CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Energie Bestaand voor Bestaand 2025

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente UrkBij agendapunt: Warmtenet voor bestaande bouw 20257.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

InEnergie Tel 085- 3036485 info@inenergie.nl

Urk Bestaand voor Bestaand

inenergie.nl

Rapportage

Inhoudsopgave 1. Inleiding

3

2. Techniek

4

2.1 Intekening leidingennet

4

2.2 WKO’s

5

3. Businesscase

7

3.1 Volloopscenario

7

3.2 Onrendabele top

10

4. Vergelijk impact warmtenet met lucht-water warmtepomp

12

4.1 Vergelijking op algemene aspecten

12

4.2 Financiële onderbouwing

13

5. Impact warmtenet voor inwoners en Zwolsehoek

15

5.1 Inwoners

15

5.2 Zwolsehoek

21

6. Conclusies

23

7. Bijlagen

24

Bijlage A: Dwarsprofielen

24

Bijlage B: Uitgangspunten Businesscase

25

Bijlage C: Uitsplitsing Businesscase

27

Bijlage D: Uitgangspunten financiële vergelijking warmtenet

30

Bijlage E: Beschikbare ruimte inclusief intekening aansluitingleidingen

31

1.

Inleiding

Dit rapport is een opvolging op het “Haalbaarheidsonderzoek warmtenet 'Bestaand voor Bestaand'” van Fakton dat in juli 2024 in de raadsvergadering op Urk aan bod is gekomen. Naar aanleiding van de raadsvergadering van 4 juli 2024 heeft de raad opdracht gegeven om de haalbaarheid van het warmtenet ‘Bestaand voor Bestaand’ nader te onderzoeken. In dit rapport wordt een verdiepingsslag gemaakt op zowel technisch als financieel vlak. In het eerdere haalbaarheidsonderzoek heeft een variantenstudie plaats gevonden waaruit een warmteconceptkeuze is gemaakt (zie Figuur 1). Hierbij is gekozen voor een lage temperatuur transportnet en centrale opwaardering naar middentemperatuur met behulp van 13 warmteoverdrachtstations (WOS). De warmteconceptkeuze uit het rapport van Fakton is gebruikt als uitgangspunt voor de verdere uitwerking in dit rapport.

Figuur 1: Warmteconcept ZLT-net met centrale opwaardering Om de haalbaarheid van het warmtenet Bestaand voor Bestaand op Urk nader te onderzoeken is door de gemeente Urk aan InEnergie gevraagd om de businesscase te verfijnen en het systeemontwerp verder uit te werken. InEnergie is de adviestak van InWarmte. InWarmte is als warmtebedrijf betrokken bij Energienet Urk BV. Voor het nader uitwerken van het systeemontwerp is gekeken naar de ruimte in de ondergrond voor het leidingwerk. Hierbij zijn met behulp van GIS-data overzichtskaarten en dwarsprofielen gecreëerd die aangeven waar voldoende of juist beperkte ruimte is in de ondergrond. Beperkte ruimte in de ondergrond kan ervoor zorgen dat bestaande kabels en leidingen in de ondergrond moeten worden verlegd om ruimte te maken voor het warmtenet. Dit zorgt voor extra kosten. Het identificeren van de plekken waar meer of minder ruimte is in de ondergrond is gebruikt als input voor het verfijnen van de businesscase. De businesscase is verder verfijnd met behulp van data uit andere projecten van InWarmte en door het volloopscenario nader te bekijken. Daarnaast is zowel de aanbodzijde als de vraagzijde van warmte nader bekeken door verder in te gaan op wat het betekent voor zowel inwoners als de bedrijven op Zwolsehoek. In hoofdstuk 4 wordt eerst stil gestaan bij de financiële impact voor bewoners bij het aansluiten op een warmtenet.

Wat een warmtenet voor beiden partijen betekent, wordt besproken in hoofdstuk 5 ‘Impact warmtenet voor inwoners en Zwolsehoek’

3

2.

Techniek

In dit hoofdstuk wordt de technische kant van een warmtenet nader onderzocht. Hierbij gaat het om een Zeer Lage Temperatuur(ZLT) warmtenet van 12°C met centrale opwaardering naar een middentemperatuur van 70°C. In dit hoofdstuk analyseren we eerst de ruimtelijke inpassing van het warmtenet in de ondergrond. Hierbij is rekening gehouden met de benodigde ruimte in de ondergrond voor het warmtenet en de kabels en leidingen die reeds in de ondergrond aanwezig zijn. Na de intekening van het leidingennet onder 2.1, wordt in paragraaf 2.2 het aantal benodigde warmte- en koudeopslagsystemen(WKO’s) onderzocht. Dit is belangrijk aangezien de warmte niet volledig gelijktijdig kan worden uitgekoppeld en gebruikt. Restwarmte is voornamelijk beschikbaar in de zomer en vooral benodigd in de winter.

2.1 Intekening leidingennet In opdracht van InEnergie heeft Arcadis de beschikbare ruimte in de ondergrond die kan worden gebruikt voor het warmtenet ‘Bestaand voor Bestaand’ geanalyseerd. Op basis van de aangeleverde GIS-data zijn door Arcadis 25 dwarsprofielen opgesteld. Bij de selectie van de locaties voor de dwarsprofielen is gestreefd naar een representatieve spreiding van verschillende wegtypen, om een zo gevarieerd en realistisch mogelijk beeld te verkrijgen. Binnen elk profiel is zowel de bovengrondse als ondergrondse ruimte geanalyseerd om de beschikbare ruimte voor een warmtenet in kaart te brengen. De dwarsprofielen zijn vervolgens gekoppeld aan de representatieve lengte van het tracé waarvoor de profielen van toepassing zijn. Op basis van deze analyse zijn vier categorieën gedefinieerd, die zijn verbonden aan een specifieke representatieve lengte (zie Tabel 1). Bijlage A toont voor iedere categorie een voorbeeld van een bijbehorend dwarsprofiel. Tabel 1 Categorieën intekening leidingennet met gekoppelde representatieve lengtes Categorie

Beschikbare ruimte

Beschikbare breedte

Representatieve lengte

1

Geen ruimte

< 0,5 m

2,4 km

2

Beperkte ruimte

0,5 – 1,5 m

2,4 km

3

Voldoende ruimte

1,5 – 2,5 m

8,1 km

4

Veel ruimte

> 2,5 m

38,9 km

Uit Tabel 1 blijkt dat in het grootste gedeelte van de ondergrond waar het warmtenet zou komen te liggen veel ruimte beschikbaar is (categorie 4). Dit betekent dat het warmtenet daar zonder obstakel is aan te leggen. Er is hier geen of zeer beperkt hinder van kabels en leidingen en de kans dat er verleggingen moeten plaatsvinden is nagenoeg nihil. Het leidingnet is ingetekend op de kaart van Urk in Figuur 2. Hierin wordt categorie 4, waar veel ruimte in de ondergrond is, aangeduid met de kleur groen.

Figuur 2: Beschikbare ruimte in de ondergrond op Urk Naast Figuur 2, is door Arcadis het leidingwerk verder ingetekend door ook de aansluitingen van de straat naar de huizen mee te nemen. De kaart inclusief de intekening van de leidingen naar de huizen toe is te zien in Bijlage E.

2.2 WKO’s De restwarmte die wordt gebruikt om het warmtenet te voeden is afkomstig van de vrieshuizen van de visverwerkende industrie. Dit betekent dat de meeste restwarmte beschikbaar is in de zomer, als het buiten warm is en het verschil tussen de buiten- en binnentemperatuur het grootst is. De warmtevraag om de huizen te verwarmen is het grootst in de winter, als het buiten koud is. Er zit dus een verschil in de tijd tussen vraag en aanbod van warmte. Dit verschil in tijd kan worden overbrugd door de warmte tijdelijk op te slaan. Het opslaan van warmte kan met behulp van een Warmte-Koude Opslag (WKO). Een WKO is een duurzaam bodemenergiesysteem waarin warmte en koude kunnen worden opgeslagen in de bodem voor het verwarmen en koelen van gebouwen.

5

WKO

Figuur 4: Principeschema Bestaand voor Bestaand Het principeschema in Figuur 4 toont een schematische tekening van het warmteconcept voor het warmtenet Bestaand voor Bestaand. Het deel van het principeschema dat de WKO weergeeft, is hierin met blauw omlijnd. Hoeveel WKO’s benodigd zijn, is afhankelijk van de hoeveelheid warmte die moet worden opgeslagen. Hierbij moeten de WKO’s zowel worden gedimensioneerd op de warmtevraag van de woningen op de koudste dag én het aanbod van restwarmte op de warmste dag. Uit berekeningen blijkt dat er 11 WKOdoubletten benodigd zijn van 250 m 3/h. Kijkend naar de warmtelevering kunnen de WKO’s het beste dichtbij de warmteoverdrachtstations (WOS) worden geplaatst in de wijken. Hierdoor is de warmte dichterbij de afnemers beschikbaar en kunnen de WKO’s verspreid worden over het woongebied. Mocht er een storing zijn bij één van de WKO’s dan kan de benodigde warmte uit de andere WKO’s worden gehaald. Door de WKO’s dichtbij de WOS-en te plaatsen gaat de leveringszekerheid van de warmtelevering dus omhoog. Voor het uitkoppelen van de restwarmte in de zomer en het leveren van koude aan de warmteleverende bedrijven is het voordeliger als de WKO’s dichterbij de uitkoppelpunten liggen op Zwolsehoek. In dit geval hoeft de uitgekoppelde restwarmte namelijk een kortere afstand af te leggen van de bron naar de WKO.

En hetzelfde geldt voor de teruggeleverde koude. Dit levert dus een verdelingsvraagstuk op over waar de WKO’s het beste kunnen worden geplaatst. Een optie zou kunnen zijn om een deel van de WKO’s te positioneren op Zwolsehoek en een deel in de woonwijken dichtbij de WOS-en. Op deze manier kunnen de risico’s worden verspreid en kan de leveringszekerheid naar zowel de bedrijven als de inwoners worden gewaarborgd.

3.

Businesscase

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens het volloopscenario en de onrendabele top behandeld. De onrendabele top is het financiële tekort dat ontstaat wanneer de totale verwachte kosten van het project hoger zijn dan de totale verwachte opbrengsten. Veel warmtenetprojecten hebben te maken met een onrendabele top. Optimalisatiemogelijkheden om de onrendabele top af te laten nemen zijn subsidies en het mogelijk in rekening brengen van een Bijdrage Aansluit Kosten (BAK). Dit laatste kan wel het volloopscenario beïnvloeden.

3.1 Volloopscenario Over het algemeen geldt hoe hoger het aantal huishoudens dat aansluit op het warmtenet, des te beter de businesscase en des te lager de onrendabele top. Zo ook voor Urk. Als uitgangspunt voor het percentage huishoudens dat besluit zich aan te sluiten op het warmtenet is hetzelfde uitgangspunt genomen als destijds in het rapport van Fakton, namelijk 80%. Dit betekent dat 80% van alle bestaande woningen op Urk in de wijken waar het warmtenet komt te liggen, worden aangesloten op het warmtenet. Een aansluitpercentage van 80% van de huishoudens en zakelijke aansluitingen komt neer op een totaal van 4.631 aansluitingen. Naast het volloopscenario van 80% is ook de mogelijkheid om later aan te sluiten op het warmtenet onderzocht. Hierbij is het initiële aansluitpercentage van 80% aangehouden plus 10% over de volgende 10 jaar. Om dit aantal aansluitingen te bereiken zijn er verschillende mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat iedereen gelijk aansluit op het moment dat het warmtenet wordt aangelegd (scenario 3). Een ander scenario is om inwoners de mogelijkheid te geven om later aan te sluiten. Hierbij sluit een deel van de inwoners gelijk aan op het moment dat het warmtenet wordt aangelegd (80%) en een ander deel volgt later (10%), binnen een periode van 10 jaar. Binnen dit scenario zijn er twee opties. Optie 1; T-stukken en optie 2; lege leidingen.

Wat deze opties inhouden wordt hieronder verder besproken. Voor het overzicht geeft Tabel 2 de gehanteerde vollopen voor de 3 aansluitscenario’s weer. Tabel 2 Volloop 3 aansluitscenario’s Scenario

Jaar 1

Jaar 2 t/m 11

Percentage

dat

Percentage dat niet

uiteindelijk aansluit

aansluit

1 T-stukken

80%

+1% per jaar

90%

10%

2 Lege leidingen

80%

+1% per jaar

90%

10%

3

80%

+0%

80%

20%

Zonder

later

aansluiten

7

3.1.1 T-stukken Figuur 5 toont een schematische weergave voor gefaseerde aansluitingen van het warmtenet met behulp van T-stukken. In dit scenario worden aansluitleidingen geplaatst van het distributienet naar de woningen die direct worden aangesloten (jaar=1). Bij woningen die niet direct worden aangesloten

worden

T-stukken

geplaatst

met

afsluiters. Door deze T-stukken met afsluiters kan op een later moment een woning aangesloten worden zonder dat een deel van het net tijdelijk buiten werking moet worden gezet (bijvoorbeeld bij j=1+x en j=1+y). Wel moet hiervoor op een later moment de grond opengebroken worden om de aansluitleiding te plaatsen. De flexibiliteit is hierbij hoog, een investering wordt pas gedaan als een bewoner zich Figuur

5:

Schematische

weergave

van

wil aansluiten.

aansluitscenario T-stukken

3.1.2 Lege leidingen In het scenario lege leidingen worden de aftakkingen naar alle woningen aangelegd. De aansluitleidingen naar de woningen worden pas actief gemaakt als de woningeigenaar klaar is om aangesloten te worden op het warmtenet. Bij alle aansluitingen liggen dus leidingen en die worden actief gemaakt direct bij start van het warmtenet (j=1) wanneer de bewoner dat wenst (j=1+x of j=1+y) of nooit (zie Figuur 6). In dit scenario zijn de kosten om later aan te sluiten beperkt, aangezien alle aansluitleidingen al zijn aangelegd en de grond niet opnieuw open hoeft te worden

gebroken.

Wel

moet

opstalrecht

georganiseerd worden voor het plaatsen van de leidingen in de grond van woningeigenaren; ook gedurende de periode dat een bewoner niet aangesloten wil worden. Daarnaast betekent dit dat een deel van de infrastructuur wordt aangelegd

Figuur 6: Schematische weergave van aansluitscenario lege leidingen

terwijl het jaren kan duren voordat dit deel in gebruik genomen wordt, of misschien zelfs nooit. Door de kans op hoge verzonken kosten kan dit verdelingsvraagstukken opleveren over bij wie de kosten komen te liggen van ongebruikte infrastructuur. Wanneer bijvoorbeeld geen of een lagere BAK wordt gerekend voor inwoners die gelijk aansluiten en een hogere BAK voor inwoners die later aansluiten kan een deel van dit verdelingsvraagstuk worden opgelost. Echter is dan nog steeds de vraag bij wie de kosten komen te liggen voor de aansluitingen die nooit in gebruik genomen worden.

3.1.3 Vergelijking T-stukken en lege leidingen Tabel 3 geeft een vergelijking tussen het T-stukken- en lege leidingen scenario. Hierin wordt gekeken naar het effect op de initiële CAPEX, gefaseerde CAPEX, flexibiliteit en risico’s. De gefaseerde CAPEX zijn de kapitaalinvesteringskosten die worden gedaan als een inwoner besluit om later alsnog aan te sluiten op het warmtenet. Tabel 3 Vergelijking T-stukken en lege leidingen Aspect

T-stukken

Lege leidingen

Initiële

Beperkt. Enkel de initieel nodige

Hoog. Alle aansluitleidingen worden direct

CAPEX

aansluitleidingen

gelegd.

worden

gelegd.

Beperkte extra CAPEX voor T-stukken en afsluiters. Gefaseerde

Hoog. Voor het later aansluiten moet

Laag. Enkel de afleverset dient geplaatst te

CAPEX

een aansluitleiding worden gelegd,

worden en de leiding moet actief worden

waarbij extra kosten worden gemaakt

gemaakt.

om de grond opnieuw open te breken. Flexibiliteit

Hoog. Investeringskosten worden pas

Hoog. Een bewoner kan eenvoudig later

gemaakt als een bewoner wenst in te

instappen. Hierbij is er wel het risico op

stappen.

verzonken kosten indien de leidingen niet in gebruik worden genomen.

Risico’s

Beperkt risico op verzonken kosten.

Hoog risico op verzonken kosten van

Hogere uitvoeringskosten bij later

aansluitleidingen die niet in gebruik worden

aansluiten. Hierbij wordt de hinder

genomen. Beperkte hinder bij het later

verspreid doordat de grond opnieuw

aansluiten van woningen.

opengebroken moet worden. Bij de vergelijking van beide scenario’s in de businesscase blijkt het gebruik van lege leidingen in de meeste gevallen goedkoper dan het T-stukken scenario, behalve als er geen of relatief weinig woningen besluiten om later alsnog aan te sluiten. In dit laatste geval is het T-stukken scenario gunstiger omdat zo minder verzonken kosten worden gemaakt voor leidingen die niet in gebruik genomen worden. Het lege leidingenscenario heeft als risico dat hoge verloren verzonken kosten ontstaan. Dit scenario kan dus risicovol zijn wanneer het aantal aansluitingen en de volloop onzeker is. Hoewel het Tstukkenscenario dus hogere kosten kan opleveren, kan het ook hogere flexibiliteit opleveren bij onzekerheid in aansluit- en vollooppercentages.

9

3.2 Onrendabele top De uitgangspunten die zijn gehanteerd in deze businesscase staan beschreven in Bijlage B. In Bijlage B staan onder andere de gehanteerde bedragen voor vastrecht, het meettarief, het basistarief en het variabel tarief en de hanteerde indexatie. Als startjaar voor de warmtelevering is 2035 aangehouden, vanwege de aanwijsbevoegdheid. Om de aanwijsbevoegdheid in te kunnen zetten, om een hogere volloop te behalen, moet deze aanwijsbevoegdheid eerst worden omschreven in het warmteprogramma, dat in 2026 wordt vastgesteld. Vervolgens moet het omgevingsplan worden gewijzigd en pas daarna gaat de periode van 8 jaar in voordat de aanwijsbevoegdheid kan worden ingezet en de wijken waar het warmtenet komt te liggen aardgasvrij kunnen worden gemaakt. Zoals benoemd onder 3.1 is voor het volloopscenario 80% aangehouden, hetzelfde volloopscenario als in het onderzoek van Fakton. Door het startjaar verder in de toekomst te kiezen kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet waardoor naar verwachting een hoger initieel aansluitpercentage kan worden behaald. Afhankelijk van hoeveel inwoners gelijk aansluiten op het warmtenet en hoeveel inwoners later besluiten aan te sluiten zal het scenario lege leidingen of T-stukken aantrekkelijker worden. Voor de berekeningen van de businesscase zijn 3 scenario’s bekeken.

In alle 3 scenario’s is een initieel aansluitpercentage van 80% aangehouden (zie Tabel 2). In het scenario met T-stukken en lege leidingen is vervolgens rekening gehouden met een gefaseerde aansluiting van 1% per jaar in de 10 jaar die volgen. Hierdoor wordt uiteindelijk een volloop van 90% behaald. Dit betekent dat 90% van de huishoudens en utiliteitsgebouwen aansluiten op het warmtenet en 10% niet. Daarnaast is ook het scenario zonder de mogelijkheid om later aan te sluiten doorgerekend. In dit geval blijft de volloop dus 80% en zal 20% zich niet aansluiten op het warmtenet. Tabel 4 geeft de onrendabele top weer voor de drie scenario’s. De opbouw van de businesscase voor alle scenario’s is te vinden in Bijlage C. Tabel 4 Onrendabele top met 80% initiële volloop voor T-stukken, lege leidingen en zonder later aansluiten Parameter

Totaal (in duizenden)

Per aansluiting

ORT Huishoudens

€ 53.478

€ 10.264

ORT Kleinzakelijk

€ 720

€ 10.806

ORT Huishoudens

€ 54.124

€ 10.388

ORT Kleinzakelijk

€ 728

€ 10.936

1 Onrendabale top T-stukken

2 Onrendabele top lege leidingen

3 Onrendabele top zonder later aansluiten ORT Huishoudens

€ 50.535

€ 10.912

ORT Kleinzakelijk

€ 680

€ 11.487

In Tabel 4 is te zien dat de onrendabele top per aansluiting voor huishoudens in alle scenario’s tussen de tien- en elfduizend euro ligt. Hierbij is de onrendabele top in scenario 3, zonder de optie om later aan te sluiten, het hoogst. Dit is te verklaren doordat in dit geval een lager uiteindelijk vollooppercentage wordt behaald (80 i.p.v. 90%), wat betekent dat er minder aansluitingen zijn om de onrendabele top over

te verdelen. De totale onrendabele top van scenario 3 is wel lager. De onrendabele top per aansluiting is het laagst in scenario 1, het T-stukkenscenario. Als we deze vergelijken met scenario 2, lege leidingen, dan zien we dat het verschil in de onrendabele top per aansluiting tussen deze twee scenario’s relatief klein is. Namelijk €124 per aansluiting over een periode van 30 jaar. Mocht het volloopscenario in werkelijkheid anders zijn dan waar hier vanuit is gegaan, dan verandert de businesscase en logischerwijs ook de onrendabele top. Over het algemeen geldt, des te hoger het aantal aansluitingen, des te lager de onrendabele top. Daarbij heeft ook de verdeling van het aantal aansluitingen over de tijd invloed op de businesscase en welke van de drie scenario’s het aantrekkelijkst is. In het geval dat er relatief veel inwoners later aansluiten zal het scenario met lege leidingen aantrekkelijker worden, doordat in dit geval niet opnieuw de straten hoeven worden opengebroken. Dit scheelt aanzienlijk in de kosten om later aan te sluiten. Verder valt op dat de onrendabele top in Tabel 4 lager uitvalt dan de eerder berekende onrendabele top door Fakton. Dit komt onder meer doordat de ruimte in de ondergrond nu is onderzocht door Arcadis, waardoor er een betere kostenraming kon worden gemaakt voor het leidingennet.

Nadat Arcadis de hoeveelheid ruimte in de ondergrond had ingedeeld in vier categorieën, zoals te zien in Tabel 1, hebben ze van iedere categorie een kosteninschatting gemaakt. Hierbij zijn de kosten voor categorie 4 (waar veel ruimte in de ondergrond is) het laagst en de kosten voor categorie 1 (waar bijna geen ruimte in de ondergrond is) het hoogst. Verder bestaat het grootste deel van de straten uit elementenverharding (betontegels, klinkers, banden, betonstraatstenen, etc.) en is het aantal wegen dat is voorzien van asfalt beperkt. Asfaltstraten zijn duurder om open te breken en opnieuw te bestraten dan elementenverharding, dus dit verlaagt de kosten verder.

11

4.

Vergelijk impact warmtenet met lucht-water warmtepomp

In dit hoofdstuk wordt voor inwoners de vergelijking gemaakt tussen het collectieve warmtenet en de lucht-water warmtepomp als warmteoplossing. Hierbij wordt eerst een vergelijking gemaakt tussen verschillende aspecten, zoals netcongestie, leveringszekerheid en de impact op de wijk.

4.1 Vergelijking op algemene aspecten Tabel 5 toont een overzicht van de verschillen tussen een warmtenet en een individuele oplossing voor Inwoners. Hierbij wordt gekeken naar de aspecten: leveringszekerheid, netcongestie, impact in de woning, keuzevrijheid, impact in de wijk en de service. Tabel 5 Vergelijk tussen een warmtenet en een lucht-water warmtepomp voor een inwoner Onderwerp

Collectief

Individueel

Leveringszekerheid

Een warmtenet heeft te maken met gepland onderhoud waardoor tijdelijk geen warmtelevering mogelijk is. Daarnaast kunnen storingen plaatsvinden waardoor warmtelevering onderbroken wordt.

Leveringszekerheid is geheel afhankelijk van prestatie van de warmtepomp die de bewoner heeft. Bij storingen dient zelf een oplossing te worden georganiseerd.

Netcongestie

Een collectief systeem heeft een lager aansluitvermogen op het elektriciteitsnet dan een individuele oplossing. De brontemperatuur is stabiel, waardoor de COP niet daalt op koude dagen. Daarnaast kan het vermogen beter stuurbaar zijn door gelijktijdigheid. Door deze factoren is de inpassing van een collectief systeem beter dan een individueel systeem kijkend naar netcongestie. De impact van het warmtenet op netcongestie is beperkt t.o.v. de individuele lucht-water warmtepomp.

Individuele warmtepompen geven een grotere belasting op het elektriciteitsnet dan een collectief systeem. Hierdoor kan de impact van netcongestie groter zijn. Dit beperkt de mogelijkheden tot individuele oplossingen.. Daarbij is het vermogen minder stuurbaar dan bij een collectief systeem. Ook moet een warmtepomp vaak aangesloten worden op een aparte groep en is een drie fase aansluiting nodig. Indien dit niet aanwezig is, moet dit aangevraagd worden. De doorlooptijd hiervan kan een aantal maanden zijn.

Woning impact

(i) leidingen naar centrale verdeler (ii) (eventueel) inpandig leidingwerk (iii) gaten door fundering naar buiten (iv) plaatsen van afleverset (ter grootte van een kleine magnetron) (v) (eventueel) uitpandig leidingwerk aan de gevel.

(i) een buitenunit (ii) gaten door gevel (iii) leidingwerk t.b.v. aansluiten warmtepomp op centrale verdeler (iv) plaatsen van extra elektriciteitsgroep (v) drie fase aansluiting toepassen (vi) groot ruimtebeslag van warmtepomp (ter grootte van een grote koelkast)

Keuzevrijheid

Bij een warmtenet heeft een bewoner zeer beperkte keuzevrijheid in aanbieder.

Hierbij heeft een bewoner enige keuzevrijheid in zowel techniek als in elektriciteitsleverancier.

Impact in de wijk

Tijdens de bouw van het warmtenet zal de impact groot zijn door werkzaamheden zoals de straat die opengebroken moet worden. Tijdens operatie van het warmtenet zullen de onderstations aanzienlijk impact hebben in de wijk. Daarnaast kan uitpandig leidingwerk het aanzicht van een woning beïnvloeden.

Buitenunits zullen het aanzicht sterk beïnvloeden van een woning en impact hebben op het straatbeeld. Daarnaast moeten als er grootschalig wordt overgestapt op lucht-water warmtepompen de straten open worden gemaakt t.b.v. netverzwaring. Verder kan het geluid dat de warmtepompen produceren leiden tot geluidsoverlast.

Service

Bij een warmtenet krijgt een bewoner service van het warmtebedrijf. Bijvoorbeeld met onderhoud of ondersteuning bij storingen.

Bij een individuele oplossing is een bewoner zelf verantwoordelijk voor de werking en onderhoud van het eigen systeem.

4.2 Financiële onderbouwing In dit onderdeel worden een warmtenet op financieel vlak verder onderbouwd. We bespreken de jaarlijkse energiekosten voor inwoners en de total cost of ownership (TCO). 4.2.1 Uitgangspunten Voor het warmtenet wordt op dit moment geen Bijdrage Aansluit Kosten(BAK) gerekend voor inwoners omdat dit bij andere bestaande warmtenetten het volloopscenario te negatief bleek te beïnvloeden. Verder wordt als variabel warmtetarief hetzelfde uitgangspunt genomen als Energienet Urk BV anno 2025. De uitgangspunten voor een EGW en MGW, die onder andere zijn gebruikt voor het bepalen van de warmtevraag zijn zoals beschreven in Tabel 6. Tabel 6 Uitgangspunten meergezinswoning (MGW) en eengezinswoning (EGW) Woningtype

Aantal m2

Bouwjaar

Isolatie

Warmtevraag

MGW

Appartement

70

Jaren 80

Matig geïsoleerd

23 GJ/jaar

EGW

Rijtjeshuis

120

Jaren 80

Matig geïsoleerd

47 GJ/jaar

4.2.3 Total Cost of Ownership (TCO) De Total Cost of Ownership (TCO) is bepaald over een periode van 30 jaar. In dit overzicht wordt eerst ingegaan op de ontwikkeling van de kosten, welke de basis vormen van de TCO-berekening. Hierna worden de resultaten van de TCO-berekening besproken. Voor een collectieve oplossing worden de energiekosten (vastrecht en variabel) gerekend voor het bepalen van de TCO. Voor de collectieve oplossing worden geen financieringskosten gerekend omdat ervan uitgegaan wordt dat de kosten voor de BAK niet bij een bewoner komt te liggen.

13

Figuur 7 toont de TCO van het warmtenet over een periode van 30 jaar. Hierin is te zien dat het grootste gedeelte van de kosten voor de bewoner bestaan uit de variabele gebruikskosten. Deze kosten zijn afhankelijk van het exacte warmteverbruik van de woning. Op basis van een jaarlijkse warmtevraag van 47 GJ komt de TCO voor het warmtenet neer op € 109.900 voor een eengezinswoning.

TCO Warmtenet EGW

Variabele gebruikskosten

Vaste gebruikskosten

Figuur 7: TCO warmtenet voor een eengezinswoning Voor een meergezinswoning met een warmtevraag van 23 GJ komt de TCO neer op € 69.200. Zie Figuur 8 voor de verdeling tussen de variabele en vaste gebruikskosten.

TCO Warmtenet MGW

Variabele gebruikskosten

Vaste gebruikskosten

Figuur 8: TCO warmtenet voor een meergezinswoning

5.

Impact warmtenet voor inwoners en Zwolsehoek

Dit hoofdstuk gaat over wat een warmtenet betekent voor zowel inwoners als voor de bedrijven op Zwolsehoek. Onder 5.1 wordt ingegaan op de impact van het warmtenet voor inwoners. Hierbij kijken we eerst wat de verschillende fases van het warmtenet betekenen voor bewoners. Daarna wordt ingegaan op de impact van het warmtenet in de woning. In paragraaf 5.2 Zwolsehoek wordt de impact van het warmtenet voor de bedrijven op Zwolsehoek nader onderzocht.

5.1 Inwoners Op verschillende momenten heeft een warmtenet andere impact op bewoners. In het volgende onderdeel wordt dit beschreven. 5.1.1 Voorbereiden wijzigen aanwijzing warmtenet De gemeente heeft bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden. Dit wordt opgenomen in het omgevingsplan. De kaders voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid liggen vast in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Als gemeente moet aangetoond worden op welke wijze o.a. burgers betrokken worden in het wijzigen van het omgevingsplan. 5.1.2 Aanwijzing warmtenet Wanneer de gemeente aanwijst dat een gebied aardgasvrij zal worden, heeft dit direct impact op de bewoners. De Wgiw1 waarborgt dat er een redelijke termijn moet zijn tussen het aanwijzen van een gebied en het daadwerkelijk overgaan op het alternatief ofwel het stoppen van levering van aardgas. De richtlijn hiervoor is 8 jaar en dient opgenomen te worden in het omgevingsplan. 2 Dit betekent voor een bewoner dat op het moment dat een omgevingsplan is vastgesteld, nagedacht kan worden over hoe ze van het aardgas af willen. Hierbij kunnen ze kiezen om aan te sluiten op het warmtenet, de collectieve oplossing, of een alternatief. Het alternatief dient net zo duurzaam te zijn als de collectieve oplossing.

Nadat een warmtenet is aangewezen zal een inventarisatie opgesteld moeten worden van bewoners die zich wensen aan te sluiten op het warmtenet. Om bewoners voor te bereiden, kan de keuze gemaakt worden om “de wijk in te gaan” en “langs de deuren te gaan” om mensen voor te bereiden op het warmtenet. Gedacht kan worden aan direct en concreet aan bewoners uit te leggen wat het warmtenet gaat vragen aan inspanning vanuit bewoners. Ook zou bij bewoners die zich wensen aan te sluiten vast onderzoek gedaan kunnen worden welke woningaanpassingen gemaakt dienen te worden (denk aan waar moeten de inpandige distributieleidingen geplaatst worden, welke voorbereidingen dienen daarvoor getroffen te worden enzovoorts).

1 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3A36387 2 https://www.volkshuisvestingnederland.nl/documenten/publicaties/2023/06/28/praatplaat-wgiw

15

5.1.3 Aanleg warmtenet Voor alle bewoners, ook de bewoners die kiezen voor een alternatieve oplossing, zullen er gevolgen zijn van het aanleggen van een warmtenet. De werkzaamheden om het warmtenet aan te leggen zullen tijdelijk het aanzicht en de bereikbaarheid van de wijk beïnvloeden. Voor de aanleg van een deel van het warmtenet geldt een minimale doorlooptijd van 6 weken. Deze doorlooptijd is uiteraard afhankelijk van de grootte van het deel van het warmtenet dat op dat moment wordt aangelegd en van de beschikbare ruimte in de ondergrond (te zien in Figuur 2 en Bijlage E). De aanleg van het warmtenet kan er ook voor zorgen dat nutsvoorzieningen (on)verhoopt kortstondig niet beschikbaar zijn (denk bijvoorbeeld aan het raken van een riolering of elektriciteitskabel of het moeten verleggen van een kabel of leiding). Om de impact te verminderen is het daarom belangrijk om te zoeken naar koppelkansen waarbij de straat in ieder geval opengebroken zou worden. Onderstaande afbeelding, Figuur 9, toont een situatie van het aanleggen van de warmtenet en de impact in de straat.

Figuur 9: Aanleg van een warmtenet Het aanzicht van de wijk zal ook na de aanleg van het warmtenet beïnvloed worden. In het bijzonder door de plaatsing van de warmte overdracht stations (WOS) die de warmte opwaarderen. Op basis van de verkenning die Greenvis en Fakton uitgevoerd hebben, zijn 13 locaties voor onderstations bepaald. Ervaring uit Energienet Urk leert dat voor het oppervlakte van een onderstation ongeveer 120m 2 gerekend moet worden. Figuur 10 toont de overzichtskaart met de locatie van de overdrachtstations. Hier is door de gemeente een eerste verkenning gedaan naar slimme koppelkansen. Bijvoorbeeld door deze stations te koppelen aan gemeentelijke gebouwen.

Figuur 10: Overzichtskaart locaties onderstations (Fakton, 2024) 5.1.4 Impact in de woning Het aansluiten van een woning op het warmtenet brengt een aantal benodigde woningaanpassingen met zich mee: • Het plaatsen van een afleverset; • Inpandig leidingwerk; • Gaten boren in de gevel of fundering, waar de leidingen de woning binnen gaan; • Eventueel uitpandig leidingwerk; • Het verwijderen van de huidige cv-ketel. Om al deze aanpassingen door te voeren zijn naar verwachting 2 tot maximaal 5 werkdagen benodigd per woningaansluiting. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid ruimte en complexiteit van de woning. Hoe de aansluiting op het warmtenet er precies uit komt te zien is afhankelijk van waar de leidingen van het warmtenet de woning binnen gaan en waar de afleverset wordt geplaatst. Stel de huidige cv-ketel bevindt zich op zolder, wat in veel eengezinswoningen het geval is, dan kan de afleverset worden geplaatst daar waar eerst de cv-ketel zat of bij de meterkast. De keuze voor de locatie van de afleverset is afhankelijk van de mogelijkheden in de woning. Figuur 11 toont de situatie waarbij de

cv-ketel

op

zolder

is

geplaatst.

Voordeel is dat oude radiatoren en

Figuur 11: Huidige situatie met een CV-ketel geplaatst op de zolder van een eengezinswoning

leidingen in de woning kunnen worden gebruikt.

17

Afleverset in de meterkast In de situatie zoals te zien in Figuur 12 wordt de afleverset geplaatst bij de meterkast op de plek van de gasaansluiting. In deze situatie zijn drie nieuwe leidingen nodig t.b.v. (1) aansluiting op warmtapwaterleidingen; ruimteverwarming

(2)

leidingen

aansluiting

op

en

een

(3)

retourleiding. In sommige gevallen zouden gasleidingen hergebruikt kunnen worden wat benodigde woningaanpassingen minimaliseert. Deze leidingen zullen lopen vanaf de afleverset naar de plek waar de CV-ketel stond. Figuur 12: Afleverset geplaatst bij de meterkast Afleverset op plek huidige cv-ketel In Figuur 13 wordt de afleverset geplaatst op de huidige plek van de cv-ketel. In deze situatie zijn twee nieuwe leidingen nodig t.b.v. (1) aanvoer

van

warmtenet

naar

afleverset

en

(2)

van

retour

afleverset naar warmtenet. Er is dus een leiding minder nodig maar de twee andere leidingen zullen groter

in

voldoende

diameter warmte

zijn te

om

kunnen

transporteren. Figuur 13: Afleverset geplaatst op plek huidige CV-ketel Om een idee te geven van hoe een afleverset er uit ziet en wat het ruimtebeslag is in Figuur 14 een foto te zien van een afleverset in een meterkast (links) en op zolder (rechts). De afmetingen van een afleverset zijn ongeveer 54x30x25 cm.

Figuur 14: Afleverset (links = in de meterkast, rechts = op zolder)

Leidingwerk Het effect op aanzicht van de woning is afhankelijk van op welke wijze de leidingen van het warmtenet de woning betreden. Dit kan op een aantal manieren uitgevoerd worden. Ten eerste kunnen de aansluitleidingen van het woningnet naar de woning toe aan de buitenzijde van iedere woning verticaal omhoog aangebracht worden. Dit kan een optie zijn wanneer de cv-ketel op zolder geplaatst is. Wel beïnvloedt dit het aanzicht. Een koof kan worden aangebracht om de impact te verminderen. Voor een voorbeeld zie de linker afbeelding in Figuur 15. Ten tweede kan ervoor gekozen worden om per blok woningen op één plek centraal verticaal omhoog te gaan en horizontaal naar andere woningen af te takken. De horizontale aftakking kan bijvoorbeeld onder de dakgoot lopen (zie Figuur 15, rechterafbeelding). Dit beperkt het effect op het aanzicht aangezien enkel op één plek omhoog wordt gegaan. Ten derde kan de woning direct op straatniveau betreden worden. Dit kan op twee manieren. De eerste wijze is door de aansluitleiding verticaal vlak voor de woning omhoog te laten komen om vervolgens horizontaal de woning te betreden door twee gaten te boren in de gevel. De diameter van deze gaten om de woning te betreden is ca. 90mm. Dit zal het aanzicht van de woning enigszins beïnvloeden door de verticale aftakking van het warmtenet en het betreden van de gevel.

De tweede manier is mogelijk als een kruipruimte aanwezig is. In dit geval kan de aansluitleiding van het warmtenet direct horizontaal de kruipruimte in gelegd worden. Vervolgens kan de woning verticaal betreden worden met de leidingen. Dit heeft een minimaal effect op het aanzicht. In alle situaties zullen in de woning twee gaten geboord worden t.b.v. aansluiting op het warmtenet.

Figuur 15: Leidingen aan de buitenzijde omhoog met een koof eromheen Overige woningaanpassingen Als laatste geldt voor alle bewoners, ook die voor een alternatieve oplossing kiezen, dat voor alle activiteiten waar naast warmtelevering gas voor gebruikt wordt een alternatief gevonden moet worden. In het bijzonder zal het voor veel huishoudens betekenen dat zij over moeten stappen van koken op gas naar koken op basis van elektriciteit. Dit kan d.m.v. een inductie kookplaat. Dit betekent dat vaak een extra elektriciteitsgroep in de meterkast nodig is. Daarnaast vraagt het soms aanschaf van nieuwe pannen: de pannen dienen een redelijk vlakke bodem te hebben en een magnetische onderzijde hebben.

19

5.1.5 Warmtelevering Voor bewoners zijn er een aantal positieve voordelen voor het aansluiten op een warmtenet. Ten eerste is er geen onderhoud aan de warmte-installatie omdat er geen ketel of alternatieve voorziening nodig is. Ten tweede, zijn er geen hoge aanschafkosten of vervangingskosten voor een nieuwe ketel of alternatieve techniek. Ten derde, door het afsluiten van het gas hoeft geen vastrecht meer betaald te worden voor gas. Ook krijgen klanten toegang tot de klantenservice die kosteloos problemen binnen de leidingen van het warmtesysteem oplost. Een collectieve oplossing is duurzamer dan een gasgebaseerde oplossing.

5.2 Zwolsehoek Om een volledig beeld te kunnen geven, heeft Arcadis niet alleen de beschikbare ruimte voor het leidingentracé in de woonwijken onderzocht, maar ook op Zwolsehoek. Uit dit onderzoek volgde de intekening van het leidingentracé zoals weergegeven in Figuur 16. In Figuur 16 is te zien dat er veel ruimte beschikbaar is in de ondergrond om het leidingentracé op Zwolsehoek aan te leggen. Dit betekent dat er naar verwachting geen kabels en leidingen hoeven worden te verlegd om ruimte te maken voor het warmtenet.

Figuur 16: Beschikbare ruimte op Zwolsehoek 5.2.1 Restwarmte noodzaak Om te voldoen aan de warmtevraag van de woningen is jaarlijks een warmtebehoefte van circa 200.000GJ om te voeden aan de Warmte opwaardeer stations (WOS). De totale netto beschikbare restwarmte van 20 visverwerkende bedrijven in de Zwolsehoek volgens het onderzoek van Syntraal (2019) is ook circa 200.000GJ per jaar. Vanwege de wisseling in seizoenen en de beschikbaarheid van de warmte in de zomer en de vraag naar warmte in de winter zijn WKO’s nodig. Meer over de WKO’s staat omschreven in paragraaf 2.2. 5.2.2 Aansluiten op het warmtenet De bedrijven op de Zwolsehoek kunnen onderverdeeld worden in restwarmte producerende bedrijven en warmtevragende bedrijven.

21

Restwarmte producerende bedrijven Een bedrijf dat een koudebehoefte heeft en dus restwarmte heeft, zou de restwarmte af kunnen staan aan het warmtenet, waarbij de restwarmte kan worden gevoed aan de WKO’s en 13 WOS-en. Daartegenover staat dat de koudeproductie van de WOS-en geleverd kan worden aan de koudevragende bedrijven op de Zwolsehoek. Het voeden van deze koude kan een efficiëntiewinst opleveren voor bedrijven in het voorzien van hun koudebehoefte. Door deze efficiëntiewinst dalen de elektriciteitskosten van de koelprocessen. Hierdoor daalt op zijn beurt wel de hoeveelheid beschikbare restwarmte voor het warmtenet. Warmtevragende bedrijven Warmtevragende bedrijven zouden zich kunnen aansluiten op het warmtenet. Wel is de verwachting dat directe warmtelevering op middentemperatuur niet mogelijk is aan deze bedrijven. De afzet voor bedrijven op dit type locatie, namelijk een industrieterrein, is veelal laag omdat de vraag naar ruimteverwarming beperkt is. De afzet zou dus de additionele investering niet rechtvaardigen. Het zou overwogen kunnen worden als er veel interesse is vanuit bedrijven met een grote warmtevraag. Wel is het mogelijk om bedrijven aan te sluiten op het bronnet, met een warmtelevering van 20°C. Deze bedrijven nemen dan bronwarmte af. Hiermee kan de warmte vervolgens lokaal en efficiënt opgewaardeerd worden via water-water warmtepompen.

Een alternatief voor de warmte vragende bedrijven is, een lucht-water warmtepomp. Vaak is er op een bedrijventerrein hier meer beschikbare ruimte voor en is geluidoverlast een minder groot probleem. Met het oog op netcongestie zou het echter een probleem kunnen opleveren als veel bedrijven hun ruimteverwarmingsvraag via lucht-water warmtepompen invullen. 5.2.3 Kosten leidingennet Zwolsehoek In de businesscase is ook het leidingennet op Zwolsehoek meegenomen. Hierbij is rekening gehouden met een primair net van 1500 meter. Het totale bedrag aan kosten voor het leidingennet op Zwolsehoek, zoals meegenomen in de businesscase bedraagt € 1.202.900. Hierin zitten zowel de kosten voor het primaire net als de kosten voor 7 aansluitleidingen.

6.

Conclusies

In dit rapport is de haalbaarheid van een collectief warmtenet voor bestaande woningen op Urk onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de raadsvergadering van juli 2024, waarin de gemeenteraad opdracht gaf tot verdere uitwerking van het warmteconcept. De technische analyse toont aan dat het warmtenet ruimtelijk goed inpasbaar is: uit 25 GIS-gebaseerde profielen blijkt dat het merendeel van het tracé valt in categorie 4, wat duidt op voldoende ondergrondse ruimte zonder ingrijpende verleggingen van kabels en leidingen. Voor de opslag van warmte is een systeem met elf WKO-doubletten nodig. Eén doublet bestaat hierbij uit één warmte- en één koudeopslag. De locatiekeuze van deze opslag is strategisch: plaatsing nabij WOS-en verhoogt leveringszekerheid voor bewoners, terwijl plaatsing op Zwolsehoek aantrekkelijk is voor bedrijven die restwarmte kunnen leveren. Een optie om beide voordelen te benutten, is door de WKO’s te verdelen over zowel Zwolsehoek als de woonwijken. De businesscase is doorgerekend in drie scenario’s: met T-stukken, met lege leidingen, en zonder latere aansluitmogelijkheid. In alle gevallen is uitgegaan van een initiële volloop van 80%. In het scenario met T-stukken en lege leidingen is vervolgens rekening gehouden met een gefaseerde aansluiting van 1% per jaar in de 10 jaar die volgen.

Hierdoor wordt in deze scenario’s een volloop van 90% behaald. In vergelijking met een volloop van 80% in het scenario zonder latere aansluitmogelijkheid. De onrendabele top – het financiële tekort per aansluiting – ligt tussen de €10.264 en €10.912. Dit is lager dan eerdere ramingen, dankzij een nauwkeuriger inschatting van de ondergrondse ruimte en lagere kosten voor verharding. Het scenario met lege leidingen is iets duurder dan T-stukken, maar voorkomt dat de grond later opnieuw open moet als bewoners besluiten toch aan te sluiten. Dit scheelt aanzienlijk in de kosten om later aan te sluiten, maar kent risico’s als woningen uiteindelijk niet aansluiten. Het T-stukken scenario biedt flexibiliteit en minder risico, maar is duurder bij latere aansluiting. Indien minimaal 10% van de bewoners later besluit om alsnog aan te sluiten op het warmtenet, heeft het lege leidingen scenario de voorkeur. Een warmtenet is duurzaam en gunstig wanneer je netcongestie wil voorkomen of in ieder geval niet verergeren. Over een periode van 30 jaar zijn de TCO(=Total Cost of Ownership) voor eengezinswoningen € 114.000 en voor meergezinswoningen € 69.200. De aanleg van het warmtenet heeft impact op de openbare ruimte en woningen, zoals graafwerkzaamheden en inpandige aanpassingen. Voor bedrijven op Zwolsehoek biedt het warmtenet kansen voor efficiënte koudevoorziening en benutting van restwarmte.

De beschikbare ruimte in de ondergrond op het bedrijventerrein is ruim voldoende.

23

7.

Bijlagen

Bijlage A: Dwarsprofielen Categorie 1 Geen ruimte (< 0,5 m)

Categorie 2 Beperkte ruimte (breedte 0,5 – 1,5 m)

Categorie 3 Voldoende ruimte (breedte 1,5 – 2,5 m)

Categorie 4 Veel ruimte (breedte > 2,5 m)

Bijlage B: Uitgangspunten Businesscase Tabel B1 Tarieven huishoudens Onderdeel

Tarief (excl. BTW)

Tarief (incl. BTW)

€ 477,26

€ 577,48

Meettarief warmte [per jaar]

€ 27,11

€ 32,80

Basistarief gecombineerde afleverset [per jaar]

€ 124,37

€ 150,49

Variabel tarief [€/GJ]

€ 31,51

€ 38,13

Vastrecht ruimteverwarming tapwater [per jaar]

en

warmte, warm

De tarieven in bovenstaande tabel zijn de prijzen van 2025 o.b.v. ACM2025. Het variabele tarief is bepaald op basis van het gehanteerde tarief van Energie Net Urk BV. Tabel B2 Tarieven kleinzakelijke aansluitingen Onderdeel

Tarief (excl. BTW)

Tarief (incl. BTW)

Vastrecht warmte, ruimteverwarming [per jaar]

€238,63

€ 288,74

Meettarief warmte [per jaar]

€27,11

€ 32,80

Basistarief enkel ruimteverwarming [per jaar]

€119,10

€ 144,11

Variabel tarief [€/GJ] (80%ACM)

€31,51

€ 38,13

De tarieven in bovenstaande tabel zijn de prijzen van 2025 o.b.v. ACM2025. Het variabele tarief is bepaald op basis van het gehanteerde tarief van Energie Net Urk BV. Tabel B3 Gehanteerde indexatie Onderdeel

Gehanteerde indexatie

CAPEX

CPI

BAK

CPI

Warmtetarief

CPI

Netbeheerderskosten

Arbeid en PPI gebaseerd

Operationele kosten

CPI

Tabel B4 Aantal aansluitingen Aansluittype

Aantal

Eengezinswoning

5.093

Meergezinswoning

696

Kleinzakelijk

74

Totaal

5.863

25

Tabel B5 Technische en economische levensduur Onderdeel

Technische levensduur

Economische levensduur

Bronnen

25

30

Warmteproductie (warmtepompen e.d.)

15

15

Warmtedistributie

-

30

Afleverset

15

15

De technische levensduur wordt gebruikt t.b.v. het bepalen van herinvesteringen en de economische levensduur wordt gebruikt t.b.v. afschrijvingen. Tabel B6 Kosten voor later aansluiten T-stukken scenario Kostenpost

Kosten per nieuwe

Kosten per nieuwe

Kosten per nieuwe

aansluiting EGW

aansluiting MGW

aansluiting zakelijk

Openbreken v.d. grond

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

Plaatsen aansluitleiding

€ 4.900

€ 4.900

€ 2.750

Plaatsen afleverset

€ 2.500

€ 1.200

€ 1.000

Totaal

€ 8.900

€ 7.600

€ 5.250

Tabel B7 Kosten voor later aansluiten lege leidingen scenario Kostenpost

Kosten per nieuwe

Kosten per nieuwe

Kosten per nieuwe

aansluiting EGW

aansluiting MGW

aansluiting zakelijk

Plaatsen afleverset

€ 2.500

€ 1.200

€ 1.000

Totaal

€ 2.500

€ 1.200

€ 1.000

Bijlage C: Uitsplitsing Businesscase Tabel C1 Resultaten businesscase met 80% +10% volloop en lege leidingen Parameter

Totaal (in duizenden)

Per aansluiting

ORT Huishoudens

€ 54.124

€ 10.388

ORT Kleinzakelijk

€ 728

€ 10.936

Netto investeringen initieel

€ 110.612

€ 20.962

Netto investeringen gefaseerde aansluitingen

€ 1.683

€ 319

Bronnen

€ 5.678

€ 1.076

Opwektoestellen WOS

€12.828

€ 2.431

Distributienetwerk incl. backbone

€ 38.003

€ 7.202

Nutsaansluiting

€ 770

€146

Onvoorzien

€ 11.234

€ 2.129

Initiële CAPEX aansluitingen

€ 37.046

€ 7.021

Gefaseerde CAPEX

€ 1.683

€ 319

€ 33.882

€ 6.421

Energie-inkoop

€ 158.058

€ 29.954

Netbeheerskosten

€ 109.095

€ 20.675

Variabele inkomsten

€ 338.464

€ 64.143

Vaste inkomsten

€ 161.182

€ 30.546

Onrendabele top

Netto Investeringskosten

Investeringskosten breakdown

Herinvesteringen Herinvesteringen Inkoop (over levensduur)

Omzet

27

Tabel C2 Resultaten businesscase met 80% +10% volloop en T-stukken Parameter

Totaal (in duizenden)

Per aansluiting

ORT Huishoudens

€ 53.478

€10.264

ORT Kleinzakelijk

€ 720

€10.806

Netto investeringen initieel

€ 107.780

€ 20.426

Netto investeringen gefaseerde aansluitingen

€ 5.012

€ 950

Bronnen

€5.678

€ 1.076

Opwektoestellen

€12.828

€ 2.431

Distributienetwerk incl. backbone

€ 38.003

€ 7.202

Nutsaansluiting

€ 770

€ 146

Onvoorzien

€ 11.257

€ 2.133

Initiële CAPEX aansluitingen

€ 34.321

€ 6.504

Gefaseerde CAPEX

€ 5.012

€ 950

€ 34.584

€ 6.554

Energie-inkoop

€ 158.058

€ 29.954

Netbeheerskosten

€ 109.095

€ 20.675

Variabele inkomsten

€ 338.464

€ 64.143

Vaste inkomsten

€ 161.182

€ 30.546

Onrendabele top

Netto Investeringskosten

Investeringskosten breakdown

Herinvesteringen Herinvesteringen Inkoop (over levensduur)

Omzet

Tabel C3 Resultaten businesscase met 80% volloop zonder latere aansluitmogelijkheid Parameter

Totaal (in duizenden)

Per aansluiting

ORT Huishoudens

€50.535

€10.912

ORT Kleinzakelijk

€680

€11.487

Netto investeringen initieel

€104.625

€22.306

Netto investeringen gefaseerde aansluitingen

€-

€-

Bronnen

€5.678

€1.211

Opwektoestellen

€12.828

€2.735

Distributienetwerk incl. backbone

€38.003

€8.102

Nutsaansluiting

€770

€164

Onvoorzien

€10.481

€2.235

Initiële CAPEX aansluitingen

€32.086

€6.841

Gefaseerde CAPEX

€-

€-

€29.512

€6.292

Energie-inkoop

€142.756

€30.436

Netbeheerskosten

€98.319

€20.962

Variabele inkomsten

€305.703

€65.176

Vaste inkomsten

€145.585

€31.039

Onrendabele top

Netto Investeringskosten

Investeringskosten breakdown

Herinvesteringen Herinvesteringen Inkoop (over levensduur)

Omzet

29

Bijlage D: Uitgangspunten financiële vergelijking warmtenet

3

Parameter

Waarde

Bron

Warmtevraag EGW

47 GJ per jaar

Kental3

Warmtevraag MGW

23 GJ per jaar

Kental

Warmteprijs

€38,13 per GJ (incl. BTW)

80% ACM 2024 gecorrigieerd naar 20254

Vastrecht warmte

€760,78- per jaar (incl. BTW)

ACM 2025

Afschrijving warmtenet

30 jaar

Kental

De kentallen zijn interne getallen van InEnergie gebaseerd op de kennis en expertise van InEnergie en InWarmte opgedaan in eerdere projecten. 4 80% ACM tarief 2024: 46,69 * 0,80 = €37,35/GJ (incl. BTW) Indexatie naar 2025 met kostprijs+-indexatie met 2.1%: 37,35*1,021 = € 38,13 (incl. BTW)

Bijlage E: Beschikbare ruimte inclusief intekening aansluitingleidingen

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=c43219da-3b55-450a-b487-a63f21f3a438