CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 4 Aanvulling op het MER.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein37.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Port of Urk een aanvulling op het planMER 11 januari 2021

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Verantwoording Titel

Port of Urk

Opdrachtgever

Gemeente Urk

Projectleider

Martijn Gerritsen

Auteur(s)

Lex Bekker en Renze Haitsma

Projectnummer

1271717

Aantal pagina’s

29

Datum

11 januari 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

1.1.1

Het advies van de commissie m.e.r. ........................................................................... 5

1.1.2

Geconstateerde tekortkomingen ................................................................................. 5

1.2 2

3

4

Zienswijze van de provincie ............................................................................................... 5

Onderbouwing locatiekeuze ...................................................................................................... 6 2.1

Locatie van het bedrijventerrein ......................................................................................... 6

2.2

Samenhang met MSNF ...................................................................................................... 8

2.2.1

Twee projecten............................................................................................................ 8

2.2.2

De behoefte aan een nieuw bedrijventerrein .............................................................. 9

Referentiesituatie..................................................................................................................... 11 3.1

Referentie in het verkeersonderzoek ............................................................................... 11

3.2

Onderbouwing van de verkeersaantrekkende werking .................................................... 12

3.3

Doorwerking in de afgeleide aspecten ............................................................................. 12

3.3.1

Geluid ........................................................................................................................ 12

3.3.2

Luchtkwaliteit............................................................................................................. 13

3.3.3

Stikstof berekeningen................................................................................................ 13

Consistentie MER en bestemmingsplan.................................................................................. 14 4.1

Maximale mogelijkheden in het plan ................................................................................ 14

4.1.1

Verandering van agrarisch gebruik naar bedrijventerrein ......................................... 14

4.1.2

Alsnog toestaan van een Bevi-bedrijf........................................................................ 16

4.1.3

Zonnepanelen ........................................................................................................... 16

4.2 5

Aanbevelingen van de commissie m.e.r. ........................................................................... 5

Borging van de duurzaamheidsambities .......................................................................... 18

Effectbeoordeling..................................................................................................................... 19 5.1

Geluid ............................................................................................................................... 19

5.1.1

Aanvullingen.............................................................................................................. 19

5.1.2

Berekende gevelbelasting met industrielawaai ......................................................... 19

5.1.3

Berekende cumulatieve geluidsbelasting Lcum .......................................................... 20

5.1.4

Onderzoek naar de mogelijke maatregelen .............................................................. 20

5.1.5

Effectbeoordelingen voor geluidshinder .................................................................... 21

3/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

5.1.6

6

7

Effect voor de gezondheid ........................................................................................ 21

5.2

Waterkwantiteit ................................................................................................................. 21

5.3

Stikstofdepositie ............................................................................................................... 21

5.4

Archeologie ...................................................................................................................... 22

Zienswijze van de provincie..................................................................................................... 24 6.1

Vleermuizen ..................................................................................................................... 24

6.2

Gebruikte data voor de analyse van de beschermde soorten .......................................... 24

6.3

Provinciaal beleid van vrijgestelde soorten ...................................................................... 24

6.4

AERIUS2020 .................................................................................................................... 24

6.5

Archeologie ...................................................................................................................... 25

6.6

Conclusies ........................................................................................................................ 25

Conclusies en samenvatting.................................................................................................... 26 7.1

Samenvatting op hoofdlijnen ............................................................................................ 26

7.2

Locatie keuze en behoefte ............................................................................................... 26

7.3

Geluid ............................................................................................................................... 26

7.4

Zonnepanelen .................................................................................................................. 27

7.5

AERIUS2020 .................................................................................................................... 27

7.6

Duurzaamheid .................................................................................................................. 27

7.7

Geconsolideerde effecten tabel ....................................................................................... 27

Bijlage 1

Aangepast geluidsonderzoek

Bijlage 2

Aangepaste AERIUS berekeningen

Bijlage 3 Samenvatting ambitiedocument Nieuw binnendijks bedrijventerrein met visserij/maritiem thema op Urk Bijlage 4

Verkeersmodel Noordoostpolder en Urk versie 2.2 - Technische rapportage

4/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

1 Inleiding Op 21 oktober 2020 is het planMER behorende bij het bestemmingsplan Port of UrkBinnendijks bedrijventerrein uitgebracht. Dit planMER is gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan (en het ontwerp exploitatieplan) ter visie gelegd. Over het planMER is op 11 januari 2021 door de commissie m.e.r. een advies uitgebracht. Ook is er door de provincie een zienswijze ingediend die (mede) betrekking heeft op het planMER.

1.1

Aanbevelingen van de commissie m.e.r.

In deze paragraaf wordt kort weergegeven hoe in deze aanvulling op het planMER wordt omgegaan met de adviezen van de commissie-m.e.r. 1.1.1

Het advies van de commissie m.e.r.

Het planMER is ter toetsing voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.). Op 11 januari 2021 is het toetsingsadvies door de Commissie m.e.r. gepubliceerd 1. De Commissie m.e.r. signaleert dat in het MER op een aantal punten informatie ontbreekt. De commissie vindt deze informatie wel nodig om het milieubelang volwaardig te kunnen meenemen bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. De voorliggende aanvulling op het planMER levert de ontbrekende informatie, op basis waarvan de gemeenteraad het milieubelang volwaardig kan meenemen bij haar besluit over het bestemmingsplan. 1.1.2 Geconstateerde tekortkomingen In deze paragraaf wordt kort samengevat welke tekortkomingen door de Commissie m.e.r. zijn benoemd in haar advies aan de gemeente. De door de commissie benoemde tekortkomingen hebben betrekking op: • De onderbouwing van de locatiekeuze (samenhang met MSNF) • • •

Het gebruik van de referentiesituatie en de doorwerking van de verkeersgegevens De consistentie tussen het MER en het bestemmingsplan De navolgbaarheid en duidelijkheid van de effectbeoordelingen

Deze onderwerpen worden aanvullend beschreven in hoofdstuk 2 tot en met 5 van de voorliggende rapportage.

1.2

Zienswijze van de provincie

De door de provincie ingebrachte zienswijze heeft betrekking op een aantal aspecten. Met name de inbreng met betrekking tot ecologie heeft betrekking op de inhoud van het planMER. Hier zal, naast de meer tekstuele opmerkingen over archeologie in hoofdstuk 6 van deze aanvulling op het planMER aandacht aan worden besteed.

1

projectnummer 3519

5/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

2 Onderbouwing locatiekeuze In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de onderbouwing van de locatiekeuze en de samenhang die er al dan niet bestaat tussen de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (MSNF) zoals benoemd in paragraaf 2.1 van het advies van de commissie m.e.r..

2.1

Locatie van het bedrijventerrein

De zoektocht naar een mogelijk geschikte locatie voor een substantiële uitbreiding van de vestigingsmogelijkheden van bedrijven op Urk gaat terug tot ten minste 2013/2014. In februari 2014 is de structuurvisie Urk 2035+ uitgebracht. De topografische kaart van Urk en omgeving (zoals weergegeven in die structuurvisie) staat weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1Topografische kaart Urk 2013

In die tijd werd door de provincie actief gezocht naar een mogelijk geschikte locatie voor een maritieme service haven. Daarnaast speelde er destijds het initiatief van de gemeentes Urk en Noordoostpolder om een Intergemeentelijke Structuurvisie op te stellen. Deze Intergemeentelijke Structuurvisie voorziet mede in de ontwikkeling van een binnendijks bedrijventerrein. Om de potentiële synergie te benutten sluit het binnendijks bedrijventerrein bij voorkeur aan op de buitendijkse haven die door de provincie wordt onderzocht en ontwikkeld. Om de mogelijke synergie tussen het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein en de maritieme service haven niet bij voorbaat onmogelijk te maken zijn destijds de locaties ten oosten van Urk bij voorbaat buiten

6/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

beschouwing gebleven in de zoektocht naar een geschikte plek voor een nieuw binnendijks bedrijventerrein. De meest voor de hand liggende locatie voor het binnendijks bedrijventerrein is destijds gevonden op het grondgebied van de Noordoostpolder, ten zuiden van de gemeente Urk. Op basis van een globale effecten analyse is deze vergeleken met een locatie ten noorden van Urk, ook op het grondgebied van de Noordoostpolder. In de onderstaande matrix wordt met een kleurarcering voor elk van de omgevingsindicatoren de relatieve geschiktheid van beide locaties aangegeven. Rood staat voor het minst geschikt van de twee, en een groene arcering in de matrix geeft aan dat de locatie het meest geschikt is van de twee voor het desbetreffende criterium. Duidelijk is dat voor alle criteria de zuidelijke locatie beter scoort dan de noordelijke locatie. Tabel 2.1 Effectanalyse voor de verschillende omgevingsindicatoren Omgevingsindicator

Locatie noord

Locatie zuid

Ligging ten opzichte van

Deze locatie ligt op meer dan 3 km

Deze locatie kan met een korte aftakking

bestaande weg infrastructuur afstand van de N712, de ontsluitingsweg van Espel.

vanaf de N352 worden ontsloten; door de aftakking te verlangen kan ook een dubbele ontsluiting gerealiseerd worden

Ligging ten opzichte van

Om deze locatie nautisch te ontsluiten Deze locatie kan (rechtstreeks) gebruik

bestaande nautische

zal vanaf de bestaande vaargeul in

infrastructuur

noordelijke richting een ontsluiting van hier op relatief korte afstand voor de ruim 2 km lengte gegraven moeten

maken van de doorgaande vaarroute die

kustlijn loopt

worden door relatief ondiep water Te verwachten invloed op

Binnen een afstand van 1.000 meter

Binnen een afstand van 1.000 meter

het leefklimaat in bewoonde bevinden zich ongeveer 475 woningen bevinden zich geen woningen in de gebieden op basis van de

in de aangesloten woonbebouwing van aangesloten woonbebouwing van Urk en

hindercontour van 1.000

Urk en 7 vrij liggende woningen

bijna 30 vrij liggende woningen. De in

meter behorende bij VNG-

ontwikkeling zijnde woonwijk ligt op meer

categorie 5.3

dan 1.000 meter.

Aansluiting bij bestaande

Het gebruik van het binnendijkse land

landschappelijke structuren

bestaat deels uit agrarisch land, deels gebruik als agrarisch land, wellicht wordt

Het binnendijkse land is momenteel in

en cultuurhistorische

uit bos en het noordelijk deel van de

dit op termijn ontwikkeld tot een

elementen

aaneengesloten woonbebouwing van

bedrijventerrein dat aansluit bij het

het dorp Urk

bestaande bedrijventerrein ten zuiden van het dorp Urk

Ecologie

Deze locatie ligt in (de buurt van) de

Ecologische waarden blijven

EHS zoals die destijds was

waarschijnlijk beperkt tot de

vastgesteld.

erfbeplanting in het gebied.

Mede op grond van de bovenstaande afweging is er in de structuurvisie van februari 2014 uitgegaan van een locatie ten zuiden van Urk. Die zoekrichting staat weergegeven op het onderstaande structuurbeeld voor 2035+.

7/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Figuur 2.2 Structuurbeeld Urk 2035+

2.2

Samenhang met MSNF

2.2.1 Twee projecten Het binnendijks bedrijventerrein en de MSNF worden beide ontwikkeld onder de naam Port of Urk. Deze naam is gekozen om nationaal en internationaal herkenbaar te zijn op het gebied van havenactiviteiten, de maritieme sector en het visserijcluster. De beide bedrijventerreinen worden echter van meet af aan apart van elkaar ontwikkeld. In opdracht van de provincie Flevoland wordt het provinciaal inpassingsplan (PIP) voor de MSNF opgesteld omdat er binnen de provincie behoefte bestaat aan nieuwe kaderuimte. Het bestemmingsplan voor het binnendijks bedrijventerrein wordt voorbereid door de gemeente Urk, omdat binnen de gemeente Urk alle kavels op bestaande bedrijventerreinen zijn uitgegeven en er nog steeds een grote vraag bestaat aan nieuwe bedrijfskavels. De behoefte aan nieuwe bedrijfskavels betreft ruimte voor Urker bedrijven en voor nationale en internationale bedrijven in de maritieme sector en het visserijcluster die zich op Urk willen vestigen. Het betreft in alle gevallen niet watergebonden bedrijvigheid, daar waar de MSNF juist ruimte biedt aan watergebonden bedrijvigheid.

8/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

De planvorming rond beide bedrijventerreinen; het binnendijks bedrijventerrein en de MSNF, is onafhankelijk van elkaar opgepakt. Zo is de provincie Flevoland al veel eerder gestart met de planvorming rond de MSNF. De beide bedrijventerreinen zijn ook niet afhankelijk van elkaar en kunnen los van elkaar ontwikkeld worden, zo blijkt uit de uitgevoerde behoefteonderzoeken (zie paragraaf 2.2.2). 2.2.2

De behoefte aan een nieuw bedrijventerrein

Op 29 november 2019 is, in opdracht van de gemeente Urk de Ladderverkenning binnendijks bedrijventerrein verschenen. Deze rapportage, inclusief samenvatting, is opgenomen als bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan, waarnaar wordt verwezen. Ter bepaling van het definitieve programma voor het bedrijventerrein, wordt daarin onderzocht wat de mogelijkheden zijn binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In de ladderverkenning is daarvoor een onderbouwde inschatting gegeven. Los daarvan is, in opdracht van de gemeente Urk, de ruimtebehoefte voor een bedrijventerrein onderzocht door Buck Consultants International, rekening houdend met de onzekerheid rond marktontwikkelingen voor zowel het visserijcluster als de maritieme branches op Urk. De samenvatting van deze studie is opgenomen als bijlage 3 bij deze aanvulling op het MER. In dat onderzoek is de ruimtevraag voor het nieuwe bedrijventerrein uiteengezet aan de hand van twee scenario’s waarin onzekerheden positief of negatief uitpakken. Per saldo wordt de totale ruimtevraag ingeschat op 39-66 ha in respectievelijk een laag en een hoog scenario. Met de toevoeging van truckparking en een evenemententerrein pakt dit iets hoger uit tot 42-72 ha. Een aanvullende analyse laat zien dat de ontwikkeling van MSNF in totaal kans geeft op circa 711 ha extra bedrijvigheid tot 2040.

Voorwaarde voor een grote spin-off is wel dat de trends positief moeten uitpakken, zoals vergroting/verdieping van de Kornwerderzandsluizen. Ook moet de infrastructuur van het binnendijks terrein geschikt zijn voor vervoer van en naar de haven: wegen van voldoende breedte, met draagkracht en een gematigd hellingspercentage bij het oversteken van de dijk. De bovenstaande resultaten samenvattend geldt dat de ruimtebehoefte voor een zelfstandig binnendijks bedrijventerrein is vastgesteld op 39-72 hectare. Als de MSNF tegelijkertijd wordt gerealiseerd is een ruimtebehoefte van 46-83 hectare vastgesteld. Als onverhoopt de MSNF niet gerealiseerd wordt is er dus voldoende zekerheid is dat het deel van het plangebied dat rechtstreeks de bestemming bedrijventerrein toebedeeld krijgt in gebruik genomen zal gaan worden. Als de MSNF conform verwachting wel wordt gerealiseerd dan zal er een beroep worden gedaan op het deel van het plangebied dat nu nog de agrarische bestemming behoud, door te zijner tijd gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid in die de planregels is opgenomen. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein is daarmee onderzocht, op basis van verschillende scenario’s zoals geadviseerd door de commissie m.e.r. (op blz. 4 van het advies). Het onderzoek van Buck strekt zich uit tot 2040.

In het scenario waarin beide plannen parallel gerealiseerd worden wordt verwacht dat het totale plangebied (inclusief de agrarische percelen met daarop de

9/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

wijzigingsbevoegdheid tot bedrijvigheid) in gebruik genomen zal zijn. In het scenario waarin onverhoopt de MSNF niet gerealiseerd kan worden aangenomen dat dit deel van het plangebied uiteindelijk ook in gebruik genomen zal worden, niet lang na 2040. De ontwikkelingen staan tenslotte niet stil 20 jaar na vandaag. Ook in dit ongunstige scenario wordt in redelijkheid verwacht dat het totale plangebied uiteindelijk in gebruik genomen zal worden door de soort bedrijven waar het voor bedoeld is. Het beschrijven van de effecten van het ongunstige scenario voegt dan ook niets toe aan de reikwijdte van het planMER zoals dat in uitgebracht in oktober 2020.

10/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

3 Referentiesituatie In dit hoofdstuk wordt de manier waarop is omgegaan met de referentiesituatie in het MER nader toegelicht, zoals geadviseerd in paragraaf 2.2 van het advies van de commissie m.e.r.. Ter onderbouwing van de gebruikte verkeerscijfers is de Technische Rapportage van het verkeersmodel opgenomen. De doorwerking van de referentie situatie op met name het aspect geluid wordt heroverwogen.

3.1

Referentie in het verkeersonderzoek

In deze paragraaf wordt de manier waarop is omgegaan met de referentiesituatie in het verkeerskundig onderzoek nader toegelicht 2. In de tabel hieronder is te zien hoe in het MER de veranderingen van de verkeersstromen ten gevolge van het plan alternatief zijn weergegeven. Ten onrechte wordt in deze tabel het plan-effect vastgesteld door de plan situatie te vergelijken met de huidige situatie. Tabel 3.1 Tabel 5.4 uit het MER: Verandering verkeersstromen plan alternatief Meetlocatie

Huidige situatie 2016

Plansituatie

Verschil

1) Domineesweg-west

9.600

12.400

+2.800

2) Domineesweg-oost

10.700

23.000

+12.300

3) Urkerweg

5.300

11.600

+6.300

4) Meep

10.900

9.100

-1.800

5) Michiel de Ruyterallee

-

14.500

+ 14.500

In het verkeersonderzoek wordt de autonome ontwikkeling gesplitst in, ten eerste, de autonome inbreiding van de bestaande bebouwing, en, ten tweede, de grootschalige ontwikkeling van de Zeeheldenwijk. In de referentiesituatie in het planMER wordt de Zeeheldenwijk benoemd als belangrijkste onderdeel van de autonome ontwikkelingen vanwege het relatief grootschalig karakter ervan. De autonome ontwikkeling van de Zeeheldenwijk (inclusief de aanleg van de Michiel de Ruyterallee) leidt tot een autonome toename in de verkeersintensiteiten, in combinatie met een verschuiving ervan over de verschillende wegvakken (door de aanleg van de Michiel de Ruyterallee). In de onderstaande tabel 3.2 is dit weergegeven. De verkeerstromen van de plansituatie worden daar vergeleken met de autonome situatie (dus inclusief de Zeeheldenwijk) zodat de toename die is toe te schrijven aan het binnendijks bedrijventerrein duidelijk wordt. Tabel 3.2 Verandering verkeersstromen plan alternatief Meetlocatie

Huidige

Autonome

Situatie met

situatie 2016

inbreiding

Zeeheldenwijk

(1)

2

(2)

Plansituatie

Verschil = planeffect

(3)

(4)

(5 = 4-3)

1) Domineesweg-west

9.600

19.900

10.400

12.400

+2.000

2) Domineesweg-oost

10.700

16.100

21.300

23.000

+1.700

3) Urkerweg

5.300

6.500

11.100

11.600

+500

Zoals geadviseerd in de eerste bullit in het tekstvak op blz. 6 van het advies van de commissie m.e.r.

11/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Meetlocatie

Huidige

Autonome

Situatie met

situatie 2016

inbreiding

Zeeheldenwijk

(1)

(2)

(3)

4) Meep

10.900

5) Michiel de Ruyterallee

-

12.800

Plansituatie

Verschil = planeffect

(4)

(5 = 4-3)

8.500

9.100

+600

14.100

14.500

+400

In de verkeersstudie waar deze cijfers op zijn gebaseerd is geen onderscheid gemaakt tussen het bedrijventerrein met of zonder de MSNF vanwege het te verwachten kleine verschil, verkeerskundig is dit onvoldoende onderscheidend. Overigens, door de MSNF niet apart te rapporteren wordt het plan effect van het binnendijks bedrijventerrein een klein beetje overschat. Een en ander heeft geen invloed op de effectbepaling zoals die is weergegeven in tabel 5.5 van het MER. Ook verandert de uiteindelijke omvang van de verkeersstromen niet: alle relevante ruimtelijke ontwikkelingen zijn daar correct in opgenomen.

3.2

Onderbouwing van de verkeersaantrekkende werking

In paragraaf 2.2 van haar advies adviseert de commissie m.e.r. onder andere om te onderbouwen wat de verkeersproductie voor het bedrijventerrein is en om te laten zien welke aannames daarbij gedaan zijn 3. Deze gegevens zijn weergegeven in het Verkeersmodel Noordoostpolder en Urk versie 2.3 - Technische rapportage van Goudappel Coffeng (16 september 2020). Deze rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij deze aanvulling op het MER.

3.3

Doorwerking in de afgeleide aspecten

In deze paragraaf wordt beschreven hoe de verkeerscijfers door hebben gewerkt in de aspecten waarop verkeer van invloed is 4. Dit betreft geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie. 3.3.1

Geluid

In bijlage 5 van het planMER is het oorspronkelijke geluidsonderzoek integraal opgenomen. Voor wat betreft de gebruikte verkeersgegevens geldt dat die zijn overgenomen uit een uitsnede van het gemeentelijk Geomilieu-model van het basisjaar 2030. Daartoe zijn de autonome situatie en plansituatie aangeleverd. In de plansituatie zitten ook de extra verkeersbewegingen voor het bestemmingsplan ‘Zeeheldenwijk’. Op basis van het advies van de commissie m.e.r. zijn de geluidsberekeningen aangepast, niet voor wat betreft de verkeersgegevens, maar wel voor wat betreft het industrielawaai 5. In paragraaf 5.1 van deze aanvulling op het MER worden de geactualiseerde rekenresultaten verder beschreven en op effecten gezet.

3

Verwezen wordt naar de tweede bullit in het tekstvak op blz. 6 van het advies van de commissie m.e.r.

4

Verwezen wordt naar de derde bullit in het tekstvak op blz. 6 van het advies van de commissie m.e.r.

5

De aangevulde geluidsrapportage is integraal opgenomen in bijlage 1 van deze aanvulling op het planMER

12/29

Kenmerk

3.3.2

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Luchtkwaliteit

In bijlage 6 van het planMER is het luchtkwaliteitsonderzoek integraal opgenomen. Het doel van dat onderzoek was primair om de worst case (i.c. het basisalternatief, inclusief alle autonome ontwikkelingen) te kunnen toetsen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit. Daartoe zijn alle stationaire bronnen op het bedrijventerrein gemodelleerd op basis van CBS-kentallen per m2. Ook de verkeersemissies in de uiteindelijke eind situatie zijn in het onderzoek meegenomen, gebruik makend van de verkeerscijfers uit het verkeersmodel van Goudappel Coffeng. De resultaten van de berekeningen worden integraal weergegeven in hoofdstuk 4 van bijlage 6 van het planMER. De daar gerapporteerde bronbijdrages bevatten dus het planeffect samen met autonome ontwikkelingen 6. De als worst case berekende jaargemiddelde waardes kunnen allemaal ruimschoots voldoen aan de grenswaardes. Het planeffect is niet separaat berekend maar het is duidelijk dat er wel sprake zal zijn van een toename van de luchtverontreiniging doordat er nieuwe emissiebronnen bij komen, met name in het basisalternatief. Het planeffect is weliswaar iets kleiner dan de gerapporteerde bronbijdrages, maar er is geen reden om de effectbepaling zoals die is weergegeven in tabel 7.4 van het MER aan te passen.

3.3.3 Stikstof berekeningen De gemeente Urk heeft twee verkeersmodellen aangeleverd ten behoeve van de geactualiseerde stikstofberekeningen 7. In het eerste model is de autonome situatie plus de volledige verkeersgeneratie van het plan verwerkt, het tweede model bevat de autonome situatie zonder uitvoering van het plan. Netto is het verschil dus de verkeersgeneratie ten gevolge van het plan. In paragraaf 5.3 van deze aanvulling op het MER worden de geactualiseerde rekenresultaten verder beschreven en op effecten gezet.

6

De berekende jaargemiddelden bestaan uit de lokale achtergrondwaardes met daarbij opgeteld de bronbijdrage.

7

De rapportage van de nieuwe AERIUS2020 berekeningen is integraal opgenomen in bijlage 2 van deze aanvulling

op het planMER.

13/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

4 Consistentie MER en bestemmingsplan In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opmerkingen van de commissie m.e.r. zoals verwoord in paragraaf 2.3 uit het toetsingsadvies. In eerste instantie wordt ingegaan op een drietal wijzigings/afwijkings regelingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen en waarvan de effecten niet volledig in het MER aan bod zijn gekomen. Daarna wordt kort de manier beschreven waarop met name de duurzaamheidsambities in de planregels zijn geborgd.

4.1

Maximale mogelijkheden in het plan

Bij bepalen van de effecten van het MER moet uitgegaan worden van de maximale mogelijkheden van het plan. Dat betekent dat activiteiten die via een wijziging/afwijkings regeling mogelijk zijn en tot belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen leiden, ook moeten worden meegenomen. De drie ontwikkelingen die in dit kader relevant zijn worden in deze paragraaf, in aanvulling op het planMER, beoordeeld op mogelijke aanvullende effecten. 4.1.1 Verandering van agrarisch gebruik naar bedrijventerrein In De Nota van uitgangspunten die mede ten grondslag heeft gelegen aan de NRD voor dit planMER werd nog uitgegaan van een plangebied dat direct rechtstreeks uitgeefbaar zou zijn ten behoeve van de functie “bedrijven”. Figuur 1.1 in het planMER geeft de begrenzing weer van het bruto uitgeefbaar plangebied. In de loop van de planstudie zijn de inzichten gewijzigd en is besloten om een klein deel van het plangebied niet rechtstreeks uitgeefbaar te laten zijn voor de functie “bedrijven”. Op dit deel van het plangebied rust in eerste instantie nog de (huidige) agrarische functie. Wel is er in het bestemmingsplan (in artikel 3.7) een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om ook dit deel uit te kunnen geven aan bedrijven.

De functie kaart uit het ontwerp exploitatieplan, hieronder opgenomen als figuur 4.1, laat zien om welk deel van het plangebied het gaat: de twee percelen in de zuid-oost hoek van het plangebied zijn nu nog niet uitgeefbaar. Deze wijzigingsbevoegdheid is niet voor alle aspecten meegenomen in de effectbeoordelingen uit het planMER. In de onderstaande matrix is aangegeven om welke aspecten het gaat. Tabel 4.1 Overzicht van de in het planMER betrokken effectbeoordelingen voor deze wijzigingsbevoegheid Wel meegenomen in het

Niet meegenomen maar verder

Niet meegenomen en wel

planMER

niet onderscheidend

relevant

Verkeer

Geur

Geluid

Luchtkwaliteit

Landschap

Gezondheid (via geluid)

Ecologie

Cultuurhistorie

Bodem en water

Archeologie Klimaat Externe Veiligheid Slagschaduw

14/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de tekortkoming in de effectbeoordeling van deze wijzigingsbevoegdheid zich met name manifesteert in het geluidsonderzoek. Doordat het industrielawaai dat afkomstig kan zijn uit de zuidoosthoek van het plangebied niet in het geluidsmodel is opgenomen is er in het planMER sprake van een zekere onderschatting van de milieugebruiksruimte van het plan. Daarom is het geluidsonderzoek aangepast. De aanpassingen zijn opgenomen in bijlage 1 van deze aanvulling op het planMER. Voor de aangepaste effectbeoordeling wordt verwezen naar paragraaf 5.1 van deze aanvulling op het planMER.

Figuur 4.1 Functiekaart van het Binnendijks bedrijventerrein Port of Urk (bron: ontwerp exploitatieplan)

15/29

Kenmerk

4.1.2

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Alsnog toestaan van een Bevi-bedrijf

De commissie m.e.r. merkt op dat het bestemmingsplan aan B&W de bevoegd toekent om de bestemming 'Bedrijventerrein' te wijzigen en een Bevi-inrichting toe te staan (planregel 6.9.5). Geadviseerd wordt om effecten van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt te onderzoeken, die effecten te beoordelen en na te gaan of het nodig is de wijzigingsbevoegdheid aan te passen dan wel (aanvullende) effectbeperkende maatregelen op te nemen. Zoals ook al opgemerkt in paragraaf 15.4.1 van het planMER kan alleen van deze wijzigingsbevoegd bedoeld in planregel 6.9.5 gebruik worden gemaakt als van te voren, middels een extern veiligheidsonderzoek, is aangetoond dat het externe veiligheidsrisico buiten de inrichtingsgrenzen niet toeneemt (planregel 6.9.5a). Door planregel 6.9.5a wordt adequaat geborgd dat de externe veiligheidsrisico’s niet toenemen. Deze regel voorkomt het optreden van (onaanvaardbare) risico’s. De wijzigingsbevoegdheid hoeft niet te worden aangepast, extra effect beperkende maatregelen zijn niet nodig, en de effectbeoordeling weergegeven in tabel 15.4 van het planMER hoeft niet te worden aangepast. 4.1.3 Zonnepanelen Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om zonnepanelen op maaiveld te plaatsen ter plaatse van een hiervoor specifiek aangegeven gebied binnen de bestemming agrarisch.

Voorwaarden hiervoor zijn een maximale bouwhoogte van 4 meter, het niet onevenredig schaden van bouw- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden en het niet onevenredig schaden van het straat- en bebouwingsbeeld. Hieronder wordt voor de relevante milieuthema’s een effectbeoordeling gedaan. Er is geen reden te veronderstellen dat er een verschil bestaat in de effecten voor de twee alternatieven. Woon-, werk-, en leefmilieu De zonnepanelen zijn vanuit de omgeving slechts beperkt zichtbaar vanwege de omkadering van het gebied met een groenstrook en de bomenrij langs de Zuidermeerweg. Zonnepanelen worden tegenwoordig ontwikkeld met anti-reflectieglas. Schittering en reflectie van zon door zonnepanelen vindt daardoor minimaal plaats. Het effect van zonnepanelen op woon-, werk-, en leefmilieu is daarmee neutraal. Ecologie Het plaatsen van zonnepanelen leidt niet tot aantasting van leefgebied voor beschermde soorten. Gezien de ligging van de zonnepanelen en de beperkte verstoring bij het plaatsen ervan wordt ook geen effect op NNN of Natura2000-gebied verwacht. De beoordeling voor het thema natuur is daarmee neutraal. Bodem en water Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater vrij kan infiltreren. Compensatie van verharding is daarom niet aan de orde en er zal geen verontreiniging plaatsvinden in het grondwater.

Voor het plaatsen van zonnepanelen zijn geen

16/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

grootschalige bodemingrepen benodigd waardoor grond zou moeten worden afgevoerd. Door het geringe gewicht van de bouwwerken kan worden volstaan met een fundering van beperkte omvang. De meest gangbare funderings-methode voor veld installaties zijn relatief dunne palen met een lengte van 1-2 meter. Bij eventuele ophoging wordt grond toegepast met de kwaliteit die geschikt is voor de agrarische functie. Daarnaast worden er geen ernstige verontreinigingen verwacht, gelet op het voormalig agrarisch gebruik. Er zal geen negatief effect zijn op de bodemkwaliteit of de waterhuishouding als gevolg van een zonneveld in het gebied. Het effect voor deze thema’s wordt als neutraal (0) beoordeeld. Landschap Het gebied waar zonnepanelen mogelijk worden gemaakt bevindt zich aan de rand van het bedrijventerrein. Aan de overzijde van het bedrijventerrein bevinden zich windmolens. Het plaatsen van zonnepanelen versterkt daarmee het duurzame karakter van het terrein. De zonnepanelen zullen niet het gehele maaiveld beslaan waardoor oppervlak onder de zonnepanelen nog gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld het laten grazen van schapen. Het perceel krijgt daarmee een multifunctioneel gebruik. In het stedenbouwkundig plan staat een groenstrook aan de randen van het bedrijventerrein.

De buitenzijden van het perceel voor de zonnepanelen worden dus landschappelijk omsloten waarmee de zonnepanelen zelf geen verstorend effect hebben op het omliggende open landschap. De transformatie van het open polderlandschap naar een bedrijventerrein is landschappelijk negatief beoordeeld. De mogelijkheden voor zonnepanelen binnen dit terrein worden landschappelijk neutraal beoordeeld.

Figuur 4.2 Archeologische advieskaart met in zwart het terrein waar zonnepanelen op maaiveld mogelijk worden gemaakt (bron: Econsultancy 2020)

17/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Archeologie In het terrein waar het bestemmingsplan zonnepanelen mogelijk maakt, ligt een archeologische vindplaats. Dit betreft een scheepswrak uit de 18e eeuw (zie figuur 4.2). In het archeologisch bureauonderzoek van Econsultancy wordt geadviseerd om het scheepswrak op te graven bij bodemingrepen dieper dan 30 cm rondom de vindplaats. Vanwege de benodigde bodemingrepen voor het plaatsen van zonnepanelen en bijbehorende kabels en leidingen is de kans groot dat deze vindplaats wordt aangetast. Het uitgangspunt van in-situ behoud uit het Verdrag van Valletta (1992) is daarmee niet haalbaar. Daarom wordt het plaatsen van zonnepanelen op deze plek vanuit archeologisch oogpunt negatief beoordeeld.

4.2

Borging van de duurzaamheidsambities

Het MER gaat uit van de aanplant van hoge bomen en wadi’s die bijdragen aan de score op klimaat, duurzaamheid, gezondheid, bodem en water. De in het planMER beschreven voorstellen voor de inrichting van het plangebied hebben de status van mogelijk te nemen maatregelen die invulling kunnen geven aan de duurzaamheidsambities. In de toelichting bij het bestemmingsplan zijn dergelijke maatregelen omschreven als ‘wenselijk’ of ‘worden toegejuicht’. De commissie m.e.r. is van oordeel dat de planregels het nemen van deze maatregelen niet, of in ieder geval onvoldoende zou borgen. Echter, in de planregels wordt veelvuldig verwezen naar de “Beleidsregel duurzaamheid Urk”. Deze beleidsregel moet in acht worden genomen door de gemeente bij het uitvoeren van de verschillende wijzigingsbevoegdheden die in het plan zijn voorzien. Daarnaast geld dat vergunningen voor bouwen en het uitvoeren van werken aan deze beleidsregel getoetst moeten worden. Daarmee is in voldoende mate geborgd dat er bij het in gebruik nemen van het plangebied het aspect duurzaamheid wordt meegenomen in de besluitvorming. De voorbeelden die in het MER genoemd worden kunnen worden gebruikt bij het toepassen van de duurzaamheidseisen die in de planregels zijn opgenomen, ondanks dat deze voorbeelden uit het MER niet zijn vertaald in harde concrete planvoorschriften.

18/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

5 Effectbeoordeling In dit hoofdstuk wordt voor een viertal aspecten de effectbeoordeling van het planMER uitgebreid, toegelicht dan wel heroverwogen. Daarmee wordt in gegaan op paragraaf 2.4 van het advies van de commissie m.e.r..

5.1

Geluid

In paragraaf 2.4.1 van het advies van de commissie m.e.r. wordt gewezen op een aantal tekortkomingen in de geluidsberekeningen die zijn weergegeven in het geluidsonderzoek van 16 oktober 2020 (opgenomen als bijlage 5 van het planMER). Mede naar aanleiding van het advies van de commissie m.e.r. is het geluidsonderzoek aangevuld. In deze paragraaf wordt in eerste instantie aangegeven welke aspecten zijn aangevuld. Daarna wordt beschreven hoe dit doorwerkt in de rekenresultaten. Ook wordt ingegaan op de resultaten van het aanvullend onderzoek naar de mogelijke maatregelen. Tot slot wordt geverifieerd of een en ander gevolgen heeft voor de beoordeling van de effecten. Hierbij wordt ook gekeken naar de indirecte gevolgen voor de gezondheid. 5.1.1 Aanvullingen In bijlage 1 van deze aanvulling op het planMER is de geactualiseerde versie van het geluidsonderzoek integraal opgenomen. Deze versie vervangt de eerdere rapportage uit oktober 2020 die hiermee komt te vervallen. De aanvullingen hebben betrekking op de volgende aspecten: • Bij het bepalen van de gevelbelasting met industrielawaai is nu het totale plangebied in het

•

model opgenomen, ook de twee zuid oostelijke percelen waar de wijzigingsbevoegdheid geldt die is beschreven in paragraaf 4.1.1 van deze aanvulling Bij het bepalen van de cumulatieve geluidsbelasting is de hierboven benoemde

•

wijzigingsbevoegdheid ook meegenomen, net als het geluid dat, in de autonome ontwikkelingen, is te verwachten vanuit de MSNF Een studie naar het effect en de haalbaarheid van diverse geluidsreducerende maatregelen is tot slot ook onderdeel van de aanvullingen op het geluidsonderzoek

5.1.2

Berekende gevelbelasting met industrielawaai

De resultaten van de industrielawaai berekeningen staan weergegeven in tabel 5.1 van de geluidsrapportages. Berekend is dat, met in acht neming van de aanvullingen, er sprake is van een marginaal hogere geluidsbelasting op de zuidgevels van de vier woningen aan de Domineesweg. De extra geluidsbelasting vanuit het te realiseren binnendijks bedrijventerrein ligt in alle gevallen in de orde grote van 0,1dB. Een dergelijk verschil is zeker niet waarneembaar met het menselijk gehoor. Het planeffect blijft op alle gevels gelijk.

19/29

Kenmerk

5.1.3

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Berekende cumulatieve geluidsbelasting Lcum

Figuur 5.4 geeft in beide rapportages de autonome ontwikkeling weer van de belangrijkste geluidsbronnen die in de huidige situatie al zijn gerealiseerd: • Industrie op de Zwolse hoek • •

Windturbines langs het IJsselmeer Het bijbehorende wegverkeer

In figuur 5.3 van het aangevulde geluidsonderzoek zijn daar de volgende bronnen van industrielawaai aan toegevoegd: • Het deel van het plangebied waarop rechtstreeks de bestemming bedrijventerrein rust • •

Het deel van het plangebied met de wijzigingsbevoegdheid bedrijventerrein De MSNF

Tabel 5.4 van het aangevulde geluidsonderzoek laat het volgende zien: • In de berekening van de cumulatieve geluidsbelasting neemt het industrielawaai toe met 1-2 dB ten opzichte van de berekeningen uit oktober 2020 • •

Het wegverkeerslawaai blijft verreweg de dominante geluidsbron De berekende cumulatieve geluidsbelasting blijft op al deze vier huizen langs de Domineesweg 64 dB in de plansituatie

Het planeffect blijft op alle vier de huizen dus gelijk aan de eerdere rekenresultaten. 5.1.4

Onderzoek naar de mogelijke maatregelen

Een drietal geluid reducerende maatregelen zijn onderzocht. Hieronder worden de resultaten van dit aanvullend onderzoek besproken. Geluidsschermen Schermen zijn effectief waar een hoge geluidreductie gehaald moet worden. Echter brengt het plaatsen van een geluidscherm hoge kosten met zich mee. Omdat een geluidscherm zal worden geplaatst voor een beperkt aantal woningen, in relatie tot de hoge investering die voor de maatregel nodig is, is een maatregel in de vorm van een overdrachtsmaatregel niet doelmatig. Lagere maximale snelheid De rekenresultaten van deze maatregel staan weergegeven in tabel 5.5 8 van het aangevulde geluidsonderzoek. Duidelijk is dat het verlagen van de maximum rijsnelheid van 70 naar 50 km/uur niet zorgt voor een verlaging in de cumulatieve geluidbelasting. Er zal, ook als een dergelijke maatregel wordt getroffen, in de plansituatie nog steeds een lichte stijging zijn in de cumulatieve geluidbelasting op de vier woningen langs de Domineesweg.

8

NB: in het aangevulde geluidsonderzoek wordt per abuis verwezen naar tabel 5.6. Dat moet zijn tabel 5.5.

20/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Stiller wegdek De rekenresultaten van deze maatregel staan weergegeven in tabel 5.6 van het aangevulde geluidsonderzoek. Uit die resultaten blijkt dat een stiller wegdek zorgt voor een afname in de geluidbelasting op de woningen van ongeveer 1 dB. Deze afname zorgt ervoor dat de cumulatieve geluidbelasting op de woningen gelijk blijft of in sommige gevallen licht verbeterd ten opzichte van de autonome situatie. De berekende verschillen zijn echter niet waarneembaar voor het menselijk gehoor. 5.1.5 Effectbeoordelingen voor geluidshinder In het planMER wordt het effect op de industrielawaai belasting op de gevels van de vier huizen langs de Domineesweg samengevat in tabel 6.2. De beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting wordt samengevat in tabel 6.5. Op basis van de hier boven samen gevatte resultaten van de aangevulde geluidsberekeningen geldt dat de in het planMER weergegeven effecten nu niet anders uitpakken. De effecten zijn nu wel beter onderbouwd. 5.1.6

Effect voor de gezondheid

In het planMER wordt het effect op gezondheid vanwege geluidhinder (Lcum) samengevat in tabel 9.1. Deze beoordeling hoeft niet te worden aangepast. De effecten zijn nu wel beter onderbouwd.

5.2

Waterkwantiteit

In paragraaf 2.4.2 van haar advies verwijst de commissie m.e.r. naar het Rapport Waterhuishouding Port of Urk. In het vooroverleg met het waterschap is een dergelijke rapportage aan de orde geweest. Overeengekomen is echter dat deze rapportage zal worden opgesteld in een later stadium, ten behoeve van de uitvoeringsfase. In haar advies merkt de commissie onder andere op dat het niet duidelijk is waarom aan het duurzaam alternatief een licht positief effect is toegekend voor dit toetsingscriterium. Het is weliswaar correct dat er in het duurzaam alternatief ook sprake is van een toename van het verhard oppervlak. Echter, de aanleg van wadi’s zorgt er voor dat de regen in het gebied beter kan worden vastgehouden en niet, zoals in de huidige waterhuishouding het geval is, vrijwel direct wordt afgevoerd.

5.3

Stikstofdepositie

In het planMER zijn de stikstof berekeningen uitgevoerd met een ondertussen verouderde versie van AERIUS. Daarom zijn deze berekeningen, in het kader van deze aanvulling op het planMER, geactualiseerd. Deels voortkomend uit de veranderingen in het AERIUS model zijn de berekeningen ook uitgebreid. In deze geactualiseerde versie zijn beide alternatieven in AERIUS doorgerekend waardoor de (verschillen tussen de) effecten nog beter inzichtelijk zijn geworden. Om effecten als gevolg van stikstofdepositie te bepalen is een berekening gemaakt met AERIUS2020 (opgenomen als bijlage 2). Voor het bouwrijp maken van het terrein en de aanleg van bebouwing wordt stikstof uitgestoten. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie (i.c. het huidig agrarisch gebruik) is de stikstofdepositie ten gevolge van deze

21/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

werkzaamheden maximaal 0,00 mol/ha/jaar op alle relevante habitats in Natura 2000-gebieden. Voor de aanlegfase geldt hierbij dat effecten zijn uitgesloten indien deze verspreid over drie jaar wordt uitgevoerd. De fasering van de aanlegwerkzaamheden is verder uitgewerkt in bijlage 2 (paragraaf 3.2.1). Tijdens het gebruik van het bedrijventerrein wordt ook uitstoot van stikstof voorzien. Vanwege de geplande invulling van het bedrijventerrein vanaf 2022 wordt uitgegaan van gebruik van werktuigen die minimaal als bouwjaar 2014 hebben, ofwel emissieklasse STAGE IV. De AERIUSberekening voor de gebruiksfase wijst uit dat er voor het basis alternatief sprake is van een maximale stikstofdepositie van 0,33 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en kleinere effecten op 125 andere gebieden. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze emissies maximaal 0,30 mol/ha/jaar op Weerribben en kleinere bijdragen op de andere 125 Natura 2000-gebieden. Bij het duurzame alternatief (zonder aansluiting op gas) wordt een maximale stikstofdepositie berekend van 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en soortgelijke effecten op 3 andere gebieden.

Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze emissies maximaal 0,00 mol/ha/jaar op alle relevante habitats in Natura 2000-gebieden. Het duurzame alternatief heeft dus geen invloed op Natura2000-gebied en wordt daarom neutraal beoordeeld (0). In het basisalternatief wordt uitgegaan van een bedrijventerrein aangesloten op gas. Dit leidt tot verbrandingsemissies van stikstofoxiden en ammoniak die bij zullen dragen aan de verzuring en eutrofiering van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde gebieden. Omdat de overige significante effecten (licht, geluid, verstoring etc.) uitgesloten zijn, wordt het basisalternatief vanwege de stikstofdepositie negatief beoordeeld (-) op het ecologisch toetsingscriterium N2000. Opgemerkt wordt dat de beoordeling van de effecten per saldo gelijk is aan de beoordeling in tabel 10.6 van het planMER. De beoordeling is nu wel geactualiseerd en beter onderbouwd.

5.4

Archeologie

Deze paragraaf gaat in op paragraaf 2.4.4 van het advies van de commissie m.e.r. en beschrijft hoe, op welke wijze en wanneer in het proces in situ behoud van archeologische waarden vormgegeven wordt. In het plangebied bevinden zich enkele archeologische vindplaatsen en terreinen met hoge archeologische verwachting. Vanwege het aanbrengen van funderingen voor nieuwe gebouwen en de aanleg van wegen, waterpartijen, kabels en leidingen wordt de bodem plaatselijk tot 1 meter geroerd. In-situ behoud van archeologische waarden wordt daarmee bedreigt. In situ-behoud kan worden geborgd door planaanpassing of technische maatregelen. Bij planaanpassing wordt op de betreffende plek de bodem niet geroerd door bijvoorbeeld op een andere plek te bouwen of een andere manier van fundering te kiezen. Technische maatregelen zijn bijvoorbeeld een verhoogde

22/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

begane grond, een aangepaste funderingstechniek of niet onderkelderen 9. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd voorafgaand aan de ontwikkeling van het terrein de vindplaats nader te onderzoeken door middel van een waarderend proefsleuvenonderzoek met doorstart naar opgraving 10. Soms is het niet mogelijk om archeologisch vooronderzoek te doen, bijvoorbeeld doordat dat logistiek te lastig is. Dan kan een archeologische begeleiding van de aanlegwerkzaamheden een oplossing zijn. Ook kan archeologische begeleiding een oplossing zijn als een opgraving een erg zwaar onderzoek is voor de verwachte resten. Een archeoloog begeleidt dan een aannemer in goed overleg bij graafwerkzaamheden. Stuiten zij op archeologische resten, dan moet de aannemer het werk stilleggen. De archeoloog documenteert de resten, of verwijdert ze. Daarna kan de aannemer weer aan het werk. Voor zowel proefsleuvenonderzoek, opgraving als een archeologische begeleiding is een Programma van Eisen nodig die wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente Urk).

9

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed 2020. Beschikbaar via:

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/archeologische-monumentenzorg/in-situ-beschermen 10

Econsultancy 2020, Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk

rapportnummer 11053.001

23/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

6 Zienswijze van de provincie Provincie Flevoland heeft gereageerd op het bestemmingsplan en MER. De punten die relevant zijn voor het MER worden hieronder besproken.

6.1

Vleermuizen

De provincie noemt de essentiële vliegroute van vleermuizen langs de dijk. Ter bescherming van vleermuizen zijn het bestemmingsplan regels opgenomen voor een donkere corridor langs de dijk zodat vleermuizen deze route kunnen blijven gebruiken.

6.2

Gebruikte data voor de analyse van de beschermde soorten

In de natuurtoets is bij het onderdeel soortenbescherming data gebruikt van de Nederlandse Databank Flora&Fauna (NDFF). Provincie Flevoland attendeert op de data van Rijkswaterstaat over tellingen van watervogels in het IJsselmeergebied die specifieker zijn. Deze data zijn echter gedateerd (2016-2017) in vergelijking met de recente data van de NDFF. Dit geldt voor zowel de tellingen van watervogels in Nederland, als voor de specifieke broedvogeltellingen. Daarnaast zijn deze telgegevens globaal weergegeven, waardoor de situatie in en nabij het plangebied onduidelijk is. Over het algemeen ontbreken tellingen en trends voor het plangebied, of zijn er slechts tellingen beschikbaar voor het volledige IJsselmeergebied. Deze data leiden dan ook niet tot andere uitkomsten in de natuurtoets.

6.3

Provinciaal beleid van vrijgestelde soorten

In januari wijzigt het provinciale beleid van vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. De kleine marterachtigen gaan dan van de lijst af van vrijgestelde soorten. Ook wijzigt de lijst van vogels met een jaarrond beschermd nest. Deze wijzigingen zijn vergeleken met de uitkomsten van de huidige natuurtoets. Dit heeft geen gevolgen voor de uitkomsten van het onderzoek. Boommarter en steenmarters zijn in het plangebied niet uitgesloten, daarom is nader onderzoek aanbevolen. Bunzing, wezel en hermelijn kunnen op dezelfde manier en in dezelfde periode worden onderzocht. Het enige verschil is dat bij kleine marterachtigen andere cameravallen worden gebruikt. De consequenties voor de uitvoering moeten blijken na het gerichte onderzoek. De wijziging in de lijst van vogels met een jaarrond beschermd nest heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Voor zowel nesten in bomen als in gebouwen wordt nader onderzoek aanbevolen. Voor de nesten in bomen moet er een nestencheck uitgevoerd worden in het najaar en voor de nesten in gebouwen moet onderzoek uitgevoerd worden in de per soort geschikte periode. De wijziging van de lijst heeft dus geen gevolgen voor het bestemmingsplan. Bij het nader onderzoek wordt gekeken naar het dan geldende beschermingsregime voor vogels.

6.4

AERIUS2020

De AERIUS-berekening is inmiddels geupdate in AERIUS2020. Ook hieruit blijkt voor het duurzame alternatief geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het stikstofrapport is ter controle naar de stikstofafdeling van de provincie gestuurd.

24/29

Kenmerk

6.5

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Archeologie

Voor het onderdeel archeologie werden in het MER twee aardkundig waardevolle terreinen genoemd. Deze duiden de ouderdom van het ondergrondse landschap. In praktijk heeft Flevoland meer aardkundig waardevolle terreinen maar in het MER zijn alleen de dichtstbijzijnde genoemd. Het binnendijks bedrijventerrein heeft geen invloed op deze aardkundig waardevolle gebieden.

6.6

Conclusies

De door de provincie ingebrachte zienswijzen op het planMER zijn hierboven besproken. Het is gebleken dat de ingebrachte zienswijzen geen gevolgen hebben voor de effect beoordelingen, en dus ook niet op de besluitvorming van de gemeente.

25/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

7 Conclusies en samenvatting Op basis van het toetsingsadvies dat op 11 januari 2021 is uitgebracht over het planMER in het kader van het bestemmingsplan Port of Urk – binnendijks bedrijventerrein van 21 oktober 2020, is het MER aangevuld. Daarbij is rekening gehouden met de aspecten die de Commissie m.e.r. heeft benoemd in haar advies. Ook is in deze aanvulling ingegaan op de door de provincie ingediende zienswijze voor zover deze betrekking heeft op het planMER.

7.1

Samenvatting op hoofdlijnen

In deze rapportage is op beschrijvende wijze, en daar waar nodig gekwantificeerd onderbouwd, ingegaan op de door de commissie geïdentificeerde aspecten waarover in het MER onvoldoende informatie bevatte om een weloverwogen besluit over het bestemmingsplan te kunnen nemen. Op basis van deze aanvullingen luidt de conclusie dat de bevindingen zoals die in het MER zijn gedocumenteerd vrijwel volledig in stand blijven met uitzondering van de effectbeoordeling van de benodigde akoestische gebruiksruimte. Bovendien is, aanvullend op het planMER, het effect van eventueel te plaatsen zonnepanelen beschreven. Door het planMER van 21 oktober 2020 te lezen in samenhang met deze rapportage zijn de bevindingen aangepast, aangescherpt en ook beter onderbouwd.

7.2

Locatie keuze en behoefte

In de aanloop naar het tot stand komen van de gemeentelijke structuurvisie in 2014 waren er, geografisch gezien, drie zoekrichtingen: ten noorden, ten oosten en ten zuiden van Urk. Om de potentiële synergie met de MSNF niet al bij voorbaat uit te sluiten was de oostelijke zoekrichting toen al niet meer in beeld. Gekozen is destijds voor de zuidelijke zoekrichting. Een globale analyse laat zien dat deze zoekrichting op alle aspecten beter is dan een noordelijke zoekrichting. Getailleerd onderzoek heeft laten zien dat, ook zonder de MSNF, er voldoende behoefte bestaat naar een bedrijventerrein van de voorgestelde omvang. Zonder de MSNF zal het naar verwachting iets langer duren maar er is geen reden te veronderstellen dat (na 2040) het plangebied volledig als bedrijventerrein in gebruik genomen zal zijn.

7.3

Geluid

De geluidsberekeningen zijn aangevuld zodat nu het maximale effect van de planontwikkeling beter berekend is. Ook de effecten op de cumulatieve geluidsbelasting zijn aangevuld. De aangevulde berekeningen verschillen echter slechts in de marge van de oorspronkelijke berekeningen: de verschillen in de effecten zijn voor het menselijk gehoor niet waar te nemen. Ook de doorgerekende maatregelen lever geen hoorbare verbeteringen op.

26/29

Kenmerk

7.4

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Zonnepanelen

De effecten van het plaatsen van zonnepanelen zijn, als aanvulling op het planMER, alsnog beoordeeld. Behalve voor een licht negatief effect vanwege de aanwezigheid van een scheepswrak in dit deel van het plangebied worden er geen effecten verwacht op de criteria die van toepassing zijn bij het beoordelen van de mogelijke effecten van het realiseren van een dergelijke zonnepark.

7.5

AERIUS2020

De eerder uitgevoerde AERIUS berekeningen zijn geactualiseerd en uitgebreid. De berekeningen laten zien dan het duurzaam alternatief, na salderen met het agrarisch gebruik vanuit de referentie situatie van het plangebied, geen toename laat zien van de depositie op de Natura2000 gebieden in de omgeving.

7.6

Duurzaamheid

Aangetoond is dat door de planregels in voldoende mate geborgd wordt dat er bij het in gebruik nemen van het plangebied het aspect duurzaamheid wordt meegenomen in de besluitvorming. De voorbeeld maatregelen die in het MER genoemd worden kunnen worden gebruikt bij het toepassen van de duurzaamheidseisen die in de planregels zijn opgenomen, ondanks dat deze voorbeelden uit het MER niet zijn vertaald in harde concrete planvoorschriften.

7.7

Geconsolideerde effecten tabel

In het planMER is een samenvattende tabel opgenomen met daarin de milieueffectbeoordeling van de twee alternatieven. Op basis van de aanvullingen op het MER zijn de effectbeoordelingen op hoofdlijnen niet veranderd. In de onderstaande tabel is overzichtelijk weergegeven wat er is veranderd ten opzichte van de effectbeoordelingen uit het planMER, dan wel wat er is aangevuld in de onderbouwing van de effecten. Tabel 7.1 Samenvattende tabel van de milieueffectbeoordeling Toetsingscriterium

Verkeer

Duurzaam

Veranderingen t.o.v. het

alternatief

planMER

--

--

Aanvullend onderbouwd

Bereikbaarheid

--

--

Geen veranderingen

Verkeersveiligheid

-

-

Geen veranderingen

Gevelbelasting door

--

--

Herberekend en beter

Verkeersaantrekkende

Basisalternatief

werking

Geluid

industrielawaai Gevelbelasting door

onderbouwd -

-

Geen veranderingen

wegverkeerslawaai Cumulatieve geluidsbelasting

0

0

Herberekend en beter onderbouwd

27/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Toetsingscriterium

Luchtkwaliteit

Basisalternatief

Duurzaam

Veranderingen t.o.v. het

alternatief

planMER

Zeer fijn- en fijnstof

-

0

Aanvullend toegelicht

Stikstofdioxide (NO2)

-

-

Aanvullend toegelicht

Geur

Aantal geurgehinderden

0

0

Geen veranderingen

Gezondheid

Cumulatief geluid

-

-

Beter onderbouwd obv nieuwe berekeningen

Luchtverontreiniging

0

0

Geen veranderingen

Hinderbeleving externe

0

0

Geen veranderingen

Lichthinder

-

-

Geen veranderingen

Groen

0

+

Analyse v.d. borging in

veiligheid

het bestemmingsplan 11 Natuur

Beschermde soorten

-

-

Door de provincie aanvullende analyse

NNN

0

0

Geen veranderingen

N2000 gebieden

-

0

Geactualiseerd en beter onderbouwd

Landschap en

Landschappelijke

ruimtelijke

waarden

-

-

Geen veranderingen

-

0

Geen veranderingen

-

-

Geen veranderingen

Archeologische waarden

-

-

Extra onderbouwing, m.n.

Bodemkwaliteit

0

0

kwaliteit Gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorische waarden

bij de zonnepanelen Bodem en

Geen veranderingen

water

11 11

Dit positief effect op de gezondheid wordt aan het duurzaam alternatief toegekend doordat het planten ven hoge

bomen de gezondheid(s beleving) kunnen verbeteren. Deze maatregel is weliswaar beschreven in de toelichting op het plan maar is niet expliciet geborgd in de planregels.

28/29

Kenmerk

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Toetsingscriterium

Basisalternatief

Duurzaam

Veranderingen t.o.v. het

alternatief

planMER

Bodemopbouw

0

0

Geen veranderingen

Waterkwaliteit

0

0

Geen veranderingen

Waterkwantiteit

0

+

Analyse v.d. borging in het bestemmingsplan 12

Waterveiligheid

0

0

Geen veranderingen

Klimaat en

Duurzaam

--

+

Geen veranderingen

duurzaamheid

energieverbruik -

+

Geen veranderingen

Externe veiligheid

0

0

Extra onderbouwing

Slagschaduw

-

-

Geen veranderingen

Hittestress en wateroverlast Overige aspecten

12

Dit positief effect op de waterkwantiteit wordt aan het duurzaam alternatief toegekend doordat de aanleg van

wadi’s de waterhuishouding kunnen verbeteren. Deze maatregel is weliswaar beschreven in de toelichting op het plan maar is niet expliciet geborgd in de planregels.

29/29

Kenmerk

Bijlage 1

R003-1271717LBE-V01-mdg-NL

Aangepast geluidsonderzoek

Akoestisch onderzoek Port of Urk binnendijks bedrijventerrein

projectnummer 0466246 definitief 8 januari 2021

Akoestisch onderzoek Port of Urk binnendijks bedrijventerrein

projectnummer 0466246 definitief revisie 04 8 januari 2021

Auteurs B.Bruijnen

Opdrachtgever Gemeente Urk Singel 9 8321 GT URK

datum vrijgave 8-1-2021

beschrijving revisie 04 definitief

goedkeuring M.J. Reinders

vrijgave M.A.W.A. van de Klundert

Inhoud

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Situatie Voornemen Doel Leeswijzer

1 1 2 3 3

2

Uitgangspunten en juridisch kader industrielawaai

4

2.1 2.1.1 2.2 2.3

Juridisch kader Woon- en leefklimaat Bepaling geluidsituatie Rekenmethode

4 4 4 6

3

Uitgangspunten en juridisch kader wegverkeerslawaai

7

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.3

Juridisch kader Wet geluidhinder Nieuwe situaties Gewijzigde situaties (reconstructie) Rekenmethode Invoergegevens geluidrekenmodel

7 7 8 8 9 10

4

Cumulatie

11

5

Rekenresultaten

13

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1

Rekenresultaten industrielawaai op bestaande woningen Rekenresultaten wegverkeerlawaai Nieuwe aangelegde wegen Indirecte hinder Rekenresultaten wegverkeerslawaai gewijzigde situatie Rekenresultaten cumulatieve geluidbelasting Mogelijke geluidmaatregelen

13 14 15 16 17 18 20

Samenvatting en conclusie

22

5.4 5.5

22 23

Wet geluidhinder Wet ruimtelijke ordening

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten industrielawaai Rekenresultaten wegverkeerslawaai Rekenresultaten windturbinelawaai

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=ef8acbfb-3304-4369-a3d4-1bf5d2734cfc