Ruimtelijk- en functioneel Programma van Eisen
Tekst van het document
Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen Brede School Zeeheldenwijk
Opdrachtgever Gemeente Urk Datum 3 september 2021 Project Begeleiding nieuwbouw Brede School Zeeheldenwijk Referentie 1650602-0043.2.0 Auteur(s) mevrouw ir. E.C.W. Arensman - HEVO B.V. mevrouw ir. Y.E.M. Ketelaars - HEVO B.V.
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
www.hevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
● ● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●● ● ●● ●● ●● ●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
info@hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
Inhoudsopgave 1.
7.
Exterieur Brede School
25
Gebruikseisen gebouw Vormfactoren Vrije hoogte ruimten Daglicht Indelingsflexibiliteit Toegankelijkheid Algemeen Horizontale verkeersafwikkeling Verticale verkeersafwikkeling Vluchtmogelijkheden en -wegen Afsluitbaarheid, compartimentering en avondgebruik Mindervaliden
26 26 26 26 26 27 27 27 27 27 27 28
Terrein Ontwerp Benodigd oppervlak terrein Gebruikseisen speelterrein Overige voorzieningen terrein Groenvoorziening Parkeren Rijwielstalling personeel Rijwielstalling leerlingen Buitenbergingen Containerberging (buiten) Inrichting buitenterrein Afscheidingen Bezonning en beschutting
29 29 29 29 30 30 30 30 30 30 30 30 31 31
Overige randvoorwaarden Onderhoud, exploitatie en milieuaspecten Duurzame ontwikkeling en milieuaspecten
32 32 32
Inleiding Kaders en uitgangspunten Doel Ambitie nieuwe huisvesting Aanpak Randvoorwaarden wet- en regelgeving
3 4 4 5 5 5
2.
Brede school Zeeheldenwijk Identiteit en aanbod partners Samenwerking Gezamenlijke do’s en don’ts voor de Brede School
6 6 6 6
3.
Visie op de huisvesting Huisvestingsvisie en hoofdordening Gemeenschappelijk hart Brede School Kinderopvang Brede School Onderbouw Brede School Middenbouw Brede School Bovenbouw Brede School
7 7 8 9 10 11 12
4.
Ruimteomschrijvingen Gemeenschappelijk hart Directie-/ stafruimten Kinderopvang Rehoboth en Zonnebloemschool Ruimteomschrijving overige ruimten
13 13 14 15 17 18
5.
Ruimtelijk kader Ruimteverdeling Ruimteprogramma
20 20 20
9.
6.
Beeldverwachting Interieur Brede School
24 24
Bijlage 1: do’s en don’ts
Referentie: 1650602-0043.2.0.
7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4 7.5.5 7.5.6 8.
8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.4.6 8.4.7 8.4.8 8.4.9
33
Pagina 2 van 35
1. Inleiding De gemeente Urk ontwikkelt een nieuwe wijk, de zogenaamde Zeeheldenwijk. In deze wijk zullen over een periode van ongeveer 20 jaar naar verwachting circa 1.600 woningen gebouwd worden voor circa 6.000 inwoners. In het centrum van de wijk is plek voor maatschappelijke voorzieningen, waaronder onderwijs. De gemeente heeft het schoolbestuur Rehoboth in dat kader toegezegd dat zij in het centrum een dislocatie krijgt voor één van haar scholen. Rehoboth heeft nog geen definitieve keuze gemaakt welke school de dislocatie zal krijgen. De ambitie is om, in het belang van de optimale ontwikkeling van kinderen, een integrale en inclusieve voorziening te ontwikkelen voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar. Hiervoor streeft de gemeente naar samenwerking tussen voorschoolse en buitenschoolse voorziening (PSU), basisonderwijs (dislocatie nader te bepalen basisschool van Rehoboth) en speciaal onderwijs (nevenvestiging Zonnebloemschool). Specifieke huisvesting voor een tienercollege in samenwerking met het Emelwerda College is nog niet haalbaar en wordt vooralsnog niet meegenomen in de plannen. De ambitie is om de nieuwe locatie als brede school-concept op te zetten. De beoogde samenwerkingspartners en de gemeente hebben gesprekken gevoerd, een visie ontwikkeld en de resultaten hiervan laten vastleggen in een intentieovereenkomst.
De gemeente treedt op als bouwheer van de nieuwbouw voor de brede school. Voordat aan het ontwerp gestart wordt zal de intentieovereenkomst verder uitgewerkt worden tot een samenwerkingsovereenkomst.
Figuur 1 Nieuwbouwwijk Zeeheldenwijk Urk met locatieaanduiding brede school
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 3 van 35
Kaders en uitgangspunten De gemeente Urk heeft in overleg met de schoolbesturen in 2020 een nieuw IHP opgesteld, waarin actuele leerlingenprognoses zijn opgenomen. De prognoses behorend bij het individualiseringsscenario zijn uitgangspunt voor de planvorming. In 2030 zijn er in de Zeeheldenwijk conform dit scenario circa 150 leerlingen in de basisschoolleeftijd. Op lange termijn gaat dit scenario uit van een groei naar circa 450 leerlingen in 2040. Voor het ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen (PvE) zijn de volgende kaders en uitgangspunten vastgesteld. De nieuwe brede school in de Zeeheldenwijk gaat huisvesting bieden aan: 452 leerlingen van de Rehoboth school à 2.474 m2 bvo 48 leerlingen van de Zonnebloemschool, inclusief speellokaal à 512 m2 bvo 6 groepen Peuterspeelzaal Urk (PSU) Aan de brede school komt een sporthal vast te liggen. De eisen voor deze sporthal zijn niet opgenomen in dit document. In het relatieschema is de sporthal wel meegenomen. Omdat de Zeeheldenwijk nog moet worden gerealiseerd zal de brede school in twee fasen worden gerealiseerd en op deze manier meegroeien met de populatie van de wijk. Dit Programma van Eisen beschrijft het eindbeeld, als de wijk volgroeid is. De technische eisen en ambities zijn beschreven in een separaat technisch Programma van Eisen.
Doel Het PvE gaat in op de ruimtelijke en functionele eisen voor de nieuwbouw van de brede school.
Het PvE is dus het kompas waarmee het ontwerpteam (één team van een architect, installatieadviseur, constructeur en bouwfysisch adviseur) moet werken om een ‘maatwerk’ ontwerp te maken dat zo dicht mogelijk aansluit bij de geformuleerde ambitie, eisen en wensen van beide basisscholen en de kinderopvangorganisatie. Het is zaak om het kompas niet te ingewikkeld of te uitvoerig te maken. Het detailniveau is zo ver uitgewerkt als de gebruikers in deze fase van het project kunnen definiëren. Aan de andere kant is het PvE wel zo compleet dat alle aspecten die van invloed zijn op de investeringskosten in het PvE zijn opgenomen. Het blijft een belangrijk document tot het moment van vaststelling van het Voorontwerp (VO) van de nieuwbouw. Vanaf dat moment is niet langer het PvE, maar het VOfasedocument leidend. Het PvE en tussentijds ontstaan ‘voortschrijdend’ inzicht hebben zich dan doorontwikkeld tot een VO. Dit PvE heeft de volgende indeling: Hoofdstuk 2: beschrijft de identiteit van de partners en visie op onderwijs en ontwikkeling Hoofdstuk 3: behandelt de vertaling naar de huisvestingsvisie Hoofdstuk 4: is een beschrijving van de ruimtelijke en functionele randvoorwaarden die specifiek gelden voor de afzonderlijke ruimten Hoofdstuk 5: gaat in op het ruimtelijk kader Hoofdstuk 6: toont de beeldverwachting Hoofdstuk 7: beschrijft de algemene gebruikseisen van het gebouw.
Hoofdstuk 8: gaat in op de functionele randvoorwaarden van het terrein. Hoofdstuk 9: sluit af met overdenkingen op het gebied van exploitatie, onderhoud en duurzaamheid.
Het PvE dat hier voor u ligt heeft een drieledig doel: 1. Het is een middel om de eisen en wensen van de opdrachtgevers en gebruikers vast te leggen. 2. Het dient als leidraad voor de ontwerpende partijen en als toetsingsmiddel voor de beoordeling van de output van de ontwerpende partijen. 3. Het dient als uitgangspunt voor de toetsing van de financiële haalbaarheid.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 4 van 35
Ambitie nieuwe huisvesting Een gebouw is faciliterend en ondersteunend aan de gebruikers en de visie op onderwijs. Het moet de identiteit van de scholen zichtbaar maken en een fijne leer- en werkplek zijn voor de leerlingen en medewerkers. Onderwijs is voortdurend in beweging en een gebouw staat er in ieder geval de komende veertig jaar. Het is dan ook belangrijk om zowel vooruit te kijken en na te denken over toekomstige ontwikkelingen als te reflecteren op wat er op dit moment goed is, wat men vooral niet kwijt wil en wat er net anders zou moeten.
Aanpak Voor de nieuwbouw van de brede school is er voorafgaand aan de definitiefase een projectorganisatie ingesteld in de vorm van een stuurgroep en ontwikkelgroep. In de stuurgroep worden de hoofdlijnen van het project bepaald, wordt de voortgang bewaakt en worden besluiten genomen. De stuurgroep werkt de samenwerkingsvisie uit en denkt ook na over bouw, gebruik en beheer van de nieuwbouw. De De stuurgroep bestaat uit: Nathanaël Middelkoop, wethouder gemeente Urk Jan Bosch, onderwijs ambtenaar gemeente Urk Johan de Jong, algemeen directeur Rehoboth Eldert Schouten, staffunctionaris personeel Rehoboth. Annette Woord, voorzitter stichting PSU Janneke Loot, coördinator stichting PSU Aart Reussing, directeur-bestuurder Zonnebloemschool Adviseurs en projectmanager van HEVO. Het Technisch PvE bestaat is opgesteld binnen de stuurgroep aangevuld met Stefan Walraven, medewerker gebouwbeheer, gemeente Urk. In de ontwikkelgroep is het PvE opgesteld door middel van het houden van een aantal workshops. De ontwikkelgroep voor het Ruimtelijk en Functioneel PvE bestaat uit: Johan de Jong, Rehoboth Pieter Meun, Rehoboth Jenny van de Berg, Rehoboth Ruth Koffeman, Rehoboth
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Margreet de Boer, Rehoboth Janita de Boer, Rehoboth Lutske Cuiper, Zonnebloemschool Nicole Bodewitz, Zonnebloemschool Gretha Bennik-van Urk, Zonnebloemschool Frans Weening, Zonnebloemschool Janneke Loot, PSU Douwina Schiphof, PSU Jan Bosch, gemeente Urk Marjolein Rottine, gemeente Urk Adviseurs van HEVO.
In diverse workshops zijn met de ontwikkelgroep de huisvestingsvisie en uitgangspunten, de activiteiten en de ruimtelijke behoeften voor de brede school besproken. Deze zijn door HEVO vertaald in onderhavig ruimtelijk en functioneel PvE.
Randvoorwaarden wet- en regelgeving Ten aanzien van het ontwerp moet aan alle relevante wet- en regelgeving en overige overheidsvoorschriften worden voldaan. Binnen dit kader vallen: Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs. Vigerend bestemmingsplan. Vigerend Bouwbesluit. Ministeriële richtlijnen. Voorschriften nutsbedrijven. Eisen plaatselijke brandweer. Wet Milieubeheer. Wet Geluidhinder. EG-wet- en regelgeving. NEN 2580. Handboek voor Toegankelijkheid. Eisen voor verkrijgen gebruiksvergunning. Het Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen. De Wet op het Primair Onderwijs. Wet Kinderopvang. Eisen en regelgeving GGD.
Pagina 5 van 35
2. Brede school Zeeheldenwijk
gaan uitbreiden met babyopvang (0-4) en zal ook buitenschoolse opvang (BSO) plaatsvinden.
Voorliggend hoofdstuk omschrijft de identiteit, het onderwijsaanbod en de kernwaarden van de Brede School. Vanaf hoofdstuk 3 worden deze stapsgewijs vertaald naar een gezamenlijk ruimtelijk en functioneel PvE.
Identiteit en aanbod partners Schoolvereniging Rehoboth Rehoboth is een schoolvereniging voor scholen met de bijbel. ‘Het motto van de vereniging is: Geloof in Onderwijs. Het Woord van God is niet alleen leidend in het onderwijs dat wij geven, maar komt ook tot uiting in de manier waarop wij met de leerlingen en met de mensen om ons heen omgaan.’1 De vereniging wil zo veel mogelijk passend onderwijs bieden aan haar leerlingen en biedt daarom in haar 7 bestaande scholen onderwijs aan op verschillende niveaus. De school van Rehoboth die gehuisvest wordt in de Brede School wordt nieuw ontwikkeld. Een samengesteld team vanuit de 7 bestaande scholen denkt na over de onderwijsvisie die in de nieuwe school zal worden uitgerold. Deze visie komt uit op zo inclusief mogelijk adaptief onderwijs aan te bieden. Hiervoor zijn flexibele lokalen nodig zodat veel groepsoverstijgend samengewerkt kan worden en er aandacht is voor de individuele leerlijnen. Zonnebloemschool De Zonnebloemschool is een christelijke school voor gespecialiseerd onderwijs (ZMLK) voor leerlingen in de leeftijd 4-20 jaar. Bij de Zonnebloemschool staat het kind centraal en heeft elk kind talent. Om deze talenten optimaal te ontwikkelen wordt zorg voor elkaar gedragen in een veilige omgeving. Zo kunnen kinderen uiteindelijk worden wie ze zijn.
De Zonnebloemschool krijgt een dislocatie op Urk voor leerlingen in de basisschoolleeftijd, deze locatie wordt opgenomen in de nieuwe Brede School. Stichting Peuterspeelzaal Urk (PSU) De stichting Peuterspeelzaal Urk biedt op dit moment enkel peuteropvang aan kinderen in de leeftijd van 2,5 -4 jaar. Met de komst van de Brede School wil de PSU
1
Figuur 2 gezamenlijke visie op onderwijs en ontwikkeling
Samenwerking De drie partners willen in grote mate met elkaar samenwerken. Hierbij is de kinderopvang vanuit het gevoel van veiligheid wat meer op haar eigen ruimtes gericht dan de twee scholen, die echt geïntegreerd gaan werken. Deze vorm van samenwerking is nieuw op Urk, maar het enthousiasme waarmee de teams dit hebben ontwikkeld is groot!
Gezamenlijke do’s en don’ts voor de Brede School In de workshop zijn de deelnemers gevraagd om zaken op te schrijven waar ze blij van worden in de nieuwe huisvesting en zaken waar ze helemaal niet blij van worden. De resultaten zijn terug te lezen in Bijlage 1. Het zijn persoonlijke meningen van de deelnemers. Wanneer de mening ook een eis is geworden die de gehele groep draagt is deze opgenomen in het hoofddocument.
https://www.rehoboth.nu/vereniging-rehoboth/
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 6 van 35
3. Visie op de huisvesting Vanuit de gezamenlijk onderwijsvisie is een vertaling gemaakt naar een huisvestingsvisie voor de brede school. Hiervan worden eerst de hoofdlijnen besproken, waarna wordt ingegaan op (leer)omgevingen van de verschillende partners en gemeenschappelijke ruimtes.
Huisvestingsvisie en hoofdordening De kernwaarden en ambities vanuit het onderwijs en de visie op huisvesting zijn samen met de ontwikkelgroep vertaald naar een hoofdordening (figuur 3) voor de huisvesting. In de hoofdordening is te zien dat de Brede School ruimtelijk is opgebouwd uit een aantal delen. Men komt via de hoofdentree binnen in de gemeenschappelijke ruimte, ook wel het ‘hart’ van de school. Rondom het gemeenschappelijk hart zijn de PSU, onderbouw, middenbouw en bovenbouw gesitueerd, waarin op hoofdlijnen geen onderscheid gemaakt wordt tussen de Rehoboth en de Zonnebloemschool. Aangrenzend aan het hart zijn 3 speelzalen waar zowel de PSU als onderbouw gebruik van maakt. De sporthal is aangrenzend aan de school en wordt ook door andere gebruikers dan de partners van de Brede School gebruikt. De verschillende ‘bouwen’ kennen hun eigen sfeer en uitstraling passend bij de leeftijd van de kinderen. De grootte van de bouwen moet wel flexibel zijn, zodat hierin uitwisseling van lokalen plaats kan vinden.
Figuur 3 Hoofdordening Brede School Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 7 van 35
Gemeenschappelijk hart Brede School De Brede School krijgt een hoofdentree waarmee de bezoeker in het hart terecht komt van het gebouw. In én aan dit hart zit een variëteit aan ruimtes. In de ontmoetingsruimte zijn een grand café, een kookatelier en creatief atelier te vinden. Daarnaast zijn er flexibele werkplekken en kantoren voor de staf- en ondersteuning aanwezig. De directie zit dicht bij het onderwijs maar ook in het hart van het gebouw waar vindbaarheid en zichtbaarheid belangrijke aandachtpunten zijn. De twee te koppelen speellokalen moeten ook met de ontmoetingsruimte verbonden kunnen worden om grotere bijeenkomsten te kunnen faciliteren.
Figuur 4 relatieschema hart van de Brede School Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 8 van 35
Kinderopvang Brede School De kinderopvang heeft een eigen entree om een veilige kleinschalige omgeving te creëren. Bij de entree is een kantoorruimte gesitueerd die flexibel gebruikt wordt voor bureauwerk en gesprekken met ouders, kinderen of collega’s. Er zijn zes groepsruimtes voor verschillende doelgroepen met ondersteunende ruimtes. Aan de groepsruimtes zitten verwerkingsruimtes waar kinderen één op één of in kleine groepjes ondersteuning kunnen krijgen. Ook kan deze ruimte gebruikt worden voor oudergesprekken en ondersteuning van externen, zoals bijvoorbeeld logopedie. De kinderopvang heeft een eigen speellokaal, daarnaast zijn de speellokalen van de school ook te gebruiken door de kinderopvang en liggen op de grens tussen kinderopvang, onderbouw en hart van de Brede School. De kinderopvang heeft een eigen buitenruimte die kan worden afgesloten van de pleinen van de Brede School.
Figuur 5 relatieschema kinderopvang Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 9 van 35
Onderbouw Brede School De onderbouw is gelegen tussen de kinderopvang en de middenbouw. De onderbouw maakt gebruik van de speellokalen die tegen het hart van de school aanliggen. Twee reguliere groepsruimtes delen samen een verwerkingsruimte waar kinderen in rust in kleine groepjes apart van de klas maar wel met toezicht kunnen werken. De speciale groepsruimtes hebben elk een eigen verwerkingsruimte. Voor de gehele onderbouw is er nog een stilteruimte en een spreekkamer centraal gesitueerd. Er zijn voldoende bergingen en toiletvoorzieningen. Bij de speciale groepsruimtes is een extra toilet waar zindelijkheidtraining gegeven kan worden. De groepen in de onderbouw hebben elk een directe verbinding met de buitenspeelruimte.
Figuur 6 relatieschema onderbouw Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 10 van 35
Middenbouw Brede School De middenbouw bevindt zich tussen de onder- en bovenbouw. De opbouw is gelijk aan die van de onderbouw, echter is er minder relatie met de speelzaal. Omdat er flexibiliteit nodig is in de grootte van ‘bouwen’ is het noodzakelijk om geen harde begrenzing aan te brengen hiertussen. De aantallen lokalen die nu zijn aangemerkt als middenbouw moeten kunnen fluctueren richting onder- en bovenbouw. In de middenbouw kunnen twee reguliere groepsruimten worden gekoppeld tot één groter lokaal.
Figuur 7 relatieschema middenbouw Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 11 van 35
Bovenbouw Brede School De bovenbouw mag het rijtje sluiten en is qua opbouw gelijk aan de middenbouw. De bovenbouw heeft centraal een bibliotheek.
Figuur 8 relatieschema bovenbouw Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 12 van 35
4. Ruimteomschrijvingen
Men dient er rekening mee te houden dat er speeltoestellen bevestigd kunnen worden aan de wanden. De ruimte dient afsluitbaar te zijn.
Gemeenschappelijk hart Aula/ontmoetingsruimte Na binnenkomst van de Brede School middels de hoofdentree kom je in de ontmoetingsruimte, het centrale hart van het gebouw. De ontmoetingsruimte heeft vele functies zoals: aula, theater, grand café, kookatelier, creatief atelier en BSO ruimte. Het is dus een levendige ontmoetingsruimte en geen leerplein. De ruimte moet worden voorzien van belichting en een geluidsinstallatie voor podiumactiviteiten, daarnaast een scherm en beamer voor presentaties. Voor de BSO is het noodzakelijk dat er een knusse zithoek is ingericht waar ook werkjes van de kinderen kunnen hangen, en er kan gegamed worden. Speellokalen De gezamenlijke speellokalen zijn gelegen in de nabijheid van de groepsruimten van de onderbouw van beide scholen, de kinderopvang en grenst aan de centrale hal/ontmoetingsruimte. Men dient er rekening mee te houden dat het speellokaal geluidsoverlast kan veroorzaken; er dienen akoestische voorzieningen meegenomen te worden in de wanden. Gebruik speellokaal Beide scholen en kinderopvang zullen gebruik maken van deze ruimte voor het bewegingsonderwijs van de peuters en kleuters. De volgende activiteiten zullen hier plaats gaan vinden: Gymnastiek, ritmiek en spel (met zachte ballen). Klimmen en klauteren met en op speeltoestellen. Vrij spelen. Dans, muziek en drama Therapie voor het SO.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Berging speellokaal De berging van de speellokalen zijn aangrenzend aan de speellokalen en aan elkaar gekoppeld. Creatief atelier Het creatief atelier is een werkplek waar gebruikers van de gehele Brede School creatief bezig kunnen zijn aan knutselwerkjes en techniek. In het atelier staan verrijdbare tafels waardoor verschillende opstellingen gemaakt kunnen worden door kinderen van alle leeftijden. Daarnaast bevindt zich in rondom de plek van het creatief atelier een opbergkast waar de partners hun materiaal kunnen opslaan. In het creatief atelier is een wastrog voorzien voor het reinigen van handen en kwasten. Het creatief atelier is te koppelen aan de denkgroepruimte. Keuken/kookatelier In de centrale hal/ontmoetingsruimte is het grand café en de leerlingenkeuken opgenomen. Dit is een plek waar ouders en bezoekers gebruik van kunnen maken. In de keuken kunnen tijdens schooluren en tijdens de BSO kook- en bakactiviteiten plaatsvinden. Er is ook een tafel aanwezig waar men omheen kan zitten met elkaar. De keuken is te gebruiken door alle gebruikers van het gebouw. Denkgroep De denkgroep is een ruimte die gebruikt wordt door de plusklas om zelfstandig te kunnen werken. Het meubilair moet te gebruiken zijn voor kinderen van verschillende leeftijden. Daarnaast moet er voldoende berging aanwezig zijn en een smartboard.
Buiten het gebruik door de plusklas wordt deze ruimte ook gebruikt als uitbreiding van het atelier. Snoezelruimte De snoezelruimte is een ruimte waar zintuigen aangenaam geprikkeld worden. Een snoezelruimte biedt kinderen een plek om te ontspannen en volledig tot rust te komen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van zachte materialen, kleurend licht of zachte geluiden.
Pagina 13 van 35
Therapie ruimte De therapieruimte is een ruimere spreekkamer, waar therapeuten en logopedisten met kinderen aan het werk kunnen. Er is een werkplek en ruimte om kleine oefeningen met kinderen te doen. Oefeningen waar meer ruimte voor nodig is worden in de speelzaal gedaan.
Directie-/ stafruimten Administratie met balie en repro Deze ruimte is ingericht met twee werkplekken en voldoende kastruimte. De ruimte ligt centraal met zicht op de hoofdentree. Conciërgeruimte Nabij de entree bevindt zich een conciërgeruimte. De conciërge heeft zicht op de hoofdentree en de ontmoetingsruimte. Deze ruimte is ingericht met één werkplek, voldoende kastruimte en ruimte voor de printers en kopieerapparaten ten behoeve van de gehele Brede School. De ruimte wordt tevens voorzien van een schuifraam zodat deze als receptiebalie gebruikt kan worden. Personeelskamer Voor het personeel is een personeelskamer nodig die voldoende ruimte biedt aan 30 personen. De inrichting is flexibel. De ruimte kan gebruikt worden voor overleg, vergaderingen met het gehele team, relaxen en eten van de lunch. In de ruimte is een pantry/keuken aanwezig, voorzien van de nodige apparatuur. Ook de garderobe voor het personeel is in deze ruimte voorzien. Qua inrichting dient hier een grote tafel met stoelen te worden geplaatst en is er ruimte voor een verrijdbaar digibord. Kantoorruimte Rehoboth De kantoorruimte van de Rehoboth heeft een centrale en zichtbare plek in de school die vanaf de entree te zien is. In deze vrij transparante ruimte zijn werkplekken voor een teamleider / locatie leider / IB’er / MT en de directeur. Hiervoor zijn 5 werkplekken benodigd.
Deze werkplekken bestaan uit in hoogte verstelbare bureaus en verrijdbare ergonomische bureaustoelen.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Kantoorruimte Zonnebloemschool De kantoorruimte van de Zonnebloemschool bevat 3 werkplekken voor bovenschoolse zaken. De werkplekken worden gebruikt door een IB’er, het MT en externe contacten. De ruimte bevat 3 in hoogte verstelbare bureaus met verrijdbare ergonomische bureaustoelen en docking stations. Spreekkamer algemeen In de nabijheid van de kantoorruimten van de Rehoboth en Zonnebloemschool bevindt zich een spreekkamer waar gesprekken achter gesloten deuren gehouden kunnen worden. Deze ruimte wordt door alle partners gebruikt. Flexibele werplekken In het gebouw zijn enkele flexibele werkplekken aanwezig. Hier kan rustig gewerkt worden door eenieder die met een device hier plaatsneemt. Spreekkamer docenten/EHBO/kolfruimte De spreekkamers liggen verspreid binnen het gebouw. Ze zijn multifunctioneel te gebruiken door maximaal 4 personen: Geschikt voor het werken met en testen van leerlingen (mogelijkheid om whiteboard of digibord op te hangen). Geschikt voor het houden van intern en extern overleg zoals oudergesprekken. Als werkruimte voor ambulante begeleiding of leerkrachten. Eén spreekkamer wordt visueel en fysiek afsluitbaar gemaakt zodat deze ook als kolfruimte gebruikt kan worden. Omdat in de spreekkamers vaak vertrouwelijke gesprekken plaatsvinden zijn geluidsisolatie en akoestiek belangrijke aandachtspunten.
Pagina 14 van 35
Kinderopvang Groepsruimte Peuteropvang De 2 groepsruimten voor de peuteropvang worden gebruikt door peuters van 2,5 tot 4 jaar om te spelen, leren en zich te ontwikkelen. Per ruimte is plek voor 16 peuters en 3 volwassenen. Het zijn overzichtelijke, lichte ruimtes die geluids- en prikkelarm zijn. De ruimtes bevatten: 3 peutertafels 16 peuterstoeltjes voldoende opbergruimte een aanrechtblokje met spoelbak een wastafel op kindhoogte bureau voor leidster huishoek auto/bouwhoek leeshoek met bankje kasten voor spelmateriaal verteltafel kasten met ontwikkelingsmateriaal Groepsruimte Peuteropvang / BSO De groepsruimtes peuteropvang / BSO worden gebruikt voor peuteropvang voor peuters van 2,5 tot 4 jaar en als BSO ruimte voor kinderen van 4 – 7 jaar in combinatie met een speellokaal. In de ruimte zijn 16 peuters of 20 BSO kinderen aanwezig, samen met 3 volwassenen. De ruimte is overzichtelijk, licht, geluids- en prikkelarm en biedt voldoende ruimte voor de BSO kinderen. De ruimte bevat: 3 peutertafels 16 peuterstoeltjes voldoende opbergruimte een aanrechtblokje met spoelbak een wastafel op kindhoogte bureau voor leidster huishoek auto/bouwhoek leeshoek met bankje kasten voor spelmateriaal
Referentie: 1650602-0043.2.0.
verteltafel kasten met ontwikkelingsmateriaal
Groepsruimte KDV 0-4 De groepsruimten voor het Kinderdagverblijf 0-4 worden gebruikt door 2 verticale groepen kinderopvang voor kinderen van 0-4 jaar. De ruimte wordt gebruikt door 12 kinderen en 3 volwassenen. Het zijn overzichtelijke, lichte ruimtes die geluids- en prikkelarm zijn. De ruimte bevat: verschoonmeubel grote tafel met banken 2 kinderboxen leeshoek bouwhoek huishoek aanrechtblokje met spoelbak wastafel op kindhoogte voldoende opbergruimte Groepsruimte KDV 2-4 De groepsruimte Kinderdagverblijf 2-4 wordt gebruikt door een horizontale groep kinderopvang voor kinderen van 2-4 jaar. De ruimte wordt gebruikt door 16 kinderen en 3 volwassenen. De ruimte is overzichtelijk, licht, geluids- en prikkelarm en bevat: grote tafel met banken leeshoek bouwhoek huishoek leidsterbureau Slaapkamers KDV Aan de groepsruimtes KDV 0-4 zijn per ruimte twee slaapkamers aanwezig. In elke slaapkamer is ruimte voor 4 bedjes en 1 kast. De slaapkamers zijn op een rustige plek gesitueerd. De ramen kunnen geopend worden en verduisterd.
Pagina 15 van 35
Verwerkingsruimte PSU Tussen de groepsruimtes KDV zijn verwerkingsruimtes gesitueerd. Deze worden gebruikt als: gespreksruimte met ouders Interne Begeleiding 1 op 1 VVE begeleiding logopedie voor VVE kinderen privé gesprekken rustig werken voor kinderen De ruimte bevat: een hoge tafel met bank (4 kinderen) , 4 stoelen, kast voor VVE materiaal speelkleed
Verschoonruimte/toiletten peuters De peuters krijgen 3 toiletgroepen (2 bij de PSZ en 1 bij het KDV). Elke toiletgroep bevat twee 2 peutertoiletjes en een verschoonmeubel. Daarnaast een kast voor extra kleding, luiers etc. Er is een ook een wastafel op kindhoogte De ruimte is goed schoon te houden en heeft geen afsluitbare deuren.
Wasruimte KDV Centraal gelegen bij de kinderopvang komt een wasruimte waar twee wasmachines en twee droogmachines zijn opgesteld. Daarnaast is hier een douchevoorziening waar kinderen bij ongelukjes gewassen kunnen worden. Er is een rek voor handdoeken en opslag voor wasmiddelen etc.
Kantoor PSU Nabij de entree van het KDV is een kantoor voor PSU gelegen, daarin kan flexibel gewerkt worden en gesprekken worden gevoerd met collega’s en ouders. Er zijn drie werkplekken, voldoende kastruimte en een printer aanwezig.
Werkkast PSU Er is één centraal gelegen werkkast voor het Kinderdagverblijf en de peuterspeelzaal. Deze wordt gebruikt voor de opslag van stofzuigers, bezems, emmers en schoonmaakmiddelen. De ruimte bevat een ophangsysteem voor bezems, stelling voor schoonmaakmateriaal en emmers. Daarnaast is er ook een warmwatertappunt en uitstortgootsteen aanwezig. De ruimte is toegankelijk voor de medewerkers van de PSU maar niet voor kinderen. Keuken KDV Centraal bij de kinderopvang staan twee keukenblokken met koelkast en kookgelegenheid voor de voedselbereiding voor KDV/PSZ. Eén centraal gelegen voor de PSZ, één centraal gelegen voor de KDV. Er kunnen twee personen per keer in keuken. Naast een keukenblok met koelkast, oven, kookplaat met afzuigkap zijn er ook koffie/ en thee faciliteiten. Alle sluitingen zijn kindveilig.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Berging materialen Elke groepsruimte heeft een berging voor opslag van materiaal. De ruimte is praktisch ingericht zodat er optimaal stellingen in geplaatst kunnen worden. Buiten berging materialen Voor de opslag van rijdend materiaal en zandbakmateriaal krijgt het KDV een ruime buitenberging. Hierin staan stellingen en zit een uitstortwasbak met een aansluiting voor een tuinslang.
Repro PSU Aan de kantoorruimte bevindt zich een kleine repro met een opstelling voor een kopieermachine en berging voor kopieerpapier en aanverwante artikelen. De ruimte is afsluitbaar. Entree PSU De kinderopvang heeft een eigen entree om een veilige kleinschalige omgeving te bewerkstelligen. De entree bevat een tochtsluis en heeft voldoende grootte om een goede doorstroom van ouders met kinderwagens te waarborgen. Het is niet de bedoeling om kinderwagens bij de entree te parkeren. Dit gebeurt in de stallingsruimte. Stallingsruimte Aan de tochtsluis is een stallingsruimte gekoppeld waar kinderwagens, Maxi Cosi’s en Doona’s kunnen worden achtergelaten.
Pagina 16 van 35
Toiletruimte Centraal gelegen tussen de ruimtes van PSU is een toilet voor volwassenen.
Rehoboth en Zonnebloemschool De vloervelden van de onderbouw, middenbouw en bovenbouw hebben een repeterend karakter. De ruimtes die in de verschillende bouwen aanwezig zijn worden onderstaand toegelicht. Als er aandachtspunten zijn voor een specifieke bouw dan staat dit erbij vermeld. Groepsruimte Rehoboth De groepsruimtes voor de Rehoboth school zijn geschikt voor 25 leerlingen, een leerkracht met zo mogelijk een onderwijsassistent. Twee groepsruimtes zijn met elkaar te koppelen door een flexibele wand danwel dubbele openslaande deuren. In de groepsruimtes worden de volgende activiteiten uitgevoerd: instructie geven thematisch werken zelfstandig werken co-teaching samenwerking
Multifunctionaliteit meubels
Tussen de groepsruimte en de gang bevinden zich kastenwanden met daarboven expositieruimte en transparante delen (vanaf 1.20 meter hoogte). De groepsruimtes op de begane grond hebben een directe deur naar het schoolplein. In elke groepsruimte is een leerkracht bureau en een smartbord aanwezig. De leerlingen maken gebruik van chromebooks. Elke groepsruimte is voorzien van een wastafel.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Verwerkingsruimte Rehoboth Tussen twee groepsruimtes van de Rehoboth school bevindt zich een verwerkingsruimte die vanuit beide lokalen te bereiken is en waar beide docenten toezicht op hebben vanuit hun lokaal. In deze verwerkingsruimte kunnen kinderen in kleine groepjes of alleen in rust zelfstandig werken. In deze ruimte zijn 6 werkplekken. Groepsruimte Zonnebloemschool De groepsruimtes van de Zonnebloemschool zijn geschikt voor maximaal 12-15 leerlingen, een leerkracht en een assistent. In het lokaal zijn de volgende zaken aanwezig: een verrijdbaar digibord twee werkplekken voor groepsleiding twee instructietafels leerlingsetjes een pantryblokje met warm en koud water, een koelkastje en medicijnenkastje In de onderbouw is er kringmeubilair en een directe deur naar het schoolplein.
Gewenste ruimtelijke kenmerken en aandachtspunten: deur met kijkvenster elk lokaal heeft een verwerkingsruimte. groepen onderbouw SO delen een natte ruimte die toegankelijk is vanuit beide groepsruimtes observatiespiegel in muur tussen verwerkingsruimte en groepsruimte. expositiewand onderbouwgroepen. Verwerkingsruimte Zonnebloemschool Bij elke groepsruimte van de Zonnebloemschool zit een eigen verwerkingsruimte. Deze wordt gebruikt voor rustmomenten of instructie in kleine groepen Er is een werkplek, een ontspannen zitplek, bijvoorbeeld zitzak en een kleine tafel voor instructie aan maximaal 3 kinderen. Er is audioapparatuur aanwezig. De leerlingen in de verwerkingsruimte kunnen door de leerkracht worden geobserveerd middels een raampartij met observatieglas.
Pagina 17 van 35
Stilteruimte (bij onderwijs) Bij elke bouw is een stilteruimte aanwezig. Hier kan prikkelarm gewerkt worden door zowel leerlingen als personeel. Het biedt ruimte aan maximaal 6 personen. De ruimte is neutraal en prikkelarm ingericht. Er dient wel zicht te zijn vanuit de lokalen op deze ruimte.
Toiletgroep leerlingen Zonnebloemschool Tussen de onderbouwgroepen van de Zonnebloemschool is een ruime toiletgroep gesitueerd waar beide groepen vanuit het lokaal direct gebruik van kunnen maken. Deze toiletgroep is zodanig ingericht dat hier ook zindelijkheidtraining gegeven kan worden.
Spreekkamer (bij onderwijs) Naast een stilteruimte heeft ook elke bouw een spreekkamer. Deze wordt gebruikt om gesprekken te hebben met ouders en kinderen en door ambulante ondersteunende therapeuten. Als de spreekkamer niet in gebruik is hiervoor, kan hij door groepjes kinderen gebruikt worden om projectwerk in te doen. Er is ruimte voor 6 personen.
Garderobes leerlingen De garderobes voor leerlingen worden gesitueerd in de verkeersruimte nabij de groepsruimten. Voor de garderobes moet een goede oplossing bedacht worden, zodat jassen en tassen netjes (en uit het zicht) opgeborgen kunnen worden, het liefst in de kasten tussen lokaal en gang zoals bij de groepsruimtes is omschreven.
Bibliotheek Bij de bovenbouw wordt in het centrale deel een bibliotheekvoorziening gecreëerd. De andere bouwen hebben eigen biebkasten voor de leeftijdscategorie van de kinderen in de bouw. De biebkasten zijn verrijdbaar, maar moeten wel een plek krijgen waar ze weggeschoven en opgeruimd kunnen worden.
Personeelstoiletten Voor het personeel en bezoekers moeten voldoende toiletten worden gerealiseerd, een en ander conform de wet- en regelgeving, niet gescheiden in een dames- en herentoilet. Elke bouw krijgt een personeelstoilet.
Ruimteomschrijving overige ruimten Berging materialen Er zijn op de onderwijsvloer verschillende bergingen voor opslag van materiaal aanwezig. De ruimte is praktisch ingericht zodat er optimaal stellingen in geplaatst kunnen worden. Buiten berging materialen Elke bouw heeft een buiten berging waar specifieke buitenmaterialen voor de doelgroep zijn opgeslagen. De berging heeft ruimte voor stellingen en los te plaatsen materialen. Er zitten stroom- en waterpunten in de bergingen. Toiletten leerlingen Er worden minimaal het aantal toiletten gerealiseerd zoals vereist in het Bouwbesluit. De toiletgroepen hebben een glaspaneel in of een zijlicht naast de toegangsdeur. De voorruimte van de toiletgroepen beschikt over een wastafel met koud water. De toiletgroepen hebben een goede spreiding binnen het gebouw. De toiletten hangen op normale hoogte behalve bij de kleuters.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Mindervalidentoilet (miva) De Brede School heeft op alle verdiepingen een goed bereikbaar miva-toilet. Het mivatoilet op de begane grond is tevens voorzien van een douche en kan gebruikt worden om kleuters te verschonen. Het miva-toilet kan ook worden gebruikt als docententoilet. Werkkast Eén ruime werkkast voorzien voor schoonmaakapparatuur, als schrobmachine, en – middelen en een uitstortgootsteen met emmerrek. Daarnaast per bouw een kleine werkkast met uitstortgootsteen met emmerrek. De werkkasten hebben een koud- en warmwateraansluiting. Containerberging Er is een containerberging opgenomen voor het (gescheiden) opslaan van afval. Deze ruimte is zodanig gesitueerd dat goede bereikbaarheid gewaarborgd is. Bij het ontwerp rekening houden met mogelijke stankoverlast.
Pagina 18 van 35
Hoofdentree Deze moet als zodanig herkenbaar zijn. Vanuit de hoofdentree komt de bezoeker direct in het hart van de school terecht. Er is zicht op de hoofdentree vanuit de directieruimte en de administratie. Deze entree is uitnodigend, transparant en voldoende ruim van opzet voor de bezoekersstroom. De hoofdentree is afgesloten wanneer de school in bedrijf is, bezoekers kunnen aanbellen. Circulatieruimten De circulatie- of verkeersruimten dienen in principe voor het verplaatsen van personen of goederen in het gebouw. Wanneer deze verkeersruimten in open verbinding staan met een aangrenzende gebruiksruimte, dan dient de gang te zijn afgestemd op de voor die gebruiksruimte geldende eisen ten aanzien van temperatuur en geluid. De circulatieruimte moet zoveel mogelijk worden beperkt, en zoveel mogelijk functioneel worden ingezet. Technische ruimten, patch-/serverruimte en meterkasten Afhankelijk van de onder te brengen technische installaties zal in de nodige technische ruimten moeten worden voorzien.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 19 van 35
5. Ruimtelijk kader De hoofdopzet huisvesting uit dit PvE is vertaald in specifieke ruimten en vierkante meters. Leidend daarin zijn het leerlingenaantal en de daarbij behorende normatieve ruimtebehoefte.
Verkeersruimten (gangen, trappen, liften etc.). Toiletgroepen en werkkasten. Schachten.
Ruimteverdeling Het vloeroppervlak van een gebouw kan op verschillende manieren worden weergegeven, bijvoorbeeld brutovloeroppervlak (m² bvo), nettovloeroppervlak, nuttig vloeroppervlak en functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno). De standaardisering voor oppervlaktemeting is vastgelegd in de NEN 2580. Het brutovloeroppervlak (bvo) is de totale vloeroppervlakte van het gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies, dus de buitenzijde van het gebouw inclusief buitenwanden, constructies en installaties, maar exclusief vides (groter dan 4 m²). In de Gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs wordt de term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) gehanteerd. Hiermee doelt men op de voor uitoefening van het onderwijs relevante ruimten: de onderwijs-, neven- en directieruimten. De term functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) komt als zodanig niet voor in de NEN 2580, maar gelet op het gebruik komt dit overeen met de term ‘woonoppervlak’. Waar in de hiernavolgende teksten functioneel nuttig vloeroppervlak (m² fno) staat vermeld, dient dit als ‘woonoppervlak van een gebouw’ conform de NEN 2580 te worden gelezen. Hiernaast is een schematisch overzicht van de onderverdeling van het brutovloeroppervlak opgenomen. Voor de vertaling van vierkante meters fno naar bvo is in dit PvE een factor van 1,41 aangehouden.
De volgende ruimten worden niet tot het functioneel nuttig vloeroppervlak gerekend, dit zijn dus ook geen nevenruimten. Deze ruimten vormen het verschil tussen het nettovloeroppervlak en het functioneel nuttig vloeroppervlak: Vides en schalmgaten. Technische ruimten.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Figuur 9 ruimteverdeling conform NEN 2580
Ruimteprogramma Het ruimteprogramma is de optelsom van alle afzonderlijke ruimten. Dit wordt vervolgens afgezet tegen het gestelde ruimtelijk kader uit voorgaande paragrafen. De complete ruimtetabel met daarin alle afzonderlijke ruimten is op de volgende pagina’s weergegeven.
Pagina 20 van 35
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 21 van 35
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 22 van 35
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 23 van 35
6. Beeldverwachting Interieur Brede School
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 24 van 35
Exterieur Brede School Mooie uitstraling, steen.
Mooie baksteen, kleinschaligheid gebouw
Organische vormen
Authentiek, samen uitstraling
Mooie buitenruimte
Schooltuin
Mooi verschillende tinten baksteen, plein is lelijk, saai
Groen, bomen, hout op gebouw, combinatie materialen
Natuurlijke materialen, hout
Dynamische vormen, natuurlijk plein, buitenlokaal
‘natuurlijke, lichte materialen, structuur in buitenruimte
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Combinatie steen en hout Trap van verdieping direct naar plein
Duidelijke entree en naamgeving
‘Ouderwetse’ model school Overdekte buitenruimte/lokaal/personeelsruimte Pagina 25 van 35
7. Gebruikseisen gebouw Vormfactoren Aangezien de diverse bouwkundige elementen (vloeren, gevels, daken, binnenwanden etc.) ieder hun eigen kostprijs kennen, is het van belang te weten hoe deze zich in het ontwerp ten opzichte van elkaar verhouden. De verhoudingen van deze elementen moeten zodanig zijn dat het gebouw binnen de (genormeerde) investeringskosten c.q. het beschikbare budget gerealiseerd kan worden. Daarbij hebben de vormfactoren van het gebouw ook veel invloed op het bereiken van de doelstelling met betrekking tot duurzaamheid. Het gebouw dient daarom zo compact mogelijk te zijn van opzet en te worden gerealiseerd in twee bouwlagen. In het Programma van Ruimten wordt een opsomming gegeven van ruimten die deel uitmaken van het zogenaamde gebruiksoppervlak of functioneel nuttig oppervlak (fno) van het gebouw. Dit ruimteprogramma moet voor wat betreft het gebruiksoppervlak in het ontwerp van het gebouw worden gerealiseerd. Optelling van het gebruiksoppervlak, m² oppervlak constructies, m² technische ruimten en m² circulatieruimte mag niet leiden tot een overschrijding van het bruto vloeroppervlak (bvo). Om een onaanvaardbaar sobere afwerking van het gebouw te voorkomen, moet het ‘genormeerde’ bruto vloeroppervlak gezien worden als taakstellend door inventief om te gaan met voornamelijk de circulatieruimte in de opzet van het gebouw.
Naast het bovenstaande is er rekening gehouden met de volgende vormfactoren: Brutovloeroppervlakte begane grond/brutovloeroppervlakte: 0,55-0,65. Bruto geveloppervlakte/brutovloeroppervlakte: 0,53. 'Open' geveloppervlakte/brutogeveloppervlakte: 0,35. Binnenwandoppervlakte/brutovloeroppervlakte: 0,65. 'Open' binnenwandoppervlakte/binnenwandoppervlakte: 0,18. Bruto dakoppervlakte/bruto bebouwd oppervlak: 1,00-1,05. 'Open' dakoppervlakte/bruto dakoppervlakte: 0,00-0,03.
Vrije hoogte ruimten De vrije hoogte van de in het ruimteprogramma genoemde ruimten dient minimaal conform het technisch PvE uitgevoerd te worden.
Daglicht Naast de onderlinge ruimterelaties bepaalt met name de eis van daglichttoetreding en geluidwering de situering van een bepaalde ruimte. Hieronder volgt een overzicht van ruimten waar daglicht is vereist:
Daglichttoetreding Ruimtetype Groepsruimten/instructieruimten Centrale hal/ontmoetingsruimte Verwerkingsruimten Personeelskamer/ouderkamer Spreekkamers Kantoren/werkplekken Bergingen/magazijnen Technische ruimten Speellokaal Verkeersruimten
Vereist X X
Niet vereist
Gewenst
X X X X X X X X
Indelingsflexibiliteit De tijdshorizon voor onderwijskundige ontwikkelingen is vrij kort in vergelijking tot de levensduur van een Brede School. Het zou daarom in de toekomst ook aangepast moeten kunnen worden aan zich wijzigende onderwijsfuncties. Vandaar dat tijdens het ontwerpproces expliciet aandacht moet worden besteed aan de flexibiliteit ten aanzien van de indeelbaarheid van het gebouw. Daarnaast moet het gebouw zowel in groeials krimpsituaties ‘mee kunnen bewegen’.
Het gebouwontwerp dient gerealiseerd te worden binnen de range van bovenstaande vormfactoren.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 26 van 35
Toegankelijkheid 7.5.1 Algemeen Het gebruik van verkeersruimten in een Brede School wordt gekenmerkt door piekbelastingen, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. Per gebruikstype verschilt de ‘verkeersintensiteit’ als gevolg van de verhouding leerlingen ten opzichte van de omvang van de gebruiker.
7.5.2 Horizontale verkeersafwikkeling Naast de door de overheid te stellen eisen wordt in Brede Scholen de breedte van gangen voornamelijk bepaald door de verkeersintensiteit. Op basis van in de praktijk voorkomende situaties zijn criteria opgesteld waarmee de gangbreedte kan worden bepaald. Hiervoor wordt eerst grofweg de bezettingsgraad bepaald. Vervolgens wordt op basis van deze bezettingsgraad de verkeersafwikkeling in de aangrenzende gang berekend. Hiervoor wordt het vloeroppervlak van het aangrenzende verblijfsgebied door de betreffende bezettingsgraden gedeeld. Op deze wijze kan worden berekend hoeveel personen van deze gang gebruik moeten maken. De gangbreedte is vervolgens een afgeleide van de te verwachten personenstroom: < 80 personen: circa 2,0 m. 80 - 150 personen: circa 2,5 m. > 150 personen: circa 3,0 m.
Deuren van grote ruimten met de vluchtrichting mee laten draaien. Deuren die de gang indraaien mogen de doorstroming niet belemmeren (180° doordraaien).
7.5.3 Verticale verkeersafwikkeling Omdat de verschillende niveaus in het gebouw ook voor mindervaliden toegankelijk moeten zijn, dienen er naast trappen ook een liftinstallatie en/of hellingbanen te zijn. Uitgangspunt is één lift. De lift is in principe niet bestemd voor gebruik door leerlingen, mindervalide leerlingen zijn hierbij natuurlijk een uitzondering. In basis wordt de lift gebruikt door volwassenen voor bevoorrading. Het toepassen van hellingbanen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen in verband met de kosten en het ruimtebeslag. Indien ze worden toegepast, dienen ze te voldoen aan de eisen uit het Handboek voor Toegankelijkheid. In het gebouw zullen op een regelmatige afstand trappen moeten worden geplaatst. In algemene verkeersruimten dienen trappen van minimaal 1,5 m breed te worden aangehouden. De uiteindelijke breedte is afhankelijk van de verkeersstromen, trappen niet breder maken dan noodzakelijk. In verband met de ontoereikende capaciteit mogen hiervoor geen spiltrappen toegepast worden.
Voor gangen gelden daarnaast de volgende aandachtspunten: Concentraties van ruimtetoegangen vermijden. Ter plaatse van entree(s), garderobes en fietsenstalling is een vlotte doorstroming vereist. Een gang krijgt een meerwaarde als deze bij een ruimte betrokken kan worden of voor onderwijs- of speldoeleinden geschikt is. Doorgaand verkeer door de speelgebieden weren.
7.5.4 Vluchtmogelijkheden en -wegen
Naast gangbreedtes bepalen ook deurbreedtes de doorstroming van personen binnen een gegeven tijdsbestek. De totale deurbreedte moet in verhouding tot de te verwachten doorstroom zijn. Om een goede doorstroming te waarborgen dienen deuren aan de volgende minimale eisen te voldoen: Vrije doorgang van 85 cm voor nagenoeg alle deuren. Standaardafmetingen met een minimum van 880 x 2.315 mm.
7.5.5 Afsluitbaarheid, compartimentering en avondgebruik
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Het gebouw dient volgens wetgeving onderverdeeld te worden in brandcompartimenten. Omdat brandcompartimenten kostenverhogende brandscheidingen met zich meebrengen is een efficiënte compartimentering vereist. De compartimentering en de opzet van de vluchtwegen en mogelijkheden dienen in een vroeg stadium met de brandweer te worden besproken. Het budget voorziet niet in een sprinklerinstallatie.
Delen van het gebouw zullen mogelijk ook buiten schooltijd gebruikt worden, onder andere voor de BSO. Voor deze ruimten dient compartimentering te worden toegepast. Dit geldt ook voor de bijbehorende installaties. Bij de entrees is een bel voorzien van intercom voor bezoekers. De deuren kunnen te allen tijde van binnenuit worden geopend. Voor onder andere personeel wordt toegangscontrole middels toegangscode
Pagina 27 van 35
of tag voorzien. Tijdens de ontwerpfase dient aandacht te worden besteed aan de verhouding tussen toegangscontrole en functioneel gebruik van entrees zoals tijdens het buitenspelen voor bijvoorbeeld een toiletbezoek.
7.5.6 Mindervaliden Om voor mindervaliden toegankelijk te zijn, dient het gebouw te voldoen aan de eisen uit het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’. Naast de nodige ruimtelijke eisen dient, voor zover van toepassing, ook aandacht besteed te worden aan bedieningsknoppen, sluitwerk, hoogtes van kapstokken en extra manoeuvreerruimte bij toegangen tot toiletten.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 28 van 35
Gebruikseisen speelterrein
8. Terrein
De scholen hebben aangegeven gezamenlijk gebruik te maken van het volledige buitenterrein waarbij er rekening gehouden wordt met buitenspeeltijden.
Ontwerp Tijdens de Voorontwerp-fase dient de totale inrichting van het terrein in overleg met de scholen en kinderopvang bepaald te worden. Aandachtspunten hierbij zijn: Stedenbouwkundige eisen van de gemeente Urk. Onderscheid in leeftijdsgroepen: onderbouw, middenbouw en bovenbouw. De verhoudingen van verhard en onverhard speelterrein. De zonering van speelplekken. De speeltijden per school afstemmen. De mogelijkheden voor goed (droog) toezicht. De vandalismegevoeligheid van het terrein en het voorkomen van hangplekken. De overige voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, kiss & ride-zone, fietsenstallingen en buitenbergingen. Voldoende ruimte voor leerlingen om te bewegen. De begrenzing van het speelterrein (terrein van de scholen) en het openbare gebied van de wijk.
Benodigd oppervlak terrein De gehele bouwkavel is minimaal 9.350 m² groot. Het gehele terrein dient ingericht te worden. Terreinprogramma Buiten berging materialen Rehoboth Buiten berging materialen Zonnebloemschool Buiten berging materialen PSU Parkeerplaatsen (3,1 per 100m2 bvo (sporthal) > 28*3,1=87) buitenspeelplaats verhard buitenspeelplaats onverhard buitenspeelruimte PSU 10 % ontwerpvrijheid gebouw footprint brede school +/footprint sporthal fietsenstalling buiten (300 fietsen) fietsenstalling afgesloten en overdekt (40 fietsen) TOTAAL TERREIN
aantal ruimte ruimten (m2) 1 12 1 12 1 25
300
totaal (m2) 12 1 per partner 12 1 per partner 25 1 per partner Parkeerplaatsen zullen tussen de school en de 25 2175 sporthal gedeeld worden. 600 300 70 420 90 2400 2800 1,5 450 gedeeld met de sporthal
40
1,5
87
6
60 personeel brede school 9.344 m2
Figuur 10 Sfeerbeelden terrein
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 29 van 35
Het is van belang dat leerlingen van de bovenbouw en van de onderbouw gescheiden kunnen spelen, zonder daadwerkelijk scheiding. Midden- en bovenbouwleerlingen mogen geen overlast ondervinden tijdens hun lesactiviteiten van spelende kinderen van de onderbouw en opvang.
8.4.4 Rijwielstalling leerlingen
Er moeten op het plein prikkelende omgevingen worden gecreëerd, maar er moeten ook zeker prikkelarme hoeken zijn. Hiermee kunnen alle kinderen worden bediend.
Bij het ontwerp dient rekening gehouden te worden met: Ligging nabij de terreintoegang op een logische plaats ten opzichte van de schoolentrees. Verkeersstromen. Toezicht en voorkoming van diefstal. Het gebruik van diverse soorten fietsen, zoals stadsfietsen, mountainbikes, racefietsen etc. Mogelijkheid tot het opladen van fietsen
De Brede School wil ook grote vieringen buiten kunnen doen, een podium in de vorm van een verhoging in het terrein is wenselijk (zoals bij Harmpje Visser school).
Overige voorzieningen terrein 8.4.1 Groenvoorziening De buitenruimte van de brede school moet veel groenvoorziening bevatten, zowel op het terrein als rondom. Het terrein zal vooral voor spelen gebruikt worden maar ook voor onderwijsdoeleinden in de vorm van moestuintjes.
Er dient een rijwielstalling opgenomen te worden voor de leerlingen. Deze dient nabij de entrees gesitueerd te worden, zodanig dat leerlingen precies kunnen zien waar de fiets gestald kan worden. Er dient rekening gehouden te worden met 300 fietsen.
8.4.5 Buitenbergingen
8.4.2 Parkeren
Op het schoolplein dient elke partner een passende berging te krijgen ten behoeve van het opbergen van speelmateriaal en kinderfietsen. De bergingen en bijbehorende materialen worden gezamenlijk gebruikt.
De planologische invulling van het openbare terrein is aan de gemeente Urk in samenspraak met de besturen.
8.4.6 Containerberging (buiten)
Voor de scholen is het van belang dat ouders die hun kinderen met de auto brengen en ophalen tijdelijk hun auto kunnen parkeren. De hoeveelheid taxibusjes ten behoeve van de leerlingen van de Zonnebloemschool moet nog nader bepaald worden. De inpassing en locatie van parkeerplaatsen dient in de ontwerpfase nader uitgewerkt te worden, gezamenlijk met de gemeente Urk.
8.4.3 Rijwielstalling personeel Voor de medewerkers van beide scholen en opvang is een overdekte afsluitbare fietsenstalling gewenst met oplaadmogelijkheden. Er dient voldoende ruimte te zijn voor 40 fietsen.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Er is een containerberging opgenomen voor het (gescheiden) opslaan van afval. Deze ruimte is zodanig gesitueerd dat deze goed bereikbaar is met containers. Bij het ontwerp rekening houden met mogelijke stankoverlast, bij voorkeur in een buitenberging opnemen.
8.4.7 Inrichting buitenterrein De inrichting van het buitenterrein dient gedurende het ontwerp van het gebouw ook uitgewerkt te worden. Een aantal ideeën voor het buitenterrein zijn: Buitenlokaal/amfitheater. Moestuin. Natuurlijke speeltoestellen.
Pagina 30 van 35
Ruimte om te voetballen (voetbal court/pannakooi). Paaltjes en heggen voor zonering op het plein.
8.4.8 Afscheidingen Vandalisme en ongewenste samenscholing buiten schooltijd op het terrein dient te worden voorkomen. Het plein wordt afgescheiden met een hekwerk van 1,20 m hoog of met een heg. Er dient nader overlegd te worden of na schooltijd het plein door derden gebruikt mag worden.
8.4.9 Bezonning en beschutting Er moet in het ontwerp worden voorzien in voldoende beschutting voor zowel zon, regen als wind.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 31 van 35
9. Overige randvoorwaarden
People kan daarbij vertaald worden als de sociaal-culturele kant, het welzijn van de gebruikers en de omgeving en het creëren van gelijke rechten en mogelijkheden.
Onderhoud, exploitatie en milieuaspecten Bij de nieuwbouw dient er bij de materialisering een afgewogen keuze gemaakt te worden. De keuzes van materialen en detailleringen hebben een sterke relatie met de uiteindelijke kosten voor het schoonmaakonderhoud en het technisch onderhoud van het gebouw. Bij het maken van deze keuzes zijn thema’s als uitstraling, bestendigheid, reinigbaarheid, kosten, onderhoudscyclus etc. van belang. De kosten voor onderhoud van het gebouw dienen beperkt te worden, zonder daarbij afbreuk te doen aan de overige doelstellingen en ambities van de gebruikers. De opzet van het gebouw bepaalt in hoge mate de exploitatiekosten. Naast aspecten als energieverbruik en onderhoudskosten zijn vooral kosten in de sfeer van toezicht erg belangrijk. Hiervoor dient het gebouw overzichtelijk opgezet te worden. Ook dienen de afvalstromen in het gebouw geoptimaliseerd te worden, zodat men niet het gehele gebouw door hoeft om afval af te voeren.
Duurzame ontwikkeling en milieuaspecten Gebouwen moeten ‘duurzaam presteren’. Dat impliceert dat de focus niet alleen het bouwproces is, maar juist het totaal van bouwproces en volledige gebruikscyclus. Want juist in de gebruikscyclus bewijst de duurzame huisvestingsoplossing haar meerwaarde. De belangrijkste redenen waarom het noodzakelijk is om duurzame huisvestingsoplossingen te realiseren zijn dat het behoud van het klimaat, het gebruik van grondstoffen en de beheersing van reststoffen zowel landelijk als mondiaal onder grote druk staan. De bouwsector speelt hierbij een belangrijke rol, vooral waar het gaat om energieverbruik, CO2-emissie en afvalstromen. Dit betekent dat er een totale heroverweging moet komen van ons handelen en dat duurzaamheid en de effecten van ons handelen medebepalend moeten worden.
Planet kan vertaald worden als de fysieke component, waarbij de blijvende beschikbaarheid van middelen, voldoende toegang tot die middelen en het creëren van een gezond milieu voor iedereen van belang is. Het ‘Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen’ is een uitwerking van dit fysieke aspect. Profit kan hierbij vertaald worden als de economische kant, waarbij de doelstellingen van de groep, de organisatie en de gemeenschap gerealiseerd worden op de korte en lange termijn. Samengevat is een gebouw duurzaam wanneer: Het prettig en gezond is om in te verblijven en wanneer het bevorderend werkt op het functioneren van zowel de gebruiker als de organisatie (People). Het goed in zijn omgeving past, energiezuinig is en gerealiseerd is met materialen die laag milieubelastend zijn (Planet). Het goed te exploiteren en te onderhouden is (Profit). Eventuele duurzame maatregelen dienen breed beoordeeld te worden teneinde te voorkomen dat een ogenschijnlijk duurzame maatregel op een ander niveau contraproductieve effecten heeft. Als voorbeelden van relevante aspecten kunnen hierbij genoemd worden de inhoud en de vorm van het onderwijs, de arbeidsomstandigheden en de werkomgeving, de aantrekkingskracht van de instelling, de toegankelijkheid van faciliteiten en organisatie en het gebouw.
Milieuaspecten van het bouwen dienen breder gezien te worden dan de bekende invullijst van het ‘Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen’. De kern van duurzame ontwikkeling kan uitgedrukt worden in de begrippen People, Planet en Profit.
Referentie: 1650602-0043.2.0.
Pagina 32 van 35
Bijlage 1: do’s en don’ts Do’s en don’ts De ontwikkelgroep heeft via een online platform aangegeven welke zaken zij wel en niet willen terug zien in hun nieuwe huisvesting. Het betreft dus persoonlijke meningen. Deze bijlage is een opsomming van deze meningen. Punten die noodzakelijk geacht zijn, zijn overgenomen in eisen die in het hoofddocument staan geformuleerd. Onderwijskundig gezamenlijke binnenkomst instructie tribune smartboards voor elke groep en ook verrijdbare flexibele ruimtes groot plein met uitdaging ruimte voor externe professionals snoezelruimte/rust ruimte verrijdbare schermen- Zonnebloemschool weet wel welke er bedoeld worden uitwisselen tussen Zonnebloemschool (max aantal leerlingen) thematisch werken mentorgroep / stamgroep bewegen stimuleren elk talent telt autonomie, samen waar het kan rust prikkelvrij ruimtes zonder ramen Functionaliteit en comfort geluiddempende materialen, akoestiek te openen ramen ruimte voor leerlingen om zelfstandig te kunnen zijn en eigenaarschap te kunnen laten zien koffieruimte waar ruimte is voor overleg maar ook om rust te vinden als leerkrachten dat even nodig hebben goede wifi/internetverbinding lekkere lerarenkamer
Referentie: 1650602-0043.2.0.
veel daglicht goed beheersbaar klimaat, bij voorkeur apart regelbaar transparante ruimtes intercom gezamenlijke conciërge meubilair over nadenken! gezamenlijke sportruimtes en koffiecorner. ontmoetingsruimte samen koffie drinken los van de leerlingen keuken hoge geluidsnormen/goede akoestiek en lage nagalmtijden inbouwkasten met deur kluisjes voor de leerlingen geen open ramen naar buiten op leerling niveau (afleiding) leerlingen geen eigen vak; alles in kast/kluis vaste werkplekken
Ruimten en werkplekken één plek om te exposeren muziekruimte? transparant maar ook ruimte voor afzonderlijke groepjes gezamenlijke koffie / ontmoetingsruimte transparante binnenruimtes leerpleinen maar niet te groot (geborgenheid) ruime lokalen (dubbele van huidige lokalen) omgeving gebruiken voor vaardigheden onderwijs (ook bedrijfsleven) voldoende bergruimte voor spelmateriaal flexibel podium vaardigheden: keuken muziek hout bewerking techniek podium ook buiten te gebruiken rustige gangen met ingebouwde kapstokken en tassenbakken genoeg ruimte om binnen en buiten spelend te leren. per twee lokalen één kleine ruimte waar in kleine groepjes gewerkt kan worden tribunes in klaslokaal (verrijdbaar interieur) vaste ruimte voor één op één VVE begeleiding gezamenlijke schoolbibliotheek flexibel lokaal / deur tussen lokaal