Verordening SD Urk .docx
Tekst van het document
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
Inhoudsopgave
1. Inleiding verordening sociaal domein Urk…………………………………………….3 2. De hulpvraag………………………………………………………………………………..6 3. Werk en Participatie………………………………………………………………………11 4. Gezond en veilig opgroeien……………………………………………………………..19 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving…………………………………………22 6. De vorm van de hulp………………………………………………………………………25 7. Inkomen en schulden……………………………………………………………………..29 8. Afspraken tussen inwoner en gemeente……………………………………………...33 9. Inwonersparticipatie………………………………………………………………………41 10. Kritiek op de uitvoering…………………………………………………………………..44 11. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding……………………………………………………..46 12. Van oud naar nieuw……………………………………………………………………….47 13. Begrippenlijst………………………………………………………………………………49
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
2
1. Inleiding verordening sociaal domein Urk In deze verordening vindt u de regels en afspraken die zijn gemaakt binnen het sociaal domein. U kunt lezen wat u van de gemeente Urk kunt verwachten, maar u leest ook wat gemeente Urk van u verwacht. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten en doelen. In deze verordening staan gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • Werken en participeren. • Uitkeringen. • Schuldhulpverlening. • Gezond en veilig opgroeien. • Wonen in een veilige en gezonde omgeving. 1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat: • Mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan. • Mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen. • Mensen hun financiën op orde hebben. • Mensen zoveel mogelijk kijken naar wat ze zelf kunnen (samen met het sociale netwerk) om zichzelf te redden. • Mensen voor zichzelf kunnen zorgen. • Mensen een geschikte en schone woning hebben waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen. • Kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. • Ouders zelfstandig voor hun kinderen kunnen zorgen. Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij: • Algemene wet bestuursrecht. • Gemeentewet. • Jeugdwet. • Participatiewet (PW). • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Deze regels zijn vastgesteld door de gemeenteraad.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
3
1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: • Zijn bedoeld om de bovengenoemde doelen bij 1.1 te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen. • Zijn goed leesbaar. • Regelen niet meer dan nodig is. • Houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk. • Kunnen goed uitgevoerd worden en zijn duidelijk voor de inwoners. • Zijn onderling afgestemd op elkaar. • Respecteren de wettelijke regels, maar geven daar wel een invulling aan die nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen. 1.3 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente Urk rekening met de doelen van de genoemde wetten. De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. Dat is ook zo vastgelegd in het Beleidsplan Sociaal Domein Urk 2019-2022 ‘Een gezond en positief Urk’. Dat is de lokale basis voor deze verordening. In dit Beleidsplan is als visie benoemd: “Op Urk is de basis op orde. We passen op elkaar. Helpen waar nodig. En blijven in verbinding.” De grondgedachte is dat de vraag van de inwoner en zijn eigen mogelijkheden centraal staat. Wat kan de inwoner zelf, wat is zijn eigen kracht en verantwoordelijkheid? Iedere inwoner kan naar eigen vermogen op maximaal niveau, meedoen aan de samenleving.
De hulp die wordt geboden is integraal. Goed is goed genoeg is de gedachte die hierbij hoort. Dat wordt in deze verordening vastgelegd in kernwaarden. De volgorde van de kernwaarden is: 1. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren. 2. Inwoners zetten zich ervoor in om deze doelen te bereiken. 3. De gemeente stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Dit zijn oplossingen zoals hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk). De gemeente helpt waar het nodig is. 4. Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben mogelijk extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving. In elk hoofdstuk staat welke van deze en andere kernwaarden de basis van de regels vormen en welke rol zij spelen. In hoofdstuk 13 staat de uitleg van de begrippen die in deze verordening staan.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
4
1.4 Artikel en wet Deze verordening is wettelijk gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Per artikel is aangegeven op welke wettelijke regeling(en) een artikel is terug te voeren. Soms is een paragraaf of hoofdstuk helemaal gebaseerd op een of meerdere specifieke wettelijke regelingen. Dan staat dat bij het begin van die paragraaf of hoofdstuk. Waar in deze verordening ‘Gemeentewet’ als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene aanvullingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (art. 121 Gemeentewet). Die maakt het mogelijk om aanvullende regels over bepaalde onderwerpen te maken. Bij een aantal artikelen wordt ook de ‘Awb’ genoemd (Algemene wet bestuursrecht). Deze wordt genoemd als er in de Awb specifieke bepalingen zijn die op het betreffende artikel van toepassing zijn. Dat is bijvoorbeeld zo bij 3.4.11 en 3.4.12 (over subsidies), 6.2 (over geld) en 10.1 t/m 10.3 (over klachten). Daarover heeft de Awb iets bijzonders geregeld. Dit gaat dus verder dan de algemene toepasselijkheid van de Awb op besluiten die op grond van deze verordening worden genomen. 1.5 Van visie naar uitwerking Zoals aangegeven bij 1.3 wordt in het beleidsplan Sociaal Domein Urk ‘Een gezond en positief Urk 2019-2022’ de gemeentelijke visie benoemd.
Deze visie is verwerkt in deze verordening, waarin verschillende vormen van hulp, regels voor kwaliteit en inspraak worden beschreven. In deze verordening wordt soms verwezen naar beleidsregels, nadere regels en/of besluit. Het opstellen en uitvoeren van beleidsregels, nadere regels en/of besluit is een bevoegdheid van het college en is de verdere concretisering van het beleidsplan en de verordening. Werkwijzen, procedures en criteria voor hulp worden hierin verder uitgewerkt.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
5
2. De hulpvraag Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop een inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Hierin beschrijven wij hoe de inwoner een hulpvraag kan stellen, hoe de ondersteuning in zijn werk gaat en wat de inwoner van de gemeente mag verwachten maar ook wat de gemeente van de inwoner verwacht. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen die de inwoner heeft in één keer kunnen worden gesteld en dat er één procedure is. Maar soms geldt voor bepaalde hulpvragen een bijzondere route. Dat wordt dan ook benoemd. Kernwaarden hulpvraag: ➢ De gemeente maakt hulp makkelijk bereikbaar. ➢ De gemeente zorgt voor voldoende basisvoorzieningen die vrij gebruikt mogen worden. ➢ De gemeente vraagt niet meer informatie dan nodig is. ➢ De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner en zijn/haar vraag. ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. 2.1 Stap 1: Melding bij de gemeente Urk [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 2.1.1 Melden hulpvraag Inwoners die hulp nodig hebben kunnen zich melden bij de gemeente. De inwoner doet deze melding digitaal, via het aanmeldformulier op de website, www.urk.nl. Lukt dit niet? Dan kan contact opgenomen worden met cliëntondersteuning van Caritas.
De cliëntondersteuner kan u helpen met de aanvraag voor hulp. Een melding voor bijstand in het levensonderhoud of een IOAW-uitkering kan alleen digitaal worden gedaan via www.werk.nl. Als dat echt niet lukt kan dit telefonisch of via werkeninkomen@urk.nl. 2.1.2 Doel en procedure Het doel van de melding is om de vraag van de inwoner te bespreken en te onderzoeken of hulp nodig is. De gemeente bevestigt de melding per brief of e-mail aan de inwoner en nodigt de inwoner daarbij uit voor een gesprek. In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek gepland is, wie er bij het gesprek aanwezig zijn en waarover het gesprek gaat. Ook vertelt de gemeente over de mogelijkheid om gratis ondersteuning te krijgen door een medewerker van Caritas (cliëntondersteuner). Is een gesprek niet nodig? Dan kan de aanvraag worden ingediend zoals hieronder staat beschreven. 2.1.3 Gegevens De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek. Gaat het om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of krijgen? Dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde tijd aan te leveren. In de uitnodiging voor het gesprek staat welke gegevens dat zijn.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
6
2.2 Stap 2: Gesprek na de melding [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 2.2.1 Uitnodiging voor gesprek Als een gesprek nodig is met een medewerker van de gemeente krijgt de inwoner daar een uitnodiging voor. Het gesprek kan via de telefoon als dat voldoende is om een goed beeld te krijgen van wat de inwoner met zijn hulpvraag wil bereiken en van de persoonlijke situatie van de inwoner. De gemeente wijst de inwoner op de mogelijkheid om in bepaalde gevallen (bij de Wmo en Jeugdwet) zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag. Dit noemen we een persoonlijk plan (Wmo) of familiegroepsplan (Jeugdwet). 2.2.2 Doel en procedure gesprek Het doel van dit persoonlijke gesprek is om een goed beeld te krijgen van het resultaat dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Bij de start van het eerste gesprek laat de inwoner zijn geldige identiteitsbewijs zien. Heeft de inwoner een persoonlijk plan gemaakt? Dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid of onafhankelijk cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn. In geval van de Jeugdwet wijst de gemeente de inwoner op de mogelijkheid om, zonder tussenkomst van derden, contact te hebben met een vertrouwenspersoon. 2.2.3 Inhoud gesprek 1.
De medewerker bespreekt met de inwoner welk resultaat hij wil bereiken. In het gesprek onderzoekt de medewerker: • De behoefte van de inwoner: wat is er nodig? • De persoonlijke situatie van de inwoner; hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste resultaat? • De (on)mogelijkheden van de inwoner; (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? • De omgeving van de inwoner; welke ondersteuning kan het sociale netwerk, een algemeen toegankelijke voorziening of organisatie bieden? 2. De medewerker vertelt de inwoner over mogelijkheden om zijn persoonlijke situatie te verbeteren. Indien van toepassing vertelt de medewerker de inwoner over de mogelijkheden om in bepaalde gevallen, als zorg in natura niet beschikbaar is, te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. 3. Als dat nodig is, betrekt de gemeente ook anderen bij het gesprek. Het kan dan gaan om deskundigen, iemand die de inwoner vertegenwoordigt, een mantelzorger(s) of familie. Krijgt de inwoner mantelzorg? Dan kijkt de gemeente of er maatregelen genomen moeten worden om die mantelzorger te ondersteunen.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
7
2.2.4 Verslag [Jeugdwet, Wmo] • Na het gesprek stuurt de medewerker de inwoner zo snel mogelijk een verslag. Hierin staan de uitkomsten van het onderzoek naar de hulpvraag. De persoonlijke situatie van de inwoner maakt daar onderdeel van uit. • Heeft de medewerker meer informatie nodig voor het verslag of advies? Dan wordt de inwoner hierover geïnformeerd. • In het verslag staat welk resultaat de inwoner wil bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd. De gemeente kijkt naar de korte en de lange termijn. • De inwoner ondertekent het verslag en stuurt dit binnen vijf dagen terug naar de gemeente. Is de inwoner het niet eens is met het verslag? Dan kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen. • De gemeente ziet het ondertekende verslag als een aanvraag. 2.3 Stap 3: Aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 2.3.1 Aanvraag • De gemeente ziet het ondertekende verslag als een aanvraag. De inwoner kan ook een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. Dat kan schriftelijk of digitaal. • De inwoner dient een aanvraag in met een (digitaal) aanvraagformulier van de gemeente. • Een aanvraag wordt ingediend bij de gemeente. Is het een aanvraag voor een bijstandsuitkering voor alle dagelijkse kosten (algemene bijstand voor levensonderhoud)? Die aanvraag wordt digitaal ingediend bij UWV (www.werk.nl).
Het gesprek met een medewerker vindt plaats nadat de aanvraag is ingediend. • De aanvraag voor een IOAZ-uitkering en een uitkering en/of bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) moeten bij het Zelfstandigenloket Flevoland worden gedaan. 2.3.2 Voorwaarden voor hulp-op-maat [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs, Gemeentewet] 1. Vraagt de inwoner hulp-op-maat, dan kent de gemeente die hulp toe in de volgende situatie: • De hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken. • De inwoner kan het gewenste resultaat niet op eigen kracht bereiken. Hij kan dit resultaat ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties. • De hulp past bij het gewenste resultaat en de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. 3. De hulp-op-maat is niet luxer of duurder dan nodig is en duurt niet langer dan nodig is. De gemeente kiest voor de goedkoopste voorziening die nodig is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen. 4. De gemeente kan hulp-op-maat weigeren als de inwoner de hulpvraag had kunnen voorzien of had kunnen voorkomen. 5.
De gemeente kan de hulp-op-maat weigeren als de inwoner onvoldoende meewerkt, waardoor de gemeente niet kan vaststellen of de voorziening noodzakelijk is.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
8
2.3.3 Advisering [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] De gemeente kan om een onafhankelijk (deskundigen)advies vragen als dit nodig is voor het onderzoek of voor de beoordeling van de melding en/of aanvraag, bijvoorbeeld een medisch advies. Dit advies (deskundig oordeel) wordt betrokken bij de beoordeling van de aanvraag. 2.3.4 Beoordelen aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente alle gegevens die van belang zijn. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over: • De vraag van de inwoner. • De (on)mogelijkheden en de persoonlijke situatie van de inwoner. • Medebewoners. • De mogelijkheden van het sociale netwerk en/of vrij toegankelijke voorzieningen. 2. De gemeente volgt de volgende stappen om te bepalen of hulp gegeven wordt: • Stap 1: De gemeente stelt vast wat de hulpvraag van de inwoner is. • Stap 2: De gemeente stelt vast welke problemen, beperkingen en belemmeringen er precies zijn. • Stap 3: De gemeente bepaalt welke hulp nodig is en hoe veel. • Stap 4: De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht). Eventueel, al dan niet met gebruikelijke hulp, vrij toegankelijke voorzieningen, hulp van anderen uit het sociale netwerk en van andere voorzieningen of organisaties.
• Stap 5: De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp nodig is om het probleem op te lossen en het gewenste resultaat te bereiken. 3. De gemeente zet bij iedere stap de deskundigheid in die nodig is. Is er bijzondere deskundigheid nodig? Dan zet de gemeente die in. De gemeente vertelt de inwoner over welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt. 2.3.5 Beslistermijn [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente beslist zo snel mogelijk nadat de aanvraag is ontvangen. De gemeente heeft hier officieel acht weken de tijd voor. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo? Dan beslist de gemeente binnen twee weken nadat de aanvraag is ontvangen. 2. Heeft de inwoner niet voldoende gegevens ingevuld? Of kan de gemeente de aanvraag niet binnen de termijn behandelen? Dan kan de beslistermijn schriftelijk worden opgeschoven. 2.4 Stap 4. Beslissing 2.4.1 Inhoud besluit [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb] 1. De gemeente stelt een besluit per brief vast en stuurt deze brief naar de inwoner. Het doel van dit besluit is dat de inwoner te weten komt of er wel of geen hulp wordt gegeven. Geeft de gemeente hulp? Dan staat in het besluit ook of de hulp in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven. 2.
Geeft de gemeente hulp in natura? Dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: • Wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is. • Wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt. • Hoe en door wie de hulp wordt gegeven. • Welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
9
• Welke andere voorzieningen voor de inwoner van belang kunnen zijn. 3. Geeft de gemeente ondersteuning in de vorm van een pgb? Dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: • Waarvoor het pgb bedoeld is en welk resultaat bereikt moet worden. • Hoe hoog het pgb is en hoe dit berekend is. • Wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt. • Hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt. • Welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden. • Welke andere voorzieningen voor de inwoner van belang kunnen zijn. 4. Geeft de gemeente hulp in de vorm van geld? Dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: • Voor welk doel het geld wordt gegeven. • Wanneer het geld wordt betaald. • Hoe vaak het geld wordt betaald. • Welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. 5. De gemeente informeert de inwoner in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten. 2.5 Uitzonderingen 2.5.1 Jeugdhulp via wettelijke verwijzers [Jeugdwet, Awb] 1. De gemeente zorgt ervoor dat de jeugdige jeugdhulp van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder krijgt als een wettelijk erkende verwijzer (de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering) de jeugdige doorverwijst. 2.
De gemeente maakt afspraken met deze wettelijk erkende verwijzers over zulke doorverwijzingen en zorgt ervoor dat een overzicht van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders beschikbaar is. Van wettelijk erkende verwijzers wordt verwacht dat zij bekend zijn met het gecontracteerde aanbod, zich hierover laten informeren en verwijzen naar het contracteerde aanbod 3. De gemeente stuurt alleen op verzoek van de inwoner een besluit over deze jeugdhulp. Dit besluit voldoet aan dezelfde eisen als het besluit na een aanvraag bij de gemeente. 2.5.2 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs] 1. In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner de hulp krijgt die nodig is. De normale procedure wordt dan niet gevolgd. Het kan gaan om: • Het bieden van hulp en zorg aan ouders en hun kinderen. • Een jeugdbeschermingstafel. • Het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp. • Het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning. • Schuldhulpverlening. • Het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend. 2. Bij een spoedeisend geval kan de uitkomst van de normale procedure voor een aanvraag om hulp niet afgewacht worden.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
10
3. Werk en Participatie De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners met een uitkering worden geholpen bij het vinden van passend werk als zij kunnen werken. Welke hulp dat kan zijn staat in dit hoofdstuk. De hulpmiddelen die worden ingezet heten voorzieningen. Deze voorzieningen worden op een goede manier verdeeld over verschillende doelgroepen. De verdeling wordt vooral bepaald door de kansen op betaald werk van de inwoners. Dit hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die kan worden gevraagd en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert. Kernwaarden: ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De inwoner wordt zo goed mogelijk naar passend werk of participatie geleid. ➢ Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. ➢ De gemeente stemt de hulp af met en op de inwoner. ➢ Iedereen doet mee aan de samenleving. ➢ De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. ➢ De gemeente maakt de aansluiting tussen uitkering en werk gemakkelijker 3.1 Doelgroep [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente helpt de volgende inwoners op weg naar werk: 1.
Inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht de weg naar werk kunnen vinden. Ook niet met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties. 2. Inwoners met een indicatie banenafspraak. Zij staan vanuit het speciaal onderwijs of op basis van de ‘Beoordeling arbeidsvermogen’ ingeschreven in het Doelgroepenregister bij het UWV. 3. Inwoners die geen aanspraak kunnen maken op inkomen of arbeidsintegratie op basis van een wet of regeling die door andere instanties zoals het UWV, SVB of werkgevers worden uitgevoerd. Zogeheten niet-uitkeringsgerechtigden. 4. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen startkwalificatie hebben (geen havo of vwodiploma of mbo-diploma vanaf niveau 2). De gemeente helpt hen om een passende opleiding of passend werk te vinden. 5. Inwoners die moeten inburgeren.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
11
3.2 Samenwerking [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente Urk werkt samen met Concern voor Werk om de inclusieve arbeidsmarkt vorm te geven. Er wordt samengewerkt op de volgende punten: • Arbeidsmarktbemiddeling en re-integratie. • Indicatie banenafspraak. • Beschut werk. • Het Werkgeverservicepunt ‘Urk Werkt’. 2. De gemeente Urk neemt deel aan het Regionaal Werkbedrijf Flevoland (RWF) om de samenwerking op het gebied van arbeidsmarkt binnen de regio te versterken. De deelnemers van het RWF zijn de zes Flevolandse gemeenten, de provincie, het UWV en andere sociale partners. 3. Door het Werkgeverservicepunt ‘Urk Werkt’ biedt de gemeente Urk aan werkgevers ondersteuning om samen de inclusieve arbeidsmarkt vorm te geven. 3.3 Budget [PW, IOAW, IOAZ] De gemeente kan deelbudgetten vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Als dit deelbudget op is verstrekt de gemeente geen voorziening meer. De gemeente kan dan nog wel advies of sollicitatietrainingen geven. 3.4 Voorzieningen – werk [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op de positie op de arbeidsmarkt. Inwoners met een grote kans op betaald werk krijgen andere hulp dan inwoners met een kleine kans op betaald werk. 2. De gemeente biedt hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. 3.
De gemeente biedt de vanuit de Participatiewet voorgeschreven voorzieningen aan de inwoner met een indicatie banenafspraak. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor de inwoner met een grote kans op betaald werk zijn: • Detacheringsbaan. • Proefplaatsing. • Kortdurende scholing (kan mede op advies van het Leerwerkloket) of praktijkleren. • Arbeidsbemiddeling. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor de inwoner met een kleine kans op betaald werk zijn: • Werkstage. • Sociale activering. • Participatieplaats. • Scholing voor maximaal 1 jaar en 6 maanden. • Beschut werk. • Arbeidsbemiddeling. • Hulp op de werkplek. • Loonkostensubsidie. • Beoordeling arbeidsvermogen door het UWV. • Individuele plaatsing en steun.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
12
Voorzieningen die kunnen worden ingezet voor de inwoner met een indicatie banenafspraak: • Arbeidsbemiddeling. • Proefplaatsing (eventueel met behoud van uitkering). • Forfaitaire loonkostensubsidie. • Loonwaardebepaling. • Loonkostensubsidie op basis van de loonwaardebepaling. • Jobcoaching. • Vergoeding van additionele kosten gericht op brede inzet van de werknemer op de werkvloer. • No-riskpolis. 4. De gemeente beoordeelt per inwoner of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit zinvol is beoordeelt de gemeente welke voorziening zij inzet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar factoren, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget. Voorzieningen voor inwoners met een grote kans op betaald werk 3.4.1 Detacheringsbaan [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever, de andere organisatie en de inwoner. 2. Het doel van detachering is om na afloop de inwoner betaald werk aan te bieden. Dit onder dezelfde voorwaarden als een werknemer die in dienst is van de werkgever. 3.
Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet zorgt voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet zorgen voor oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 3.4.2 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner voor een proeftijd tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. Dit heet een proefplaatsing. 2. Het doel van de proefplaatsing is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen of de inwoner geschikt is voor het werk. 3. Blijkt de inwoner tijdens de proefplaatsing geschikt voor het werk? Dan is een voorwaarde dat na de proefplaatsing een dienstverband van minimaal 6 maanden aangeboden wordt. 4. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Wordt de proefplaatsing niet omgezet in een dienstverband? Dan moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om de inwoner te begeleiden. 5. De proefplaatsing duurt maximaal drie maanden. Kan de werkgever in die tijd geen goed beeld krijgen of de inwoner geschikt is voor het werk? Dan kan de proefplaatsing eenmalig met één maand worden verlengd. 6. De proefplaatsing kan ook worden ingezet voor personen met een indicatie banenafspraak.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
13
3.4.3 Kortdurende scholing (kan mede op advies van het Leerwerkloket) en Praktijkleren [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner verwijzen naar het Leerwerkloket voor een onafhankelijk scholingsadvies. Op basis van dit scholingsadvies kan een inwoner in gesprek gaan met de gemeente voor een plan tot re-integratie waar scholing een onderdeel van kan zijn. 2. Het Leerwerkloket is ook toegankelijk voor de inwoner zonder een uitkering van de gemeente Urk. 3. Door het ROC Friese Poort wordt het praktijkleren uitgevoerd. Tijdens een project praktijkleren worden de vaardigheden van de werknemer omgezet in kwalificaties om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. 4. Praktijkleren is voor een inwoner met of zonder een uitkering of voor werkgevers die personeel willen kwalificeren. 3.4.4 Arbeidsbemiddeling [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner met een uitkering arbeidsbemiddeling door Concern voor Werk aanbieden. 2. De gemeente kan een inwoner zoals bedoeld onder 3.1 arbeidsbemiddeling door Concern voor Werk aanbieden. Voorzieningen voor inwoners met een kleine kans op betaald werk 3.4.5 Werkstage [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een die weinig kans heeft op werk, een werkstage aanbieden. De werkstage wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2.
Het doel van een werkstage is om de inwoner met behoud van uitkering op een werkplek werkervaring op te laten doen. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet zorgt voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet zorgen voor oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De werkstage is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de werkstage. De werkgever zorgt ervoor dat de inwoner meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet. 3.4.6 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan een inwoner die weinig kans heeft op werk zinvolle activiteiten aanbieden. 2. Het doel van sociale activering is zelfstandige deelname in de maatschappij. 3.4.7 Participatieplaats [PW] 1. Heeft een inwoner die algemene bijstand ontvangt weinig kans op werk? Dan kan de gemeente een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor de inwoner zijn bedacht.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
14
3. Een voorwaarde is dat het werk niet zorgt voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet zorgen voor oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De inwoner kan na iedere zes maanden een bedrag van € 200,00 ontvangen. Een voorwaarde voor het bedrag is dat de inwoner voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op werk. De gemeente beoordeelt dit. 3.4.8 Beschut werk [PW] 1. Kan de inwoner alleen werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan zijn mogelijkheden? En is dit vastgesteld door het UWV? Dan biedt de gemeente de inwoner een beschutte werkplek aan. Daarbij gelden de voorwaarden die in artikel 10b van de Participatiewet zijn genoemd. 2. De gemeente moet volgens het Rijk jaarlijks een aantal beschutte werkplekken realiseren. De gemeente zet zich ervoor in dat het aantal gerealiseerd wordt. 3. Het doel van beschut werk is om de inwoner die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden. 4. De gemeente biedt beschut werk aan bij Concern voor Werk. 3.4.9 Ondersteuning op de werkplek van een jobcoach [PW, IOAW, IOAZ] 1. Heeft de inwoner extra begeleiding nodig om zijn werk goed te kunnen doen? Dan kan de gemeente een jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven. 2. Het doel van de jobcoach is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen. 3.
Het inzetten van een jobcoach is maatwerk. De gemeente spreekt met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst met de werkgever. 4. Ieder half jaar wordt vastgesteld hoeveel begeleiding voor welke periode noodzakelijk is 5. Voor de inwoner met een indicatie banenafspraak zijn er regionaal afspraken gemaakt over het verlenen van jobcoaching op de werkvloer. 3.4.10 No-riskpolis [PW, IOAW, IOAZ] Voor de inwoner met een indicatie banenafspraak, biedt het UWV de no-riskpolis aan. Dat maakt dat het UWV de doorbetalingsverplichting overneemt tijdens periode van ziekte van de werknemer. 3.4.11 Tijdelijke loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ] 1. Neemt een werkgever een (uiterst) kwetsbare inwoner in dienst? Dan kan de gemeente de werkgever een tijdelijke loonkostensubsidie geven. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren de inwoner met een kleine kans op werk in dienst te nemen. Extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van de inwoner worden hiermee vergoed. 3. De loonkostensubsidie is maximaal 50% van het wettelijk minimumloon. Dit is voor een periode van 12 maanden voor de kwetsbare werknemer en 24 maanden voor de uiterst kwetsbare werknemer. 4. Een kwetsbare werknemer is iemand die: • 12 maanden geen regulier betaald werk heeft gevonden. • Geen startkwalificatie bezit. • Ouder is dan 50 jaar.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
15
5. Een uiterst kwetsbare werknemer is de inwoner die ten minste 24 maanden werkloos is geweest. 6. Een voorwaarde is dat het werk niet zorgt voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet zorgen voor oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 3.4.12 Loonkostensubsidie in het kader van de banenafspraak [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de inwoner wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. Het gaat dan om de inwoner die een indicatie banenafspraak heeft, omdat het UWV dat heeft bepaald, of dat dit is vastgesteld via de praktijkroute. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren de inwoner met een beperking in dienst te nemen. Ook is het een vergoeding voor productieverlies en een deel van de werkgeverslasten. 3. De gemeente stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen. De gemeente bepaalt hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde hij heeft). De bepaling van de loonwaarde vindt plaats door loonwaardespecialisten van Concern voor Werk. De loonwaarde wordt voor een periode van maximaal 2 jaar vastgesteld. 4. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op de loonwaarde afgestemd. 5.
Zowel de loonwaardebepaling als de loonkostensubsidie zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. 3.4.13 Individuele Plaatsing en Steun [PW, IOAW, IOAZ] Voor de inwoner met problematiek op meerdere levensgebieden en een psychische kwetsbaarheid, kan de gemeente een IPS-traject aanbieden. IPS staat voor Individuele Plaatsing en Steun waarbij de inwoner intensief begeleid wordt tot een zo stabiel mogelijke plaats op de arbeidsmarkt. Dit kan gecombineerd worden met een indicatie banenafspraak. Voorzieningen voor alle doelgroepen 3.4.14 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1. Heeft de inwoner zonder startkwalificatie scholing nodig om de stap naar werk te maken? Dan kan de gemeente scholing aanbieden. 2. Onafhankelijk scholingsadvies kan worden ingewonnen bij het Leerwerkloket. 3. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: • Een scholingstraject is gericht op uitstroom. • Leidt tot het behalen van een startkwalificatie. • Duurt maximaal 18 maanden. 3.4.15 Kinderopvang [PW, IOAW, IOAZ] 1. Doet de inwoner mee aan een activiteit die nodig is om dichterbij de arbeidsmarkt te komen, om aan het werk te gaan of inburgering? Dan heeft de inwoner als er kinderopvang nodig is, recht op de kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst. 2. Kosten van de kinderopvang die niet door de Belastingdienst worden vergoed, kunnen door de gemeente worden vergoed.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
16
3.4.16 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente kan andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de inwoner te helpen aan het werk te gaan, te blijven of om de kans op werk te vergroten. 2. Als er overige kosten zijn die deelname aan arbeid belemmeren dan kan de inwoner een afspraak maken met een medewerker van het sociaal domein om te bekijken wat de mogelijkheden zijn.
3.5
Tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ]
3.5.1 Doel van de tegenprestatie 1. Vindt de gemeente dat de inwoner met een gemeentelijke uitkering iets terug kan doen voor de samenleving? Dan legt de gemeente een passende tegenprestatie op. 2. Het doel van de tegenprestatie is dat de inwoner zich inzet voor en meedoet in de samenleving. 3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie De tegenprestatie die de gemeente van de inwoner verwacht duurt maximaal 2 keer 6 weken per jaar en maximaal 16 uur per week. Dit is om de volgende redenen: • De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet belemmeren. • De tegenprestatie mag niet zorgen voor verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie. • Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn. Hier kan geen beloning voor worden gevraagd. 3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie 1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. 2. De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner al minimaal 8 uur per week vrijwilligerswerk doet. 3. De gemeente legt geen tegenprestatie op als de inwoner mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie. 3.6 Meedoen in de samenleving [Wmo] 3.6.1 Dagactiviteiten 1.
De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet of onvoldoende in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-op-maat kunnen krijgen. Dat houdt in dat inwoners onder begeleiding mee kunnen doen aan groepsactiviteiten. 2. De gemeente zorgt voor het vervoer naar en van de plek waar de inwoners deelnemen aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen als: a. De inwoner vanwege een beperking niet in staat is zelfstandig deze plek te bereiken; en b. De inwoner niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier kan worden begeleid. 3. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 van deze verordening.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
17
3.6.2 Persoonlijke begeleiding 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te doen, hulp-op-maat kunnen krijgen. Dat houdt in dat inwoners in meer of mindere mate begeleid worden bij deze activiteiten. 2. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner begeleid wordt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij normale (dagelijkse) activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar kan als dat nodig is wel de regie overnemen. 3. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 3.6.3 Verplaatsen in en om de woning 1. Kan de inwoner zich vanwege een beperking niet voldoende verplaatsen in en om de woning? Dan zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen. 2. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik door de inwoner. De inwoner moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 3.6.4 Verplaatsen dicht bij huis 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking onvoldoende dicht bij huis kunnen verplaatsen hulp-op-maat kunnen krijgen.
Zo kunnen zij winkels bereiken, sociale contacten onderhouden en deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. 2. De hulp-op-maat is gericht op over de korte en de langere afstand rond de woning. Hiermee wordt 15-20 kilometer rondom de woning van de inwoner bedoeld. 3. De hulp-op-maat kan bestaan uit het verstrekken van: • Een hulpmiddel zoals bijvoorbeeld een scootmobiel of een aangepaste fietsvoorziening. • Een financiële tegemoetkoming. 3. De inwoner moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 4. De gemeente verhaalt schade aan het vervoersmiddel en rolstoel als gevolg van verwijtbaar gedrag of onjuist gebruik op de gebruiker. 3.6.5 Vervanging vervoersmiddel en rolstoel Als de gemeente eerder een hulpmiddel voor vervoer of een rolstoel heeft verstrekt en deze moet worden vervangen, doet de gemeente dit alleen als het hulpmiddel: 1. Technisch is afgeschreven. 2. Verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of 3. Geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner heeft bij het verplaatsen in en om de woning of het dichtbij huis verplaatsen.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
18
4. Gezond en veilig opgroeien [Jeugdwet] Onze jeugd moet zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jeugdigen zelf, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij de gemeente inschakelen. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te verminderen. Het versterken van de eigen kracht van de jeugdige, het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving staat voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening: • Jeugdigen tot 18 jaar. • Jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 waren en deze ondersteuning vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Kernwaarden: ➢ De jeugdige moet gezond en veilig kunnen opgroeien. ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De gemeente stemt de hulp af op de jeugdige en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp. ➢ De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. ➢ Vrij toegankelijke hulp gaat voor hulp-op-maat. 4.1 Uitgangspunten bij het bieden hulp 1. De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders zelf.
Hiermee wordt bedoeld de gebruikelijke hulp van ouders aan hun kinderen, zoals bijvoorbeeld het bieden van een veilige omgeving, het aanleren van vaardigheden en het ondersteunen in de dagstructuur. Zijn de eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders ontoereikend? Dan kijkt de gemeente of er hulp nodig is die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige en/of de ouders. 2. Kan het gewenste resultaat niet op eigen kracht of met behulp van het sociale netwerk bereikt worden? Dan wordt in eerste instantie vrij toegankelijke hulp ingezet zoals in 4.2 wordt benoemd. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp via het Centrum voor jeugd en gezin (CJG), of door een welzijnsorganisatie. Kan het gewenste resultaat niet bereikt worden met deze vrij toegankelijke hulp? Dan wordt hulp-op-maat ingezet zoals benoemd in 4.3. 3. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk. 4. De gemeente betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. 5. Bij het bieden van hulp houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouders. 6. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
19
4.2 Vrij toegankelijke jeugdhulp 1. De gemeente zorgt ervoor dat jeugdigen zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. De volgende vormen van hulp zijn vrij toegankelijk. De inwoner heeft hiervoor geen verwijzing en/of een besluit van de gemeente nodig. a. Jeugdgezondheidszorg 0 – 19 jaar. b. Informatie en advies over opvoeden en opgroeien. c. Lichte ondersteuning voor jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedvragen. d. Preventieve Jeugd GGZ. 2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp voor wordt geboden. Waar mogelijk biedt de gemeente jeugdhulp op vrijwillige basis. 4.3 Niet vrij toegankelijke jeugdhulp (hulp-op-maat) De volgende vormen van hulp zijn niet vrij toegankelijk (hulp-op-maat). De jeugdige heeft hiervoor een verwijzing of een besluit van de gemeente nodig. a. Begeleiding individueel basis. b. Begeleiding individueel specialistisch. c. Begeleiding groep basis. d. Begeleiding groep specialistisch. e. Kortdurend verblijf. f. Behandeling (JGGZ). g. Klinische JGGZ. h. Jeugdhulp met Verblijf (crisisopvang, pleegzorg, begeleid wonen in een gezinshuis of op een groep, wonen met behandeling, gesloten jeugdzorg). i. Ambulante Crisishulp. j.
Diagnostiek en behandeling Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) voor jeugdigen die basisonderwijs volgen. 4.4 Overgang van 18- naar 18+ [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente is er verantwoordelijk voor dat jeugdigen uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. 2. De gemeente draagt de begeleidende organisatie op met de jeugdige een plan te maken op alle belangrijke leefgebieden. 3. In dit plan wordt aandacht gegeven aan de volgende onderwerpen: • Scholing, werk of participatie. • Wonen. • Inkomen. • Zorg en ondersteuning. • Vrije tijd. • Het netwerk van de jongeren. 4. Het is mogelijk dat de ingezette jeugdhulp wordt verlengd als nog hulp nodig is en die hulp niet vanuit een andere wet kan worden geleverd. Verlengde jeugdhulp kan maximaal tot de dag dat de jeugdige 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
20
4.5 Afstemming met andere vormen van hulp De gemeente zorgt ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan de jeugdige of zijn ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met onder andere: • Partijen in het kader van gezondheidszorg. • Gecertificeerde instellingen. • Instellingen die voorschoolse voorzieningen aanbieden. • Samenwerkingsverbanden voor primair-, voortgezet- en speciaal onderwijs. • CJG. • De afdelingen Wmo en Participatiewet van de gemeente. Het belang van de jeugdige en/of zijn ouder(s) staat hierbij centraal.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
21
5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving [Wmo] Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor problemen bij het normale gebruik van hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die de gemeente aan deze inwoners kan geven. Kernwaarden: ➢ Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven in hun eigen omgeving. ➢ De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. ➢ De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. 5.1 Uitgangspunten 1.
De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren en voldoende kunnen meedoen in de maatschappij. 2. De inwoner kan voor hulp-op-maat in het kader van de Wmo in aanmerking komen als voldaan is aan de voorwaarden van 2.3.2 en van dit hoofdstuk. 3. De gemeente kan niet altijd hulp-op-maat geven. De gemeente geeft geen hulp, als: • De inwoner zijn beperkingen zelf kan oplossen of verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren, bijvoorbeeld de huishoudelijke taken. • De inwoner gebruik kan maken van een andere wettelijke regeling of een andere voorziening, van eigen kracht of van zijn sociale netwerk. • De inwoner de voorziening zelf al heeft gerealiseerd of aangeschaft nadat hij zich bij de gemeente heeft gemeld voor hulp, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven. • De aanvraag ziet op een voorziening die aan de inwoner al eerder is verstrekt op grond van een wettelijke regeling. Het moet dan gaan om een voorziening waarvan de normale afschrijvingstermijn nog niet is afgelopen. Dit geldt niet als: De eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om. De inwoner (gedeeltelijk) tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.
De eerder verstrekte voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag van de inwoner. • De voorziening een therapeutisch doel heeft. • De inwoner onvoldoende meewerkt, zodat de gemeente niet kan vaststellen of de voorziening noodzakelijk is. • De voorziening niet grotendeels op de inwoner is gericht.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
22
5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen als het normale gebruik of het betreden van zijn woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. De inwoner moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 en 5.2.1. 2. De hulp-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. 3. De inwoner kan alleen de hulp-op-maat aanvragen voor het hoofdverblijf. 4. Kan de woning van de inwoner niet of slechts tegen hoge kosten aangepast worden? Dan verwacht de gemeente van de inwoner dat hij verhuist naar een geschikte(re) woning. Die moet binnen redelijke termijn beschikbaar zijn. De huidige woning wordt dan niet door de gemeente aangepast. Het college stelt het bedrag en besluit vast. 5. Verhuist de inwoner naar een geschikte(re) woning? En voldoet die aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2? Dan zorgt de gemeente voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten. Het college stelt het bedrag en besluit vast. 6. De gemeente geeft niet altijd hulp-op-maat in de vorm van een woonvoorziening. De gemeente geeft geen hulp-op-maat in de volgende situaties: • De beperkingen van de inwoner zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt.
• De inwoner verblijft in een hotel, pension, tweede woning, trekkerwoonwagen, klooster, vakantiewoning, recreatiewoning of onzelfstandige woning. • De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waar de inwoner bij hoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte. • Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. • De inwoner is verhuisd naar of verhuist vanuit: Een woonruimte die niet bestemd is om daar het hele jaar te wonen. Een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. • De inwoner verhuist naar: Een woning die niet geschikt is om de beperkingen van de inwoner te verminderen of weg te nemen. Tenzij de gemeente daar vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend. • De inwoner is verhuisd terwijl hiervoor geen aanleiding bestond op grond van zijn beperkingen. Er was geen noodzakelijke reden voor verhuizing. • De gemeente verhaalt schade aan de woonvoorziening als gevolg van verwijtbaar gedrag of onjuist gebruik op de gebruiker.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
23
5.2.2 Een schone en leefbare woning 1. Kan de inwoner door een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar houden? Dan zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen. De inwoner moet daarbij voldoen aan de voorwaarden genoemd in 2.3.2 en 5.1 van deze verordening. 2. De hulp-op-maat houdt in dat de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer en de gang(en) tussen die ruimten voor zover nodig regelmatig schoongehouden worden. Ook bijvoorbeeld het aanbrengen van structuur in de huishouding, en het verzorgen van kleding, bedden- en linnengoed kan deel uitmaken van de hulp-op-maat. 3. Zijn er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen? Dan bestaat de hulp-opmaat ook uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. 5.2.3 Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang worden regionale afspraken gemaakt. 1. Beschermd wonen. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van beschermd wonen. De inwoner moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit de inwoner helpt om zichzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. 2. Maatschappelijke opvang.
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. 5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger 1. Komen inwoners die mantelzorg ontvangen in een situatie waarin steeds toezicht nodig is? En is de mantelzorger niet meer in staat om de mantelzorg vol te houden? En is er geen andere oplossing? Dan kan hulp-op-maat bij de gemeente aangevraagd worden. 2. De hulp-op-maat houdt in dat de mantelzorg wordt overgenomen door een professional. 3. De hulp-op-maat is één dag per week met een maximum van 52 dagen per jaar. In overleg met de aanbieder kan de hulp-op-maat ingezet worden. 5.3.2 Mantelzorgwaardering De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering beschikbaar. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
24
6. De vorm van de hulp De hulp die de gemeente geeft is in principe ‘in natura’. Dat betekent dat de gemeente ervoor zorgt dat er hulp-op-maat wordt ingezet. Dat kan in de vorm van ondersteuning zijn of een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding). Het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de hulp in de vorm van geld worden gegeven (inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget. In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de hulp geeft. Ook is geregeld wanneer de gemeente een eigen bijdrage van de inwoner kan vragen. Kernwaarden: ➢ De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoner. ➢ De inwoner is zelf verantwoordelijk. De gemeente helpt als dat nodig is. ➢ De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor. ➢ De gemeente stemt de hulp af op de inwoner. ➢ De gemeente maakt de hulp makkelijk bereikbaar. 6.1 Hulp in natura [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1. Krijgt de inwoner hulp van de gemeente? Dan ontvangt de inwoner hulp in natura (een dienst of een product), tenzij in de wet of in deze verordening anders is bepaald. Een hulpmiddel op basis van de Wmo kan in bruikleen of in eigendom worden gegeven. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de inwoner voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 3.
De gemeente zorgt ervoor dat de leverancier van een product de wettelijke bepalingen over de garantie naleeft. 4. De leverancier informeert de inwoner over alles wat van belang is om te weten over de dienst of het product. 6.2 Hulp in geld [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb] 1. De inwoner die hulp van de gemeente krijgt ontvangt hulp in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is bepaald. Hulp in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Is in de wet of in deze verordening anders bepaald? En sluit dit aan bij de persoonlijke situatie van de inwoner? Dan moet het geld wel worden terugbetaald. 2. De gemeente doet de betaling aan de inwoner zo snel mogelijk nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling. 3. De betaling wordt gedaan op het bankrekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven. Als dit niet mogelijk is kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een leverancier. 4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering). Dit mag alleen als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
25
6.3 Persoonsgebonden budget 6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. Als gecontracteerde zorg in natura niet beschikbaar is kan de inwoner een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat en voldaan is aan de voorwaarden die de Wmo of de Jeugdwet stellen en die in deze verordening staan. 2. Als de inwoner een pgb wil voor diensten, maakt hij een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het budgetplan. Een format hiervoor is beschikbaar via www.urk.nl. Hierin staat welke hulp de inwoner met het pgb wil betalen en door wie de hulp wordt gegeven. De gemeente moet het budgetplan goedkeuren en stelt daarna het pgb vast. 3. Gaat het verzoek om een pgb voor jeugdhulp? Dan motiveert de inwoner waarom het door de gemeente gecontracteerde aanbod niet passend is. 4. Als de inwoner een pgb krijgt, gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. Het pgb moet besteed worden zoals beschreven staat in het toekenningsbesluit. b. Het pgb moet binnen drie maanden na het toekenningsbesluit besteed worden. Als het om een woningaanpassing gaat, kan de gemeente een langere periode met de inwoner afspreken. c. Het pgb mag niet besteed worden aan een persoon die eigenlijk gebruikelijke hulp moet geven, maar dit niet kan doordat hij overbelast is of waarschijnlijk overbelast raakt. d.
De inwoner zorgt voor een afdoende verzekering tegen schade, als hij met het product dat hij met zijn pgb heeft betaald, naar het buitenland reist. 5. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan in ieder geval niet besteed worden aan: a. Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. b. Het voeren van een pgb-administratie. c. Ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie. d. Cadeaus en kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s). 6. Declaraties op basis van een vast bedrag per periode (maand) zijn niet toegestaan. 7. Er wordt geen gebruik gemaakt van een verantwoordingsvrij bedrag. 6.3.2 Hoogte en tarief pgb bij diensten [Jeugdwet, Wmo] 1. Voor de goedkoopst passende hulp-op-maat hanteert de gemeente gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde hulp heeft ingekocht, waaronder een toepasselijk (gemiddeld) uurtarief, dagdeeltarief of etmaaltarief (hierna: het tarief). 2. Voor hulp-op-maat geldt: a. 90% van het tarief voor hulpverleners die in dienst zijn van een professionele organisatie. b. 80% van het tarief voor hulpverleners die als ZZP-er werkzaam zijn. c. 35% van het tarief voor personen uit het sociaal netwerk of die niet als personen onder a of b kunnen worden aangemerkt.
Komt het tarief hiermee onder het wettelijk minimum loon? Dan wordt het wettelijk minimum loon gehanteerd. 3. De gemeente stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.
Verordening Sociaal Domein Urk 2022
26
6.3.3 Hoogte pgb voor producten (Wmo) 1. De gemeente kan een programma van eisen opstellen voor het product. De gemeente baseert de hoogte van het pgb op het programma van eisen en een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet de inwoner veilige, doeltreffende en kwalitatief goede hulp kunnen inkopen. Het kan gaan om een offerte die de gemeente zelf opvraagt, maar ook om een offerte die de inwoner opvraagt. 2. De gemeente houdt bij de hoogte van het pgb rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. 3. De gemeente stelt in nadere regels vast wat de budgetperiode van het product is. Dit is de periode waarop het pgb betrekking heeft. Indien van toepassing berekent de gemeente over deze periode ook de onderhouds- en verzekeringskosten. 6.3.4 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo] 1. De gemeente kan de inwoner op elk moment vragen hoe het pgb is besteed en welke resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad. 2. De inwoner meldt en/of overlegt wijzigingen die van invloed zijn op de hulp en het pgb bij de gemeente. Het is niet toegestaan soorten hulp tegen elkaar uit te wisselen. 3. De gemeente neemt maatregelen om oneigenlijk gebruik of fraude op te sporen. Bij oneigenlijk gebruik gebruikt de inwoner het pgb voor iets anders dan waar het voor bedoeld is.