Technische vragen en beantwoording
Tekst van het document
Technische vragen agendapunt 4f haalbaarheidsonderzoek Warmtenet (commissie I d.d. 12 juni 2024) Fractie SGP
Vraag In het Raadsvoorstel wordt gesproken van “landelijke subsidies” voor “iets meer” dan het bedrag van de onrendabele top €12.000 per woning.
Antwoord
Vraag 1: Hoe lang blijven die subsidies beschikbaar? Met andere woorden; stelt u zich voor dat we nu instappen, maar na enige tijd zijn de subsidies op of afgeschaft. Dan ontstaat er een probleem.
Niemand kan voorspellen hoe lang subsidies beschikbaar blijven. Over het algemeen gesteld totdat de inzet ervan niet meer nodig is omdat de projecten zichzelf kunnen bedruipen. De markt van collectieve warmtenetten staat in een beginfase. Subsidies zullen dus nog heel lang beschikbaar moeten blijven. Wis gaat 1 juli 2024 van start en is beoogd voorlopig door te zetten, net als ISDE Overige regelingen weten we niet. De Wcw en Wgiw, met alle bijhorende financiële instrumenten wordt nog steeds doorgezet en verwacht effectief in juli 2026.
Vraag 2: Zijn dit dezelfde subsidies als genoemd in de figuur op pagina 26 van de Eindrapportage (SDE++ EIA, WIS, BAK)? Of zijn er nog andere subsidies waar in het raadsvoorstel op wordt gedoeld. Vraag 3: Hoezo is de BAK in de figuur op pagina 26 als subsidie geduid? Welke getallen in euro horen bij die figuur? Op pagina 56 van het document Eindrapportage haalbaarheidsonderzoek wordt aangegeven dat de
Nee, dit zijn dezelfde subsidies.
BAK is inderdaad geen subsidie, eenmalige bijdrage van de gebruiker om aan te sluiten op het warmtenet en daarmee soortgelijk aan subsidies eenmalig.
Onrendabele Top van €12.000 met de tarieven van 2024 omlaag gaat van €12.014 naar €7.665. Vraag 4: Welke participatiegraad hoort bij de Onrendabele Top van €12.014 (€7.665)?
Vraag 5: Is een lagere Onrendabele Top ook van invloed op de hoogte van de te verkrijgen subsidiebedragen?
In het basisscenario gaan we uit van een participatiegraad van 80% voor particulieren en 100% voor het woningcorporatiebezit.
Nee.
Vraag 6: Kennen de genoemde subsidies voorwaarden die invloed hebben op de Business Case?
Ja. In de fase waarin het project zich nu bevindt, is er uitzicht op een haalbare businesscase. Het project dient zich verder te ontwikkelen en daarmee wordt de inzet en voorwaarden van benodigde subsidies gaandeweg duidelijker.
Vraag 7: Zijn er rekenregels verbonden aan de subsidies en zijn deze toegepast in het Haalbaarheidsonderzoek?
De businesscase is bruto opgesteld, zonder subsidies en zonder optimalisaties om een maximum te bepalen en te staven naar nu bekende subsidies.
Op pagina 26 en 32 van het document Eindrapportage haalbaarheidsonderzoek wordt de onrendabele top (ORT) uitgedrukt als functie van de participatiegraad. De volgende percentages zijn onderzocht: 40%, 70%, 80%, en 90%. Vraag 8: Er is geen aansluitplicht. Wat is een goede inschatting voor de participatiegraad? Waar is deze
Landelijk wordt een ondergrens van 70% gehanteerd. Met de inzet van WGIW, die door de Tweede Kamer is aangenomen, wordt binnen een gebied een aansluitplicht afgedwongen. De participatie gaat daarmee
inschatting op gebaseerd? Hoe realistisch zijn de relatief hoge percentages 70%, 80%, 90%?
Vraag 9: Welke participatiegraad zou minimaal behaald moeten worden om een sluitende business case te verkrijgen wanneer uitgegaan wordt van beschikbaarheid van subsidies?
omhoog. Uitzondering is dan als een bewoner een warmtepomp al heeft, of kan aantonen dat een andere oplossing dan een duurzaam warmtenet duurzamer en goedkoper is. Bij beschikbaarheid van de subsidies dient de participatiegraad bij particulieren minimaal 75-80% te zijn, ervan uitgaande dat 100% van het woningcorporatiebezit aansluit.
Op pagina 31 van het document Eindrapportage Haalbaarheidsonderzoek staat “De businesscase rekent met een totale Onrendabele Top van circa €12.000 per aansluiting, die is opgebouwd uit een BAK van €4.411 en een Kostendekkingsbijdrage van €7.600” Vraag 10: Wat wordt bedoeld met een Kostendekkingsbijdrage? Wie moet deze bijdrage leveren? Hoe wordt deze bijdrage gefinancierd?
Totale onrendabele top van het project – bijdrage aansluitkosten van bewoners = kostendekkingsbijdrag. Dit is het bedrag wat met optimalisaties en subsidies gedicht dient te worden. In de vervolgfasen wordt dit meer gedetailleerd uitgewerkt.
Op pagina 5 van het document Eindrapportage haalbaarheidsonderzoek wordt gerefereerd aan de initiatiefnemers Doorgeest en Bakker die bezig zijn met het opzetten van een Warmtent op Zwolsehoek. Vraag 11: Op welke wijze wordt de samenwerking aangegaan met deze stakeholders?
De samenwerking van bedrijven, CeVe op Zwolse Hoek wordt op dit moment, na het afronden van het haalbaarheidsonderzoek verkent. Dit wordt een coöperatief model waarin alle bedrijven een gewenste rol spelen in een warmtenet voor de bestaande bedrijven op Zwolsehoek.
Op pagina 26 van het document Eindrapportage Haalbaarheidsonderzoek wordt ingegaan op de noodzaak tot samenwerking met Woningstichting Patrimonium. Vraag 12: Hoe staat Patrimonium tegenover deelname aan het Warmtenet Bestaand voor Bestaand?
Er is gesproken met Patrimonium die openstaat als potentieel afnemer van het warmtenet. De start wordt gezien in het gebied waar Patrimonium beoogd sloop/ nieuwbouw te willen plegen in het bestaande dorp.
Vraag 13: Is er een intentieovereenkomst met Patrimonium als basis voor verdere uitwerking?
Nee, voor volgende fase.
Vraag 14: Op welke wijze past vooruitbetaling van aansluitkosten (BAK) bij de doelstellingen en het beleid van Patrimonium?
Voor de volgende fase ter bespreking
Vraag 15: In de Business Case worden de maximumtarieven (ACM) gehanteerd. Hoe worden de risico’s van het project bezien in relatie tot het feit dat er in de huidige analyse al sprake is van een Onrendabele Top en maximumtarieven?
Vraag 16: Hoe groot zijn de mogelijke risico’s? Waarom wordt hier in de Business Case en het Haalbaarheidsonderzoek niets over aangetroffen? Noch in kwalitatieve, noch in kwantitatieve zin?
ACM stelt jaarlijks de maximum warmtetarieven vast in bescherming voor de consument. Deze prijzen fluctueren, net als aardgas, jaarlijks. Zolang de aardgasprijs voorlopig niet boven het niveau uit 2022 komt, zijn de risico’s te overzien. De nieuwe Wcw koppelt ook de aardgasprijzen los van de warmtetarieven en wordt gebaseerd op Kosten plus methodiek van het energiesysteem. Daarmee worden de risico’s voorspelbaarder. Was geen onderdeel van de opdracht. Deze is, lijkt een warmtenet haalbaar om verder mee door te gaan of niet. De vervolgfasen zal ook hier verdieping op plaats (moeten) vinden.
Vraag 17: Hoe reëel is het dat industrie ‘om niet’ warmte mag leveren en koude ontvangen? Daar hoort toch een marktconform tarief bij. Vooral in de zomer.
Vraag 18: Wat zouden marktconforme tarieven zijn voor levering van warmte en koude aan industrie, en hoe zou dat van invloed zijn op de onrendabele top? Met andere woorden wat zouden de tarieven tenminste moeten zijn om de onrendabele top te elimineren en daarnaast nog financiële ruimte over te houden voor het beheersen, mitigeren of afdekken van risico’s in dit project?
Reëel. Dit gebeurt ook bij datacenters, tuinbouw, zware industrie etc. De industrie wordt in de nieuwe Wcw verplicht om de restwarmte aan te bieden. Dit is in eerste instantie om niet. Voor de VVU is dit altijd het uitgangspunt geweest. Als er koelte wordt beprijsd, zal hoogstwaarschijnlijk warmte ook worden beprijsd. Zie vraag 17
Vraag 19: Is Gemeente Urk in staat een (dergelijke) bijdrage van ‘de industrie’ te realiseren? Zo ja op welke wijze?
Nee, zie vorige vraag
Vraag 20: Wat betekent het nieuwe Hoofdlijnen akkoord voor de Transitievisie Warmte? Blijven de genoemde subsidies bestaan? Is er nog een noodzaak de bestaande woningvoorraad gasloos te maken?
In het nieuwe hoofdlijnen akkoord blijft aardgasloos onverminderd overeind. De warmtetransitie blijft doorgaan. Hierin is de gemeente niet alleen regisseur, zal het ook een publiek integraal warmtebedrijf oprichten. Dit laatste is conform de nieuwe Wcw. Zie voorgaande antwoorden.
Vraag 21: Op welk moment kan de gemeenteraad inhoudelijke kaders meegeven en inhoudelijk bijdragen aan het Warmteprogramma Urk 2026?
Deels heeft u in de Transitie Visie Warmte reeds bepaalde kaders meegegeven. Daarnaast zo in het proces richting het Warmteprogramma Urk 2026 met de raad gesproken worden over de kaders.
Vraag 22: Mogen die kaders inhoudelijk ook afwijken Zou in theorie kunnen, logisch lijkt dit niet. Focus ligt nu op besparen van energie (isoleren) en nader onderzoek doen. Zoals bijvoorbeeld dit van of in tegenspraak zijn met de Transitievisie onderzoek. Om vervolgens bij het warmteprogramma op basis van de Warmte? resultaten de juiste keuzes te kunnen maken.
Vraag 23: Ontstaat er een noodzaak de Transitievisie Warmte ter herzien wanneer de Gemeenteraad niet zou instemmen met een vervolg voor het Warmtenet ‘Bestaand voor Bestaand’? Welke aanpassingen zullen er dan nodig zijn?
Nee, aanpassing van de TVW is niet nodig. Wel staan we dan voor een opgave om gezamenlijk te bepalen hoe Urk uiterlijk in 2050 van het aardgas af gaat. Een warmtenet wordt landelijk namelijk wel als de oplossing gezien, indien er een warmtebron beschikbaar is. In het Warmteprogramma Urk 2026 moet de gemeente antwoord worden gegeven op de vraag hoe wij van het aardgas af gaan.
Vraag 24: Op welk moment zou het haalbaarheidsonderzoek tot de conclusie leiden dat een Warmtenet ‘Bestaand voor Bestaand’ niet haalbaar is?
Als de warmteoplossing niet meer de voorkeursoplossing is tegen laagst maatschappelijke kosten. Oftewel, als de warmteoplossing niet meer betaalbaar lijkt voor de bewoner.
Vraag 25: Op welke wijze wordt in onze buurgemeente omgegaan met de Transitievisie Warmte? Welke initiatieven worden daar ontwikkeld? In welk stadium bevinden deze zich? Hoe haalbaar is een warmtenet ‘Bestaand voor Bestaand’ aldaar?
• De energietransitie om van het aardgas af te komen is maatwerk en hangt heel sterk af van de lokale situatie. Zo experimenteert de gemeente Noordoostpolder in Nagele met een proeftuin om te komen tot een warmtenet. Dronten kiest voor een individuele aanpak aangezien er geen warmtebron beschikbaar is en de woningdichtheid laag is. De unieke kans van Urk is dat wij een warmte bron tot onze beschikking hebben die meer warmte genereert dan het beschikbaar aantal woningen. Bijkomend voordeel is dat door het gebruik van warmte in de woningen weer koude terug komt, waar de bedrijven op zitten te wachten om efficiënt te koelen. • Geen enkel warmtenet is met elkaar te vergelijken helaas. Er verschilt in bouw van woning (warmtevraag), type warmtebron (Hoog, midden of lage temperatuur) en het type en afstand leidingnet van bron tot en met de woningen ( geïsoleerd, dimensionering etc).
• Alle Warmtenetten kennen op dit moment een onrendabele top. Om dit op te lossen wordt de Wcw, Wgiw met bijhorende (financieel) instrumentaria doorgezet. • Alle transitievisies warmte zijn inmiddels verouderd. In 2026 dient deze geactualiseerd te worden in een warmteprogramma en daarna iedere 5 jaar. Dit is de verantwoordelijkheid van de gemeente.