ZHW Toelichting Bijlage 13 Natuurtoets.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets Schokkerhoek Urk
projectnummer 408244 definitief revisie 04 28 oktober 2016
Natuurtoets Schokkerhoek Urk
projectnummer 408244 definitief revisie 04 28 oktober 2016
Auteurs J.W.C. Melis MSc. M. Korthorst
Opdrachtgever Gemeente Urk Postbus 77 8320 AB Urk
datum vrijgave
beschrijving revisie 04 definitief
goedkeuring S. Hammink
vrijgave J. Officier
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
1 1 1
2
Wettelijk kader natuurbescherming
2
2.1 2.2 2.3 2.4
Algemeen Flora- en faunawet Natuurnetwerk Nederland Natuurbeschermingswet 1998
2 2 2 2
3
Plangebied en planvoornemen
4
3.1 3.2
Plangebied Planvoornemen
4 4
4
Methodiek
6
4.1 4.2 4.3 4.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
6 6 7 7
5
Resultaten gebiedsonderzoek
9
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Bureauonderzoek Terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden
9 9 9 10 12 13
6
Toetsing
14
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.3
Effectbepaling Effecten beschermde soorten Vogels Zoogdieren Reptielen en amfibieën Vissen Vlinders, libellen en overige beschermde soortgroepen Flora Effecten op beschermde gebieden
14 14 14 16 17 17 17 17 17
7
Conclusies
17
7.1 7.2
Conclusies soortenbescherming Conclusies gebiedsbescherming
18 18
8
Bronnen
19
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Urk is voornemens om een nieuwe woningbouw- en bedrijfslocatie te realiseren aan de oostzijde van Urk; ‘Schokkerhoek’. In het plangebied Schokkerhoek wordt ruimte geboden voor de realisatie van 1.410 woningen en circa 11 hectare (bruto) voor centrumvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, lichte bedrijfs- en woonwerkfuncties en kleinschalige indoorleisure in een gemengde zone. Voor de ontsluiting van het gebied wordt eveneens een voorziening opgenomen in het plan. Daarbij is niet alleen rekening gehouden met de ontsluiting van het plangebied, maar ook met de ontsluiting van bedrijventerrein Zwolschehoek en de afwikkeling van het verkeer van de woonwijken van Urk en de bedrijven naar de A6. Het plangebied is circa 85 ha. groot en bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit agrarische percelen en enkele woningen (zie figuur 1.1). Aan de westzijde van het plangebied ligt het bedrijventerrein ‘Zwolschehoek’. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Domineesweg. De Domineesweg vormt hier tevens de gemeentegrens met de gemeente Noordoostpolder. Aan de oostzijde bepaalt de gemeentegrens de grens van het plangebied, deze ligt deels ter hoogte van de Karel Doormanweg. De noordzijde, tenslotte, wordt begrensd door de Urkervaart en de Urkerweg. Aan de zuid- en de oostzijde van het plangebied bevinden zich op dit moment agrarische bedrijven.
1.2
Doel Bij ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Het doel van de voorliggende natuurtoets is het bepalen of de uitvoering van de voorgenomen activiteit belemmering ondervindt van de Flora- en faunawet en Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De toets aan de Natuurbeschermingswet 1998 is een afzonderlijke rapportage; de zogenaamde voortoets. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. Dit wordt gedaan op basis van een natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de natuurtoets beschreven. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
Blad 1 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Figuur 1.1 globale ligging ban het plangebied (rood omlijnd) (Globespotter, 2015)
1.3
Leeswijzer De natuurtoets is verder als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; hoofdstuk 3 beschrijft het plangebied en het planvoornemen; hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de methodiek van de natuurtoets; hoofdstuk 5 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten in (de omgeving) van het plangebied; hoofdstuk 6 toetst de ontwikkeling aan de Flora- en faunawet en het Natuurnetwerk Nederland; hoofdstuk 7 beschrijft de conclusies en (eventuele) vervolgstappen en procedures.
Blad 2 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
2
Wettelijk kader natuurbescherming
2.1
Algemeen De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, een soortgericht spoor (Flora- en faunawet) en een gebiedsgericht spoor (Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) en Natuurbeschermingswet 1998). De Flora- en faunawet richt zich op de bescherming van soorten en het NNN en de Natuurbeschermingswet 1998 op de bescherming van gebieden. Met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 is de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving geïmplementeerd. Voor een uitgebreide algemene beschrijving van de Flora- en faunawet, het NNN en de Natuurbeschermingswet 1998 wordt verwezen naar bijlage 1.
2.2
Flora- en faunawet Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. De Flora- en faunawet gaat uit van het 'nee, tenzij'-principe. Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn alleen onder voorwaarden mogelijk.
2.3
Natuurnetwerk Nederland Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt en vastgelegd in de ruimtelijke verordening. Ruimtelijke plannen moeten hieraan worden getoetst. Natura 2000-gebieden, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands zijn beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998 en hebben derhalve een wettelijke status. In of in de nabijheid van het NNN en Natuurbeschermingswetgebieden geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten.
2.4
Natuurbeschermingswet 1998 Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten worden beschermd middels de Natuurbeschermingswet 1998, deze gebieden hebben daarmee een wettelijke beschermde status. Er zijn geen ontwikkelingen zonder Natuurbeschermingswetvergunning toegestaan als deze ontwikkeling de natuurlijke waarden en instandhoudingsdoelen van het gebied direct of indirect aantasten. De effecten op Natura 2000-gebieden worden separaat getoetst in een voortoets (Antea Group, 2016).
Blad 3 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
3
Plangebied en planvoornemen
3.1
Plangebied Het plangebied ligt ten oosten van de bebouwde kom van Urk. Het gebied ligt ten noorden van de N352 (Domineesweg) ten westen van de Karel Doormanweg en ten zuiden van de Urkervaart.
Figuur 3.1 Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) (Globespotter, 2015).
3.2
Planvoornemen Ten behoeve van de realisatie van de gebiedsontwikkeling Schokkerhoek wordt een bestemmingsplan opgesteld. In het plangebied Schokkerhoek wordt ruimte geboden voor de realisatie van 1.410 woningen en circa 11 hectare (bruto) voor centrumvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, lichte bedrijfs- en woonwerkfuncties en kleinschalige indoor-leisure in een gemengde zone. Voor de ontsluiting van het gebied wordt eveneens een voorziening opgenomen in het plan. Daarbij is niet alleen rekening gehouden met de ontsluiting van het plangebied, maar ook met de ontsluiting van bedrijventerrein Zwolschehoek en de afwikkeling van het verkeer van de woonwijken van Urk en de bedrijven naar de A6.
Blad 4 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
De uitvoeringsperiode van de werkzaamheden is nog onduidelijk. De in het plangebied aanwezige bebouwing zal niet worden gesloopt, tevens worden in het plangebied geen erfsingels verwijderd. In het kader van dit bestemmingsplan is onderhavige natuurtoets uitgevoerd.
Figuur 2.1: Indicatieve stedenbouwkundige tekening op hoofdlijnen voorkeursvariant
Blad 5 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
4
Methodiek
4.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
4.2
Bureauonderzoek In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar de zwaar beschermde (tabel 3) en overig beschermde (tabel 2) soorten uit de Flora- en faunawet. Deze soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn en bijlage IV-soorten) en moeten worden getoetst op voorkomen en het planeffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Flora- en faunawet. Algemeen beschermde soorten, die zijn opgenomen in tabel 1 van de Flora- en faunawet, zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende plan. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 8 t/m 12 van de Flora- en faunawet. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door rekening te houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten, wordt voldoende aan de zorgplicht voldaan en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Er worden diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van zwaarder (tabel 2 en 3 – soorten) beschermde soorten in en rond het plangebied.
Met behulp van landelijke en regionale verspreidingsatlassen en specifieke internetsites (www.ravon.nl; www.vlindernet.nl; www.libellennet.nl www.Naturalis.nl\EIS) wordt nagegaan of in het verleden zwaarder beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Daarnaast worden landelijke databanken voor natuurwaarnemingen geraadpleegd, waaronder telmee.nl, over de periode 2009 - 2014. Telmee.nl is het invoerportaal van de landelijke Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO's). Er kan informatie over diverse soortgroepen tot op kilometerhokniveau worden verkregen. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn dan niet bekend. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie wordt een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Vogels zijn beschermd onder de Flora- en faunawet. Een aantal vogels is onderverdeeld in vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-4) en niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5) (zie toelichting in bijlage 1 – Wettelijk kader) waarvan inventarisatie gewenst is. Gekeken wordt naar de verspreiding van categorie 1-4 soorten en soorten van categorie 5 die mogelijk zeldzaam zijn in de omgeving van het plangebied.
Blad 6 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
4.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van de bureaustudie is bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat in het plangebied. Op donderdag 17 maart 2016 is een terreinbezoek aan het plangebied afgelegd om te bepalen in hoeverre aan de hand van de soorten uit de bureaustudie en aan de hand van het voorkomen van geschikt habitat beschermde soorten kunnen voorkomen. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Het terreinbezoek uit uitgevoerd vanaf de omliggende wegen, het plangebied zelf kon op het moment van uitvoeren van dit bezoek niet worden betreden. Omdat het plangebied een overzichtelijke inrichting heeft is vanaf de omliggende wegen een goed beeld te vormen van de aanwezige biotopen.
4.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 7 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
5
Resultaten gebiedsonderzoek
5.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarisch akkerland. Ten oosten van het plangebied is een vaart (de Zuidermeertocht) aanwezig. Ten noorden van het plangebied ligt de Urkervaart. Door het plangebied lopen een aantal ondiepe afwateringssloten. Daarnaast zijn in het plangebied enkele boerderijen en woonhuizen aanwezig en staan in het plangebied erfsingels.
Figuur 5.1 impressie van het plangebied
5.2
Beschermde soorten
5.2.1
Bureauonderzoek Uit de landelijke en provinciale verspreidingsinformatie en uit atlassen (5 x 5 kilometerhok) blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen. Dit betreft onderstaande zwaarder beschermde (tabel 2 en 3 Flora- en faunawet) soorten. Tevens is het rapport “Vleermuizen windpark Noordoostpolder” (Zoogdiervereniging, 2013) geraadpleegd.
Blad 8 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Vogels, categorie 1-4 Buizerd, huismus en sperwer. Zoogdieren Steenmarter, gewone dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis. Reptielen en amfibieën Rugstreeppad. Vissen Kleine modderkruiper. Vlinders, Libellen, flora en overige soortgroepen Geen. Het voorkomen van wettelijk beschermde soorten in het uurhok of kilometerhok betekent niet dat deze soorten zich in (de omgeving van) het plangebied bevinden. Het plangebied omvat slechts een klein deel van het kilometerhok en daarmee ook een beperkt aantal verschillende biotopen en habitats. Met behulp van het terreinbezoek is nagegaan welke dit zijn. Hierdoor kan meer duidelijkheid gegeven worden over de voorkomende dan wel verwachte soorten in het plangebied. Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is nagegaan of deze soorten mogelijk in het plangebied of de omgeving kunnen voorkomen.
5.2.2
Terreinbezoek - ecologische bevindingen Op 17 maart 2016, vrijwel onbewolkt, 12.0 oC (bron: knmi.nl), is een terreinbezoek aan het plangebied afgelegd door J.W.C. Melis, een deskundig ecoloog van Antea Group. Naast directe waarnemingen kan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de aanwezige beschermde soorten. Vogels (categorie 1-4) Zoals eerder aangegeven zijn van een aantal vogelsoorten de broedplaatsen jaarrond beschermd. Bij deze soorten moet bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd een ontheffing worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4-vogelsoorten (zie bijlage 1). Uit de bureaustudie blijkt het voorkomen van de categorie 1-4 soorten buizerd, huismus en sperwer. In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen van de buizerd of sperwer. De aanwezigheid van broedgevallen van deze soorten kan op basis daarvan worden uitgesloten. Wel is mogelijk foerageergebied voor deze soorten aanwezig. De huismus is niet aangetroffen in het plangebied. De bebouwing in het plangebied biedt geschikt biotoop voor de huismus. Zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt het voorkomen van de steenmarter. De steenmarter kan een onderkomen vinden in boerenschuren of verlaten bebouwing. Voorkomen van de steenmarter in het plangebied is niet geheel uit te sluiten.
Blad 9 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Naast grondgebonden zoogdieren komen verschillende vleermuissoorten voor in de omgeving van het plangebied (gewone dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger meervleermuis en ruige dwergvleermuis). Verblijfsplaatsen van deze vleermuizen in de bebouwing in het plangebied zijn niet uit te sluiten. Daarnaast kan het plangebied een functie hebben als foerageergebied of als vliegroute voor vleermuizen. Reptielen en amfibieën Uit de bureaustudie komt het voorkomen van de rugstreeppad in de omgeving van het plangebied naar voren. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de rugstreeppad. Vissen Uit de bureaustudie komt het voorkomen van de kleine modderkruiper naar voren. Tijdens het terreinbezoek zijn watergangen in het plangebied bevist. Hierbij zijn geen exemplaren van de kleine modderkruiper aangetroffen. Wel is bij het bevissen van de watergang de driedoornige stekelbaars aangetroffen. Het voorkomen van de kleine modderkruiper is echter niet geheel uit te sluiten. De watergangen die deel uitmaken van het plangebied zijn door de steile kanten en breedte van de watergang slecht bevisbaar. Kleine modderkruipers bevinden zich in de winterperiode in de sliblaag en zijn daarom lastig te vinden door het bevissen van de watergang vanaf de kant. Flora Op basis van beschikbaar biotoop kan het voorkomen van beschermde plantensoorten worden uitgesloten.
Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit akkerland, dit biedt door de grote voedselrijkdom voor weinig beschermde flora een geschikt biotoop. Daarnaast komen uit de bureaustudie geen beschermde planten naar voren. 5.2.3
Samenvatting beschermde soorten Tabel 5.1: Aanwezigheid van (mogelijk) beschermde soorten in het plangebied. Soort
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Toelichting
Vleermuizen (gewone dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger meervleermuis en ruige dwergvleermuis.)
Tabel 3
Foerageergebied, vliegroutes.
Mogelijk in het plangebied aanwezig
Steenmarter
Tabel 3
Biotoop
Mogelijk i.h. plangebied aanwezig.
Kleine modderkruiper
Tabel 2
Biotoop
Mogelijk aanwezig in de watergangen.
Rugstreeppad
Tabel 3
Biotoop
Mogelijk aanwezig in het plangebied.
Broedbiotoop
Mogelijk aanwezig in de ruigtes.
Foerageergebied
Mogelijk aanwezig
Algemene broedvogels
Buizerd en sperwer
Categorie 1-4
Blad 10 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
5.3
Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland De Urkervaart, direct ten noorden van het plangebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast maakt de Urkervaart deel uit van een ecologische verbindingszone
Figuur 5.2 : NNN gebieden in de omgeving van het plangebied.
De Urkervaart wordt beheerd als zoete plas (Natuurbeheerplan 2016, Provincie Flevoland). In het rapport Wezenlijke kenmerken en waarden EHS gemeenten Noordoostpolder en Urk (A&W rapport) zijn de doelsoorten voor de verbindende functie van deze vaart is benoemd, zie de soorten uit tekstbox 5.1 Zoogdieren Das (pot.), bever (pot.), otter (pot.), meervleermuis, watervleermuis, laatvlieger, bunzing, wezel en hermelijn Reptielen Ringslang Amfibieën Rugstreeppad Vissen Kleine modderkruiper, winde, rivierdonderpad, kroeskarper en rivierprik (pot.) Tekstbox 5.1 Aangewezen soorten voor Urkervaart (A&W rapport).
Blad 11 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
6
Toetsing
6.1
Effectbepaling Effecten op beschermde natuurwaarden kunnen optreden door ruimtebeslag, verdichting van het landschap, verstoring door licht, geluid en optische verstoring door de aanwezigheid van bebouwing en mensen in het plangebied, met een uitstraling naar het omliggend gebied (direct effect). Tevens kunnen effecten optreden door verstoring door betreding en door toegenomen recreatiedruk (indirect effect).
6.2
Effecten beschermde soorten De effecten op de zwaarder beschermde soorten worden per soortgroep getoetst. Voor de vogels wordt naast de categorie 1-4 vogelsoorten ook ingegaan op de algemene soorten.
6.2.1
Vogels Vogels algemeen Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Flora- en faunawet. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen uitgegaan van de periode van 15 maart tot 15 augustus. In en om het plangebied is geschikt broedbiotoop aanwezig voor watervogels en overige vogelsoorten. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus (vogelbescherming, 2016). Het verdient de voorkeur om de werkzaamheden buiten deze periode uit te voeren. Jaarrond beschermde nesten De huismus vind broedbiotoop in bebouwing. De bebouwing die ten tijde van het terreinbezoek in het plangebied aanwezig is wordt als gevolg van de planuitwerking niet gesloopt. Negatieve effecten op de huismus kunnen worden uitgesloten. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van de categorie 1-4 soorten buizerd en sperwer. Deze soorten jagen beide (ook) in open terreinen. In de omgeving van het plangebied is voldoende (vervangend) foerageergebied voor deze soorten aanwezig zodat de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar komt door de voorgenomen planontwikkeling. Het plangebied heeft een grootte van 0.86 km2 het foerageergebied van een sperwer is 9 – 20 km2 groot. Voor de buizerd is de grootte van het foerageergebied, afhankelijk van de lokale voedselbeschikbaarheid, één tot meerdere vierkante kilometers.
Categorie 5-soorten Naast soorten met jaarrond beschermde nesten zijn er categorie-5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste in het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie-5-soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de directe omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de directe omgeving.
Blad 12 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
6.2.2
Zoogdieren Het voorkomen van de steenmarter in het plangebied is niet geheel uit te sluiten. In het plangebied wordt geen bebouwing gesloopt en worden geen opstallen verwijderd. Hiermee kan worden uitgesloten, dat verblijfplaatsen van de steenmarter verdwijnen als gevolg van de planuitwerking. Voor de steenmarter is voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving van het plangebied zodat de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar komt door de voorgenomen planontwikkeling. Vleermuizen Mogelijk komen de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, laatvlieger meervleermuis en ruige dwergvleermuis voor in het plangebied. Omdat in het plangebied geen bebouwing wordt gesloopt, kan worden uitgesloten dat verblijfsplaatsen van vleermuizen verdwijnen als gevolg van de planuitwerking. Er wordt niet verwacht dat het plangebied een bijzondere functie heeft als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden beschikbaar. Mogelijk doet de Urkervaart dienst als vliegroute voor vleermuizen. De functie van deze vliegroute mag door de uitwerking van het bestemmingsplan niet worden verstoord. Gezien de ligging van de Urkervaart in het landschap kan worden verondersteld, dat de verbinding dienst doet als essentiële vliegroute.
Er moet worden voorkomen, dat de nieuwe brug een barrière gaat vormen voor vleermuizen door zowel tijdens de bouwfase en tijdens de gebruiksfase terughoudend te zijn met het verlichten van het wateroppervlak. Er mogen geen felle lampen op het wateroppervlak schijnen. De brug zal geen barrière vormen voor vleermuizen gezien de doorvlieghoogte van circa 2,5 meter boven het wateroppervlak en een doorvaartbreedte van 8,8 meter (8 meter in open stand). Het bestemmingsplan biedt ruimte voor een aantal woningen die direct grenzen aan de Urkervaart, net zoals elders in Urk. Het is uit te sluiten, dat regulier gebruik van verlichting in en rondom de woningen een negatief effect zal hebben op de Urkervaart als vliegroute voor vleermuizen. De vaart is dermate breed (ruim 40 meter), dat eventueel uitstralende consumentenverlichting geen effect zal hebben op de functie van de gehele Urkervaart als vliegroute, ook mede gezien het feit dat vleermuizen de verlichte zone gemakkelijk kunnen vermijden. Het bestemmingsplan creëert ook extra wateroppervlak, direct aan de Urkervaart dat mogelijk een functie kan krijgen als foerageergebied voor water- en meervleermuis. Ter voorkoming van verstoring kan voor openbare verlichting nabij de urkervaart gebruik worden gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting in het plangebied. Hiervoor is een regeling opgenomen in het bestemmingsplan.
6.2.3
Reptielen en amfibieën Het is aannemelijk dat de rugstreeppad in het plangebied aanwezig is, de soort is veelvuldig aanwezig in de Noordoostpolder. In het verleden kon in de Noordoostpolder voor de rugstreeppad gebruik worden gemaakt van het soortmanagement plan voor de rugstreeppad (De Nooij, 2007). De ontheffing die hiervoor gold is echter verlopen wat betekent dat in de huidige situatie voor nieuwe ontwikkelingen een ontheffing moet worden aangevraagd wanneer het overtreden van verbodsbepalingen niet uitgesloten kan worden. Bij het ingaan van de nieuwe Wet Natuurbescherming (verwacht 1 januari 2017) wordt de provincie bevoegd gezag voor beschermde soor-
Blad 13 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
ten. De provincie geeft aan dat er nu over na wordt gedacht hoe hier mee omgegaan moet worden in de nieuwe situatie. Ze geeft aan dat het waarschijnlijk is dat verder wordt gegaan in de lijn zoals deze was opgenomen in het Rugstreeppaddenmanagementplan. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan vormt het voorkomen van de rugstreeppad in de Noordoostpolder geen belemmering. Ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan zal de provincie Flevoland bevoegd gezag zijn voor de rugstreeppad. Afhankelijk van het toekomstige scenario zal een algemene ontheffing gelden voor de rugstreeppad wanneer maatregelen worden genomen of kan voor de soort een ontheffing worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing zal vrijwel zeker worden verkregen.
6.2.4
Vissen De aanwezigheid van de kleine modderkruiper in de watergangen rondom het plangebied is niet uit te sluiten. De soort kan voorkomen in sloten in en om het plangebied. Tijdens werkzaamheden in de watergangen bestaat het risico dat individuen van de kleine modderkruiper worden gedood of verwond. De kleine modderkruiper is een soort die valt onder het beschermingsregime van Tabel 2 van de Flora- en faunawet. Indien voor deze soort gehandeld wordt volgens een door het ministerie goedgekeurde gedragscode komt de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar. De werkwijze bij het dempen van sloten kan bijvoorbeeld bestaan uit (voorbeeld uit de gedragscode van de unie van waterschappen, (UVW, 2012)), deze maatregelen zijn niet limitatief, de te nemen maatregelen worden in onderling overleg met een ecoloog voor aanvang van de werkzaamheden bepaald: Oevervegetatie wordt gemaaid zodat vissen zich elders gaan ophouden. Juridisch zwaarder beschermde dieren worden weggevangen en terug worden geplaatst in geschikt biotoop. ten behoeve van in slib levende of vluchtende juridisch zwaarder beschermde soorten o wordt slib waarin zich deze soorten bevinden, verplaatst naar plaatsen van waaruit deze o soorten kunnen vluchten of overleven.
6.2.5
Vlinders, libellen en overige beschermde soortgroepen Er zijn geen effecten te verwachten op andere (zwaar) beschermde soorten, zoals dagvlinders, libellen en andere ongewervelden in het plangebied. De soorten zijn niet aangetroffen tijdens het terreinbezoek en de aangetroffen biotopen zijn niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten uit deze soortgroepen.
6.2.6
Flora Er zijn geen effecten te verwachten op (zwaar) beschermde plantensoorten. De aanwezigheid van (zwaar) beschermde florasoorten in het plangebied is uit te sluiten.
6.3
Effecten op beschermde gebieden
6.3.1
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) De Urkervaart maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De planontwikkeling heeft geen effect op het natuurdoeltype “zoete plas”.
Blad 14 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Tevens is de Urkervaart aangewezen als verbindingszone voor de navolgende soorten i.e. das (pot.), bever (pot.), otter (pot.), meervleermuis, watervleermuis, laatvlieger, bunzing, wezel, hermelijn, ringslang, rugstreeppad, kleine modderkruiper, winde, rivierdonderpad, kroeskarper en rivierprik (pot.). In de toekomstige situatie moet de verbinding geschikt zijn voor deze soorten. De voorgenomen ontwikkeling mag deze functie niet onmogelijk maken. Onderstaand wordt dit per soortgroep behandeld. Landzoogdieren Voor landzoogdieren (das, wezel, bunzing en hermelijn) is de huidige situatie nu niet geschikt, door de zijverbindingen met bijvoorbeeld de Zuidermeertocht en Nagelervaart kan de zuidzijde van de Urkervaart niet dienen als verbindingszone. Aandachtspunt vormt de nieuwe brug over de Urkervaart waarbij voorkomen moet worden dat de oeverzone onderbroken wordt. In dat geval is er ten opzichte van de huidige situatie geen verslechtering te verwachten. Vleermuizen Mogelijk doet de Urkervaart dienst als vliegroute voor vleermuissoorten (meervleermuis, watervleermuis en laatvlieger). Door het gebied op de juiste manier in te richten (de brug) kan deze functie worden behouden. Er moet worden voorkomen dat lichten worden gericht op de Urkervaart of dat de vaart (tijdelijk) wordt geblokkeerd.
Bij het ontwerp van de brug over de Urkervaart dient rekening te worden gehouden met de barrièrewerking van wegen voor vleermuizen. Er zijn mogelijkheden om deze te beperken (bv hopovers, maar sommige vleermuizen kunnen onder bepaalde voorwaarden ook onder een viaduct passeren). 1. 2.
Boven het wateroppervlak een doorvliegroute van minstens 4m breed en 1,5m hoog mogelijk blijft (Boonman, 2011). Géén lichtuitstraling is vanaf de bouwplaats op het wateroppervlak (Kuiper et al., 2005). Bij voorkeur dient amberkleurig licht gebruikt te worden (Limpens et al., 2011).
De doorvlieghoogte boven het wateroppervlak wordt 2,5 meter en de doorvaartbreedte 8,8 meter (ca. 8 meter in open stand), waarmee uitgesloten kan worden, dat de brug een barrière gaat vormen. Tijdens de bouwfase dient rekening gehouden te worden met de verlichting van de brug, indien er ’s nachts wordt (door)gewerkt. Overige meervleermuis vriendelijke maatregelen zijn: Inrichting van natuurlijke oevers (met > 1,5 meter brede rietruigte) Inrichting en beheer van bloemrijke hooilanden tot op 500 m afstand van brede vaarten Inrichting en beheer van permanente graslanden met weidebeheer Neem maatregelen om dichtgroeien van open water te beperken. Voorkom lozingen van boezemwater met veel kroos of kroosvarens Neem maatregelen om riooloverstortingen te voorkomen, vooral in de directe omgeving van belangrijke kraamverblijfplaatsen. (Haarsma, 2011) Vissoorten De verbinding zal zijn functie voor de aangewezen vissoorten kleine modderkruiper, winde, rivierdonderpad kroeskarper en rivierprik (pot) behouden. Reptielen De verbinding is in potentie geschikt voor de ringslang. Ringslangen kunnen zich over het water verplaatsen zodat bij de invulling van het bestemmingsplan deze functionaliteit in stand blijft.
Blad 15 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Amfibieën Voor de rugstreeppad is de EVZ langs de Urkervaart in de huidige situatie niet geschikt door de zijverbindingen met bijvoorbeeld de Zuidermeertocht en de Nagelervaart. Volwassen exemplaren van de rugstreeppad kunnen erg slecht zwemmen. Aandachtspunt vormt de nieuwe brug over de Urkervaart waarbij voorkomen moet worden dat de oeverzone onderbroken wordt en de inrichting van de oeverzone afgestemd wordt op de (verbindende functie voor de) rugstreeppad. Bever en otter De bever en otter kunnen zich zwemmend via de Urkervaart verplaatsen, dit zal in de toekomstige situatie ook mogelijk zijn.
Blad 16 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
7
Conclusies In dit hoofdstuk worden de conclusies van de natuurtoets gepresenteerd. De conclusies zijn opgedeeld in soortenbescherming (7.1) en gebiedsbescherming (7.2). Bijgevoegd is een aantal vrijblijvende aanbevelingen opgenomen (7.3).
7.1
Conclusies soortenbescherming In het plangebied komen mogelijk beschermde soorten voor die negatieve effecten ondervinden. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van broedvogels in het plangebied. Broedvogels Voor de voorgenomen werkzaamheden waarbij bomen, ruigte en bebouwing verwijderd worden, dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen (globaal half maart tot en met juli). Er zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde indien ten minste één van de volgende maatregelen genomen worden: 1) de werkzaamheden aan de bomen en gebouwen worden buiten het broedseizoen uitgevoerd (voorkeursmaatregel). Of in deze periode wordt het plangebied ongeschikt gemaakt voor broedvogels. door bijvoorbeeld struweel of overige begroeiing te verwijderen. 2) het plangebied wordt kort voor aanvang van de werkzaamheden door een erkende ecoloog gecontroleerd op actuele broedgevallen; bij gebleken aanwezigheid van broedende vogels moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot na het broedseizoen. Vleermuizen Mogelijk doet de Urkervaart dienst als vliegroute voor vleermuizen. Deze functionaliteit moet binnen het nieuwe bestemmingsplan worden gewaarborgd. Dit kan bijvoorbeeld door geen lichten te richten op de watergang of vleermuisvriendelijke verlichting. En door te zorgen dat de watergang niet (tijdelijk) wordt geblokkeerd.
Rugstreeppad Voor het vaststellen van het bestemmingsplan vormt het voorkomen van de rugstreeppad in de Noordoostpolder geen belemmering. Ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan zal de provincie Flevoland bevoegd gezag zijn voor de rugstreeppad. Afhankelijk van het toekomstige scenario zal een algemene ontheffing gelden voor de rugstreeppad wanneer maatregelen worden genomen of kan voor de soort een ontheffing worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing zal vrijwel zeker worden verkregen. Kleine modderkruiper Het voorkomen van de kleine modderkruiper in het plangebied kan niet worden uitgesloten. De kleine modderkruiper is beschermd middels tabel 2 van de Flora- en faunawet. Dit houdt in dat moet worden gewerkt volgens een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Hierin staan maatregelen in zoals: oevervegetatie wordt gemaaid zodat vissen zich elders gaan ophouden; juridisch zwaarder beschermde dieren worden weggevangen en terug geplaatst in geschikt biotoop; ten behoeve van in slib levende of vluchtende juridisch zwaarder beschermde soorten wordt slib waarin zich deze soorten bevinden, verplaatst naar plaatsen van waaruit deze soorten kunnen vluchten of overleven.
Blad 17 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Tabel 7.1. Mogelijk voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het plangebied.
Soort
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing noodzakelijk
Bijzonderheden / opmerkingen
Broedvogels algemeen
Mogelijk
Nee
Nee
Werken buiten broedseizoen of voorkomen dat vogels tot broeden komen
Vleermuizen
Mogelijk
Nee
Nee
Mogelijke vliegroute langs de Urkervaart moet functioneel blijven.
Rugstreeppad
Mogelijk
Nee
Mogelijk
Overleg met de provincie
Kleine modderkruiper
Mogelijk
Nee
Nee
Werken volgens de voorwaarden die voortkomen uit de gedragscode.
Met de uitgevoerde natuurtoets kan worden uitgesloten dat de gunstige staat van beschermde soorten in gevaar komt door activiteiten die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan, mits rekening wordt gehouden met de voorgestelde maatregelen. Gelet op deze conclusie kan worden gesteld dat er van uit kan worden gegaan dat de Flora- en faunawet niet aan de uitvoering van het plan in de weg staat.
7.2
Conclusies gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het voornemen heeft geen effect op het natuurdoeltype. Aan de noordrand van het plangebied is een ecologische verbindingszone aanwezig die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. In paragraaf 6.3 is aangegeven voor welke soorten deze verbinding is aangewezen. In het kader van de ecologische verbindingszone moet rekening worden gehouden met de functie van de verbinding als vliegroute voor vleermuizen, voor landzoogdieren en voor de rugstreeppad.
Blad 18 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
7.3
Kansen voor natuur De Flora- en faunawet en het NNN vormen geen belemmering voor het voornemen. Wel moet een aantal maatregelen in acht worden genomen (zie 7.1 en hoofdstuk 6). We merken op dat het mogelijk is om bij de planvorming kansen te bieden voor de natuur. Dit is niet verplicht. Om de natuur meer ruimte te geven in de nieuwe situatie in het plangebied kan een aantal soortspecifieke en duurzame maatregelen genomen worden. De Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een Checklist ontwikkeld die gebruikt kan worden voor het realiseren van natuurvriendelijke maatregelen voor gebouwen. Hieronder worden maatregelen voorgesteld voor enkele typische aan steden gebonden soorten. Gierzwaluw De gierzwaluw is een typische soort van stedelijke omgeving. Om de soort kansen te bieden in het plangebied worden de volgende maatregelen aanbevolen. Deze maatregelen zijn afkomstig uit de soortenstandaard van de gierzwaluw, opgesteld door het RVO (2014). Biedt geschikte verblijfplaatsen aan zoals een nestdakpan, een houten nestkast kan eventueel ook in aanmerking komen. Deze dienen in groepjes bij elkaar aangeboden te worden. Deze verblijfplaatsen moeten: niet in de volle zon liggen: nestplaatsen bij voorkeur in de koele, schaduwrijke noord- en oostgevels aanbrengen in verband met de hitte die kan ontstaan in de kleine broedruimte.
Als nestgelegenheden tussen 9 en 19 uur in de schaduw blijven onder bijvoorbeeld een dakrand, kunnen andere windrichtingen overwogen worden voldoende (veilige) uitvliegruimte hebben: minimaal 1 meter breed en 3 meter diep, zonder kans op verkeersslachtoffers. Dus geen platte daken, brede goten, balustraden, borstweringen, bomen, vlaggenmasten e.d. die het aanvliegen bemoeilijken. de speciale dakpannen moeten: o voldoen aan een minimum bodemoppervlakte van 15 x 25 centimeter en een minimum hoogte van 13 centimeter; o een invliegopening van maximaal 2 centimeter boven de bodem (van binnen gemeten); o en invliegopening van 7 centimeter breed en maximaal 3,5 centimeter hoog; o dat de invliegopening asymmetrisch is aangebracht, zodat er een donkere hoek in de nestgelegenheid ontstaat. Huismus Huismussen zijn kenmerkende stadsvogels. In de nieuwe situatie kunnen daarom speciaal voor deze beschermde en in aantal teruglopende soort nestkasten worden aangeboden. Zo kunnen bijvoorbeeld kasten van Vivara1 worden aangeboden en verspreid over het gebouw worden opgehangen. Deze verblijfplaatsen moeten niet te hoog aangeboden worden en niet te heet worden in de middagzon: bij voorkeur hebben de locaties een noord of oost expositie of een ligging in de schaduw van een dakgoot of iets desgelijks.
1
Vivara.nl 'Nestkast voor de Huismus'
Blad 19 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Naast het aanbieden van deze nestplaatsen is het van belang dat de omgeving tevens functioneel is. De voorwaarden die hieraan bijdragen zijn: Er moet continu voedsel te vinden zijn in de directe omgeving (binnen 2,5 meter) van dekking. De dekking bestaat uit stekelige struiken, begroeide gevels of schuttingen, groenblijvende begroeiingen zoals klimop. Voldoende inheems groen en enkele grote bomen als leverancier van eiwitrijk voedsel (rupsen) voor de jongen. Niet teveel grote bomen. Altijd groenblijvende planten in hagen of gevelbegroeiing te gebruiken als collectieve slaapplek (en voor dekking). Droge, zandige plekken voor het nemen van een zandbad. Drinkwater. Vleermuizen In de nieuwe situatie (in het kader van biodiversiteit in de stad en kansen voor de natuur) kan aandacht besteed worden aan het creëren van een geschikte omgeving voor vleermuizen. Speciaal voor renovatie, nieuwbouw of herbouw zijn onderhoudsvrije vleermuizenkokers in de handel die ingemetseld kunnen worden en zogenaamde vleermuiskwartieren die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren (zie onder andere Brochure 'Vleermuisvriendelijk bouwen'; Korsten et al., 2011). Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in nieuwbouw in te passen.
Blad 20 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
8
Bronnen Altenburg en wymenga, 2008, ecologische verbindingszones Flevoland. Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Haarsma, 2011, De meervleermuis in Nederland, Rapport van de zoogdiervereniging in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw, en innovatie Kosten E., H., Limpens, H. Bouman & J. Reinhold, 2011. Vleermuisvriendelijk bouwen. Handreiking voor huiseigenaar, architect en beleidsmedewerker. Zoogdiervereniging & Tauw. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. De Nooij, R.J.W., 2007. Ruimte geven, ruimte nemen.
Een managementplan voor de Rugstreeppad in de Noordoostpolder. Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen. Provincie Flevoland, 2016 natuurbeheerplan Zoogdiervereniging 2013, Vleermuizen windpark Noordoostpolder, onderzoek naar het voorkomen van tweekleurige vleermuizen ten behoeve van een populatieschatting en enkele opmerkingen over ruige dwergvleermuizen Jansen, Smit, Limpens, Haye en Boonman. UVW, 2012 Unie van waterschappen, gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen. Overig: www.ravon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.naturalis.nl www.vivara.nl www.telmee.nl www.vlindernet.nl www.libellennet.nl natura2000.eea.europa.eu https://egemeente.urk.nl/werk-en-ondernemen/bestemmingsplannen_41613/item/voorbereidingsbesluitbestemmingsplan-schokkerhoek_81853.html
Blad 21 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Blad 22 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Bijlage 1 Wettelijk kader
Blad 23 van 30
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Bijlage 1 Wettelijk kader Flora- en faunawet Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Flora- en faunawet. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden: Soorten van tabel 1 – algemene soorten – lichtste beschermingsregime; Soorten van tabel 2 – overige soorten – middelste beschermingsregime; Soorten van tabel 3 – genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage 1 van de AMvB – zwaarste beschermingsregime. Algemene vrijstelling Voor tabel 1-soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsbepalingen in de wet (art.
8 t/m 12) en is derhalve geen ontheffing nodig. Vrijstelling onder gedragscode Voor tabel 2-soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen in de wet (art. 8 t/m 12) als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De goedgekeurde gedragscodes staan vermeld op de website van het Ministerie van EZ (www.drloket.nl). Voor de meeste activiteiten zijn er inmiddels gedragscodes goedgekeurd. De kans is groot dat de voorgenomen activiteit kan worden uitgevoerd onder één van de vele goedgekeurde gedragscodes. Ontheffing Tabel 2 en 3 - soorten Als er niet kan worden gewerkt onder een geldige gedragscode, is voor tabel 2-soorten alsnog een ontheffing nodig om toestemming te hebben voor het overtreden van de verbodsbepalingen in de wet. Ook voor tabel 3-soorten geldt een ontheffingsplicht. Ingrepen waarbij de verbodsbepalingen worden overtreden moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan RVO.nl door middel van een ontheffingsaanvraag, vergezeld van een overzicht van mitigerende of compenserende maatregelen om effecten tegen te gaan. Als de mitigerende of compenserende maatregelen (tijdelijke) effecten niet kunnen voorkomen en de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt, dan wordt een ontheffing verleend.
Habitatrichtlijn Bijlage IV-soorten Sinds augustus 2009 is door een uitspraak van de Raad van State bepaald dat er volgens de Europese Habitatrichtlijn geen ontheffing meer verleend mag worden voor het vernietigen van vaste verblijfplaatsen van bijlage IV-soorten met als wettelijk belang ruimtelijke ingrepen. Een ontheffing voor ruimtelijke ingrepen is alleen mogelijk onder de volgende wettelijk belangen: Bescherming van flora en fauna; Volksgezondheid of openbare veiligheid;
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
-
Dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
Voor de meeste ruimtelijke projecten betekent dit dat een ontheffing voor Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten alleen kan worden aangevraagd onder dwingende redenen van groot openbaar belang. Dit belang moet worden onderbouwd om het groot openbaar belang aan te tonen. Een groot openbaar belang is een belang op regionale of nationale schaal. Vaak is de verwijzing naar een regionale structuurvisie voldoende. Vogels Vogels zijn niet opgenomen in tabel 1 tot en met 3. Alle vogels zijn in het broedseizoen gelijk beschermd. De bescherming van vogels is hoofdzakelijk gericht op de bescherming van de nesten. Daarbij wordt wel een onderscheid gemaakt in nesten die jaarrond zijn beschermd (categorie 1 tot en met 4-vogelsoorten, zie onderstaande tabel), nesten die alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5-vogelsoorten) en nesten die niet jaarrond zijn beschermd (overige vogelsoorten). Soort
Categorie
Toelichting
Steenuil
1
Nesten die ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
Gierzwaluw, Roek
2
Nesten van koloniebroeders
Grote gele kwikstaart, Huismus, Oehoe, Ooievaar, Kerkuil, Slechtvalk
3
De fysieke voorwaarden voor de vaste nestplaats zijn afhankelijk van bebouwing, vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Boomvalk; Buizerd; Havik, Ransuil Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw
4
Vogels die jaar in jaar uit in hetzelfde nest broeden en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen
Sinds augustus 2009 is door een uitspraak van de Raad van State bepaald dat er volgens de Europese Vogelrichtlijn geen ontheffing meer verleend mag worden voor het vernietigen van vaste verblijfplaatsen van vogels met als wettelijk belang ruimtelijke ingrepen of dwingende redenen van groot openbaar belang. Om ruimtelijke ontwikkelingen toch uit te kunnen voeren, moeten mitigerende maatregelen worden genomen om effecten vooraf te voorkomen. Om zeker te zijn van de juiste maatregelen is het aan te bevelen om de maatregelen voor te leggen aan het Ministerie van EZ door het indienen van een ontheffingsaanvraag. Hoewel een ontheffing voor vogels in de meeste gevallen niet kan worden afgegeven, geeft de Minister in haar besluit aan of de maatregelen voldoende zijn (positieve afwijzing). Zorgplicht In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Procedure ontheffingsaanvraag Voor soorten van tabel 1 geldt een vrijstelling. U hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen, maar u moet wel de zorgplicht nakomen. Voor soorten van tabel 2 geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren.
Indien beschermde soorten van tabel 3 zijn aangetroffen in het plangebied, dan is mogelijk een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Net als voor tabel 2-soorten geldt dat als u maatregelen kunt nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), u geen ontheffing van de Flora- en faunawet hoeft aan te vragen. U kunt uw mitigatieplan voorleggen bij RVO.nl voor goedkeuring. Voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn (die ook onder de tabel 3-soorten van de Floraen faunawet vallen) is het niet langer mogelijk ontheffing aan te vragen op grond van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat zelfde geldt voor vogelsoorten. Zie bijlage 1 Flora- en faunawet voor een beschrijving van de te volgen procedure voor deze soorten. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij RVO.nl van het ministerie van Economische Zaken. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. RVO.nl zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan. Wabo Vanaf 1 oktober 2010 is voor ruimtelijke ontwikkelingen de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) in werking getreden. Dit houdt in dat de benodigde vergunningen en ontheffingen, dus ook die ten aanzien van de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet, in de meeste gevallen via een omgevingsvergunning gaan lopen. De aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend bij de betreffende gemeente en vervolgens door de gemeente ter beoordeling voorgelegd aan het Ministerie van Economische Zaken (voormalig Ministerie van EL&I). Het Ministerie van EZ geeft bij goedkeuring een vvgb (verklaring van geen bedenkingen) af. Deze vvgb vervangt de huidige ontheffing Flora- en faunawet.
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2014 werd deze term vervangen door NNN door staatssecretaris Dijksma van het ministerie van EZ. De Nederlandse natuur staat steeds meer onder druk, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). In het NNN liggen de twintig Nationale Parken die Nederland kent. Ze hebben gezamenlijk een oppervlakte van 123.000 ha. Ongeveer 45%van alle hectares NNN op het land is ook Natura 2000-gebied. Netwerk van gebieden Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuur-gebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering en moet in 2018 klaar zijn.
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Natuurbeschermingswet 1998 Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De Natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Beschermde gebieden De volgende gebieden worden aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet: Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); Beschermde natuurmonumenten; Wetlands. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit. Bestaand gebruik Op 1 februari 2009 is de wet gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op het zogenoemde 'bestaand gebruik'.
Hieronder vallen activiteiten in en om beschermde Natura 2000-gebieden die al plaatshadden voordat een gebied als beschermd gebied is aangewezen. De wijziging is met name van belang voor provincies (als bevoegd gezag) en voor burgers en bedrijven met bestaand gebruik. De wijzigingen zijn gericht op: verbetering van de werking van de wet in de praktijk; verbetering van de aansluiting van de wet bij de Habitatrichtlijn. Beschermde Natuurmonumenten Met de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 is in 2005 het verschil tussen Beschermde Monumenten en Staatsnatuurmonumenten vervallen: beide zijn nu Beschermde Natuurmonumenten. Beschermde Natuurmonumenten die overlappen met Natura 2000-gebieden worden opgeheven en niet langer beschermd als beschermd natuurmonument. De natuurwaarden, waarvoor het natuurmonument was aangewezen, worden wel in de Natura 2000-aanwijzing opgenomen. Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet.
Natuurtoets Schokkerhoek Urk projectnummer 408244 28 oktober 2016 revisie 04 Gemeente Urk
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 06-22990312 E. stephan.hammink@anteagroup.com
www.anteagroup.nl
Copyright © 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.