Subsidiebeleid 2021
Tekst van het document
Subsidiebeleid 2021 Regels voor subsidieverstrekkingen
Voorwoord De gemeente Urk verleent veel subsidies. In de gemeentebegroting staan middelen voor bepaalde activiteiten. De gemeente stelt deze jaarlijks beschikbaar aan maatschappelijke partners. Met de grotere partners maken we subsidieafspraken, voor de inzet van de middelen. Dit past vervolgens binnen de beschikbare budgetten. De maatschappelijke partners ontvingen steeds zo de opdrachten. Ze voerden die uit onder vastgestelde voorwaarden en met overeengekomen verantwoordingsplichten. De toetsing hiervan valt onder de ‘rechtmatigheidscontrole.’
Inhoudelijke beleidsdoelen staan in afzonderlijke beleidsnota’s en notities vermeld. Deze zijn door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Met subsidies kunnen we sturen op de uitvoering van dit beleid. Op de te behalen resultaten en maatschappelijke effecten. De nieuwe ‘Algemene subsidieverordening 2021’ betreft de juridische uitwerking van dit alles. In artikel 5 van deze verordening staat aan welke uitgangspunten de gemeente Urk zich houdt in het subsidiebeleid. Deze uitgangspunten vindt u in dit plan terug.
Maar hoe weet gemeente Urk of de verstrekte subsidies bijdragen aan een goede en/of betere samenleving op Urk? Welk effect hebben gesubsidieerde activiteiten? De toetsing hiervan valt onder de ‘doelmatigheidscontrole.’ Met de decentralisatie en transformatie in het Sociaal Domein verschuiven de meningen over de rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke organisaties en overheid. Dat heeft ook effect op het subsidiebeleid. Daarnaast wil gemeente Urk het beleid zoveel mogelijk in samenhang met maatschappelijke partners ontwikkelen en uitvoeren. Een cultuuromslag is nodig. Dat vraagt veel veranderkracht. Het vraagt om aanpassing van de huidige vorm van samenwerking en betrokkenheid. Ook vraagt het een nieuwe balans in de relatie tussen inwoners, maatschappelijke partners en de gemeente. Het verstrekken van subsidie helpt in dat alles mee. De gesubsidieerde activiteiten moeten een duidelijke meerwaarde hebben in onze gemeente. Op het maatschappelijk domein liggen daarom kansen. Kansen om alle voorzieningen en activiteiten in onze gemeente op het gebied van sport, recreatie, welzijn en cultuur op een nieuwe en andere manier te benaderen.
Freek Brouwer Wethouder Sociaal Domein
2
Uitgangspunten subsidiebeleid 1. Subsidie is een sturingsmiddel Uitgangspunt De gemeente verstrekt subsidie om bepaalde maatschappelijke prestaties, doelen en effecten te realiseren. Deze komen voort uit verschillende gemeentelijke beleidsnota’s. Het verstrekken van subsidie is voor de gemeente een belangrijk sturingsinstrument. De verstrekte subsidie moet bijdragen aan de leefbaarheid in de gemeente Urk. Het is nooit een doel op zich. De gemeente wil particuliere initiatieven faciliteren en stimuleren. Zonder dat deze initiatieven (te) afhankelijk worden van financiële ondersteuning. 2. Spreiding en doel welzijnsvoorzieningen Uitgangspunt Het gemeentelijk welzijnsbeleid richt zich op een goede spreiding van de welzijnsvoorzieningen binnen de gemeente. De gemeente werkt aan het vergroten van de kracht van samen leven, wonen en werken. Ook aan het vergroten van de samenredzaamheid en participatie van de inwoners van onze gemeente. De zorg voor het welzijn is primair een particuliere zaak. Het realiseren van welzijnsvoorzieningen en/of het subsidiëren daarvan door of vanwege de gemeente zelf, gebeurt pas als het om een noodzakelijke voorziening gaat die niet door particuliere instellingen wordt of kan worden gerealiseerd.
3. Een inclusieve samenleving Uitgangspunt Participatie stimuleren vanuit het moto : iedereen doet mee! De gemeente Urk staat voor een inclusieve gemeente en streeft er naar om uitsluiting te voorkomen. Het subsidiebeleid is daarom ook inclusief. Uitgangspunt voor subsidieverlening is dat gesubsidieerde activiteiten openstaan voor alle doelgroepen. 4. Inherente afwijkingsbevoegdheid Uitgangspunt De gemeenteraad en/of college kunnen in bepaalde gevallen afwijken van het beleid. Dit is mogelijk als er sprake is van een bijzondere omstandigheid. Bij een bijzondere omstandigheid heeft handelen volgens de regeling gevolgen voor een of meer belanghebbenden. Deze gevolgen zijn niet in verhouding met de doelen die de regeling heeft. Op deze manier is het mogelijk maatwerk te leveren. 5. Eenduidige werkwijze bevordert integraliteit Uitgangspunt: De diverse gemeentelijke subsidies worden zoveel als mogelijk op dezelfde manier beschikt en/of contractueel vastgelegd. Meerdere teams binnen de gemeente Urk werken met subsidies. Een (meer) eenduidige manier van werken is belangrijk. Vooral de administratieve verplichtingen voor subsidieontvangers kunnen niet verschillend zijn.
3
Uitgangspunten subsidiebeleid 6. Administratieve lastenverlichting Uitgangspunt Doel is flexibiliteit, waardoor organisaties makkelijker kunnen inspelen op veranderingen in doelgroep, zorgvraag, financiering of samenwerkingsverbanden.
Administratieve lastenverlichting helpt mee aan kostenbesparing, hogere cliënten medewerkerstevredenheid, afbouw van overhead en ruimte voor de professional. In het interne besluitvormingsproces wordt een niveau toegevoegd in de verantwoordingsplicht (afhankelijk van hoogte subsidie). Bij ingrijpende wijzigingen en/of hogere bedragen kan het college er voor kiezen om de gemeenteraad te informeren en/of om advies te vragen. De leidinggevende van de verantwoordelijke afdeling besluit op positieve subsidiebeschikkingen. Dit staat in het mandaatbesluit 2019. Waar nodig wordt afgestemd met de portefeuillehouder. College van B&W neemt altijd de besluiten op subsidie afwijzingen. Te overleggen bescheiden Incidentele subsidies: bij aanvraag direct vaststellen Subsidie < € 500: zonder aanvraag/afrekening. Zien als donatie. Subsidie < € 50.000: met aanvraag en afrekening. Bij subsidies hoger dan € 25.000 moet een balans worden ingeleverd. Subsidie > 50.000: met aanvraag, afrekening en accountantsverklaring.
7. Modellen voor gemandateerde subsidieverstrekking Uitgangspunt Doelmatigheid- en rechtmatigheid van subsidies moet vastgesteld worden. Het college ontwikkelt een model om de rechtmatigheid en doelmatigheid van de verstrekte subsidies te toetsen. Bij de subsidieaanvraag wordt een duidelijke relatie gelegd tussen gemeentelijke doelen en gesubsidieerde activiteiten. 8. Actieve samenwerking gevraagd van organisaties Uitgangspunt Van gesubsidieerde organisaties wordt een actieve samenwerking gevraagd met andere organisaties op Urk. Geen enkele gesubsidieerde organisatie staat in de Urker samenleving op zichzelf. Altijd zijn er raakvlakken met andere organisaties. De gemeente Urk verwacht daarin samenwerking waar het mogelijk is. De gemeente stimuleert daarin de creativiteit en moedigt aan om buiten de gebaande paden te treden. 9. Indexeren van subsidie Uitgangspunt De gemeente is bereid te spreken over een tegemoetkoming van die kosten waar de organisatie geen invloed op kunnen uitoefenen. De gemeente erkent dat (met name professionele) organisatie geconfronteerd kunnen worden met kosten waar zij zelf geen invloed op kunnen uitoefenen (bijv. cao). Binnen de budgettaire mogelijkheden wil de gemeente hierover het gesprek aangaan en is indexeren van subsidie mogelijk (in beginsel op basis van CPI).
4
Uitgangspunten subsidiebeleid 10. Indirect subsidiëren is passend organiseren Uitgangpunt Indirecte bekostiging van maatschappelijke organisaties wordt gehandhaafd in situaties waarin dat het meest praktisch is. Dit noemen wij passend organiseren.
Sommige maatschappelijke organisaties van wie de prestaties meehelpen aan gemeentelijke beleidsdoelen ontvangen daarvoor geen subsidie. De gemeente faciliteert hun op een andere manier. Denk bijvoorbeeld aan het onder de kostprijs beschikbaar stellen van gemeentelijke accommodaties. Of ambtelijke ondersteuning bij een activiteit of evenement. Dit indirect subsidiëren valt buiten de bepalingen van de verordening.
11. Aandacht voor social return Uitgangpunt Het doel van social return is ervoor te zorgen dat een investering door de gemeente, naast een maatschappelijk effect ook een concrete sociale winst (return) oplevert. In de subsidieverstrekking richting grote professionele organisatie vraagt de gemeente aandacht voor social return. Hierbij ligt het accent op creëren van werkgelegenheid voor inwoners die een uitkering ontvangen. Of inwoners met een andere afstand tot de arbeidsmarkt.
12. Sturing op maat Uitgangspunt Sturing en toezicht stemt de gemeente af op het type organisatie en de omvang van de verstrekte subsidie. Er is sprake van een diversiteit aan organisaties: vrijwilligersorganisaties, organisaties met professioneel kader, kleine, middelgrote en grote organisaties. De gemeente richt zijn subsidiebeleid in op deze diversiteit. De gemeente verbindt soms minder of juist meer voorwaarden aan de subsidieverstrekking. Of aan de financiële en inhoudelijke verantwoording. Dit hangt af van de hoogte van de subsidie en het gewicht van de te bereiken doelen. 13. Meerjarige subsidies afsluiten Uitgangspunt De gemeente kiest waar dat kan voor meerjarige subsidies, zodat partijen weten wat voor de komende jaren verwacht wordt. Het verstrekken van meerjarige subsidies is voor sommige organisaties wenselijk. De gemeente wil per organisatie kijken of dit mogelijk is. Een stabiele relatie is dan wel een voorwaarde. Daarnaast moet in een subsidieuitvoeringsovereenkomst afspraken staan over resultaten die zich over meerdere jaren uitstrekken. De gemeente vraagt van deze organisaties jaarlijks een inhoudelijk en financiele verantwoording.
5
Uitgangspunten subsidiebeleid 14. Partnerschap en vertrouwen Uitgangspunt De gemeente gaat uit van partnerschap en vertrouwen in de relatie met de gesubsidieerde organisaties.
16. Transparant in subsidieverstrekking Uitgangspunt De gemeente is transparant over haar subsidiedoelstellingen en over de subsidieverlening.
Met de decentralisaties en transformatie verschuiven de meningen over de rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke organisaties en overheid. De grote gemeentelijke opgaven zorgen ervoor dat het beleid (zoveel als mogelijk) in samenhang met partners ontwikkeld en uitgevoerd moet worden. Dit vraagt veranderkracht. En herziening van de huidige vorm van samenwerking en betrokkenheid. De gemeente stelt de “wat-vraag” en de partners vullen “de hoe-vraag” in. Dat vraagt vertrouwen en partnerschap.
Op de gemeentelijke website staat een openbaar subsidieregister. Daarin staat per beleidsterrein de verstrekte subsidies. Dit overzicht is ook te vinden in de Tussenrapportages en de jaarrekening van de gemeente Urk.
15. Beleidsvrijheid in subsidieverstrekking waarborgen Uitgangspunt We kiezen voor een verordening op hoofdlijnen die organisaties en de gemeente ruimte en vrijheid geeft in de subsidierelatie.
In de subsidieverordening is het subsidiebeleid omgezet in regelgeving. Op deze manier borgt de gemeente de rechtmatigheid- en doelmatigheid. De nieuwe verhoudingen tussen gemeente en de gesubsidieerde organisaties gaan uit van vertrouwen en partnerschap. En geeft ruimte aan de professionaliteit van organisaties. Dat laatste is een belangrijk beleidsuitgangspunt. Daarbij hoort ook de dialoog over de inhoudelijke activiteiten. Tegelijkertijd wil de gemeente ook zelf beleidsvrijheid hebben om concrete afspraken te maken over gesubsidieerde activiteiten.
Overzicht inkomensoverdrachten 2020 Beleidsonderdeel Economie en Toerisme Gezondheidszorg Jeugd preventie Sport en bewegen Welzijn WMO Veiligheid Milieu en leefomgeving Dienstverlening Eindtotaal
Incidentele Structurele Gem. regeling subsidies Projectgelden subsidies en/of wettelijk 7.600 51.376 81.300 29.007 50.960 1.065.943 142.037 729.575 164.754 228.194 43.713 11.750 543.262 64.939 1.308.975 1.717.866 865.012 6.350 34.799 257.677 45.555 51.313 305.459 2.977.065 4.116.807
Totaal 140.276 1.145.910 1.036.366 228.194 598.725 3.091.780 865.012 298.826 45.555 7.450.644
6
Uitgangspunten subsidiebeleid 17. Tellen en vertellen Uitgangspunt Gesubsidieerde organisaties verantwoorden hun bereikte resultaten ook door ‘storytelling’ en klantervaringsonderzoeken. Actuele informatie wordt verkregen door vertelsessies.
18. Sturen op prestatie en/of resultaten Uitgangspunt Sturen met subsidies op betekenisvol resultaat. Het gaat er om wat er voor de gebruiker van de activiteit bereikt wordt. Er komt voor de grotere, professionele organisatie dus minder nadruk op telbare prestaties.
Elke gesubsidieerde organisatie levert na afloop als verantwoording een verslag in. Hierin staat wat de organisatie heeft gedaan en wat er is bereikt met hulp van de verstrekte subsidie. Aan organisaties met een professioneel kader vraagt de gemeente om tenminste elke 2 jaar over hun ’klantervaring‘ te rapporteren.
De gemeente richt zijn beleid (nog) beter in op het bereiken van maatschappelijke effecten. Dit gaat de gemeente doen door de gesubsidieerde organisaties méér aan te spreken op te bereiken (en bereikte) resultaten. Minder op de prestaties die ze daarvoor leveren.
Uitgangspunt bij subsidieverstrekking is dat er ook regelmatig een vertelsessie is met organisaties. Op dat moment worden de voortgang en knelpunten besproken. Dit is vooral met organisaties die een bijdrage/subsidie ontvangen > € 50.000. Op deze manier krijgt de gemeente actuele en concrete informatie. Van deze organisaties vraagt de gemeente naast een inhoudelijk jaarverslag ook een accountantsverklaring (ten minste een samenstellingsverklaring). In een financiële vertelsessie kan de gemeente controle uitvoeren op de financiële huishouding van de organisatie. Gemeente Urk werkt ernaar toe dat organisaties zich ook maatschappelijk verantwoorden. Professionele organisaties of vrijwilligersorganisaties vertellen dan in een bijeenkomst met inwoners, ketenpartners en/of gemeenteraad over hun ervaringen. Dit om trends en ontwikkelingen te kunnen plaatsen naast harde cijfers. Dat is belangrijk voor de doorontwikkeling van het gemeentelijke beleid.
Alleen waar dat nodig en zinvol is, blijft de gemeente ook sturen op prestaties. Het onderliggende beleid bepaalt of de resultaatsturing meer of minder op (telbare) prestaties is gericht. Er zijn ook beleidsterreinen waar prestatie en resultaat dichter bij elkaar liggen. Meestal als het beleid beperkt is tot eenmalige gebeurtenissen. Wat is een prestatie? Dit is de activiteit die de gesubsidieerde organisatie organiseert met een bepaald doel. Een prestatie wordt altijd uitgedrukt met een werkwoord zoals ‘organiseren van…’. De gemeente rekent de prestatie in een subsidierelatie af en toe. Zo gebeurt dat ook bij een inkooprelatie. Iets is wél of niét gedaan. In de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) staat het begrip ’activiteit’ centraal als het gaat om de formele beschikking waarmee een subsidie wordt verstrekt.
7
Uitgangspunten subsidiebeleid Wat is een resultaat? In een resultaat staat wat er met de activiteiten moet worden bereikt bij de gebruikers. Een resultaat is altijd uitgedrukt in termen van ’het bereiken van…’. Meestal is niet alleen de gesubsidieerde organisatie bepalend voor een resultaat. Er zijn ook andere of externe factoren die het resultaat beïnvloeden. Het financieel afrekenen van de (niet)behaalde resultaten is minder eenvoudig dan het afrekenen van prestaties. Maar verantwoorden van bereikte resultaten door de organisatie kan natuurlijk wel. Klantervaringsonderzoeken zijn daar een goed middel in. Zo kunnen vanuit de (politiek) bestuurlijke invalshoek wel gevolgen worden verbonden aan het toerekenen van resultaten aan een gesubsidieerde relatie.
Wat zijn maatschappelijke effecten? Maatschappelijke effecten zijn de doelen die de overheid uiteindelijk wil bereiken. Bijvoorbeeld minder eenzame ouderen en minder voortijdige schooluitval. We beseffen dat dit niet altijd een goede basis voor een subsidierelatie. Bij maatschappelijke effecten is er immers geen direct oorzakelijk verband tussen de inzet van een gesubsidieerde organisatie en dat effect. Effecten zijn niet toerekenbaar en dus ook niet afrekenbaar aan de gesubsidieerde organisatie. Overeenstemming is belangrijk (tussen gemeente en de organisatie) dat de ondernomen activiteit én het resultaat ervan een bijdrage levert aan het maatschappelijk effect. Het benoemen van maatschappelijke effecten geeft daarom richting.
8
Productief Partnerschap Vanuit de nieuwe taken in de decentralisatie worden gemeenten geconfronteerd met nieuwe dillema’s, waar vaak geen eenduidige oplossing voor bestaat. Een integrale en beleidsoverstijgende aanpak is dan vereist. Dat vraagt om aanpassing van de huidige vorm van (integrale) samenwerking en betrokkenheid met en van partijen.
Verder uitbouwen van nieuwe manier van werken Het proces om te komen tot subsidieafspraken op basis van Productief Partnerschap is niet nieuw bij gemeente Urk. Na interne scholing zijn (leer)trajecten rond Productief Partnerschap gestart met ZONL, Waypoint en Caritas Urk.
Welke rol heeft de gemeente? De gemeente Urk gebruikt voor deze samenwerking het instrument van productief partnerschap. Daarbij kijkt de gemeente naar 2 zaken: • De gemeente als subsidieverstrekker (financier): Hoe wil de gemeente sturen met een subsidie: met prestatie, resultaat of effect? • De positie die gemeente inneemt: Welke positie neemt de gemeente zelf in rond het vraagstuk ? Is er al veel samenwerking met de organisatie? Is er co-creatie nodig of moet de gemeente samenbrengen, stimuleren en/of faciliteren?
Het leertraject is geëvalueerd met deze partijen. Alle betrokkenen zijn het er over eens dat er duidelijk verbetering te zien is in de manier van onderling samenwerken. De nieuw ingezette vertelsessies worden als geslaagd ervaren en bieden ruimte voor doorontwikkeling. De dienstverlening van de betrokken organisaties is al meer dan in het verleden in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen. “Dit mag zich meer ontwikkelen. Niet alleen voorafgaande aan de beschikking, maar ook in de periode van vaststellen van de begroting is het gewenst in openheid te communiceren.” zeggen de partijen.
Als regievoerder geeft de gemeente in het beleid aan ‘wat’ zij wil bereiken. Het ‘hoe’ is (meer dan voorheen) aan de organisaties (al dan niet in gezamenlijkheid)..
Dat vraagt samenwerking en vertrouwen aan en van organisaties. Marktwerking en concurrentie kan daarbij soms schuren, omdat er naast de belangen van de cliënten ook een organisatiebelang bestaat. In het partnerschap is het belangrijk dat communicatie daarom open blijft en de werkrelatie helder. Juist dat geeft veel ruimte om samen op zoek te gaan naar nieuwe antwoorden. Goed voorbeeld van een dergelijk traject is de doorontwikkeling van het jongerenwerk en het project MitEnkanger
Vanuit de evaluatie zijn de ook aanbevelingen gedaan: • Concreet en meetbaar Een scherpere formulering vooraf is nodig om prestaties, resultaten en effecten te volgen en te meten. • Communicatie Communicatie in zijn algemeenheid vraagt steeds aandacht. Het omgaan en werken met elkaar kan altijd beter. • Deskundigheidsbevordering Er is bij organisaties nog te weinig eenduidigheid in de vertaling van ieders rol als regievoerder in relatie tot die van productief partner. Dat vraagt om deskundigheidsbevordering.
9