CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst van gewijzigde GR HFA versie 19-2-2026

Gemeenteraad 13 mei 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststellen gewijzigde tekst GR Het Flevolands Archief vanwege uittreden van het Rijk10.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden. Artikel 35 Uittreding 1. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van een daartoe strekkend besluit van de uittredende deelnemer. De deelnemer overlegt daarbij het besluit tot toestemming van de raad, onderscheidenlijk provinciale staten of algemeen bestuur van het waterschap. 2. De uittredende deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan, als bedoeld in artikel 36 van de regeling. 4. Onder de gevolgen van uittreding behoren in ieder geval de gevolgen voor het personeel en de financiële gevolgen. 5. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 6. Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het beëindigen of verminderen van een bepaalde taak of dienst van Het Flevolands Archief. 7.

Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 8. Na vaststelling van het uittredingsplan is de uittreden deelnemer gehouden om binnen zes maanden aan de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen. Artikel 36 Uittredingsplan en uittreedsom 1. Het in artikel 35, derde lid van de regeling, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële,

2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden. Artikel 35 Uittreding 1. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van een daartoe strekkend besluit van de uittredende deelnemer. De deelnemer overlegt daarbij het besluit tot toestemming van de raad, onderscheidenlijk provinciale staten of algemeen bestuur van het waterschap. 2. De uittredende deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan, als bedoeld in artikel 36 van de regeling. 4. Onder de gevolgen van uittreding behoren in ieder geval de gevolgen voor het personeel en de financiële gevolgen. 5. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 6. Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het beëindigen of verminderen van een bepaalde taak of dienst van Het Flevolands Archief. 7.

Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 8. Na vaststelling van het uittredingsplan is de uittreden deelnemer gehouden om binnen zes maanden aan de daarin omschreven financiële verplichtingen te voldoen. Artikel 36 Uittredingsplan en uittreedsom 1. Het in artikel 35, derde lid van de regeling, bedoelde uittredingsplan bevat de

juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Daarnaast bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende deelnemer betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de laatste jaarlijkse bijdrage vóór uittreding. 3. Het algemeen bestuur onderzoekt met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Dit hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 37 Wijziging 1. De regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers. 2. De Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren brengen. 3.

De deelnemers hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling toestemming nodig van de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. 4. Het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, en de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Artikel 38 Opheffing 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij unaniem besluit van de deelnemers. 2. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de

financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Daarnaast bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende deelnemer betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de laatste jaarlijkse bijdrage vóór uittreding. 3. Het algemeen bestuur onderzoekt met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Dit hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 37 Wijziging 1. De regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers. 2. Provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren brengen. 3.

De deelnemers hebben voor het besluit tot wijziging van de regeling toestemming nodig van provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. 4. Het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, en de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Artikel 38 Opheffing 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij unaniem besluit van de deelnemers. 2. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid

gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis te brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichtingen van de deelnemers om alle rechten en plichten van Het Flevolands Archief over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en stelt regels voor de wijze waarop de deelnemers, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van Het Flevolands Archief. 5. In geval van een batig saldo wordt dit naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de deelnemers. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. 7. De deelnemers blijven na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Artikel 39 Slotbepalingen 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad. 2. De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. 3. De Minister maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig bekend in de Staatscourant. 4. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 74, eerste lid juncto artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis te brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichtingen van de deelnemers om alle rechten en plichten van Het Flevolands Archief over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. 4. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en stelt regels voor de wijze waarop de deelnemers, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van Het Flevolands Archief. 5. Indien het openbaar lichaam de ANBIstatus heeft verkregen, wordt bij opheffing van de regeling het batig liquidatiesaldo besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Het liquidatieplan mag hier niet van afwijken. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. 7. De deelnemers blijven na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid. Artikel 39 Slotbepalingen 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad. 2. De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit.

Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. 3. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 74, eerste lid juncto artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 40 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief

Artikel 40 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=55bac9db-4664-4c9a-a13a-d22cdfa10571