CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

ZHW Toelichting Bijlage 15 Onderzoek beschermde soorten.pdf

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Zeeheldenwijk3.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Lelystad, december 2018 J. Reinhold

Beschermde soorten nabij de Urkervaart bij Urk.

Landschap verbindt Landschapsbeheer Flevoland streeft naar ontwikkeling, beheer en behoud van een ecologisch waardevol landschap met een streekeigen karakter, zowel in het landelijk als stedelijk gebied. Samen met bewoners, overheden en agrariërs zoekt Landschapsbeheer naar kansen voor natuur en landschap.

Burgerparticipatie Landschapsbeheer stimuleert betrokkenheid van bewoners bij de natuur en het landschap in de eigen leefomgeving. Samen verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de eigen ‘achtertuin’.

Het werk van Landschapsbeheer Flevoland is onder te verdelen in vier werkvelden :

Soortenbeheer In het Flevolandse landschap horen tal van plant- en diersoorten. De (tijdelijke) aanvullende maatregelen die Landschapsbeheer uitvoert, dragen bij aan het realiseren van een zelf functionerend ecosysteem.

Cultuurhistorie en Aardkunde De geschiedenis van Flevoland heeft mens en landschap bepaald. Om de eigen leefomgeving goed te begrijpen speelt kennis van het ontstaan van het gebied een belangrijke rol.

Landschap Singels, laanbomen, bermen, dijken, dorpsbossen, weilanden, akkers, stedelijk groen en groot open water zijn dragers van het landschap. Beheer, behoud en ontwikkeling van deze landschapselementen dragen bij aan de beleving van ons landschap.

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03 8232 JP Lelystad t: 0320-294939 e: flevoland@landschapsbeheer.net

2

Inleiding De gemeente Urk is voornemens om:  Een autobrug te maken over de Urkervaart (fase 1B2; figuur 1))  Langs de Urkervaart wordt een landschapsplan uitgevoerd waarbij de beplanting heringericht wordt en een wandelpad aangelegd (fase 1B1)  Een nieuwe woonwijk Schokkerhoek te realiseren tussen de Urkervaart en Karel Doormanweg in vijf fases. (fase 1B3, 1C, 1D, 1E, 2 (zuidelijk Urkervaart), 3, 4 en 5) Deze drie ontwikkelingen vormen samen een geheel, maar zullen in de praktijk afzonderlijk worden aangepakt. Voor alle drie de ontwikkelingen is wel inzicht nodig in de aanwezige natuurwaarden en de consequenties van de ontwikkelingen op de natuurwaarden. Melis & Korthorst (2016) hebben in 2016 een voortoets gedaan voor deze ontwikkelingen en stellen voor nader onderzoek te doen naar de vliegroute van vleermuizen boven de Urkervaart, rekening te houden met broedende vogels en onderzoek te doen naar rugstreeppad en kleine modderkruiper. De laatste soort genoot tot 1 januari 2017 bescherming strenger bescherming via de Flora en Faunawet. Sinds de ingang van de Wet natuurbescherming (Wnb) geldt de striktere bescherming voor de kleine modderkruiper niet meer.

Op basis van recente waarneming en de ontwikkeling van het landschapsplan heeft Landschapsbeheer voorgesteld ook onderzoek te doen naar otter en verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het onderzoek richt zich op alle gebieden van fase 1, 2 (zuidelijk Urkervaart), 3 en 4. Fase vijf herbergt nog een erfsingel die nog niet onderzocht is op vleermuisverblijven of jaarrond beschermde vogelnesten (figuur 1). Fase vijf is ingepland na 2031. Naar aanleiding van het landschapsplan waarbij delen van de oever voorzien werd van een wandelpad en beplanting anders vormgegeven en/of beheerd zou gaan worden, is besloten om naast de soortenbescherming, ook de analyse van de beschermde gebieden (Natuurnetwerk Nederland) van Melis & Korthorst (2016) te herzien. Figuur 1: Ruimtelijke ontwikkelingen Urkervaart en Schokkerhoek bij Urk.

3

1. Soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) beschrijft een groot aantal beschermde dier- en plantsoorten die bescherming genieten. Om de lijst wat overzichtelijker te maken is een lijst samengesteld van de soorten die mogelijk in de Noordoostpolder voorkomen (Tabel 1). Daarbij is de lijst van vogels sterk beperkt tot soorten met een bijzondere nestbescherming. Andere broedende vogels zijn in deze lijst weggelaten omdat er altijd rekening gehouden moet worden met broedende vogels tijdens de werkzaamheden. Flevoland kent daarnaast een vrijstellingslijst. Voor deze hoeft geen ontheffing Wnb aangevraagd te worden, maar blijft de zorgplicht natuurlijk wel altijd van kracht. Ingeschat is op basis van de voorgestelde ruimtelijke ingrepen door de gemeente Urk of er beschermde soorten voorkomen en/of deze effect kunnen ondervinden van de voorgestelde werkzaamheden (uitvoer als eindresultaat). Indien de soort (mogelijk) voorkomt en er geldt geen vrijstelling voor heeft een nadere analyse plaatsgevonden of de soort hinder kan ondervinden van de geplande werkzaamheden/eindresultaat en eventuele schade te mitigeren. De vleermuizen (geel), en jaarrond beschermde vogelnesten zijn daarbij als groep behandeld.

Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Planten

AS AS AS

x x

AS AS

x x

AS

x

HR

HR HR HR AS HR AS HR HR AS

4

Aanleg brug + landschapsbeeeld + nieuwe wijk

FL vrijstelling

Andere Soorten (§ 3.3 artikel 3.10 - 3.11)

Nederlandse naam alpenwatersalamander bruine kikker gewone pad kamsalamander kleine watersalamander meerkikker middelste groene kikker/bastaard kikker rugstreeppad vroedmeesterpad gevlekte witsnuitlibel grote vos grote vuurvlinder grote weerschijnvlinder noordse winterjuffer rivierrombout akkerboterbloem

Habitalrichtlijn (§ 3.2 artikel 3.5 - 3.9)

Soortgroep Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen

Vogel-richtlijn (§ 3.1 artikel 3.1 t/m 3.4)

Tabel 1: Beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming voorkomend in de NOP. Tevens aangegeven of de soort op de Flevolandse vrijstellingslijst staat en of de soort wellicht hinder ondervindt van de ruimtelijke ontwikkelingen. Soorten met een kleuraccent zijn de soorten die nader beschreven zijn, waarbij de vleermuizen en jaarrond beschermde vogelnesten (geel en zalmkleurig) als een groep behandeld zijn.

n j j n j j j j n n n n n n n n

Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Reptielen Vissen Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

blaasvaren glad biggenkruid groensteel grote bosaardbei kluwenklokje stofzaad wolfskers ringslang kwabaal boomvalk buizerd gierzwaluw havik huismus kerkuil ooievaar ransuil slechtvalk steenuil visdief wespendief zeearend aardmuis bever boommarter bosmuis bosvleermuis bunzing das dwergmuis dwergspitsmuis egel franjestaart gewone bosspitsmuis gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis haas hermelijn huisspitsmuis kleine dwergvleermuis konijn laatvlieger meervleermuis otter ree rosse vleermuis rosse woelmuis ruige dwergvleermuis steenmarter tweekleurige vleermuis veldmuis

AS AS AS AS AS AS AS AS VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR AS

x

AS AS

x

HR

HR AS AS AS AS AS

x

AS

x

AS AS AS

x x x

AS

x

AS

x

AS

X

x x x

HR HR HR

HR HR HR HR HR HR AS HR AS

5

x

n n n n n n n n n j j n n j n n j n n n n n j n n j j j n j n j n j j n j j j j j j j j j j j j j j j

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

vos waterspitsmuis watervleermuis wezel woelrat

AS AS

x

AS AS

x x

HR

j n j j n

Rugstreeppad

Analyse De rugstreeppad zou in het terrein van de nieuwe woonwijk voor kunnen komen. Reden om dit nader te onderzoeken. Op verschillende nachten is in het gebied geluisterd naar de roep van de rugstreeppad. De nachten zijn uitgekozen op basis van het weer: relatief warme nachten met weinig wind en recente neerslag. Veldwerk 2018 was een lastig veldwerkjaar voor de rugstreeppad. Rugstreeppadden worden geïnventariseerd door ’s nachts te luisteren en zoeken naar territoriale mannetjes die flink roepen. Een warme, windstille avond na een flinke buis is in de periode maart-15 juli dan vaak de beste avond. De periode mei-juli was extreem droog en relatief winderig. Ideale nachten voor veldwerk waren daarmee schaars. Uiteindelijk is gezocht op 3 mei en 4 juni ’s nachts (bijlage 1). Op beide nachten zijn geen rugstreeppadden aangetroffen. De huidige akker is op dit moment ook weinig interessant voor de voortplanting van de rugstreeppad. Op de akker zijn geen voortplantingsmogelijkheden en de aangrenzende watergangen zoals de Urkervaart zijn te begroeid, te diep en bevatten teveel vis. Rekening houden met de rugstreeppad? Ondanks het feit dat er geen rugstreeppadden zijn aangetroffen wordt geadviseerd om toch een ontheffing Wet Natuurbescherming aan te vragen.

In de aangrenzende woonwijk Oranjewijk zijn in het verleden ook rugstreeppadden tijdens de ontwikkeling van de wijk aangetroffen. Voor een pioniersoort als de rugstreeppad is zo’n woonwijk in ontwikkeling dan ook erg interessant. Dat er tijdens de ontwikkeling van de wijk rugstreeppadden aangetroffen gaan worden is vrijwel zeker. Het is daarom verstandig om nu al na te denken hoe tijdens de ontwikkeling van de nieuwe wijk rekening gehouden gaat worden met de rugstreeppad. Jaarrond beschermde nesten Analyse In het studiegebied zijn langs de Urkervaart aan de zijde van de Urkerweg bomen aanwezig. Binnen het landschapsplan en bij de ontwikkeling van de brug zou het kunnen dat een deel van de bomen verdwijnt. Reden om extra aandacht te besteden aan dit onderwerp. Veldwerk Op 9 maart zijn alle bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik en op oude kraaiennesten o.i.d. als nest van boomvalk of ransuil. Dergelijke nesten komen niet voor in de zone langs de Urkervaart. Rekening houden met jaarrond beschermde nesten? Er hoeft dan ook verder geen rekening gehouden te worden met jaarrond beschermde nesten. Vleermuizen verblijfplaatsen Analyse In de bomen langs de Urkervaart aan de zijde van de Urkerweg zouden holten aanwezig kunnen zijn waar vleermuizen (ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis) verblijven.

Veldwerk verblijfplaatsen

6

Op 9 april zijn de bomen langs de Urkervaart visueel geïnspecteerd op holtes en scheuren waar een vleermuis in kan verblijven. Een klein aantal bomen is daarbij aangetroffen maar liggen allen buiten het gebied waar het landschapsplan betrekking op heeft. Geen holtes zijn gevonden in het gebied waar de brug aangelegd moet worden. In de toekomstige woonwijk zijn geen bomen (noch huizen) aanwezig (buiten fase 5 dat buiten het onderzoeksgebied valt). Rekening houden met verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen? Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen en een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig vanwege het ontbreken van holle bomen. Vleermuizen met vliegroutes langs de Urkerweg Analyse Langs de bomenrij zou een vliegroute van een of meerdere vleermuissoorten kunnen zijn. Het landschapsplan zou tot gevolg kunnen hebben dat bomen uit de lijnstructuren verdwijnen. Verblijfplaatsen of vliegroutes zouden dan kunnen verdwijnen. Veldwerk Op 3 mei, 4 juni en 29 augustus is het gebied ’s nachts bezocht om te onderzoeken of de laanbeplanting van de Urkerweg dienst doen als een belangrijke vliegroute en/of jachtgebied van vleermuizen. Gebruik is gemaakt van een vleermuisdetector die het geluid dat de vleermuizen uitzenden opvangt en omzet in een hoorbaar geluid. Op basis van dit geluid kan de soort bepaald worden.

Alleen op 3 mei werd de laanbeplanting door enkele gewone dwergvleermuizen gebruikt als vliegroutes. Andere vleermuissoorten zijn langs deze laanbeplanting niet aangetroffen. Rekening houden met de vliegroute van gewone dwergvleermuis? Het aantal gewone dwergvleermuizen langs de Urkerweg is te gering om van groot belang te zijn voor de Urker populatie aan gewone dwergvleermuizen. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet nodig voor de kap van eventuele bomen langs de Urkerweg. Gezien de ontwikkeling van de nieuwe wijk en de recente bouw van Oranjewijk is het wel waarschijnlijk dat op termijn de Urkerweg een belangrijkere rol voor deze soort krijgt. Binnen het landschapsplan is het daarnaast niet de bedoeling dat veel bomen verdwijnen langs deze weg. Vleermuizen met vliegroutes of jachtgebieden boven de Urkervaart Analyse De komst van een extra brug over de Urkervaart kan een negatief effect hebben op de vliegroutes van water- en meervleermuis omdat deze gevoelig zijn voor een sterk verlicht wateroppervlak. Een eventuele aanwezigheid van gewone of ruige dwergvleermuis vraagt geen bijzondere aandacht voor de komst van een brug: deze soorten zijn minder gevoelig voor verlichting.

Veldwerk Op 3 mei, 4 juni en 29 augustus is het gebied ’s nachts bezocht om te onderzoeken of de laanbeplanting van de Urkerweg dienst doen als een belangrijke vliegroute en/of jachtgebied van vleermuizen. Gebruik is gemaakt van een vleermuisdetector die het geluid dat de vleermuizen uitzenden opvangt en omzet in een hoorbaar geluid. Op basis van dit geluid kan de soort bepaald worden. Op 3 mei en 4 juni maakten meerdere meervleermuizen (minimaal 5) gebruik van de Urkervaart als vliegroute. De dieren kwamen uit de richting van Tollebeek. En gezien het tijdstip ten opzichte van zonsondergang kwamen de dieren niet van ver. De meervleermuizen waren vervolgens erg actief aan het jagen boven de Urkervaart in de beschutting van de bomen. In de ochtend van 29 augustus zijn geen dieren aangetroffen. Een verblijfplaats (gebouw) is niet in het onderzoeksgebied aanwezig.

7

Rekening houden met de vliegroute van meervleermuis? De aanwezigheid van een vliegroute, van een verblijfplaats niet ver uit de buurt, in combinatie met een beperkte aanwezigheid van alternatieve vliegroutes (brede watergangen) voor de dieren is aanleiding om te bepalen dat bij de ontwikkeling van de brug rekening gehouden moet worden met de eisen die de meervleermuis stelt aan een brug en dan in het bijzonder de verlichting nabij en op de brug. Een ontheffing Wet Natuurbeschemring wordt geadviseerd voor de meervleermuis in relatie met de ontwikkeling van de brug waarbij getoetst wordt in hoeverre bij het ontwerp van de verlichting bij de brug rekening gehouden is met de meervleermuis. Vleermuizen en de omzetting van akkerland in woningbouw Analyse De komst van de nieuwe wijk heeft wellicht een gunstig effect op de vleermuizen omdat het gebied nu bestaat uit akkerbouwgebied en vervult daarmee nauwelijks een ecologische functie voor vleermuizen. Met de komst van huizen en openbaar groen nemen zowel de kansen op verblijfplaatsen en goed jachtgebied toe. Toetsing van de wijk op de beschermde vleermuizen zal positief uitvallen en nader onderzoek naar en een eventuele ontheffing voor de vleermuizen voor het realiseren van de woonwijk is derhalve niet nodig.

Otter Analyse De aanleg van de brug, het landschapsplan en de ontwikkeling van de nieuwe wijk kunnen allen impact hebben op het leefgebied van de otter. Het landschapsplan en de nieuwe woonwijk kunnen effect hebben op mate waarin het dier gebruik kan maken van de oever. De brug zou invloed kunnen hebben op de passerbaarheid van dit punt in de oever. Reden om nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van de otter in het studiegebied. Veldwerk Otters zijn met name in de periode oktober-maart goed te inventariseren door spraints (poep) te zoeken. Met hun kenmerkende geur, inhoud en locatie is het zoeken van keutels goed te doen. Op 9 april werd een spraint gevonden onder de bestaande fietsbrug over de Urkervaart aan de zuidzijde van het onderzoeksgebied. Ook noordelijker langs de Urkervaart zijn sporen aangetroffen van de otter (Ter Woord, 2018).

Rekening houden met de aanwezigheid van de otter? De huidige oevers van de Urkervaart bestaan uit riet (landbouwzijde) en riet met bomen en struiken (Urkerweg). Beide oevers zijn erg smal en bieden de otter niet veel meer dan dekking. Voortplanting in die oevers is zeer onwaarschijnlijk vanwege de geringe schuilmogelijkheden en het feit dat de Urkervaart voor de otter een belangrijke migratieweg vormt. Reproductie langs een belangrijke migratieweg is onwaarschijnlijk omdat het vrouwtje in die periode zo min mogelijk contact wil hebben met andere otters.

8

Bij het ontwerp van de brug dient rekening gehouden te worden met de otter. Naast het feit dat de otter zwemmend onder de brug door moet kunnen, zal ook rekening gehouden moeten worden dat de otter lopend onder de brug door kan gaan. Een loopstrook van minimaal 40 cm breed en minimaal 60 cm hoog, dicht boven het wateroppervlak is nodig om te kunnen functioneren. Ter vergelijking: de fietsbrug net buiten het studiegebied functioneert. Afhankelijk hoe ruim gedimensioneerd wordt zal al dan niet rekening gehouden moeten worden met geleiding van de otter onder de brug door. Bij het landschapsplan en de ontwikkeling van de wijk zal rekening gehouden moeten worden met het ontwerp van de oevers. Menselijke bebouwing hoeft niet erg te zijn, de otter kruist in veel gebieden in Nederland ’s nachts gewoon de bebouwde kom. Overwogen kan worden of de oevers in de toekomstige wijk of de Oranjewijk een bijdrage kunnen leveren aan een kwaliteitsslag voor de otter. Een ontheffing Wet Natuurbescherming is wenselijk om te laten toetsen of de brug zowel zwemmend als lopend voldoende passeerbaar is voor de otter. Steenmarter Afhankelijk van het uiteindelijke landschapsplan zou het gebied ongeschikter kunnen worden voor de steenmarter. Het gebied is nu echter uitsluitend een jachtgebied voor de soort.

De impact van het plan zal zeer beperkt zijn voor deze soort omdat het jachtgebied groot is, zodat er voldoende alternatieven zijn. Tevens stellen de vleermuizen en de otter eisen aan de uiteindelijke vormgeving van de oevers en deze zijn altijd gunstig voor de opportunistische steenmarter. Bij het ontwerp hoeft dus geen rekening gehouden te worden met deze beschermde soort.

9

2. Gebiedsbescherming binnen de wet Natuurbescherming De nieuwe brug, het landschapsplan en de nieuwe woonwijk raken allen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Beide taluds van de oever en de waterweg zelf behoren tot de NNN.

Figuur 2: Aangewezen beschermd gebied middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Centraal staat dan ook de vraag wat de verschillende plannen voor effect gaan hebben op de NNN. Enerzijds in functioneren, anderzijds of het logisch is dat de gronden hun bestemming NNN behouden. Wezenlijke kenmerken en waarden van de Urkervaart De wezenlijke kenmerken en natuurwaarden van de NNN-Urkervaart staan beschreven in Greve & Miedema (20xx). Globaal komt het erop neer dat vooral oevergebonden organismen een plek moeten vinden in de oever om genetische uitwisseling tussen gebied A naar B te realiseren. Het gaat dan om soorten als otter, bever, waterspitsmuis en ringslang. De oever moet dus dekking bieden en struweel, ruigte en ruige oeverzones spelen daarin een belangrijke rol.

10

Tevens spreekt het rapport over mogelijkheden voor de meer watergebonden oeversoorten (model blankvoorn-libel). Door een 10-15 meter brede strook in te richten met natuurlijke oevers, plasdras-bermen en bosschages over een kwart van de totale lengte van de vaart kan geschikt leefgebied worden gecreëerd voor een groot aantal diersoorten. Mogelijke effecten van de verschillende activiteiten op de wezenlijke kenmerken en waarden Landschapsplan Het landschapsplan heeft vooral effect op de beplanting langs de Urkerweg. Binnen de maximaal 15 meter brede oever dient een wandelpad van 2 meter breed en ongeveer 700 meter lang gerealiseerd worden. Tevens zullen zichtlijnen ervoor zorgen dat de dekking voor tal van dieren plaatselijk minder wordt. De zichtlijnen zullen vaak gecombineerd worden met vissteigers. Getracht is om het wandelpad zo ver mogelijk van de oeverlijn te houden maar een pad direct langs de Urkerweg is ook geen optie. Al met al gaat het wandelpad grotendeels midden door het 15 meter brede talud.

Figuur 3: Schets van nieuwe situatie bij de Urkerweg.

Figuur 4: Dwarsdoorsnede van wandelpad langs Urkervaart-Urkerweg.

11

De corridorfunctie van de noordelijke oever voor tal van dieren komt door deze ontwikkelingen wel in de verdrukking. Gezocht is naar mitigatie. Voorgesteld wordt om de volgende maatregelen te nemen (figuur):  Goed passeerbare verbinding tussen Urkervaart en de bestaande Oranjewijk. In de Oranjewijk is een grote waterpartij en tussen de waterpartij en de Urkerweg is ruimte voor ruigere vegetatie waar dieren kunnen schuilen. De verbinding tussen de Oranjewijk en de Urkervaart zal bestaan uit een duiker waar ook motorbootjes onderdoor kunnen en die aan de zijkanten voorzien is van 50 cm brede planken net boven het waterpeil: otterplanken.

Figuur 5: Mogelijk ontwerp van de duiker onder de Urkerweg.

Oever tussen waterpartij en Tollebekervaart inrichten voor natuur waarbij rietkraag ontwikkeling gestimuleerd moet worden.

Figuur 6: Schets van de nieuwe situatie langs de Urkerweg. Voorgestelde mitigatie voor het aan te leggen wandelpad ligt aan de noordzijde van de Urkerweg(geel) in combinatie met een duiker met otterplank (blauw).

Nieuwe brug De nieuwe brug met bijbehorende toeritten kan enerzijds een barrière zijn voor de diersoorten die langs de Urkervaart moeten migreren, en betekent een vermindering van het oppervlak NNN. In het ontwerp is echter rekening gehouden met de aanwezigheid van otter en meervleermuis door loopstructuren onder de brug aan te leggen en door rekening te houden met de verlichting

12

van de brug. De hoogte van de brug is zodanig dat beide diersoorten makkelijk onder de brug door kunnen migreren. Otter en meervleermuis zijn van alle doelsoorten het meest kritisch. Soorten als ringslang, bever en waterspitsmuis (allen nog nooit vastgesteld in gebied) ondervinden met dit ontwerp geen belemmering. Geconcludeerd wordt dat de aanleg van de brug geen barrière vormt voor de gewenste uitwisseling van diersoorten langs de Urkervaart. Het verlies aan oppervlak van de NNN door de aanleg van de brug en toeritten dient wel gecompenseerd te worden. Nieuwe woonwijk

Figuur 7: Impressie van de nieuwe woonwijk langs de Urkervaart.

De nieuwe woonwijk heeft effect op de NNN. Enerzijds positief omdat het wateroppervlak toeneemt en met name ondiep water beschikbaar wordt wat gunstig is voor soorten van het ecologisch model libel-blankvoorn. Anderzijds ontstaat een negatief effect doordat de mogelijkheden om langs deze oever te trekken beperkt wordt door de komst van huizen. Voorkomen moet worden dat de toekomstige taluds tussen de Urkervaart en de nieuwe woonwijk bestaan uit harde of steile oevers, aanlegsteigers of andere vormen die de passage van dieren tegenwerkt. Het toestaan van huizen met achtertuinen grenzend aan het water zal veel handhaving vragen. Conclusie De gebiedsbescherming NNN vraagt aandacht en toetsing van de Provincie. De aanleg van het wandelpad in combinatie van meer open groenstructuren komt niet ten goede aan de wezenlijke kenmerken en waarden van de Urkervaart. Het aanbieden van rustgebied aan de andere zijde van de Urkerweg in combinatie met een voor otters goed passerbare duiker onder de Urkerweg kan gezien worden als een goede mitigatie voor dit pad en aanpassing van de beplanting. Het realiseren van de brug in combinatie met in en uitvoegstroken vraag aandacht omdat daarmee oppervlak NNN verloren gaat. Het realiseren van de woonwijk met daarbij enkele waterpartijen die gekoppeld zijn aan de Urkervaart heeft twee kanten.

Enerzijds positief voor met name de onderwatergebonden soorten vanwege het ondiepere en waterplantenrijkere deel dat aangekoppeld wordt. Anderzijds is het voor met name oevergebonden soorten lastiger en voorkomen moet worden dat de oevers aan deze zijde van de Urkervaart voorzien worden van steile of harde oevers, aanlegsteigers of andere constructies die de doorgang van dieren hindert. Het is daarom waarschijnlijk minder handig om tuinen op deze oevers te laten uitkomen omdat dit op termijn handhaving van de gemeente gaat vragen om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan.

13

Literatuur Melis, J.W.C & M. Korthorst, 2016. Natuurtoets Schokkerhoek Urk.- rapport Antea- groep 408244 Woord, G. Ter, 2018. Is de Noordoostpolder ottervriendelijk? Rapport uitgegeven in eigen beheer

14

start einde otter holle bomen meervleermuis vliegroutes vleermuis rugstreeppad 9-apr 10.00 13.00 x x 3-mei 22.00 24.00 x x x 4-jun 22.00 24.00 x x x 29-aug 5.00 6.00 x

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=4360798e-febd-40d7-9432-d6046ca3eafd