Technische vragen en antwoorden GWRP.docx
Tekst van het document
Commissie 1
GWRP
Technische vragen SGP
13. Pagina 11: wat is het verschil tussen de provincie Flevoland en regio Flevoland zoals bovenaan de pagina genoemd wordt? Geen verschil. In de samenwerking afvalwaterketen is Nederland opgesplitst in regio’s. Alleen de regio Flevoland is gelijk aan de grenzen van de provincie Flevoland. 14. P: op pagina 12 staat vermeld dat de relatie tussen de gemeente en het waterschap complex is. Het lijkt dat er wrijving tussen partijen aanwezig is. Is dit juist of wordt bedoeld dat de begrenzing van wederzijdse verantwoordelijkheden complex is? Waterschap en gemeenten samen zijn verantwoordelijk voor het watersysteem op Urk en we doen dit voor dezelfde burger. Alleen soms schuurt dit op het verschil in belangen en inzicht. De gemeente moet een bredere maatschappelijke afweging maken terwijl het waterschap slechts één primaire functie heeft. 15. Er is geen actief beleid om het aantal en de frequentie van overstorten van gemengde stelsel te reduceren. Is er al eens onderzoek gedaan naar het ombouwen naar een verbeterd gemengd rioleringsstelsel? De vraag is wat wij verstaan onder een verbeterd gemengd stelsel. Veelal wordt daaronder verstaan dat achter het rioolstelsel bergbezinkbasins worden geplaatst. De gemeente Urk heeft in de periode 2012-2018 veel maatregelen getroffen om de vuiluitworp te verminderen. Dat heette toen de zogenaamde basisinspanning. Deze opgave hebben wij afgerond.
De gemeente Urk is geen voorstander van het bouwen van nieuwe bergbezinkbassins. Dat is namelijk een end of pipe oplossing. Aan het einde van de keten probeer je het water iets schoner te maken, voordat het geloosd wordt op het oppervlaktewater. Beter is om te voorkomen dat schoon water in het riool komt. Ons uitgangspunt is om de hoeveelheid regenwater dat op het gemengde stelsel afvoert te beperken. Vandaar dat bij reconstructies van wegen indien mogelijk regenwater rechtstreeks op het oppervlaktewater geloosd wordt. En hierdoor minder afvalwater ontstaat. 16. Op pagina 19 wordt gesproken over een kader duurzame gebiedsontwikkeling die opgesteld wordt. Wanneer kunnen we die tegemoet zien? De insteek is om het de eerste helft van 2023 ter besluitvorming aan het college aan te bieden. 17. Wat houdt 'restant vervanging 2020' in? Waarom wordt dit pas in 2023 voltooid? Waar vinden wij deze kosten terug in de vastgestelde begroting? Ook in het vorige GRP was er jaarlijks budget beschikbaar voor vervangingsmaatregelen. In 2020 is hiervoor het laatste krediet aangemaakt. Het ene jaar heb je wat meer (gedeeltelijke) vervanging dan het andere jaar. Het deel dat dit jaar nog over was voor besteding in 2022 is opgenomen in het overzicht. 18. De gemeente heeft met Zuiderzeeland een afvalwaterakkoord opgesteld dat op 7 oktober j.l. is getekend.
Is dit akkoord bij de raad bekend en welke rol heeft de raad hier?
Commissie 1
GWRP
Het gaat hier om uitvoering van het beleid en werkafspraken tussen waterschap en gemeente. Vandaar dat besluitvorming ligt bij het college. Het afvalwaterakkoord is vooral een uitvoeringstechnisch akkoord waarin het waterschap en gemeente afspraken hebben gemaakt over de bestaande en nieuwe afvoer van het vuile afvalwater naar de zuivering in Tollebeek. Het betreft vooral de aanleg van nieuwe gemalen en persleidingen, optimalisatie en overdracht van de bestaande persleidingen en (hoofd)rioolgemalen.
Technische vragen CDA 1 Conform de omgevingswet is dit stuk in het kader van burgerparticipatie ter inzage gelegd en ook is er een inloopmoment geweest. Zijn hier burgers op af gekomen? Er zijn geen burgers op af gekomen. Dit was ook de verwachting vooraf, gelet op het beleidsmatige karakter van het stuk. Iedereen heeft nu wel de kans gekregen te reageren. 2. Over de beheersstrategie staat te lezen dat in plaats van cyclische benadering waarbij alleen wat nodig toe is aan vervanging wordt vervangen. Dat is volgens de stukken een beleidsrichting die al jaren geleden is ingezet. a. Klopt het dat dit ertoe leidt dat volledige vervanging zoveel mogelijk wordt uitgesteld, of als dat mogelijk is helemaal niet plaatsvindt? Klopt. Door heel goed het systeem te kennen kun je ook gericht maatregelen treffen. Dit zorgt ervoor dat het stelsel langer blijft functioneren. Door de huidige moderne technieken zijn wij in staat het riool te reinigen en te inspecteren. Dit geeft ons informatie waar het stelsel gebreken heeft. Die kunnen we vaak van binnenuit repareren of als het iets groter is wordt er een kort stukje riool vervangen of gerepareerd. Uiteindelijk moet je het riool een keer vervangen, maar zoals we het nu zien gaat een groot deel van het Urker stelsel veel langer mee dan de ooit gehanteerde 60 jaar, door deze wijze van werken.
Daarbij speelt ook mee dat de afgelopen decennia de mindset gewijzigd is. In het verleden was de overtuiging dat het riool er strak in moest liggen. Tegenwoordig wordt veel meer gekeken naar het doel, namelijk het afvalwater inzamelen en transporteren naar de zuivering. Een kleine verzakking waarbij de buis nog gewoon heel is, is dan geen probleem meer. Deze kleine reparaties zijn vele malen goedkoper dan het vervangen van hele riolering strengen en levert minder overlast voor de bewoners op. b. Hoe gaat dit in de praktijk? Lukt het ook echt om de levensduur naar langer dan 60 jaar op te rekken? Dat is wel de verwachting. We kunnen daar nog niet heel veel over zeggen aangezien het grootste deel van de riolering vanaf de jaren 70 is aangelegd. c. En wat is de ervaring hiermee tot nu toe? Bespaart dit inderdaad kosten en hinder? Ook aangezien vaker kleinere werkzaamheden nodig zijn, moet het riool dan juist niet vaker open voor werkzaamheden? En hoe wegen de kosten daarvan op tegen de kosten voor volledige vervanging? Is
Commissie 1
GWRP
hier spreiding van de kosten niet meer het doel, of is het ook echt goedkoper? En geldt hier niet: uitstel zorgt aan het einde van de streep voor meer kosten? Het is lastig om dit in een paar zinnen uit te drukken. Omstreeks 2008 was de verwachting dat grote delen van het stelsel binnen 10 jaar moest worden vervangen. Het ging toen om enorme bedragen. Uiteraard hebben we de afgelopen jaren delen vervangen, maar ook vaak gecombineerd met het verbeteren van het stelsel. Echter door het uitvoeren van inspecties en reparaties kon een nog veel groter deel blijven liggen en functioneren deze riolen nog steeds. Hoe langer het riool kan blijven functioneren des te voordeliger het is. Het riool gaat langer mee, waardoor de aanlegkosten omgerekend per jaar lager worden. Daarbij speelt mee dat de reparatie technieken van binnenuit een fractie zijn van de kosten van het vervangen van een geheel riool. Hierbij is de expertise van een rioolbeheerder van groot belang. Hij maakt met behulp van technologische ondersteuning de keuze van repareren of als er te veel schade is de keuze voor vervanging. Als er gekeken wordt naar de geplande ontwikkeling van de rioolheffing door de jaren heen, zie je dat deze gelukkig veel lager is dan een jaar of 10 geleden geprognotiseerd was. Dit is niet geheel te wijten aan anders beheren, maar wel voor een groot deel. d.
Uit het stuk komt de indruk naar voren dat riolering met de juiste tijdige onderhouds- en herstelwerkzaamheden oneindig meegaan. Is dit zo? Of zitten hier toch grenzen aan? In theorie zou het kunnen. Eigenlijk gaat hierbij de vergelijking met een auto ook op. Het is mogelijk een auto tot in het oneindige te blijven rijden, toch vervangen de meeste mensen de auto op het moment dat deze te veel onkosten krijgt. Dit is ook zo met de riolering. Je probeert het evenwicht te zoeken tot waar reparaties nog zinvol zijn of dat vervanging een betere optie is. En dan wordt vervolgens ook nog de afweging gemaakt welk deel wordt dan vervangen een hele weg of juist een stukje. Dit is de taak van onze uitstekende rioolbeheerder om de juiste afweging te maken op basis van zijn lokale- en technische kennis. e. In het stuk staat dat ‘de meeste riolering op Urk’ nog een levensduur heeft van enkele tientallen jaren, en dat in deze planperiode dus geen grootschalige rioolvernieuwing hoeft plaats te vinden. Hoe is de spreiding in levensloop van ‘de meeste riolering’ op Urk? Is de levensduur ongeveer gelijk, of zit hier wel steeds een periode tussen? En sparen we daar alvast voor? Hoe wordt voorkomen dat het ophoopt naar één moment? De verwachting is dat de vervangingsgolf voor een deel het bouwverloop van Urk zal volgen.
Echter daarbij spelen heel veel zaken mee, zoals kwaliteit van het riool, aanlegmethode, grondgesteldheid van het gebied, toekomstige herontwikkeling van gebieden, etc. Wat wij doen is het riool heel goed volgen en vervolgens de consequenties inschatten voor de toekomst en die worden verwoord in het GWRP. Het sparen voor een vervangingsgolf waarvan we niet weten wanneer die komt is slechts beperkt toegestaan volgens de financiële regels (BBV) waaraan de gemeente zich moet houden. 3. MBT tot het Beleid oppervlaktewater is te lezen dat het onderhoud van stedelijk water van gemeente sinds 2011 naar het waterschap is gegaan. In dit kader wordt ook gesproken over een maatwerkovereenkomst tussen gemeente en waterschap. Maar op pagina 22 staat ook dat het
Commissie 1
GWRP
waterschap zich beperkt tot grotere waterlopen en dat kleinere elementen, de zogenaamde ‘haarvaten’ zoals singels worden overgelaten aan gemeenten. a. betekent dit dat we als gemeente nog steeds verantwoordelijk zijn voor het beheer van de singels? Nee, alle singels op Urk die een vast waterpeil hebben (merendeel) zijn sinds 2011 in beheer en onderhoud bij het waterschap. Slechts een beperkt aantal bermsloten en greppels die geen vast waterpeil hebben zijn nog in eigendom, beheer en onderhoud bij onze gemeente.
b.
Hoe zit dit met het onderhoud van de rietkragen langs de singels/ en het maaiwerk? is het beheer daarvan formeel een taak van de gemeente? En hoe is dit in de afgelopen pakweg 10 jaar in de praktijk op Urk geregeld? Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige doorstroming van het stedelijke water. Vanuit die optiek/zorgplicht maaien zij nu het overtollige riet in het water en op de eerste meter op de oever naast de waterlijn. Vanaf die grens is onze gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud van de oevers waar het riet ook groeit (groenonderhoud). Het rietonderhoud is de laatste jaren steeds meer onder de aandacht gekomen omdat de beeldkwaliteit een grotere rol speelt. Burgers “storen” zich steeds meer aan de rietgroei dat onder andere het zicht op het water wegneemt. Bekeken vanuit de beeldkwaliteit is er dus vanuit de gemeente meer behoefte om het riet vaker te maaien. Ook het waterschap lijkt af te stappen van de gedachte dat het alleen verantwoordelijk is voor het nautische rietbeheer. Vanuit de beeldkwaliteit, maar ook vanuit bio-diversiteit, lijken zij ook deze belangen te onderkennen. Het bestuur van het waterschap moet daar nog een beslissing over nemen, vermoedelijk komend jaar in het kader van de actualisatie van de maatwerkovereenkomsten stedelijk water Flevoland.
Ook onze gemeente zal haar rol daarbij moeten oppakken door meer riet op de oever te maaien. Het nieuwe rietonderhoud krijgt zijn beslag bij de actualisatie van de maatwerkovereenkomst waarbij zowel gemeente als waterschap een rol krijgen.
c. Er wordt gesproken over een vernieuwing van de maatwerkovereenkomst met het waterschap. Wat zijn zaken die in die nieuwe maatwerkovereenkomst anders geregeld gaan worden? En worden hierin ook nieuwe afspraken gemaakt over het beheer van het riet? De nieuwe overeenkomst betreft voornamelijk een actualisatieslag. Er worden wel nieuwe afspraken gemaakt voor het rietonderhoud.
d. ‘de relatie tussen de gemeente Urk en waterschap wordt als complex omschreven. De meeste zaken lopen goed.’: Wat loopt dan niet goed? En hoe wordt dit vertaald in eventuele nieuwe afspraken binnen de maatwerkovereenkomst? De gemeente en het waterschap hebben vele taken en rollen op het gebied van afvalwater, hemelwater, grondwater en het stedelijke oppervlakte water. De hoeveelheid aan onderwerpen maakt de afstemming enigszins complex. Doordat er standaardregelingen van het waterschap met de gemeenten in Flevoland zijn opgesteld maakt het afstemmen van maatwerk echter eenvoudiger.
4. Met betrekking tot de berekening van niet-woningen : waarom is gekozen voor een koppeling met het waterverbruik? In het stuk staat ook te lezen dat dit niet één op één gekoppeld kan worden aan de daadwerkelijke belasting van het riool. En waarom is ervoor gekozen voor een vaste stijging van
Commissie 1
GWRP
1%? naast de trendmatige verhoging? Waar is die 1% op gebaseerd? En loopt die 1% jaarlijkse verhoging ongelimiteerd door? In 2011 is de heffingsgrondslag bepaald voor de gemeente Urk. Daarbij is destijds gekozen het toepassen van het principe “De vervuiler betaalt”. Voor bedrijven is dit gekoppeld aan het drinkwaterverbruik. Deze gegevens zijn bij Vitens bekend. De grote afnemers van drinkwater op Urk zijn ook meestal de bedrijven die het meeste lozen. Het mooiste zou zijn om het te verrekenen op basis van geloosd volume, echter deze gegevens worden niet gemeten en bijgehouden. Dus deze grondslag is niet haalbaar. De grootste lozers bepalen voor een groot deel de kosten van het stelsel. Op het industrieterrein ligt een fors rioolstelsel als gevolg van de bedrijvigheid die er plaats vindt. Vandaar dat vanuit het principe “De Vervuiler betaalt” het voorstel nu is om daar ook in de rioolheffing dit zichtbaar te maken door in de periode 2024-2028 de rioolheffing voor bedrijven jaarlijks met een vaste stijging van 1% te laten verhogen naast de trendmatige stijging. Op het moment van herziening van het GWRP in 2028 of eerder als dit nodig is, bepaalt de raad de ontwikkeling van de rioolheffing.
De 1% is willekeurig gekozen en bedoeld om het onderscheid te maken! Het zou mooi zijn als deze financiële prikkel bij bedrijven aanzet tot nadenken over het beperken van de afvalwater stroom. 5. Op pagina 5 van het Raadsvoorstel is een deel van het schema weggevallen: kunnen we die alsnog goed in beeld/ nagezonden krijgen?
6. In hoeverre brengt het fenomeen inklinking op Urk en in de polder uitdagingen met zich mee voor het GWRP? En welke maatregelen worden daartoe genomen? Inklinking, maar ook de slappebodem op Urk is wel degelijk een issue bij het vervangen en aanleg van riolering. Er is niet 1 maatregel, maar afhankelijk van de situatie wordt bekeken wat wenselijk is. Denk dan aan onderheide riolering, ontgraven tot vaste zandlaag, meer flexibel ontwerpen, etc.
Commissie 1
GWRP
Technische vragen ChristenUnie Vermeld is dat er per aansluiting € 50 wordt betaald voor oude kapitaallasten. Er staan weer veel investeringen op stapel in 2023 en 2024. Betekent dit dat de kosten per inwoner weer gaan stijgen? Nee, de investeringen die nu gepland staan passen in de ontwikkeling van de rioolheffing zoals opgenomen in dit GWRP. De grootste onzekerheid op dit moment is de inflatie die we momenteel kennen. De relatie tussen WZ en GU is complex, hier moet aandacht voor zijn in de bestuursovereenkomst welke gepland staat om in 2022 op te stellen. Gaat dit nog lukken of wordt dit uitgesteld? En wat is daar dan de reden voor? Het afvalwaterakkoord is in oktober jl. vastgesteld.