CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening sociaal domein 2022

Commissie Organisatie en Leven 1 december 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Integrale verordening sociaal domein. Wethouder F. Brouwer18.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De inwoner en zorgaanbieders/zorgverleners werken mee aan een onderzoek. 4. Krijgt de inwoner hulp in de vorm van een pgb? Dan wordt alleen de hulp uitbetaald die geleverd is. 6.4 Beschermd wonen [Wmo] 1. De inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor beschermd wonen met inachtneming van de toepasselijke regels van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (landelijk). 2. De bijdrage in de kosten is ook verschuldigd gedurende tijdelijke afwezigheid uit de accommodatie voor beschermd wonen.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

27

6.5 Wat is de eigen bijdrage? [Wmo] 1. Het college vraagt voor een aantal voorzieningen aan de inwoner een eigen bijdrage. Dat is het geval bij hulp-op-maat voor: • Het schoon en leefbaar houden van een woning (hulp in de huishouding). • Het aanpassen of gebruik kunnen maken van een woning (woonvoorzieningen). • Het op een verantwoorde manier kunnen deelnemen aan de samenleving (persoonlijke begeleiding). • Een ingevulde dag hebben (dagactiviteiten). • Het zich kunnen verplaatsen dichtbij huis (niet voor een rolstoel). • Beschermd wonen en (maatschappelijke) opvang. 2. De bijdrage in de kosten is verschuldigd vanaf de maand waarin de hulp-op-maat feitelijk is geboden, geleverd, of gerealiseerd dan wel het persoonsgebonden budget toegekend. 3. De eigen bijdrage blijft verschuldigd als de inwoner tijdelijk geen gebruik maakt van de hulp-op-maat dan wel een persoonsgebonden budget. 4. De bijdrage voor (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. 5. De gemeente zorgt dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een eigen bijdrage worden toegepast. De bijdrage is nooit meer dan de kostprijs. 6. De gemeente zorgt dat de wettelijke regels voor het vaststellen van een eigen bijdrage worden toegepast.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

28

7. Inkomen en schulden Voor inwoners die de dagelijkse kosten niet kunnen betalen bestaat een financieel vangnet. Dit is een maandelijkse bijstandsuitkering. Zij kunnen bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. Deze zijn bedoeld om inwoners met een laag inkomen extra te helpen. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste mogelijkheden. Ook staan er enkele basisregels voor de hulp die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem. Kernwaarden: ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De gemeente biedt een financieel vangnet. ➢ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. ➢ De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. ➢ De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. ➢ Iedereen doet mee aan de samenleving. 7.1 Armoedebeleid [PW, Wgs, Gemeentewet] Hier staat waar de gemeente rekening mee houdt bij het maken van beleid om armoede en schulden in de gemeente te voorkomen en tegen te gaan. 7.1.1 Wat wil de gemeente? 1. De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. 2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben hulp aan bij het op orde krijgen van hun financiën.

Het doel van die hulp is dat inwoners een gezonde financiële huishouding krijgen en houden. 3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven die zijn gericht op het bestrijden van armoede en het tegengaan van schulden. 4. De gemeente legt in een beleidsplan vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. 5. Inwoners die het nodig hebben worden voldoende ondersteund. 6. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

29

7.2 Individuele inkomenstoeslag [PW] De inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen. Het is een aanvulling op het inkomen dat één keer per 12 maanden kan worden aangevraagd. Hier staat beschreven voor welke inwoners de inkomenstoeslag is bedoeld, welke aanvullende voorwaarden er gelden en wat de hoogte van de toeslag is. 7.2.1 Doelgroep De inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd die: • In een periode van drie jaar een inkomen heeft gehad dat lager is dan 105% van de bijstandsnorm (waar bij de kostendelersnorm niet wordt toegepast). • Geen vermogen heeft boven het vrij te laten bedrag uit artikel 34 Participatiewet;. • Geen uitzicht heeft op inkomensverbetering; en • In de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag niet eerder een individuele inkomenstoeslag is toegekend. 7.2.2 Hoogte van de toeslag 1. De inkomenstoeslag is per jaar: • € 400,00 voor een alleenstaande. • € 550,00 voor een alleenstaande ouder. • € 600,00 voor gehuwden of samenwonenden. 2. De inkomenstoeslag wordt aangevuld met € 50,00 per kind dat thuis woont en jonger is dan 18 jaar op het moment van de aanvraag. 3. Voor de vraag of het kind thuisinwonend is, is het BRP bepalend. 4.

Als bij gehuwden of samenwonenden één van de partners geen recht heeft op de inkomenstoeslag, dan krijgt de ander het bedrag dat geldt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. 7.3 Individuele studietoeslag [PW] Studenten met een structurele medische beperking hebben soms extra ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. Het doel van de studietoeslag is financiële compensatie bieden voor het feit dat de student naast de opleiding niet kan werken. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. Hier staat voor welke studenten de studietoeslag is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald. 7.3.1 Doelgroep De studietoeslag is bedoeld voor de student die: • 18 jaar of ouder is. • Een opleiding volgt en op grond daarvan recht heeft op studiefinanciering of WTOS. • Geen vermogen heeft dat hoger is dan de grens die geldt voor de algemene bijstand. • Door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven; en • Gedurende de gehele toekenningsperiode ingeschreven staat op Urk.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

30

7.3.2 Vaststellen beperking De student dient een aanvraag in. Daarna onderzoekt de gemeente of er sprake is van een structurele medische beperking waardoor de student tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven. De gemeente doet dat op basis van gegevens die zij van de student of van andere instanties krijgt. Zijn die gegevens niet duidelijk genoeg? Dan vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven. 7.3.3 Hoogte en duur van de toeslag 1. De hoogte van de studietoeslag wordt als volgt vastgesteld:

2. 3.

Leeftijd in jaren

Netto bedragen studietoeslag per maand

18

€ 150,00

19

€ 180,00

20

€ 240,00

21 en ouder € 300,00 De studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald. Voldoet de student niet meer aan de voorwaarden? Dan wordt de studietoeslag beëindigd.

7.4 Schuldhulpverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners van 18 jaar en ouder kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. 7.4.1 Samenwerking en toegang 1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen. 2. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft. Een verblijfstitel kan worden bewezen met een geldig identiteits- of verblijfsdocument. 7.4.2 Integrale schuldhulpverlening De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt. 1. De gemeente zorgt ervoor dat het eerste gesprek (waarin de hulpvraag wordt vastgesteld) plaatsvindt binnen vier weken na de schriftelijke of mondelinge hulpvraag of melding. 2.

Binnen een periode van acht weken na het eerste gesprek wordt door de gemeente de beschikking afgegeven met de toegang tot de schuldhulpverlening met het plan van aanpak of de weigering tot schuldhulpverlening. 3. De beschikking, genoemd onder twee, behoeft niet te worden afgegeven als de inwoner in het eerste gesprek, genoemd onder één, aangeeft geen gebruik te willen maken van de schuldhulpverlening.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

31

7.4.3 Vroegsignalering 1. De gemeente verwerkt de meldingen van vijf signalen van betalingsachterstanden en biedt de inwoner daarop schuldhulpverlening om (problematische) schulden te voorkomen. 2. De gemeente verwerkt de signalen van betaalachterstanden van huur, zorgverzekering, water, elektra en gas.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

32

8. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee? Dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. Kernwaarden: ➢ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardige partners. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De inwoner geeft de informatie die nodig is. 8.1 Hoe gaan we met elkaar om? 8.1.1 De rol van de gemeente [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: • Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. • De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek bij de gemeente of bij de inwoner thuis.

• De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. • De website van de gemeente voldoet aan erkende kwaliteitseisen. • Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. • De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd. De gemeente zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. • De gemeente respecteert de privacy van de inwoner. • De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn. De gemeente vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. • De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp. 2. De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat niet door de beugel kan. De gemeente zorgt voor het volgende: • De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:  Zijn rechten en plichten.  Wat er van hem wordt verwacht.  Welk gedrag niet deugt.  Wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt.  Waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

33

• •

•

De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij:  De ernst van het gedrag.  De mate waarin dat de inwoner verweten kan worden.  De persoonlijke situatie van de inwoner. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag. Ook staat erin wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).

8.1.2 De rol van de inwoner [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: • De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij ondersteuning vraagt aan de gemeente. • Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. • De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: • De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend. • De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. • De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente. 8.2 Afspraken en verplichtingen voor inwoners met een uitkering [PW, IOAW,IOAZ, Awb] Een inwoner met een uitkering van de gemeente heeft rechten maar ook plichten.

Als de inwoner deze verplichtingen niet of in onvoldoende mate nakomt, dan kan de gemeente de uitkering verlagen. 8.2.1 Besluit om de uitkering te verlagen 1. Voordat de gemeente besluit om de uitkering te verlagen, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen: • Telefonisch. • Schriftelijk. • Via e-mail. • Mondeling tijdens een gesprek met een medewerker.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

34

2. De gemeente maakt de beslissing om de uitkering te verlagen per brief aan de inwoner bekend. In deze brief staat in ieder geval: • De reden van de verlaging. • De omvang van de verlaging. • De duur van de verlaging. • De ingangsdatum van de verlaging; en • Waarom de gemeente afwijkt van de standaard verlaging, als dat het geval is. 8.2.2 Geen verlaging 1. De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven of volledig afzien van een verlaging. In beide gevallen wordt er feitelijk geen verlaging toegepast maar de waarschuwing telt wel mee bij een eventuele herhaling (recidive) en als volledig wordt afgezien van een verlaging dan telt deze niet mee bij een eventuele herhaling (recidive). 2. De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn of als er sprake is van geringe verwijtbaarheid. 3. De gemeente ziet volledig af van een verlaging als: • Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. • Er meer dan 12 maanden ligt tussen het gedrag van de inwoner en het moment waarop de gemeente het gedrag heeft vastgesteld. 4. De gemeente informeert de inwoner met een brief over de schriftelijke waarschuwing of de beslissing om volledig af te zien van een verlaging. 8.2.3 Berekening verlaging en maatwerk 1. De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner.

Krijgt de inwoner bijstand dan gaat het om de bijstandsnorm. Krijgt de inwoner een IOAW- of IOAZ uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW of IOAZ. 2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de periode waarover de uitkering wordt verlaagd. 3. Ontvangt de inwoner maandelijks bijzondere bijstand? Dan kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand? Dan kan de gemeente die bijstand weigeren als de bijstand nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van de inwoner. 4. De in deze verordening genoemde percentages gelden als uitgangspunt. De uiteindelijke verlaging wordt afgestemd op: • De ernst van het gedrag van de inwoner. • De mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; en • De persoonlijke situatie van de inwoner. 8.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging 1. De verlaging gaat niet eerder in dan de datum van het gedrag van de inwoner en wordt verrekend met de eerstvolgende uitkering die nog niet is uitbetaald. 2. Als de uitkering tijdens die periode wordt beëindigd, dan kan de verlaging niet volledig worden uitgevoerd. De gemeente legt dan het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als de inwoner binnen twaalf maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

35

8.2.5 Samenloop van gedragingen 1. Als één gedraging een schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. 2. Als meerdere gedragingen een schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of, als dat niet mogelijk is, na elkaar opgelegd. Dit geldt ook voor gedragingen van afzonderlijke inwoners die gezamenlijk een uitkering als gehuwden ontvangen. 8.2.6 Herhaling verwijtbaar gedrag (recidive) 1. Van recidive is sprake als een inwoner binnen twaalf maanden na het verlagingsbesluit of waarschuwing opnieuw een verplichting schendt die in deze verordening of artikel 18 vierde lid Participatiewet wordt genoemd. 2. Bij de eerste recidive wordt de duur van de verlaging twee maanden. 3. Bij recidive binnen twaalf maanden na het vorige recidivebesluit wordt de duur van de verlaging drie maanden.

8.2.7 Verlaging verdelen over meerdere maanden Bij een verlaging van 100% van een maand, kan de gemeente, als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, de verlaging verdelen over twee of drie maanden. 8.2.8 Inkeerregeling Als de verlaging langer dan een maand duurt kan de inwoner de gemeente schriftelijk verzoeken om de verlaging te herzien, zodra overduidelijk blijkt, dat de inwoner zijn verplichtingen alsnog nakomt. 8.2.9 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen 1. In artikel 18 lid 4 Participatiewet zijn geüniformeerde verplichtingen opgenomen. Deze verplichtingen gelden voor iedereen met een bijstandsuitkering. In de wet is ook de hoogte en de duur van de verlaging geregeld. Alleen voor de volgende situaties dient de gemeente in de verordening de duur van de verlaging vast te stellen. 2. Als de inwoner een geüniformeerde verplichting uit artikel 18, vierde lid, Participatiewet niet voldoende nakomt dan verlaagt de gemeente de bijstandsuitkering een maand, 3. Als de inwoner binnen twaalf maanden na het eerdere verlagingsbesluit opnieuw een geüniformeerde verplichting niet nakomt, dan verlaagt de gemeente de bijstandsuitkering met twee maanden. 8.2.10 Niet meewerken aan afspraken of verstrekken van informatie De gemeente verlaagt de uitkering een maand als de inwoner: a

Niet verschijnt op een afspraak.

20%

b

Niet voldoet aan het verzoek om binnen een bepaalde termijn de gevraagde gegevens in te leveren.

20%

c

Het niet tonen van een identiteitsbewijs.

10%

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

36

8.2.11 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen en tegenprestatie 1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm, als de inwoner: • Niet voldoende probeert om werk te vinden. • Niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak. • Niet voldoende meewerkt aan het afleggen van een taaltoets als bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet. • Niet voldoende een door de gemeente opgedragen tegenprestatie uitvoert. • Een alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om de kans op werk te vergroten waardoor de gemeente de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet heeft ingetrokken. 2. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm als de inwoner: • Niet voldoende probeert om werk te vinden. • Niet voldoende gebruik maakt van een door de gemeente aangeboden voorziening. • Niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken. • Niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak. • Door zijn houding of gedrag moeilijker aan het werk komt. • Niet voldoende een door de gemeente opgedragen tegenprestatie uitvoert.

• Een alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om de kans op werk te vergroten waardoor de gemeente de ontheffing van de arbeidsplicht uit artikel 38, lid 2 van de IOAW / IOAZ heeft ingetrokken. 3. De gemeente kan de IOAW- of IOAZ-uitkering blijvend of tijdelijk weigeren naar de mate waarin de inwoner inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW / IOAZ had kunnen verwerven als de inwoner: • Door eigen schuld ontslagen wordt of ontslag neemt. • Nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of • Door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. 8.2.12 Te weinig besef van verantwoordelijkheid Toont de inwoner te weinig besef van verantwoordelijkheid dan verlaagt de gemeente de bijstandsuitkering. Als het benadelingsbedrag lager is dan de bijstandsuitkering is de verlaging gelijk aan a het benadelingsbedrag.

Als het benadelingsbedrag gelijk aan of hoger is dan de bijstandsuitkering, b 100% wordt de bijstandsuitkering een maand verlaagd met: Als er sprake is van verwijtbaar ontslag waardoor de inwoner bijstand nodig c 100% heeft, wordt de bijstandsuitkering een maand verlaagd met: Als de gemeente de hoogte van het benadelingsbedrag niet kan vaststellen, d 100% wordt de bijstandsuitkering een maand verlaagd met: Als door te weinig besef van verantwoordelijkheid beslag ligt op het inkomen e dan kan de bijzondere bijstand worden verlaagd met de omvang van de draagkracht die anders van toepassing was geweest.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

37

8.2.13 Onacceptabel gedrag Gedraagt de inwoner zich onacceptabel tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren? Dan verlaagt de gemeente de uitkering van de inwoner voor het volgende gedrag: a Verbaal geweld, zoals schreeuwen, uitschelden of beledigen. 20% b Discriminatie.

50%

c

50%

Geweld tegen spullen, zoals vernieling of beschadiging van goederen.

d Intimidatie.

50%

e Geweld tegen een persoon, zoals het bespugen of verwonden van iemand. 100% f

Een combinatie van deze vormen van agressie.

g Andere vormen van agressie.

100% 100%

8.2.14 Niet nakomen van andere verplichtingen Komt de inwoner een opgelegde verplichting uit artikel 55, 56a of 57 van de Participatiewet niet voldoende na? Dan verlaagt de gemeente de uitkering. 1. De verlaging is 20% van de uitkeringsnorm voor één maand als het gaat om een verplichting: • Die gericht is op werk. • Die verband houdt met aard en doel van de bijstand. • Om mee te werken aan een noodzakelijke medische behandeling. • Om mee te werken aan het ontzorgen (artikel 56a Participatiewet). • Om mee te werken dat het college uit naam van de inwoner noodzakelijke betalingen verricht (artikel 57 Participatiewet). 2. Gaat het om een verplichting die gericht is op vermindering van de bijstand? Dan is de verlaging 40% van de uitkeringsnorm voor één maand. 3. Gaat het om een verplichting die gericht is op beëindiging van de bijstand? Dan is de verlaging 100% van de uitkeringsnorm voor één maand.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

38

8.3 Intrekken, herzien en terugvorderen voorziening 8.3.1 Intrekken, herzien voorziening [Jeugdwet, Wmo, IOAW, IOAZ, WGS] 1. De gemeente kan een voorziening (hulp-op-maat of pgb) intrekken of herzien als: • De voorziening niet langer passend of nodig is. • De inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden. • De voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner. • De gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening. • De voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld. • de inwoner niet binnen 3 maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). 8.3.2 Terugvordering voorziening [Wmo, Burgerlijk Wetboek] De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan 1 of meer van de intrekkingsgronden die genoemd worden in 8.3.1. 8.4 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 8.4.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening.

De gemeente controleert ook of hij de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: • Huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. • Heimelijke waarnemingen: de gemeente laat of kan gegevens verzamelen over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek of observaties. • Bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten. • Signalen en tips die bij de gemeente binnenkomen. • Andere passende onderzoeksmethoden, zoals het cliënt ervaringsonderzoek. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. Verzoekt de inwoner om beëindiging van de uitkering of voorziening? Dan onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging.

De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is gegeven.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

39

8.4.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten. Ook informeert de gemeente over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 8.4.3 Beleidsplan en uitvoeringsprogramma [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente stelt periodiek een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). 2. In het beleidsplan staat in ieder geval: • Wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt. • Wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting). • Welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet. • Hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan. 3. De gemeente stelt ieder kalenderjaar een uitvoeringsprogramma vast. Deze is gekoppeld aan het beleidsplan. In een uitvoeringsprogramma staat of de gestelde doelen van het afgelopen jaar zijn gehaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd. 8.4.4 Privacy [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1 De gemeente kan protocollen opstellen voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast. Het gaat in ieder geval om een protocol voor huisbezoeken.

2 Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. 8.4.5 Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente wijst 1 of meer toezichthouders aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

40

9.

Inspraak en cliëntenparticipatie

Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk staat hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Dat wordt inspraak genoemd. Ook is geregeld dat er een Adviesraad Sociaal Domein is en is de taak van deze adviesraad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor de inwoners die ondersteuning nodig hebben. Kernwaarden: ➢ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardige partners. ➢ De gemeente en de inwoner gaan zorgvuldig met elkaar om. 9.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Inspraakverordening gemeente Urk 2014 zijn daarop van toepassing. Deze worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: • plannen voor beleid en regels • de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert • de manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening) • de manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren 2.

Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. De gemeente kan inwoners op de volgende manieren inspraak geven: • via de Adviesraad Sociaal Domein • door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met vragenlijsten en bijeenkomsten • door samen met inwoners een plan te ontwerpen 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. 9.2 Ondersteuning van de gemeente bij inspraak [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente zorgt voor goede inspraak en doet dat op de volgende manieren: • Het moment waarop inspraak kan worden gegeven, geeft inwoners voldoende mogelijkheid om invloed te hebben op plannen van de gemeente over beleid, regels of de uitvoering daarvan. • De inwoners worden deskundig ondersteund, zodat de inspraak volwaardig is. • De inwoners kunnen deelnemen aan overleg met de gemeente over kernwaarden, beleid, regels en de uitvoering daarvan. • De inwoners krijgen op tijd en voldoende informatie om goede inbreng te kunnen geven.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

41

9.3 Adviesraad Sociaal Domein [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. Er is een adviesraad die een afspiegeling vormt van de verschillende groepen inwoners voor wie deze verordening iets regelt. De gemeente zet zich daarvoor in. Het doel van de gemeente om een adviesraad in te stellen is om inwoners inspraak te geven in het beleid, de regels en de uitvoering daarvan. 2. De adviesraad bestaat uit minimaal 6 leden en maximaal 9 leden. 3. De leden van de adviesraad zijn (ervarings)deskundig op het gebied van het Sociaal Domein en inwoners van de gemeente Urk. Leden van de adviesraad mogen geen lid zijn van de gemeenteraad, het college of werkzaam bij gemeente Urk. Leden mogen geen zakelijke binding hebben met de gemeente Urk voor zover deze van invloed kan zijn op hun onafhankelijke positie. 4. De leden van de adviesraad kunnen kandidaten voordragen. 5. De leden van de adviesraad worden voor een periode van 4 jaar benoemd door de gemeente. 6. De adviesraad benoemt de voorzitter voor een periode van 4 jaar. 7. De adviesraad vergadert elk jaar ten minste 10 keer. 8. De gemeente heeft ten minste 4 keer per jaar contact met de adviesraad. 9. De gemeente evalueert elk jaar ten minste 1 keer met de adviesraad hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert. 10.

De adviesraad brengt ieder jaar een evaluatieverslag uit aan het college, deze bevat tenminste: het aantal uitgebrachte adviezen en op welke manier de adviesraad contact heeft gehad met de inwoners. 9.4 Taken en bevoegdheden cliëntenadviesraad [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De adviesraad maakt ervaringen, meningen en inzichten van inwoners die afhankelijk zijn van ondersteuning van de gemeente bekend aan de gemeente. 2. De adviesraad adviseert de gemeente over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen. 3. De adviesraad zorgt ervoor dat adviezen op tijd worden gegeven. Zo kan de gemeente deze adviezen betrekken bij voorgenomen besluiten (binnen 6 weken na adviesvraag). 4. De adviesraad kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. 5. De gemeente neemt adviezen va de adviesraad over of wijs de adviezen gemotiveerd af. Gaat het om besluiten van de gemeenteraad? Dan worden het advies van de Adviesraad en de reactie van de gemeente aan de gemeenteraad gestuurd. Zo kan deze informatie bij de besluitvorming worden betrokken. 6. De adviesraad kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. 7. De adviesraad en de gemeente kunnen zelf regels vaststellen over de manier waarop de adviesraad zijn werk doet. 8.

De leden van de adviesraad zijn gehouden tot geheimhouding van alle informatie en beleidsstukken, die zij in hun hoedanigheid ontvangen. Deze geheimhoudingsplicht vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de Adviesraad Sociaal Domein.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

42

9.5 Budget, vergoeding en voorzieningen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De leden van de adviesraad ontvangen per jaar € 500,00 als onkostenvergoeding. 2. De voorzitter en secretaris van de adviesraad ontvangen per jaar € 750,00 als onkostenvergoeding. 3. De gemeente zorgt ervoor dat de adviesraad gebruik kan maken van een vergaderruimte en van andere voorzieningen die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren. 4. De gemeente stelt een interne contactpersoon aan voor de adviesraad. 9.6 Inspraak bij aanbieders en leveranciers [Jeugdwet, Wmo] Aanbieders en leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

43

10. Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert beleid en regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, vertrouwenspersoon spreken of bezwaar maken. Daarbij is aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Kernwaarden: ➢ De gemeente en de inwoner zijn gelijkwaardige partners. ➢ De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. ➢ De gemeente helpt de inwoner om op een eenvoudige manier zijn mening te geven. 10.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure [Awb, Gemeentewet] 1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: • Een stimulans om de hulpvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken. • Een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken. • Een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren. • Een manier om een vertrouwensbreuk te herstellen. • Een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. Heeft de inwoner een klacht of bezwaar ingediend? Dan krijgt hij de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Dit gebeurt niet als het voor de gemeente overduidelijk is dat een mondelinge toelichting geen enkele zin heeft. 3.

De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via een eenvoudige klachten- en bezwaarprocedure. 4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk worden afgehandeld, binnen de wettelijke termijnen. 5. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend zich gehoord voelt. 10.2 Klachtenfunctionaris gemeente [Awb, Gemeentewet] 1. De gemeente heeft een klachtenfunctionaris. De inwoner kan bij deze klachtenfunctionaris een klacht indienen over: • Het gedrag van medewerkers en de behandeling van de inwoner. • De manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld. • De manier waarop de gemeente voorzieningen en diensten heeft uitgevoerd. 2. De gemeente regelt hoe een klacht kan worden ingediend en hoe de klachtenprocedure verloopt. 10.3 Klachten over andere personen of organisaties [Awb] 1. Heeft de inwoner een klacht over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd? Dan moet hij zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben. 2. Is de inwoner niet tevreden over de manier waarop de klacht door persoon of organisatie is afgehandeld? Dan kan de inwoner een klacht indienen bij de gemeente. 3.

Is de inwoner geraakt door geweld of ander strafbaar gedrag van personen of instanties die de gemeente heeft ingehuurd? Dan kan de inwoner dit melden bij de gemeente. De gemeente regelt hoe die melding wordt behandeld.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

44

10.4 Bezwaar [Awb] 1. Is de inwoner het niet eens met een besluit dat is genomen op grond van de genoemde wetten en van deze verordening? Dan kan de inwoner daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Verordening commissie Bezwaarschriften. 2. Voordat de gemeente een besluit op een bezwaarschrift neemt, nodigt de medewerker de inwoner uit voor een gesprek om het bezwaar te bespreken. Tijdens het gesprek vraagt de gemeente de inwoner om haar visie te vertellen. Aan de hand daarvan geeft de gemeente uitleg over het besluit en probeert tot overeenstemming te komen. Het kan ervoor zorgen dat de inwoner het bezwaar intrekt of dat de gemeente een ander besluit neemt. 3. Als er geen overeenstemming is wordt het bezwaar voorgelegd aan de commissie bezwaarschriften. De commissie bezwaarschriften hoort en adviseert het college. 4. Het college neemt hierna een beslissing op het ingediende bezwaar. Daarmee is het bezwaar afgehandeld.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

45

11. Kwaliteit en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden: ➢ Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed. Ze passen bij de behoefte van de inwoner. ➢ De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. ➢ De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. ➢ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. 11.1 Kwaliteit [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn. 2. De diensten en producten: • Passen bij de behoefte en persoonlijke situatie van de inwoner. • Zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner. • Voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard en respecteren de rechten van de inwoner. • Worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd. • Worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. 11.2 Inkoop en aanbesteding [Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet] 1.

De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en de aanbesteding. 2. Bij inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: • Diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs. De kwaliteit en de levering komen daarbij niet in gevaar. • Als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht. 3. De gemeenten besteedt in aanbestedingen aandacht aan de AmvB reële prijs. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven rekening met de volgende kostprijselementen: • De kosten van de beroepskracht. • Redelijke overheadkosten. • Kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg • Reis en opleidingskosten • Indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst. • Overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

46

12. Van oud naar nieuw [Gemeentewet] In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden: ➢ De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. ➢ De gemeente werkt efficiënt en doelgericht. ➢ De gemeente stemt de ondersteuning af op de inwoner. 12.1 Onderzoek naar de werking van de verordening De gemeente onderzoekt met een zekere regelmaat of de verordening voldoende bijdraagt aan de doelen die de gemeente wil bereiken. Om dat te kunnen nagaan verzamelt de gemeente systematisch informatie over alles wat van belang is om tot een goede evaluatie te komen. De gemeente houdt zich daarbij aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De gemeenteraad past de verordening aan als dat nodig is. 12.2 Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels, besluit of nadere regels.

Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met besluit, nadere regels worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet. 12.3 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Het college kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling, naar het oordeel van het college, een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner. 12.4 Intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2016 • Verordening Jeugdhulp Gemeente Urk 2015 • Verordening Cliëntenparticipatie WMO 2007 • Verordening Adviesraad Sociaal Domein • Verordening Voorziening gehandicapten gemeente Urk • Verordening Wet inburgering gemeente Urk • Verordening Individuele inkomenstoeslag gemeente Urk 2015 • Verordening Individuele studietoeslag gemeente Urk 2015 • Verordening Tegenprestatie gemeente Urk 2015 • Re-integratieverordening gemeente Urk 2015 • Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Urk 2015 • Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Urk 2015 • Verordening Verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

47

12.5 Overgangsrecht 1. Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na de ingangsdatum van deze verordening doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen. 2. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór de ingangsdatum van deze verordening en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze nieuwe verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór 1 januari 2022 geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 12.4 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe. 12.6 Ingangsdatum en naam 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening sociaal domein Urk 2022. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

48

13. Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.

Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Beperking: de vermindering van mogelijkheden waardoor een belemmering ontstaat in het sociaal-maatschappelijke functioneren. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Clientondersteuning: ondersteuning aan een inwoner door een onafhankelijk professional in de vorm van informatie, advies en algemene ondersteuning.

De ondersteuning is gericht op het benutten van diensten die door de gemeente of andere organisaties worden geleverd op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen (art. 1.1.1 van de Wmo).

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

49

Eigen kracht: Met deze term wordt verwezen naar het vermogen van mensen om zelf en/of samen oplossingen te bedenken voor hun problemen en deze (deels) ook zelf en/of samen uit te voeren (eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen). Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Gebruikelijke ondersteuning: de ondersteuning die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het resultaat dat hij wil bereiken bespreekt.

Hulp of ondersteuning: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, of schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand. ❖ Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde ondersteuning bij het aflossen van schulden. ❖ Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in 3.6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Inwoner: de persoon die in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente is ingeschreven.

Als het gaat om ondersteuning op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ: is een inwoner degene die woonplaats heeft in de gemeente, volgens de regels van artikel 10, lid 1 en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

50

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdbeschermingstafel (JBT): In een JBT wordt besproken of een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk is. Dat gebeurt altijd samen met de ouder(s), betrokken professionals en de Raad voor de Kinderbescherming. Er is sprake van een ontwikkelingsbedreiging van het (ongeboren) kind nu of in de nabije toekomst, en/of er is sprake van zeer zorgelijke gezins- en/of omgevingsfactoren. Als vrijwillige hulp niet meer mogelijk of niet meer toereikend is dan kan in een JBT besloten worden tot een raadsonderzoek. In dat geval start de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek. Jeugdhulp: ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet.

Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Mantelzorg: de ondersteuning ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep (art. 1.1.1 van de Wmo). Doorgaans zijn mantelzorgers personen met wie de inwoner regelmatig contact houdt. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste ondersteuning wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Dit is opgenomen in het gespreksverslag en advies.

Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste ondersteuning wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Verordening Sociaal Domein Urk 2022

51

PGB: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf ondersteuning(middelen) in kan kopen. PGB budgetplan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de ondersteuning die hij nodig heeft en die hij met het PGB wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke ondersteuning gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die ondersteuning gewaarborgd worden. Professional: iemand die beroepsmatig ondersteuning verleent. Diegene kan in dienst zijn bij een organisatie of werkzaam zijn als zelfstandige zonder persoon (ZZP-er). Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.

Voorziening: ondersteuning in de vorm van een dienst, activiteit, product, of geldbedrag. Vrij toegankelijke ondersteuning: ondersteuning die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Verordening Sociaal Domein Urk 2022

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=92f2a936-ecd8-48ba-a50d-e9624d0e2207