Vanuit commissie II: gestelde technische vragen
Tekst van het document
Vragen CDA-fractie regiovisie HG en kindermishandeling Vraag Antwoord De primaire doelstelling van de Regiovisie is het eerder en beter signaleren van geweld. Op pagina 16 wordt vermeld dat Veilig Thuis Flevoland relatief veel zware meldingen ontvangt in vergelijking met andere regio's. Zijn er specifieke gegevens beschikbaar over het aantal Veilig Thuis meldingen in de Gemeente Urk? Daarnaast, zijn er gegevens beschikbaar over de ernst van deze meldingen? Wordt er tijdig melding gemaakt of juist niet?
Het aantal meldingen per gemeente is inzichtelijk via de Power BI Tool. Uit deze Tool kunnen m.b.t. meldingen naast de aantallen, gegevens gehaald worden over de aard van de melding, of de veiligheidstaxatie binnen de norm is, details van de melder (politie, onderwijs, gezondheidszorg etc.) in combinatie met de aard van het geweld en het triagebesluit. Deze Tool geeft geen informatie of meldingen licht, middelzwaar of zwaar zijn; dus over de ernst van de melding. Het aantal keren dat de diensten Voorwaarden en Vervolg en Onderzoek zijn ingezet geeft enigszins een beeld van de ernst. Of er tijdig melding wordt gemaakt is een vraag die de melder en Veilig Thuis beter kunnen beantwoorden. De meeste meldingen komen nog steeds van de politie en het aantal meldingen vanuit het onderwijs is nog steeds relatief laag. Hieruit zou je kunnen concluderen dat dit een signaal is dat meldingen onvoldoende tijdig worden gedaan.
In deze regiovisie wordt de belangrijke rol van Veilig Thuis benadrukt, zo wordt ook opgemerkt door een van de cliëntraden/adviesraden (pagina 43). Veilig Thuis kampt in veel regio’s met te lange wachttijden (IGJ, 2023). https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2023/12/04/nogsteeds-te-lange-wachttijden-bij-veilig-thuis
De berichtgeving is ook bron van discussie geweest in de ambtelijke en bestuurlijke overleggen.
Hoe verhouden deze wachttijden zich tot de gestelde doelen en ambities van deze regiovisie om huiselijk geweld en kindermishandeling aan te pakken?
Er zijn inderdaad ook in Flevoland wachtlijsten, zowel voor triage als ook voor onderzoek en V&V. De wachtlijsten worden met name door de hoge instroom veroorzaakt. Deze hoge instroom wordt met name door Almere en Lelystad veroorzaakt. Omdat Team Noord alle zaken buiten Almere oppakt hebben de casussen van Almere minder invloed op de kleinere gemeentes Uit navraag blijkt dat, bij gelijkblijvende instroom in 2024, Veilig Thuis naar verwachting de wachtlijsten kan wegwerken.
Hoe zet de gemeente Urk zelf in op vroegtijdige signalering en preventie om huiselijk geweld te voorkomen?
Hoe plant de Gemeente Urk actieve samenwerking met andere instanties om specifieke aandacht te schenken aan kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals mensen in complexe scheidingssituaties, die veelal achter gesloten deuren plaatsvinden? Op welke proactieve en preventieve wijze wordt dit aangepakt?
Uiteraard is dit afhankelijk van de beschikbare personele formatie. Zie berichtgeving Stop Huiselijk Geweld | Gemeente Urk maakt afspraken over aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Op Urk hebben we verschillende vormen van samenwerking waarin aandacht is voor kwetsbare doelgroepen. Hierin is altijd oog voor professionele hulp, maar ook voor preventie en het stimuleren van het zelfoplossend vermogen. Deze preventie en vroegsignalering is terug te vinden in verschillende vormen. Zo is er een breed aanbod aan basisvoorzieningen en blijft er oog voor ontwikkelingen en wordt aanbod waar nodig aangescherpt. Het algemeen maatschappelijk werk speelt op Urk een belangrijke rol als vaak eerst betrokken voorliggende voorziening bij kwetsbare gezinnen/inwoners. Zij zijn tevens de partij die wordt ingezet bij zorgen over veiligheid, en zorgen op school (basis en voortgezet). In het voorbeeld van echtscheiding geldt dat de met eenmaal betrokkenheid van de Rechtbank, deze kan verwijzen naar een lokale voorliggende voorziening (maatschappelijk werk van ZONL) als verplichte inzet. In de SPUK/GALA documenten is opgenomen dat er een lokaal plan geschreven gaat worden met een nadere uitwerking over hulp in scheidingssituaties. Tevens hebben we op Urk de Praktijkondersteuner Jeugd en Volwassen GGZ.
Deze vrij toegankelijke voorziening bij huisartsen zorgt voor een laagdrempelige toegang naar zorg, waarbij preventie en systeemgericht kijken centraal staan. Ook kinderen van ouders met psychiatrische problematiek vormen een kwetsbare doelgroep. Op Urk heeft Caritas aandacht voor naasten van iemand met een psychische problematiek. Tevens is er een voorliggende voorziening (lokaal en
regionaal) voor kinderen en zijn er groepstrainingen voor kinderen van ouders met psychische problemen. In het raadsvoorstel, onder het kopje 1.1 van argumenten, wordt gesproken over opgedane ervaringen en nieuwe inzichten bij het actualiseren van de eerste versie van het plan voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Wat zijn deze nieuwe inzichten en wat zijn daardoor de verschillen tussen de twee versies van het plan?
Dat zijn de ervaringen en inzichten die we hebben opgedaan met het programma Geweld hoort nergens thuis. Per hoofdstuk hebben we dat benoemd onder de kopjes ‘Wat houden we vast?” en ‘Wat gaan we versterken?”
Is de Adviesraad Sociaal Domein Urk geraadpleegd voor advies met betrekking tot dit plan?
De adviesraad Sociaal Domein Urk is in februari 2023 geraadpleegd voor advies. Daar is ook besloten samen op te trekken met andere adviesraden. In het raadvoorstel is abusievelijk enkel Noordoostpolder benoemd. De adviesraad Urk had daar bij moeten staan.
Vragen PVV regiovisie Huiselijk geweld en kindermishandeling -
Op pagina 7 lezen we onder ‘Missie’:
‘Bestuurders (van gemeenten en partnerorganisaties) zijn en voelen zich daarom ervoor verantwoordelijk dat situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling zoveel mogelijk worden voorkomen en als het gebeurt dat het bij een eerste signaal meteen professioneel wordt opgepakt zodat het geweld onmiddellijk stopt.’ Dit is een mooi streven alleen vragen wij ons af of het onmiddellijk laten stoppen van het geweld na een eerste signaal wel te realiseren is. Wij hebben niet echt het gevoel dat organisaties zoals Veilig Thuis doortastend ingrijpen na eerste signalen. Hoe wordt dit in de praktijk vorm gegeven? Het is inderdaad lastig om huiselijk geweld en kindermishandeling te voorkomen dan wel te stoppen en duurzaam op te lossen. Maar de inzet regionaal en lokaal is daar wel op gericht. Eerste signalen van vermoedens van huiselijke geweld en/of kindermishandeling komen met name binnen in het lokale veld en bij de lokale toegang. De meldcodetour van Veilig Thuis Flevoland is ingezet om het lokale veld en de toegang te versterken op het de onderwerpen huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis doet bij elke melding een beoordeling op veiligheid. Bij een eerste melding is het doel passende hulp inzetten. Bemoeienis van Veilig Thuis is niet altijd nodig, van belang is dat de hulpverlening in het vrijwillig kader ingezet kan worden. Zo snel mogelijk en systeemgericht.
Het lokaal addendum samenwerken aan veiligheid Urk is van belang. De samenwerking, rollen en verantwoordelijkheden wordt hier volledig besproken. Het beoordelen van meldingen, stellen van voorwaarden en maken van veiligheidsafspraken ligt bij Veilg Thuis. Veilig Thuis blijft actief betrokken op moment dat de situatie heel ernstig is. -
Op pagina 8 lezen we het volgende:
‘Het voorkomen van geweld begint met het tijdig signaleren en het durven vragen naar of het bespreekbaar maken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit vinden wij het allerbelangrijkste. We denken hierbij aan het tijdig signaleren door naasten van de gezinnen zelf. Naasten hebben meestal als eerste door wanneer bijvoorbeeld gezinnen in de stress zitten. Ook zij kunnen het gesprek aangaan of mensen bewegen om hulp en ondersteuning te zoeken. Maar we denken vooral aan professionals die werkzaam zijn in het lokale veld.’ In dit specifieke voorbeeld wordt er vanuit gegaan dat de naaste in gesprek gaat met pleger/slachtoffer om deze richting hulp te bewegen. De vraag is natuurlijk of dit in sommige gevallen überhaupt wel de juiste weg is, de situatie in het gezin kan hierdoor ook verslechteren omdat er nog meer stress ontstaat omdat men merkt dat andere mensen de situatie oppikken/merken. In sommige gevallen is het dus beter dat de naaste een melding doet bij instanties.
Indien een naaste rechtstreeks een melding doet bij instanties, wordt dit dan in de praktijk net zo serieus genomen als wanneer de hulpvraag vanuit het gezin zelf komt? Hoe ziet het stappenplan er uit voor een organisatie als Veilig Thuis wanneer deze een melding binnen krijgen van een naaste van een pleger/slachtoffer? Bij elk contact met Veilig Thuis wordt uitgevraagd of het gaat om het doen van een melding of een vraag naar advies. Veilig Thuis doet vervolgens een beoordeling op veiligheid. Veilig Thuis maakt hierbij geen onderscheid wie de melding feitelijk doet. De in te zetten acties,
adviezen, onderzoek of overdracht is afhankelijk van de inhoud van de melding, niet van de melder. -
Op dezelfde pagina lezen we het volgende:
‘We weten dat continu zicht op de veiligheid binnen het huishouden nodig is om het patroon van geweld te kunnen doorbreken.’ Hoe ziet dit continu zicht er in de praktijk uit want zolang de pleger en het slachtoffer bij elkaar zijn kan het op elk moment mis gaan. Als hier gedoeld wordt op continu toezicht in de zin van dat er vaak iemand van een instantie langs komt is dit vooral wensdenken. Deze kunnen tijdens de bezoeken namelijk makkelijk gemanipuleerd worden en zodra deze weg zijn kan het geweld altijd weer los barsten. Hoe ziet dit er in de praktijk uit? Regievoering op een casus waar deze soort veiligheidsproblematiek speelt is belangrijk. De afspraken daaromtrent zijn vastgelegd in het lokaal addendum samenwerken aan veiligheid. -
Op pagina 9 lezen we het volgende:
‘Voor een huishouden kan gelijktijdig worden gewerkt aan het verminderen van risico’s op geweld en het werken aan herstel, maar als een dreigende situatie (weer) ontstaat, staat veiligheid in onze aanpak voorop. In deze situatie zijn alle activiteiten erop gericht om het geweld direct te stoppen.’ Als we er vanuit gaan dat het ook daadwerkelijk mogelijk is om het geweld direct te stoppen (waar wij redelijk sceptisch over zijn), hoe wordt dit dan aangepakt als het geweld in een bepaalde gezinssituatie telkens weer opspeelt? Als het geweld zich blijft herhalen is het slachtoffer wel telkens de pineut ondanks dat er geprobeerd wordt geweld direct te stoppen wanneer dit plaats vindt. Dit is ook niet te rijmen met het streven naar 0 uit huis plaatsingen. In sommige situaties is het beter als mensen, zij het tijdelijk, of definitief, uit elkaar gaan en is dit een uitkomst voor slachtoffers om hun leven verder vredevol op te pakken. Er zijn situaties denkbaar waarbij een uithuisplaatsing de beste oplossing is voor het kind en/of het gezin. Waar het kind in bescherming moet worden genomen en uithuisplaatsing noodzakelijk is zullen we dat ook doen, zoveel mogelijk in samenwerking met ouders. Daarnaast wordt er gekeken hoe er toegewerkt kan worden naar een thuisplaatsing.
Hiernaast is er ook steeds meer aandacht voor het tijdelijk huisverbod waarbij de pleger uithuisgeplaatst wordt in plaats van het kind. Verwey jonker pleit ook voor niet perse nul uit huisplaatsingen, waar kind in bescherming moet worden genomen en uithuisplaatsing noodzakelijk is zullen we dat ook doen in samenwerking met ouders. Zo snel mogelijk toewerken nar thuisplaatsing. Steeds meer kijken naar tijdelijk huisverbod voor de pleger, ipv uithuisplaatsen van het kind. -
Verder lezen we op pagina 10:
‘Door in gesprek te gaan met alle leden van het huishouden (slachtoffer, pleger en kind) kan met elkaar worden bepaald wat er nodig is om de veiligheid duurzaam te bereiken. De gezinsprofielen van het Verwey-Jonker Instituut hebben ons geleerd waar we rekening mee moeten houden. Als het gaat om intieme terreur is het bijvoorbeeld van belang het gesprek met slachtoffer en pleger niet gezamenlijk te voeren, terwijl bij gezinnen in de stress dat wel van meerwaarde is, naast eventuele individuele gesprekken met bijvoorbeeld kinderen.’ We zijn ben blij te lezen dat wanneer het om intieme terreur gaat het slachtoffer en de pleger niet gezamenlijk gehoord worden. Echter zou dit veel breder getrokken moeten worden en ook in andere gezinsgeweldssituaties toegepast moeten worden. Het is namelijk het meest
waardevol dat in welke gezinsgeweldssituatie dan ook het slachtoffer individueel gehoord wordt zonder aanwezigheid van pleger of andere gezinsleden. Er kan in een gezamenlijke gespreksituatie namelijk intimidatie plaats vinden vanuit de pleger richting het slachtoffer om niet te veel of helemaal niet uit de school te klappen. Ook is het van belang dat wanneer het slachtoffer individueel wordt gehoord de pleger daarna niet te horen krijgt wat het slachtoffer aangegeven heeft om problemen, intimidatie en geweldsuitbarstingen na de tijd te voorkomen. De intimidatie vanuit de pleger kan echter ook voor komen als het slachtoffer individueel gehoord wordt, het is daarom enorm van belang dat het slachtoffer hierna in bescherming genomen wordt van de pleger. Zulke gesprekken kunnen namelijk explosieve consequenties hebben voor de gezinssituatie naderhand. Wordt er rekening gehouden met dergelijke complexe situaties die zich vaak achter de voordeur afspelen bij gezinnen wanneer de vertegenwoordigers van instanties niet aanwezig zijn? Er wordt uitgegaan van zogenoemde gezinsprofielen. Bij intieme terreur moeten gezinsleden apart van elkaar worden gehoord. Bij andere gezinsprofielen kan het gesprek veelal gezamenlijk worden gevoerd. Deze afwegingen worden echter per casus opnieuw gemaakt en per casus wordt gewogen welke inzet en welke gesprektechnieken het meest passend zijn. -
Dan lezen we op pagina 12:
‘Hulp vindt zo veel mogelijk thuis plaats. Uitgangspunt is dat iedereen veilig thuis moet kunnen zijn en moet kunnen opgroeien in een veilige omgeving. Het kan zo onveilig zijn, dat opvang van het slachtoffer (tijdelijk) nodig is of dat een kind uit huis moet worden geplaatst. Inmiddels weten we dat dit op de langere termijn geen goede oplossing is en zelfs schadelijk kan zijn. Onze ambitie is dat er nul kinderen uit huis worden geplaatst (zie ook onze Regiovisie Jeugd).’ Deze stellingname is niet helemaal juist. Voor sommige jeugdigen is een uit huis plaatsing voor de lange termijn een uitkomst om vredevol verder te kunnen leven en toe te werken naar zelfredzaamheid. Hoe kijkt het college hier tegen aan? Opmerking hierbij is gelijk aan eerder gegeven antwoord, namelijk dat wanneer uithuisplaatsing de enige optie is om een kind in bescherming te nemen, deze uithuisplaatsing niet wordt nagelaten. -
Verder lezen we op pagina 12:
‘Ook vinden we het van belang ervaringen te blijven delen, het gesprek met elkaar te blijven voeren en actiegericht onderzoek te doen naar onze werkwijze, zodat we onze aanpak kunnen blijven verbeteren en een steeds beter resultaat gaan bereiken.’ Hoe wordt de eigen werkwijze dan geëvalueerd? Het beleid is om voortdurend te blijven beoordelen. De inhoud van de melding, de beoordeling van de veiligheid en inschatting welke keuzes genomen worden. -
Pagina 14:
‘Preventie begint met het tijdig signaleren en het bespreekbaar maken van huiselijk geweld. Dit kan eraan bijdragen dat men eerder en tijdiger hulp gaat zoeken. Niet alleen professionals kunnen probleemsituaties eerder onder de aandacht brengen (o.a. door vroegtijdig de stappen van de meldcode te doorlopen en zich aan de beroepscode te houden). Situaties kunnen ook eerder in beeld komen als de omgeving van het huishouden
alert is en de stap durft te zetten om een signaal af te geven. Om te kunnen signaleren, is het nodig om te weten wat de signalen zijn. Dit vraagt om voorlichting.’ Als de omgeving van het huishouden een signaal afgeeft richting relevante instanties, welke stappen worden er dan ondernomen door specifiek Veilig Thuis om de situatie op te pakken? Onze ervaring is dat de respons vanuit Veilig Thuis vaak moeizaam op gang komt na een of zelfs meerdere meldingen. Veilig thuis beoordeelt aan de hand van de inhoud van een melding wat er nodig is om passende hulpverlening op gang te krijgen. -
Pagina 16:
‘Door uitbreiding van de dienst Advies en Ondersteuning wil Veilig Thuis eerder betrokken raken en het lokaal veld versterken ter voorkoming van een (her) melding of inzet zware zorg.’ Wij verbaasden ons een beetje over deze zinssnede aangezien in het verleden bleek dat Veilig Thuis hun taak vooral voor zich uit leek te schuiven door helemaal niet in te grijpen of dit bij andere organisaties neerlegde in plaats van zelf consequent en ad-hoc te reageren op binnenkomende meldingen. Wordt deze stap nu door Veilig Thuis gezet vanuit zelfreflectie dat zoals het eerder ging niet langer meer kon? De dienst Advies en Ondersteuning bij Veilig Thuis moet verder worden uitgebreid om het lokaal veld te kunnen versterken. -
Pagina 21:
‘Daarnaast moeten vrouwen ook meermaals hun verhaal doen en afwachten of het schuldhulpverleningstraject wordt overgenomen. Dat is, gedurende deze kwetsbare periode in hun leven, voor hen extra belastend.’ Deze kan wat ons betreft ook breder getrokken geworden, het is voor slachtoffers van welke vorm van geweld dan ook vaak enorm belastend om in een stressvolle periode bij allerlei instanties en organisaties hun verhaal telkens opnieuw te moeten doen, kan er misschien over nagedacht worden of hier breder een oplossing voor gevonden kan worden? Een belangrijk punt bij de uitvoering van de regiovisie is regievoering. Een gedegen vorm van regie maakt dat slachtoffers eenzelfde aanspreekpunt treffen en zo min mogelijk telkens opnieuw het verhaal hoeven doen. De lokale samenwerking en een sterk lokaal veld zijn belangrijk. De samenwerkingsafspraken tussen gemeente (klantmanagers), SHG en Veilig Thuis zijn vastgelegd in het lokaal addendum samenwerken aan veiligheid. De samenwerking wordt door alle partijen als fijn ervaren. De contacten zijn goed, er zijn vaste aanspreekpunten per organisatie en de samenwerking prettig. Er zijn evaluatiemomenten tussen SHG en VT maar ook tussen SHG en klantmanagers waar wordt besproken wat beter kan, wat anders moet maar ook wat goed gaat.