CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 14 Onderzoek stikstofdepositie.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein15.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Binnendijks bedrijventerrein - onderzoek stikstofdepositie 8 januari 2021

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Verantwoording Titel

Binnendijks bedrijventerrein - onderzoek stikstofdepositie

Opdrachtgever

Gemeente Urk

Projectleider

Albert Brouwer

Auteur(s)

Albert Brouwer

Tweede lezer

Josien Wolterink

Projectnummer

1278514

Aantal pagina’s

17

Datum

8 januari 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Opzet onderzoek ....................................................................................................................... 7

3

Berekeningen emissies ............................................................................................................. 8 3.1

Referentiesituatie ............................................................................................................... 8

3.2

Aanlegfase ......................................................................................................................... 8

3.2.1

Fasering ...................................................................................................................... 9

3.2.2

Emissies bij grondverzet ............................................................................................. 9

3.2.3

Emissies bij bebouwing ............................................................................................. 10

3.2.4

Emissies totaal aanlegfase ....................................................................................... 10

3.3

4

5

Gebruiksfase .................................................................................................................... 11

3.3.1

Scenario 1: standaardvariant .................................................................................... 11

3.3.2

Scenario 2: duurzame variant ................................................................................... 12

Modellering .............................................................................................................................. 14 4.1

Mobiele werktuigen .......................................................................................................... 14

4.2

Verkeersgeneratie ............................................................................................................ 14

4.3

Gebouwen ........................................................................................................................ 14

Conclusie ................................................................................................................................. 16 5.1

Referentiesituatie ............................................................................................................. 16

5.2

Aanlegfase ....................................................................................................................... 16

5.3

Gebruiksfase .................................................................................................................... 16

5.4

Aanlegfase tegelijkertijd met de gebruiksfase .................................................................. 17

5.5

Conclusie ......................................................................................................................... 17

Bijlage 1

Wettelijk kader

Bijlage 2

AERIUS aanlegfase

Bijlage 3

AERIUS gebruiksfase standaardvariant

Bijlage 4

AERIUS gebruiksfase duurzame variant

Bijlage 5

AERIUS aanleg en gebruiksfase tegelijkertijd

3/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

1 Inleiding De gemeente Urk is voornemens een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelen, het Binnendijks Bedrijventerrein. Het gebied bestaat momenteel uit akkerbouw met teelt op volle grond, enkele erven en een braakliggend terrein, waar voorheen een boerderij aanwezig was. Het gebied wordt in het oosten begrensd door de Monnikenweg en de Zuidermeerweg, en in het noorden door de Domineesweg (N352). Ten westen van het plangebied ligt het IJsselmeer. Figuur 1.1 toont de ligging van het plangebied.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied

Figuur 1.2 geeft de beoogde ontwikkeling weer van het binnendijks bedrijventerrein. Het binnendijks bedrijventerrein bestaat deels uit bedrijven tot hoogstens milieucategorie 4.2, waarvan in beperkte mate kantoren, perifere detailhandel en een truckparkeerplaats met bijbehorende voorzieningen. Daarnaast worden bedrijven in een hogere milieucategorie (tot en met 5.3) toegestaan, mits deze behoren tot de maritieme sector of het visserijcluster.

4/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Voor bedrijven binnen het visserijcluster en de maritieme sector zijn de volgende vijf doelgroepen geïdentificeerd: Bijlage 1 Visverwerking en –handel Bijlage 2 Koel-/verslogistiek Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Maritieme toeleveranciers in de eerste lijn Fysieke maritieme dienstverlening Gespecialiseerde zakelijke diensten maritieme sector. Deze bedrijven zijn of vis gerelateerd, of zijn bedrijven uit het maritieme cluster, of zijn bestaande of nieuwe bedrijven afkomstig van Urk. Het is nog niet bekend om hoeveel bedrijven het gaat.

Figuur 1.2 Beoogde ontwikkeling van het plangebied

Naast bedrijvigheid zal er op het binnendijks bedrijventerrein (in beperkte mate) ook ruimte zijn voor de functies kantoren, perifere detailhandel en een truckparkeerplaats met bijbehorende voorzieningen.

5/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Bij het vaststellen van (bestemmings)plannen dient onderzoek plaats te vinden of het vaststellen van het plan geen significante effecten kan hebben op beschermde natuurgebieden. Eén aspect dat onderzocht dient te worden, is de stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden. De meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitats bevinden zich in het Natura 2000-gebied Rijntakken, op 15 kilometer van het plangebied. Figuur 1.2 geeft een weergave van de planlocatie ten opzichte van relevante natuurgebieden.

Figuur 1.3 Ligging van het plangebied ten opzichte van stikstofgevoelige natuurgebied. Natura 2000-gebieden zijn blauw en groen gekleurd. De stikstofgevoelige habitats binnen die gebieden zijn paars gekleurd

Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitat ligt in het Natura 2000-gebied Rijntakken, bij de monding van de IJssel. Dit is op een afstand van 14,3 kilometer van het plangebied.

6/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

2 Opzet onderzoek Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2020. In de berekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante bronnen meegenomen. De ontwikkeling en het gebruik van het bedrijventerrein trekt meerdere verschillende typen emissiebronnen van stikstofverbindingen aan: • Verkeer van personen en vracht • •

Mobiele werktuigen bij zowel de aanleg als het gebruik van het terrein Stationaire emissiebronnen, zoals stookinstallaties

Er zijn in dit onderzoek meerdere berekeningen uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het plan op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen: • Berekeningen stikstofdepositiebijdrage in de referentiesituatie

• •

Berekeningen stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de aanlegfase (meerdere berekeningen, want meerdere zichtjaren) Berekening stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de beoogde situatie (gebruiksfase). Voor

•

de gebruiksfase worden twee scenario’s verwerkt, namelijk een ‘standaardvariant’ en een ‘duurzame’ variant Verschilberekening van de stikstofdepositie tussen de voorgenoemde situaties en de referentiesituatie

De referentiesituatie voor plannen is de feitelijk bestaande, planologisch legale situatie ten tijde van de (beoogde) vaststelling van het plan. In de situatie van het plan Binnendijks Bedrijventerrein wordt de grond momenteel agrarisch gebruikt voor akkerbouw. Hieruit komen emissies van NH3 voort vanwege de bemesting van het land.

7/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

3 Berekeningen emissies In de berekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen de aanlegfase en de gebruiksfase; beide fasen worden separaat doorgerekend. Voor de gebruiksfase worden twee scenario’s verwerkt, namelijk een ‘standaardvariant’ en een ‘duurzame’ variant. Tevens wordt de referentiesituatie beschouwd. Eerst wordt bepaald of er sprake is van stikstofemissies in de referentiesituatie, als dit zo blijkt te zijn dan wordt ook hier een berekening van gemaakt.

3.1

Referentiesituatie

Het terrein waar het bedrijventerrein zal worden gerealiseerd, wordt op dit moment gebruikt als bouwland dat bemest wordt. Dit geeft emissies van ammoniak, welke gebruikt kunnen worden om de stikstofemissies ten gevolge van het bedrijventerrein mee te salderen. Het oppervlak van de ontwikkeling is in totaal 99,7 hectare. Niet al dit oppervlak wordt al bij de start van de grondbewerking (in 2022) uit agrarisch gebruik gehaald. Bij de start van de uitvoering zal 20,6 hectare grond uit gebruik genomen worden voor de agrarische doeleinden. De hoeveelheid NH3-emissies van bemeste grond is afgeleid van door het RIVM beschikbaar gestelde INITIATOR-data die door BIJ12 wordt aanbevolen 1. Het betreft een gemiddelde emissie die is gebaseerd op de specifieke agrarische regio 2. Voor de regio Noordoostpolder betreft dit 27,38 kg NH3 per hectare. De emissies van ammoniak ten gevolge van de bemesting bedragen in totaal 27,38 x 20,6 = 564 kg NH3/jaar. Niet al het bouwland wordt bij het vaststellen van het plan al uit agrarisch gebruik genomen. Voor fase 1 van de werkzaamheden zal in de loop van 2022 een aantal van 20,6 hectare bouwland uit gebruik worden genomen. In de AERIUS-berekeningen voor het bedrijventerrein is gerekend met deze 20,6 hectare.

De stikstofreductie van het uit gebruik nemen van de overige 79,1 hectare mag immers pas worden gebruikt ter saldering als de grond ook daadwerkelijk uit agrarisch gebruik wordt genomen, niet eerder. Om deze reden is in de AERIUS-berekeningen rekening gehouden met een NH3-emissie van 20,6 x 27,38 = 564 kg NH3/jaar. Als de realisatie van het plan verder vordert, zal hier nog een saldo van 79,1 x 27,38 = 2.165,8 kg NH3/jaar bij komen, maar dit is in AERIUS niet meegenomen. Zodoende kan de AERIUS-berekening gezien worden als (sterk) worst-case, zeker als de invulling van het plan zover vordert dan ook de resterende 79,1 hectare bouwland uit agrarisch gebruik wordt genomen.

3.2

Aanlegfase

Het plan Binnendijks Bedrijventerrein biedt ruimte aan diverse ontwikkelingen. Emissies van stikstof kunnen verwacht worden bij de verbranding van brandstoffen door mobiele werktuigen en vrachtwagens die ingezet worden bij de aanleg.

1 2

Zie vraag/antwoord 30 onder ‘salderen’, https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/veelgestelde-vragen/ Zie de link voor de achtergrond van deze data: https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#11/52.6889/5.6992

8/17

Kenmerk

3.2.1

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Fasering

De aanleg van het terrein beslaat twee decennia. Voor het berekenen van stikstofdepositie is de jaargemiddelde uitstoot relevant, en dan weer het jaar met de hoogste impact op Natura 2000-gebieden. Daarom is het relevant om het jaar te vinden met de hoogste uitstoot van stikstofverbindingen, want dit is het jaar dat maatgevend is voor de gehele aanlegfase. De start is beoogd voor het jaar 2022, dit loopt door tot 2040. Er zijn drie fasen te onderscheiden: 1. Voorbelasten en bouwrijp maken fase 1: 43 hectare (2022, 2023); a.

2. 3.

Vanaf 2023 start de bebouwing van het terrein, als de eerste stukken bouwrijp zijn gemaakt. Hiervoor wordt gerekend met een bouwsnelheid van 3,4 hectare per jaar voor de periode 2023 – 2032, en 2,85 hectare per jaar voor de periode 2033 – 2040

Voorbelasten en bouwrijp maken fase 2: 24 hectare (?, maar na 2023) Voorbelasten en bouwrijp maken fase 3: 33 hectare (?, maar na 2023)

3.2.2 Emissies bij grondverzet De gemeente Urk heeft informatie verschaft over de gebruikte machinerie voor het bouwrijp maken van de gronden voor de Zeeheldenwijk 3. Deze werkzaamheden lijken sterk op hetgeen gaat gebeuren bij de gronden van het Binnendijks bedrijventerrein. Een belangrijk verschil is dat het benodigde zand voor het binnendijks bedrijventerrein reeds is aangeleverd in de werkzaamheden voor de Zeeheldenwijk. Dat betekent dat de sleephopperzuiger niet nodig is voor de werkzaamheden van het Binnendijks bedrijventerrein. De inschatting van stikstofemissies bij het grondverzet, bouwrijp en woonrijp maken van de Zeeheldenwijk is 1.253 kg NOx en 3,7 kg NH3 in het meest intensieve jaar (2021). Daarbij wordt 47,5 hectare grond bewerkt. Dat geeft een uitstoot van 1.253 / 47,5 = 26,4 kg NOx per hectare en 3,7 / 47,5 = 0,08 kg NH3 per hectare. Als we deze cijfers toepassen op de werkzaamheden voor het Binnendijks bedrijventerrein is de verwachte emissie van NOx: 43 x 26,4 =1.135 kg/jaar en voor NH3 geldt 43 x 0,08 = 3,44 kg/jaar. Daarbij is, net als bij de Zeeheldenwijk, de voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van moderne werktuigen van minimaal emissieklasse STAGE IV, ofwel bouwjaar na 2014. Alle emissies worden gemodelleerd voor het zichtjaar 2022, alsof het in één jaar plaatsvindt.

Dat is een worst-case inschatting, omdat de werkelijke werkzaamheden uitgesmeerd zullen worden over de periode 2022-2023 en dus langer dan 1 jaar duren. Hier bovenop komen de emissies van het (vracht)verkeer, dat wordt conform de werkzaamheden voor de Zeeheldenwijk geschat op 1.045 ritten in het eerste jaar. Aangezien al het verkeer heen en weer rijdt, zijn 2.090 verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer gemodelleerd. Voor personeel is rekening gehouden met 20 ritten per werkdag, ofwel 20 x 250 x 2 = 10.000 verkeersbewegingen van licht verkeer per jaar in het eerste jaar.

3

Rapportkenmerk R001-1278514BRA-V01

9/17

Kenmerk

3.2.3

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Emissies bij bebouwing

Op moment van schrijven is het nog onduidelijk wat de emissies zullen zijn die optreden bij het bouwen van de bedrijfspanden op de locatie. Daarom wordt ook voor dit aspect een connectie gemaakt met de data die gebruikt is bij de onderbouwing voor de aanlegfase van de Zeeheldenwijk. Dit kan als worst-case inschatting gezien worden: de uitgiftesnelheid van de grond van het Binnendijks bedrijventerrein is ongeveer 3,4 hectare per jaar. Dat is lager dan de bouwsnelheid bij de Zeeheldenwijk, waar ongeveer 85 / 18 = 4,7 hectare per jaar wordt bebouwd. Daarbij komt ook dat het bouwen van bedrijfspanden doorgaans minder arbeidsintensief is dan het bouwen van woningen. Er worden dus minder zware machines ingezet, wat ook resulteert in een relatief lagere emissie van stikstof. Daarom wordt het gebruik van de cijfers van de Zeeheldenwijk gezien als een worst-case keuze. De inschatting van stikstofemissies in de bouwfase van de Zeeheldenwijk is 878 kg/jaar NOx en 2,2 kg/jaar NH3. Daarbij wordt naar schatting 4,7 hectare grond bebouwd. Dat geeft een uitstoot van 878 / 4,7 = 187 kg NOx per hectare en 2,2 / 4,7 = 0,5 kg NH3 per hectare. Als we deze cijfers toepassen op de werkzaamheden voor het Binnendijks bedrijventerrein is de verwachte emissie van NOx: 3,4 x 187 = 636 kg/jaar en voor NH3 geldt 3,4 x 0,5 = 1,7 kg/jaar.

Daarbij is, net als bij de Zeeheldenwijk, de voorwaarde dat gebruik wordt gemaakt van moderne werktuigen van minimaal emissieklasse STAGE IV, ofwel bouwjaar na 2014. Naast de emissies van mobiele werktuigen worden ook de emissies van verkeer beschouwd. Geschat wordt dat de bouw ongeveer 2.000 zware vrachtwagens per jaar zal aantrekken, en 5.000 personenwagens. Dat komt overeen met 20 vrachtwagens per woning en (bij 250 werkdagen per jaar) 20 lichte voertuigen per etmaal. Verkeer in AERIUS rijdt heen en weer, dus ingevoerd worden 4.000 zware vrachtwagens en 10.000 verkeersbewegingen van licht verkeer. 3.2.4

Emissies totaal aanlegfase

Uit het voorgaande volgt dat het jaar 2022 het maatgevende jaar is voor de aanlegfase van het Binnendijks bedrijventerrein. Dit is namelijk het jaar met de hoogste emissies vanwege bouwwerkzaamheden die gerelateerd zijn aan het plan. In de fasen 2 en 3 zullen ook weer grondverzetwerkzaamheden plaatsvinden, maar deze hebben niet meer de intensiviteit van de werkzaamheden die plaatsvinden in 2022-2023. Het meest zware werk (grondverzet) is dan reeds grotendeels gedaan. Daarom is het verantwoord om te stellen dat het zichtjaar 2022 maatgevend is, ondanks dat nu nog niet met zekerheid te stellen is wat de emissies precies zullen zijn in de jaren na 2023. Om extra zekerheid in te bouwen in de berekeningen wordt de AERIUS-berekening uitgevoerd met de emissies van grondverzet + bouwrijp + woonrijp maken in 2022, plus de emissies vanwege bouw van bedrijfspanden, dit ondanks het feit dat de bouw van bedrijfspanden nog niet start in 2022. Zo ontstaat een worst-case berekening: ook als na 2023 de grondverzetwerkzaamheden toch nog veel zwaarder uitvallen dan nu gedacht, zullen de emissies passen binnen de kaders die in dit rapport zijn gesteld.

10/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

De AERIUS-berekening voor de aanlegfase wordt kortom gevoed met 1.135 kg NOx/jaar en 3,4 kg NH3/jaar voor het grondverzet, 636 kg NOx/jaar en 1,7 kg NH3/jaar voor de bouw van bedrijfspanden, de gecombineerde (vracht)verkeersstromen van het grondverzet en de woningbouw. Het zichtjaar is 2022.

3.3

Gebruiksfase

Voor de gebruiksfase zijn twee scenario’s doorgerekend: 1. 2.

Standaardvariant, waarbij het bedrijventerrein is aangesloten op het aardgasnet. Bronnen van stikstofemissies zijn dan verkeer, mobiele werktuigen en stookinstallaties Duurzame variant, waarbij er geen aansluiting is op het aardgasnet. Ook het stoken van andere brandstoffen in stookinstallaties is niet toegestaan. Stikstofemissies vanuit stationaire stookinstallaties zijn daarmee uit te sluiten. Bronnen van stikstofemissies zijn dan verkeer en mobiele werktuigen

3.3.1 Scenario 1: standaardvariant Stookinstallaties De emissies van stationaire bronnen zijn berekend aan de hand van kentallen, dat is in deze fase van planvorming de meest nauwkeurige methode. Voor bedrijventerreinen zijn kentallen beschikbaar, variërend per milieucategorie 4. Voor milieucategorie 1-5 en bij beperkt energie-intensieve industrie (dus passend bij de situatie van het Binnendijks bedrijventerrein), geldt een emissiefactor van 387 kg NOx/jaar/hectare. Voor ammoniak geldt een kental van 26 kg/hectare. Bij een totaal bruto oppervlak van 99,7 hectare geeft dit een NOx-emissies van 99,7 x 387 = 38.584 kg/jaar, en een ammoniak emissie van 99,7 x 26 = 2.592 kg/jaar. Mobiele werktuigen De emissies van mobiele werktuigen zijn berekend aan de hand van kentallen. Voor bestaande bedrijventerreinen is in 2018 een kental berekend van 66 kg NOx-emissies per hectare voor mobiele werktuigen. Het binnendijks bedrijventerrein Urk is een nieuw bedrijventerrein, dat niet voor het jaar 2023 open zal gaan. Dat betekent dat de mobiele werktuigen op het bedrijventerrein ook moderner zullen zijn dan de werktuigen waar het voorgenoemde kental op is gebaseerd. Aangenomen wordt dat de werktuigen op het bedrijventerrein allemaal minimaal van bouwjaar 2014 zijn, ofwel STAGE klasse-IV of hoger.

Het kental voor de NOx-uitstoot van de werktuigen op het nieuwe bedrijventerrein is aangepast naar deze modernere standaard, in de verhouding tussen het emissiekental voor STAGE klasse-III ten opzichte van STAGE klasse-IV. Dat geeft een kental van 0,9 / 3,6 x 66 = 16,5 kg NOx per hectare 5. De totale NOx-emissies worden dan 99,7 x 16,5 = 1.645,05 kg/jaar.

4

Hoekstra B., Verhees L., Brouwer A., Dröge R., Emissiekentallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, Tauw/TNO/BIJ12, 2018 De precieze emissiekentallen verschillen enigszins per werktuig. Deze kentallen zijn herleid op basis van vorkheftrucks, een veelvoorkomend type werktuig op bedrijventerreinen

5

11/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Verkeer De gemeente Urk heeft twee verkeersmodellen aangeleverd. In het eerste model is de autonome situatie plus de volledige verkeersgeneratie van het plan verwerkt, het tweede model bevat de autonome situatie zonder uitvoering van het plan. Netto is het verschil dus de verkeersgeneratie ten gevolge van het plan. Beide verkeersmodellen hanteren voor de verkeersdata zichtjaar 2040, ofwel na uitvoering van het gehele plan. De AERIUS-berekening hanteert zichtjaar 2023. Kortom, het aantal auto’s is berekend voor het jaar 2040, maar de uitstoot per auto is een prognose voor het jaar 2023. Tezamen geeft dat een worst-case berekening waarbij zowel het aantal auto’s op een hoogtepunt is, als de uitstoot per auto. Het verkeersmodel omvat de gehele gemeente Urk, waarbij het verkeer is meegenomen totdat het opgaat in het heersende verkeersbeeld van de gemeente Noordoostpolder, onder andere bij de snelweg A6. Figuur 3.1 geeft weer welke wegen zijn beschouwd.

Figuur 3.1 De wegen die zijn beschouwd in het onderzoek

3.3.2 Scenario 2: duurzame variant De gemeente Urk heeft besloten dat er geen aardgasvoorzieningen worden aangelegd naar het bedrijventerrein. Daardoor kunnen emissies ten gevolge van grootschalige aardgasverbranding zoals stoomketels worden uitgesloten.

12/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Doordat er geen verbrandingsemissies van stikstofoxiden worden verwacht, kunnen ook de emissies van ammoniak worden uitgesloten, omdat ammoniak doorgaans ontstaat bij de katalytische afbraak van stikstofoxiden in een afgasreinigingsinstallatie. In de duurzame variant zijn de emissies van mobiele werktuigen en verkeer gelijk aan de standaardvariant.

13/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

4 Modellering Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2020.

4.1

Mobiele werktuigen

Mobiele werktuigen komen voor in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. In de aanlegfase zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de bouwlocatie. Voor de berekeningen is het bouwvlak gekozen van Fase 1, dus niet het gehele plangebied Dat is een betere benadering van de werkelijkheid gedurende de eerste jaren. In latere jaren (na 2023) zal de locatie van de werkzaamheden dus iets verschuiven, maar dit is niet van relevante invloed op de uitkomst van de berekeningen. In de gebruiksfase is een vlakbron gemodelleerd die wel het gehele plangebied bestrijkt. Gekozen is voor de sector ‘Mobiele werktuigen’, subsector ‘Bouw en Industrie’. De emissiehoogte is 4 meter, 2 meter spreiding en 0 MW warmte-inhoud. Dit zijn default waarden in AERIUS voor mobiele werktuigen.

4.2

Verkeersgeneratie

De emissies NOx en NH3, afkomstig van verkeer worden door AERIUS zelf berekend. Deze emissie is afhankelijk van het voertuigtype (personenauto’s, middelzwaar of zwaar vrachtverkeer), het aantal bewegingen per etmaal, het wegtype, de rijafstand en de mate van stagnatie. De vrachtwagenbewegingen in de aanlegfase zijn in AERIUS gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Deze bewegingen zijn in AERIUS gemodelleerd als ‘licht verkeer’. Voor het wegtype is het wegtype ‘binnen bebouwde kom’ aangehouden voor het gedeelte dat voertuigen binnen het plangebied rijden, en de N352 is gemodelleerd als ‘snelweg’ met een maximumsnelheid van 80 km/uur. Het gedeelte van de route dat de voertuigen binnen het plangebied rijden is gemodelleerd met een stagnatiefactor van 100 %, om het manoeuvreren van verkeer op de locatie te simuleren. De instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator (BIJ12, oktober 2020) geeft aan dat verkeer van en naar inrichtingen meegenomen dient te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Hier van uit gaande is het verkeer vanaf het midden van de planlocatie meegenomen, over de Domineesweg N352 tot aan de op- en afrit van de A6.

4.3

Gebouwen

Gebouwemissies zijn enkel relevant voor de ‘standaardvariant’ van het bedrijventerrein. Dit omdat in de duurzame variant er geen emissies zijn uit gebouwen. De stationaire emissies zijn gemodelleerd als oppervlaktebron ter grootte van het plangebied.

14/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

De gekozen emissiehoogte is 15 meter, conform de aanbeveling in referentie (4), de spreiding is de helft van de hoogte, 7,5 meter. De warmte-inhoud is 0,28 MW, conform AERIUS default voor ‘industrie, overig’.

15/17

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

5 Conclusie De bijdrage aan de stikstofdepositie van het bestemmingsplan Binnendijks bedrijventerrein is berekend met de vigerende versie het rekeninstrument AERIUS Calculator (versie 2020). In de bijlage worden de AERIUS pdf uitvoerbestanden gegeven. Deze pdf uitvoerbestanden zijn tevens als losse bestanden bij de rapportage bijgeleverd.

5.1

Referentiesituatie

De referentiesituatie voor het Binnendijks bedrijventerrein betreft het agrarisch gebruik van het bouwland. Voor de voorliggende berekeningen is enkele gebruikgemaakt van de ammoniakemissies van de 20,6 hectare bouwland die al bij de start van het project uit agrarisch gebruik wordt genomen. De emissie van ammoniak voor de 20,6 hectare is 564 kg/jaar vanwege het agrarisch gebruik van de grond. Dat leidt tot een stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en nog kleinere effecten boven de 0,00 mol/ha/jaar op 11 andere Natura 2000-gebieden.

5.2

Aanlegfase

Het maatgevende jaar tijdens de aanlegfase is het jaar 2022. De inzet van mobiele machinerie en dus de emissies van stikstofverbindingen zijn het hoogst in dit jaar. Uit deze berekening volgt een maximale stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weeribben en nog drie andere Natura 2000-gebieden. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze werkzaamheden maximaal 0,00 mol/ha/jaar op alle relevante habitats in Natura 2000-gebieden.

5.3

Gebruiksfase

Het maatgevende jaar tijdens de gebruiksfase wordt gesteld op het jaar 2023. In dat jaar zijn de emissiefactoren voor verkeer namelijk het hoogst in de periode 2023-2040. Worst-case is in de berekening aangenomen dat het gehele bedrijventerrein van 99,7 hectare is gerealiseerd, zodat de verkeersdruk op het hoogtepunt is. Er zijn twee scenario’s doorgerekend: een ‘standaardvariant’ mét aardgasverbinding, en een ‘duurzame’ variant zonder aardgasverbinding. • Uit de berekening voor de standaardvariant volgt een maximale stikstofdepositie van 0,33 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en kleinere effecten op 125 andere gebieden. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze emissies maximaal 0,30 mol/ha/jaar op Weerribben en •

kleinere bijdragen op de andere 125 Natura 2000-gebieden Uit de berekening voor de duurzame variant volgt een maximale stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en soortgelijke effecten op drie andere gebieden. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze emissies maximaal 0,00 mol/ha/jaar op alle relevante habitats in Natura 2000-gebieden

16/17

Kenmerk

5.4

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Aanlegfase tegelijkertijd met de gebruiksfase

In de periode 2022-2040 wordt er gebouwd binnen het plangebied, maar na verloop van tijd zullen de eerste bedrijven al actief zijn terwijl er ook nog gebouwd wordt. Het jaar met de hoogste totale emissies ligt daarom tussen 2022 en 2040. Worst-case is daarom ook een berekening uitgevoerd waarin alle aanlegwerkzaamheden plaatsvindt tegelijkertijd met de emissies van de (duurzame) gebruiksfase, alle 99,7 hectare. Uit deze berekening volgt een maximale stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Weerribben, en nog kleinere effecten op 13 andere gebieden. Na saldering met de stikstof-emissies vanuit de referentiesituatie is de stikstofdepositie ten gevolge van deze emissies maximaal 0,00 mol/ha/jaar op alle relevante habitats in Natura 2000-gebieden.

5.5

Conclusie

De aanleg van het bestemmingsplan Binnendijks bedrijventerrein leidt ten opzichte van de referentiesituatie (bemest bouwland) niet tot een toename van de stikstofdepositie op enig relevant habitat in Natura 2000-gebieden. De gebruiksfase van het bedrijventerrein leidt in de duurzame variant ook niet tot een toename in de stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied. De ‘standaardvariant’ leidt wel tot een toename in de stikstofdepositie op 126 Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat het bestemmingsplan inpasbaar is vanuit het aspect stikstofdepositie, mits gekozen wordt voor de ‘duurzame’, ofwel gasloze, variant van het bestemmingsplan. Als gekozen wordt voor de ‘standaardvariant’ zal op enige wijze de bijdrage van het bedrijventerrein aan de stikstofdepositie op alle Natura 2000-gebieden netto naar 0,00 mol/ha/jaar moeten worden gebracht. Beschikbare instrumenten daarvoor zijn extern salderen en de ADC-toets.

17/17

Kenmerk

Bijlage 1

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Wettelijk kader

In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen; gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Daarom dient voor nieuwe projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van significante effecten door de depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Passende beoordeling Elke toename in stikstofdepositie van meer dan 0 mol/ha/jaar op een overbelast stikstofgevoelig instandhoudingsdoel (habitattype of leefgebied) is in potentie een significant effect. Een dergelijke toename in stikstofdepositie betekent daardoor dat het project niet zonder meer vergunbaar is onder de Wet natuurbescherming. Indien significante effecten niet op voorhand zijn uitgesloten dient een passende beoordeling te worden gemaakt, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Wanneer uit de passende beoordeling de zekerheid wordt verkregen dat het project geen significante gevolgen heeft kan deze zonder vergunning worden uitgevoerd.

Indien significante effecten niet zijn uit te sluiten dan zijn kunnen de volgende verstappen doorlopen worden: Bijlage 1 Beoordeling significantie Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Mitigatie Externe saldering ADC-toets

Beoordeling significantie De eerste stap in een passende beoordeling is beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van significante effecten. Een effect is te beschouwen als significant indien er als gevolg van het plan of de beoogde activiteit het instandhoudingsdoel voor het betreffende Natura 2000-gebied niet meer wordt gehaald. Dit wordt beoordeeld op basis van wetenschappelijke literatuur, tellingen, trends en mogelijk ook veldonderzoek. Als op basis van deze gegevens blijkt dat er geen sprake is van significante effecten is geen vergunning benodigd. Mitigatie Indien significante effecten niet zijn uit te sluiten is het in sommige gevallen een optie om mitigerende maatregelen te treffen. Dit zijn maatregelen om het projecteffect te verzachten waardoor effecten met zekerheid niet significant zijn. Mitigatie is niet in alle gevallen mogelijk. Allereerst moet de effectiviteit van de maatregel bewezen zijn. Ook moet duidelijk zijn dat het hier daadwerkelijk gaat om mitigatie en dat er geen sprake is van een instandhoudingsmaatregel.

Kenmerk

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

Instandhoudingsmaatregelen dienen namelijk hoe dan ook getroffen te worden om de gunstige staat van instandhouding van een habitattype of leefgebied te borgen. Mitigatie moet in aanvulling hierop zijn. Tot slot moet ook praktische invulling gegeven worden aan de mitigatie. Dit betekent dat een terreinbeheerder bereid moet zijn om mee te werken aan de mitigatie. Dit is in veel gevallen uitsluitend het geval bij grotere infrastructurele projecten. Indien mitigatie noodzakelijk is om significante effecten te voorkomen is een vergunning ingevolge de Wnb noodzakelijk. Saldering In de nieuwe situatie mag er niet meer stikstof deponeren op relevante Natura 2000-gebieden dan in het referentiejaar. Inrichtingen die beschikken over bestaande stikstofrechten kunnen nieuwe projecten realiseren als zij binnen de inrichting elders een reductie in stikstofemissies creëren. De netto stikstofemissie neemt zo niet toe. Dit wordt ‘intern salderen’ genoemd. Voor plannen kan dezelfde tactiek worden ingezet door te salderen met de feitelijk bestaande situatie op de planlocatie. Interne saldering geldt als onlosmakelijk onderdeel van een project en kan een vergunningplicht voorkomen als het netto effect na saldering nul is of zelfs afname van de depositie betekent. De referentiedatum waar aan getoetst wordt voor het aspect stikstofdepositie, verschilt tussen plannen en projecten.

Bijlage 1 Voor projecten is dit het jaar waarin het betreffende stikstofgevoelige gebied als zodanig werd erkend. Dit kan het jaar zijn waarin het gebied als relevant gebied onder de Europese Habitatrichtlijn werd aangewezen, óf het jaar waarin het werd aangewezen als stikstofgevoelig onder de Vogelrichtlijn. Veelvoorkomende referentiejaren zijn 1994, 2000 en 2004 Bijlage 2

Voor plannen wordt de referentiesituatie bepaald door de feitelijk bestaande situatie op het moment van vaststellen van het nieuwe plan, voor zover deze situatie planologisch legaal is

ADC-toets Naast de hiervoor genoemde optie van mitigatie / saldering kan in uitzonderlijke situaties ook bij een resterend (significant) negatief effect sprake zijn van vergunbaarheid, als voldaan kan worden aan de ADC-criteria (ontbreken Alternatieven, Dwingende redenen van groot openbaar belang en als sluitstuk Compensatie van de aangetaste natuurwaarden). Voor individuele inrichtingen of kleinschalige plannen kan doorgaans nooit aan deze zeer strikte voorwaarden voldaan worden, dus dit blijft hier verder buiten beschouwing.

Kenmerk

Bijlage 2

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

AERIUS aanlegfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Referentiesituatie en Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 1/21

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Urk

Divers, Divers Urk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Binnendijks bedrijventerrein

Rz4WYXveDz1h

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 december 2020, 12:49

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

1.856,36 kg/j

1.856,36 kg/j

NH3

564,00 kg/j

9,29 kg/j

-554,71 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Aanlegfase, totale emissies van voorbereidende werkzaamheden plus plaatsen bebouwing, minus referentiesituatie.

Resultaten

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 2/21

Resultaten

Locatie Referentiesituatie

Emissie Referentiesituatie

Bron Sector

Bouwland Landbouw | Landbouwgrond

Resultaten

Referentiesituatie Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

564,00 kg/j

-

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 3/21

Resultaten

Locatie Aanlegfase

Emissie Aanlegfase

Resultaten

Bron Sector

Referentiesituatie Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Bouwvlak Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

5,10 kg/j

1.771,00 kg/j

Bouwverkeer - op locatie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

37,94 kg/j

Bouwverkeer - Domineesweg Wegverkeer | Snelwegen

3,57 kg/j

47,42 kg/j

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 4/21

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Veluwe

0,01

0,00

0,00

Rijntakken

0,01

0,00

0,00

Dwingelderveld

0,01

0,00

0,00

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

0,01

0,00

0,00

Olde Maten & Veerslootslanden

0,01

0,00

0,00

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

0,01

0,00

0,00

Holtingerveld

0,01

0,00

0,00

Fochteloërveen

0,01

0,00

0,00

De Wieden

0,01

0,00

0,00

Zwarte Meer

0,01

0,00

0,00

Rottige Meenthe & Brandemeer

0,01

0,00

0,00

Weerribben

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

-

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 5/21

Resultaten

Resultaten per habitattype

Veluwe Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

ZGL4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

ZGLg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg09 Droog struisgrasland

0,01

0,00

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

0,00

L4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

0,00

ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,00

0,00

ZGLg09 Droog struisgrasland

0,01

0,00

0,00

ZGH4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 6/21

Resultaten

Veluwe Habitattype

ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop

Resultaten

Referentiesituatie Aanlegfase

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

0,00

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 7/21

Resultaten

Rijntakken Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,00

0,00

Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,01

0,00

0,00

ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,00

0,00

ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

0,00

H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

0,01

0,00

0,00

-

H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

0,01

0,00

0,00

-

ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,01

0,00

0,00

ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,01

0,00

0,00

H91F0 Droge hardhoutooibossen

0,01

0,00

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

0,00

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,01

0,00

0,00

H6120 Stroomdalgraslanden

0,01

0,00

0,00

H9999:38 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H6120).

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

-

-

-

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 8/21

Resultaten

Dwingelderveld Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

L4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,00

0,00

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0,00

H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,00

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

H9999:30 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7120).

0,01

0,00

0,00

L4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

0,00

H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

ZGH6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 9/21

Resultaten

Dwingelderveld Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH6230dka Heischrale graslanden, droog kalkarm

0,01

0,00

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

0,00

ZGH2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 10/21

Resultaten

Drents-Friese Wold & Leggelderveld Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,01

0,00

0,00

H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

0,01

0,00

0,00

Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden

0,01

0,00

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,00

0,00

L4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

0,00

H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

0,00

Lg04 Zuur ven

0,01

0,00

0,00

H5130 Jeneverbesstruwelen

0,01

0,00

0,00

H3110 Zeer zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 11/21

Resultaten

Olde Maten & Veerslootslanden Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

0,00

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,01

0,00

0,00

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 12/21

Resultaten

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,01

0,00

0,00

H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

0,01

0,00

0,00

Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,01

0,00

0,00

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,00

0,00

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,01

0,00

0,00

H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)

0,01

0,00

0,00

H91F0 Droge hardhoutooibossen

0,01

0,00

0,00

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,00

0,00

H6120 Stroomdalgraslanden

0,01

0,00

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 13/21

Resultaten

Holtingerveld Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,01

0,00

0,00

H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

0,01

0,00

0,00

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,01

0,00

0,00

H3160 Zure vennen

0,01

0,00

0,00

H2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

H2330 Zandverstuivingen

0,01

0,00

0,00

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,01

0,00

0,00

H9190 Oude eikenbossen

0,01

0,00

0,00

ZGH4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

ZGH6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 14/21

Resultaten

Fochteloërveen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen

0,01

0,00

0,00

H4030 Droge heiden

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 15/21

Resultaten

De Wieden Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,01

0,00

0,00

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,00

0,00

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,01

0,00

0,00

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,01

0,00

0,00

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,01

0,00

0,00

H6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

0,00

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,00

0,00

ZGH3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,00

0,00

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

0,00

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,00

0,00

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

0,00

H9999:35 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B).

0,01

0,00

0,00

ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

0,00

H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden

0,01

0,00

0,00

Lg03 Zwakgebufferde sloot

0,01

0,00

0,00

H91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

0,00

H7210 Galigaanmoerassen

0,01

0,00

0,00

Referentiesituatie Aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 16/21

Resultaten

De Wieden Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,00

0,00

ZGH3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden

0,01

0,00

0,00

ZGH7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,01

0,00

- 0,01

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,01

0,00

- 0,01

Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,01

0,01

- 0,01

ZGH6410 Blauwgraslanden

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Zwarte Meer Habitattype

H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 17/21

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Referentiesituatie

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Resultaten

Bouwland 171450, 517577 0,5 m 52,7 ha 0,3 m 0,000 MW 564,00 kg/j

Sector

Omschrijving

Stof

Emissie

Landbouw grond

Mestaanwending: dierlijke mest

NH3

564,00 kg/j

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 18/21

Resultaten

Emissie (per bron)

Bouwvlak 171450, 517577 1.771,00 kg/j 5,10 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele werktuigen

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

2,0

0,0 NOx NH3

1.771,00 kg/j 5,10 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwverkeer - op locatie 171777, 517721 37,94 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

20.000,0 / jaar NOx NH3

5,94 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

6.090,0 / jaar NOx NH3

32,00 kg/j < 1 kg/j

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 19/21

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwverkeer - Domineesweg 173256, 518052 47,42 kg/j 3,57 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

20.000,0 / jaar NOx NH3

13,69 kg/j 2,36 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

6.090,0 / jaar NOx NH3

33,73 kg/j 1,20 kg/j

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 20/21

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Referentiesituatie Aanlegfase

Rz4WYXveDz1h (17 december 2020) pagina 21/21

Kenmerk

Bijlage 3

R002-1278514BRA-V01-aqb-NL

AERIUS gebruiksfase standaardvariant

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening AO en Gebruiksfase standaardvariant Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 1/28

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Urk

Divers, Divers Urk

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Binnendijks bedrijventerrein

Ra3hTPQyaZDv

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 december 2020, 13:06

2023

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

236,75 ton/j

295,75 ton/j

59,00 ton/j

NH3

9.902,56 kg/j

12.322,92 kg/j

2.420,36 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Verschil

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Weerribben

+ 0,30

Toelichting

Gebruiksfase, standaardvariant

Resultaten

AO Gebruiksfase standaardvariant

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 2/28

Resultaten

Locatie AO

Emissie AO

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Gehanteerd verkeersnetwerk Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

9.338,56 kg/j

236,75 ton/j

Bouwland Landbouw | Landbouwgrond

564,00 kg/j

-

AO Gebruiksfase standaardvariant

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 3/28

Resultaten

Locatie Gebruiksfase standaardvariant

Emissie Gebruiksfase standaardvariant

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

1.645,05 kg/j

Stookinstallaties Industrie | Overig

2.592,00 kg/j

38,58 ton/j

Gehanteerd verkeersnetwerk Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

9.730,92 kg/j

255,52 ton/j

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

AO Gebruiksfase standaardvariant

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 4/28

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Weerribben

0,02

0,33

+ 0,30

De Wieden

0,02

0,25

+ 0,23

Rottige Meenthe & Brandemeer

0,02

0,24

+ 0,22

Rijntakken

0,01

0,17

+ 0,16

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

0,01

0,16

+ 0,15

Holtingerveld

0,01

0,16

+ 0,15

Veluwe

0,01

0,14

+ 0,13

Dwingelderveld

0,01

0,13

+ 0,12

Zwarte Meer

0,01

0,13

+ 0,12

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

0,01

0,13

+ 0,12

Olde Maten & Veerslootslanden

0,01

0,11

+ 0,10

Wijnjeterper Schar

0,00

0,10

+ 0,09

Fochteloërveen

0,01

0,10

+ 0,09

Alde Feanen

0,00

0,09

+ 0,09

Norgerholt

0,00

0,09

+ 0,08

Bakkeveense Duinen

0,00

0,08

+ 0,08

Mantingerzand

0,00

0,08

+ 0,08

Vecht- en Beneden-Reggegebied

0,00

0,08

+ 0,08

Mantingerbos

0,00

0,08

+ 0,07

Witterveld

0,00

0,08

+ 0,07

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

Resultaten

AO Gebruiksfase standaardvariant

0,15

-

0,08

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 5/28

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Drentsche Aa-gebied

0,00

0,08

+ 0,07

Van Oordt's Mersken

0,00

0,08

+ 0,07

Elperstroomgebied

0,00

0,07

+ 0,06

Noordhollands Duinreservaat

0,00

0,07

+ 0,06

Naardermeer

0,00

0,07

+ 0,06

Boetelerveld

0,00

0,06

+ 0,06

Drouwenerzand

0,00

0,06

+ 0,06

Sallandse Heuvelrug

0,00

0,06

+ 0,06

Schoorlse Duinen

0,00

0,06

+ 0,06

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

0,00

0,06

+ 0,06

Kennemerland-Zuid

0,00

0,06

+ 0,05

Engbertsdijksvenen

0,00

0,05

+ 0,05

Oostelijke Vechtplassen

0,00

0,05

+ 0,05

Wierdense Veld

0,00

0,05

+ 0,05

Duinen Schiermonnikoog

0,00

0,05

+ 0,05

Duinen Den Helder-Callantsoog

0,00

0,05

+ 0,05

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

0,00

0,05

+ 0,05

Duinen Ameland

0,00

0,05

+ 0,05

Borkeld

0,00

0,05

+ 0,04

Zwanenwater & Pettemerduinen

0,00

0,05

+ 0,04

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 6/28

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Bargerveen

0,00

0,05

+ 0,04

Landgoederen Brummen

0,00

0,04

+ 0,04

Polder Westzaan

0,00

0,04

+ 0,04

Lieftinghsbroek

0,00

0,04

+ 0,04

Duinen en Lage Land Texel

0,00

0,04

+ 0,04

Springendal & Dal van de Mosbeek

0,00

0,04

+ 0,04

Waddenzee

0,00

0,04

+ 0,04

Duinen Terschelling

0,00

0,04

+ 0,04

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

0,00

0,04

+ 0,04

Duinen Vlieland

0,00

0,04

+ 0,04

Groote Wielen

0,00

0,04

+ 0,04

Lemselermaten

0,00

0,04

+ 0,04

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

0,00

0,04

+ 0,03

IJsselmeer

0,00

0,04

+ 0,03

Landgoederen Oldenzaal

0,00

0,03

+ 0,03

Kolland & Overlangbroek

0,00

0,03

+ 0,03

Lonnekermeer

0,00

0,03

+ 0,03

Dinkelland

0,00

0,03

+ 0,03

Stelkampsveld

0,00

0,03

+ 0,03

Botshol

0,00

0,03

+ 0,03

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

-

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 7/28

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Buurserzand & Haaksbergerveen

0,00

0,03

+ 0,03

Meijendel & Berkheide

0,00

0,03

+ 0,03

Coepelduynen

0,00

0,03

+ 0,03

Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder

0,00

0,03

+ 0,03

Noordzeekustzone

0,00

0,03

+ 0,03

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,00

0,03

+ 0,03

Witte Veen

0,00

0,03

+ 0,03

Korenburgerveen

0,00

0,03

+ 0,02

Binnenveld

0,00

0,03

+ 0,02

Aamsveen

0,00

0,02

+ 0,02

Bekendelle

0,00

0,02

+ 0,02

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

0,00

0,02

+ 0,02

Sint Jansberg

0,00

0,02

+ 0,02

Willinks Weust

0,00

0,02

+ 0,02

Westduinpark & Wapendal

0,00

0,02

+ 0,02

Eilandspolder

0,00

0,02

+ 0,02

Solleveld & Kapittelduinen

0,00

0,02

+ 0,02

Maasduinen

0,00

0,02

+ 0,02

Wooldse Veen

0,00

0,02

+ 0,02

Zeldersche Driessen

0,00

0,02

+ 0,02

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 8/28

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

De Bruuk

0,00

0,02

+ 0,02

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

0,00

0,02

+ 0,02

Biesbosch

0,00

0,02

+ 0,02

Voornes Duin

0,00

0,02

+ 0,02

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

0,00

0,02

+ 0,02

Boschhuizerbergen

0,00

0,02

+ 0,02

Kampina & Oisterwijkse Vennen

0,00

0,02

+ 0,02

Langstraat

0,00

0,02

+ 0,02

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

0,00

0,01

+ 0,01

Krammer-Volkerak

0,00

0,01

+ 0,01

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,00

0,01

+ 0,01

Deurnsche Peel & Mariapeel

0,00

0,01

+ 0,01

Grevelingen

0,00

0,01

+ 0,01

Uiterwaarden Lek

0,00

0,01

+ 0,01

Zouweboezem

0,00

0,01

+ 0,01

Oeffelter Meent

0,00

0,01

+ 0,01

Kempenland-West

0,00

0,01

+ 0,01

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

0,00

0,01

+ 0,01

Ulvenhoutse Bos

0,00

0,01

+ 0,01

Strabrechtse Heide & Beuven

0,00

0,01

+ 0,01

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 9/28

Resultaten

Natuurgebied

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Regte Heide & Riels Laag

0,00

0,01

+ 0,01

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

0,00

0,01

+ 0,01

Kop van Schouwen

0,00

0,01

+ 0,01

Groote Peel

0,00

0,01

+ 0,01

Brabantse Wal

0,00

0,01

+ 0,01

Leudal

0,00

0,01

+ 0,01

Meinweg

0,00

0,01

+ 0,01

Swalmdal

0,00

0,01

+ 0,01

Manteling van Walcheren

0,00

0,01

+ 0,01

Roerdal

0,00

0,01

+ 0,01

Voordelta

0,00

0,01

+ 0,01

Sarsven en De Banen

0,00

0,01

+ 0,01

Oosterschelde

0,00

0,01

+ 0,01

Brunssummerheide

0,00

0,01

+ 0,01

Geleenbeekdal

0,00

0,01

+ 0,01

Bunder- en Elslooërbos

0,00

0,01

+ 0,01

Geuldal

0,00

0,01

+ 0,01

Bemelerberg & Schiepersberg

0,00

0,01

+ 0,01

Savelsbos

0,00

0,01

+ 0,01

Sint Pietersberg & Jekerdal

0,00

0,01

+ 0,01

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 10/28

Resultaten

Natuurgebied

Yerseke en Kapelse Moer

0,00

0,01

+ 0,01

Kunderberg

0,00

0,01

+ 0,01

Westerschelde & Saeftinghe

0,00

0,01

+ 0,01

Noorbeemden & Hoogbos

0,00

0,01

+ 0,01

Zwin & Kievittepolder

0,00

0,01

+ 0,01

Vogelkreek

0,00

0,01

+ 0,01

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

AO Gebruiksfase standaardvariant

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 11/28

Resultaten

Resultaten per habitattype

Weerribben Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H91D0 Hoogveenbossen

0,02

0,33

+ 0,30

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,02

0,31

+ 0,29

H7210 Galigaanmoerassen

0,02

0,31

+ 0,29

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,02

0,31

+ 0,29

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,02

0,31

+ 0,28

ZGH3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,02

0,30

+ 0,28

H6410 Blauwgraslanden

0,02

0,30

+ 0,28

H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,02

0,30

+ 0,28

H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, 0,02 buiten afgesloten zeearmen

0,29

+ 0,27

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,02

0,29

+ 0,27

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,02

0,29

+ 0,27

ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,02

0,29

+ 0,27

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,02

0,29

+ 0,26

H9999:34 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B).

0,02

0,27

+ 0,25

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,02

0,25

+ 0,23

ZGH7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)

0,02

0,21

+ 0,20

H3140 Kranswierwateren

0,02

0,21

+ 0,19

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 12/28

Resultaten

Weerribben Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

ZGH3140 Kranswierwateren

0,02

0,20

+ 0,18

ZGH4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,02

0,19

+ 0,17

AO Gebruiksfase standaardvariant

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Ra3hTPQyaZDv (17 december 2020) pagina 13/28

Resultaten

De Wieden Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H91D0 Hoogveenbossen

0,02

0,25

+ 0,23

H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,02

0,24

+ 0,22

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,02

0,24

+ 0,22

Lg05 Grote-zeggenmoeras

0,02

0,24

+ 0,22

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,02

0,23

+ 0,22

Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied

0,02

0,23

+ 0,21

Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei

0,02

0,22

+ 0,20

H9999:35 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B).

0,01

0,21

+ 0,19

ZGH3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen

0,01

0,20

+ 0,18

H4010B Vochtige heiden (laagveengebied)

0,01

0,20

+ 0,18

ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,02

0,20

+ 0,18

Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland

0,01

0,18

+ 0,16

ZGH91D0 Hoogveenbossen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=7adc90b6-82af-49d4-b707-54eae80fe183