ZHW Toelichting Bijlage 7 Gebiedsvisie Archeologie.pdf
Tekst van het document
GEBIEDSVISIE ARCHEOLOGIE ZEEHELDENWIJK Inhoudsopgave: 1. Inleiding (aanleiding, doelstelling) 2. Plangebied 3. Landschappelijk en archeologisch kader 4. Beleidskader 5. 3D-model 6. Het archeologische proces (stappenplan) 7. Planning en organisatie 8. Kwaliteitsborging 9. Communicatie
GEBIEDSVISIE ARCHEOLOGIE ZEEHELDENWIJK 1. Inleiding (aanleiding en doelstelling) De Gemeente Urk wil binnen het plangebied Zeeheldenwijk (binnen het vigerende bestemmingsplan nog ‘Schokkerhoek’ genoemd’) in twee fasen een nieuwe woonwijk realiseren: De centrale vraag in dit document is, hoe om te gaan met het aspect archeologie voor deze ruimtelijke ontwikkeling in de Zeeheldenwijk. Delen van fase 1 zijn namelijk voorzien op gronden waar, binnen de geplande verstoringsdiepte, archeologisch waardevolle rivierduinen aanwezig zijn. In de toppen en op de flanken van deze duinen geldt een verhoogde kans op archeologische resten uit het Meso- en Neolithicum, in het bijzonder uit de Swifterbantcultuur. In het omliggende veenpakket kunnen bovendien afvallagen aangetroffen worden van eventueel aanwezige vindplaatsen op het zand. Centraal in dit beleid staat in-situ behoud van archeologische waarden uit de Swifterbantcultuur als het kan en ex-situ behoud als het moet. In onderhavige gebiedsvisie wordt het plangebied (2), het landschappelijk en archeologisch kader (3), het beleidskader (4), het 3D model (5), het archeologisch proces (6), de planning en organisatie(7), de kwaliteitsborging (8) en communicatie (9) behandeld. De gebiedsvisie geeft daarbij een beeld van: I.
de binnen het plangebied verwachte archeologische resten (zoals die van de Swifterbantcultuur) en de reikwijdte, perioden, complextypen, omvang, diepteligging, gaafheid, locatie en uiterlijke kenmerken; II. eerdere onderzoeken en reeds bekende vondsten binnen het plangebied (perioden, complextypen, omvang, diepteligging, gaafheid, locatie en uiterlijke kenmerken); III. eerdere onderzoeken en vondsten in de omgeving van het plangebied (perioden, complextypen, omvang, diepteligging, gaafheid, locatie en uiterlijke kenmerken), zoals de bevindingen bij de realisatie van het naastgelegen bedrijventerrein Zwolse Hoek; IV. het Urker archeologisch beleid, het bestemmingsplan Schokkerhoek (huidige Zeeheldenwijk) en de reeds verrichte archeologische vooronderzoeken; V. een stappenplan; VI. archeologievriendelijk bouwen (conform Handreiking Archeologievriendelijk bouwen / publicatie RCE 1-1-2016). Alle aangegeven elementen vormen de grondslagen voor een gebiedsgericht archeologiebeleid. De gebiedsvisie vormt de kapstok voor PvE’s, PvA’s en toevalsvondstenprotocollen. Doelstelling daarbij is, het verkrijgen van een duidelijk en voor iedereen te volgen beeld van hoe de Gemeente Urk wenst om te gaan met archeologie in de Zeeheldenwijk.
2. Plangebied Bijgevoegd beeld laat de exacte ligging zien van het plangebied. In het rood omlijnd deelgebied vind de ontwikkeling fase I plaats, het realiseren van woningbouw, gemengde en maatschappelijke functies inclusief bijbehorende infrastructuur en voorzieningen met als thema ‘het nieuwe oude dorp’. Het overig deel betreft deel II van de ruimtelijke ontwikkeling, alwaar deel twee van de Zeeheldenwijk beoogd is.. De bodemingrepen betreffen ophogingen en zettingen waar nodig om op basis daarvan de wijk te kunnen realiseren. Het vertrekpunt qua archeologie is, bewaring in situ waar het kan-waar de relevante archeologische kernwaarden-gronden inclusief 30 cm beschermingszone niet worden geroerd en bewaring ex situ waar het niet anders kan, dus waar waarden zijn maar roeringen de waarden zullen verstoren.
Figuur 1. De plangebied fasen 1 en 2.
3. Landschappelijk en archeologisch kader Ad I. Binnen het plangebied verwachte archeologische resten De bewoningsgeschiedenis hangt nauw samen met het onderliggende dekzand- en rivierduinlandschap. Over het (Laat-)Paleolithicum is weinig bekend en in de omgeving van het plangebied zijn slechts enkele vondsten uit deze periode gedaan, onder andere op de zandrug van Schokland en op een dekzandrug bij de Kuinder. Dit betreft vuurstenen werktuigen van de Tjongercultuur. Uit het Mesolithicum (vanaf circa 8.800 v. Chr.) zijn meer vondsten bekend. Veel vondsten zijn gedaan op rivierduinen in het zuidelijke deel van de polder.
De dekzandruggen en rivierduinen vormden in het begin van het Neolithicum (vanaf circa 5.300 v. Chr.) gunstige bewoningslocaties. De vindplaatsen uit deze periode horen bij de Swifterbant-cultuur. Hoewel men in eerste instantie nog een mobiele levenswijze had, gingen de mensen zich na enkele eeuwen vestigen in permanente nederzettingen op de hoge locaties in het vernattende gebied: grote rivierduinen en dek-zandruggen. De Swifterbantcultuur was in het begin een cultuur van jager-verzamelaars. Vanaf circa 4.700 v. Chr. worden kleine hoeveelheden botmateriaal van rund, varken en schaap op de vindplaatsen aangetroffen, een aanwijzing voor veeteelt. Vanaf circa 4.200 werd ook aan akkerbouw gedaan. Jagen en verzamelen speelde echter gedurende de gehele periode van de Swifterbantcultuur nog een belangrijke rol. Deze cultuur komt veel voor op rivierduinen langs de vroegere loop van de Overijsselse Vecht, maar ook in Zuidelijk Flevoland, op donken in Zuid-Holland en in Noordwest-Duitsland tot aan de Elbe. In het Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum was het Noordoostpoldergebied nog grotendeels met loofbos begroeid en geschikt voor bewoning. Als gevolg van de stijging van de zeespiegel, en hieraan gerelateerd het grondwater, nam de veengroei echter steeds meer toe.
Gedurende het Neolithicum veranderde het zuidwesten van de Noordoostpolder in een veengebied dat grotendeels ongeschikt was voor bewoning. Binnen het plangebied liggen enkele rivierduinen waarvan de hoogste delen direct onder de bouwvoor liggen. In het begin van het Neolithicum waren de delen dieper dan -7,5 m NAP al met veen bedekt geraakt, maar de rivierduinen in het plangebied zullen dus nog boven het veen uitgestoken hebben. Deze locaties zullen in het verder natte veengebied in het Vroeg-Neolithicum nog een gunstige vestigingslocatie gevormd hebben. In het Midden-Neolithicum raakten door de zeespiegelstijging ook de delen dieper dan -4,0 m NAP met veen bedekt en dus ook alle rivierduinen binnen de Zeeheldenwijk. Tijdens het Midden-Neolithicum (Trechterbekercultuur) nam de bewoning in de omgeving van het plangebied nog verder af. Als gevolg van verder gaande vernatting werden de grootste delen van het landschap onbewoonbaar. Ook de delen die nog boven het veen uitstaken waren, gezien de geïsoleerde ligging omringd door veengebied, nauwelijks bewoond. Het plangebied was in deze periode geheel met veen bedekt en ongeschikt voor bewoning. In de lange periode hierna (Laat-Neolithicum – Romeinse tijd) breidde het veen zich steeds verder uit. Binnen het plangebied worden daarom geen resten uit deze perioden verwacht.
Er zijn binnen de Noordoostpolder wel aanwijzingen dat in de IJzertijd en/of Romeinse tijd op het veen gewoond werd, in de vorm van verspoelde vondsten in een gebied dat destijds veengebied was (ver weg van de toen nog resterende hoogtes). Dergelijke vindplaatsen zijn echter, als gevolg van latere zee-erosie, bijna geheel verdwenen. Vanaf de 9e-10e eeuw werd het veengebied ontgonnen vanaf de hoger gelegen gebieden (zoals Urk). Als gevolg van de ontginning en ontwatering klonk het veen in, wat tot een verslechterde ontwatering leidde. Vanaf de Late-Middeleeuwen lag het plangebied in het Almere en later de Zuiderzee en vanaf 1932 in het IJsselmeer. Op basis van bovenstaande bewoningsgeschiedenis moet rekening worden gehouden met het aantreffen van sporen uit het Meso- en Neolithicum op het dekzand / de rivierduinen van met name de Swifterbantcultuur (5.300-3.400 v.Chr.) en mogelijk zelfs de hierop volgende de Trechterbeker Cultuur (3.500 v.Chr.) op de hoogste delen. Sporen uit het Mesolithicum kenmerken zich voornamelijk door
clusters van haardkuilen en oppervlaktehaarden. Daarnaast kunnen afvallagen/dumps, akkers, grafkuilen en paalkuilen voorkomen. Huisplattegronden zijn in de Noordoostpolder onder andere bekend uit de late Swifterbant periode (3.900-3.400 v.Chr.; vindplaats P14). Ook kunnen resten van vliegtuigen (WOII), schepen en andere water gerelateerde vondsten uit jongere perioden niet uitgesloten worden in boven het pleistocene zand gelegen afzettingen. Ad II. Eerdere onderzoeken en vondsten binnen het plangebied. Er zijn geen archeologische monumenten binnen het Plangebied Zeeheldenwijk bekend. Wel zijn er losse waarnemingen geregistreerd. Het betreft enkele vondsten uit de Nieuwe tijd en een geretoucheerde vuurstenen afslag gedateerd in het Mesolithicum (zaakid. 2853722100). Het betreft een waarneming uit 1956 waarvan de verwervingswijze en de exacte vondstlocatie niet bekend is.
Figuur 2. Stedenbouwkundige indeling en uitgevoerde archeologische onderzoeken archeologie fase 1
Booronderzoeken ADC (Projectnummer 4200145) / Buro de Brug (Rapport B16-275) In 2017 en 2018 is binnen het plangebied een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek verricht (figuur 2). Hierbij zijn verschillende rivierduinen / zandopduikingen waargenomen. Op basis hiervan heeft de Gemeente Urk besloten karterend booronderzoek uit te laten voeren in enkele zones in het noordelijk deel van het plangebied fase 1 (zie figuur 2). Het karterend booronderzoek resulteerde in twee vuursteenvindplaatsen: één op de flank van de rivierduinen in de daarvoor ingezetten onderzoekszone 1 en één langs de noordoostgrens van de ruimtelijke ontwikkeling, welk onderzoekszone 3 ruimtelijk wordt ingepast. Vandaar dat ingezoomd wordt op onderzoekszone 1. In onderzoekszone 1 is verspreid over het terrein vuursteen aangetroffen, voornamelijk in de podzolbodem (AE en B/BChorizont) in de top van rivierduinzand. De diepte waarop het vuursteen is aangetroffen varieert tussen de 30 en 440 cm onder maaiveld (4,6 tot 8,7 m –NAP). Proefsleuvenonderzoek Econsultancy (Rapport 8091.002) Ter plaatse de conflictdelen in proefzone 1 is in 2019 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Hierbij zijn twee proefsleuven aangelegd tot 30 cm onder de maximale verstoringsdiepte van de geplande werken. In één proefsleuf is hierbij het pleistocene zand niet aangetroffen.
In de helft van de andere proefsleuf is het duinzand wel aangetroffen, maar is de top grotendeels afgetopt. Slechts in een gebied van 5 m 2 is een podzolbodem aangetroffen. Er zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Voor zowel het proefsleuvenonderzoek als de karterende booronderzoeken geldt dat de bodem tot 30 cm onder de voorgenomen bodemingrepen onderzocht zijn. De kenmerken van de rivierduinen in het plangebied (onthoofd en steile flanken) maken dat binnen de voorgenomen diepte alleen smalle intacte flankstroken met aangrenzende veenlaag een hoge kans op archeologische waarden hebben. Onder de verstoringsdiepte, lager op de duinflanken kunnen nog goed intacte archeologische waarden aanwezig zijn. Het is goed om deze kanttekening bij de resultaten van de prospectieonderzoeken te maken. Booronderzoek Urkerweg (Econsultancy Rapport 8091.003) In het uiterste noorden van het plangebied (ten noorden van de Urkervaart) is een verkennend booronderzoek uitgevoerd (figuur 2). Hierbij is in het grootste deel van deze zone verspoeld dekzand aangetroffen, waarin geen podzolbodem aanwezig was. Hier is sprake van een dekzandvlakte, waarbij het dekzand zich dieper dan 4,5 m -mv (-9 m NAP) bevindt. In het uiterste oosten loopt een geul waar het dekzand dieper dan 8 m -mv (-13,7 m NAP) gelegen is. In het westen is een rivierduin aangetroffen.
In het uiterste westen (buiten het huidige plangebied) ligt dit duin nabij het maaiveld maar binnen het huidige plangebied is sprake van een diepte van 3 à 3,4 m -mv (vanaf -7,4 m NAP). 3D-model versie 1 en pilotstudie (Econsultancy Rapport 8091.004a) Op basis van het destijds reeds verrichte vooronderzoek door ADC en Buro de Brug is een 3D-model gemaakt ten behoeve van de archeologie in de Zeeheldenwijk op Urk. Voor dit 3D-model zijn de door ADC geleverde gegevens, in X, Y coördinaten van de boringen en een diepte van de zandlaag onder het maaiveld, omgezet in NAP-waarden. Om het 3D-model verder aan te scherpen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd binnen een pilot-gebied in het westen van het plangebied (figuur 2). Hierbij zijn ter plaatse van een zandopduiking in het westen van het plangebied drie raaien dwars over de zandopduiking geplaatst, waarbij in eerste instantie om de 20 m geboord werd. Op locaties met grote reliëfverschillen met de eerdere boringen zijn aanvullende boringen geplaatst, deels ter controle van de eerdere boringen en deels ter verdichting. Naar aanleiding van de pilotstudie is een nieuwe versie van het 3D-model gerealiseerd, waarbij de zanddieptes en reeds uitgevoerde boringen nogmaals kritisch
bekeken zijn. Ook zijn de recentelijk uitgevoerde boringen binnen het plangebied toegevoegd aan het 3D-model. Karterend booronderzoek Liander-kabel (Econsultancy Rapport 8091.004b) In het uiterste westen van het plangebied is reeds een karterend booronderzoek uitgevoerd in het kader van de aanleg van een Liander-kabel (zie figuur 2). Dit onderzoek is uitgevoerd op de locatie waar op basis van de eerdere booronderzoeken een rivierduin direct onder de bouwvoor werd verwacht. Uit het booronderzoek bleek echter dat de bodem tot gemiddeld 1 m -mv (-5,5 m NAP) verstoord is. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Karterend booronderzoek conflictzones (Econsultancy Rapport 8091.009) Op basis van de destijds vigerende versie van het 3D-model is een karterend booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van alle vastgestelde conflictzones binnen fase 1. Hierbij bleek dat de bodem vooral in de hogere delen van de rivierduinen verstoord is tot in de C-horizont. Op de flanken is de podzolbodem meestal (deels) intact). Tijdens het onderzoek zijn twee fragmenten vuursteen en enkele brokjes houtskool aangetroffen. Het vuursteen lijkt niet door mensen bewerkt en het houtskool betreft een secundaire indicator, die ook een natuurlijke oorsprong kan hebben. Bovendien kan houtskool ook door bijvoorbeeld verspoeling van elders afkomstig zijn.
Er is geen sprake van vondstconcentraties en de vondsten zijn verspreid over het onderzoeksgebied gedaan. Wel is vastgesteld dat de hogere delen van de rivierduinen in veel gevallen omvangrijker zijn dan op basis van de eerdere onderzocht gedacht werd. Vandaar dat geadviseerd is om een nader verkennend booronderzoek uit te voeren om het pleistocene reliëf nader in kaart te brengen. Verkennend booronderzoek nader begrenzen conflictzones (Econsultancy Rapport 8091.010a) Op basis van het verkennende booronderzoek is bevestigd dat de conflictzones waar mogelijke archeologische waarden bedreigd worden door de geplande bodemingrepen, omvangrijker dan verwacht. Vandaar dat aanvullende zones geselecteerd zijn waarvoor een karterend booronderzoek geadviseerd werd. Karterend booronderzoek nadere conflictzones (Econsultancy Rapport 8091.010b) De aanvullende karterende boringen zijn vooral op de flanken van de rivierduinen geplaatst. Hier was de podzolbodem overwegend nog intact. Tijdens het onderzoek zijn twee fragmenten vuursteen aangetroffen. De vuursteenfragmenten zijn vermoedelijk allebei bewerkt, hoewel dit niet 100% zeker is. Aangezien de vuursteenfragmenten in twee naast elkaar gelegen boringen zijn aangetroffen en gezien de aanwezigheid van een intacte podzolbodem in deze boringen is een proefsleuvenonderzoek ter plaatse van deze boringen aanbevolen.
Proefsleuvenonderzoek (Econsultancy Rapport 8091.011) Ter plaatse van de tijdens het karterende booronderzoek (8091.010b) aangetroffen vuursteenfragmenten is een proefsleuf aangelegd, waarbinnen twee zeefvakken zijn uitgezet. Binnen deze zeefvakken is het duinzand per laag van 5 cm gezeefd, tot 30 cm in de top van het duin. Hierbij zijn geen archeologische vondsten gedaan. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat geen behoudenswaardige vindplaats in het onderzoeksgebied aanwezig is. Conclusie Binnen het plangebied zijn alle conflictzones waar bodemingrepen gepland zijn tot in het archeologisch relevante niveau (met een bufferzone van 30 cm plus randzone ivm de mogelijkheid van afvallagen) in
kaart gebracht. Deze zones zijn later nog nader begrensd met enkele aanvullende verkennende booronderzoeken. Alle zones binnen het gebied van fase 1, waar bodemingrepen tot in de top van het rivierduin gepland zijn (inclusief bufferzone van 30 cm), zijn onderzocht door middel van een karterend booronderzoek. Door ADC ArcheoProjecten zijn twee zones vastgesteld waarbinnen een concentratie van vuursteenfragmenten is vastgesteld. Dit betreffen zone 1 (29 artefacten over 9.000 m 2) en zone 3 (61 artefacten over 2.000 m2). Zone 3 is niet nader onderzocht aangezien de bodemingrepen binnen deze zone tot meer dan 30 cm boven de top van het rivierduin zullen reiken. Binnen zone 1 is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat de bodem grotendeels verstoord is. Bovendien zijn hierbij geen archeologische indicatoren aangetroffen. Deze zone is dan ook vrijgegeven voor de geplande bodemingreep. De overige conflictzones zijn onderzocht door Econsultancy. Hierbij zijn enkele verspreide, hoogstwaarschijnlijk natuurlijke, vuursteenfragmentjes aangetroffen. Ook zijn twee vuursteenfragmenten aangetroffen die mogelijk bewerkt zijn. Op deze locatie is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waaruit is geconcludeerd dat geen archeologische vindplaats aanwezig is.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt geconcludeerd dat ter plaatse van fase 1 geen archeologische vindplaatsen verstoord zullen worden bij de geplande bodemingrepen. Dit betekent niet dat in het geheel geen archeologische vindplaatsen verwacht worden in het plangebied. Deze kunnen nog wel voorkomen op meer dan 30 cm onder de geplande bodemingreep. Bij eventuele planaanpassingen dient daarom opnieuw een afweging gemaakt te worden over de noodzaak van archeologisch onderzoek.
Ad III. Eerdere onderzoeken en vondsten in de directe omgeving van het plangebied Begeleiding bedrijventerrein Zwolsehoek (Oranjewoud) Voorafgaand aan de eerdere realisering van het naastgelegen bedrijventerrein Zwolsehoek is een karterend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen archeologische resten aangetroffen. Vastgesteld is dat slechts in één zone een rivierduin binnen 2 m -mv aanwezig is. In deze zone zijn de graafwerkzaamheden archeologisch begeleid. Hierbij zijn op de flank van het duin twee grondsporen aangetroffen, namelijk (de onderkant van) een haardkuil en een greppel. In beide sporen ontbrak vondstmateriaal, waardoor deze niet nader gedateerd konden worden dan ‘voor de veenvorming’. Geconcludeerd is dat minder archeologische waarden zijn aangetroffen dan op voorhand verwacht. Dit heeft in ieder geval drie redenen: - Bij de aanleg van de wegcunetten is zoveel mogelijk vastgehouden aan de beperking uit het PvE om 10 à 30 cm restveen te behouden boven de rivierduinafzettingen. Mogelijk zijn hieronder dus nog archeologische waarden in situ bewaard gebleven - In het grootste deel van het gebied zijn zeer diep gelegen rivierduinen onderzocht. Deze gebieden waren waarschijnlijk minder in trek voor bewoning. De trefkans voor archeologische vondsten is hier, onder andere vanwege de diepte en verminderde zichtbaarheid, laag.
- De aangetroffen grondsporen zijn op de zuidelijke flank van de hoogste opduiking van het rivierduin gevonden. Hier zijn slechts twee wegcunetten gegraven en het grootste deel van dit duin is
dus niet archeologisch onderzocht. Het is zeer goed mogelijk dat juist in deze zone (top van het duin) de primaire vindplaats is gelegen en dus nog in situ bewaard is gebleven. Booronderzoek Urkerweg (Econsultancy) Buiten het huidige plangebied, nabij de rotonde Urkerweg / Ransuil is een karterend booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het hoogste deel van een tijdens verkennend booronderzoek aangetroffen rivierduin (zie Ad 2). Hierbij is in één boring een vuursteenafslag aangetroffen in de top van het zand. Deze vondst bevindt zich echter meer dan 30 cm onder de maximale verstoringsdiepte. Deze archeologische laag (zand) kan hierdoor worden behouden in situ en zodoende is geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Booronderzoek ten noorden van Urkerweg (Econsultancy) Nabij de Urkerweg 64 is een verkennend booronderzoek uitgevoerd, waarbij binnen de maximale boordiepte van 1,5 m -mv in één boring rivierduinafzettingen zijn aangetroffen. In de omgeving van deze boring is een karterend booronderzoek uitgevoerd, waarbij geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Ad 4) Het beleidskader A. Het Provinciaal beleid en normstellingskader Archeologie gaat niet alleen Urk aan het hart maar ook de Provincie (Flevoland). De provincie heeft daarom ook archeologie opgenomen in de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening.
Zo heeft de Provincie opgenomen de geschiedenis van ‘Flevoland’ van belang te vinden. Daartoe is een PArK gebied en een top 10 aan aandachtsgebieden vastgelegd.
Figuur 3: Het door de Provincie Flevoland aangewezen PArK gebied.
Figuur 4: de door de Provincie Flevoland aangewezen Archeologische top 10 locaties
Het gebied Schokkerhoek en de gebiedsontwikkeling Zeeheldenwijk vallen qua roeringen noch binnen het PArK gebied nog binnen de door de Provincie aangewezen Archeologische Top 10 locaties.
In het Erfgoedprogramma (beleid) van de Provincie staat voor gebieden als het ontwikkelgebied dat de provincie in eerste instantie de Gemeente volgt in diens beleid en uitvoering. Dat is meteen de reden waarom de provincie in de met de Gemeente Urk gesloten ‘overeenkomst interbestuurlijke verhoudingen’ heeft opgenomen vanuit vertrouwen te werken en de eerste lijns handhaving over te dragen aan de Gemeente Urk om vervolgens zelf de tweede lijns handhaving op het gebied van Archeologie op te pakken. Dit heeft tenslotte ook zijn vertaling gekregen in de toetsing van de ontgrondingenvergunning. Archeologie is daarin geen weigeringsgrond, archeologie kan wel leiden tot aan de ontgrondingenvergunning te verbinden voorschriften zodra onomstotelijk is bewezen dat de Gemeente zijn zorgplicht op grond van de archeologie niet neemt. Om dit te voorkomen en het gezamenlijk belang van archeologie en 1 gezamenlijke overheid te benadrukken kiest de Gemeente Urk er voor de Provincie in het hele traject van voorbereiding, uitvoering en controle er bij te betrekken, ook al heeft de Provincie daar geen be- of veroordelingsrecht in.
Dat geldt voor het algemeen gemeentelijk archeologie beleid uit 2016, voor de onderhavige specifieke gebiedsvisie, voor de inhoud van de aanvraag ontgrondingenvergunning, voor de PvA’s inzake verkennende en karterende onderzoeken en voor het PvE inzake waarderend onderzoek. De Provincie wordt in al deze producties gekend maar is daarin niet de penvoerder of toetsende instantie. Beide partijen hebben daarvoor via Arbitrarch een bevestiging gevraagd, en deze bevestiging volledig omarmd. B. Urker beleid en planologisch kader Op grond van de wet rust bij de Gemeente Urk dus het bevoegd gezag in het kader van de archeologie. Dat betekent dat de Gemeente algemeen beleid, specifiek beleid, PvA’s en een PvE opstelt en vaststelt en daarop de voorbereiding, de uitvoering en de controle baseert. Uiteraard toetst de Gemeente ook de archeologie rapporten aan de daarvoor vastgestelde (AMZ) cyclus en (KNA) norm. Voor de ruimtelijke ontwikkeling Schokkerhoek is -voor wat betreft deze specifieke gebiedsvisie relevant- in 2016 het aspect archeologie vastgelegd in beleid en normstelling (het bestemmingsplan Schokkerhoek). Kern van het beleid is om archeologische waarden waar mogelijk in situ te bewaren.
Dit wordt beoogd door de aanduiding ‘waarde archeologie’ over het gehele plangebied te leggen en door de borging in de planregels, dat bij het realiseren van bouwwerken, gebouwen en overige bouwwerken alsmede het uitvoeren van werken of werkzaamheden (denk bijvoorbeeld aan kabels en leidingen) wordt aangetoond dat archeologische waarden niet worden aangetast. Grondslag voor het vastgesteld beleid zijn de resultaten van het bureauonderzoek van Buro de Brug (Rapport B09-28). Op basis van dit bureauonderzoek zouden er op Schokkerhoek, met name op eventuele intacte rivierduintoppen en -flanken (bewonings)sporen (vuurstenen, werktuigen en resten van kleine jacht-kampementen en of overschotten) uit het Mesolithicum en Neolithicum (overwegend van de Swifterbantcultuur) kunnen worden aangetroffen. In het veen rondom de rivierduinen kunnen bovendien afvallagen uit dezelfde perioden voorkomen. Onder andere op basis daarvan is de gemeentelijke beleidskaart archeologie opgesteld, welke het volgende beeld geeft over het plangebied.
Figuur 5. Het plangebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart.
De gemeente Urk heeft de wens om archeologische resten uit de steentijd (Swifterbantcultuur) en behoud in situ hiervan centraal te stellen. De gave toppen en flanken van de toenmalige rivierduinen worden als mogelijk archeologisch relevante gronden aangewezen. Direct hieromheen kunnen in het veen afvallagen voorkomen. Om in dat kader aan de zorgplicht voor archeologie te kunnen voldoen is een 3D-model gemaakt ten behoeve van de Zeeheldenwijk op Urk. Van dit 3D-model wordt thans een nieuwe versie gemaakt met hierin de resultaten van de meest recente onderzoeken. Voor dit 3D-model zijn de boorgegevens van alle in het plangebied uitgevoerde booronderzoeken, in X, Y en Z-coördinaten van de boringen en de diepte van de pleistocene zandlaag onder het maaiveld, omgezet in NAPwaarden, waarbij voor de boringen van ADC en Buro de Brug gebruik is gemaakt van hoogtemetingen door Facto Geo. Van de meest recente onderzoeken (Econsultancy) zijn de hoogtemetingen door Econsultancy uitgevoerd.
Ad 5) Het 3D model Om mogelijke conflicten te herkennen zijn alle theoretische ontgravingsdieptes voor de fasen 1 ook in een 3D-model gezet. De mogelijke conflicten voor de fasen 2 volgen uiteraard. Daarmee wordt meteen duidelijk dat het 3D model een dynamisch model is ten behoeve van het van te voren inzichtelijk maken van de relevante kernlagen qua archeologie. In verband met de in de archeologie gebruikelijke bufferzone van 30 cm, is er in de bepaling van de snijdingslocaties 30 cm bij de zandhoogte opgeteld. Met behulp van de software zijn de snijdingen van de twee modellen (zandduinen + 30 cm en ontgravingsdieptes) bepaald en vervolgens visueel gecontroleerd. Hierdoor is voor de fasen 1 inzichtelijk gemaakt waar de geplande ontgravingsdieptes, zoals die van de watergangen en riooltracés, het model van de zandlaag snijden. Deze zogenaamde conflictzones zijn vervolgens weergegeven in een 2D-vlak. In deze conflictzones kiest de Gemeente Urk ervoor om het beeld van de ligging en intactheid van de rivierduintoppen en -flanken en aanwezigheid van eventuele vuursteenvindplaatsen op de rivierduinen of afvallagen in het veen verder in beeld te brengen met aanvullende verkennende en/of karterende archeologische booronderzoeken. Ook dat geldt voor alle fasen van ontwikkeling.
Ad 6) Het archeologisch proces en stappenplan Bovenstaande biedt kansen om met deze aanvullende gebiedsvisie, het vastgesteld Urks beleid en de Urker normstelling, de twee schijnbaar conflicterende waarden van ontwikkeling en archeologie (behoud) op elkaar te laten aansluiten. Daartoe worden in deze gebiedsvisie archeologie Zeeheldenwijk de volgende stappen vastgelegd: A. Op basis van het 3D-model wordt vastgesteld waar de conflictzones liggen, waar de geplande ontgravingen dieper reiken dan 30 cm boven de top van de rivierduinen. Daarbij wordt een zone inachtgenomen waarbinnen zich afvallagen kunnen bevinden. Dit model wordt door de Gemeente Urk kwartaalgewijze actueel gehouden. Ook de daarvoor benodigde archeologische onderzoeken worden in opdracht van de Gemeente uitgevoerd. Dit is ook mogelijk omdat voor deze ontwikkeling de Gemeente Urk een actieve grondpolitiek voert en de gronden pas vrijgeeft nadat de archeologie voldoende in beeld is en de verantwoorde vervolgkeuzen zijn gemaakt. B. Binnen de onder A bepaalde zones wordt door middel van verkennende booronderzoeken zo exact mogelijk het reliëf van de rivierduinen binnen het plangebied vastgelegd. Hierbij wordt bepaald in welke zones nog archeologische resten binnen de geplande ontgravingsdiepte (+ 30 cm) kunnen voorkomen; C.
Met aanvullende karterende booronderzoeken (zeven) binnen de onder B bepaalde zones wordt de aanwezigheid van archeologische waarden op de rivierduintoppen en -flanken, alsmede afvallagen in het veen, beoordeeld. Hiermee wordt bepaald in welke zones archeologische vindplaatsen binnen de geplande ontgravingsdiepte (+30 cm) voorkomen; D. Binnen de onder C bepaalde zones worden vindplaatsen door middel van passend waarderend archeologisch onderzoek (boren en-of sleuven) nader in kaart gebracht en gewaardeerd. Waar een combinatie van waarderend boor en proefsleuvenonderzoek tot ruim buiten vondsconcentraties aanbevelingswaardig is, zal daartoe worden overgegaan. E. De tijdens de verkennende fase (B) begrensde verstoorde delen (daar waar de top van het duinzand geheel verstoord is) worden niet karterend of waarderend onderzocht.
F. Voor alle roeringen in voor archeologisch onderzoek vrijgestelde zones wordt een Toevalvondstenprotocol opgesteld en vastgesteld; G. Voor woningbouw wordt de toepassing van de Handreiking archeologie vriendelijk bouwen verplicht voorgeschreven en deze verplichting zal worden opgenomen in het bestemmingsplan; H. Alle gebiedsdelen waar op basis van bovengenoemde onderzoeken geen behoudenswaardige (prehistorische) vindplaatsen binnen de maximale verstoringsdiepte verwacht worden, worden met inachtneming van het Toevalsvondstenprotocol vrijgegeven voor de huidige geplande ruimtelijke ontwikkeling. Alle andere gronden pas na afronding van de stappen A tot en met D en eventueel een opgraving, mocht in-situ behoud niet mogelijk zijn. I. Voor de uitvoering krijgen de uitvoerders met het Protocol Toevalsvondsten een instructie mee en wordt een alarmsysteem georganiseerd waarbij, zodra men het duin- of dekzand raakt, of vondsten/sporen worden aangetroffen, alsnog opnieuw volledig kan worden opgeschaald met inachtneming van de AMZ cyclus en de KNA 4.1 norm, te beginnen met stante pede archeologische bijstand, waar nodig en gewenst tot volledig ingrijpen door de Gemeente zelf. J.
Als uit één van bovenstaande onderzoeken blijkt dat de archeologische verwachtingswaarde aanpassing behoeft (naar hogere of lagere verwachtingswaarde) dan zal de gemeente naar aanleiding daarvan de archeologische beleidskaart aanpassen. Archeologie vriendelijk bouwen In de zones waar op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken is vastgesteld dat behoudenswaardige archeologische resten in de ondergrond voorkomen, dient tijdens de bouw rekening gehouden te worden met deze archeologie. Indien de initiatiefnemer, met goedkeuring van de Gemeente, de vindplaats in de bodem wil behouden, dient gebruik gemaakt te worden van het 3D-model en een archeologievriendelijk bouwplan. De zorgplicht ligt in dat kader bij de ontwikkeling van de openbare ruimte in eerste instantie uiteraard bij de Gemeente. Bij het realiseren van basis nutsvoorzieningen ligt die zorgplicht bij de nutsbedrijven en bij het bouwen van woningen en/of bedrijven bij de vergunninghouders voor die bouwwerken. De spelregels daarvoor worden vastgesteld door de Gemeente via een Programma van Eisen (PvE) en de daaraan te verbinden Plannen van Aanpak (PvA). De gemeente Urk wil ook het deel van de zorgplicht van de nutsbedrijven en vergunninghouders oppakken, door de basis onderzoeken daartoe uit te voeren.
In het kader hiervan is het gehele plangebied onderzocht door middel van een bureau en verkennend booronderzoek. Waar nodig zullen aanvullende verkennende, karterende of waarderende booronderzoeken worden uitgevoerd (zie Ad 5). De resultaten van deze onderzoeken, evenals de planning van de verstoringen worden in een 3D-model vastgelegd zodat van tevoren een goed totaalbeeld verkregen is. Daarna kan op basis van het Programma van Eisen, de Plannen van Aanpak die daarna worden op- en vastgesteld en de Handreiking (algemene uitgangspunten) archeologievriendelijk bouwen, gekozen worden voor een passende maatwerkoplossingen. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van een archeologievriendelijk bouwplan is om schadelijke (bodem)ingrepen zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe wil de Gemeente in de zones waar op basis van de
uitgevoerde onderzoeken behoudenswaardige archeologische resten in de ondergrond voorkomen, het volgende stappenplan hanteren:
Het bouwplan wordt op archeologievriendelijkheid beoordeeld door: 1.
2. 3.
4.
Allereerst na te gaan of de vindplaats uitgespaard kan worden in het plangebied. Dit heeft de voorkeur aangezien er in dat geval niet op de vindplaats wordt gebouwd en er dus geen voor archeologie relevante bodemverstorende ingrepen plaatsvinden. De mogelijkheden van uitsparing zijn afhankelijk van de bouwopgave, de grootte van het plangebied en de vindplaats. Hoe groter het plangebied en kleiner de vindplaats, des te meer mogelijkheden er zijn. Als uitsparing niet mogelijk is, zal worden bekeken of de archeologisch relevante bodemlaag ongeroerd kan blijven door de normale technologische oplossingen aan te passen of te veranderen. Ingeval de vindplaats door bouwkundige ingrepen alsnog zou kunnen worden aangetast, zal er naar oplossingen gezocht moeten worden om het bouwplan archeologievriendelijk te maken. Dit betekent maatwerk, want de meest geschikte oplossing is afhankelijk van het type vindplaats, de plaatselijke bodemeigenschappen en het te realiseren bouwwerk. Er zijn situaties denkbaar waarin planaanpassing niet of onvoldoende mogelijk is en het bodemarchief te ernstig wordt verstoord. Dat kan te maken hebben met de specifieke bouwopgave (bebouwingsdichtheid, bouwvolume, bouwconstructie), de bodemgesteldheid of met de aard van de vindplaats.
Voorbeelden zijn vindplaatsen waar de archeologische resten pal onder het oppervlak liggen of aan het maaiveld liggen, vindplaatsen met menselijke begravingen of kleine vindplaatsen die grotendeels verstoord worden door grondwerkzaamheden.
De gemeente bepaalt als vergunningverlenende overheid of een bouwplan voldoende is aangepast en archeologievriendelijk is. De gemeente kan in de omgevingsvergunning voorschriften opnemen over de wijze waarop de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om risicovolle bouwingrepen tijdens de uitvoering archeologisch te laten begeleiden of als een (klein) deel van de vindplaats wordt verstoord, die voorafgaand aan de bouw archeologisch te laten onderzoeken. We houden daarbij buiten de daarvoor geldende criteria ook rekening met het feit dat in de handreiking is opgenomen dat een percentage tot 2% verstoring acceptabel is. Als het bouwplan naar het oordeel van de gemeente te schadelijk is of onvoldoende aangepast kan worden, kan besloten worden de vindplaats voorafgaand aan de bouw op te graven. De Gemeente hanteert bij de beoordeling de handreikingen archeologievriendelijk bouwen: I. II. III. IV. V.
Algemene uitgangspunten archeologievriendelijk bouwen Belasten van de bodem in een archeologievriendelijk bouwplan Paalfundering in een archeologievriendelijk bouwplan Fundering op staal in een archeologievriendelijk bouwplan Ontgravingen in een archeologievriendelijk bouwplan
De handreikingen zijn een praktisch hulpmiddel: er worden illustratieve oplossingen aangereikt waarmee schade aan het bodemarchief kan worden beperkt. De Gemeente Urk staat daarbij open voor alle denkbare praktische technische oplossingen binnen de ruimtelijke opgave die thans voorligt. Procedureel stelt voor de (archeologievriendelijk) bouwplantoets de volgende procedure vast: A. Vooroverleg, voorafgaand aan het indienen van de vergunningaanvraag: 1. Informatie-uitwisseling tussen gemeente en initiatiefnemer bouwplan 2. Archeologische rapporten plangebied 3. Risico-inventarisatie bouwplan 4. Planaanpassing tot archeologievriendelijk bouwplan B. Vergunningprocedure Ingediende vergunningaanvraag toetsen op volledigheid op basis van de indieningsvereisten. 1. Beoordelen bouwplan met zo nodig overleg en planaanpassing 2. Besluit op vergunningaanvraag. Als geen vooroverleg over het bouwplan is gevoerd zal het overleg, een eventuele planaanpassing of onderzoek binnen de vergunning termijn moeten plaatsvinden.
De Gemeente hanteert daarbij de volgende checklist:
De Gemeente denkt in het kader van archeologievriendelijk bouwen ook aan de nazorg. Elk bouwwerk heeft een levenscyclus: het wordt op enig moment weer gesloopt en vervangen door iets nieuws. Tot dat moment wordt het gebruikt, onderhouden, gerepareerd of mogelijk deels vervangen. Om de vindplaats ook in de toekomst te kunnen behouden, zal de Gemeente de relevante informatie over de vindplaats en het bouwplan archiveren op basis van de volgende dossiers: 1. Het volledige vindplaatsdossier 2. Het volledige bouwplan, inclusief het funderingsplan 3. Documentatie van de bouw zoals uitgevoerd 4. De resultaten van uitgevoerd zettingsonderzoek 5. Technische gegevens over de funderingen ten behoeve van hergebruik
7) Planning en Organisatie Het ligt in de planning om in kwartaal 4 van 2020 de archeologische onderzoeken voor de ruimtelijke ontwikkelfasen 1 te hebben afgerond en gedeeld. Direct daarna zal worden gestart met het verder archeologisch in kaart brengen van de omliggende ontwikkelgebieden (de fasen 2), welke inventarisatie wij in juli 2021 willen hebben afgerond. De ontgrondingenvergunning voor de fasen 1 wordt vervolgens verwacht tegen kwartaal 1 van 2021. Met de start van de ontgronding (ophoging)werkzaamheden zal daarna worden gestart. De omgevingsvergunning voor de bouw staat dan ook gepland. De uitvoering ervan staat gepland vanaf 2023.
8) Kwaliteitsborging Uitgegaan wordt van archeologisch onderzoek door specialisten met gebruikmaking van zoveel mogelijk kennis en ervaring van archeologische onderzoeken ten aanzien van het Meso- en Neolithicum in Flevoland. Daarnaast zal een telefonisch meldpunt worden ingericht, van waaruit directe telefonische of indien noodzakelijk ter plaatse ‘archeologische bijstand’ kan worden verleend. Dit beleid en de voor archeologie belangrijke onderzoeksvragen, methoden voor de gravende onderzoeken en voorschriften zullen conform AMZ cyclus en KNA 4.1 normen worden verankerd in drie Programma’s van Eisen (PvE): voor de openbare ruimte (verhardingen en groenstructuur), voor de waterpartijen en voor de opstallen waaronder woningbouw. De methoden voor de booronderzoeken hoeven niet te worden vastgelegd in een PvE. De Plannen van Aanpak worden voor aanvang van het veldwerk beoordeeld door de gemeente; de eisen aan het gravende onderzoek (IVO-p, DO) worden vastgelegd in het PvE. Het PvA voor gravend onderzoek is een praktische vertaling van het PvE en wordt in het veld gebruikt als handleiding. Bovenstaand beleid wordt ook voorzien voor de vervolgfasen van de ruimtelijke ontwikkeling, tenzij de archeologische uitkomsten van fase 1 aanleiding geven om het beleid op punten aan te passen.
9) Communicatie Urk vindt archeologie belangrijk. Daarom heeft de Gemeente vanaf het begin de Provincie betrokken bij de planvorming en Arbitrarch betrokken ter finetuning van de afstemming tussen partijen. De Gemeente zal elk kwartaal de vorderingen op het gebied van archeologie communicatief delen met de provincie; niet ter beoordeling maar uit partnerschap in de wetenschap dat beide overheden tesamen staan voor de goede zorg voor archeologie!
tin ris Ch at tra as
19
21
23
ke
Ur
56
Ma
Co
ns
tan
tijn
rt
t
aa
str
iet
rgr
aa
rv
t
aa
str
wl
cai
cai
wl
wl
cai
wl
53
cai
NR: 1
NR: 2018
t
aa str
a tin ris
Ch
55
wl
Gebied van hoge archeologische waarde
31
wl
ter
24
ns
ve
ho
en
oll
nV
va
t
a tra
Pie
33
cai
Wil lm he n laa ina
26
NR: 3004
28
30
a 60
NR: 2017
bk
NR: 2
NR: 7
NR: 8
NR: 11
NR: 15
NR: 3005
32
34
lud
Ta
NR: 2016
b 60 c 60
NR: 3003
d 60
NR: 2015 eg
erw Urk
bk
bk
NR: 4
NR: 3
NR: 5
NR: 9
NR: 12
NR: 16
NR: 19
NR: 22
NR: 10
NR: 13
NR: 17
NR: 20
NR: 23
NR: 25
NR: 27
NR: 14
NR: 18
NR: 21
NR: 24
NR: 26
NR: 28
NR: 29
NR: 2014
NR: 3100 NR: 3099 3002 NR: 3101 NR: 3102 NR: 3103 NR: 3104 NR: 3105 NR: 3106
NR: 2013 60
NR: 2012 20
NR: 6
62
eg erw Urk
NR: 3001
NR: 2011
bk
NR: 2010
NR: 2008
NR: 31
t
aar
erv
Urk
cadcoaching.co.uk
cadcoaching.co.uk
64
NR: 2021
NR: 2007
NR: 127 NR: 128
NR: 2006
NR: 2005 NR: 2004
NR: 3034 NR: 2003 NR: 3066 NR: 3067 NR: 3098
NR: 129
NR: 130 NR: 131
NR: 2020 NR: 134
NR: 2019
NR: 166 NR: 132
rvaart
Urke
NR: 135 NR: 140
NR: 167
NR: 133
NR: 136
NR: 162 NR: 168
NR: 141 NR: 137 4
NR: 142
20
NR: 138 NR: 143
NR: 148
6
5
9
8
7
11
10
id Zu erm rt ee t och
4
NR: 151
13
NR: 158 NR: 159
NR: 161
NR: 1103
NR: 1102
79
53 33 NR:
80
78
52
105
102
106
101
107
100
108
99
109
NR: 81 34
NR: 222
NR: 1104
NR: 160
NR: 1105 48 49 50 51
97
74
76 75
NR: 155
7
bk
4
13
bk
9
11-11a
NR: 110
123
86
125
126
124
NR: 41 132
NR: 104
146
255
235 234
233
231 232
164
NR: 225
NR: 46
183
NR: 47
195
191
194
NR: 211 NR: 217
192
NR: 212 NR: 218
NR: 227
189 188
172
NR: 228
173
NR: 220
NR: 229
NR: 238
NR: 221
NR: 230
170
NR: 239 NR: 231
169
NR: 240 NR: 249
NR: 122
NR: 232
15c
17
NR: 92
bk
NR: 93
NR: 94
NR: 95
NR: 96
NR: 241
NR: 250
NR: 259 NR: 49
NR: 233 NR: 242
NR: 251 NR: 260
NR: 243 NR: 252
NR: 261
2
NR: 121
NR: 270
NR: 87
NR: 88
NR: 90
NR: 89
NR: 244
NR: 253 NR: 262
NR: 271 NR: 91
NR: 254 NR: 263
NR: 272
Legenda
NR: 255
NR: 264
Bestaande situatie
NR: 273
NR: 279
NR: 120
Abbert
2
NR: 83
NR: 84
NR: 86
NR: 85
Bestemmingsplangrens
NR: 281
NR: 289
Ensgat
NR: 290
NR: 299
NR: 81
NR: 2020
NR: 82
NR: 301
NR: 310
NR: 293
NR: 302 NR: 303
NR: 312
NR: 321 NR: 78 5
3
NR: 79
NR: 322
NR: 306
NR: 315 NR: 324
NR: 331
NR: 307
NR: 316
NR: 333
6
NR: 343
Zuidermeertocht
2
4
NR: 318 NR: 334 NR: 326
NR: 335 NR: 345
De Pan
NR: 354
NR: 336
NR: 355 NR: 347
NR: 364 NR: 365
NR: 339
NR: 349 NR: 358
NR: 366
NR: 340 NR: 350
Ensgat
NR: 359 NR: 367
NR: 371 bk
NR: 352 NR: 361
NR: 373
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van NR: 58 NR: 59 -11.50 tot -12.00 m t.o.v. NAP
NR: 57 NR: 362
NR: 374
NR: 363
NR: 377
NR: 369 26d
26c
26b
26a
26
NR: 378
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -13.00 NAP53 NR: 52 tot -13.50 m t.o.v. NR:
NR: 51
NR: 60
NR: 61
NR: 54
NR: 55
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -13.50 tot -14.00 m t.o.v. NAP
NR: 370
NR: 381
NR: 66
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -12.50 tot -13.00 m t.o.v. NAP NR: 50
32
NR: 65
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -12.00 tot -12.50 m t.o.v. NAP
NR: 376
bk
NR: 70
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -11.00 tot -11.50 m t.o.v. NAP
Het Spijk
NR: 375
NR: 69
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -10.50 tot -11.00 m t.o.v. NAP
NR: 351
NR: 360 NR: 368
NR: 372
bk
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -9.50 tot -10.00 m t.o.v. NAP NR: 63 NR: 64 Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -10.00 tot -10.50 m t.o.v. NAP
NR: 348
NR: 357
bk
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -8.00 tot -8.50 m t.o.v. NAP NR: 68
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -9.00 tot -9.50 m t.o.v. NAP
NR: 329
NR: 338
NR: 73
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -8.50 tot -9.00 m t.o.v. NAP
NR: 328
NR: 337 NR: 356
17
NR: 320
NR: 327 NR: 346
NR: 72
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -7.50 tot -8.00 m t.o.v. NAP
NR: 319
NR: 344
NR: 353
bk
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -6.50 tot -7.00 m t.o.v. NAP NR: 309 Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -7.00 tot -7.50 m t.o.v. NAP
NR: 317
NR: 342
NR: 75
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -6.00 tot -6.50 m t.o.v. NAP NR: 308
NR: 332
NR: 287
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -5.00 tot -5.50 m t.o.v. NAP NR: 297 Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -5.50 tot -6.00 m t.o.v. NAPNR: 298
NR: 314
NR: 330
bk
NR: 296
NR: 305 NR: 323
NR: 341
Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -4.50 tot -5.00 m t.o.v. NAP
NR: 304
1
NR: 117
NR: 295
NR: 313
9-11
NR: 277
NR: 285 Zandduinhoogte / diepte vondstlagen van -4.00 tot -4.50 m t.o.v.NR: NAP286
NR: 294
bk
7a-7c
Gemeten
NR: 311
Malzwin
Locatie boring + nummer
NR: 284
bk
NR: 118
NR: 269
NR: 276
NR: 300 NR: 80
NR: 268
NR: 275 PArK grens
NR: 283
NR: 291 22
NR: 267
Grens boringen
NR: 282 NR: 119
NR: 257
Toekomstige situatie vastgelegd NR: 266
NR: 280
NR: 288
bk
NR: 256
NR: 265
bk
1
NR: 213
NR: 219
15b
10
NR: 210
190
174
NR: 248
NR: 204
196
NR: 216
193
NR: 226
NR: 237
NR: 203
NR: 209
177
NR: 48
bk
197
187
171
NR: 101
NR:198 208
218
185
4
NR: 100
NR: 202
199
NR: 215
184
166
NR: 236
168
NR: 99
219
200
216
220
175
NR: 123
NR: 98
217
221
165
201
NR: 207
NR: 194
NR: 201
202 215
NR: 214 182
167
NR: 97
214
186
163
161 162
213
222
179
NR: 200
203
223
181
NR: 193
204
225
180
NR: 199
212
NR: 206
226
158
NR: 45
205
211
229 230
NR: 192
206
224
159
NR: 191
207
NR: 198
NR: 205 228 227
178
141
15a
208
257
210
NR: 43
147
142 143 144 145
256
NR: 184
NR: 190
209
176
NR: 44
NR: 189
254
NR: 197 258
154
160
140
De Meer
153
NR: 183
44
259
156
138 139
NR: 196
157
136
NR: 106
253
155
NR: 42 148
137
NR: 105
152
151
149
134
NR: 103
NR: 188
43
252
238
NR: 40
122
129
135
NR: 182
41
236
133
NR: 102
40
240
120
150
131
bk
Zuidermeertocht
121
128 130
NR: 109
NR: 181
39
237
NR: 39
88
87
84
NR: 111
NR: 180
NR: 187
250
239
119
NR: 174
38
249
242
89
NR: 38
82 83
36
243
118
90
NR: 173
NR: 179
NR: 186 248
241
68
67
NR: 195
NR: 37
91
127
NR: 1113
245
92
65
63 64
114
117
93
71
NR: 1112
1
NR: 178
37 246
116
94
NR: 36
69
NR: 1110 NR: 114 NR: 1106 NR: 1107 NR: 115 NR: 1108 NR: 1109 NR: 116 NR: 1120
NR: 108
NR: 172
42
NR: 35
85
1 NR: 107
34
35
113
115
5
NR: 1001 NR: 1002 NR: 1003 NR: 125 NR: 1004 NR: 1005 NR: 1006 NR: 1007 NR: 1008 NR: 1009 NR: 1010 NR: 1011 NR: 1012 NR: 1013 NR: 124 NR: 1014 NR: 1015 NR: 1016 NR: 1017 NR: 1018
NR: 171
NR: 177
73 72
70
NR: 165
32
112
95
62
NR: 113
31
251
66
NR: 112
NR: 170
30
244
3
NR: 126
29
111 98
NR: 30 NR: 164
NR:110185
77
3
bk
60 61
103
NR: 382
45 46
28
247 55
NR: 15447
27
33
96
NR: 1121
NR: 1101
3
NR: 147
NR: 1122 NR: 153
NR: 157
bk
4
26
1
2
NR: 1111
NR: 152
NR: 156
11-
9
NR: 146
25
NR: 176
56 57 58 59
NR: 163
NR: 169
104
NR: 145 NR: 150
23 24
NR:19 175
NR: 32
NR: 139
NR: 144
NR: 149
14
13
12
15
21
18
17
16
22
24
NR: 379
NR: 380
Versie
Omschrijving: Datum:
Versie
5
Domineesweg
Get.:
Con.:
Vrij.:
Get.: R.M. Wilken
Con.: J. de Wit
Vrij.: P. de Groot
Omschrijving: Blad 1 Datum: 22-10-2020
bk
Contact
Opdrachtgever
D. van der Snee
21
23
23 TR
Advies- en Ingenieursorganisatie
Architect
Contact
Project
P. de Groot
Raamcontract Urk
Projectnummer : E07031.000447 Fase : Bijlage rapportage :
Situatie Zeeheldenwijk Urk Archeologie - Hoogtes zandduinen :
Zuidermeerweg
Onderwerp
Schaal : 1 : 1250 Contractnummer : Tekeningnummer:
5 - 201022
Bladformaat : A0 Bladnummer : 1 van 1
2020-q4
Status :
22-10-2020 Versie:
5
C:\Users\wilkenr\BIM 360\Arcadis\ARCADIS-NL-E07031.000503-DO en Woonrijp Zeeheldenwijk fase 1\Project Files\02 WIP\C3D\01. Surface\URK - SURF - Archeologie blad 1.dwg
DocId:
bk
eg
Urkerw
tin ris Ch at tra as
19
21
23
ke
Ur
56
Ma
Co
ns
tan
tijn
rt
t
aa
str
iet
rgr
aa
rv
t
aa
str
wl
cai
cai
wl
wl
cai
wl
53
cai
NR: 1
NR: 2018
t
aa str
a tin ris
Ch
55
wl
Gebied van hoge archeologische waarde
31
wl
ter
24
ns
ve
ho
en
oll
nV
va
t
a tra
Pie
33
cai
Wil lm he n laa ina
26
NR: 3004
28
30
a 60
NR: 2017
bk
NR: 2
NR: 7
NR: 8
NR: 11
NR: 15
NR: 3005
32
34
lud
Ta
NR: 2016
b 60 c 60
NR: 3003
d 60
NR: 2015 eg
erw Urk
bk
bk
NR: 4
NR: 3
NR: 5
NR: 9
NR: 12
NR: 16
NR: 19
NR: 22
NR: 10
NR: 13
NR: 17
NR: 20
NR: 23
NR: 25
NR: 27
NR: 14
NR: 18
NR: 21
NR: 24
NR: 26
NR: 28
NR: 29
NR: 2014
NR: 3100 NR: 3099 3002 NR: 3101 NR: 3102 NR: 3103 NR: 3104 NR: 3105 NR: 3106
NR: 2013 60
NR: 2012 20
NR: 6
62
eg erw Urk
NR: 3001
NR: 2011
bk
NR: 2010
NR: 2008
NR: 31
t
aar
erv
Urk
cadcoaching.co.uk
cadcoaching.co.uk
64
NR: 2021
NR: 2007
NR: 127 NR: 128
NR: 2006
bk
eg
Urkerw
NR: 2005 NR: 2004
NR: 3034 NR: 2003 NR: 3066 NR: 3067 NR: 3098
NR: 129
NR: 130 NR: 131
NR: 2020 NR: 134
NR: 2019
NR: 166 NR: 132
rvaart
Urke
NR: 135 NR: 140
NR: 167
NR: 133
NR: 136
NR: 162 NR: 168
NR: 141 NR: 137 4
NR: 142
20
NR: 138 NR: 143
NR: 148
6
5
9
8
7
11
10
id Zu erm rt ee t och
4
NR: 151
13
NR: 158 NR: 159
NR: 161
NR: 1103
NR: 1102
79
53 33 NR:
80
78
52
105
102
106
101
107
100
108
99
109
NR: 81 34
NR: 222
NR: 1104
NR: 160
NR: 1105 48 49 50 51
97
74
76 75
NR: 155
7
bk
4
13
bk
9
11-11a
NR: 110
123
86
125
126
124
NR: 41 132
NR: 104
146
255
235 234
233
231 232
164
NR: 225
NR: 46
183
NR: 47
195
191
194
NR: 211 NR: 217
192
NR: 212 NR: 218
NR: 227
189 188
172
NR: 213
NR: 219 NR: 228
173
NR: 220
NR: 229
NR: 238
NR: 221
NR: 230
170
NR: 239 NR: 231
169
NR: 240
15b
NR: 249
NR: 122
NR: 232
15c
10
NR: 210
190
174
NR: 248
NR: 204
196
NR: 216
193
NR: 226
NR: 237
NR: 203
NR: 209
177
NR: 48
bk
197
187
171
NR: 101
NR:198 208
218
185
4
NR: 100
NR: 202
199
NR: 215
184
166
NR: 236
168
NR: 99
219
200
216
220
175
NR: 123
NR: 98
217
221
165
201
NR: 207
NR: 194
NR: 201
202 215
NR: 214 182
167
NR: 97
214
186
163
161 162
213
222
179
NR: 200
203
223
181
NR: 193
204
225
180
NR: 199
212
NR: 206
226
158
NR: 45
205
211
229 230
NR: 192
206
224
159
NR: 191
207
NR: 198
NR: 205 228 227
178
141
15a
208
257
210
NR: 43
147
142 143 144 145
256
NR: 184
NR: 190
209
176
NR: 44
NR: 189
254
NR: 197 258
154
160
140
De Meer
153
NR: 183
44
259
156
138 139
NR: 196
157
136
NR: 106
253
155
NR: 42 148
137
NR: 105
152
151
149
134
NR: 103
NR: 188
43
252
238
NR: 40
122
129
135
NR: 182
41
236
133
NR: 102
40
240
120
150
131
bk
Zuidermeertocht
121
128 130
NR: 109
NR: 181
39
237
NR: 39
88
87
84
NR: 111
NR: 180
NR: 187
250
239
119
NR: 174
38
249
242
89
NR: 38
82 83
36
243
118
90
NR: 173
NR: 179
NR: 186 248
241
68
67
NR: 195
NR: 37
91
127
NR: 1113
245
92
65
63 64
114
117
93
71
NR: 1112
1
NR: 178
37 246
116
94
NR: 36
69
NR: 1110 NR: 114 NR: 1106 NR: 1107 NR: 115 NR: 1108 NR: 1109 NR: 116 NR: 1120
NR: 108
NR: 172
42
NR: 35
85
1 NR: 107
34
35
113
115
5
NR: 1001 NR: 1002 NR: 1003 NR: 125 NR: 1004 NR: 1005 NR: 1006 NR: 1007 NR: 1008 NR: 1009 NR: 1010 NR: 1011 NR: 1012 NR: 1013 NR: 124 NR: 1014 NR: 1015 NR: 1016 NR: 1017 NR: 1018
NR: 171
NR: 177
73 72
70
NR: 165
32
112
95
62
NR: 113
31
251
66
NR: 112
NR: 170
30
244
3
NR: 126
29
111 98
NR: 30 NR: 164
NR:110185
77
3
bk
60 61
103
NR: 382
45 46
28
247 55
NR: 15447
27
33
96
NR: 1121
NR: 1101
3
NR: 147
NR: 1122 NR: 153
NR: 157
bk
4
26
1
2
NR: 1111
NR: 152
NR: 156
11-
9
NR: 146
25
NR: 176
56 57 58 59
NR: 163
NR: 169
104
NR: 145 NR: 150
23 24
NR:19 175
NR: 32
NR: 139
NR: 144
NR: 149
14
13
12
15
21
18
17
16
22
NR: 250
NR: 259
17
NR: 92
bk
NR: 93
NR: 94
NR: 95
NR: 96
NR: 241
NR: 49
NR: 233 NR: 242
NR: 251 NR: 260 NR: 252
NR: 261
2
NR: 121
NR: 243
NR: 270 NR: 262
NR: 271 NR: 87
NR: 88
NR: 90
NR: 89
NR: 244
NR: 253
NR: 91
NR: 254 NR: 263
NR: 272
NR: 255
NR: 264 NR: 273
NR: 279
NR: 120
Abbert
NR: 256 NR: 265
NR: 257
bk
2
NR: 83
NR: 84
NR: 86
NR: 85
NR: 280
NR: 288
bk
NR: 281
NR: 289
NR: 267 NR: 282
Ensgat
1
NR: 266
NR: 119
NR: 290
NR: 299
NR: 268
NR: 275 NR: 283
NR: 291
NR: 269
NR: 276
NR: 300 22
NR: 80
NR: 81
NR: 82
NR: 301
NR: 310
NR: 284 NR: 293
NR: 302
bk
Malzwin
NR: 303
NR: 312
NR: 321 NR: 78
NR: 79
3
NR: 304
NR: 322
NR: 305
1
NR: 330
NR: 117
NR: 306
NR: 315 NR: 324
NR: 331
NR: 341 bk
NR: 342
4
NR: 2020
NR: 333
NR: 343
Zuidermeertocht
2
NR: 344
NR: 353
NR: 345
NR: 354
NR: 339
NR: 349 NR: 358
NR: 366 Ensgat
Ontgravingsdiepte van -6.50 tot -7.00 m t.o.v. NAP NR: 352
NR: 361
NR: 58
NR: 57
NR: 59
Het Spijk
NR: 373
NR: 375
Ontgravingsdiepte van -8.00 tot -8.50 m t.o.v. NAP
NR: 363
NR: 376
bk
NR: 377
NR: 369
NR: 50
32 26d
26c
26b
26a
26
NR: 378
Ontgravingsdiepte van NR: -7.00 60 tot -7.50 m t.o.v.NR:NAP 61 Ontgravingsdiepte van -7.50 tot -8.00 m t.o.v. NAP
NR: 362 NR: 374
van NR: 66 NR: Ontgravingsdiepte 65 -5.50 tot -6.00 m t.o.v. NAP Ontgravingsdiepte van -6.00 tot -6.50 m t.o.v. NAP
NR: 351
NR: 360 NR: 368
NR: 372
NR: 64
NR: 350
NR: 367
NR: 371
NR: 63 NR: 340
NR: 359
bk
Ontgravingsdiepte van -5.00 tot -5.50 m t.o.v. NAP
NR: 348
NR: 365
Ontgravingsdiepte van -3.50 tot -4.00 m t.o.v. NAP NR: 70 NR: 69 Ontgravingsdiepte van -4.00 tot -4.50 m t.o.v. NAP Ontgravingsdiepte van -4.50 tot -5.00 m t.o.v. NAP
NR: 329
NR: 338
NR: 357
bk
NR: 68 NR: 328
NR: 347
NR: 356
17
Vastgelegd
NR: 320
NR: 337
bk
Gepland
NR: 319
NR: 336
NR: 355
NR: 73
NR: 309
NR: 327 NR: 346
NR: 364
NR: 72
Locatie boring + nummer
Voorzien
NR: 326
NR: 335
De Pan
NR: 308
NR: 318 NR: 334
bk
NR: 298
PArK grens NR: 317
6
NR: 297
Grens gemeten boringen NR: 307
NR: 316
NR: 332
NR: 75
Bestemmingsplangrens
NR: 314
NR: 323
NR: 287
Toekomstige situatie vastgelegd NR: 296
NR: 51
NR: 52
NR: 53
NR: 55
NR: 54
NR: 370
NR: 381 24
NR: 379
NR: 380
Versie
Omschrijving: Datum:
Versie
5
Domineesweg
Get.:
Con.:
Vrij.:
Get.: R.M. Wilken
Con.: J. de Wit
Vrij.: P. de Groot
Omschrijving: Blad 2 Datum: 22-10-2020
bk
Contact
Opdrachtgever
D. van der Snee
21
23
23 TR
Advies- en Ingenieursorganisatie
Architect
Contact
Project
P. de Groot
Raamcontract Urk
Projectnummer : E07031.000447 Fase : Bijlage rapport :
Situatie Zeeheldenwijk Urk Archeologie - Ontgravingshoogtes :
Zuidermeerweg
Onderwerp
Schaal : 1 : 1250 Contractnummer : Tekeningnummer:
5 - 201022
Bladformaat : A0 Bladnummer : 1 van 1
2020-q4
Status :
22-10-2020 Versie:
5
C:\Users\wilkenr\BIM 360\Arcadis\ARCADIS-NL-E07031.000503-DO en Woonrijp Zeeheldenwijk fase 1\Project Files\02 WIP\C3D\01. Surface\URK - SURF - Archeologie blad 2.dwg
DocId:
5
NR: 286
Bestaande situatie NR: 295
NR: 313
9-11
NR: 285
NR: 294
bk
7a-7c
Legenda
NR: 311
NR: 118
NR: 277
tin ris Ch at tra as
19
21
23
ke
Ur
56
Ma
Co
ns
tan
tijn
rt
t
aa
str
iet
rgr
aa
rv
t
aa
str
wl
cai
cai
wl
wl
cai
wl
53
cai
NR: 1
NR: 2018
t
aa str
a tin ris
Ch
55
wl
Gebied van hoge archeologische waarde
31
wl
ter
24
ns
ve
ho
en
oll
nV
va
t
a tra
Pie
33
cai
Wil lm he n laa ina
26
NR: 3004
28
30
a 60
NR: 2017
bk
NR: 2
NR: 7
NR: 8
NR: 11
NR: 15
NR: 3005
32
34
lud
Ta
NR: 2016
b 60 c 60
NR: 3003
d 60
NR: 2015 eg
erw Urk
bk
bk
NR: 4
NR: 3
NR: 5
NR: 9
NR: 12
NR: 16
NR: 19
NR: 22
NR: 10
NR: 13
NR: 17
NR: 20
NR: 23
NR: 25
NR: 27
NR: 14
NR: 18
NR: 21
NR: 24
NR: 26
NR: 28
NR: 29
NR: 2014
NR: 3100 NR: 3099 3002 NR: 3101 NR: 3102 NR: 3103 NR: 3104 NR: 3105 NR: 3106
NR: 2013 60
NR: 2012 20
NR: 6
62
eg erw Urk
NR: 3001
NR: 2011
bk
NR: 2010
NR: 2008
NR: 31
t
aar
erv
Urk
cadcoaching.co.uk
cadcoaching.co.uk
64
NR: 2021
NR: 2007
NR: 127 NR: 128
NR: 2006
bk
eg
Urkerw
NR: 2005 NR: 2004
NR: 3034 NR: 2003 NR: 3066 NR: 3067 NR: 3098
NR: 129
NR: 130 NR: 131
NR: 2020 NR: 134
NR: 2019
NR: 166 NR: 132
rvaart
Urke
NR: 135 NR: 140
NR: 167
NR: 133
NR: 136
NR: 162 NR: 168
NR: 141 NR: 137 4
NR: 142
20
NR: 138 NR: 143
NR: 148
6
5
9
8
7
11
10
id Zu erm rt ee t och
4
NR: 151
13
NR: 158 NR: 159
NR: 161
NR: 1103
NR: 1102
79
53 33 NR:
80
78
52
105
102
106
101
107
100
108
99
109
NR: 81 34
NR: 222
NR: 1104
NR: 160
NR: 1105 48 49 50 51
97
74
76 75
NR: 155
7
bk
4
13
bk
9
11-11a
NR: 110
123
86
125
126
124
NR: 41 132
NR: 104
146
255
235 234
233
231 232
164
NR: 225
NR: 46
183
NR: 47
195
191
194
NR: 211 NR: 217
192
NR: 212 NR: 218
NR: 227
189 188
172
NR: 213
NR: 219 NR: 228
173
NR: 220
NR: 229
NR: 238
NR: 221
NR: 230
170
NR: 239 NR: 231
169
NR: 240
15b
NR: 249
NR: 122
NR: 232
15c
10
NR: 210
190
174
NR: 248
NR: 204
196
NR: 216
193
NR: 226
NR: 237
NR: 203
NR: 209
177
NR: 48
bk
197
187
171
NR: 101
NR:198 208
218
185
4
NR: 100
NR: 202
199
NR: 215
184
166
NR: 236
168
NR: 99
219
200
216
220
175
NR: 123
NR: 98
217
221
165
201
NR: 207
NR: 194
NR: 201
202 215
NR: 214 182
167
NR: 97
214
186
163
161 162
213
222
179
NR: 200
203
223
181
NR: 193
204
225
180
NR: 199
212
NR: 206
226
158
NR: 45
205
211
229 230
NR: 192
206
224
159
NR: 191
207
NR: 198
NR: 205 228 227
178
141
15a
208
257
210
NR: 43
147
142 143 144 145
256
NR: 184
NR: 190
209
176
NR: 44
NR: 189
254
NR: 197 258
154
160
140
De Meer
153
NR: 183
44
259
156
138 139
NR: 196
157
136
NR: 106
253
155
NR: 42 148
137
NR: 105
152
151
149
134
NR: 103
NR: 188
43
252
238
NR: 40
122
129
135
NR: 182
41
236
133
NR: 102
40
240
120
150
131
bk
Zuidermeertocht
121
128 130
NR: 109
NR: 181
39
237
NR: 39
88
87
84
NR: 111
NR: 180
NR: 187
250
239
119
NR: 174
38
249
242
89
NR: 38
82 83
36
243
118
90
NR: 173
NR: 179
NR: 186 248
241
68
67
NR: 195
NR: 37
91
127
NR: 1113
245
92
65
63 64
114
117
93
71
NR: 1112
1
NR: 178
37 246
116
94
NR: 36
69
NR: 1110 NR: 114 NR: 1106 NR: 1107 NR: 115 NR: 1108 NR: 1109 NR: 116 NR: 1120
NR: 108
NR: 172
42
NR: 35
85
1 NR: 107
34
35
113
115
5
NR: 1001 NR: 1002 NR: 1003 NR: 125 NR: 1004 NR: 1005 NR: 1006 NR: 1007 NR: 1008 NR: 1009 NR: 1010 NR: 1011 NR: 1012 NR: 1013 NR: 124 NR: 1014 NR: 1015 NR: 1016 NR: 1017 NR: 1018
NR: 171
NR: 177
73 72
70
NR: 165
32
112
95
62
NR: 113
31
251
66
NR: 112
NR: 170
30
244
3
NR: 126
29
111 98
NR: 30 NR: 164
NR:110185
77
3
bk
60 61
103
NR: 382
45 46
28
247 55
NR: 15447
27
33
96
NR: 1121
NR: 1101
3
NR: 147
NR: 1122 NR: 153
NR: 157
bk
4
26
1
2
NR: 1111
NR: 152
NR: 156
11-
9
NR: 146
25
NR: 176
56 57 58 59
NR: 163
NR: 169
104
NR: 145 NR: 150
23 24
NR:19 175
NR: 32
NR: 139
NR: 144
NR: 149
14
13
12
15
21
18
17
16
22
NR: 250
NR: 259
17
NR: 92
bk
NR: 93
NR: 94
NR: 95
NR: 96
NR: 241
NR: 49
NR: 233 NR: 242
NR: 251 NR: 260 NR: 252
NR: 261
2
NR: 121
NR: 243
NR: 270 NR: 262
NR: 271 NR: 87
NR: 88
NR: 90
NR: 89
NR: 244
NR: 253
NR: 91
NR: 254 NR: 263
NR: 272
NR: 255
NR: 264 NR: 273
NR: 279
NR: 120
Abbert
NR: 256 NR: 265
NR: 257
bk
2
NR: 83
NR: 84
NR: 86
NR: 85
NR: 280
NR: 288
bk
NR: 281
NR: 289
NR: 267 NR: 282
Ensgat
1
NR: 266
NR: 119
NR: 290
NR: 299
NR: 268
NR: 275 NR: 283
NR: 291
NR: 269
NR: 276
NR: 300 22
NR: 80
NR: 81
NR: 82
NR: 301
NR: 310 NR: 311
NR: 118
NR: 303
NR: 312
NR: 321 NR: 78
NR: 79
NR: 322
5
3
NR: 330
NR: 306
NR: 315 NR: 324
NR: 331
NR: 341
NR: 316
NR: 333
Zuidermeertocht
NR: 343
NR: 318 NR: 2020
NR: 326
NR: 335
Locatie boring + nummer
NR: 354
NR: 339
NR: 349 NR: 358
NR: 366 Ensgat
NR: 64
Hoogteverschil tussen 2.00 en 3.00 m
NR: 351
NR: 360 NR: 368
NR: 352 NR: 361
NR: 58
NR: 57
NR: 59
Het Spijk
NR: 373
NR: 375
NR: 362 NR: 374
NR: 377
Hoogteverschil tussen 6.00 en 7.00 m
NR: 369
NR: 50
32 26d
26c
26b
26a
26
NR: 378
Hoogteverschil tussen 3.00 en 4.00 m NR: 60 NR: 61 Hoogteverschil tussen 4.00 en 5.00 m Hoogteverschil tussen 5.00 en 6.00 m
NR: 363
NR: 376
bk
Hoogteverschil tussen NR: 65 0.50 en 1.00 m NR: 66 Hoogteverschil tussen 1.00 en 2.00 m
NR: 350
NR: 367
NR: 372
NR: 63 NR: 340
NR: 359 NR: 371
Hoogteverschil tussen 0.30 en 0.50 m
NR: 348
NR: 365
NR: 70 NR: 69 Hoogteverschil negatief
Hoogteverschil tussen 0 en 0.30 m
NR: 329
NR: 338
NR: 357
bk
NR: 328
NR: 347
NR: 356
bk
NR: 68
NR: 337
NR: 364
Vastgelegd
NR: 336
NR: 355
bk
Gepland NR: 320
NR: 327 NR: 346
17
Voorzien
NR: 345
De Pan
NR: 73
NR: 319
NR: 344
NR: 353
NR: 72 NR: 309
NR: 334
bk
NR: 298
PArK grens
NR: 317
NR: 342
4
Bestemmingsplangrens
NR: 308
6
2
NR: 297
NR: 307 Grens boringen
NR: 332 bk
NR: 75
Toekomstige situatie vastgelegd
NR: 314
NR: 323 NR: 117
NR: 296
NR: 305
1
NR: 287
NR: 51
NR: 52
NR: 53
NR: 55
NR: 54
NR: 370
NR: 381 24
NR: 379
NR: 380
Versie
Omschrijving: Datum:
Versie
5
Domineesweg
Get.:
Con.:
Vrij.:
Get.: R.M. Wilken
Con.: J. de Wit
Vrij.: P. de Groot
Omschrijving: Blad 3 Datum: 22-10-2020
bk
Contact
Opdrachtgever
D. van der Snee
21
23
23 TR
Advies- en Ingenieursorganisatie
Architect
Contact
Project
P. de Groot
Raamcontract Urk
Projectnummer : E07031.000447 Fase : Bijlage rapportage :
Situatie Zeeheldenwijk Urk Archeologie - Hoogteverschil tussen ingreep en bovenzijde zandduin :
Zuidermeerweg
Onderwerp
Schaal : 1 : 1250 Contractnummer : Tekeningnummer:
5 - 201022
Bladformaat : A0 Bladnummer : 1 van 1
2020-q4
Status :
22-10-2020 Versie:
5
C:\Users\wilkenr\BIM 360\Arcadis\ARCADIS-NL-E07031.000503-DO en Woonrijp Zeeheldenwijk fase 1\Project Files\02 WIP\C3D\01. Surface\URK - SURF - Archeologie blad 3.dwg
DocId:
7a-7c
NR: 286
NR: 295 Bestaande situatie
NR: 304
NR: 313
9-11
NR: 285
NR: 294
bk
Malzwin
NR: 284
Legenda
NR: 293
NR: 302
bk
NR: 277
tin ris Ch at tra as
19
21
23
ke
Ur
56
Ma
Co
ns
tan
tijn
rt
t
aa
str
iet
rgr
aa
rv
t
aa
str
wl
cai
cai
wl
wl
cai
wl
53
cai
NR: 1
NR: 2018
t
aa str
a tin ris
Ch
55
wl
Gebied van hoge archeologische waarde
31
wl
ter
24
ns
ve
ho
en
oll
nV
va
t
a tra
Pie
33
cai
Wil lm he n laa ina
26
NR: 3004
28
30
a 60
NR: 2017
bk
NR: 2
NR: 7
NR: 8
NR: 11
NR: 15
NR: 3005
32
34
lud
Ta
NR: 2016
b 60 c 60
NR: 3003
d 60
NR: 2015 eg
erw Urk
bk
bk
NR: 4
NR: 3
NR: 5
NR: 9
NR: 12
NR: 16
NR: 19
NR: 22
NR: 10
NR: 13
NR: 17
NR: 20
NR: 23
NR: 25
NR: 27
NR: 14
NR: 18
NR: 21
NR: 24
NR: 26
NR: 28
NR: 29
NR: 2014
NR: 3100 NR: 3099 3002 NR: 3101 NR: 3102 NR: 3103 NR: 3104 NR: 3105 NR: 3106
NR: 2013 60
NR: 2012 20
NR: 6
62
eg erw Urk
NR: 3001
NR: 2011
bk
NR: 2010
NR: 2008
NR: 31
t
aar
erv
Urk
cadcoaching.co.uk
cadcoaching.co.uk
64
NR: 2021
NR: 2007
NR: 127 NR: 128
NR: 2006
bk
eg
Urkerw
NR: 2005 NR: 2004
NR: 3034 NR: 2003 NR: 3066 NR: 3067 NR: 3098
NR: 129
NR: 130 NR: 131
NR: 2020 NR: 134
NR: 2019
NR: 166 NR: 132
rvaart
Urke
NR: 135 NR: 140
NR: 167
NR: 133
NR: 136
NR: 162 NR: 168
NR: 141 NR: 137 4
NR: 142
20
NR: 138 NR: 143
NR: 148
6
5
9
8
7
11
10
id Zu erm rt ee t och
4
NR: 151
13
NR: 158 NR: 159
NR: 161
NR: 1103
NR: 1102
79
53 33 NR:
80
78
52
105
102
106
101
107
100
108
99
109
NR: 81 34
NR: 222
NR: 1104
NR: 160
NR: 1105 48 49 50 51
97
74
76 75
NR: 155
7
bk
4
13
bk
9
11-11a
NR: 110
123
86
125
126
124
NR: 41 132
NR: 104
146
255
235 234
233
231 232
164
NR: 225
NR: 46
183
NR: 47
195
191
194
NR: 211 NR: 217
192
NR: 212 NR: 218
NR: 227
189 188
172
NR: 213
NR: 219 NR: 228
173
NR: 220
NR: 229
NR: 238
NR: 221
NR: 230
170
NR: 239 NR: 231
169
NR: 240
15b
NR: 249
NR: 122
NR: 232
15c
10
NR: 210
190
174
NR: 248
NR: 204
196
NR: 216
193
NR: 226
NR: 237
NR: 203
NR: 209
177
NR: 48
bk
197
187
171
NR: 101
NR:198 208
218
185
4
NR: 100
NR: 202
199
NR: 215
184
166
NR: 236
168
NR: 99
219
200
216
220
175
NR: 123
NR: 98
217
221
165
201
NR: 207
NR: 194
NR: 201
202 215
NR: 214 182
167
NR: 97
214
186
163
161 162
213
222
179
NR: 200
203
223
181
NR: 193
204
225
180
NR: 199
212
NR: 206
226
158
NR: 45
205
211
229 230
NR: 192
206
224
159
NR: 191
207
NR: 198
NR: 205 228 227
178
141
15a
208
257
210
NR: 43
147
142 143 144 145
256
NR: 184
NR: 190
209
176
NR: 44
NR: 189
254
NR: 197 258
154
160
140
De Meer
153
NR: 183
44
259
156
138 139
NR: 196
157
136
NR: 106
253
155
NR: 42 148
137
NR: 105
152
151
149
134
NR: 103
NR: 188
43
252
238
NR: 40
122
129
135
NR: 182
41
236
133
NR: 102
40
240
120
150
131
bk
Zuidermeertocht
121
128 130
NR: 109
NR: 181
39
237
NR: 39
88
87
84
NR: 111
NR: 180
NR: 187
250
239
119
NR: 174
38
249
242
89
NR: 38
82 83
36
243
118
90
NR: 173
NR: 179
NR: 186 248
241
68
67
NR: 195
NR: 37
91
127
NR: 1113
245
92
65
63 64
114
117
93
71
NR: 1112
1
NR: 178
37 246
116
94
NR: 36
69
NR: 1110 NR: 114 NR: 1106 NR: 1107 NR: 115 NR: 1108 NR: 1109 NR: 116 NR: 1120
NR: 108