CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota zienswijzen archeologie

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling - bestemmingsplan Archeologie7.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen Paraplubestemmingsplan Archeologie

Inhoud 1

Inleiding ...........................................................................................................................3

2

Zienswijze ........................................................................................................................4

3

Ambtshalve wijzigingen .................................................................................................6

4

Conclusie .........................................................................................................................7

Voorgestelde wijzigingen toelichting ........................................................................................8 Voorgestelde wijzigingen planregels......................................................................................17

Pagina | 2 Reactienota zienswijzen

1

Inleiding

Het ontwerp bestemmingsplan ‘paraplubestemmingsplan Archeologie (2023) heeft gedurende zes weken, van 21 december 2023 tot en met 1 februari 2024, ter inzage gelegen. In deze periode is er één zienswijze ingediend. Deze nota zienswijzen bevat de zienswijze (integraal) en de beantwoording van de zienswijze. Daarnaast is aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Tevens hebben we in deze nota de voorgestelde ambtshalve wijzigingen opgenomen, die hebben geleid tot aanpassing van het ontwerp.

Pagina | 3 Reactienota zienswijzen

2

Zienswijze

Provincie Flevoland, Postbus 55 , 8200 AB Lelystad. Wij hebben van u de kennisgeving ontvangen over de ter inzagelegging van het ontwerp paraplubestemmingsplan `Archeologie gemeente Urk'. Per 21 december 2023 heeft eenieder de kans om een zienswijze in te dienen. Van deze mogelijkheid maken wij gebruik. U heeft ervoor gekozen om nog gebruik te maken van de Wet Ruimtelijke ordening om deze planologische planprocedure te doorlopen in plaats van de Omgevingswet. Daarom heeft u het ontwerp bestemmingsplan nog voor de invoering van de omgevingswet 1-1-2024 ter inzage gelegd. Aangezien er geen tijd meer was in de planning voor zes weken ambtelijk vooroverleg is er geen ambtelijk contact meer geweest over dit plan op inhoud. Zodoende is een zienswijze de manier om voor ons het provinciaal belang kenbaar te maken. Allereerst willen we u laten weten dat we oog hebben voor de inspanning die de gemeente heeft verricht om tot een nieuw archeologiebeleid te komen. De kennis die door het archeologisch onderzoek in de plangebieden Zeeheldenwijk en het bedrijventerrein is opgedaan, heeft tot een verdere verfijning van de archeologische zones en de daaraan gekoppelde onderzoeksverplichtingen geleid. Wat betreft de historische kern van Urk verzoeken we u om nog eens kritisch te kijken naar de gekozen strategie en of deze goed aansluit bij de archeologische situatie ter plaatse.

De bewoners van Urk vinden hun recente geschiedenis belangrijk en de rijkdom van deze geschiedenis vraagt om professioneel archeologisch onderzoek. Verder onderschrijven we uw wens om uw gemeentelijk beleid ook planologisch te verankeren met dit paraplubestemmingsplan. Wij hebben wel nog opmerkingen van provinciaal belang over de concrete uitwerking daarvan: Toelichting • In de toelichting wordt een clustering aangehouden voor de trefkans, de potentie/waarde van (mogelijke) archeologische vindplaats(en) en de staat van de bodem. Wij missen hier een alinea waaruit blijkt dat de historische kern Urk in de provinciale omgevingsverordening een Top10-locatie is, waarop een ontgrondingenstelsel rust. Ook het PArK-gebied Urk wordt nog niet benoemd, dat een archeologisch en aardkundig waardevol gebied is, en waarop ook een ontgrondingenstelsel rust. In het plan mist nog aandacht voor de provinciaal aangewezen gebieden voor archeologie en aardkunde zoals benoemd in ons Omgevingsprogramma, Erfgoedprogramma en Omgevingsverordening en wij verzoeken u dit nader te onderbouwen. • In de clustering spreekt u van AMK-terreinen 12549 en 15796. Wij missen de aandacht voor enkele terreinen conform de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Het gaat hier specifiek om de AMK-terreinen #11987, #12082, #1693 en #11966 en hoe deze worden geborgd in dit plan.

Daarnaast spreekt u verderop in de toelichting over AMK-terrein #12802 en dit moet ons inziens #12082 zijn. Wij verzoeken u dus nog deze nummers na te lopen. Indien u deze bewust buiten beschouwing heeft gelaten, missen wij de onderbouwing hiervan. Planregels • T.a.v de meerdere vrijstellingsartikelen in de planregels constateren wij dat deze multiinterpretabel zijn. Gelet op het doel van het bestemmingsplan om een eenduidige borging te hebben van archeologie en gelet op het feit dat de planregels voor iedereen Pagina | 4 Reactienota zienswijzen

•

• •

helder en werkzaam moeten zijn, verzoeken wij u met ons ambtelijk contact op te nemen om deze planregels beter te borgen. Op dit moment maken wij nog een voorbehoud. In de planregels komen meerdere advies-bepalingen voor waarbij staat dat burgemeester en wethouders advies kunnen inwinnen. Is gedefinieerd in welke situaties B&W wel of niet advies zullen inwinnen? Ons inziens lijkt het ons beter dat dit in alle gevallen is, tenzij u duidelijk kunt onderbouwen in welke gevallen dat niet noodzakelijk is. In artikel 3.4.4 staat iets over een 'activiteit'. Ons advies is dit te wijzigen in 'werken of werkzaamheden' om verwarring met het containerbegrip activiteit te voorkomen. Vanaf waarde 7 hebben de artikelen betrekking op de waterbodem, maar dat valt niet te halen uit de toelichting of de planregels. De rijksoverheid heeft een aantal jaar geleden voorbeeldregels opgesteld voor de waterbodems. Ons advies is om deze als voorbeeld te gebruiken en de regels met hulp van het voorbeeld specifieker te maken.

Over de verbeelding hebben wij geen opmerkingen. Wij verzoeken u met klem dat u de gewijzigde versie van het bestemmingsplan met ons (ambtelijk) bespreekt alvorens u deze ter vaststelling aanbiedt aan uw Raad. Mocht de afhandeling van onze zienswijze namelijk daartoe aanleiding geven, dan zullen wij niet aarzelen om ons wettelijk instrumentarium (reactieve aanwijzing) in te zetten bij de verdere vaststelling. Wij wensen u veel succes met de planprocedure. Reactie Algemeen Op Urk hebben we recentelijk ons nieuwe beleid voor archeologie vastgelegd in het programma Archeologie. Voor o.a. de historische kern van Urk hebben wij aangegeven dat bij toekomstige archeologische (voor)onderzoeken, een integrale afweging plaatsvindt waarbij wij zowel kijken naar het archeologisch belang, alsmede naar andere (ruimtelijke) belangen (economie, haalbaarheid, draagvlak etc.). Dit wordt versterkt door de op het oppervlak én het gebruik van de historische kern van Urk: een sectorale afweging (qua archeologie) is hier niet op z’n plek en past ook niet binnen het gedachtengoed van de inmiddels ingevoerde Omgevingswet. Toelichting We nemen de opmerkingen t.a.v. het top-10 gebied en de AMK-terreinen #11987, #12082, #1693 en #11966 over. AMK terrein #12802 moet inderdaad zijn #12082. Dit wordt aangepast. We vullen de toelichting (o.a.

paragraaf 2.2 en 3.3.2) aan met passende tekst over de AMK-terreinen en het Top10 gebied Urk. Planregels Er wordt aangegeven dat de planregels multi-interpretabel zijn. Deze stellig wordt niet nader gemotiveerd. Onduidelijk is welke artikelen de provincie multi-interpretabel vindt. We hebben de provincie verzocht dit nader te duiden. Dit is niet gebeurd. We hebben ons inziens helder de planregels helder verwoord, zoals die elders in Nederland ook worden toegepast. Deze regels zorgen voor borging van het belang van archeologie en borgen ons beleid uit ons nieuwe programma Archeologie. In de planregels komen meerdere bepalingen voor waarbij het College van B&W nader advies kan inwinnen. We kiezen er voor dat dit geen dwingende c.q. verplichtende bepaling is, omdat in veel gevallen een nader advies niet nodig is. Dat zou onnodige regeldruk veroorzaken. In de praktijk (maar dat komt slechts sporadisch voor) zou een advies van een uitvoerend en/of adviserend bedrijf tot discussie kunnen leiden. In die gevallen hebben we met deze bepaling, de mogelijkheid nader advies in te winnen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van een second opinion. Pagina | 5 Reactienota zienswijzen

De benaming ‘activiteit’ in artikel 3.4.4 is bewust gekozen, omdat het bij dit artikel gaat om een bouwactiviteit en niet zozeer om werken en werkzaamheden. Hierdoor ontstaat er geen verwarring. Het advies van de provincie t.a.v. de waterbodems nemen we over. Deze worden toegevoegd. Ter verduidelijking: de bestemmingen Waarde 1 t/m Waarde 6 hebben betrekking op landbodems, de bestemmingen Waarde 7 t/m 10 hebben betrekking op waterbodems. In de toelichting zullen wij dit aangeven. Conclusie We passen de toelichting op het bestemmingsplan op diverse onderdelen aan zoals omschreven in onze reactie. Bij de planregels worden de waterbodems toegevoegd. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot aanpassingen.

3

Ambtshalve wijzigingen

Op basis van gewijzigde inzichten en nieuwe onderzoeksdata worden onderstaande wijzigingen voorgesteld t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan: •

Drie scheepswrakken in een bestaande woonwijk krijgen op verwachtingskaart een andere kleur (niet rood maar paars). Op beleidskaart vallen ze in een ander regime (geen waarde 1 maar waarde 2). Op bestemmingsplankaart krijgen ze dan geen waarde archeologie 1 maar waarde archeologie 2.

•

De contouren van AMK-terrein 12539 Dit AMK terrein kent nu grote ronde contour; de feitelijke grens van dit AMK terrein is een beetje ruit-achtige contour. Deze gaan we aanhouden, dus passen we de verwachtingskaart aan en op beleidskaart wordt de ruit-contour toegevoegd en de rode cirkel weggehaald. Dit doen we op de bestemmingsplankaart ook.

•

Voor Port of Urk is er een nieuwe kaart beschikbaar over het onderzoek dat daar gehouden is. We passen de contouren aan, conform deze meest recente onderzoeksresultaten.

Pagina | 6 Reactienota zienswijzen

4

Conclusie

Naar aanleiding van de inhoud van de zienswijze en ambtshalve wijzigingen passen we het ontwerpbestemmingsplan aan zoals aangegeven in deze nota. Om helder aan te geven waar we wijzigingen voorstellen zijn de teksten met de voorgestelde aanpassingen in geel gemarkeerd en hierna in deze reactienota opgenomen.

Pagina | 7 Reactienota zienswijzen

Voorgestelde wijzigingen toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van het plan In 2024 is het programma archeologie van Urk vastgesteld. Dit programma en de daarbij behorende archeologische beleidskaart - die de basis vormt voor het gemeentelijke archeologiebeleid - zijn op 19 maart 2024 vastgesteld door het college van Urk. De gemeente heeft de wens uitgesproken om dit archeologiebeleid te vertalen naar een paraplubestemmingsplan, waarbij de verschillende archeologische (verwachtings)waarden worden vertaald naar dubbelbestemmingen. Een paraplubestemmingsplan biedt de mogelijkheid alle bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor één of meerdere aspecten. Met dit paraplubestemmingsplan wordt het nieuwe gemeentelijke archeologiebeleid in de geldende bestemmingsplannen/beheersverordeningen ingepast. Dit paraplubestemmingsplan zal straks, door middel van een connectie-artikel, ook gaan gelden in een straks op te stellen Omgevingsplan. 1.2 Ligging plangebied Het voorliggende plangebied omvat het gehele grondgebied van de gemeente Urk minus de Zeeheldenwijk. Voor de Zeeheldenwijk zal op korte termijn een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het daarin vervatte archeologische beschermingsregime zal in overeenstemming worden gebracht met het beschermingsregime voor de Zeeheldenwijk zoals ook opgenomen in het programma archeologie.

In afbeelding 1.1 is de globale begrenzing van het plangebied (minus het westelijk watergrondgebied) weergegeven.

Pagina | 8 Reactienota zienswijzen

Afbeelding 1: globale ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende plannen Het voorliggende paraplubestemmingsplan is van toepassing op alle geldende bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen en beheersverordeningen in de gemeente Urk minus het bestemmingsplan Zeeheldenwijk. Het betreft de volgende plannen/beheersverordeningen: De Noord (2008), Hooilanden (2012), Urkerhard (2012), Waterwijk (2012), Kom Urk (2013), Bestemmingsplan IJsselmeer (2013), Havens (2013), Parel van Urk (2016), Buitengebied (2016), Bedrijventerrein fase 5 (2018), Bedrijventerrein fase 1 t/m 4 (2018), Woonzorgcomplex Oslolaan 2-4 (2019), Port of Urk (2021) en enkele gronden uit Zeeheldenwijk(2021). In het Omgevingsplan wordt het voorliggende paraplubestemmingsplan straks van toepassing verklaard. 1.4 Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de (dubbel)bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde (dubbel)bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

Pagina | 9 Reactienota zienswijzen

Deze toelichting bestaat uit vijf hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het archeologiebeleid. In hoofdstuk 3 worden de juridische aspecten van dit plan beschreven. Hoofdstuk 4 bevat de beschrijving van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 5 wordt de procedure beschreven.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Doel Op 19 maart 2024 heeft het college van Urk het Programma archeologie vastgesteld. Dit programma en de daarbij behorende archeologische beleidskaart vormt de basis voor het gemeentelijke archeologiebeleid. Het doel van het programma is tweeledig: allereerst om meer grip te krijgen op het archeologische (uitvoerings)proces en ten tweede het creëren van kansen voor borging van de maatschappelijke betekenis van archeologische waarden. Om meer greep te krijgen op het uitvoeringsproces heeft de gemeente Urk ook een geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld. Deze is ‘vertaald’ naar een archeologische beleidskaart. Deze beleidskaart geeft aan welk nieuw beschermingsregime de gemeente wil hanteren op haar gemeentelijk water- en grondgebied. Met het hier opgestelde paraplubestemmingsplan worden de verschillende archeologische verwachtingswaarden voorzien van een juridisch-planologische bescherming. 2.2 Archeologische beleidskaart Bij het opstellen van de nieuwe beleidskaart, is zowel rekening gehouden met een reële trefkans op het aantreffen van archeologische sporen als op het reëel ontbreken van de kans op het aantreffen van archeologische sporen in de bodem.

De systematiek die daarbij wordt gehanteerd is dat hoe groter de kans op het aantreffen van sporen en/of vondsten, hoe strenger het beschermingsregime zal zijn en hoe kleiner de kans op het aantreffen van sporen en/of vondsten, hoe meer er is toegestaan zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. Praktisch betekent dit dat voor gebieden met een grote(re) kans op het aantreffen van archeologische sporen en vondsten hoe kleiner de vrijstellingsgrens is – zowel in oppervlakte als in diepte – en hoe kleiner de kans op het aantreffen van sporen en vondsten, hoe groter de vrijstellingsgrens is, zowel in oppervlakte als in diepte. De oppervlaktevrijstelling wordt uitgedrukt in vierkante meters (m²), de dieptegrens wordt aangeduid in centimeters beneden maaiveld (cm. -mv.) Het vaststellen van vrijstellingsgrenzen (in oppervlakten en diepten) is altijd een evenwicht zoeken tussen enerzijds archeologische en anderzijds economischmaatschappelijke criteria. De gemeente Urk is van mening dat met de nu voorgestelde vrijstellingsgrenzen er sprake is van een verantwoorde omgang met het bodemarchief zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk Op basis van de trefkans, de potentie/waarde van (mogelijke) archeologische vindplaats(en) en de staat van de bodem wordt de volgende clustering aangehouden met betrekking tot het land:

Pagina | 10 Reactienota zienswijzen

1. AMK-terrein 12539, 15796, 11948 en alle bekende scheepswrakken op land voor zover niet gelegen in een woonwijk; 2. de historische kern van Urk (Top 10 locatie provincie Flevoland/AMK-terrein 11987) en drie binnen een woonwijk gelegen scheepswrakken; 3. de rand van de keileembult van het voormalige eiland Urk; 4. AMK-terrein PArK en riverduinen 5. de gebieden met een middelhoge archeologische verwachting; 6. de gebieden met een lage archeologische verwachting. Gelet op het voorgaande geldt voor Urk dan het volgende beschermingsregime: TABEL AANGEPAST Te gebruiken beschermingsregimes (land) Waarde archeologie 1 0 m2 / 0 cm

Waarde archeologie 2

40 m2 / 30 cm. -mv.

Waarde archeologie 3 Waarde archeologie 4 Waarde archeologie 5 Waarde archeologie 6 Geen dubbelbestemming

250 m2 / 50 cm.-mv. 500 m2 / 50 cm 5.000 m2 / 50 cm.-mv. 1.5 ha / 50 cm. -mv nvt

AMK-terrein 12539, 15796 en 11948 gekende scheepswraklocaties (met 50 m. buffer) voor zover niet gelegen in een woonwijk hist. kern Urk (noord en zuid) en drie binnen woonwijk gelegen scheepswrakken rand keileembult AMK terrein PArK /rivierduinen mh-verwachting o.a. bufferzone oude rivierlopen lage verwachting Geen waarden aangetoond en/of verstoord

De bescherming van de AMK-terreinen in Urk is als volgt geregeld. De historische kern van Urk (AMK nr. 11987) is een intensief bewoond gebied. Hiervoor zijn in dit bestemmingsplan strengere beschermingsregels opgenomen dan het eerdere beschermingsregime. Gezien de archeologische waarde alsook het (maatschappelijk) gebruik van dit woongebied acht de gemeente Urk dit een passend beschermingsregime. AMK-terrein nr. 12539 betreft een scheepswrak in het uiterste zuidwesten van de gemeente. Hiervoor geldt de strengste vorm van bescherming. Ten noorden en ten zuiden van de Domineesweg bevinden zich AMK-terrein 15797 en AMK-terrein 15796. AMK-terrein nr. 15797 is onderzocht en hoeft niet langer beschermd te worden. AMK-terrein 15796 kent de strengste vorm van bescherming. AMK-terrein nr. 11948 kent eveneens de strengste vorm van bescherming. AMK-terrein nr. 1693 ligt binnen de contour van de Zeeheldenwijk en valt buiten dit bestemmingsplan. Park Urk tenslotte is ook aangewezen als AMK-terrein en heeft nr. 12082. Dit gebied heeft verschillende archeologische beschermingsregimes, want niet elk deel van dit gebied heeft een hoge verwachting of archeologische waarde.. Op basis van een verfijning van de verwachtingskaart heeft dit gebied nu een veel accuratere bescherming dan in het verleden.

Op basis van de trefkans, de potentie/waarde van (mogelijke) archeologische vindplaats(en) en de staat van de bodem wordt de volgende clustering aangehouden met betrekking tot het water: 1. 2. 3. 4.

alle bekende scheepswrakken de ondiepte van 1780 de onderzochte prehistorische geulen de niet geïnventariseerde gebieden

Pagina | 11 Reactienota zienswijzen

Te gebruiken beschermingsregimes (water) Waarde archeologie 7 Waarde archeologie 8 Waarde archeologie 9 Waarde archeologie 10 Geen dubbelbestemming

0m2 100 m2 / 30 cm. -mv. 100 m2 / 200 cm. -mv. 2.500 m2 / 30 cm.-mv. nvt

bekende scheepswrakken ondiepte 1780 (kans op scheepswrakken) onderzochte prehistorische geulen niet geinventariseerde gebieden Geen waarden aangetoond en/of verstoord

Op grond van de bovengenoemde verwachtingswaarden worden in dit bestemmingsplan, voor land en water, tien archeologische dubbelbestemmingen opgenomen: •

Waarde archeologie 1 (0m2) AMK-terrein 12539, 15796, 11948 en alle bekende scheepswrakken op land plus buffer niet gelegen in een woonwijk;

•

Waarde archeologie 2 (40m2/30 cm.-mv) De historische kern van Urk en drie scheepswrakken plus buffer voor zover gelegen in een woonwijk;

•

Waarde archeologie 3 (250m2/50 cm.-mv.) De rand van de keileembult van het voormalige eiland Urk

•

Waarde archeologie 4 (500 m2/50 cm.-mv.) AMK-terrein PArK/rivierduinen

•

Waarde archeologie 5 (5.000m2/50 cm. -mv.) Middelhoge verwachtingsgebieden (o.a.. bufferzone oude rivierlopen)

•

Waarde archeologie 6 (1.5 ha/50 cm. -mv.) Gebieden met een lage archeologische verwachting

•

Waarde archeologie 7 (0 m2) Gekende scheepswrakken in het water

•

Waarde archeologie 8 Ondiepte 1780

•

Waarde archeologie 9 (100m2/200 cm.-mv.) De onderzochte prehistorische geulen

•

Waarde archeologie 10 (2.500m2/30 cm. -mv.) Niet geïnventariseerde gebieden

(100m2/30 cm.-mv.)

Voor de gronden zonder een archeologische verwachting of gronden die zijn verstoord wordt geen archeologische dubbelbestemming opgenomen.

Pagina | 12 Reactienota zienswijzen

Hoofdstuk 3 Juridische planbeschrijving 3.1 Algemeen Het paraplubestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en bewerking, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de dubbelbestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit drie hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht. 3.2 Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.

Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Van toepassing verklaring In dit artikel wordt het voorliggende paraplubestemmingsplan van toepassing verklaard op alle geldende bestemmingsplannen en beheersverordeningen uitgezonderd bestemmingsplan Zeeheldenwijk. Tevens wordt aangegeven dat dit paraplubestemmingsplan uitsluitend voorziet in een aanvullende regeling en dat de andere bestemmingen, niet zijnde de archeologische dubbelbestemmingen, uit de geldende bestemmingsplannen blijven gelden. 3.3 Bestemmingsregels 3.3.1 Opbouw bestemmingen In de bestemmingsregels zijn de verschillende bestemmingen opgenomen. Deze zijn als volgt opgebouwd: Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de (dubbel)bestemming aan de grond worden toegekend. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels

Pagina | 13 Reactienota zienswijzen

In de bouwregels is bepaald dat het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde uitsluitend is toegestaan indien voldaan wordt aan de vrijstellingsgrenzen. Deze vrijstellingsgrenzen verschillen per dubbelbestemming en zijn gekoppeld aan de verschillende verwachtingswaarden. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. 3.3.2 Bestemmingen De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden. Het bestemmingsplan kent negen dubbelbestemmingen. Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de bestemmingen Waarde - Archeologie 1 t/m Waarde - Archeologie 10. Waarde - Archeologie 1 betreft gronden met een gekende archeologische waarde. Het betreffen de AMK-terreinen 12539, 15796, 11948.Op deze gronden is vastgesteld dat er belangrijke sporen en/of vondsten aanwezig zijn. Bodemingrepen in deze gebieden zijn, ongeacht diepte- en/of oppervlakteverstoring, altijd onderzoeksplichtig. Waarde Archeologie 2 betreft gronden in het oude dorp Urk. Dit gebied is een AMK-terrein en is door de provincie Flevoland ook aangewezen als Top-10 locatie. In dit deel van Urk vindt intensieve bewoning plaats.

De gemeente stelt met dit bestemmingsplan de oppervlaktevrijstelling vast op 40 m2 en de dieptevrijstelling op 30 cm -mv. Grote(re) ingrepen zijn daarmee onderzoeksplichtig maar relatief kleine bodemingrepen blijven mogelijk zonder onderzoek. De drie gekende en in een woonwijk gelegen scheepswrakken vallen ook onder dit beschermingsregime. Deze hebben een iets lichter beschermingsregime dan de overige scheepswrakken op land omdat de bodem als gevolg van de aanleg van woningen deels al verstoord kan zijn. Waarde - Archeologie 3 betreft gronden die de rand vormden van het voormalige eiland Urk. Deze rand van de keileembult kan interessante vondsten en sporen bevatten gerelateerd aan het water dan wel waterkeringen (boten, kades, beschoeiingen etc.). Bodemingrepen zijn hier onderzoeksplichtig indien het te verstoren oppervlak groter is dan 250 m2 en dieper reikt dan 50 cm. -mv. Waarde - Archeologie 4 betreft een deel van het in het PArK Urk gebied gelegen AMK-terrein (nr. 12082) en de inmiddels bekende rivierduinen, gelegen zowel in het oosten als in het zuiden van Urk. Het grootste deel van dit gebied betreft natuur (o.a. Urker bos). Bodemingrepen zijn hier onderzoeksplichtig indien het te verstoren oppervlak groter is dan 500 m2 en dieper reikt dan 50 cm. -mv. Waarde - Archeologie 5 betreft gronden met een middelhoge archeologische verwachting.

Hier zijn bodemingrepen onderzoeksplichtig indien het te verstoren oppervlak groter is dan 2.500 m2 en dieper reikt dan 30 cm. -mv. Waarde - Archeologie 6 tenslotte betreft gronden met een lage archeologische verwachtingen. Op deze gronden zijn allee zeer grote bodemingrepen onderzoeksplichtig. Hier dient onderzoek plaast te vinden indien het te verstoren oppervlak groter is dan 1.5 hectare en de bodem dieper wordt verstoord dan 50 cm. -mv. Waarde - Archeologie 7 betreft gekende scheepswrakken in het IJsselmeer. Ongeacht de diepte- en/of oppervlakteverstoring zijn deze altijd onderzoeksplichtig. Waarde Pagina | 14 Reactienota zienswijzen

archeologie 8 betreft die gronden in het IJsselmeer die behoren tot de Ondiepte 1780. De kans is hier aanwezig dat er zich op/in deze grondenscheepswrakken bevinden, die nu nog niet gekend zijn. Die mogelijkheid doet zich ook voor bij de gronden met Waarde Archeologie 9, alleen zullen scheepswrakken in deze gronden aanmerkelijk dieper liggen, vanaf 200 centimeter beneden de waterbodem. Waarde - Archeologie 10 betreft gronden in het IJsselmeer die tot op heden niet zijn onderzocht. Bodemingrepen zijn hier onderzoeksplichtig indien het te verstoren oppervlak groter is dan 2.500 m2 en dieper reikt dan 30 cm. -mv Voor een aantal werkzaamheden op of in deze gronden – die zijn opgesomd in de planregels - is een omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) vereist in het kader waarvan een afweging kan worden gemaakt tussen de activiteit en de te beschermen waarden. De voorwaarden voor wanneer een omgevingsvergunning is vereist, is afhankelijk van de archeologische (verwachtings)waarden en gedifferentieerd in de verschillende dubbelbestemmingen door middel van variërende oppervlakte- en dieptevrijstellingen. 3.3.3 Toelichting op planregels In de planregels komen meerdere bepalingen voor waarbij het College van B&W nader advies kan inwinnen.

De gemeente Urk kiest er voor dit geen dwingende en dus altijd verplichtende bepaling te laten zijn omdat in veel gevallen een nader advies niet nodig is. Dat veroorzaakt onnodige regeldruk en dient vermeden te worden. In de praktijk, maar dat komt slechts sporadisch voor, zou een advies van een uitvoerend en/of adviserend bedrijf tot discussie kunnen leiden. In die gevallen heeft de gemeente, met deze bepaling, de mogelijkheid nader advies in te winnen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van een second opinion. Ter verduidelijking: de bestemmingen Waarde 1 t/m Waarde 6 hebben betrekking op landbodems, de bestemmingen Waarde 7 t/m 10 hebben betrekking op waterbodems. 3.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid Pagina | 15 Reactienota zienswijzen

4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.1.1 Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. 4.1.2 Conclusie Dit paraplubestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch waarborgen van het gemeentelijke archeologiebeleid binnen bijna alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen in de gemeente Urk. Aan dit plan zijn, behoudens de kosten van het opstellen van het plan, geen kosten verbonden voor de gemeente. Ook voorziet dit plan niet in een bouwplan, waardoor er geen exploitatieplanverplichting is.

Gezien het voorgaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De Erfgoedwet verplicht gemeenten om de aanwezige archeologische waarden te beschermen. Het voorliggende parapluplan voorziet hierin en waarborgt de verschillende archeologische waarden in de gemeente Urk.

Hoofdstuk 5 Procedure 5.1 Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Er is 1 zienswijze ingediend, die beantwoord is in de reactienota. 5.2 Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.

Pagina | 16 Reactienota zienswijzen

Voorgestelde wijzigingen planregels Artikel 9 Waarde – Archeologie 7 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de waterbodem. 9.2 Bouwregels 9.2.1. Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 0 m² moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 9.2.2. Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 9.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de waterbodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 9.2.3. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder 9.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 9.3. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

Pagina | 17 Reactienota zienswijzen

a. het afgraven (onder andere saneren), baggeren (waaronder saneren), onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. g. grondwaterpeilverlagingen. 9.3.2. Uitzondering Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek, ten behoeve van het doen van opgravingen en ten behoeve van het treffen van maatregelen om de archeologische waarden in de waterbodem te behouden worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; 9.3.3. Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de waterbodem. 9.3.4.

Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 9.3.5. Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

Pagina | 18 Reactienota zienswijzen

Artikel 10 Waarde – Archeologie 8 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 8' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de waterbodem. 10.2 Bouwregels 10.2.1. Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm. onder de waterbodem, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 10.2.2. Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 10.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de waterbodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 10.2.3. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder 10.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 10.3. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het afgraven (onder andere saneren), baggeren (waaronder saneren), onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; Pagina | 19 Reactienota zienswijzen

b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. g. grondwaterpeilverlagingen. 10.3.2. Uitzondering Het bepaalde in lid 10.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek, ten behoeve van het doen van opgravingen en ten behoeve van het treffen van maatregelen om de archeologische waarden in de waterbodem te behouden worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan en dieper reiken dan 30 cm. onder de waterbodem. 10.3.3. Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de waterbodem. 10.3.4.

Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 10.3.5. Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

Pagina | 20 Reactienota zienswijzen

Artikel 11 Waarde – Archeologie 9 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 9' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de waterbodem. 11.2 Bouwregels 11.2.1. Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 200 cm. onder de waterbodem, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 11.2.2. Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 11.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de waterbodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 11.2.3. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder 11.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m² en dieper dan 200 cm. onder de waterbodem; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 11.3. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Pagina | 21 Reactienota zienswijzen

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het afgraven (onder andere saneren), baggeren (waaronder saneren), onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. g. grondwaterpeilverlagingen. 11.3.2. Uitzondering Het bepaalde in lid 11.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek, ten behoeve van het doen van opgravingen en ten behoeve van het treffen van maatregelen om de archeologische waarden in de waterbodem te behouden worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan en dieper reiken dan 200 cm. onder de waterbodem. 11.3.3.

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de waterbodem. 11.3.4. Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 11.3.5. Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

Pagina | 22 Reactienota zienswijzen

Artikel 12 Waarde – Archeologie 10 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 10' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle archeologische informatie in de waterbodem. 12.2 Bouwregels 12.2.1. Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 30 cm. onder de waterbodem, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 12.2.2. Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 12.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de waterbodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 12.2.3. Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in dit lid onder 12.2.1. is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m² en dieper dan 30 cm. onder de waterbodem; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 12.3. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

Pagina | 23 Reactienota zienswijzen

a. het afgraven (onder andere saneren), baggeren (waaronder saneren), onderzuigen van de waterbodem en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de waterbodemstructuur; b. het dempen, graven, verdiepen of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; c. het uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; d. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; e. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. g. grondwaterpeilverlagingen. 12.3.2. Uitzondering Het bepaalde in lid 12.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan in het recente verleden bereikte baggerdieptes; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek, ten behoeve van het doen van opgravingen en ten behoeve van het treffen van maatregelen om de archeologische waarden in de waterbodem te behouden worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. een kleinere oppervlakte dan 2.500 m² beslaan en dieper reiken dan 30 cm. onder de waterbodem. 12.3.3.

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de waterbodem. 12.3.4. Onderzoeksplicht Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport is overgelegd waarin: a. de archeologische waarden van de waterbodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 12.3.5. Beoordelingscriteria Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

Pagina | 24 Reactienota zienswijzen

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken 13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in artikel 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie gemeente Urk'.

Pagina | 25 Reactienota zienswijzen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=70cbf97f-04db-464d-b604-7394fe75e802