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel en heeft een oppervlak van circa 10.531 m2. Een kadastrale kaart en de eigendomsinformatie is opgenomen in de bijlagen. Voor de locatie zijn in het kadaster geen publieksrechtelijke beperkingen (bijvoorbeeld in het kader van de Wet Bodembescherming) bekend. In figuur 1 is een luchtfoto afkomstig van de provincie Utrecht weergegeven. De locatie is in de luchtfoto met een rode lijn weergegeven.
onderzoekslocatie
figuur 1: luchtfoto onderzoekslocatie (Provincie Utrecht, noordgericht)
254.057.BR.11.ROS Pagina 4 van 16
Historie De onderzoekslocatie is gelegen in de voormalige polder Lage Weide. De polder heeft grotendeels altijd een agrarische bestemming gehad. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn zover bekend altijd weilanden aanwezig geweest, behorend bij enkele boerderijen welke gelegen waren langs de voormalige, noordelijk gelegen Huppeldijk. Bij de provincie Utrecht zijn luchtfoto’s ingezien van 1950, 1996 en de periode 2001 – 2023. Daarnaast is gebruik gemaakt van oude topografische kaarten afkomstig van Topotijdreis. In onderstaande figuren 2 t/m 5 staat een selectie weergegeven. Op basis van de luchtfoto’s en de oude topografische kaarten komt tevens naar voren dat de locatie in het verleden altijd een agrarische functie heeft gehad en dat er weilanden zijn geweest. Tussen de weilanden bevond zich een watergang, welke de huidige onderzoekslocatie van noord naar zuid doorkruist. Vanaf 2002 is begonnen met het bouwrijp maken van het gebied, waarbij o.a. de watergangen zijn opgevuld conform de geldende wetgeving.
Figuur 2: luchtfoto 1950
Figuur 3: luchtfoto 1996
Figuur 4: luchtfoto 2003
Figuur 5: luchtfoto 2010
2.3
Bodemgegevens
Bodemloket Uit gegevens afkomstig van het nationaal en provinciaal bodemloket (digitale bodeminformatiesysteem) bleek dat van de locatie zelf geen registraties bekend zijn. Gemeente Utrecht en eigen archief Bij de gemeente Utrecht wordt aangegeven dat van de locatie zelf geen recente bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn. In het kader van de realisatie van de zandwinningsplas en de aankoop van de gronden daarvoor, zijn in de jaren ’90 enkele bodemonderzoeken in het gebied uitgevoerd. 1992: Bijzonder inventariserend onderzoek Utrecht-West, Geo-Logic, kenmerk 66-197 In 1992 is door Geo-Logic Milieu, Geo-techniek & Delfstoffen een bijzonder inventariserend onderzoek uitgevoerd. De bevindingen zijn samengevat in de rapportage met het kenmerk 66-197. Het onderzoek 254.057.BR.11.ROS Pagina 5 van 16
heeft zich gericht op de gebieden Lage en Hoge Weide te Utrecht. Middels het onderzoek is getracht een beeld te verkrijgen omtrent de aanwezigheid van verdachte locaties binnen het gebied. Uit het onderzoek is gebleken dat ter hoogte van de huidige onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. 1995: Oriënterend bodemonderzoek, DRO Afdeling Milieu gemeente Utrecht, nummer 43.40.560.00 De onderzoekslocatie maakte in 1995 deel uit van een onderzoekslocatie (pachtgronden behorend bij een boerderij aan de Huppeldijk 49) welke door de afdeling Milieu van de gemeente Utrecht is onderzocht. Ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie bevonden zich destijds geen verdachte situaties. Zuidelijk, grenzend aan de huidige onderzoekslocatie bevonden zich enkele gedempte watergangen, welke van oost naar west liepen (zichtbaar op de luchtfoto’s in de figuren 2 en 3). Noordelijk van de locatie (ten noorden van de Soestwetering) was een plaatselijke stortlocatie aanwezig. Ter plaatse van de weilanden bleken in de grond hoogstens enkele lichte verontreinigingen met koper en EOX aanwezig te zijn. Het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn. Ter plaatse van de gedempte watergangen ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie zijn geen verdachte bijmengingen, noch verontreinigingen in grond of in het grondwater aangetroffen.
Ter plaatse van de noordelijk gelegen stortlocatie is in puinhoudende grond een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. De stortlocatie is in 2004 gesaneerd. De begeleiding is uitgevoerd door ingenieursbureau Land. Er is 1247,8 ton verontreinigde grond afgevoerd naar Theo Pouw onder afvalstroomnummer 062513000886. De terugsaneerwaarde betrof de destijds geldende BWG 1 waarden. Het evaluatierapport heeft het kenmerk R11-7S772RVE en dateert van 26 juni 2008. In 2015 heeft er een verificatieonderzoek plaatsgevonden, uitgevoerd door LievenseCSO (documentnummer 14M1212.RAP001). Bij het verificatieonderzoek zijn geen sterke verontreinigingen aangetoond. Eénmaal blijkt (aan de noordzijde van de voormalige saneringslocatie een waarde aan PAK aanwezig te zijn, welke boven de terugsaneerwaarde ligt. 2006: Uitkeuring kavel G19, ingenieursbureau Land, R99-75045RVE In 2006 is door ingenieursbureau Land een uitkeuring uitgevoerd ter plaatse van kavel G19, ten oosten van de huidige onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft zich gericht op een opgebrachte laag (0,7 meter dik) en de onderliggende oorspronkelijke bovengrond. De opgebrachte grond blijkt licht verontreinigd te zijn met zink. De onderliggende oorspronkelijke bovengrond blijkt niet verontreinigd te zijn.
2008: Uitkeuring kavels G16, G17, G18 en G20, ingenieursbureau Land, RI43-75045RVE In 2008 is door ingenieursbureau Land een uitkeuring uitgevoerd ter plaatse van de kavels G16, G17, G18 (huidige onderzoekslocatie) en G20, ten oosten van de huidige onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft zich gericht op een opgebrachte laag (0,7 meter dik) en de onderliggende oorspronkelijke bovengrond. In de opgebrachte grond blijkt éénmaal een licht verhoogde waarde aan kwik aanwezig te zijn. De onderliggende oorspronkelijke bovengrond blijkt niet verontreinigd te zijn. 2019: Verkennend bodemonderzoek Wetering Zuid, Tauw, R001-1265347SKE-V02-agv-NL In 2018/2019 is door Tauw een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707 uitgevoerd op de kavels ten noorden van de Soestwetering. Bij het onderzoek zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met PAK en PCB’s aangetoond. De ondergrond blijkt maximaal licht verontreinigd met zware metalen. Er is geen asbest aantoonbaar aanwezig. In het grondwater zijn (deels van nature aanwezige) licht verhoogde concentraties aan zware metalen aangetoond. Nota bodembeheer gemeente Utrecht Op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente (Nota Bodembeheer gemeente Utrecht 2017-2027) is aangegeven dat de locatie is gelegen in een gebied, welke de functieklasse ‘industrie’ heeft.
Op zowel de ontgravingskaart als de toepassingskaart wordt de bodem tot 2,5 m-mv als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ aangegeven. PFAS wordt in licht verhoogde waarden, echter onder de generieke achtergrondwaarde verwacht.
254.057.BR.11.ROS Pagina 6 van 16
2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie
Ter verkrijging van betrouwbare geohydrologische gegevens is gebruik gemaakt van informatie afkomstig uit het DINO-loket van TNO, gegevens afkomstig uit voorgaande bodemonderzoeken. Het maaiveld op de locatie bevindt zich op circa NAP + 0 á 0,5 meter hoogte. Tabel 2.1: regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0-4 m-mv 4-23 m-mv 23-37 m-mv
Samenstelling Afwisselend klei, veen en zand Afwisselend zand en grindlagen Afwisselend klei, zand, veen
Geohydrologische eenheid Deklaag 1e watervoerend pakket 1e scheidende laag
Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 2,0 m-mv. Het is aannemelijk dat het freatisch grondwater afstroomt naar de watergangen rondom het eiland. De regionale stroming van het 1e watervoerend pakket is globaal noordwestelijk gericht. Ter hoogte van de onderzoekslocatie is sprake van infiltratie. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Het freatische grondwater op de onderzoekslocatie valt onder het zogeheten grondwaterlichaam: NLGW0012 ‘Deklaag Rijn-West’. 2.5
Locatie-inspectie
Op 11 april 2025 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is braakliggend en begroeid met gras. Er zijn visueel geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het maaiveld en op omliggende locaties zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van asbest.
254.057.BR.11.ROS Pagina 7 van 16
3
ONDERZOEKSOPZET
3.1
Onderzoekshypothese
Op basis van het vooronderzoek kan worden gesteld dat op de locatie geen noemenswaardige verontreinigingen worden verwacht. De locatie wordt doorkruist door een voormalige watergang, welke bij het bouwrijp maken, medio 2002, is opgevuld conform de destijds geldende wet en regelgeving. Er wordt ter plaatse van de voormalige watergang geen afwijkende milieuhygiënische bodemkwaliteit verwacht. In het grondwater kunnen van nature verhoogde concentraties aan arseen en barium aanwezig zijn. 3.2
Onderzoeksstrategie
Het aantal te verrichten boringen en te nemen grond- en grondwatermonsters is afhankelijk van de gekozen onderzoeksstrategie en van de oppervlakte van de onderzoekslocatie. Voor de kavels wordt een strategie gehanteerd zoals beschreven in paragraaf 5.1 van de NEN 5740: onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie. De vermoedelijke ligging van de voormalige watergang wordt onderzocht conform een strategie, welke is afgeleid van paragraaf 5.3 van de NEN 5740: onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met duidelijke bron. Haaks op de ligging van de voormalige watergang (bepaald o.b.v. GPS coördinaten) wordt een raai van 4 boringen tot tenminste 2 m-mv verricht, waarvan er 1 wordt afgewerkt ter bemonstering van het grondwater. In onderstaand tabel worden de werkzaamheden beschreven:
Laboratoriumonderzoek grond(meng) grondwater monster 3x bovengrond kavel (circa 10.531 m2) 15x 4x 2x ondergrond 2x 2x Voormalige watergang 1x meest 3x 2 (100-500 m ) verdachte laag Eén van de geplande peilbuizen voor het algemene deel wordt gecombineerd met het onderzoek nabij de mogelijke voormalige watergang. Oppervlak locatie [m²]
Veldwerkzaamheden conform BRL SIKB 2000 ondiepe boring boring tot boring met peilbuis 1 m-mv 2 m-mv
De te verkrijgen grond(meng)monsters worden conform AS3000 voorbehandeld en geanalyseerd op de standaard componenten voor grond, aangevuld met analyses op arseen en chroom. Minimaal één week na de plaatsing van de peilbuizen wordt het grondwater bemonsterd en wordt de geleidbaarheid, zuurgraad en het doorzicht (NTU) gemeten. De te verkrijgen grondwatermonsters worden conform AS3000 voorbehandeld en geanalyseerd op de standaard componenten voor grondwater, aangevuld met analyses op arseen en chroom.
254.057.BR.11.ROS Pagina 8 van 16
4
UITVOERING BODEMONDERZOEK
4.1
Veldwerk
Op 11 april 2025 zijn verdeeld over de locatie in totaal 24 boringen verricht (B01 t/m B24), waarbij de boringen B08 t/m B11 haaks op de mogelijke ligging van de voormalige watergang zijn verricht. De boringen B09 en B18 zijn afgewerkt met een peilbuis (respectievelijk P09 en P18) ter bemonstering van het grondwater. Bodemopbouw Op de locatie is met name kleigrond aangetroffen. De bovengrond is veelal tot circa 0,7 á 0,8 m-mv en plaatselijk dieper geroerd. Mogelijk betreft dit bij het bouwrijp maken opgebrachte (gebiedseigen) grond. In de diepere lagen is er sprake van sterk humeuze grond en/of veengrond. Op circa 3 m-mv wordt een zandpakket aangetroffen. Er is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Er zijn geen verdenkingen voor de aanwezigheid van eventuele verontreinigingen met asbest op de locatie. Ter plaatse van de mogelijke voormalige watergang (B08, B09 en B10) is de geroerde laag aanwezig tot een grotere diepte. Tevens is in boring B09 in de ondergrond een (afwijkende) zandlaag aangetroffen. Er is geen bodemvreemd materiaal, noch dempingsmateriaal aangetroffen, noch zijn er waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een voormalige waterbodem. Ten tijde van de veldwerkzaamheden is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van circa 1,5 m-mv. Voor een gedetailleerde bodembeschrijving wordt verwezen naar de in de bijlagen opgenomen boorstaten.
De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven op de situatietekening in de bijlagen. Grondwatermonstername Het grondwater uit de peilbuizen P09 en P18 is op 22 april 2025 bemonsterd. Bij de bemonstering zijn stijghoogten van circa 1,1 en 1,3 m-mv waargenomen. Er zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van verontreinigingen. Er zijn geen afwijkende pH- of Ec-waarden gemeten. 4.2
Laboratoriumonderzoek
De op 11 en 22 april 2025 in het veld verzamelde bodemmonsters zijn ter analyse aangeboden aan het door de RvA geaccrediteerde laboratorium Eurofins Omegam B.V. Aan het laboratorium is opdracht gegeven om onderstaande selectie aan bodemmonsters (grond en grondwater) conform AS3000 voor te behandelen en vervolgens op de desbetreffende analysepakketten te onderzoeken. Tabel 4.1: Selectie grond(meng)monsters en grondwatermonsters voor analyse. Monsternr. MM1 MM2
Analysepakket STD pakket grond + As+Cr STD pakket grond + As+Cr
MM3
STD pakket grond + As+Cr
MM4
STD pakket grond + As+Cr
MM5
STD pakket grond + As+Cr
MM6
STD pakket grond + As+Cr
MM7
STD pakket grond + As+Cr
P09 P18
STD pakket grondwater+ As+Cr STD pakket grondwater+ As+Cr
Boring + bodemlaag (cm-mv) B09 (130-180)
B02 (0-50), B03 (0-50), B04 (0-50), B05 (0-50), B06 (0-50), B07 (0-50) B12 (0-50), B13 (0-50), B14 (0-50), B15 (0-50), B16 (0-50), B19 (0-50), B22 (0-50) B17 (0-50), B18 (0-50), B20 (0-50), B21 (0-50), B23 (0-50), B24 (0-50) B01 (70-120), B03 (60-100), B04 (80-130), B05 (60-100), B07 (80-110) B11 (80-130), B12 (100-150), B19 (70-110), B20 (70-110), B21 (90-140) B01 (120-160), B04 (160-200), B11 (140-190), B12 (160-200), B18 (140-180), B21 (160-210)
Motivatie Afwijkende bodemlaag t.p.v. vml. watergang: zandgrond Kleiige/geroerde bovengrond zuidelijk deel
Kleiige/geroerde bovengrond centraal gelegen deel Kleiige/geroerde bovengrond noordelijk deel Siltige / kleiige ondergrond zuidelijk deel Siltige / kleiige ondergrond noordelijk deel Humeuze kleiige ondergrond
P09 (filter 216-316 cm-mv)
Grondwater t.p.v. vml. watergang
P18 (filter 227-327 cm-mv)
Grondwater
254.057.BR.11.ROS Pagina 9 van 16
5
INTERPRETATIE EN TOETSING
5.1
Toetsing analyseresultaten grond
In de tabellen 5.1 t/m 5.7 staan de toetsingen van de grondmonsters aan de kwaliteitseisen voor de indeling van de landbodem zoals aangegeven in de Regeling bodemkwaliteit 2022, alsmede aan de Interventiewaarden zoals deze zijn opgenomen in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (waarde waarboven significante risico’s voor mens, plant of dier bestaan als gevolg van verontreiniging van de bodem). De interventiewaarden komen overeen met de bovengrenzen voor de kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd’ en worden in onderstaande tabellen derhalve niet afzonderlijk weergegeven. De analyseresultaten zijn met behulp van de rekenregels uit bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit 2022 gecorrigeerd naar de standaard organische stof,- en lutumpercentages (resp. 10% en 25%), zodat deze gestandaardiseerde waarden vergeleken kunnen worden met de kwaliteitseisen (= bovengrenzen) van de kwaliteitsklassen ‘landbouw/natuur’, ‘wonen’, ‘industrie’ en ‘matig verontreinigd’ (waaruit tevens geconcludeerd kan worden of een parameter de interventiewaarde overschrijdt). De toetsing heeft betrekking op het bepalen van de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem, ter bepaling of de kwaliteit overeenkomt met de gewenste functie (wonen met tuin). De toetsresultaten van de afzonderlijk onderzochte stoffen leiden tevens tot een algeheel monsterresultaat (indeling in een kwaliteitsklasse).
Tabel 5.1
Afwijkende bodemlaag t.p.v. vml. watergang: zandgrond (MM1)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
6,1 3,1 6,4 37 < 0,20 15 < 3,0 5,5 < 0,05 < 10 < 1,5 11 < 20 < 35 0,35 0,0049
~ ** **** 1
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 9,9 126 0,2 26,7 6,6 9,6 0,05 10,1 1,05 29,4 28,6 40 0,35 0,0080
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
-
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1 ‘landbouw/natuur’
1
= gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens * = klasse ‘wonen’ = klasse ‘industrie’ *** = klasse ‘matig verontreinigd’ = klasse ‘sterk verontreinigd’ / > interventiewaarde = De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen.
254.057.BR.11.ROS Pagina 10 van 16
Tabel 5.2
kleiige/geroerde bovengrond zuidelijk deel (MM2)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
6,6 26,2 12,0 220 0,34 45 7,7 33 0,10 110 < 1,5 30 81 44 0,58 0,0049
Tabel 5.3
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
5,8 41,4 12,0 180 0,21 37 7,0 18 0,06 22 < 1,5 28 58 < 35 0,35 0,0049
1
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
-
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1
* ‘wonen’
1
kleiige/geroerde bovengrond centraal gelegen deel (MM3)
Componenten
~ ** ****
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 12,4 212 0,4 43,9 7,4 34,3 0,10 112,9 1,05 29,0 81,9 67 0,58 0,0074
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 10,3 118 0,2 27,9 4,6 15,0 0,05 19,2 1,05 19,1 44,4 42 0,35 0,0084
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
-
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1 ‘landbouw/natuur’
1
= gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens * = klasse ‘wonen’ = klasse ‘industrie’ *** = klasse ‘matig verontreinigd’ = klasse ‘sterk verontreinigd’ / > interventiewaarde = De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen.
254.057.BR.11.ROS Pagina 11 van 16
Tabel 5.4
kleiige/geroerde bovengrond noordelijk deel (MM4)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
5,5 26 12,0 390 0,23 33 6,2 19 0,10 32 < 1,5 25 63 < 35 0,35 0,0049
Tabel 5.5
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
7 30,3 21,0 520 0,58 69 23,0 38 0,10 41 1,6 70 110 < 35 0,73 0,0049
1
2
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
-
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1 ‘landbouw/natuur’
1
Siltige / kleiige ondergrond zuidelijk deel (MM5)
Componenten
~ ** ****
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 12,6 378 0,3 32,4 6,0 20,2 0,10 33,4 1,05 24,3 64,7 45 0,35 0,0089
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 20,4 444 0,6 62,4 19,7 36,6 0,10 39,9 1,60 60,8 101,7 35 0,73 0,0070
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
*
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1
** * ** ‘wonen’2
1
= gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens * = klasse ‘wonen’ = klasse ‘industrie’ *** = klasse ‘matig verontreinigd’ = klasse ‘sterk verontreinigd’ / > interventiewaarde = De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen. = Hoewel de gecorrigeerde analysegehalten aan chroom en nikkel in het monster de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ overschrijden, blijkt het monster in zijn geheel, volgens de toetsingsregels zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit 2022 als ‘ontvangende bodem’ wel in te delen als kwaliteitsklasse ‘Wonen’.
254.057.BR.11.ROS Pagina 12 van 16
Tabel 5.6
Siltige / kleiige ondergrond noordelijk deel (MM6)
Componenten
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
4,6 36,7 32,0 250 0,23 58 14,0 26 0,07 31 < 1,5 53 97 < 35 0,35 0,0049
Tabel 5.7
Analyse
Org. stof % (w/w) Lutum % (w/w) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Minerale olie Totaal PAK 10 VROM Som PCB´s Toetsing monster Gehalten in mg/kgds
13,6 44,1 24,0 330 0,32 76 16,0 37 0,07 29 2,8 61 95 51 0,35 0,0049
1
3
4
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
**
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 100 720 5000 40 1
** ‘wonen’3
1
humeuze kleiige ondergrond (MM7)
Componenten
~ ** ****
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 29,4 181 0,2 47,0 10,3 23,5 0,06 28,9 1,05 39,7 81,3 53 0,35 0,0107
Gecorrigeerde analysewaarde 10 25 18,3 204 0,3 55,0 10,0 26,8 0,06 22,9 2,80 39,5 65,6 38 0,26 0,0036
Kwaliteitseis (= bovengrens van de kwaliteitsklasse) landbouw/ matig wonen industrie natuur verontreinigd
Toets
20
27
76
76
-
0,60 55 15,0 40 0,15 50 1,5 35 140 190 1,5 0,020
1,2 62 35 54 0,83 210 88 39 200 190 6,8 0,040
4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 720 500 40 0,5
13 180 190 190 36 530 190 * 100 ** 720 5000 40 1 ‘landbouw/natuur’4
1
= gemeten waarde is rekentechnische uitkomst (0,7 x waarden v/d separate parameters), separaat alles < detectiegrens = geen overschrijding of < detectiegrens * = klasse ‘wonen’ = klasse ‘industrie’ *** = klasse ‘matig verontreinigd’ = klasse ‘sterk verontreinigd’ / > interventiewaarde = De norm voor barium wordt op termijn herzien. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Als sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds. In dit geval is er geen significante antropogene bron aan te wijzen. = Hoewel de gecorrigeerde analysegehalten aan arseen en nikkel in het monster de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ overschrijden, blijkt het monster in zijn geheel, volgens de toetsingsregels zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit 2022 als ‘ontvangende bodem’ wel in te delen als kwaliteitsklasse ‘Wonen’.
= Hoewel de gecorrigeerde analysegehalten aan molybdeen en nikkel in het monster de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ overschrijden, blijkt het monster in zijn geheel, volgens de toetsingsregels zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit 2022 als ‘ontvangende bodem’ wel in te delen als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’.
Uit toetsing van de grondmengmonsters komt naar voren dat zowel in de bovengrond als in de ondergrond op de locatie in het algemeen enkele zware metalen licht verhoogd aanwezig zijn. De monsters MM3, MM4 en MM7 komen overeen met kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ en de monsters MM2, MM5 en MM6 komen overeen met kwaliteitsklasse ‘wonen’. De afwijkend aangetroffen zandlaag (MM1) ter plaatse van de mogelijke voormalige watergang komt tevens overeen met kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Er zijn geen sterke verontreinigingen aangetoond. 254.057.BR.11.ROS Pagina 13 van 16
5.2
Toetsing analyseresultaten grondwater
In de tabel 5.8 staan de toetsingsresultaten van het grondwater uit de peilbuizen P09 en P18. De analyseresultaten zijn getoetst aan: De omgevingswaarden voor de goede chemische toestand van grondwaterlichamen (nationaal), zoals opgenomen in tabel B van bijlage IV uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. De signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering zoals genoemd in artikel 4.12a en bijbehorende bijlage Vd uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Uit toetsing komt naar voren dat geen van de geanalyseerde parameters de omgevingswaarden en/of signaleringswaarden overschrijden. Er bestaan geen verdenkingen voor de aanwezigheid van noemenswaardige verontreinigingen. Verdergaand onderzoek en/of maatregelen worden niet nodig geacht. Tabel 5.8 Componenten
Toetsingstabel grondwatermonsters P09 en P18 Omgevingswaarde NLGW0012, Deklaag Rijn-West
Signaleringsparameters/ waarden
Geleidbaarheid (Ec) Zuurgraad (pH) Doorzicht (NTU) veldmetingen Doorloop Beluchting opgetreden? Arseen 13,2 60 Barium 625 Cadmium 0,35 6 Chroom 30 Kobalt 100 Koper 75 Kwik 0,3 Lood 7,4 75 Molybdeen 300 Nikkel 20 75 Zink 800 Minerale olie 600 Styreen (vinylbenzeen) 300 Benzeen 30 Tolueen 1000 Ethylbenzeen 150 Naftaleen 70 Xylenen (som) 70 Dichloormethaan 1000 1,1-Dichloorethaan 900 1,2-Dichloorethaan 400 1,1-Dichlooretheen 10 Trichloormethaan 400 Tetrachloormethaan 10 1,1,1-Trichloorethaan 300 1,1,2-Trichloorethaan 130 Trichlooretheen 500 Tetrachlooretheen 40 Vinylchloride 5 Dichlooretheen C+T (som) 20 Dichloorpropanen (som) 80 Tribroommethaan 630 Concentratie in μg/l = geen overschrijding of < detectiegrens * ****
Analyse en overschrijding
Analyse en overschrijding
P09 2.710 µS/cm 6,85 31,4 goed nee 12 140 < 0,2 <1 6,7 <2 < 0,05 <2 <2 8,0 26 < 50 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,02 0,21 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 0,14 0,42 < 0,2 -
P18 3.000 µS/cm 6,81 22,4 goed nee 6 150 < 0,2 <1 9,6 <2 < 0,05 <2 <2 13 19 < 50 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,02 0,21 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 0,14 0,42 < 0,2 -
= overschrijding van de omgevingswaarde = overschrijding van de signaleringsparameter
254.057.BR.11.ROS Pagina 14 van 16
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Onderzoek
In opdracht van de firma Van Wijk Nieuwegein is door Amos Milieutechniek B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van kavel G18, gelegen in het deelgebied ‘De Wetering Zuid’ te Utrecht. Het verkennend bodemonderzoek heeft ten doel het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter bepaling of de locatie geschikt is voor de voorgenomen herontwikkeling tot (tijdelijk) wonen met tuin. In het kader van de aankoop en herontwikkeling van het gebied zijn in het verleden reeds enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis de beschikbare gegevens worden er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen noemenswaardige verontreinigingen in de bodem verwacht. De locatie betrof tot aan het bouwrijp maken van het gebied (vanaf 2002) weiland. Binnen de contouren van de onderzoekslocatie bevond zich een watergang, welke bij het bouwrijp maken conform de destijds geldende wet en regelgeving is opgevuld. Er zijn geen directe verdenkingen dat hier dempingsmateriaal en/of verontreinigde grondstromen aanwezig zijn. Voor het bodemonderzoek is de strategie voor een onverdachte locatie gehanteerd, aangevuld met een extra onderzoek naar / boringen ter hoogte van de mogelijke voormalig watergang.
In totaal zijn er verdeeld over de kavels 24 boringen geplaatst, waarvan 15 boringen zijn doorgezet tot een diepte van circa 1,0 m-mv, 7 boringen zijn doorgezet tot een diepte van circa 2 m-mv en 2 boringen zijn doorgezet tot een diepte van circa 3,3 m-mv, waarna deze boringen zijn afgewerkt met een peilbuis (P09 en P18) ter bemonstering van het grondwater. Op de locatie is met name kleigrond aangetroffen. De bovenlaag is geroerd. In de diepere lagen is er sprake van sterk humeuze grond en/of veengrond. Vanaf circa 3 m-mv wordt een zandpakket aangetroffen. Er is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. Er zijn geen verdenkingen voor de aanwezigheid van eventuele verontreinigingen met asbest op de locatie. Ter plaatse van de mogelijke voormalige watergang zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een afwijkende milieuhygiënische bodemkwaliteit. Ten tijde van de veldwerkzaamheden is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van circa 1,5 m-mv. Conform de NEN 5740 zijn er in totaal 7 grondmengmonsters samengesteld. MM2 t/m MM4 van de geroerde bovengrond. MM5 en MM6 van de siltige kleiige ondergrond, MM7 van de humeuze kleiige ondergrond en MM1 van de zandige ondergrond welke is aangetroffen ter plaatse van boring B09. Minimaal één week na plaatsing zijn uit de peilbuizen P09 en P18 grondwatermonsters verkregen.