ZHW Toelichting Bijlage 21 Nota van beantwoording vooroverleg.pdf
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING REACTIES 3.1.1 BRO OVERLEG BESTEMMINGSPLAN "Zeeheldenwijk” Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro op 23 mei 2019 naar de volgende overheden/instanties gestuurd met het verzoek binnen 6 weken een reactie toe te zenden: -
Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Vitens Gasunie Gastransport Veiligheidsregio Flevoland Tennet Rijkswaterstaat Liander Ministerie van EL&I Gemeente Noordoostpolder Staatsbosbeheer Natuur en milieufederatie Flevoland
Van de volgende instanties is tijdig een reactie verkregen: 1. Waterschap Zuiderzeeland, per e-mail d.d. 1 juli 2019 2. Gemeente Noordoostpolder, per e-mail d.d. 4 juli 2019 3. Tennet, per e-mail d.d. 24 juli 2019 4. Provincie Flevoland per e-mail d.d. 5 juli 2019
Hieronder volgen de reacties per overheid/instantie met de beantwoording Nr 1a
Instantie Waterschap Zuiderzeeland
Reactie Een verwijzing naar de Watervisie (voor de 3 nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen) ontbreekt. Wij verzoeken om dit op te nemen en ook de onderlinge relatie met het toekomstige bedrijventerrein ten zuiden van bedrijventerrein Zwolsehoek te benoemen (m.n. op gebied van watercompensatie). Het heeft de voorkeur om de Watervisie ook als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan op te nemen.
Beantwoording De hieronder genoemde reacties en opmerkingen zijn in 2020 met het waterschap besproken en daarbij tegelijkertijd met wederzijdse instemming verwerkt en opgenomen in het rapport van de geactualiseerde watertoets, D10007417:77 d.d. 27 mei 2020, en de nieuwe waterparagraaf. Beide documenten worden aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.
In de actualisatie watertoets worden in paragraaf 3.3.2 de beleidsuitgangspunten van de watervisie genoemd. De ambitie van de watervisie is een toekomstig bestendig en duurzaam (afval)watersysteem wat voldoet aan het huidige beleid met betrekking tot oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater, ‘De Basis Op Orde’. De watervisie staat niet op zichzelf. Een basis is gelegd in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP Urk 2016-2021). Daarnaast heeft Urk haar Structuurvisie (2019) geactualiseerd en sluit de watervisie aan op de ambities van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. In de watertoets betrekking hebbend op dit bestemmingsplan Zeeheldenwijk wordt verwezen naar de watervisie. De watervisie wordt als bijlage bijgevoegd.De waterberging binnen het toekomstig bedrijventerrein wordt binnen dit plangebied zelf opgelost. Datzelfde geldt voor de Zeeheldenwijk. In het plangebied Zeeheldenwijk worden geen alternatieven bergingsvoorzieningen als vervanging van berging in open water gerealiseerd. Ten hoogste wordt extra berging gerealiseerd door het bovengronds afwateren van hemelwater in verlaagde bermen (wadi’s) om zo bij te dragen aan het principe van duurzaam waterbeheer. Door het ontbreken van alternatieve bergingsvoorzieningen als vervanging van open water zijn aanvullende maatwerkberekeningen niet vereist.
1b
1c
1d
Het verdient aanbeveling om in de waterparagraaf nader in te gaan op het onderwerp klimaatadaptatie. In de Watervisie is aangegeven dat het ontwerp van de Zeeheldenwijk klimaatbestendig moet zijn en hierbij kan aangehaald worden dat de gemeente een stresstest op het ontwerp van de wijk zal uitvoeren in samenwerking met het waterschap.
Momenteel is in de waterparagraaf aangegeven dat ca. 5 ha aan open water is opgenomen. Daarnaast wordt het grootste deel van het plangebied met dit bestemmingsplan als nog uit te werken bestemd. Eerste uitgangspunt van het waterschapsbeleid inzake het realiseren van waterberging is dat een robuust open watersysteem wordt gecreëerd, zowel vanuit kwantitatief als kwalitatief oogpunt. Als dit om uiteenlopende redenen niet mogelijk is (bv. opbarstrisico, slechte kwaliteit grondwater, archeologie) staat het waterschap positief tegenover het realiseren van compensatie middels alternatieve bergingsvormen. De gemeente gaat in overleg met het waterschap over de nadere uitwerking van de wateropgave in de vorm van open water en alternatieve berging. Met oog op bovengenoemde punten geven wij ter overweging om de tekst onder het kopje ‘Watercompensatie extra verhard oppervlak’ inhoudelijk aan te passen op de flexibele invulling van de watercompensatie Het ontwerp van de nieuw aan te leggen bruggen mogen geen beperking opleveren in de bestaande doorstromingscapaciteit van de Urkervaart en Zuidermeertocht.
De gemeente heeft gezamenlijk met het waterschap een stresstest uitgevoerd. In de watertoets staat aangegeven dat het watersysteem ‘klimaat robuust’ is ontworpen. Dat wil zeggen dat er geen water op straat is te verwachten bij extreme buien. In een zeer extreem “Worst case” scenario kan water op straat komen te staan als het waterpeil in de Urkervaart 90 cm hoger staat dan normaal peil in combinatie met een hevige zomerse piekbui (bui 10). Zelfs als dit extreem theoretisch geval zich voordoet blijft de situatie goed beheersbaar door voldoende afschot naar oppervlaktewater maar ook berging op straat. De wegen worden met een hol profiel incl. goot aangelegd. Een en ander is nader uitgewerkt in de geactualiseerde watertoets. Hierin komt het klimaat robuust ontwerpen op diverse plaatsen terug. Kortheidshalve wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 van de watertoets. Dit is niet meer actueel, de waterberging wordt gehaald aan de hand van een robuust watersysteem en er wordt geen gebruik gemaakt van alternatieve waterbergingsmogelijkheden zoals water passerende verharding.
De beweegbare Michiel de Ruyterbrug is door de gemeente samen met de provincie Flevoland door middel van een geïntegreerd contract op de markt gebracht en aanbesteed. In de vraagspecificatie van het contract zijn de eisen van het waterschap ten aanzien van de
1e
Onder het kopje ‘Hemelwater- en vuilwatersysteem’ is gesteld dat centraal een nieuw rioolgemaal wordt geplaatst. De inzichten voor afvoer van vuilwater zijn enigszins veranderd, zoals in de Watervisie is verwoord: “Per fase wordt de systeemkeuze bepaald. Voor fase 1 Zeeheldenwijk wordt gedacht aan een combinatie van vrijverval- en vacuümriolering. Het hemelwater wordt altijd bovengronds aangeboden vanaf particulier terrein en waar mogelijk bovengronds getransporteerd.”
1f
In de regels wordt verwezen naar de beleidsregels ‘Goede waterhuishouding’. Het voorontwerp bevat deze beleidsregels niet. Hoe worden deze beleidsregels verankerd en beschikbaar gemaakt bij het ontwerp bestemmingsplan? Graag ontvangen wij deze beleidsregels voorafgaand aan het ontwerp bestemmingsplan. Momenteel is nog weinig oppervlak van het plangebied bestemd als ‘water’, een groot deel van het gebied is bestemd als nog uit
1g
opstuwing opgenomen, zie hoofdstuk 8 blz. 45 bijgevoegd rapport waterproof Nautische en hydraulische studie Schokkerhoekbrug (behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan). Het beeldkwaliteitsplan is daar op getoetst en voldoet. De opdrachtnemer werkt dit najaar, 2020, het schetsontwerp uit tot het definitieve ontwerp en vraagt een watervergunning aan. Voortijds toont de opdrachtnemer met een nadere berekening aan dat nog steeds aan de opstuwingseisen wordt voldaan en stemt dit af met het waterschap. De duikerdam in de Zuidermeertocht en de duikers in het plangebied zijn doorgerekend aan de hand van het Sobec model en voldoen hydraulisch. In de geactualiseerde watertoets is bovenstaande samengevat in paragraaf 5.3.1. Alle opmerkingen zijn verwerkt in het rapport geactualiseerde watertoets, D10007417:77 - Datum: 27 mei 2020 en de waterparagraaf. Ter verduidelijking, Het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater van de Zeeheldenwijk wordt ingezameld via een traditionele huisaansluiting een aangesloten op een vrij verval riool of rechtstreeks op een vacuüm bufferput. Het vrij verval riool kent korte afstanden (maximaal 15 woningen) naar een vacuüm bufferput. De bufferput wordt onder vacuüm leeggezogen en afgevoerd naar het vacuüm pompstation. Het vacuüm pompstation en het leidingnetwerk is ontworpen op het gefaseerd aanleggen van de verschillende deelgebieden.
De totale belasting ligt rond de 75 m3/u. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan voeren het waterschap en de gemeente een gezamenlijke variantenstudie uit om een voorkeursvariant vast te stellen voor het transport van het afwater van de nieuwe ontwikkelgebieden van Urk naar de afvalwaterzuivering in Tollebeek. De gemalen van Port of Urk maken hier deel van uit en worden conform de voorkeursvariant aangesloten. De beleidsregel was specifiek bedoeld voor ontwikkelaars. De gemeente ontwikkelt nu zelf. De regels zijn nu verankerd in het bij het bestemmingsplan horende ‘rapport watertoets’, de ‘contracten bouw en woonrijp maken’ en het ‘handboek openbare ruimte’.
Doordat een groot deel van het bestemmingsplangebied is bestemd met een uit te werken bestemming, worden concrete
te werken. Wij gaan ervan uit dat de bestemming/aanduiding van water, ook in het kader van de watercompensatie, voldoende geborgd is doordat ‘water’ of ‘waterlopen en waterpartijen’ zijn opgenomen in de reeds aangewezen bestemmingen en nog uit te werken bestemmingen in de regels, alsmede met (de verwijzing naar) de beleidsregels ‘Goede waterhuishouding’. Wanneer watercompensatie niet in de vorm van open water maar in de vorm van alternatieve berging wordt gerealiseerd, is dit met de huidige regels/begripsomschrijvingen dan mogelijk en juist aangeduid? Valt een dergelijke voorziening onder het begrip ‘water(lopen en –partijen)’? Wij vertrouwen op het oordeel van de gemeente hierin en krijgen hier graag een toelichting over voor ons begrip.
uitwerkingsplannen waarin eindbestemmingen zijn opgenomen in een later stadium gemaakt. In de uitwerkingsregels wordt aangegeven dat ‘water’ en ‘waterlopen en waterpartijen’ een mogelijkheid is, maar ook ‘groenvoorzieningen’.
In het plan wordt geen gebruik meer gemaakt van de beleidsregel ‘Goede waterhuishouding’. De gemeente neemt de ontwikkeling van de openbare ruimte zelf ter hand. De regels zijn nu direct opgenomen in de watertoets.
Het bestemmingsplan is deels wel aangepast. De watergangen ten noorden en ten zuiden van ‘het nieuwe dorp’ hebben de bestemming ‘Water’ gekregen. In de uitwerkingsregels is opgenomen dat de minimale oppervlakte aan water in het gehele plangebied ten minste 30.903,35 m² bedragen, in overeenstemming met de geactualiseerde watertoets. Bij de uitwerkingen moet worden voldaan aan de kaders zoals beschreven in de geactualiseerde watertoets, D10007417:77 - Datum: 27 mei 2020
De waterpartij rond het te realiseren Eiland is nog niet exact bepaald in verband met archeologie, maar heeft voldoende capaciteit , zelfs een zekere mate van overcapaciteit. De verbreding van de oostelijke tocht is in het verhaal over watercompensatie wel genoemd maar qua oppervlakte nog niet berekend en meegenomen. Het plan heeft zo voldoende capaciteit voor de watercompensatie opgave. Hiermee is de waterberging en benodigde wateroppervlak voldoende geborgd. E.e.a. zal in de vorm van open water plaatsvinden. Verwezen wordt naar blz. 27 van het bijgevoegde rapport van Arcadis d.d. 27 mei 2020.
1h
Tekstuele opmerkingen: Bij het (wettelijk) kader zien wij graag nog toegevoegd: het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Thans geldt onze ‘Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017’ in plaats van de in het plan opgenomen versie. In de conclusie van de waterparagraaf wordt gesproken over een uitgangspuntennotitie en vervolgens over een waterrapport. Hiermee wordt hetzelfde stuk bedoeld. Het verzoek is om in de waterparagraaf voor dit stuk één benaming aan te houden. Wij vragen om in de conclusie ook te verwijzen naar de Watervisie.
Alle opmerkingen zijn verwerkt in het rapport geactualiseerde watertoets, D10007417:77 - Datum: 27 mei 2020 en de waterparagraaf.
1i
Wij verzoeken om de waterparagraaf en relevante andere passages in het plan en de MER beoordeling aan te passen, rekening houdend met onze opmerkingen. U kunt deze e-mail dan als een positief wateradvies beschouwen.
Akkoord en in dankbaarheid aanvaard. De waterparagraaf en relevante andere passages zijn overeenkomstig aangepast.
2
Gemeente Gemeente geeft aan geen aanleiding te zien voor een reactie Noordoostpolder
De gemeente Urk neemt dit voor kennisgeving aan en dankt gemeente Noordoostpolder voor deze mededeling.
3
Tennet
Tennet geeft aan geen aanleiding te zien voor een reactie
De gemeente Urk neemt dit voor kennisgeving aan en dankt Tennet voor deze mededeling
4
Provincie Flevoland
Beleidskaders:
4a
De provincie heeft haar beleid en regels beleidsarm omgezet. Het omgevingsplan Flevoland en de Verordening voor de Fysieke Leefomgeving (VFL) zijn ingetrokken sinds de inwerkingtreding van het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening van de provincie in 2019. U schenkt wel aandacht aan de Omgevingsverordening, maar gaat niet in op ons
In paragraaf 3.2 van de toelichting is ingegaan op het provinciaal Omgevingsprogramma en er is aangegeven hoe dit bestemmingsplan past binnen de beleidskaders van het Omgevingsprogramma.
Omgevingsprogramma. Wij verzoeken u aan te geven hoe dit bestemmingsplan past binnen onze beleidskaders van ons Omgevingsprogramma en dit conform aan te passen in de paragraaf 3.2 (en waar nodig in de rest van de toelichting). Dit geldt vanzelfsprekend ook voor alle andere ruimtelijke procedures die in de toekomst doorlopen zullen worden door de gemeente Urk. 4b
De VFL is dus niet meer geldend en kan deze uit paragraaf 3.2. gehaald worden.
Akkoord; de tekst over de VFL is uit de toelichting verwijderd.
4c
De plan specifieke omschrijving van de omgevingsvisie in paragraaf 3.2 te summier: wij zien graag in de toelichting hoe en aan welke opgave(n) dit plan specifiek een kwalitatieve bijdrage levert.
Paragraaf 3.2 is aangevuld met een plan specifieke omschrijving.
4d
Geluid & Verkeer: Voor de gevolgen van de verkeer aantrekkende werking van deze woonwijk (en andere ruimtelijke ontwikkelingen op Urk) is een bestuursovereenkomst afgesloten. Er kunnen in het plangebied 1.200 woningen worden gebouwd. Vanaf 1.201 tot 1.650 kunnen de woningen alleen worden gebouwd wanneer er geen verkeerskundige aanpassing van de Domineesweg nodig is. Hierop zal moeten worden gemonitord. Wanneer deze aanpassing nodig is, wordt in het plan niet genoemd.
De gemeente Urk is met de provincie en de gemeente Noordoostpolder in nauw overleg over het bieden van een robuuste oplossing voor de toenemende verkeersintensiteit op de Domineesweg. Deze oplossing zal vorm krijgen als een randweg om Urk. Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland uiterlijk voor vaststelling van het bestemmingsplan een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg. Omdat hiermee voldaan wordt aan een robuuste oplossing, komt de planregeling ten aanzien van de verkeersmonitoring te vervallen.
4e
Bij de beschrijving van de gevolgen van dit plan beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening, is met ruime maten gemeten. Geconstateerd wordt dat de toename van de
De verkeers- en akoestische onderzoeken zijn naar aanleiding van nieuwe inzichten in de verwachte bevolkingsprognose van Urk
geluidbelasting van woningen langs de Domineesweg over 11 jaar 2 dB is en over een periode van 21 jaar 5 dB is. Deze toename wordt in het bestemmingsplan als aanvaardbaar geacht. De actuele geluidbelasting van de woningen langs de Domineesweg bedraagt echter 60 tot 65 dB Lden. Vanwege deze hoge geluidbelasting gaat de provincie deze bewoners in het kader van het Actieplan Geluid in financieel opzicht helpen de geluidbelasting in hun woningen te verlagen. Wanneer deze geluidbelasting door toedoen van onder andere het voorliggende plan meer gaat bedragen dan 65 dB Lden, vallen deze woningen straks onder de nieuwe saneringsregel die in het kader van de Omgevingswet gaat gelden. Een toename van de geluidbelasting zelfs met 2 dB voor deze woningen is niet zonder meer aanvaardbaar. Dat de bestuursovereenkomst tot op heden alleen gericht is op een mogelijk verkeerskundig probleem, is in relatie tot bovenstaand geluidsprobleem te kort door de bocht. De toename van veel verkeer op de Domineesweg leidt dus ook tot een milieu hygiënisch probleem.
geactualiseerd. Het geactualiseerde akoestisch onderzoek is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Uit de berekeningen blijkt voor wat betreft de bestaande geluidgevoelige objecten dat de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Urkerweg met ten hoogste + 3,31 dB tot 2031 en + 3,82 dB tot 2041 zal toenemen ter plaatse van de bestaande woning aan de Urkerweg 60. De toename bedraagt daarmee meer dan 2 dB waardoor er sprake is van een reconstructie. De maximaal te ontheffen toename van (afgerond) 5 dB wordt echter niet overschreden, waardoor wordt voldaan aan de Wgh. Wel dient te worden onderzocht of er maatregelen ter beperking van geluid mogelijk zijn. Bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen worden op deze locatie niet haalbaar en/of doelmatig geacht (zie paragraaf 4.3.1 van het akoestisch onderzoek). Binnen de zone van het fysiek aan te passen gedeelte van de Domineesweg zijn geen geluidgevoelige objecten gelegen. De gedeelten van zowel de Urkerweg als de Domineesweg die buiten de fysiek aan te passen gedeelten liggen, worden beschouwd bij het beoordelen van het ‘uitstralingseffect’.
Toets aan de normering van de Wgh is voor deze wegen niet van toepassing, omdat er aan deze wegen geen fysieke wijzigingen plaatsvinden, maar conform artikel 99 lid 2 Wgh dient wel te worden onderzocht waar naar verwachting een toename van 2 dB of meer zal optreden als gevolg van het ‘uitstralingseffect’. Er wordt geconcludeerd dat het effect voor de wegen rondom de aan te passen Urkerweg en Domineesweg beperkt is. Er is over 11 jaar inderdaad sprake van een toename van de geluidsbelasting van maximaal 2 dB op geluidgevoelige bestemmingen als gevolg van wegverkeer. Over een periode van 21 jaar is het effect maximaal 5 dB (de maximaal te ontheffen geluidsbelasting conform Wgh) ervan uitgaande dat er geen mitigerende maatregelen worden genomen en het nemen van
mitigerende maatregelen blijft aldus een optie waar doelmatig en effectief. Bovenstaande geeft het uitgevoerde akoestisch onderzoek beknopt weer en geeft aan dat er is voldaan aan de normering van de Wgh. Naast een beoordeling in het kader van de Wgh dient het plan tevens te worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks dat de verwachte geluidstoename binnen de maximaal te ontheffen geluidsbelasting conform de Wgh valt, dient hierbij ook de bestaande (hoge) geluidsbelasting op sommige woningen aan de Domineesweg te worden betrokken. De geluidsbelasting op deze woningen is hoofdzakelijk afkomstig van verkeerslawaai. De ontwikkeling van de Zeeheldenwijk heeft inderdaad een effect op de verkeersintensiteit op de Domineesweg en de geluidshinder als gevolg daarvan. Dit effect ontstaat echter ook al door de autonome groei van Urk en wordt versterkt door de ontwikkeling van Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein door de gemeente Urk en de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland door de provincie Flevoland. Derhalve is door de provincie Flevoland en de gemeente Urk gezamenlijk besloten een robuuste oplossing te bieden voor de toenemende (geluids)hinder als gevolg van een toenemende intensiteit op de Domineesweg. Deze oplossing zal vorm krijgen als een randweg om Urk.
Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland uiterlijk in december 2020 een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg. Relevante afspraken betreffen ook afspraken aangaande geluidshinder. De toelichting is op dit onderdeel aangepast.
4f
Wat betreft de formele beoordeling volgens de Wet geluidhinder van het plan en de nieuwe aansluiting op de Urkerweg en de Domineesweg: - Er ontbreekt in de tekst van het akoestisch onderzoek een opgave van de gebruikte verkeersgegevens voor de actuele en toekomstig situatie. -
-
Voor de uitstraling van de aanpassing van de weg (conform artikel 99 lid 2 van de Wet geluidhinder) wordt in paragraaf 4.3.1 en in tabel 4.8 de emissie van de weg vergeleken zoals die door het rekenprogramma Geomil wordt bepaald. Door deze keuze wordt de indruk gewekt alsof men bang is voor de uitkomsten wanneer een opgave wordt gegeven van de daadwerkelijke geluidbelasting van de woningen langs de Domineesweg, want die is (zeker bij de aangehouden toekomstige verkeersintensiteit op blz 58 van 17.791 per etmaal) erg hoog.
Mbt de beoordeling van de fysieke wijzing van de weg die ontstaat door de aanleg/aanpassing van de rotonde in de Domineesweg: voor de enige woningen langs de Domineesweg waarvoor men een opgave geeft van de geluidbelasting, namelijk de woningen Domineesweg 26 a t/m d, geeft men de geluidbelasting op van de achtergevel. Wij verzoeken u de voorgevel en de zijkant mee te nemen in het onderzoek en in deze beoordeling, gelet op de ligging van de woningen daarmee de verwachting dat op deze zijdes meer geluidsbelasting aanwezig is dan op de achtergevel.
-
-
-
Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd en er is een opgave gegeven van de gebruikte verkeersgegevens voor de actuele en toekomstige situatie. Er kan nog niet worden getoetst op de nieuwe woningen aan de Domineesweg. Het softwareprogramma Geomil geeft een goede indruk van wat de toename van de geluidsbelasting zou zijn over de jaren heen. Daarnaast is het een eerste toetsing van de toename van de geluidbelasting. Indien de geluidbelasting op emissieniveau niet onevenredig groot toeneemt (zonder invloed van externe factoren) dan zal dat op de geluidbelasting ook niet zo zijn. Tot slot doet de hoogte van de geluidbelasting in eerste instantie er niet toe, daar het net zo als bij reconstructie om het geluideffect gaat. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd en op dit onderdeel aangepast. De aanpassingen leiden niet tot een andere conclusie van het geluidsonderzoek.
De geluidsbelastingen zijn, voor wat betreft het verkeersgeluid, gebaseerd op een verkeersmodel waarin zowel de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen (Zeeheldenwijk, Binnendijks bedrijventerrein en de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland) als de autonome ontwikkeling (groei) zijn opgenomen. Voor wat betreft de opmerking dat juist de toename van verkeer, en niet een fysieke wijziging van de weg, leidt tot een (forse) toename van verkeer en dat niet de gehele Domineesweg bij het onderzoek is betrokken wordt het volgende opgemerkt:
-
Bij beoordeling van een fysieke wijziging van een weg wordt ook de toename van verkeer ten gevolge van autonome groei of andere ruimtelijk ontwikkelingen betrokken. Juist deze toename van het verkeer, en niet de fysieke wijziging van de weg, leidt in deze situatie tot een (forse) toename van verkeer. In het akoestisch onderzoek wordt deze beoordeling gemist. De gehele Domineesweg wordt niet bij de bij de beoordeling van de gevolgen van de fysieke wijziging betrokken. Normaal wordt bij een rotonde over minimaal de breedte van de zone (200 meter) ook met het verkeer op aantakkende wegen gerekend. Hiermee is onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn op omliggende wegen, ook de wegen die net buiten het plangebied vallen.
1. Wat betreft nieuwe geluidsgevoelige functies is wel de gehele Domineesweg in het onderzoek naar geluidsbelasting op deze nieuwe functies betrokken, daar er binnen een zone van circa 30 meter rondom de Domineesweg planinwaarts de maximaal toelaatbare geluidbelasting wordt overschreden. Binnen deze zone is zonder het toepassen van maatregelen het inpassen van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Hier wordt in het plan ook aan voldaan doordat er binnen deze zone niet direct nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zijn toegestaan (deze zone is bestemd met uit te werken bestemmingen). In de uitwerkingsregels is bepaald dat een uitwerkingsplan moet voldoen aan de beleidsregel Goed woon- en leefklimaat. In deze beleidsregel zijn de maximaal toelaatbare geluidsbelastingen opgenomen. 2. Wat betreft bestaande geluidgevoelige functies zijn (in overeenstemming met de Wgh) de zones rond de fysiek te wijzigen gedeelten van de weg (reconstructie) onderzocht. Voor de Domineesweg geldt dat er binnen deze zone zijn geen geluidgevoelige objecten zijn gelegen. Ook de woningen aan de Domineesweg vallen dus niet binnen deze zone en behoeven geen nader onderzoek in het kader van de Wgh. 3.
Wat betreft de gevolgen van omliggende wegen (ook wegen die buiten het plangebied vallen) wordt opgemerkt dat de gedeelten van de Urkerweg en de Domineesweg die buiten de fysiek te wijzigen gedeelten van de weg liggen, wel zijn beschouwd bij het beoordelen van het ‘uitstralingseffect’. Dit ‘uitstralingseffect’ is opgenomen in het akoestisch onderzoek. Voor de nadere toelichting van het ‘uitstralingseffect’, zowel wat betreft de Wgh als een
goede ruimtelijke ordening, wordt verwezen naar de beantwoording onder ad. 4e (tweede en derde alinea). 4g
4h
Ecologie: De Raad van State heeft 29 mei 2019 een uitspraak gedaan omtrent de PAS. Op dit moment is in dit plan niet inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn van de stikstofemissie op Natura2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State van 29 mei jl. is iedere toename van stikstofemissie boven de 0,00 mol vergunningplichtig. Aangezien er geen AERIUS berekening bij dit plan zit, kan niet worden vastgesteld of de uitstoot van de woningen en het verkeer boven deze norm uitkomt. Bij het bestemmingsplan dient de uitvoerbaarheid te worden aangetoond. In de toelichting van het bestemmingsplan ontbreekt een paragraaf natuur/ecologie. Het is daarmee nu onduidelijk hoe u wenst om te gaan met de Wet natuurbescherming, zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming. Met name de rugstreeppad is een soort die in dit gebied verwacht kan worden en waar extra maatregelen getrokken moeten worden indien deze soort inderdaad wordt aangetroffen.
De toelichting is op dit onderdeel aangepast. Een Voortoets inclusief. AERIUS-berekening heeft plaatsgevonden en is aan het plan toegevoegd. Op basis van de berekening is aangetoond in overleg met het desbetreffende provinciale loket dat er geen overschrijding plaatsvindt van de gestelde 0,00 mol-norm
Een paragraaf natuur/ecologie is toegevoegd. De tekst hiervan is verder uitgebreid ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. In het plan Schokkerhoek was al ingegaan op het onderdeel natuur en ecologie. In de toelichting van dit plan komt dit voor een deel terug en is op enkele kleine onderdelen geactualiseerd. In overleg met de provincie is compensatie afgesproken.
Conclusie: op het aspect ecologie maken wij een voorbehoud ivm ontbrekende gegevens. 4i
Wonen, ladder en voorzieningen: Gelet op de wijzigingen t.o.v. het vorige bestemmingsplan en de twee bijgeleverde laddertoetsonderbouwingen voor de zorgplannen en de woningen, wordt de omgang met de Ladder voor Duurzame Verstedelijking bij dit bestemmingsplan nader getoetst. De uitkomsten hiervan zullen echter buiten de deadlinetermijn van het wettelijk vooroverleg vallen. Wij maken op dit op de aspecten wonen en voorzieningen daarom een
Per mail d.d. 23 januari 2020 is door uw provincie medegedeeld dat er voor het onderdeel ‘laddertoetsonderbouwing’ geen extra reactie wordt gegeven middels nazending bij de vooroverlegreactie. Wat betreft de laddertoetsonderbouwing wordt volledigheidshalve vermeld dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de verplichting is opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de plantoelichting een onderbouwing op te nemen
voorbehoud en wij zullen hier z.s.m. op terugkomen middels een nazending bij deze vooroverlegsreactie.
4j
4k
Archeologie: Met de systematiek van een moederplan met wijzigingsplannen worden op hoofdlijnen functies toegekend / wordt bestemd en wordt archeologie via een gebiedsaanduiding en beleidsregel meegenomen. Deze systematiek komt minder transparant over dan een dubbelbestemming waarde archeologie waarbij de resultaten van het onderzoek tot nu toe worden meegenomen in de toelichting en regels bij (desgewenst meerdere) waarde(n) archeologie. Anderzijds laat het plan nu wel de ruimte voor aanpassing van de locatie van de diepe ingrepen, waarbij de archeologische vindplaatsen als reden voor wijziging worden benoemd. Dit is een positieve ontwikkeling ten opzichte van het bestemmingsplan Schokkerhoek, waar het detailniveau van de uitwerking geen ruimte liet voor planaanpassing. Al met al is de uitwerking archeologie ongewijzigd gebleven tov Schokkerhoek. Met deze systematiek wordt dus niet verwezen naar de onderzoeksresultaten of het PvE (waarvan wij de definitieve versie nog graag ontvangen), maar wordt het onderzoek geheel doorgeschoven naar de uitwerkingsfase. In het plan Schokkerhoek is het idee achter de beslisboom archeologie toegelicht. In het bestemmingsplan Zeeheldenwijk is dit niet meer zichtbaar. Voor de helderheid is ons advies om de beleidsregel en beslisboom eveneens raadpleegbaar te maken bij dit plan.
(§5.2.2 toepassing Chw verbrede reikwijdte: Beleidsregels 'Archeologie': De bescherming van de archeologische belangen vindt plaats via de zogenaamde
van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Deze onderbouwing is opgenomen in paragraaf 3.1.1 van de plantoelichting van het bestemmingsplan Zeeheldenwijk, onderbouwd met de ladderonderzoeken als opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 bij het planregels van het bestemmingsplan Zeeheldenwijk. De systematiek van het werken met een beleidsregel zorgt voor een juiste kapstok, waaraan de inventarisatie op het gebied van archeologie kan worden gehangen. De gebiedsaanduiding geeft de aandacht voor archeologie duidelijk weer. Een dubbelbestemming kan pas objectief van toepassing zijn na buro, verkennend boor- en aanvullend karterend booronderzoek. Zodra uit deze onderzoeken blijkt dat de archeologische kernwaarde kan worden afgeschaald, zal dit vertaald worden in het bestemmingsplan met de aangepaste archeologische basiskaart als basis. Nu nemen we een dubbelbestemming op. Het onderzoek wordt zoals bekend niet geheel doorgeschoven naar de uitwerkingfase, dus ook daarin kan ontzorgd worden.
Uitgangspunt is dat de Gebiedsvisie Archeologie Zeeheldenwijk als eerste van toepassing is als specimen van het algemeen archeologiebeleid voor heel Urk. De keuze van het opnemen binnen de beleidsregel geeft de mogelijkheid tot vrij eenvoudige aanpassing van die beleidsregel ten faveure van archeologie, dit in tegenstelling tot het opnemen van de beslisboom binnen het bestemmingsplan. Deze werkwijze is in overeenstemming met paragraaf 5.2.2 van de
4l
4m
beslisboom Archeologie, die is vastgelegd in de beleidsregels 'Archeologie' en is gekoppeld aan dit bestemmingsplan.)
Crisis- en herstelwet. Er is om die reden geen aanleiding het plan op dit onderdeel aan te passen.
Ten aanzien van §2.1.1 waar staat dat in de planvorming rekening is gehouden met cultuurhistorie, adviseren wij dan ook verwijzen naar de uitwerking zoals omschreven in bestemmingsplan Schokkerhoek §4.4 (behoud en inrichting op basis van huidige indeling en ontwikkeling van het gebied, inclusief structuren in de ondergrond).
Het opnemen van het onderdeel cultuurhistorie vormt een verplichting bij het opstellen van bestemmingsplannen. Het onderdeel Archeologie, leefomgeving en cultuurhistorie is overgenomen uit het plan Schokkerhoek en daar waar nodig aangepast en actueel gemaakt.
MER: In §4.9 wordt aangegeven dat er een vormvrije m.e.r.beoordeling is gemaakt op grond van art 2 lid 5 sub b Besluit mer. Verder wordt niet ingegaan op de procedurele consequenties die daaruit voortkomen. Sinds 2017 is ‘vormvrij’ in deze niet meer geheel vormvrij. Art 2 lid 5 Besluit mer: Voor zover in de bijlage, onderdeel D, bij een categorie van activiteiten categorieën van gevallen zijn aangegeven, geldt: a. de verplichting tot het toepassen van de artikelen 7.16 tot en met 7.19 en 7.20a van de wet in zodanige gevallen, en b. de verplichting tot het toepassen van de artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de wet in overige gevallen, uitgezonderd de gevallen, bedoeld in de categorieën D 49.1, D 49.2 en D 49.3 van de bijlage bij dit besluit. Het is niet duidelijk of deze artikelen zijn toegepast.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de procedurele vereisten vrijwel hetzelfde als voor de (formele) m.e.r.-beoordeling, die zijn vastgelegd in artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Uit genoemde artikelen volgen de volgende procedurele eisen voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling bij een bestemmingsplan, waarbij het bevoegd gezag de initiatiefnemer is: a. Door de initiatiefnemer moet op grond van artikel 2 lid 5 sub b een aanmeldingsnotitie worden opgesteld. Deze is in opdracht van gemeente Urk opgesteld; b. Het bevoegd gezag moet voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een mer-beslissing nemen, met als uitkomst: er geldt wel of geen mer-plicht (7:17 lid 1); de inhoudelijke vereisten voor de mer-beslissing zijn opgenomen in artikel 7.17 lid 2 en 3 Wm en 7.20a Wm. Op 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten in te stemmen met de conclusies van de aanmeldingsnotitie en geen m.e.r. -procedure uit te voeren. In de aanmeldingsnotitie is rekening gehouden met de uitgevoerde beoordelingen van
gevolgen voor milieu en de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; c. Indien de mer-beslissing inhoudt dat geen mer-plicht geldt, maar voor die beslissing mitigerende maatregelen een randvoorwaarde zijn, dient de uitvoering van die mitigerende maatregelen als voorschrift aan het bestemmingsplan te worden verbonden (7.20a Wm). In het bestemmingsplan is daar rekening mee gehouden. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter voorkoming van lichthinder op de vliegroute van vleermuizen over de Urkervaart. d. Indien de mer-beslissing inhoudt, dat wel een mer-plicht geldt, zal de mer-procedure moeten worden doorlopen (7.18 Wm). Dit is niet aan de orde. e. Er geldt onder de drempelwaarde geen plicht voor het bevoegd gezag om de mer-beslissing separaat bekend te maken; de merbeslissing wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan bekend gemaakt. f. tegen de beslissing, dat geen mer-plicht geldt, staat geen beroep open; tegen de beslissing dat wel een mer-plicht geldt, staat alleen beroep open voor de initiatiefnemer. Dat is niet aan de orde. NB: We merken op dat de mer-beslissing is genomen op 21 mei 2019. Van belang is dat daarna het programma en stedenbouwkundig plan van Zeeheldenwijk is aangepast en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 de zogenaamde PAS-uitspraak heeft gedaan.
De onderzoeken (milieubeoordelingen) zijn hierop aangepast. De geactualiseerde gegevens moeten worden verwerkt in de Aanmeldingsnotitie. Er zal voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan een nieuwe merbeslissing worden genomen door het college van burgemeester en wethouders.
4n
4o
4p
Er is verwezen naar richtlijn 2011/92/EU. Hier moet ook worden verwezen naar richtlijn 2014/52/EU.
Bodem: Dit milieuaspect is niet behandeld in dit bestemmingsplan. Op dit aspect maken wij een voorbehoud. Verbeelding en regels: - Op de verbeelding wordt er voor de bestaande erven aan de Domineesweg de enkelbestemming wonen toegekend. Het is onduidelijk waarom de huidige erven aan Karel Doormanweg niet deze bestemming maar de bestemming wonen – uit te werken gekregen hebben. Het is hiermee ook onduidelijk hoe u met deze (van oorsprong) agrarische erven wenst om te gaan en of en hoe u wenst om te gaan met de huidige staat van deze erven. In paragraaf 1.2 van de toelichting worden deze vier erven namelijk gezamenlijk beschreven, maar in de regels is er onderscheid gemaakt. Wij verzoeken u de keuzes omtrent deze erven expliciet inzichtelijk te maken in dit bestemmingsplan en daarbij de toelichting en de regels op elkaar af te stemmen.
In de aanmeldingsnotitie zal de volgende tekst worden opgenomen met een verwijzing naar richtlijn 2014/52/EU. Het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) is in 2017 gewijzigd. De wijziging is het gevolg van de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU die ziet op het wijzigen van Richtlijn 2011/92/EU. Dit is de richtlijn die betrekking heeft op ‘besluiten’ (kolom 4). De wijzigingsrichtlijn is voor het overgrote deel geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Het gewijzigde Besluit m.e.r. is (op één onderdeel na) in werking getreden op 7 juli 2017, maar geldt vanaf 16 mei 2017 voor alle lopende vergunningaanvragen en bestemmingsplannen waarover nog geen besluit is genomen. Eén van de belangrijkste gevolgen van de wijziging van het Besluit m.e.r. is dat een vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldingsnotitie. Dit is geregeld in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. In de toelichting van het bestemmingsplan is een paragraaf opgenomen over bodem. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Betreft een vormvrije MER. De bestemming “Woongebied – Uit te werken” die van toepassing is op de bestaande erven aan de Karel Doormanweg is hetzelfde als de vigerende bestemming in het bestemmingsplan Schokkerhoek. De bestemming van deze erven is middels dit bestemmingsplan dan ook niet gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
Deze wijze waarop met de huidige staat van deze erven dient te worden omgegaan is verwoord in de het beeldkwaliteitsplan “De Groene Clusters”. De toelichting, regels en plankaart zijn op dit punt in overeenstemming gebracht. De verbeelding en regels zijn op dit punt aangepast. Door aankoop van het betreffende agrarische bedrijf en contractueel borgen van het gebruik van de gronden en opstallen is het opnemen van de
4q
Op de plankaart staat aan de oostkant nu een vrijwaringszone aangegeven. In de regels wordt echter niet beschreven wat dit nu voor gebied is en welke regels hieraan verbonden zijn. Wij verzoeken u de regels (en eventueel de toelichting) hierop aan te passen. Daarnaast worden de termen ‘milieuzone – geurzone’ en ‘milieuzone – geurhinder’ door elkaar gebruikt.’
genoemde milieuzone niet meer aan de orde. In het ontwerpplan is deze niet meer opgenomen.
In paragraaf 4.2 van de toelichting worden de richtafstanden van de bedrijvigheid in een afbeelding weergegeven. Deze richtzones vormen de basis voor de motivatie van de onderverdeling van de bestemming gemengd in drie types. Er vindt echter een kleine overlap plaats tussen de richtafstanden en de bestemming gemengd-uit te werken 2 en deze bestemming geldt dat ook milieugevoelige functies zoals woningen zijn toegestaan. Wij verzoeken u hierover helderheid te verschaffen.
De onderverdeling in meerdere bestemmingen Gemengd wordt niet veroorzaakt door de milieuzonering. Dit heeft meer te maken met de wenselijkheid van eindbestemmingen/uit te werken bestemmingen en de functies die binnen die gemengde bestemmingen worden gecombineerd en uitgewerkt. Aangegeven is dat in de bestemming Gemengd 2, Gemengd uit te werken 1 en Gemengd uit te werken 2 ook gevoelige bestemmingen mogelijk zijn. Bij de bestemming Gemengd -2 wordt per aanduiding aangegeven waar de gevoelige en niet gevoelige functies zich binnen die bestemming mogen begeven inclusief de bijbehorende bouwvlakken. Bij de bestemmingen Gemengd uit te werken 1 en 2 zal dit uiteraard pas bij uitwerking blijken. Eis is dat wordt voldaan aan de beleidsregel Goed woon- en leefklimaat. Hierin is geregeld dat geen gevoelige functies worden mogelijk gemaakt binnen milieuzonering als niet is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.