CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

ZHW Toelichting Bijlage 16 Oplegnotitie Wet natuurbescherming.pdf

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Zeeheldenwijk2.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

1 9 mei 2017 Frederik de Bruijne Stephan Hammink

Urk Antea Group

Ruimtelijke advisering bestemmingsplan Schokkerhoek Urk 0415063.00 Oplegnotitie nav nieuwe Wet natuurbescherming rev01

Aanleiding In opdracht van de gemeente Urk is door Antea Group in 2016 een Natuurtoets opgesteld voor het voornemen om een nieuwe woningbouw- en bedrijfslocatie aan de oostzijde van Urk ‘Schokkerhoek’ te realiseren. In deze Natuurtoets (Antea Group, 2016) is het voornemen getoetst aan de toentertijd geldende natuurwetgeving, namelijk de Flora- en faunawet (en de NNN). Daarnaast is door Antea Group in 2016 een Voortoets opgesteld waarin het voornemen getoetst is aan de Natuurbeschermingswet 1998. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) in werking getreden. Deze wet heeft de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb brengt enkele wijzigingen met zich mee wat betreft natuurbescherming. In de nieuwe wet treedt de provincie op als bevoegd gezag (met uitzondering van landelijke projecten). Inhoudelijk zijn als gevolg van de wetswijziging voornamelijk (maar niet uitsluitend) veranderingen opgetreden in de soortenbescherming (voorheen geborgd door de Flora- en faunawet). Zo zijn na de inwerkingtreding veel zeevissen, zoetwatervissen, dagvlinders en plantensoorten niet meer beschermd. Er zijn echter ook een aantal vlinder,- libel- en plantensoorten die bij de inwerkingtreding van de Wnb juist wel een beschermde status hebben gekregen.

Provincies hebben gebruik gemaakt van mogelijkheid om middels de provinciale verordeningen (een deel van) de zogenaamde ‘andere soorten’ (art 3.10 Wnb) vrij te stellen van de ontheffingsplicht. De provincie Flevoland is bij de implementatie van de wet uitgegaan van het bestaande beleid van het rijk op het gebied van soortenbescherming (Verordening uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland 2016, 1-11-2016). Bij het opstellen van de lijst van vrijgestelde soorten heeft de provincie rekening gehouden met de lijst van beschermde dieren plantensoorten die voorkomen in de provincie Flevoland. Soorten die niet voorkomen in de provincie Flevoland zijn niet vrijgesteld (en opgenomen in bijlage 3 van de Verordening van Flevoland). Mogelijk heeft de wetswijziging invloed op de conclusies van de eerder opgestelde Natuurtoets en Voortoets. In voorliggende oplegnotitie is dit onderzocht. In de Natuurtoets is ook ingegaan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze gebieden worden beschermd via het ruimtelijk spoor, niet via de Wnb. Het inwerking treden van de Wnb heeft daarom geen consequenties voor de conclusies ten aanzien van het NNN.

Doel en methodiek Het doel van voorliggende oplegnotitie is om te bepalen wat de gevolgen zijn van de wetswijziging voor de conclusies uit de “Natuurtoets Schokkerhoek Urk” (Antea Group, 2016a) wat betreft soortbescherming en “Voortoets Natuurbeschermingswet “(Antea Group, 2016b) voor wat betreft de gebiedsbescherming. Voor wat betreft de soortbescherming is de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna; 2012-2017) geraadpleegd om inzicht te krijgen in de verspreiding van nieuwe soorten. In combinatie met de kennis van aanwezige biotopen is

blad 1 van 4

memonummer: 1 betreft: Oplegnotitie nav nieuwe Wet natuurbescherming rev01

bepaald of binnen de invloedsfeer van het project ‘nieuwe’ beschermde soorten voor kunnen komen. Vervolgens is gekeken of sprake is van effecten op deze soorten. Daarna wordt bepaald wat de gevolgen van de wetswijziging zijn op soorten die reeds zijn behandeld in de natuurtoets. Tot slot wordt ingegaan op de conclusies die getrokken zijn rond de gebiedenbescherming. Voorkomen nieuw beschermde soorten en mogelijke effecten Nieuw beschermde insecten-, vlinder- en libellensoorten (onderdeel A, behorende bij artikel 3.10 eerste lid, onderdeel a van de Wnb) De nieuw beschermde insecten-, vlinder- en libellensoorten hebben allen zeer specifieke, en unieke, biotoopeisen. Dergelijke unieke biotopen komen niet voor binnen het plangebied. Uit NDFF komen geen waarnemingen van soorten uit deze soortgroep naar voren in het plangebied of de directe omgeving. Het voorkomen van deze soorten binnen het projectgebied kan worden uitgesloten. Daarmee kunnen effecten op deze soorten ook worden uitgesloten. Nieuw beschermde vissoorten (onderdeel A, behorende bij artikel 3.10 eerste lid, onderdeel a van de Wnb) De nieuw beschermde vissoorten hebben allen zeer specifieke, en unieke, biotoopeisen. Dergelijke unieke biotopen komen niet voor binnen het projectgebied. Uit NDFF komen geen waarnemingen van soorten uit deze soortgroep naar voren in het plangebied of de directe omgeving.

Het voorkomen van deze nieuw beschermde soorten binnen het projectgebied kan worden uitgesloten. Daarmee kunnen effecten op deze soorten ook worden uitgesloten. Nieuw beschermde plantensoorten (onderdeel B, behorende bij artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c van de Wnb) De nieuw beschermde plantensoorten hebben allen zeer specifieke standplaatsfactoren. Dergelijke standplaatsfactoren komen niet voor binnen het voedselrijke en intensief beheerde agrarische polderlandschap van het plangebied. Uit NDFF komen dan ook geen waarnemingen van soorten uit deze soortgroep naar voren in het plangebied of de directe omgeving. Het voorkomen van deze soorten binnen het projectgebied kan worden uitgesloten. Daarmee kunnen effecten van deze soorten ook worden uitgesloten. Wijzigingen bescherming reeds vastgestelde soorten Uit de Natuurtoets (Antea Group, 2016a) is gebleken dat in de omgeving van het projectgebied de kleine modderkruiper, vleermuizen en rugstreeppad mogelijk voorkomen. Daarnaast zijn (algemene) broedvogels te verwachten. De consequenties van de wetswijziging voor deze conclusies worden hieronder beschreven. Kleine modderkruiper In het plangebied komt mogelijk de kleine modderkruiper voor. De bescherming van deze soort is vervallen onder de Wet natuurbescherming, behoudens de algemene zorgplicht gelden er geen specifieke regels meer voor deze soort in het plan.

Rugstreeppad In aanvulling op de Natuurtoets (2016a) is, specifiek voor de rugstreeppad, de NDFF geraadpleegd (figuur 1-1). Artikel 3.5 van de Wnb beschermt de rugstreeppad aangezien deze staat vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. De rugstreeppad is een habitatrichtlijnsoort die wijdverspreid voorkomt in de Noordoostpolder. Het voorkomen van de soort wordt uitgebreid gemonitord. De provincie Flevoland heeft samen met diverse regionale partners een soortmanagementplan voor de soort opgesteld en daarvoor een gebiedsdekkende Flora- en fauna wet ontheffing ontvangen van het Ministerie. Voor de soort zijn specifieke maatregelen genomen om de gunstige staat van instandhouding van de soort in de Noordoostpolder te waarborgen. De NDFF toont diverse waarnemingen van de soort in het zuidelijke deel van de Noordoostpolder, maar niet in of nabij het plangebied. Noordelijk van de Urkervaart nabij het Urkerbos is een populatie aanwezig en nabij Schokland. Eén waarneming op circa 800 meter van de zuidelijke grens van het plangebied geeft aan dat de soort wel (in een lage) dichtheid voorkomt nabij de zuidzijde van Urk. In alle redelijkheid kan worden gesteld dat het voorgenomen plan geen invloed zal hebben op de gunstige staat van instandhouding van de populatie in en rondom het plangebied.

Voor wat betreft de rugstreeppad zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Indien de soort (toch) voorafgaand wordt aangetoond is

blad 2 van 4

memonummer: 1 betreft: Oplegnotitie nav nieuwe Wet natuurbescherming rev01

een ontheffing in het kader van de wet Natuurbescherming noodzakelijk. Een aanvraag zal conform artikel 3.8 van de Wnb getoetst worden. De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van geen andere bevredigende oplossingen (alternatievenoverweging) aanwezigheid geldig wettelijk belang geen afbreuk aan streven om gunstige staat van instandhouding van populaties te laten voortbestaan Eerdere ervaringen in de provincie en elders in het land hebben aangetoond dat soort specifieke maatregelen (aanleg van voortplantingspoelen, winter- en landhabitat) voor deze soort genomen kunnen worden om de gunstige staat van instandhouding van de soort te waarborgen. Gezien het wijdverspreid voorkomen van de soort in de Noordoostpolder zijn er geen alternatieven denkbaar waarbij geen geschikt (land)biotoop voor de soort verloren gaat. Dwingende reden van groot openbaar belang is een geldig wettelijk belang voor het plan. Onlangs is voor Oranjewijk door gemeente Urk in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing aangevraagd en gekregen voor de rugstreeppad (soortenontheffing). Bij de daadwerkelijke ontwikkeling van Schokkerhoek zal onderzoek plaatsvinden naar het voorkomen van de rugstreeppad. De verwachting is dat een ontheffing verleenbaar is.

Figuur 1-1: Waarnemingen van de rugstreeppad in de periode 2012-2017 omgeving van het globaal aangegeven plangebied. De informatie is afkomstig uit de NDFF (d.d. 7-2-2017) en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Vleermuizen Artikel 3.5 van de Wnb beschermt alle vleermuissoorten aangezien ze staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Verwacht wordt dat het plangebied geen bijzondere functie heeft als foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied vormt gezien het monotone karakter en de afwezigheid van unieke groene/natuurlijke elementen ten opzichte van de omgeving, naar verwachting geen essentieel foerageergebied (d.w.z. van essentieel belang voor de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaatsen in de omgeving). In de omgeving is voldoende en alternatief foerageergebied aanwezig (zoals verder in het buitengebied). De ontwikkeling van de het plan zorgt niet voor een effect op mogelijke vliegroute langs de Urkervaart, in het plan zijn maatregelen opgenomen om effecten op deze vliegroute uit te sluiten. Er worden als gevolg van het plan geen lijnvormige structuren doorbroken of verstoord. De voorgenomen ontwikkeling zorgt derhalve niet voor een overtreding van verbodsbepalingen uit de wet. In alle redelijkheid kan worden gesteld dat het voorgenomen plan geen invloed zal hebben op de vleermuisactiviteiten binnen en rondom het plangebied. Voor wat betreft vleermuizen zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Het plan is wat betreft vleermuizen uitvoerbaar.

blad 3 van 4

memonummer: 1 betreft: Oplegnotitie nav nieuwe Wet natuurbescherming rev01

Algemene broedvogels Ook in de Wet natuurbescherming blijven in gebruik zijnde nesten van vogels beschermd. De conclusie met betrekking tot algemene broedvogels uit de Natuurtoets blijft gelijk (Antea Group, 2016a). Verstoring van broedende broedvogels moet worden voorkomen. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door verstorende werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli1)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde voor het vaststellen van het plan. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is, net als in de Flora- en faunawet, een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Hier treden geen veranderingen op ten opzichte van eerdere wetgeving. Veranderingen in de gebiedenbescherming De veranderingen wat betreft gebiedsbescherming zijn in de Wet Natuurbescherming marginaal en hebben voor dit concrete plan geen consequenties.

De conclusie uit de Voortoets Natuurbeschermingswet (Antea Group, 19 okt 2016b) meldt dat er vanuit de gebiedenbescherming geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan. Voor de beoordeling van het plan ten aanzien van de stikstofaspecten kan gebruik gemaakt worden van de PAS. De planbijdrage is < 0,05 mol/ha/jr en dan zijn geen vervolgstappen nodig (geen melding of vergunning). In de Voortoets zijn daarnaast de effecten beschreven en getoetst op de (voormalige) Beschermd natuurmonumenten, de bescherming van deze gebieden is in de Wet natuurbescherming vervallen, de betreffende paragrafen in de Voortoets die betrekking hebben op de Beschermde natuurmonumenten Toppad Urk en Staartweg Urk zijn niet meer relevant. Conclusie De inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 leidt niet tot verandering van de conclusies gesteld in de Natuurtoets (Antea Group, 2016a) en Voortoets (Antea Group, 2016b). De bescherming van op de planlocaties voorkomende kleine modderkruiper is met de komst van de nieuwe wet komen te vervallen. Bij uitvoering van het plan dient men rekening te houden met het voorkomen van broedende vogels. Bij de daadwerkelijke ontwikkeling van Schokkerhoek zal onderzoek plaatsvinden naar het voorkomen van de rugstreeppad. De verwachting is dat een ontheffing verleenbaar is.

Vanuit de gebiedenbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het project wat Natura 2000gebieden betreft. De status van de beschreven en getoetste Beschermde natuurmonumenten is vervallen. Gelet op deze conclusie kan worden gesteld dat er van uit kan worden gegaan dat de Wet natuurbescherming (soorten gebiedsbescherming) de uitvoering van het plan niet in de weg staat. datum vrijgave

1

beschrijving revisie definitief

goedkeuring S. Hammink

vrijgave J. Officier

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden. Dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=5e8bdfd3-3b57-430a-b93f-051241b886c2